Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:16565

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10-12-2014
Datum publicatie
28-01-2015
Zaaknummer
C-09-463925 - HA ZA 14-455
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Art. 42 Fw. Pauliana. Verrekening koopprijs bedrijfsinventaris. Geen sprake van benadeling noch wetenschap van benadeling. Vordering van curator afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/463925 / HA ZA 14-455

Vonnis van 10 december 2014

in de zaak van

mr. [curator] Q.Q.,

handelend in haar hoedanigheid van curator in het faillissement

van de vennootschap onder firma Dubloc V.O.F.,

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. K.C. Mensink te Den Haag,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STRANDWEG VASTGOED B.V.,

gevestigd te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. F.A. Verberk-Elich te Den Bosch.

Partijen zullen hierna de curator en Strandweg Vastgoed genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 21 maart 2014, met producties 1 tot en met 10;

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 4;

  • -

    het tussenvonnis van 23 juli 2014, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie van partijen op 7 oktober 2014.

1.2.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 14 januari 2014 is de vennootschap onder firma Dubloc VOF (hierna: de VOF) in staat van faillissement verklaard. De VOF was exploitant van restaurant “De Mollige Haan”.

2.2.

Strandweg Vastgoed heeft met ingang van 1 september 1998 de horecabedrijfspanden aan Strandweg 135-139A te Den Haag (hierna: het gehuurde) aan de VOF verhuurd.

2.3.

Bij vonnis van de kantonrechter van deze rechtbank van 15 oktober 2012 is de VOF veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 109.723,32 c.a. aan Strandweg Vastgoed en tot ontruiming van het gehuurde. Bij die gelegenheid is bovendien de huurovereenkomst tussen de VOF en Strandweg Vastgoed ontbonden.

2.4.

Op 14 december 2012 was de VOF een bedrag van € 166.447,57 aan Strandweg Vastgoed verschuldigd.

2.5.

Op 14 december 2012 zijn de VOF en Strandweg Vastgoed het volgende overeengekomen:

[…]

  1. Aan u beiden wordt de mogelijkheid geboden om voor de duur van maximaal 23 maanden vanaf 1 januari 2013 de exploitatie van restaurant De Mollige Haan in [het gehuurde] voort te zetten. Hierbij dient u op eerste verzoek van de verhuurder, indien dit in het kader van de voorgenomen renovatie / herontwikkeling van dit deel van de Boulevard noodzakelijk wordt geacht, [het gehuurde] ontruimd op te leveren, onder achterlating van de volledige bedrijfsinventaris en bedrijfsinstallaties, waarbij voor de verhuurder een aanzegtermijn geldt van twee kalendermaanden […]

  2. U zult aflossen op de totale huurachterstand, inclusief kosten en rente, groot €166.447,57, middels voldoening van een maandelijkse vergoeding groot €4.308,07 exclusief BTW aan de verhuurder voor een periode van 23 maanden vanaf 1 januari 2013, dan wel tot en met de maand waarin u [het gehuurde] op verzoek en aanzegging van de verhuurder ontruimd dient op te leveren, onder achterlating van de volledige bedrijfsinventaris en bedrijfsinstallaties.

  3. […]

  4. Na verloop van 23 maanden, dan wel zoveel korter […], worden de volledige bedrijfsinventaris en bedrijfsinstallaties in onbezwaarde eigendom en in goede staat overgedragen aan de verhuurder en zal de waarde van deze bedrijfsinventaris en bedrijfsinstallaties worden verrekend met het restant van de totale huurachterstand […].

  5. Indien al hetgeen is omschreven onder punt 1 tot en met 4 van deze brief door u beiden correct en volledig is nagekomen, zal verhuurder u beiden, na verloop van de in punt 1 van deze brief genoemde termijn, dan wel zoveel korter […], finale kwijting verlenen en geen aanspraak meer maken op het restant van de totale huurachterstand […]

2.6.

Op 1 september 2013 heeft de VOF het gehuurde ontruimd opgeleverd, onder achterlating van de bedrijfsinventaris.

2.7.

Op 27 september 2013 heeft Strandweg Vastgoed de bedrijfsinventaris verkocht voor een bedrag van € 30.250,= aan Cospare B.V., die op haar beurt in het gehuurde een café-restaurant is gaan exploiteren.

3 Het geschil

3.1.

De curator vordert – kort gezegd – veroordeling van Strandweg Vastgoed tot betaling aan haar van een bedrag van € 30.250,=, met rente en kosten.

3.2.

De curator heeft het volgende aan die vordering ten grondslag gelegd.

3.2.1.

Strandweg Vastgoed heeft paulianeus gehandeld in de zin van artikel 42 Faillissementswet (Fw), omdat de verkoop van de bedrijfsinventaris onder verrekening van de koopprijs met de huurschuld een onverplichte rechtshandeling is in de zin van genoemd artikel. Op grond van artikel 42 Fw kan een dergelijke onverplichte rechtshandeling vernietigd worden, indien de schuldenaar (de VOF) en degene met of jegens wie de rechtshandeling is verricht (Strandweg Vastgoed) wisten, of behoorden te weten dat daarvan benadeling van de schuldeisers het gevolg zou zijn. De curator heeft de overeenkomst van 14 december 2012 daarom terecht buitengerechtelijk vernietigd.

