Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:16562

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15-12-2014
Datum publicatie
23-01-2015
Zaaknummer
09/997130-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden omdat zij door middel van een criminele organisatie voor ongeveer € 350.000 heeft gefraudeerd met AWBZ zorggelden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/997130-12

Datum uitspraak: 15 december 2014

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op 5 augustus 1990,

adres: [adres].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 13, 21, 25 november en 1 december 2014.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie mrs. L.L.H. Roebroek en H.C. Vermaseren, en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. A.J.F. Gonesh, advocaat te Den Haag, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is – kort samengevat – het volgende ten laste gelegd:

in onderzoek [naam onderzoek]:

primair:

dat zij in de periode van 1 april 2010 tot en met 17 april 2012 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie bestaande uit onder meer verdachte, medeverdachten [medeverdachte 7], [medeverdachte 4], [medeverdachte 5] en [medeverdachte 12], die het oogmerk had op het plegen van de volgende misdrijven: oplichting, valsheid in geschrift, witwassen en het opzettelijk nalaten de benodigde gegevens te verstrekken als bedoeld in artikel 227b van het Wetboek van Strafrecht (Sr);

subsidiair:

dat zij in de periode van 16 juni 2010 tot en met 4 juni 2012 tezamen en in vereniging CIZ en zorgkantoren heeft opgelicht;

meer subsidiair:

dat zij in de periode van 3 juli 2010 tot en met 17 april 2012 tezamen en in vereniging facturen en digitale cliëntdossiers heeft vervalst;

De volledige tenlastelegging is als bijlage bij dit vonnis gevoegd.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat het onder 1. primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Kort samengevat heeft de verdediging in dit verband het volgende aangevoerd.

Voor de oprichting van [bedrijfsnaam medeverdachte 10] op 1 september 2010 heeft verdachte op geen enkele wijze bemoeienis gehad met de strafbare gedragingen die ten laste zijn gelegd. Verdachte heeft niemand opgelicht en enkel ten aanzien van [betrokkene 1], [medeverdachte 7] en [betrokkene 2] sporadisch meer uren gefactureerd dan dat zij zorg verleende. Voor zover wordt bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie geldt dat verdachte enkel met haar partner [medeverdachte 7] een criminele organisatie heeft gevormd voor de duur van hooguit acht maanden vanaf 1 september 2011, met dien verstande dat die organisatie zich – anders dan ten laste is gelegd – niet oplichting en witwassen ten doel heeft gesteld.

Bij de beoordeling van de tenlastelegging zal de rechtbank nader ingaan op de specifieke nadere onderbouwing van de verweren.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging

Onderzoek [naam onderzoek]1

Algemeen

In het onderzoek [naam onderzoek] is jegens verschillende personen de verdenking ontstaan dat zij betrokken zijn geweest bij fraude met Persoons Gebonden Budgetten (PGB’s).

Het PGB is een voorziening uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) waarmee een verzekerde die vanwege ziekte, handicap of ouderdom zorg nodig heeft, deze zelf kan inkopen bij (bijvoorbeeld) een zorgbureau. Om een PGB te krijgen is een indicatie nodig. Deze indicatie moet worden aangevraagd bij het Centrum Indicatiestelling (CIZ).

Binnen het CIZ worden indicatieaanvragen beoordeeld door screeners, die controleren of de aanvraag volledig is voor wat betreft de medische inhoud. Vervolgens wordt de aanvraag beoordeeld door de indicatiesteller die uiteindelijk de beslissing neemt of een zorgvrager in aanmerking komt voor een PGB. De screeners en indicatiestellers hebben altijd een medische achtergrond.2 Zij moeten beslissingen kunnen nemen omtrent de benodigde medische hulp.3

Indien de indicatieaanvraag is goedgekeurd, geeft het CIZ een indicatiebesluit af waarin op basis van de toegekende indicatie de zorgbehoefte wordt vermeld, te weten het aantal toegekende uren, de klasse en het type zorg. De zorgaanvrager kan op basis van een dergelijk indicatiebesluit een PGB aanvragen bij een zorgkantoor. Het zorgkantoor gaat vervolgens over tot uitbetaling van het toegekende PGB, in beginsel op een daarvoor speciaal bestemde bankrekening op naam van de zorgvrager.

De zorgaanvrager, inmiddels budgethouder, sluit een zorgovereenkomst af met personen of bedrijven die vervolgens zorg leveren en die worden betaald uit het PGB. Het zorgkantoor is bevoegd te controleren of het PGB aan zorg is besteed en om in dit verband de onderliggende overeenkomsten en declaraties op te vragen bij de budgethouder.

Verdenking

In het onderzoek [naam onderzoek] is de verdenking gerezen dat valselijk, en op onjuiste gronden voor twaalf personen een indicatie bij het CIZ is aangevraagd. Met de verkregen indicatiebesluiten zou in een aantal gevallen ten onrechte PGB’s zijn aangevraagd, en door de zorgkantoren uitgekeerd. De besteding van de PGB’s zou vervolgens zijn verantwoord met daartoe valselijk opgemaakte facturen, zorg-overeenkomsten en (verantwoordings- c.q. declaratie-)formulieren. De verdenking richt zich in dit verband tegen de volgende personen:[medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3]), [medeverdachte 7] (hierna: [medeverdachte 7]),[medeverdachte 8] (hierna: [medeverdachte 8]), [medeverdachte 5] (hierna: [medeverdachte 5]), [betrokkene 1] (hierna: [medeverdachte 4]), [medeverdachte 12] (hierna: [medeverdachte 12]) en [medeverdachte 10] (hierna: [medeverdachte 10]).

[medeverdachte 10] wordt er in het bijzonder van verdacht dat zij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die zich het plegen van verschillende misdrijven ten doel hebben zou hebben gesteld, te weten oplichting, valsheid in geschrift, witwassen en het opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken als bedoeld in artikel 227b van het Wetboek van Strafrecht (feit 1, primair). Subsidiair wordt [medeverdachte 10] ervan verdacht dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting van het CIZ en verschillende zorgkantoren (feit 1, subsidiair), en meer subsidiair valsheid in geschrift (feit 1, meer subsidiair onder 1e en 2e cumulatief/alternatief).

Verdachten

[medeverdachte 3] was (voor zover hier relevant) in 2010 en 2011 in dienst van het CIZ en aldaar werkzaam als administratief medewerker en super user binnen de back office afdeling.4

[medeverdachte 7] is een bekende van [medeverdachte 3]; zij kennen elkaar van het CIZ. [medeverdachte 7] was daar tot 2010 werkzaam als districtscoördinator ICT en werkplekbeheerder.5

[medeverdachte 8] drijft meerdere ondernemingen, waaronder[bedrijfsnaam medeverdachte 8]. Deze vennootschap heeft zich (vanaf eind 2008) bezig gehouden met zorgbemiddeling. [medeverdachte 8] is een vriend van [medeverdachte 7] en zij hadden contact via e-mail.6

[medeverdachte 5] is aandeelhouder/bestuurder van [bedrijfsnaam medeverdachte 5]. Deze vennootschap is aandeelhouder/bestuurder van [bedrijfsnaam medeverdachte 5] (hierna ook: [bedrijfsnaam medeverdachte 5]), opgericht op 21 juli 2011 en actief in de thuiszorg. Vóór de oprichting van deze vennootschap dreef [medeverdachte 5] sinds 23 september 2009 een eenmanszaak in de thuiszorg onder de naam [bedrijfsnaam medeverdachte 5] (hierna eveneens aangeduid als [bedrijfsnaam medeverdachte 5]).7 [medeverdachte 4], de partner van [medeverdachte 5], was in 2010 part-time en vanaf januari 2011 full-time werkzaam in het bedrijf van [medeverdachte 5].8 Zij had samen met hem de dagelijkse leiding over het bedrijf. [medeverdachte 5] onderhield de contacten met ziekenhuizen, verpleeghuizen, de cliënten en de door [bedrijfsnaam medeverdachte 5] ingehuurde zorgverleners. Daarnaast verleende zij ook zelf zorg. [medeverdachte 4] verrichtte administratieve werkzaamheden en maakte de facturen.9 Sinds 1 juli 2010 werkte [medeverdachte 12], de zwager van [medeverdachte 5], bij [bedrijfsnaam medeverdachte 5]. Hij was verantwoordelijk voor het controleren van de urenbriefjes en de daarop gebaseerde facturen die de zorgverleners inleverden bij [bedrijfsnaam medeverdachte 5]. Ook verleende hij zelf zorg en bezocht hij cliënten om te horen of men tevreden was over de geleverde zorg.10

[medeverdachte 12] dreef [bedrijfsnaam medeverdachte 10]W ([bedrijfsnaam medeverdachte 10]), een eenmanszaak die op 1 juni 2011 is opgericht en op 14 november 2011 is opgeheven. In het handelsregister van de Kamer van Koophandel staat dat de activiteiten van [bedrijfsnaam medeverdachte 10] bestonden uit het verlenen van thuiszorg aan particulieren en het bemiddelen hierin.11

[medeverdachte 10], de partner van [medeverdachte 7], dreef [bedrijfsnaam medeverdachte 10] (hierna: [bedrijfsnaam medeverdachte 10]). Dit is een eenmanszaak die op 1 september 2011 is opgericht. In het handelsregister van de Kamer van Koophandel staat dat de activiteiten van [bedrijfsnaam medeverdachte 10] bestaan uit het bemiddelen en uitvoeren van thuiszorgwerkzaamheden.12

De onderhavige PGB-dossiers

Uit informatie van het CIZ is gebleken dat [medeverdachte 3] in de periode van 16 tot en met 18 juni 2010 indicatieaanvragen in het GINO-systeem van CIZ heeft ingevoerd ten behoeve van[betrokkene 1]

