Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:16560

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
19-11-2014
Datum publicatie
28-01-2015
Zaaknummer
C-09-464205 - HA ZA 14-477
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verkoop aandelen in drie werkmaatschappijen. Winst lager dan geprognotiseerd. Geen onjuiste informatie verstrekt door verkoper. Onderzoeksplicht verzaakt door koper. Geen bestuurdersaansprakelijkheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2015-0048
AR 2015/146
AR 2015/147
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/464205 / HA ZA 14-477

Vonnis van 19 november 2014

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] MANAGEMENT CONSULTANTS B.V.,

gevestigd te Naarden,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CONIUNCTUS VIRIBUS B.V.,

gevestigd te Maastricht,

3. [A],

wonende te [woonplaats],

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. J.L.E. Marchal te Maastricht,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ELECTRO-BOUW DELFT B.V.,

gevestigd te Delft,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

2. [B],

wonende te [woonplaats],

gedaagde (in conventie),

advocaat mr. drs. G. van der Wende te Capelle aan den IJssel.

Eisers in conventie zullen hierna gezamenlijk [A] c.s. genoemd worden en afzonderlijk [A] Management, Coniunctus Viribus en [A]. Gedaagden zullen hierna Electro-Bouw Delft en [B] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 28 maart 2014, met producties 1 tot en met 26;

  • -

    de conclusie van antwoord tevens houdende conclusie van eis in reconventie, met producties 1 tot en met 9;

  • -

    het tussenvonnis van 18 juni 2014, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie, met producties 27 tot en met 30;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 30 september 2014.

1.2.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[B] is (indirect) enig aandeelhouder en bestuurder van Electro-Bouw Delft.

2.2.

[A] is enig aandeelhouder en bestuurder van [A] Management.

2.3.

Electro-Bouw Delft was tot 8 juli 2011 enig aandeelhouder van een drietal vennootschappen, te weten B.V. Elektrotechnisch Aannemingsbedrijf [X], Aannemingsbedrijf [Y] B.V. en Gas- en Watertechnisch Installatiebedrijf [Z] B.V. (hierna afzonderlijk [X], [Y] en [Z] genoemd en gezamenlijk de drie vennootschappen).

2.4.

Op 8 juli 2011 heeft Electro-Bouw Delft haar aandelen in de drie vennootschappen verkocht en geleverd aan Kenniscentrum Bouw & Techniek B.V. (hierna: KBT) voor EUR 7.000.000,= (zie alinea 2.9 hierna). Voor een deel van de koopprijs groot EUR 1.500.000,= heeft Electro-Bouw Delft een achtergestelde lening aan KBT verstrekt. Ook heeft Electro-Bouw Delft een lening van EUR 500.000,= aan KBT verstrekt ten behoeve van werkkapitaal.

2.5.

Per 8 juli 2011 worden de aandelen in KBT gehouden door [A] Management (51%) en Coniunctus Viribus (49%). [A] Management heeft voor haar aandelen in KBT EUR 9.180,= betaald en Coniunctus Viribus EUR 8.820,=. [A] is (indirect) bestuurder van KBT.

2.6.

Ter financiering van de koopprijs van de aandelen in de drie vennootschappen heeft Coniunctus Viribus een achtergestelde lening van EUR 130.000,= verstrekt aan KBT. Ook [A] Management heeft daarvoor een achtergestelde lening van EUR 130.000,= verstrekt aan KBT.

2.7.

[A] heeft aan ING Bank N.V. een persoonlijke borgtocht verstrekt tot een bedrag van EUR 250.000,= voor de voldoening van al hetgeen KBT en de drie vennootschappen op enig moment aan de bank verschuldigd zijn.

2.8.

[B] is (indirect) enig aandeelhouder en bestuurder van E.B. Onroerend Goed B.V., welke vennootschap een bedrijfsterrein heeft verhuurd aan de drie vennootschappen.

2.9.

De aandelenkoopovereenkomst (hierna: ako) is gesloten tussen KBT als koper, Electro-Bouw Delft als verkoper, de drie vennootschappen, E.B. Onroerend Goed B.V., [B] en [A]. De ako luidt, voor zover hier van belang:

[…] Partijen nemen het volgende in aanmerking: […]

E. Koper heeft een due dilligence onderzoek laten uitvoeren.

F. De bereidheid van koper om deze aandelenkoopovereenkomst aan te gaan is mede ingegeven door de jaarrekeningen 2008-2010 en de prognose 2011.