3.2.2.

De benadeling zit hierin dat zonder verrekening van de koopprijs voor de bedrijfsinventaris meer actief beschikbaar zou zijn geweest voor de schuldeisers van de VOF. Met genoemde verrekening heeft Strandweg Vastgoed aldus de andere schuldeisers van VOF voor een bedrag van € 30.250,= benadeeld.

3.2.3.

De wetenschap van benadeling was zowel bij de VOF als Strandweg Vastgoed aanwezig. De huurschuld was in 2011 ook al eens tot meer dan € 100.000,= opgelopen. Bovendien mocht de VOF vanaf 2013 het gehuurde om niet blijven gebruiken; Strandweg Vastgoed wist namelijk dat de VOF de huur niet kon opbrengen. Partijen waren dus bekend met de moeilijke financiële positie van de VOF, aldus de curator.

3.3.

Strandweg Vastgoed voert verweer. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd.

3.3.1.

Omdat de VOF haar uit de huurovereenkomst voortvloeiende betalingsverplichtingen niet nakwam, is Strandweg Vastgoed een gerechtelijke procedure gestart, waarbij de VOF op 15 oktober 2012 is veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 109.723,32 c.a. aan Strandweg Vastgoed en tot ontruiming van het gehuurde.

Hoewel Strandweg Vastgoed op basis van dit vonnis direct tot ontruiming van het gehuurde had kunnen overgaan, heeft zij daarvan afgezien omdat zij nog geen nieuwe huurder had en zij niet wilde dat het gehuurde leeg kwam te staan. Strandweg Vastgoed is eigenaresse van meerdere panden aan de Strandweg en had plannen om de Noord Boulevard, waar het gehuurde deel van uitmaakt, te herontwikkelen. Met dit in het vooruitzicht wilde Strandweg Vastgoed leegloop tegengaan, teneinde voor andere huurders te waarborgen dat voldoende horeca en winkels open zouden zijn.

Vanwege deze toekomstige plannen mocht de VOF gratis van het gehuurde gebruik maken voor de duur van maximaal 23 maanden. Daarmee zou zij ook in de gelegenheid zijn om uit de exploitatie inkomsten voor de aflossing te genereren en tijd te krijgen haar onderneming voor een goede prijs over te dragen.

De VOF kwam de aflossingsverplichting niet volledig en niet tijdig na. Strandweg Vastgoed en de VOF zijn uiteindelijk overeengekomen dat de huurovereenkomst beëindigd zou worden per 1 september 2013. Na de ontruiming is de bedrijfsinventaris aan Strandweg Vastgoed overgedragen zoals afgesproken in artikel 4 van de overeenkomst van 14 december 2012.

3.3.2.

Ten onrechte heeft de curator de overeenkomst van 14 december 2012 op voet van het bepaalde in artikel 42 Fw vernietigd. Van benadeling van schuldeisers van de VOF is geen sprake en de curator laat na haar stelling dienaangaande te onderbouwen. Strandweg Vastgoed betwist bovendien de hoogte van de benadeling: zonder het gehuurde is een horeca-inventaris bijna niets waard. Als de overdracht bij de overeenkomst van 14 december 2012 niet was overeengekomen, zou de VOF de inventaris bij ontruiming moeten hebben afvoeren, waarbij deze zeker geen € 30.250,= zou hebben opgeleverd.

3.3.3.

Bovendien was er geen sprake van wetenschap van benadeling bij de VOF en/of Strandweg Vastgoed.
De overeenkomst is op 14 december 2012 tot stand gekomen, terwijl het faillissement van de VOF pas in januari 2014 is uitgesproken. De VOF en Strandweg Vastgoed konden in 2012 niet voorzien dat een faillissement van de VOF op handen was en de curator heeft daarvan ook geen bewijs overgelegd.
Strandweg Vastgoed is de betalingsregeling met de VOF aangegaan in de veronderstelling dat die zou worden nagekomen. Dat de VOF eerdere achterstanden had ingelopen, gaf juist vertrouwen dat het ook nu (met een vonnis achter de hand) zou lukken.
Strandweg Vastgoed heeft bewust afgezien van het vragen van een vergoeding van het gehuurde: daarmee werd voorkomen dat een nieuwe huurovereenkomst ontstond, waardoor Strandweg Vastgoed de handen vrij had met het oog op de herontwikkeling van de Noord Boulevard.

4 De beoordeling

4.1.