[betrokkene 1] (de moeder van [medeverdachte 7]), [betrokkene 2] (de moeder van [medeverdachte 10]), [medeverdachte 7] ([betrokkene 3], de zus van [medeverdachte 7]), [betrokkene 4] (een vriend van [medeverdachte 7]) en [betrokkene 90] ([betrokkene 90], de nicht van [medeverdachte 10]). Op 26 mei 2011 is een aanvraag ten behoeve van [betrokkene 6] (de ex-partner van [medeverdachte 7]) ingevoerd. Bij de aanvragen van[betrokkene 1] en [betrokkene 90] was vermeld dat zij zorg vragen omdat zij (onder meer) lijden aan “vergevorderde” c.q. “zeer progressieve MS.” Bij [betrokkene 6], [betrokkene 2] en [medeverdachte 7] is in dit verband vermeld dat zij lijden aan (onder meer) een “incomplete dwarslaesie.” Bij de aanvraag van [betrokkene 4] is vermeld dat hij (onder meer) aan polio zou lijden. Bij ‘gevraagde functies’ zijn steeds meerdere van de volgende functies vermeld: “PV”, “VP” en BG-IND” (de rechtbank begrijpt: Persoonlijke Verzorging, Verpleging, Begeleiding Individueel).13 Bij de aanvragen van [betrokkene 1], Pancham[betrokkene 2], [medeverdachte 7] en [betrokkene 4] is onder de contactgegevens het telefoonnummer [telefoonnummer bedrijf medeverdachte 5] vermeld. Dit is het telefoonnummer van [bedrijfsnaam medeverdachte 5].14

Voorts is uit informatie van het CIZ gebleken dat [medeverdachte 3] op 14 februari 2011 en op 1, 28 en 29 juni 2011 indicatieaanvragen in het GINO systeem heeft ingevoerd ten behoeve van

[betrokkene 8], [betrokkene 9], [betrokkene 10], [betrokkene 11], [betrokkene 12] en

[betrokkene 13]. Bij de aanvragen van [betrokkene 9] en [betrokkene 13] was aangegeven dat zij zorg vragen omdat zij lijden aan (onder meer) “vergevorderde” c.q. “zeer progressieve MS.” Bij [betrokkene 8], [betrokkene 10] en [betrokkene 12] is in dit verband vermeld dat zij lijden aan (onder meer) een “incomplete dwarslaesie.”15Bij de aanvraag van [betrokkene 11] is vermeld dat hij (onder meer) aan polio zou lijden. Ook hier zijn bij ‘gevraagde functies’ steeds meerdere van de volgende functies vermeld: “PV”, “VP” en “BG-IND.” In alle dossiers is [medeverdachte 8] als contactpersoon en/of ‘cliëntondersteuner’ vermeld, steeds (zij het met uitzondering van [betrokkene 12]) inclusief zijn NAW-gegevens.16

Het CIZ heeft in alle twaalf voormelde dossiers een indicatiebesluit afgegeven, waarbij is beslist dat de aanvragers in aanmerking komen voor de aangevraagde AWBZ-zorg.17

Op grond van dat besluit zijn vervolgens aan alle aanvragers, met uitzondering van [betrokkene 8], [betrokkene 9] en [betrokkene 13], PGB’s uitbetaald. In alle gevallen gaat het om betalingen verricht door Zorgkantoor CZ B.V, met uitzondering van de betalingen aan [medeverdachte 7]. Haar PGB is door Zorgkantoor DSW B.V. betaald.18

Het dossier bevat verschillende facturen van [bedrijfsnaam medeverdachte 5] en [bedrijfsnaam medeverdachte 5]19, [bedrijfsnaam medeverdachte 10]20 en [bedrijfsnaam medeverdachte 10]21 gericht aan de desbetreffende zorgaanvragers c.q. budgethouders. In de facturen wordt steeds het maximaal aantal uren, zoals door het CIZ geïndiceerd, gedeclareerd. De facturen bestrijken grofweg de periode vanaf juni 2010 tot en met maart 2012.

In de dossiers die de zorgkantoren van de onderhavige budgethouders hebben bijgehouden, zijn verschillende documenten teruggevonden die betrekking hebben op te verlenen of verleende zorg conform het door het CIZ geïndiceerde aantal uren zorg. In dit verband zijn verschillende zorgovereenkomsten met [bedrijfsnaam medeverdachte 5] en [bedrijfsnaam medeverdachte 10] aangetroffen.22 In één geval is sprake van een overeenkomst met [bedrijfsnaam 1].23 Voorts zijn in verschillende dossiers ‘overeenkomsten PGB’24 en verantwoordings- c.q. declaratieformulieren25 teruggevonden waarin sprake is van verantwoording van zorg, verleend door [bedrijfsnaam medeverdachte 5], [bedrijfsnaam medeverdachte 10], [bedrijfsnaam medeverdachte 10] en/of [bedrijfsnaam 1].

Onregelmatigheden

Ten aanzien van alle twaalf zorgaanvragers staat vast dat zij ten tijde van de op hen betrekking hebbende indicatieaanvragen niet leden aan het ziektebeeld zoals dat in die aanvragen was vermeld en dat zij de daarvoor aangevraagde zorg derhalve niet (geheel) nodig hadden.26 Voorts staat vast dat bij het aantal uren zoals vermeld op de facturen in de bewuste zorgdossiers niet is uitgegaan van daadwerkelijke zorgverlening, maar van het maximaal aantal uren aan geïndiceerde zorg, conform de indicatiebesluiten. Voorts staat vast dat verschillende budgethouders in het geheel geen zorg hebben gehad.27 Volgens de berekeningen van Zorgkantoor CZ B.V. en DSW B.V. hebben zij ten gevolge van het voorgaande bedragen van in totaal € 522.227,49 ten onrechte aan de budgethouders betaald.28

Betrokkenheid verdachten

[medeverdachte 3]

[medeverdachte 3] heeft verklaard dat zijn werkzaamheden bij het CIZ bestonden uit het sorteren en inscannen van post en het controleren of indicatieaanvragen volledig waren ingevuld. Hij keek daarbij niet naar de medische stukken; dat deden de screeners. Volgens [medeverdachte 3] is sprake van een fraudegevoelig systeem en kon hij als back office medewerker zelf een aanvraag afhandelen en een indicatie afgeven.29 Op een gegeven moment is [medeverdachte 3] door [medeverdachte 7] benaderd. [medeverdachte 7] gaf aan dat hij een paar zorginstellingen kende en zei dat als [medeverdachte 3] een indicatie kon regelen, hij daarmee wat centen kon verdienen. Het ging om een eenmalig bedrag van € 6.000,--. [medeverdachte 3] heeft vervolgens samen met [medeverdachte 7] bedacht hoe dit het beste gedaan kon worden. [medeverdachte 3] is vervolgens bij [medeverdachte 7] thuis geweest, heeft op diens laptop op afstand ingelogd in het GINO-systeem en toen samen met [medeverdachte 7] indicaties gemaakt. [medeverdachte 3] voerde de gegevens in aan de hand van de informatie die [medeverdachte 7] hem aanleverde en gebruikte daarbij de namen van indicatiestellers van het CIZ. [medeverdachte 3] beschikte niet over onderliggende (medische) stukken. Hij heeft bij de door hem aangemaakte indicaties gegevens uit andere dossiers van bestaande cliënten gekopieerd.30 [medeverdachte 3] voerde “hoge indicaties” in, dat werd hem door [medeverdachte 7] gezegd.31 [medeverdachte 3] was tijdens zijn werk dossiers tegen gekomen waarbij personen een hoge indicatie hadden. Nadat hij twee of drie van deze dossiers had verzameld, kopieerde hij het ziektebeeld uit deze dossiers en plakte hij deze in de indicatieaanvragen.32 Na het invoeren van de indicaties werden deze door GINO automatisch naar het zorgkantoor doorgestuurd.33 [medeverdachte 3] heeft verklaard dat [medeverdachte 7] hem in één keer € 6.000,-- betaalde nadat de cliënten van wie hij de dossiers had opgemaakt, de betalingen hadden ontvangen.34 [medeverdachte 7] heeft [medeverdachte 3] een keer op zijn laptop een overzicht laten zien, waarop te zien was wat er aan PGB-gelden binnen was gekomen, wat de kosten daarvan waren en tussen wie het restant zou worden verdeeld. [medeverdachte 7] zei dat er geld van het PGB moest worden afgedragen aan de zogenaamde cliënten die het PGB kregen en aan de zorgbureaus die deze cliënten zogenaamd zorg zouden verlenen. Ook stonden op dat overzicht de inkomsten voor [medeverdachte 7] en [medeverdachte 3]. Dat was een bedrag van € 7.000,-- per dossier per jaar. Dit bedrag zou tussen hen beiden verdeeld worden.35

[medeverdachte 7]

[medeverdachte 7] heeft aanvankelijk verklaard dat hij zijn ex-vriendin [betrokkene 6] heeft geholpen met het aanvragen van zorg.36 Dit had hij samen gedaan met [medeverdachte 3], zij hebben daarvoor bij [medeverdachte 7] thuis gezeten. [medeverdachte 3] kwam na het werk langs en logde in in het systeem van CIZ. Nadat [medeverdachte 3] van [medeverdachte 7] een ingevuld aanvraagformulier had gekregen voerde hij de aanvraag in en maakte de indicatie zelf aan.37 Na enige tijd kreeg [betrokkene 6] het bericht van het CIZ dat zij in aanmerking kwam voor de aangevraagde zorg. Daarop stuurde [medeverdachte 7] de gegevens op naar het Zorgkantoor Haaglanden en na enige tijd werd aan [betrokkene 6] een PGB toegekend. Zij kreeg dat in één keer op haar bankrekening.38 [medeverdachte 7] heeft voorts verklaard dat hij de zorg voor [betrokkene 6] vóór september 2011 had ondergebracht bij [bedrijfsnaam medeverdachte 5], een zorgbureau van zijn neef [medeverdachte 4]. Na [bedrijfsnaam medeverdachte 5] werd de zorg op verzoek van laatstgenoemde vervolgens even geleverd door [bedrijfsnaam medeverdachte 10]. Daarover heeft [medeverdachte 7] verklaard: “De afspraak was dat alles hetzelfde zou blijven, maar dat de zorg verleend zou worden door [bedrijfsnaam medeverdachte 10].”39