[…] verklaren te zijn overeengekomen als volgt: […]

Art. 5 - Garanties verkoper en aansprakelijkheid koper.

5.1

Verkoper garandeert aan koper en staat er jegens koper voor in dat de garanties en de verklaringen, opgenomen in deze overeenkomst en meer specifiek ook de garanties opgenomen in bijlage 3 (hierna te zamen te noemen: de garanties) op de leveringsdatum juist zijn. De garanties worden gegeven zowel ten bate van de koper als ten bate van [de drie vennootschappen].

5.2

Verkoper is ermee bekend dat koper kenbaar heeft gemaakt dat de juistheid van de garanties in ieder opzicht essentieel is voor de bereidheid van de koper om deze overeenkomst aan te gaan onder de voorwaarden zoals hierin vermeld. […]

5.6

Aan verkoper zijn geen feiten of omstandigheden bekend die niet aan koper ter kennis zijn gebracht dan wel aan koper bekend zijn geworden dan wel redelijkerwijs bekend hadden kunnen worden tijdens haar onderzoek bij [de drie vennootschappen] en waarvan verkoper redelijkerwijs diende te beseffen dat kennisneming daarvan door koper een wezenlijk negatief effect zou hebben op het aangaan van deze overeenkomst. […]

2.10.

Bijlage 3 van de ako luidt, voor zover hier van belang:

[…] Artikel 1 - Algemeen.

1.1

Alle materiële gegevens betreffende de positie (in financieel of ander opzicht), de onderneming en de gang van zaken van [de drie vennootschappen], welke van belang zijn voor een koper van vennootschappen, zijn door verkoper aan koper verstrekt.

1.2

De in de koopovereenkomst en in deze en andere bijlagen en in eventuele annexen opgenomen verklaringen en feiten en informatie in materiële zin, alsmede alle overige door verkoper aan koper verstrekte informatie zijn in alle opzichten juist. […]

Artikel 6 - Ontwikkelingen van 31/12/2010

6.1

Vanaf 31/12/2010 hebben [de drie vennootschappen] hun bedrijf en zaken op een normale en gebruikelijke wijze gevoerd en hebben zich geen feiten en omstandigheden voorgedaan, die de vermogenspositie en de winstpositie van [de drie vennootschappen] nadelig hebben beïnvloed dan wel kunnen beïnvloeden. […]

Artikel 18 - Informatie.

18.1

Alle informatie welke verkoper en [de drie vennootschappen] aan koper (en zijn adviseurs) hebben verschaft is juist en volledig.

18.2

Verkoper kan geen garantie geven voor een bepaald resultaat in de toekomst, doch is er zich ten volle van bewust dat het in de toekomst te verwachten resultaat van [de drie vennootschappen] voor koper van doorslaggevend belang is geweest voor zijn besluit in [de drie vennootschappen] te investeren en de grondslag van de door koper voor de overname te betalen prijs. De beslissing is mede ingegeven door de jaarstukken 2008-2010 en de prognose 2011. Verkoper heeft koper in dit opzicht een juiste voorstelling van zaken gegeven en geen feiten verzwegen, waarvan zij wist of moest weten dat deze voor koper van belang zouden zijn. […]

2.11.

Op 23 mei 2013 zijn KBT en de drie vennootschappen in staat van faillissement verklaard.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[A] c.s. vordert – samengevat – hoofdelijke veroordeling van Electro-Bouw Delft en [B] tot betaling van

  1. EUR 130.000,= aan [A] Management;

  2. EUR 9.180,= aan [A] Management;

  3. EUR 130.000,= aan Coniunctus Viribus;

  4. EUR 8.820,= aan Coniunctus Viribus;

  5. EUR 250.000.= aan [A], op straffe van een dwangsom;

een en ander met rente en kosten.

3.2.

[A] c.s. vordert van Electro-Bouw Delft en [B] betaling van, kort gezegd, al hetgeen door [A] c.s. in KBT is geïnvesteerd: de koopprijs voor de aandelen in KBT, de achtergestelde leningen en de persoonlijke borgtocht. Aan deze vorderingen zijn de volgende feiten ten grondslag gelegd.

3.2.1.