Op grond van artikel 42 Fw kan de curator elke rechtshandeling vernietigen, indien deze door de schuldenaar voor de faillietverklaring onverplicht is verricht en waarvan de schuldenaar bij dit verrichten wist of behoorde te weten dat daarvan benadeling van de schuldeisers het gevolg zou zijn. Een rechtshandeling om baat kan wegens benadeling slechts worden vernietigd, indien ook degenen met of jegens wie de schuldenaar de rechtshandeling verrichtte, wisten of behoorden te weten dat daarvan benadeling van de schuldeisers het gevolg zou zijn.

4.2.

Onverplichte rechtshandelingen in de zin van artikel 42 Fw zijn alle rechtshandelingen van de schuldenaar die hij heeft verricht zonder dat hij daartoe verplicht was op grond van de wet of een eerder gesloten overeenkomst. De verkoop door de schuldenaar, met verrekening van de koopprijs met een opeisbare schuld aan de koper is onverplicht, tenzij er reeds een verplichting bestond om tot verkoop over te gaan (HR 18 december 1992, NJ 1993, 169). Vast staat dat er vóór het aangaan van de overeenkomst van 14 december 2012 geen sprake was van een verplichting voor de VOF om de bedrijfsinventaris aan Strandweg Vastgoed te verkopen. Dat betekent dat het sluiten van de overeenkomst van 14 december 2012 is aan te merken als een onverplichte rechtshandeling van de VOF.

4.3.

Voor een succesvol beroep op de pauliana ingevolge artikel 42 Fw is verder nodig dat de schuldeisers van de VOF daadwerkelijk zijn benadeeld en dat er wetenschap van benadeling is bij zowel de VOF als Strandweg Vastgoed. De bewijslast ter zake rust op de curator. Strandweg Vastgoed heeft gemotiveerd betwist dat er sprake is van benadeling en van wetenschap van benadeling bij Strandweg Vastgoed en/of de VOF.

4.4.

Ten aanzien van de gestelde benadeling overweegt de rechtbank het volgende. Strandweg Vastgoed heeft daartegen – kort gezegd – het volgende aangevoerd. Ter comparitie heeft Strandweg Vastgoed bij monde van haar directeur de heer [X] verklaard dat als de overeenkomst van 14 december 2012 niet was gesloten, Strandweg Vastgoed tot ontruiming van het gehuurde zou zijn overgegaan op basis van het vonnis van 15 oktober 2012. De inventaris zou dan aan de straat zijn gezet en niets meer waard zijn. Zij heeft ter comparitie ook betoogd dat door de overeenkomst te sluiten, de VOF in de gelegenheid is gesteld omzet te maken, zodat zij oude schulden kon betalen, waaronder de huurschuld aan Strandweg Vastgoed. Bovendien heeft zij verklaard dat Cospare B.V. weliswaar € 30.250,= heeft betaald, op papier voor de inventaris met huurcontract, maar in de deal zat ook de toezegging dat zij in de herontwikkelde boulevard een plek zou krijgen.

De curator heeft in het licht van deze stellingen van Strandweg Vastgoed geen concrete feiten en omstandigheden aangevoerd die tot de conclusie kunnen leiden dat aan het vereiste van benadeling is voldaan.

4.5.

Van wetenschap van benadeling is sprake als tijdens het verrichten van de gewraakte rechtshandeling het faillissement en het tekort daarin met een redelijke mate van waarschijnlijkheid waren te voorzien door zowel gefailleerde (de VOF) als de wederpartij (Strandweg Vastgoed). De curator heeft haar stelling dat sprake was van wetenschap van benadeling bij zowel Strandweg Vastgoed als de VOF niet voldoende feitelijk onderbouwd. De rechtbank heeft daarbij in de beoordeling betrokken dat de verkoop van de inventaris en het gratis ter beschikking stellen van het gehuurde de VOF de mogelijkheid boden om haar toekomstige financiële positie te verbeteren en op een goede manier tot bedrijfsbeëindiging te komen, zoals in de overeenkomst van 14 december 2012 vermeld. Dat van de kant van de VOF op een termijn van 23 maanden ook werd gedacht over bedrijfsbeëindiging, wekt geen bevreemding nu de vennoten de leeftijd van 70 jaar hadden bereikt. Daar komt nog bij dat tussen het ondertekenen van de overeenkomst en het uitspreken van het faillissement pakweg veertien maanden is gelegen. Deze feiten, in onderlinge samenhang beschouwd, kunnen niet zonder meer tot de conclusie leiden dat ten tijde van het sluiten van de overeenkomst op 14 december 2012 een faillissement met een redelijke mate van waarschijnlijkheid was te voorzien.

4.6.

De conclusie is dat de curator de overeenkomst van 14 december 2012 niet rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft vernietigd op de voet van het bepaald in artikel 42 Fw. De vordering van de curator zal daarom worden afgewezen.

4.7.

De curator zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Strandweg Vastgoed worden begroot op:

- griffierecht € 1.892,=

- salaris advocaat € 1.158,= (2 punten × tarief € 579,=)

Totaal € 3.050,=

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt de curator in de proceskosten, aan de zijde van Strandweg Vastgoed tot op heden begroot op € 3.050,=.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W. Vogels en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2014.