[medeverdachte 7] heeft later bekend dat hij [medeverdachte 3] een keer € 6.000,-- heeft gegeven “om de indicatie te stellen.” Hij had hem het geld gegeven bij het kantoor van het CIZ. Volgens [medeverdachte 7] “is het frauderen geweest.”40 [betrokkene 6] had nooit echt zorg gehad, niet van [bedrijfsnaam medeverdachte 5], niet van [bedrijfsnaam medeverdachte 10] en niet van [bedrijfsnaam medeverdachte 10]. [medeverdachte 7] had het geld dat op de bankrekening van [betrokkene 6] binnen kwam beheerd. [betrokkene 6] schoot hier niets mee op, aldus [medeverdachte 7], “het was pure hebzucht van mij.”41 Het ziektebeeld van [betrokkene 6] dat bij het CIZ is opgegeven, was door [medeverdachte 3] opgemaakt. Dat ziektebeeld had hij volgens [medeverdachte 7] waarschijnlijk gekopieerd uit een ander dossier.42 [medeverdachte 7] heeft over verschillende andere budgethouders verklaard: hij had zijn moeder ondergebracht bij [bedrijfsnaam medeverdachte 5]43 en [betrokkene 4] geholpen met zijn PGB-aanvraag; die had ook zorg via [bedrijfsnaam medeverdachte 5].44

[medeverdachte 8]

[medeverdachte 8] heeft zich ten aanzien van vragen over de zorgdossiers waarin zijn naam was vermeld, grotendeels beroepen op zijn zwijgrecht. Wel hebben verschillende zorgaanvragers/budgethouders verklaringen over [medeverdachte 8] afgelegd. In dit verband heeft

[betrokkene 13] verklaard dat [medeverdachte 8] op een dag zei dat hij van een van zijn connecties had gehoord dat deze ervoor kon zorgen dat bij het CIZ een hoge indicatie geregeld kon worden. Dit kon voor iedereen geregeld worden. Volgens de connectie zouden alle dossiers die werden aangedragen zeker doorgaan. Toen [betrokkene 13] dat van [medeverdachte 8] hoorde, leek het hem aantrekkelijk om wat extra’s te verdienen. [betrokkene 13] vroeg toen aan [medeverdachte 8] of het ook voor hem geregeld kon worden. Vervolgens heeft [betrokkene 13] zijn gegevens op een indicatieaanvraagformulier vermeld, en dat aan [medeverdachte 8] gegeven. [medeverdachte 8] gaf als voorbeeld dat als er een bedrag binnen zou komen, daarvan de helft voor [betrokkene 13] zou zijn. De andere helft zou [betrokkene 13] moeten afstaan aan de contactpersoon van het CIZ.45 [betrokkene 11] heeft verklaard dat hij de naam [medeverdachte 8] kent, hij had het adres van [medeverdachte 8] gezien op een aanvraagformulier of begeleidende brief in verband met zijn PGB. [medeverdachte 8] zou de aanvraag regelen.46 Het PGB dat hij binnenkreeg droeg hij vanaf oktober 2011 af aan [medeverdachte 8]. De correspondentie over het PGB verliep via[bedrijfsnaam medeverdachte 8]..47 In november of december 2011 heeft [betrokkene 11] gezegd dat hij zijn bankpas terug wilde hebben, die kreeg hij toen terug via [medeverdachte 8].48

[medeverdachte 5]

[medeverdachte 5] heeft verklaard dat zij en [medeverdachte 4] [medeverdachte 7] wilden helpen. Die had problemen met de belasting en kon daarom niet zijn eigen zorgbureau beginnen. [medeverdachte 7] zorgde voor het aanbrengen van de PGB-cliënten. Hij heeft dat overlegd met [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] was daarbij. [medeverdachte 5] werd ook om toestemming gevraagd. [medeverdachte 7] zou zelf de zorg regelen en [bedrijfsnaam medeverdachte 5] zou alleen de belastingafdracht en de verantwoording naar CZ doen, “het financiële plaatje compleet maken zeg maar.”49 [medeverdachte 4] maakte de facturen op basis van de indicaties die door [medeverdachte 7] werden aangeleverd.50 Volgens [medeverdachte 5] heeft zij zich niet met het zorggedeelte bemoeid, “dat was het pakkie aan van[betrokkene 50].” [medeverdachte 5] heeft verklaard niets te weten van de zorg aan deze cliënten en dus ook niet of de zorg overeenkwam met het toegekende PGB.51

[medeverdachte 5] heeft wel de zorgovereenkomsten tussen [bedrijfsnaam medeverdachte 5] en (respectievelijk) [betrokkene 2], [betrokkene 1] en [betrokkene 4] opgemaakt. Daarop stond de naam van [medeverdachte 5], maar de overeenkomsten zijn volgens haar getekend door [medeverdachte 4], die namens haar tekende.52

[medeverdachte 4]

[medeverdachte 4] heeft verklaard dat [bedrijfsnaam medeverdachte 5] [medeverdachte 7] heeft geholpen bij diens bedrijf met PGB-patiënten. [medeverdachte 7] leverde de PGB-patiënten aan en [bedrijfsnaam medeverdachte 5] regelde alle administratie voor [medeverdachte 7]: de financiële afwikkeling, dus (ook) de belastingafdracht, en het opmaken en verzenden van facturen. De verantwoording van de facturen stuurde [bedrijfsnaam medeverdachte 5] naar de desbetreffende zorgkantoren. [medeverdachte 7] regelde zelf de zorg, aldus [medeverdachte 4]. De afspraak met betrekking tot de ‘fee’ van [bedrijfsnaam medeverdachte 5] was dat een percentage van het factuurbedrag evenals de belastingafdracht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 5] werd betaald door [medeverdachte 7] namens de patiënten, van wie hij de bankpasjes in beheer had.53 Volgens [medeverdachte 4] ging alles in goed vertrouwen en had [bedrijfsnaam medeverdachte 5] geen toezicht op de zorg. Wel viel het op dat het ziektebeeld van [medeverdachte 7]’s cliënten “vrij hoog” was.54 [medeverdachte 4] stelde de facturen van [bedrijfsnaam medeverdachte 5] op aan de hand van de indicatie die hij had van de cliënten.55 Op een gegeven moment heeft [bedrijfsnaam medeverdachte 5] aangegeven dat zij geen PGB-patiënten in haar bestand wilde hebben. Toen heeft [medeverdachte 7] [medeverdachte 12], de broer van [medeverdachte 4], benaderd. [medeverdachte 12] is toen met [bedrijfsnaam medeverdachte 10] begonnen.56 [bedrijfsnaam medeverdachte 10] heeft toen de facturatie van [bedrijfsnaam medeverdachte 5] overgenomen. Dit was puur ter facilitatie van [medeverdachte 7].57

[medeverdachte 12]

[medeverdachte 12] heeft verklaard dat hij in mei/juni 2011 is begonnen met [bedrijfsnaam medeverdachte 10] en dat dit zorgbureau vijf patiënten heeft ondergebracht. Na ongeveer drie maanden wilde [medeverdachte 7] alles zelf gaan doen en toen zijn de patiënten weer teruggegaan.58 Volgens [medeverdachte 12] heeft [medeverdachte 7] zijn bedrijf gebruikt om zelf patiënten te kunnen verzorgen.59 [medeverdachte 12] kreeg van de patiënten de PGB-dossiers, maar heeft deze niet goed bekeken.60 [medeverdachte 12] heeft erkend dat [betrokkene 6], die hij kende als [betrokkene 6] gezond was en dat de haar betreffende (zorg)documenten niet op waarheid zijn gebaseerd.61 Over [medeverdachte 7], die [medeverdachte 12] persoonlijk kende, heeft hij verklaard dat zij “normaal gezond” is en geen zorg nodig heeft.62 [medeverdachte 12] deed namens [bedrijfsnaam medeverdachte 10] de facturatie en regelde de belasting. [medeverdachte 7] gaf aan welke uren er aan zorg verleend waren en welke facturen [medeverdachte 12] moest maken. Volgens [medeverdachte 12] verstuurde [medeverdachte 7] de facturen naar “de zogenaamde patiënten” en die maakten het PGB over naar de rekening van [bedrijfsnaam medeverdachte 10]. [medeverdachte 12] haalde de te betalen belasting van dit bedrag af en hield het afgesproken deel. De rest gaf hij aan [medeverdachte 7]. Alleen [medeverdachte 12] beschikte over de bankpas van PT&Q.63 Eenmaal geconfronteerd met de bevindingen dat nagenoeg alle ontvangsten op de bankrekening van [bedrijfsnaam medeverdachte 10] (in totaal een bedrag van € 22.200,--) kort na de ontvangst contant werden opgenomen bij geldautomaten, heeft [medeverdachte 12] verklaard: “alles was van[betrokkene 50] en ging naar[betrokkene 50].”64 Bij het oprichten van [bedrijfsnaam medeverdachte 10] waren wel afspraken gemaakt over de percentages die [medeverdachte 12] voor zijn werkzaamheden zou gaan ontvangen.65

[medeverdachte 10]

[medeverdachte 10] heeft verklaard dat [medeverdachte 7] haar had voorgesteld om haar moeder als ZZP-er te verzorgen en dat zij zodoende in 2011 met [bedrijfsnaam medeverdachte 10] is begonnen. Panchams moeder kreeg haar PGB al in 2010. Zij kreeg hulp voor haar persoonlijke verzorging. Die was door [bedrijfsnaam medeverdachte 5] geleverd. [medeverdachte 10] zag dat zij dezelfde zorg kon leveren die door anderen werd gedaan. “Voor mijn moeder was het ook prettiger om door haar eigen gezin te worden verzorgd.”66 Later ging [medeverdachte 10] ook andere familieleden dan haar moeder verzorgen.67 [medeverdachte 10] heeft verklaard dat zij gedurende vijf, zes maanden ook zorg aan [betrokkene 6] heeft verleend en dat zij daar uiteindelijk helemaal mee is gestopt, “nadat het niet meer nodig was.”68 [medeverdachte 10] factureerde aan de hand van het aantal geleverde uren per functie. Of de uren goed waren bijgehouden, controleerde [medeverdachte 10] naar eigen zeggen zelf bij de patiënten, die bijhielden hoeveel er werd gewerkt.69 [medeverdachte 10] werkte “volgens de toekenningsbeschikking.”70