De winst vóór belasting in 2011 voor de drie vennootschappen is uitgekomen op EUR 726.258,=. Dat is 47% lager dan bij het aangaan van de ako geprognotiseerd (EUR 1.363.000,=). Bij [Y] is de winst vóór belasting in 2011 uitgekomen op EUR 156.000,=, terwijl de prognose EUR 770.000,= was (productie 4 bij dagvaarding). Dat was voor KBT aanleiding een onderzoek in te stellen. Het onderzoek heeft zich toegespitst op het zogenoemde A-status overzicht van [Y] (productie 6 bij dagvaarding) dat op 4 mei 2011 door de adviseurs van KBT is ontvangen. Dit A-status overzicht is een overzicht van alle onderhanden werken/projecten zoals opgenomen in de administratie van [Y], met vermelding van orderbedrag, wat gefactureerd is, kostprijs, resultaat en status (aanbieding/opdracht/gereed).

Uitkomst van het onderzoek van KBT is dat in een viertal projecten (hierna onder (i) tot en met (iv) genoemd) bij het uitbrengen van de offertes voor die projecten een voorcalculatorisch verlies bekend was, maar dat dit verlies niet is opgenomen in het A-status overzicht. Het gaat, aldus [A] c.s., om de volgende projecten:

  • -

    i) A2100261: offerte 29 september 2010, opdracht gegeven 27 januari 2011, waarbij sprake is van een voorcalculatorisch verlies van EUR 51.165,=, terwijl slechts een voorcalculatorisch verlies is vermeld van EUR 26.000,= op het A-status overzicht;

  • -

    ii) A2100350: offerte 16 februari 2011, opdracht gegeven 2 mei 2011, waarbij een voorcalculatorisch verlies van EUR 80.001,= niet is vermeld;

  • -

    iii) A2110136: offerte 24 april 2011, opdracht gegeven 10 mei 2011, waarbij een voorcalculatorisch verlies van EUR 81.155,= niet is vermeld;

  • -

    iv) A210110: offerte 8 juli 2011, opdracht gegeven 23 september 2011, waarbij een voorcalculatorisch verlies van EUR 198.800,= niet is gemeld op de dag van de aandelenoverdracht.

Aan het einde van het A-status overzicht is bovendien vermeld “Geen reden aan te nemen dat het resultaat op onderhanden werk significant zal verschillen met het resultaat op werk 2010, tenzij specifiek vermeld”.

3.2.2.

Dit betekent volgens [A] c.s. dat Electro-Bouw Delft als verkoper onjuiste informatie heeft verstrekt aan KBT als koper betreffende de voorcalculatorische verliezen. Daarmee is Electro-Bouw Delft tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen onder de ako jegens KBT, in het bijzonder de artikelen 5.2 en 5.6 van de ako en de artikelen 1.1, 1.2, 6.1, 18.1 en 18.2 van Bijlage 3 van de ako over garanties. Als gevolg daarvan heeft KBT schade geleden, waarvoor Electro-Bouw Delft aansprakelijk is. De schade die [A] c.s. dientengevolge heeft geleden dient Electro-Bouw Delft te vergoeden, aldus [A] c.s.

3.2.3.

[B] als bestuurder van Electro-Bouw Delft wist of behoorde te weten dat Electro-Bouw Delft haar verplichtingen jegens KBT niet nakwam. Hij wist of behoorde te weten dat de voor de ako aan KBT verstrekte informatie onjuist was. Hij heeft daardoor onrechtmatig gehandeld jegens KBT. Als gevolg daarvan heeft KBT schade geleden, waarvoor [B] als bestuurder persoonlijk aansprakelijk is. De schade die [A] c.s. dientengevolge heeft geleden dient [B] te vergoeden, aldus [A] c.s.

3.3.

Electro-Bouw Delft en [B] hebben daartegen het volgende aangevoerd.

3.3.1.

Electro-Bouw Delft heeft geen enkele garantie gegeven voor een bepaald resultaat in de toekomst. Partijen hebben daarover voorafgaand aan de ako onderhandeld. Dat is daarom expliciet vermeld in artikel 18.2 van de garanties (bijlage 3 bij de ako). De beslissing van KBT om de aandelen in de drie vennootschappen te kopen is niet alleen ingegeven door de jaarstukken over 2008, 2009 en 2010, maar ook door de prognose over 2011. Het is evident dat aan een prognose meer risico verbonden is dan aan een gegarandeerd resultaat, aldus Electro-Bouw Delft en [B].

3.3.2.