Later heeft [medeverdachte 10] erkend dat het zorgplan en de zorgovereenkomst van [betrokkene 6] vals zijn, en ten aanzien van een factuur van [bedrijfsnaam medeverdachte 10] gericht aan [betrokkene 6]71 dat daar “niets van klopt.” [medeverdachte 10] had [betrokkene 6] nimmer verzorgd.72 Over een zorgovereenkomst tussen [bedrijfsnaam medeverdachte 10] en [betrokkene 2] heeft [medeverdachte 10] verklaard: “ongeveer de helft van deze uren die hier zijn genoemd, zijn op waarheid gebaseerd” Volgens [medeverdachte 10] komen de gegevens die zij heeft gezien, de zorgdossiers zoals die in haar administratie zaten, niet overeen met de klachten die zij bij haar patiënten (haar moeder, [medeverdachte 7]’s moeder en zus) zag. Dit had [medeverdachte 10] gezien na de doorzoeking van de FIOD in augustus 2011.73 Het bedrag dat [bedrijfsnaam medeverdachte 10] in verband met haar PGB-cliënten vanaf 1 september 2011 had verkregen, stond volgens [medeverdachte 10] nog op de rekening van [bedrijfsnaam medeverdachte 10], zij het dat [medeverdachte 10] één keer een bedrag van €13.000,-- heeft overgemaakt op haar rekening. Dit werd gebruikt voor een BMW X5, een gezamenlijke auto van [medeverdachte 10] en [medeverdachte 7].74 [medeverdachte 10] heeft verder verklaard dat zij zich heeft bemoeid met [betrokkene 90] in verband met haar PGB. [betrokkene 90] had [medeverdachte 10] verteld dat zij wilde stoppen met het PGB en dat zij daar hulp voor nodig had. [betrokkene 90] heeft toen de benodigde formulieren gegeven om haar PGB te stoppen.75

[betrokkene 90] heeft verklaard dat zij vanaf augustus 2010 een PGB heeft ontvangen.76 [medeverdachte 10] was daarvoor bij [betrokkene 90] gekomen en vertelde dat er een PGB op haar naam kon worden aangevraagd. Dat was volgens [betrokkene 90] op een formulier “van iemand die al overleden was waarop mijn naam kwam te staan of zo.” Dat zei [medeverdachte 10], die ook meteen aan [betrokkene 90] vertelde dat zij van [medeverdachte 7] € 1.500,-- mocht houden en dat de rest overgemaakt moest worden. Daar zou [medeverdachte 10] dan voor zorgen. [medeverdachte 10] vertelde aan [betrokkene 90] dat er nog drie andere mensen boven stonden: één werkte bij het CIZ en de andere had iets met ICT te maken, de derde was [medeverdachte 7]. [betrokkene 90] kreeg op enig moment facturen binnen en nadat ze die had gekregen belde ze [medeverdachte 10], want die had verteld dat [betrokkene 90] moest bellen als er papieren binnen kwamen. Zij vertelde dat de facturen hiermee te maken hadden en wilde toen de eerste factuur hebben. Het waren facturen van [bedrijfsnaam medeverdachte 5] gericht aan [betrokkene 90] voor verleende zorg in de maanden juli, augustus en september 2010. [betrokkene 90] kende dit bedrijf niet. Omdat zij het eigenlijk niet eerlijk vond dat zij op die manier geld van iemand aftroggelde heeft ze dat tegen [medeverdachte 10] gezegd en toen ruzie met haar gehad.77

Whatsapp-berichten

Op 16 augustus 2011 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning van [medeverdachte 7]. Bij deze doorzoeking zijn verschillende gegevensdragers in beslag genomen, waaronder de telefoon van [medeverdachte 7]. In deze telefoon zijn whatsapp-berichten aangetroffen. Het dossier bevat een overzicht van verschillende berichten die in de periode vanaf 23 januari 2011 tot 15 augustus 2011 zijn verstuurd en ontvangen door [medeverdachte 7].78 In dat overzicht is onder meer de volgende (hieronder zakelijk weergegeven) conversatie tussen [medeverdachte 4] en [medeverdachte 7] opgenomen:

“(09-03-2011:)

[medeverdachte 4] (…) laat me even weten wat je besproken hebt met [betrokkene 4] en wanneer factuur wordt overgemaakt.

[medeverdachte 7]: (…)D8 dat hij het had overgemaakt. Miscommunicatie (…)

[medeverdachte 4] (…) Hoe ging het dan de afgelopen maanden? Het was voor hem toch al geregeld qua rekening. Jij beheerde deze toch?

[medeverdachte 7] Ja maar die pas klopt niet (…)

[medeverdachte 4] Oke ik wacht de betaling dan even af maar dit verhaal begint te klinken als het verhaal van die nicht van [betrokkene 51].

[medeverdachte 7] Als dat zo is dan fok ik hem zeker maar letterlijk als fraudeur heel zijn leven lang

(28-03-2011:)

[medeverdachte 4] heb niets meer van je gehoord over [betrokkene 14] dus ga ervan uit dat dit ook weer flashtorie is. Ik meld hem vanaf maart af maar hij loopt per 1 april toch 2 maanden achter (feb+mrt) die hij uitbetaald heeft gekregen. [betrokkene 3] dient vanaf 1 april totaalbedrag contant te geven en krijgt dan ’n paar dagen later EUR 700 (zonder dat er nog een deel voor jou overblijft).

[medeverdachte 7] (…) als je hem wilt afmelden dan moeten we dat doen. Belangrijk voor mij in deze kwestie is nu dat [betrokkene 3] haar deel krijgt en van de overige percentage me moeder, schoonmoeder en die matti van mij verder is tori niet meer interessant voor mij (…)

[medeverdachte 4] (…) als er weer zoiets voorkomt, meld ik alles af want hou niet van dit soort afspraken. [betrokkene 3] krijgt elke maand een hogere percentage en nu er eigenlijk 1 uitvalt (…) blijft de percentage nu 25% (ook in de 2e helft van 2011). Want dit schiet niet op met die mensen. We zijn nog niet eens een jaar bezig! (…)

[medeverdachte 7] Ok (…) houd rekening met afmeldingen (dit moet goed gedaan worden met de juiste afmelding denk maar aan zwaarte indicatie. (…)

[medeverdachte 4] Bij wanbetaling en vertrokken naar bestemming onbekend kan/mag ik het wel zelf doen

[medeverdachte 7] heb je het over zorg Stoppen of het PGB zelf?

[medeverdachte 4] zorg stoppen

[medeverdachte 7] Ohw ik d8 pgb

[medeverdachte 4] zij gaan pgb dan zelf onderzoeken (…) en gelden terugvorderen

[medeverdachte 7] Ja precies (…)

(05-04-2011:)

[medeverdachte 4] Ik heb zorgkantoor doorgegeven dat we t/m feb zorg geleverd hebben aan [betrokkene 14] en dat hij vanaf maart spoorloos is. Daarnaast heeft hij periode feb niet betaald. Je moet dus zijn factuur van maart verwijderen, zoals ik ook uit het systeem heb gehaald. Indien hij, als hij uit Suriname komt feb/mrt/apr en mei ineens kan betalen dan zal ik de zorg laten hervatten en aangeven aan zorgkantoor. (…)

Wat doe je vanavond (…)? Want dan kan ik het geld van [betrokkene 3] komen ophalen. Want hoe eerder ik het stort, des te eerder kan ik haar die EUR 700 geven. (…)

(25-05-2011:)

[medeverdachte 4] We hebben vanaf begin aangegeven dat er 5 pgb-ers zouden zijn. We hebben vanaf begin afgesproken wat de verdeling zou zijn. (…)”

Overzichten verdeling

Op de computer van [medeverdachte 7] (die eveneens op 16 augustus 2011 in beslag is genomen) zijn verschillende documenten aangetroffen, waarin wordt gesproken over de verdeling van PGB-gelden, waaronder een document getiteld “nieuwe situatie.” In dat document wordt gesproken over een verdeling ‘75% [betrokkene 52] & [betrokkene 15] (…) 25% zorgkantoor.’ Verder staat in het document: “Grootste financiële risico is juist voor ons want als herleiding plaatsvindt dan zullen wij moeten terugbetalen, we zijn voorschot voor dossier kwijt en ons bedrijf zal aangemeld worden als fraude.”79 [medeverdachte 4] heeft verklaard dat hij dit document wel eens heeft gezien en dat [medeverdachte 7] het er in dit document over had dat hij patiënten had, en of [medeverdachte 4] voor hem wilde factureren80

Voorts zijn (onder meer) overzichten aangetroffen met betrekking tot de berekening van de te declareren bedragen en de verdeling daarvan over het 1e jaar en het 2e jaar, met een verdeling tussen “[betrokkene 52]” (37,5%), “[betrokkene 15]” (37,5%) en “het zorgkantoor” (25%).81

[medeverdachte 4] heeft verklaard dat hij dit document heeft opgesteld; het was volgens hem een voorstel aan [medeverdachte 7]. Naar aanleiding van de opmerking van de verbalisant dat volgens het overzicht toch wel heel weinig geld voor zorg overbleef voor zorg, heeft [medeverdachte 4] vervolgens verklaard dat dit klopt, maar dat hij de werkzaamheden eigenlijk niet wilde gaan doen en dus hoopte dat [medeverdachte 7] niet met het voorstel akkoord zou gaan.82

Verder is een overzicht aangetroffen met de totale ontvangen of te ontvangen bedragen over 2011 en de verdeling daarvan tussen “[betrokkene 3]” (die blijkens het overzicht € 700,-- per maand zou krijgen) “[betrokkene 52]”, “[betrokkene 15]” en “het zorgkantoor.83

Agenda

Tijdens de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 7] op 17 april 2012 is een agenda van [medeverdachte 10] aangetroffen. In de agenda staat onder ‘notities’ de volgende handgeschreven tekst:

“* Praat over de aanhouding en dergelijke

* Ze zijn in de auto geweest, ik wil geen risico lopen, ingeval ze iets hebben achtergelaten (afluister apparatuur). Daarnaast word ik ook gevolgd! (denk ik)

* Alle indicaties PGB moeten per 1 september 2011 worden stopgezet. (Dit ivm eventuele risico’s voor de PGB patienten even als het zorgbureau

* Dit moet vandaag nog gebeuren en ik heb de bevestigingsbrieven zsm nodig het liefst vandaag nog!!! (brief die uitgaat naar zorgkantoor)

* Het betreft: *[betrokkene 6]

*[betrokkene 2]

*[betrokkene 1]

*[betrokkene 3]

* Kan dit asap geregeld worden?”

[medeverdachte 10]heeft hierover verklaard dat zij op 17 augustus 2012 bij [betrokkene 54] en [medeverdachte 4] thuis was op de dag dat [medeverdachte 7] was aangehouden. [medeverdachte 4] zei toen dat [medeverdachte 7] direct alles moest oplossen. [medeverdachte 10] had haar agenda bij zich en [medeverdachte 4] vertelde toen wat [medeverdachte 10] aan [medeverdachte 7] moest doorgeven. Zij schreef vervolgens instructies op in haar agenda. De dag erna was [medeverdachte 7] weer vrij en toen besprak [medeverdachte 10] de notitie met hem. De oplossing van [medeverdachte 7] was toen om alles via [bedrijfsnaam medeverdachte 10] verder te laten gaan, aldus [medeverdachte 10].84

Bewijsuitsluiting?

De verdediging heeft aangevoerd dat [medeverdachte 10] op geen enkele wijze betrokken is geweest bij de aanvraag van PGB-zorg van haar nicht [betrokkene 90]. Vermoedelijk was [betrokkene 90] in de war toen zij belastend over verdachte verklaarde, dan wel heeft zij op die wijze de aandacht van haarzelf afgeleid. Haar verklaring moet door de rechtbank worden gepasseerd.

[betrokkene 90] heeft op 23 april 2012 een verklaring bij de FIOD afgelegd en zij is op 19 februari 2014 bij de rechter-commissaris gehoord. Bij dit laatste verhoor heeft de raadsman van [medeverdachte 10] vragen gesteld aan [betrokkene 90]. De inhoud van beide verklaringen komen met elkaar overeen waar het de rol van [medeverdachte 10] betreft. Dat [betrokkene 90] belastend over verdachte heeft verklaard om de aandacht van haarzelf af te leiden ziet de rechtbank niet, nu [betrokkene 90] ook over haar eigen rol heeft verklaard. De rechtbank zal de verklaringen van [betrokkene 90] bezigen voor het bewijs.

Conclusie

Ten aanzien van feit 1

In het licht van al hetgeen hierboven is overwogen stelt de rechtbank het volgende vast.

[medeverdachte 3] heeft in de periode vanaf 16 juni 2010 tot en met 29 juni 2011 in het systeem van het CIZ twaalf cliëntendossiers aangemaakt en daarin aanvragen opgenomen, teneinde indicatiebesluiten te verkrijgen waarmee op naam van deze cliënten een PGB kon worden aangevraagd. Daartoe heeft [medeverdachte 3] valselijk ziektebiografieën, ziektebeelden, en de daaruit voortvloeiende zorgbehoefte uit bestaande dossiers gekopieerd en deze in de onderhavige dossiers geplakt. Dit heeft ertoe geleid dat het CIZ indicatiebesluiten heeft afgegeven aan twaalf personen waarin wordt uitgegaan van niet daadwerkelijk bestaande gezondheidsklachten.

[medeverdachte 3] heeft dit gedaan in opdracht van en in samenwerking met [medeverdachte 7], die hem hiertoe de (NAW-)gegevens van de cliënten aanleverde. Steeds ging het om (schoon)familieleden van [medeverdachte 7] en in een enkel geval om een vriend ([betrokkene 4]). Bij deze personen trad [bedrijfsnaam medeverdachte 5] als contactpersoon op. In alle andere gevallen ging het om relaties van een vriend van [medeverdachte 7], [medeverdachte 8], die in die gevallen als contactpersoon en/of ‘cliëntondersteuner’ optrad.

Vervolgens werden met behulp van de afgegeven indicatiebesluiten bij zorgkantoren

C.Z. Zorgkantoor B.V. en DSW Zorgkantoor B.V. PGB’s aangevraagd. Dit heeft in negen gevallen geleid tot uitbetaling van PGB’s, veelal op rekeningen die op naam van de budgethouders stonden, maar die door [medeverdachte 7] en/of (mede door) [medeverdachte 8] werden beheerd. De zorgkantoren hebben berekend dat zij in dit verband in totaal € 522.227,49 ten onrechte hebben uitgekeerd. De PGB-gelden werden niet besteed aan het doel waarvoor zij waren uitgekeerd, maar onder andere personen (contant) verdeeld. De budgethouders kregen op hun beurt een vergoeding voor hun medewerking.

De op onterechte gronden verstrekte PGB-gelden werden verdeeld onder (in ieder geval) [medeverdachte 7], [medeverdachte 10], [medeverdachte 8], [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 12] en verantwoord met valse documenten, te weten zorgovereenkomsten, facturen en verantwoordingsformulieren op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 5], [bedrijfsnaam medeverdachte 10] en/of [bedrijfsnaam medeverdachte 10]. Met deze documenten werd de indruk gewekt dat er conform het (maximaal) geïndiceerde aantal uren zorg was, of zou worden verleend, terwijl dat in werkelijkheid niet het geval was. In de dossiers van drie budgethouders zijn bovendien

verantwoordingsformulieren en facturen aangetroffen van een zorgbureau dat in het geheel geen activiteiten ontplooide ([bedrijfsnaam 1]).

Tussen [medeverdachte 7] enerzijds, en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] ([bedrijfsnaam medeverdachte 5]) anderzijds, bestonden specifieke afspraken over hun samenwerking, met name over de onderlinge rolverdeling en de verdeling van de PGB-gelden. Deze afspraken zijn neergelegd in verschillende documenten en nadien nog onderwerp van (whatsapp-)gesprekken geweest. Ook met [medeverdachte 12] ([bedrijfsnaam medeverdachte 10]) en [medeverdachte 10] ([bedrijfsnaam medeverdachte 10]) bestonden dergelijke afspraken. Zo was [medeverdachte 7] verantwoordelijk voor de indicatieaanvragen en beheerde [medeverdachte 7] de bankrekeningen van de budgethouders en hielden de zorgbureaus ([bedrijfsnaam medeverdachte 5], [bedrijfsnaam medeverdachte 10] en [bedrijfsnaam medeverdachte 10]) zich bezig met de administratie (zorgovereenkomsten, facturen, verantwoordingsformulieren) en het betalen van de belasting.

In het licht van de voorgaande feiten en omstandigheden stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 10] opzettelijk deel heeft uitgemaakt van een gestructureerd samenwerkingsverband dat in ieder geval bestond uit haar, [medeverdachte 4], [medeverdachte 7], [medeverdachte 5] en [medeverdachte 12], en uit andere natuurlijke personen ([medeverdachte 3], [medeverdachte 8] en de zorgaanvragers c.q. budgethouders). Het oogmerk van deze organisatie was gericht op het plegen van verschillende misdrijven, te weten de oplichting van het CIZ en de betrokken zorgkantoren, valsheid in geschrift in relatie tot het CIZ en die zorgkantoren, het witwassen van de PGB-gelden die uit de oplichting en/of valsheid in geschrift waren verkregen en het opzettelijk nalaten tijdig aan CIZ de benodigde (juiste) gegevens te verstrekken, één en ander als bedoeld in artikel 227b Sr.

De raadsman van [medeverdachte 10] heeft aangevoerd dat zij part noch deel heeft gehad aan enig strafbaar feit en niet aan enige criminele organisatie heeft deelgenomen. Zij heeft daar nooit enig opzet op gehad, wist niets van de klanten van [medeverdachte 8] of van de handelingen van [medeverdachte 3] en evenmin dat er ten onrechte zorggelden werden afgegeven. [medeverdachte 10] heeft niets met het opmaken van (valse) facturen van doen gehad, aldus de raadsman.

Dit verweer wordt verworpen. Vast staat dat [medeverdachte 10] zich in het kader van haar bedrijf [bedrijfsnaam medeverdachte 10] vanaf 1 september 2011 heeft beziggehouden met (onder meer) het opmaken van facturen aan niet daadwerkelijk zorgbehoevende cliënten, waarvan [medeverdachte 10] ook wist dat deze niet klopten. Bovendien kan uit de verklaring van [betrokkene 90] worden opgemaakt dat [medeverdachte 10] zich ook vóór 1 september 2011 welbewust bezig heeft gehouden met PGB-fraude en dat zij op dat moment wist op welke wijze deze fraude in grote lijnen was georganiseerd (onder meer met behulp van “iemand bij het CIZ”).

Dat [medeverdachte 10] geen opzet op, of wetenschap van, deelname aan een criminele organisatie zou hebben gehad, stuit op het voorgaande af. Daarbij komt dat voor het aannemen van ‘deelname’ aan een criminele organisatie niet is vereist dat komt vast te staan dat een persoon moet hebben samengewerkt, althans bekend moet zijn geweest met alle personen die deel uitmaken van de organisatie.85

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank – op na te melden wijze – wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte 10] zich schuldig heeft gemaakt aan deelneming aan een criminele organisatie, zoals onder feit 1 ten laste gelegd.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen – zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad – dat verdachte:

primair

zij

in of omstreeks de periode van 1 april 2010 tot en met 17 april 2012

te ’s-Gravenhage en/of elders in Nederland

heeft deelgenomen aan een organisatie,

bestaande uit haar, verdachte, en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 1] en/of en/of

[medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 12] en/of een of meer andere (natuurlijke) perso(o)n(en)

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven,

namelijk

het plegen van oplichting als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht

en/of

het plegen van valsheid in geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 en lid 2 van het Wetboek van Strafrecht

en/of

het plegen van witwassen als bedoeld in artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht

en/of

het opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, als bedoeld in artikel 227b van het Wetboek van Strafrecht.

4 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5 De strafbaarheid van de verdachte

Psychische overmacht?

De verdediging heeft als verweer gevoerd dat [medeverdachte 10] de haar verweten handelingen heeft verricht als gevolg van een conflict van belangen: het dreigende aanzicht dat haar moeder geen zorg meer zou krijgen (particuliere hulp was te duur) heeft [medeverdachte 10] afgewogen tegenover het belang van een eerlijke verdeling van gemeenschapsgeld. Zij heeft dit laatste belang ondergeschikt gemaakt aan de hulpbehoevendheid van haar moeder en haar goede verstandhouding met [medeverdachte 7]. Daarom heeft zij 1 september 2011 [bedrijfsnaam medeverdachte 10] opgericht.

De rechtbank verstaat dit verweer aldus, dat van [medeverdachte 10] gelet op de omstandigheid dat haar moeder geen zorg meer zou krijgen omdat de zorg via [bedrijfsnaam medeverdachte 5]/[bedrijfsnaam medeverdachte 10] zou stoppen en particuliere zorg te duur was, het belang van de verzorging van haar moeder [medeverdachte 10] ertoe heeft gebracht mee te werken aan het verkrijgen van verdere zorg op oneigenlijke, in feite frauduleuze, gronden.

Voor een geslaagd beroep op psychische overmacht is vereist dat sprake is van zeer prangende omstandigheden, zijnde een toestand waarin de verdachte niet redelijkerwijs weerstand had kunnen en behoren te bieden aan de drang. Naar het oordeel van de rechtbank was geen sprake van een dergelijke situatie. Voor het verkrijgen zorg heeft de wetgever mogelijkheden in het leven geroepen via de Algemene wet bijzondere ziektekosten en de Wet maatschappelijke ondersteuning. In het kader van die regelgeving vindt een toetsing plaats indien een zorgbehoevende zorg aanvraagt. In dit geval heeft de moeder van [medeverdachte 10] verklaard dat in 2003 een aanvraag voor een persoonsgebonden budget gedaan, maar die aanvraag is destijds afgewezen, omdat naar de rechtbank aanneemt daarop toentertijd geen recht bestond. In 2010 heeft een nieuwe aanvraag plaatsgevonden die op frauduleuze wijze bij het CIZ is verwerkt. Het enkele feit dat deze frauduleuze wijze van declareren via [bedrijfsnaam medeverdachte 10] zou stoppen levert geen prangende omstandigheid op die zou kunnen leiden tot het oordeel dat [medeverdachte 10] geen weerstand heeft kunnen en behoren te bieden aan haar wens haar moeder verzorgd te zien. Het verweer wordt verworpen.

Verdachte is strafbaar, omdat er overigens ook geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht een werkstraf op te leggen. Daartoe heeft de raadsman gewezen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de omstandigheid dat aan verdachte hooguit een fraudebedrag van tussen de € 70.000 en € 125.000 kan worden toegerekend.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met haar partner en anderen deelgenomen aan een criminele organisatie. Deze criminele organisatie heeft onder meer zorgkantoren en CIZ opgelicht, en aanzienlijke bedragen witgewassen. Door zo te handelen hebben verdachte en haar mededaders op schaamteloze wijze misbruik gemaakt van het PGB systeem. Fraude met AWBZ gelden in het algemeen, maar zeker in deze omvang, tast het fundament aan van de in het kader van de AWBZ verleende zorg. Dit is verdachte te meer te verwijten, omdat zij zelf onderdeel is van dat systeem. De rechtbank acht dit soort feiten zeer laakbaar. De totale omvang van de fraude die deze criminele organisatie gepleegd is ruim € 500.000 gefraudeerd, zij het dat naar het oordeel van de rechtbank daarvan een bedrag van

€ 155.128,39 niet aan verdachte kan worden toegerekend. Dit bedrag ziet op de ‘cliënten’ van [medeverdachte 8] en niet kan worden vastgesteld dat verdachtes handelen daarbij enige relevante rol heeft gespeeld.

Justitiële Documentatie

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op de inhoud van een haar betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 21 oktober 2014, waaruit kan worden opgemaakt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

Tijdsverloop

Wat betreft het tijdsverloop in deze zaak overweegt de rechtbank dat er vanaf 23 april 2012 (het moment dat verdachte voor het eerst werd verhoord) en het moment dat er thans uitspraak in eerste aanleg wordt gedaan, twee jaren en acht maanden verstreken. Het verrichte onderzoek is dan ook zeer omvangrijk en complex geweest. Op 9 december 2013 heeft een regiebijeenkomst bij de rechter-commissaris plaatsgevonden waarbij namens verdachte en zijn medeverdachten verzocht is om zeer veel getuigen te horen. De rechter-commissaris heeft naar aanleiding van die verzoeken zeer veel getuigen gehoord. Gelet op het voorgaande levert het tijdsverloop in deze zaak geen onevenredige overschrijding van de redelijke termijn op. De rechtbank houdt bij de bepaling van de strafmaat dan ook geen rekening met het tijdsverloop in deze zaak.

Gevangenisstraf

De rechtbank heeft acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor strafoplegging in fraudezaken. Deze gaan bij fraudebedragen als in deze zaak uit van gevangenisstraffen. Gelet hierop en op al hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot deze zaak, acht de rechtbank het opleggen van een gevangenisstraf van negen maanden passend.

7 De vordering van de benadeelde partij

[betrokkene 39], als gemachtigde optredende voor CZ Zorgkantoor BV, heeft zich, voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De door CZ Zorgkantoor B.V. gestelde schade is betwist. Ter terechtzitting is bovendien gebleken dat haar vordering ook aan de civiele rechter is voorgelegd en dat in die procedure tijdens een comparitie van partijen is bepaald dat er een schriftelijke ronde van conclusiewisselingen plaatsvindt. Bij deze stand van zaken leidt een inhoudelijk beoordeling van de door de benadeelde partij ingediende vordering tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk zal verklaren.

8 Het toepasselijke wetsartikel

De op te leggen straf is gegrond op artikel 140 het Wetboek van Strafrecht. Dit voorschrift is toegepast, zoals zij gold ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het bij dagvaarding primair tenlastegelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

deelneming aan criminele organisatie;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) MAANDEN

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de haar opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat de benadeelde partij CZ Zorgkantoor BV niet-ontvankelijk is in haar vordering en dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H. Steenhuis, voorzitter,

mrs. S.L.M. Staals en E.A. Lensink, rechters

in tegenwoordigheid van mr. B. Schaafsma, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 december 2014.

Bijlage

tenlastelegging

(onderzoek [naam onderzoek])

zij

in of omstreeks de periode van 1 april 2010 tot en met 17 april 2012

te ’s-Gravenhage en/of elders in Nederland

heeft deelgenomen aan een organisatie,

bestaande uit haar, verdachte, en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 1] en/of en/of

[medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 12] en/of een of meer andere (natuurlijke) perso(o)n(en)

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven,

namelijk

het plegen van oplichting als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht

en/of

het plegen van valsheid in geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 en lid 2 van het Wetboek van Strafrecht

en/of

het plegen van witwassen als bedoeld in artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht

en/of

het opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, als bedoeld in artikel 227b van het Wetboek van Strafrecht;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 16 juni 2010 tot en met 4 juni 2012,

te 's-Gravenhage en/of Rijswijk en/of Tilburg en/of Driebergen-Rijsenburg

en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels,

--het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

heeft bewogen tot de afgifte van een of meer indicatiebesluit(en) in het

kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten op naam van/ten behoeve

van

[betrokkene 1] en/of [betrokkene 6] en/of [betrokkene 2] en/of [medeverdachte 7] en/of

[betrokkene 4] en/of [betrokkene 90]

en/of

[betrokkene 8] en/of [betrokkene 9] en/of [betrokkene 10] en/of [betrokkene 11]

en/of [betrokkene 12] en/of [betrokkene 13]

hebbende zij, verdachte, en/of haar mededader(s)

(telkens) met vorenomschreven oogmerk

- zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

in het bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) in gebruik zijnde

administratieve systeem en/of bedrijfsprocessensysteem,

het zogenaamde GINO-systeem,

-al dan niet met gebruikmaking van (een) inlogna(a)m(en) en/of (een)

wachtwoord(en) van (een) medewerk(st)er(s) van Centrum Indicatiestelling

Zorg (CIZ) en/of door het aannemen van de rol van screener en/of

indicatiesteller en/of door het zichzelf in dat GINO-systeem en/of in

nagenoemde dossier(s) (buiten diens bevoegdheid) te benoemen tot

indicatiesteller-

(een) (cliënt)dossier(s) aangemaakt ten name van H. [medeverdachte 7]- [medeverdachte 4] en/of

[betrokkene 6] en/of [betrokkene 2] en/of [medeverdachte 7] en/of [betrokkene 4]

en/of [betrokkene 90] en/of [betrokkene 8] en/of [betrokkene 9] en/of

[betrokkene 10] en/of [betrokkene 11] en/of [betrokkene 12] en/of [betrokkene 13]

en/of

ten aanzien van die vorengenoemde cliënten/perso(o)n(en) (onder meer)

-in strijd met de waarheid-

(een) ziektebeeld(en) en/of (een) ziektebiografie(ën) in dat systeem en/of

dat/die dossier(s) ingebracht en/of vermeld,

te weten

ten aanzien van [betrokkene 1] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Vergevorderde MS ADL afhankelijk, hulp nodig bij wassen, toiletgang,

kleden, medicatie toediening, diabetes, insuline"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 6] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 2] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Mw is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 40 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes"

en/of

ten aanzien van [medeverdachte 7] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 4] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Dhr is bekend met polio vanaf zijn tweede jaar. Tevens een scoliose in rug

DM en hoge RR vaatklachten"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 90] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Zeer progressieve MS verslechterd soms per week kan niets meer zonder hulp

geen zelfredzaamheid diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 8] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Een incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch hersenletsel op

4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon incompleet verwijderd

uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in 2007 nogmaals tumor

deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische bronchitis en

schildklierproblemen en Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 9] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Vergevorderde MS ADL afhankelijk, hulp nodig bij wassen, toiletgang,

kleden, medicatie toediening, diabetes, insuline"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 10] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"dhr is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 40 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 11] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Dhr is bekend met polio vanaf zijn tweede jaar. Tevens een scoliose in rug

DM type 1 en vaatklachten"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 12] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 12 jarige leeftijd. Daarnaast is in 2001 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 13] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Zeer progressieve MS verslechterd soms per week kan niets meer zonder hulp

geen zelfredzaamheid diabetes"

en/of

(telkens) in dat systeem en/of dat/die dossier(s) ten aanzien van

bovengenoemde perso(o)n(en) ingebracht en/of vermeld en/of opgenomen

als/bij "Gevraagde functies"

PV (Persoonlijke verzorging) en/of VP (Verpleging) en/of BG-INF (Begeleiding

individueel)

en/of

(een) (andere) bewerking(en) (toevoegingen en/of wijzigingen) in dat/die

dossier(s) van bovengenoemde perso(o)n(en) ten behoeve van de

indicatieprocedure en/of totstandkoming van het indicatiebesluit ingebracht

en/of vermeld en/of opgenomen,

waardoor (telkens) het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

werd bewogen tot de afgifte van bovenbedoeld(e) indicatiebesluit(en) en/of

goed(eren),

en/of

(vervolgens)

(na afgifte van het/de -ten onrechte afgegeven- indicatiebesluit(en))

--het Zorgkantoor Haaglanden en/of CZ Zorgkantoor B.V. en/of CZ Zorgkantoren

en/of Zorgkantoor DSW B.V. en/of Zorgkantoor Nieuwe Waterweg-Noord / Delft

Westland Oostland, in elk geval één of meer zorgkanto(o)r(en),

heeft bewogen tot de afgifte van (totaal) euro 522.227,47, in elk geval een

of meer (maandelijkse) geldbedrag(en), te weten een of meer geldbedrag(en)

te weten een of meer geldbedrag(en) in het kader van de Algemene Wet

Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en/of de Persoonsgebonden Budget (PGB) op

naam van/ten behoeve van

[betrokkene 1] en/of [betrokkene 6] en/of [betrokkene 2] en/of [medeverdachte 7] en/of

[betrokkene 4] en/of [betrokkene 90],

en/of

[betrokkene 10] en/of [betrokkene 11] en/of [betrokkene 12], in elk geval een of

meer geldbedrag(en), en/of

van (een) (gewijzigde) toekenningsbeschikking(en),

hebbende zij, verdachte, en/of haar mededader(s)

(telkens) met vorenomschreven oogmerk

- zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

met betrekking tot een of meer van vorengenoemde perso(o)n(en) en/of

budgethouder(s)

(telkens) een "Overeenkomst Zorglevering" en/of een "Overeenkomst PGB"

gesloten en/of opgemaakt en/of gezonden en/of doen toekomen aan genoemd(e)

zorgkanto(o)r(en)

en/of

aan genoemd(e) zorgkanto(o)r(en) op naam van een of meer van vorengenoemde

perso(o)n(en) en/of budgethouder(s) (een) zogenaamd(e)

"verantwoordingsformulier(en) PGB" en/of "declaratieformulier(en) PGB"

gezonden en/of doen toekomen waarop (onder meer) was vermeld en/of opgenomen

en/of aangekruist (met betrekking tot de periode waarop dat/die

formulier(en) van toepassing was/waren) het bedrag dat die perso(o)n(en)

en/of budgethouder(s) in totaal aan zijn/haar zorgverlener(s) betaald

heeft/hebben en/of de na(a)m(en) van de zorgverlener(s) en/of de soort

hulpverlening

en/of

(een) bankrekening(en) geopend en/of doen en/of laten openen op naam van

[betrokkene 1] en/of [betrokkene 6] en/of [betrokkene 2] en/of [medeverdachte 7] en/of

[betrokkene 4] en/of [betrokkene 90] en/of [betrokkene 10] en/of [betrokkene 11]

en/of [betrokkene 12],

waardoor (telkens) het Zorgkantoor Haaglanden en/of CZ Zorgkantoor B.V.

en/of CZ Zorgkantoren en/of Zorgkantoor DSW B.V. en/of Zorgkantoor Nieuwe

Waterweg-Noord / Delft Westland Oostland, in elk geval één of meer

zorgkanto(o)r(en),

werd(en) bewogen tot de afgifte van bovenbedoeld(e) geldbedrag(en) en/of

toekenningsbeschikking(en) en/of goed(eren);

meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of

een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij

-al dan niet handelend onder de handelsnaam (eenmanszaak)

[bedrijfsnaam medeverdachte 5]-

in of omstreeks de periode van 1 september 2011 tot en met 17 april 2012,

te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

A.

7, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 10]

gericht aan Mevr.[betrokkene 1] en/of Mevr. [betrokkene 1]

en/of Mevr. [betrokkene 1]

(met een totaal factuurbedrag van euro 23.310,75)

(bijlage(n) DOC/021-l6,DOC/021/l45 DOC/021-146, DOC/003-170, DOC/003-171,

DOC/003-174, DOC/003-175, DOC/003-l76);

en/of

B.

8, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 10]

gericht aan Mevr. [betrokkene 6]

(met een totaal factuurbedrag van euro 15.759,50)

(bijlage(n) DOC/003-153 t/m DOC/003-162)

en/of

C.

7, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 10]

gericht aan Mevr. [betrokkene 2]

(met een totaal factuurbedrag van euro 23.310,75)

(bijlagen) DOC/003-177, DOC/003-l87);

en/of

D.

7, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 10]

gericht aan Mevr. [medeverdachte 7]

(met een totaal factuurbedrag van euro 23.310,75)

(bijlage(n) DOC/003-145 t/m DOC/003-152)

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs

van enig feit te dienen,

(telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk

heeft/hebben doen en/of laten opmaken en/of doen en/of laten vervalsen door

(een) ander(en),

immers heeft/hebben verdachte en/of haar, verdachtes, mededader(s)

toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

-zakelijk weergegeven-

==in die factu(u)r(en) voorgedaan dat door de eenmanszaak [bedrijfsnaam medeverdachte 10] en/of

haar, verdachte, (een) dienst(en) (levering van zorg in het kader van

Persoonsgebonden Budget) was/waren verricht voor [betrokkene 1] en/of

[betrokkene 6] en/of [betrokkene 53] en/of [medeverdachte 7]

en/of

==in die onder A. en/of B. en/of C. en/of D. genoemde factu(u)r(en) uren

(geleverde zorg in het kader van Persoonsgebonden Budget) aan PV

(Persoonlijke verzorging) en/of VP (Verpleging) en/of BG (Begeleiding

individueel) ten behoeve van die H. Cliakawri-[medeverdachte 4] en/of [betrokkene 6] en/of

[betrokkene 2] en/of [medeverdachte 7]

vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, en/althans door die ander(en) doen

en/of laten vermelden en/of schrijven en/of opnemen,

terwijl in werkelijkheid -al dan niet door en/of namens [bedrijfsnaam medeverdachte 10]- in het

geheel geen (uren) zorg tin het kader van Persoonsgebonden Budget) aan

genoemde perso(o)n(en) was geleverd, althans minder uren zorg (in het kader

van Persoonsgebonden Budget) aan genoemde perso(o)n(en) was geleverd,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

en/of

(telkens) opzettelijk bovenbedoelde/genoemde vals(e) of vervalst(e)

factu(u)r(en) / geschrift(en) (digitaal) voorhanden heeft/hebben gehad

terwijl zij, verdachte, en/of haar, verdachtes, mededader(s) wist(en) en/of

redelijkerwijs moest(en) vermoeden

dat dit/deze factu(u)r(en) / geschrift(en)

bestemd was/waren voor gebruik als ware het echt en onvervalst;

en/of

zij

A.

7, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 10]

gericht aan Mevr.[betrokkene 1] en/of Mevr. [betrokkene 1]

en/of Mevr. [betrokkene 1]

(met een totaal factuurbedrag van euro 23.310,75)

(bijlage(n) DOC/021-16,DOC/021/145 DOC/021-146, DOC/003-170,

DOC/003-171, DOC/003-174, DOC/003-175, DOC/003-176);

en/of

B.

8, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 10]

gericht aan Mevr. [betrokkene 6]

(met een totaal factuurbedrag van euro 15.759,50)

(bijlage(n) DOC/003-153 t/m DOC/003-162);

en/of

C.

7, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 10]

gericht aan Mevr. [betrokkene 2]

(met een totaal factuurbedrag van euro 23.310,75)

(bijlage(n) DOC/003-177 t/m DOC/003-187);

en/of

D.

7, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 10]

gericht aan Mevr. [medeverdachte 7]

(met een totaal factuurbedrag van euro 23.310,75)

(bijlage(n) DOC/003-145 t/m DOC/003-152);

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs

van enig feit te dienen,

(telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk

heeft/hebben doen en/of laten opmaken en/of doen en/of laten vervalsen door

(een) ander(en),

immers heeft/hebben verdachte en/of haar, verdachtes, mededader(s)

toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

-zakelijk weergegeven-

==in die factu(u)r(en) voorgedaan dat door de eenmanszaak [bedrijfsnaam medeverdachte 10] en/of

[medeverdachte 10] (een) dienst(en) (levering van zorg in het kader van

Persoonsgebonden Budget) was/waren verricht voor

[betrokkene 1] en/of [betrokkene 6] en/of [betrokkene 2] en/of [medeverdachte 7]

en/of

==in die onder A. en/of B. en/of C. en/of D. genoemde factu(u)r(en) uren

(geleverde zorg in het kader van Persoonsgebonden Budget) aan PV

(Persoonlijke verzorging) en/of VP (Verpleging) en/of BG (Begeleiding

individueel) ten behoeve van die [betrokkene 1] en/of [betrokkene 6]

en/of [betrokkene 2] en/of [medeverdachte 7]

vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, en/althans door die ander(en) doen

en/of laten vermelden en/of schrijven en/of opnemen,

terwijl in werkelijkheid -al dan niet door en/of namens [bedrijfsnaam medeverdachte 10]- in het

geheel geen (uren) zorg (in het kader van Persoonsgebonden Budget) aan

genoemde perso(o)n(en) was geleverd, althans minder uren zorg (in het kader

van Persoonsgebonden Budget) aan genoemde perso(o)n(en) was geleverd,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

en/of

(telkens) opzettelijk bovenbedoelde/genoemde vals(e) of vervalst(e)

factu(u)r(en) / geschrift(en) (digitaal) voorhanden heeft/hebben gehad

terwijl zij, verdachte, en/of haar, verdachtes, mededader(s) wist(en) en/of

redelijkerwijs moest(en) vermoeden

dat dit/deze factu(u)r(en) / geschrift(en)

bestemd was/waren voor gebruik als ware het echt en onvervalst;

en/of

zij

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 7 januari 2011 tot en met 13 januari 2012

te 's-Gravenhage en/of Tilburg en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

een of meer verantwoordingsformulier(en) PGB,

waaronder

1.

een verantwoordingsformulier PGB

betreffende de budgethouder [betrokkene 1]

over de verantwoordingsperiode 01-07-2011 t/m 31-12-2011

(bijlage DOC/014-19/20, DOC/021-21);

en/of

2.

een verantwoordingsformulier PGB

betreffende de budgethouder [betrokkene 6]

over de verantwoordingsperiode 01-07-2011 t/m 31-12-2011

(bijlage DOC/014-55/56, DOC/021-65);

en/of

3.

een verantwoordingsformulier PGB

betreffende de budgethouder[betrokkene 2]

over de verantwoordingsperiode 01-07-2011 t/m 31-12-2011

(bijlage DOC/014-95-96, DOC/021-51):

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs

van enig feit te dienen,

(telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk

heeft/hebben doen en/of laten opmaken en/of doen en/of laten vervalsen door

(een) ander(en),

immers heeft/hebben verdachte en/of haar, verdachtes, mededader(s)

toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

-zakelijk weergegeven-

in/op die/dat verantwoordingsformulier(en)

vermeld en/of geschreven en/of opgenomen en/of aangekruist, en/althans door

die ander(en) doen en/of laten vermelden en/of schrijven en/of opnemen en/of

aankruisen,

dat door de zorgverlener(s) [bedrijfsnaam medeverdachte 10] en/of [bedrijfsnaam medeverdachte 10] en/of [bedrijfsnaam medeverdachte 5] zorg

en/of hulp was verleend aan de in die formulier(en) genoemde budgethouder(s)

in het kader van Persoonsgebonden Budget

en/of

dat die zorg en/of soort hulpverlening had bestaan uit PV (Persoonlijke

verzorging) en/of VP (Verpleging) en/of BG (Begeleiding individueel),

terwijl in werkelijkheid in het geheel geen (uren) zorg (in het kader van

Persoonsgebonden Budget) aan genoemde perso(o)n(en) was geleverd, althans

minder uren zorg (in het kader van Persoonsgebonden Budget) aan genoemde

perso(o)n(en) was geleverd, en/of die (soort) hulp(verlening) niet was

verleend op de wijze aangegeven in dat verantwoordingsformulier,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

en/of

(telkens) opzettelijk bovenbedoelde/genoemde vals(e) of vervalst(e)

formulier(en) / geschrift(en)

heeft/hebben afgeleverd en/of doen en/of laten afleveren op/aan/bij het/de CZ

Zorgkanto(o)r(en)

en/of

(digitaal) voorhanden heeft/hebben gehad

terwijl zij, verdachte, en/of haar, verdachtes, mededader(s) wist(en) en/of

redelijkerwijs moest(en) vermoeden

dat dit/deze factu(u)r(en) / geschrift(en)

bestemd was/waren voor gebruik als ware het echt en onvervalst;

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer 6640 (onderzoek [naam onderzoek]), van de Inspectie SZW, met bijlagen (doorgenummerd p. 1 tot en met p. 5596).

2 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 3], V/03-02, p. 1066 en 1067.

3 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 3], V/03-03, p. 1072.

4 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 3], V/03-02, p. 1065

5 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 3], V/03-03, p. 1074, proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 7] V/01-01, p. 907

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 8], DOC/003-316 t/m -319, p. 2844 en 2845

7 1-19 OPV, p. 859 en proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 5], V06-01, p. 1112.

8 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 4], V02-01, p. 950

9 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 5], V06-01, p. 1112 en proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 5] V06-03, p. 1118

10 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 12], V07-01, p. 1162 en proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 5] V06-03, p. 1119

11 DOC/20-10, p. 5350 en proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 12] V/07-01, p. 1171

12 DOC/020-03, p. 5343

13 DOC012-23 t/m -30; DOC/012-31 t/m -37; DOC/012-45 t/m -53; DOC/012-54 t/m -61; DOC/012-62 t/m -70; DOC/012-115 t/m -122; proces-verbaal loggegevens, AMB/057, p. 2212-2214

14 BOB/017-01; dit telefoonnummer wordt vermeld op de facturen van [bedrijfsnaam medeverdachte 5], zie bijvoorbeeld DOC/009-01

15 De ziektebeelden/-biografieën, zoals deze in GINO in de dossiers van de voormelde personen stonden vermeld, komen steeds exact overeen met de in de tenlastelegging (onder de naam van die personen) geciteerde tekst; daar wordt bij deze naar verwezen.

16 DOC/012-14 t/m -22; DOC/012-71 t/m -78; DOC/012-79 t/m -88; DOC/012-89 t/m -96; DOC/012-97 t/m -105; DOC/012-106 t/m -114

17 DOC/012-233 t/m -236; DOC/012-237 en -238; DOC/012-239 en -240; DOC/012-241 t/m -243; DOC/012-244 t/m -247; DOC/012-248 t/m -251; DOC/012-252-255; DOC/012-229 t/m -232; DOC/012-256 en -257; DOC/012-259 t/m 261; DOC/012-262 t/m -264; DOC/012-265-267; DOC/012-268-270.

18 AMB/040, p. 2152; AMB/054, p.2206-2207; AMB/029, p. 2110; AMB/041, p. 2156-2157; AMB/042, p. 2159; AMB/052, p. 2199; AMB/033, p. 2128; AMB/030, p. 2114; AMB/046, p. 2172 (verwezen wordt bovendien naar de op de bewuste pagina’s genoemde documenten)

19 DOC/009-01 t/m -15 ([betrokkene 1]); DOC/008-01 t/m -15 ([betrokkene 2]); DOC/007-12 t/m -17 ([medeverdachte 7]), DOC/003-251 t/m 262 ([betrokkene 4]); DOC/003-67 t/m -69 ([betrokkene 90])

20 DOC/009-16 en -17 ([betrokkene 1]); DOC/005-03 t/m -06 ([betrokkene 6]); DOC/008-16 en -17 ([betrokkene 2]); DOC/007-18 en -19 ([medeverdachte 7])

21 DOC/003-170 t/m -176 en DOC/021-145 en -146, DOC/021-16 ([betrokkene 1]); DOC/003-153 t/m -163 ([betrokkene 6]); DOC/003-177 t/m 186 ([betrokkene 2]) DOC/003-145 t/m – 152 ([medeverdachte 7])

22 DOC/021-92 t/m -96; DOC/006-15

23 DOC/014-217 t/m -222

24 DOC/014-36 t/m -39; DOC/014-249 t/m -252

25 DOC/014-19; DOC/021-65; DOC/014-55 e.v.; DOC/021-51; DOC/014-298 en -299; DOC/003-258 en 259; DOC/014-184 t/m -186; AMB/030 en DOC/014-207 t/m -213; DOC/014-245 t/m -248

26 proces-verbaal van verhoor getuige ([betrokkene 1]-Chakawri) bij de rechter-commissaris d.d. 3 april 2014, onder 9.; V/10-01, p. 1253 ([betrokkene 6]); proces-verbaal van verhoor getuige ([betrokkene 2]) bij de rechter-commissaris d.d. 5 februari 2014, onder 4; V/12-02, p. 1315 ([medeverdachte 7]), proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 12], V/07-02, p. 1183; proces-verbaal verhoor getuige [betrokkene 4] bij de rechter-commissaris d.d. 13 oktober 2014, onder 12.; V/14-01, p. 1333-1334 ([betrokkene 90]); V/08-01, p. 1211 en 1212 ([betrokkene 8]); V/22-01, p. 1470 ([betrokkene 9]); V/023-01, p. 1491 en 1499 ([betrokkene 10]); V/24-01, p. 1516 ([betrokkene 11]); V/25-01, p. 1552 ([betrokkene 12]); V/26-01, p. 1578 ([betrokkene 13])

27 Zie verklaringen, genoemd in voetnoot 25 en bijv. de verklaring van L.M. Khoeblal: zij is de eigenaar/ c.q. tenaamgestelde van [bedrijfsnaam 1] en heeft verklaard dat zij nooit klanten heeft gehad, G/04-01, p. 2446

28 Resumé 1-01/OPV, p. 132

29 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 3], V/03-02, p. 1065-1066-1067

30 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 3], V/03-03, p. 1075

31 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 3], V/03-03, p. 1076

32 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 3], V/03-03, p. 1086

33 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 3], V/03-03, p. 1075

34 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 3], V/03-03. p. 1076

35 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 3], V/03-03, p. 1085

36 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 3], V/01-01, p. 909

37 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 3], V/01-02, p. 912

38 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 3], V/01-02, p. 913

39 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 3], V/01-02, p. 914

40 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 3], V/01-02, p. 915

41 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 3], V/01-02, p. 916

42 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 3], V/01-02, p. 917

43 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 3], V/01-02, p. 915

44 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 3], V/01-03, p. 927

45 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 13], V/26-01, p. 1582

46 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 11], V/24-01, p. 1523

47 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 11], V/24-01, p. 1524

48 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 11], V/24-01, p. 1525

49 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 5], V/06-05, p. 1147

50 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 5], V/06-05, p. 1148

51 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 5], V/06-05, p. 1149

52 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 5], V/06-05, p. 1153-1154

53 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 1], V/02-07, p. 1010

54 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 1], V/02-07, p. 1011

55 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 1], V/02-07, p. 1016

56 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 1], V/02-01, p. 951

57 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 1], V/02-01, p. 952

58 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 12], V/07-01, p. 1171

59 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 12], V/07-01, p. 1171

60 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 12], V/07-02, p. 1181

61 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 12], V/07-02, p. 1182 en 1183

62 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 12], V/07-02, p. 1183

63 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 12], V/07-02, p. 1183

64 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 12], V/07-01, p. 1173

65 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 12], V/07-02, p. 1180

66 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 10], V/15-01, p. 1364

67 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 10], V/15-01, p. 1363

68 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 10], V/15-01, p. 1362

69 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 10], V/15-01, p. 1366

70 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 10], V/15-01, p. 1367

71 DOC/021-64

72 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 10], V/15-01, 1370

73 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 10], V/15-01, p. 1371

74 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 10], V/15-02, p. 1388

75 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 10], V/15-02, p. 1375

76 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 90], V/14-01, p. 1333

77 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 90], V/14-01, p. 1334

78 DOC/003-20 t/m -36

79 DOC/003-265/266, p. 2789-2790

80 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 1], V/02-4, p. 967

81 DOC/003-267, p. 2792

82 Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 1], V/02-4, p. 968

83 D-033, p. 1943; dit document is ter terechtzitting met verdachte besproken

84 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 10], V/15-02, p. 1380 t/m 1382

85 HR 22 januari 2008, NJ 2008, 72