Volgens Electro-Bouw Delft en [B] zaten er geen voorcalculatorische verliezen in de werken, met uitzondering van A2100261, waarbij een voorcalculatorisch verlies van EUR 26.000,= was opgenomen. Daarmee is niet gegarandeerd dat dit het maximale voorcalculatorisch verlies zou zijn. [A] c.s. noch KBT hebben onderzoek verricht naar de cijfers die aan de opdrachten ten grondslag liggen. KBT heeft bovendien maar beperkt due dilligence onderzoek gedaan. Dat nu een hoger voorcalculatorisch verlies wordt genoemd, kan niet voor rekening van Electro-Bouw Delft en [B] komen. KBT is in dat kader tekort geschoten in haar onderzoeksplicht.

3.3.3.

Project A210110 staat niet op de A-status overzicht. Dit project is in samenspraak met [A] geoffreerd. Tot in augustus 2011 zijn gesprekken gevoerd met de opdrachtgever, waarna een definitieve offerte is afgegeven. [A] was toen al bestuurder van KBT. Volgens Electro-Bouw Delft en [B] is uiteindelijk winst op dit project gemaakt.

3.3.4.

De door [A] c.s. genoemde voorcalculatorische verliezen belopen totaal EUR 465.321,= op een geprognotiseerde omzet van EUR 9.200.000,=. Dat is 5% afwijking. Dit is niet de oorzaak van de faillissementen. Uit het faillissementsverslag blijkt dat [Y] nog winst heeft gemaakt, maar het grootste verlies van EUR 829.000,= is geleden door [X] in 2012. Dat is het gevolg van het wegvallen van grote opdrachten. Electro-Bouw Delft en [B] is dit niet aan te rekenen, aldus Electro-Bouw Delft en [B].

in reconventie

3.4.

Electro-Bouw Delft vordert – samengevat – hoofdelijke veroordeling van [A] en [A] Management tot betaling van EUR 1.812.566,40, vermeerderd met rente en kosten.

3.5.

[A] c.s. voert gemotiveerd verweer.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

4.1.

Voor de rechtbank is bij de beoordeling onder meer het volgende van belang. De ako is na grondig onderzoek tot stand gekomen: op 21 april 2011 is een “intentie-overeenkomst aandelenoverdracht” gesloten, er is in het voorjaar van 2011 een due diligence onderzoek verricht en er is een financieringsmemorandum (met prognose) opgesteld op basis waarvan twee offertes zijn ontvangen van banken voor de financiering van de koopprijs (ter hoogte van ruim EUR 4 miljoen). Zowel aan de zijde van koper als verkoper gaat het om professionele partijen die in deze transactie zijn bijgestaan door de nodige adviseurs. Ernst & Young is de accountant van de drie vennootschappen die de jaarrekeningen over 2008, 2009 en 2010 heeft goedgekeurd (controle-opdracht).

4.2.

De ako is door KBT aangegaan op basis van de jaarrekeningen 2008, 2009 en 2010 en de prognose over 2011. Die prognose is opgesteld door [B] en [controller], de controller van de drie vennootschappen, zo heeft [B] tijdens de comparitie verklaard, hetgeen wordt bevestigd in de verklaring van [controller] (productie 13 bij dagvaarding). [controller] was toen al meer dan veertig jaar bij de drie vennootschappen werkzaam en hij is daar ook na de transactie op 8 juli 2011 blijven werken. Tijdens de comparitie is gebleken dat het A-status overzicht van [Y] een uitdraai is van de administratie van de drie vennootschappen en als zodanig is “gemaakt” door [controller].

4.3.

Om te kunnen beoordelen of [A] c.s. schade hebben geleden als gevolg van een toerekenbare tekortkoming van Electro-Bouw Delft jegens KBT onder de ako en, in het verlengde daarvan, onrechtmatig handelen van [B], zal de rechtbank eerst nagaan of Electro-Bouw Delft tekort geschoten is in de nakoming van haar verplichtingen jegens KBT onder de ako door voorcalculatorische verliezen in een viertal projecten op het A-status overzicht van [Y] niet te melden (door [A] c.s. benoemd als het verstrekken van onjuiste informatie).

4.4.

De rechtbank begrijpt dat met een voorcalculatorisch verlies wordt bedoeld dat er geen dekking is voor de vaste lasten, ook wel algemene kosten (AK) genoemd.

4.5.

Uit de opmerking “stand werkbonnen eind april” onderaan het A-status overzicht van [Y] en het feit dat het overzicht op 4 mei 2011 per mail aan de adviseurs van [A] c.s. is toegezonden, maakt de rechtbank op dat het overzicht de stand weergeeft van het onderhanden werk bij [Y] per eind april 2011. Dat verklaart in elk geval waarom project A210110, met offertedatum 8 juli 2011, niet in het overzicht is vermeld.

4.6.

Voor project A210110 geldt dat de eerste offerte is uitgebracht op de transactiedatum 8 juli 2011. Tijdens de comparitie is gebleken dat nadien nog twee gewijzigde offertes zijn uitgebracht en dat de opdracht pas in september 2011 is binnengehaald. [A] was toen als bestuurder eindverantwoordelijk bij KBT en de drie vennootschappen. [A] heeft bovendien tijdens de comparitie verklaard dat [controller] er steeds bij heeft gezeten toen de berekeningen voorafgaand aan de offertes werden besproken. [controller] heeft toen niets gezegd over voorcalculatorische verliezen, aldus [A]. De rechtbank is van oordeel dat onder deze omstandigheden, indien en voor zover al aangenomen kan worden dat sprake is van voorcalculatorische verliezen in dit project, de verantwoordelijkheid daarvoor bij KBT en de drie vennootschappen ligt. Electro-Bouw Delft kan daarom niet met succes worden verweten hierover onjuiste informatie te hebben verstrekt aan KBT.

4.7.

Bij project A210261 stond in het A-status overzicht van [Y] een voorcalculatorisch verlies vermeld van EUR 26.000,=. De rechtbank acht het enkele feit dat achteraf is gebleken dat het voorcalculatorische verlies hoger was, onvoldoende om te oordelen dat Electro-Bouw Delft (welbewust) onjuiste informatie heeft verstrekt. [A] c.s. heeft geen nadere feiten en omstandigheden gesteld, waaruit die conclusie wel kan worden getrokken. Als KBT meer zekerheid over de omvang van het voorcalculatorisch verlies had willen hebben, had het op de weg van KBT gelegen hierover nadere vragen te stellen dan wel onderzoek te plegen. Daartoe was alle gelegenheid. Dat is echter niet gebeurd. [A] heeft tijdens de comparitie bevestigd dat daarover geen vragen door KBT althans [A] c.s. aan Electro-Bouw Delft zijn gesteld. Dat is opmerkelijk, omdat uit de ako en de garanties uit Bijlage 3 naar voren komt dat de prognose over 2011 voor KBT van doorslaggevend belang was om de ako aan te gaan. Mede het A-status overzicht ligt aan die prognose ten grondslag, zo begrijpt de rechtbank. De gevolgen van het uitblijven van nader onderzoek naar het vermelde voorcalculatorisch verlies dienen daarom voor rekening van KBT althans [A] c.s. te blijven.

4.8.

Tegen de hiervoor geschetste gang van zaken kan ook voor de projecten A2100350 en A2110136 niet worden vastgesteld dat Electro-Bouw Delft (welbewust) onjuiste informatie heeft verstrekt aan KBT. Mede gelet op de betwisting van Electro-Bouw Delft en [B] dat sprake is van voorcalculatorische verliezen in deze projecten had het op de weg van [A] c.s. gelegen nadere concrete feiten en omstandigheden aan te voeren waaruit kan worden afgeleid dat (welbewust) onjuiste informatie is verstrekt. De rechtbank overweegt daarbij dat [A] c.s. voor het due diligence onderzoek toegang had tot de gehele administratie van de drie vennootschappen en alle betrokkenen kon bevragen. [Q], bestuurder van Coniunctus Viribus, heeft tijdens de comparitie nog verklaard dat aan accountantskantoor Krop voor het due diligence onderzoek de opdracht is gegeven “onderzoek of hetgeen dat je hebt gekregen kunt staven”. Uit het onderzoek is niet bijzonders naar voren gekomen, aldus [Q]. Wel heeft [Q] bij die gelegenheid aangegeven dat gelet op de omvang van de transactie het onderhanden werk, waaronder het A-status overzicht van [Y], niet per offerte is nagekeken, ook niet steekproefsgewijs. Dat is een welbewuste keuze van KBT althans [A] c.s., waarvan de gevolgen – zo er al sprake was van voorcalculatorische verliezen – voor rekening van [A] c.s. dienen te blijven. Het had op de weg van KBT althans [A] c.s. en haar adviseurs gelegen, gealarmeerd doordat bij één van de projecten wel een voorcalculatorisch verlies was vermeld, nadere vragen te stellen over de totstandkoming en onderbouwing van de prognose. [A] heeft tijdens de comparitie niet alleen bevestigd dat over het bekende voorcalculatorische verlies van EUR 26.000,= geen vragen door KBT althans [A] c.s. aan Electro-Bouw Delft zijn gesteld, maar hij heeft ook verklaard dat daarin zelfs geen aanleiding is gezien de vraag te stellen of er in andere projecten voorcalculatorische verliezen zaten. Accountant [accountant] die het onder 3.2.1 genoemde onderzoek voor [A] c.s. heeft uitgevoerd, heeft achteraf ook geconstateerd dat van de prognose geen specificatie voor handen was, noch onderbouwing of toelichting (productie 17 bij dagvaarding). Dat is zoals eerder gezegd opmerkelijk, nu [A] c.s. heeft gesteld dat de prognose van doorslaggevend belang was voor KBT om de ako aan te gaan.

Dat KBT althans [A] c.s. haar onderzoeksplicht hier heeft verzaakt, sluit overigens niet uit dat Electro-Bouw Delft een informatieplicht terzake heeft. Omdat Electro-Bouw Delft voor het due diligence onderzoek algehele openheid van zaken heeft gegeven, het tegendeel is gesteld noch gebleken, is KBT althans [A] c.s. in voldoende mate in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van de administratie en onderliggende stukken van de drie vennootschappen en te spreken met betrokkenen. Zo doende heeft Electro-Bouw Delft aan haar informatieplicht voldaan.

Tenslotte overweegt de rechtbank dat de curator van KBT (en de drie vennootschappen) geen aanleiding heeft gezien Electro-Bouw Delft aan te spreken vanwege schending van de informatieplicht onder de ako.

4.9.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de conclusie dat niet is komen vast te staan dat Electro-Bouw Delft als verkoper (bewust) onjuiste informatie heeft verstrekt aan KBT. Dat betekent dat Electro-Bouw Delft niet tekort is geschoten in haar verplichtingen jegens KBT onder de ako en dat aldus geen sprake is van een schending van de garantiebepalingen in de ako. Dat betekent dat de rechtbank niet toekomt aan de vraag of Electro-Bouw Delft en [B] onrechtmatig jegens [A] c.s. hebben gehandeld. De vorderingen van [A] c.s. zullen daarom worden afgewezen.

4.10.

[A] c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Electro-Bouw Delft en [B] worden begroot op:

- griffierecht 3.829,00=

- salaris advocaat 4.000,00= (2,0 punten × tarief € 2.000,00=)

Totaal € 7.829,00=

in reconventie

4.11.

Electro-Bouw Delft heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat zij schade heeft geleden als gevolg van het mismanagement door [A] en [A] Management wat de faillissementen van KBT en de drie vennootschappen heeft veroorzaakt. [A] en [A] Management hebben de vorderingen van Electro-Bouw Delft betwist.

4.12.

Electro-Bouw Delft heeft geen concrete feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit kan worden afgeleid dat sprake is van mismanagement van [A] en [A] Management. De stellingen van Electro-Bouw Delft dat [A] niet veel op de zaak aanwezig was en geen verstand van de bouwwereld had, zijn daarvoor onvoldoende. De rechtbank overweegt daarbij dat de curator, die heeft onderzocht of KBT en de drie vennootschappen (kennelijk) onbehoorlijk zijn bestuurd, in het faillissementsverslag van 29 juli 2014 tot de conclusie is gekomen dat “er geen gronden zijn om enige actie ter zake van het gevoerde bestuur te ondernemen”. Desgevraagd hebben alle partijen in deze procedure tijdens de comparitie verklaard dat er op de bevindingen in dit verslag van de curator op zich niets aan te merken was. Het voorgaande leidt ertoe dat de vorderingen van Electro-Bouw Delft zullen worden afgewezen.

4.13.

Electro-Bouw Delft zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [A] c.s. worden begroot op:

- salaris advocaat 1.000,00= (1,0 punt × factor 0,5 × tarief € 2.000,00=)

Totaal € 1.000,00=

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [A] c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Electro-Bouw Delft en [B] tot op heden begroot op € 7.829,00=,

5.3.

verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.4.

wijst de vorderingen af,

5.5.

veroordeelt Electro-Bouw Delft in de proceskosten, aan de zijde van [A] c.s. tot op heden begroot op € 1.000,00=.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W. Vogels en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2014.1

1 type: coll: