Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:16365

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
03-12-2014
Datum publicatie
21-01-2015
Zaaknummer
C-09-472597 KG ZA 14-1032
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Vordering om inschrijving van tussenkomende partij terzijde te stellen wordt afgewezen. Medewerker van aanbestedende dienst heeft vennootschapsrechtelijke band met tussenkomende partij, maar er is daarbij sprake van zodanige afstand dat die band niet zonder meer tot concurrentievervalsing leidt. Niet gebleken is dat de tussenkomende partij door die band daadwerkelijk een voorsprong heeft gehad op de andere inschrijvers. Wel een gebod aan aanbestedende dienst om over te gaan tot volledige herbeoordeling van geldige inschrijvingen, omdat de beoordeling van de inschrijving van eiser niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig het daaromtrent bepaalde in de aanbestedingsrichtlijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2015/42
Module Aanbesteding 2015/23

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/472597 / KG ZA 14-1032

Vonnis in kort geding van 3 december 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PCO Infra B.V.,

statutair gevestigd te Den Haag en kantoorhoudende te Den Hoorn,

eiseres,

advocaat mr. A.C.M. Fischer-Braams te Rijswijk,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon

Gemeente Den Haag,

gevestigd en kantoorhoudende te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. M.R. Paats te Den Haag,

waarin is tussengekomen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[X] Kabel, Leiding- en Montagewerken B.V.,

gevestigd te Hattem,

advocaat mr. A.G.J. van Wassenaer te Amsterdam.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘PCO’, ‘de gemeente’ en ‘[X] KLM’.

1 Het incident tot tussenkomst dan wel voeging

[X] KLM heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen PCO en de gemeente, althans zich te mogen voegen aan de zijde van de gemeente. Ter zitting van 19 november 2014 hebben PCO en de gemeente verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. [X] KLM is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de toewijzing van de gevorderde tussenkomst in de weg staat aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 19 november 2014 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

Op 2 mei 2014 (met rectificatie van het contactadres op 23 mei 2014) heeft de gemeente een aankondiging gedaan voor een Europese openbare aanbestedingsprocedure voor de opdracht “Raamovereenkomst onderhoud en aanleg Openbare Verlichting” (hierna: de opdracht).

2.2.

De aanbestedingsprocedure is nader omschreven in de aanbestedingsleidraad op basis van EMVI, Raamovereenkomst Onderhoud en aanleg Openbare Verlichting, met bijlagen (hierna: de aanbestedingsleidraad) van 1 mei 2014. Op 23 mei 2014, 6 juni 2014, 23 juni 2014 en 30 juni 2014 heeft de gemeente Nota’s van Inlichtingen verstrekt.

2.3.

In de onder 2.1. bedoelde aankondiging en rectificatie staat de heer [A] (hierna: [A]) als contactpersoon van de gemeente vermeld. In de aanbestedingsleidraad staat in paragraaf 1.4.2 “Inleveradres inschrijvingen” vermeld dat de inschrijvingen moeten worden gedaan ter attentie van de heer [B] (hierna: [B]).

2.4.

[B] en [A] zijn als inkoopadviseur / procesbegeleider, bij de afdeling Inkoop & Aanbestedingen, voor de gemeente bij het aanbestedingstraject betrokken geweest. [B] is naast zijn werkzaamheden bij de gemeente tevens directeur van Civitas Advies B.V. (hierna: Civitas).

2.5.

Enig aandeelhouder van Civitas is Jemaco B.V. (hierna: Jemaco). Jemaco is tevens enig aandeelhouder van [X] Groep B.V. [X] Groep B.V. is enig aandeelhouder van [X] Infratechniek B.V en [X] Infratechniek B.V. is enig aandeelhouder van [X] KLM.

2.6.

In februari 2014 heeft [B] een Gedrags- en geheimhoudingsverklaring ondertekend, waarin staat vermeld:

“Hierbij verklaar ik, [B] geboren op [geboortedag] 1960 te [geboorteplaats] dat ik alle gegevens en inlichtingen die mij tijdens de uitoefening van mijn werkzaamheden bij de gemeente Den Haag bekend zijn geworden of verkregen vertrouwelijk zal behandelen. Ik ben mij ervan bewust dat het verboden is van gegevens of inlichtingen verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitvoering van mijn taak als aanbestedingsadviseur wordt geëist.

Daarnaast ben ik mij bewust dat bij de gemeente Den Haag bekend is dat Jemaco BV zowel aandelen heeft in Civitas Advies als in aannemingsbedrijf [X] BV. Om belangenverstrengeling te voorkomen heb ik afgesproken met de gemeente dat zodra [X] BV inschrijft op een aanbesteding die door mij wordt begeleid, ik niet betrokken ben bij de beoordeling van de offertes in het kader van die aanbesteding. Zodra hier sprake van is zal ik mij op eigen initiatief terug trekken uit de verdere begeleiding van de aanbesteding.”

2.7.

De opdracht is verdeeld in drie geografische percelen (perceel 1: Centrum-Scheveningen, perceel 2: Segbroek-Escamp-Loosduinen en perceel 3: Laak-Haagse Hout-Leidschenveen/Ypenburg). Inschrijvers moeten voor alle drie de percelen inschrijven en daarbij aangeven naar welk perceel de voorkeur uitgaat. De gemeente wil telkens met één partij per perceel een raamovereenkomst sluiten, waarbij de winnaar op een perceel automatisch voor de andere percelen is uitgesloten. De raamovereenkomsten hebben een duur van twee jaar, met een optie tot verlenging van tweemaal twaalf maanden. Het gunningscriterium is de “economisch meest voordelige inschrijving’ (hierna: EMVI).

2.8.

Voor zover nu relevant staat in de aanbestedingsleidraad het volgende vermeld:

“(…)

Hoofdstuk 3 Beoordelingssystematiek

3.1.

Methodiek

De beoordelingsmethodiek start bij de opening van de inschrijvingen. Een beoordelingsteam verricht de beoordelingen van de inschrijvingen als volgt:

Stap 1: Opening ingediende inschrijvingen

(…)

Stap 2: Volledigheid inschrijvingen

(…)

Stap 3: Vaststellen geschiktheid inschrijvers

(…)

Stap 4: Model K-verklaring

(…)

Stap 5a: Beoordeling van de kwalitatieve gunningscriteria

In deze fase worden de kwalitatieve gunningscriteria van de verschillende geldige inschrijvers beoordeeld, zoals omschreven in hoofdstuk 5. De leden van het beoordelingsteam hebben in deze fase geen weet van de ingediende prijzen.

Stap 5b: Opening enveloppen met inschrijvingsbiljet en inschrijfstaat

Nadat de beoordeling op de kwalitatieve gunningscriteria heeft plaatsgevonden zullen de enveloppen met de inschrijfbiljetten en inschrijfstaten worden geopend, zodat ook het onderdeel “prijs” in de totale beoordeling kan worden meegenomen. Na het openen van de enveloppen met de inschrijfbiljetten worden de inschrijfsommen in de beoordelingsmatrix ingevoerd. Hieruit komt een voorlopige totaalscore.

(…)

3.2.

Beoordelingsteam

De beoordeling van de inschrijvingen zal worden gedaan door een multidisciplinair team, bestaande uit vertegenwoordigers vanuit onderstaande afdelingen van de Dienst Stadbeheer:

VM/OVL

Ingenieursbureau Den Haag

Inkoop (heeft de rol als procesbegeleider)

(…)

Hoofdstuk 5 Gunningseisen en –criteria

(…)

5.2

Gunningscriteria

Beoordeling zal plaatsvinden op basis van EMVI waarbij de prijs 60% en de kwaliteit op 40% is gesteld. Bij deze aanbesteding wordt gebruik gemaakt van de beoordelingsmethode “Gunnen op Waarde”(GOW).

5.2.1.

Kwaliteit

Voor het onderdeel kwaliteit dient u een plan van aanpak op te stellen.

De gekozen EMVI aspecten zijn:

Kwaliteit

Veiligheid

Oplossend vermogen

Technische ondersteuning.

Hieronder treft u de tabel aan waarin de EMVI-aspecten zijn opgenomen met wegingsfactoren, uitgedrukt in een waarde per aspect. In de tweede kolom staan de criteria, waarop onder, gelet wordt tijdens de beoordeling van het plan van aanpak.

(…)

5.3.

Beoordeling gunningscriteria

De ingediende plannen van aanpak worden gelijktijdig en onafhankelijk van elkaar beoordeeld door de leden van het beoordelingsteam. De beoordeling vindt afzonderlijk en op basis van onderling vergelijk van de inschrijvingen plaats.

(…)

Voor de afzonderlijke beoordelingen komt het beoordelingsteam in gezamenlijk overleg unaniem tot één procentuele meerwaarde voor elk van de gehanteerde EMVI-aspecten.

Per EMVI-aspect kan een maximale waarde in euro’s worden behaald zoals aangegeven in de EMVI-tabel. De toe te kennen (meer)waarden worden berekend op basis van de toelichting in voorgenoemde tabel.

Voor het berekenen van de scores zal gebruik gemaakt worden van een beoordelingsmatrix.

Vervolgens zullen de enveloppen met de inschrijvingsbiljetten en de inschrijfstaten worden geopend zoals omschreven in hoofdstuk 3

De inschrijfsommen zullen worden ingevoerd in de matrix waarbij de behaalde meerwaarde worden afgetrokken van de inschrijfsommen. Dit levert een fictieve inschrijfsom per inschrijver op. Aan de inschrijver met de laagste fictieve inschrijfsom zal de opdracht gegund worden.

(…)”

2.9.

In de vierde nota van inlichtingen van 30 juni 2014 is aangekondigd dat het tijdspad van de verschillende fasen in de aanbesteding is gewijzigd, in dier voege dat het volgende tijdspad zou gelden:

Sluitingsdatum en –tijdstip indienen inschrijving

do 10 juli 2014, 12.00 uur

Opening inschrijvingen (envelop met prijs nog niet openen)

Aansluitend aan sluitingstijdstip

Einde beoordeling kwalitatieve gunningscriteria

ma 21 juli 2014

Opening enveloppen met inschrijvingsbiljet en inschrijvingsstaat

ma 21 juli 2014

Verificatiegesprek (zie hoofdstuk 3)

Uitslag beoordeling inschrijvingen en voorgenomen gunning

do 24 juli 2014

2.10.

PCO heeft ingeschreven op alle drie de percelen en heeft daarbij een voorkeur aangegeven voor perceel 1.

2.11.

De gemeente heeft ten behoeve van de beoordeling van de inschrijvingen een “Beoordelingsprotocol Europees openbare procedure”, gedateerd 17 juli 2014 (hierna: het beoordelingsprotocol), opgesteld. Hierin staat, voor zover relevant, vermeld:

“(…)

2.2

Beoordelingsteam

Er zal een gezamenlijke beoordeling van het gunningscriterium kwaliteit plaatsvinden.

Deze beoordeling zal formeel worden uitgevoerd door het daartoe ingestelde beoordelingsteam voor deze aanbesteding. In dit beoordelingsteam hebben zitting:

Naam beoordelaar

[C]

[D]

[E]

[F]

[G]

Voorzitter beoordeling

Inkoop & aanbestedingen zal als onafhankelijke partij de beoordeling voorzitten. [A] neemt zitting vanuit Inkoop & Aanbesteding.

(…)”

2.12.

Op 24 juli 2014 en 31 juli 2014 heeft de gemeente medegedeeld dat de uitslag beoordeling inschrijvingen en voorgenomen gunning is uitgesteld.

2.13.

Per e-mail van 28 juli 2014 heeft de gemeente aan PCO gevraagd of zij kan bevestigen dat het bij de inschrijving in enkelvoud ingediende Plan van Aanpak is ingediend voor perceel 1,2 en 3. Per e-mail van dezelfde datum heeft PCO bevestigd dat dat het geval is.

2.14.

Op 8 augustus 2014 heeft de gemeente het voornemen tot gunnen bekendgemaakt, inhoudende dat voor perceel 1 en 2 een voorgenomen gunning is verleend aan respectievelijk Ziut B.V. en CityTec B.V. Voor perceel 3 is een voorgenomen gunning verleend aan [X] KLM. De uitslagen per perceel zijn in de toelichting op de voorgenomen gunning als volgt weergegeven:

Perceel 1:

Leverancier

Inschrijfsom

Behaalde korting

Totaal fictieve inschrijfsom

Ziut

€ (...)

€ (...)

€ (...)

City Tec

€ (...)

€ (...)

€ (...)

[X]

€ (...)

€ (...)

€ (...)

PCO Infra

€ (...)

€ (...)

€ (...)

<anoniem>

€ (...)

€ (...)

€ (...)

Perceel 2:

Leverancier

Inschrijfsom

Behaalde korting

Totaal fictieve inschrijfsom

Ziut

€ (...)

€ (...)

€ (...)

City Tec

€ (...)

€ (...)

€ (...)

[X]

€ (...)

€ (...)

€ (...)

PCO Infra

€ (...)

€ (...)

€ (...)

<anoniem>

€ (...)

€ (...)

€ (...)

Perceel 3:

Leverancier

Inschrijfsom

Behaalde korting

Totaal fictieve inschrijfsom

Ziut

€ (...)

€ (...)

€ (...)

City Tec

€ (...)

€ (...)

€ (...)

[X]

€ (...)

€ (...)

€ (...)

PCO Infra

€ (...)

€ (...)

€ (...)

<anoniem>

€ (...)

€ (...)

€ (...)

3 Het geschil

3.1.

PCO vordert – zakelijk weergegeven –

 de gemeente te gebieden de voorlopige gunningsbeslissing ten gunste van [X] KLM, Ziut en CityTec in te trekken;

 de gemeente te verbieden de opdracht voor de drie percelen definitief te gunnen aan [X], Ziut, CityTec of enige andere derde;

 de gemeente te gebieden de inschrijving van [X] KLM voor alledrie de percelen alsnog terzijde te stellen;

 de gemeente te gebieden over te gaan tot een volledige herbeoordeling van de geldige inschrijvingen conform de bekendgemaakte beoordelingsstappen en -methodiek, door een nieuw samengestelde onafhankelijke beoordelingscommissie, die geen kennis draagt van de inschrijfsommen;

 de gemeente te gebieden, indien deze herbeoordeling ertoe leidt dat de inschrijving van PCO op een of meer de van drie percelen is aan te merken als de economisch meest voordelige inschrijving, een nieuwe gunningsbeslissing te nemen en deze aan de inschrijvers kenbaar te maken;

althans, subsidair, elke andere voorziening te treffen die de voorzieningenrechter passend acht, alles op straffe van een dwangsom en met veroordeling van de gemeente in de kosten van de procedure.

3.2.

Daartoe stelt PCO, onder meer en zakelijk weergegeven, het volgende. Het is PCO achteraf gebleken dat [B] nauwe banden heeft met [X] KLM. De gemeente heeft hierover vooraf niet gecommuniceerd. Bij [B] en [X] KLM moet een ontoelaatbare kennisvoorsprong worden verondersteld die een eerlijke mededinging heeft geschaad. [B] had er belang bij [X] KLM te begunstigen. Dat [X] KLM daadwerkelijk is begunstigd blijkt uit de onwaarschijnlijk hoge waardering van haar plan van aanpak en de onwaarschijnlijke hoge kortingen die haar op de drie percelen zijn toegekend. Zonder bewijs van het tegendeel, dat ontbreekt, moet PCO er vanuit gaan dat de betrokkenheid van [B] heeft geleid tot concurrentievervalsing en dat in de aanbesteding niet, zoals vereist op grond van het gelijkheids- en transparantiebeginsel, elk risico van favoritisme en willekeur uitgebannen is geweest. Dit bezwaar leidt er toe dat de gemeente alsnog moet overgaan tot terzijdestelling van de inschrijving van [X] KLM en dat vervolgens een volledige herbeoordeling van de resterende, geldige inschrijving op de vooraf beschreven wijze moet plaatsvinden.

3.3.

Voorts geldt, aldus PCO, dat het plan van aanpak van PCO voor de drie percelen pas begin augustus 2014 is beoordeeld, althans pas na 28 juli 2014, nadat de beoordeling van de andere inschrijvingen al was afgerond. Het plan van aanpak van PCO voor de drie percelen is dus niet, conform paragraaf 5.3 van de aanbestedingsleidraad, in onderling vergelijk met de andere inschrijvingen en zonder kennis van de inschrijfsommen, beoordeeld. Dat is in strijd met de beginselen van gelijke behandeling, transparantie en zorgvuldigheid en moet leiden tot een herbeoordeling van de geldige inschrijvingen.

3.4.

PCO heeft verder inhoudelijke bezwaren tegen het resultaat van de beoordeling, omdat de toegekende fictieve korting van € 0,00 op geen enkele wijze recht doet aan het door PCO ingediende plan van aanpak voor de drie percelen. Voorts is de verstrekte motivering bij de voorlopige gunningsbeslissing onjuist, op onderdelen onduidelijk en in elk geval ondeugdelijk. De motivering voldoet niet aan de op grond van artikel 2.130 van de Aanbestedingswet 2012 daaraan te stellen eisen.

3.5.

De gemeente en [X] KLM voeren gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

Daargelaten de vraag of PCO haar bezwaren tegen de betrokkenheid van [B] tardief naar voren heeft gebracht en dientengevolge – zoals de gemeente bepleit – haar recht om die bezwaren naar voren te mogen brengen heeft verwerkt, overweegt de voorzieningenrechter dat van een belangenconflict bij [B] en concurrentievervalsing bij de aanbesteding daardoor niet is gebleken. Hierbij neemt de voorzieningenrechter allereerst in aanmerking dat [B] niet werkzaam is, of werkzaam is geweest bij of voor [X] KLM. Aan PCO moet wel worden toegegeven dat er via Civitas sprake is van een vennootschapsrechtelijke band tussen [B] en [X] KLM. Bij de vraag of er dientengevolge sprake is of kan zijn van concurrentievervalsing moet evenwel de aard van de concernbanden in aanmerking worden genomen. Ten aanzien van die concernbanden geldt in dit concrete geval dat er sprake van een zodanige afstand – de aandeelhouder van Civitas is indirect, via nog twee andere ondernemingen ([X] Groep B.V. en [X] Infratechniek B.V.) aandeelhouder van [X] KLM – dat die vennootschapsrechtelijke band en de betrokkenheid van [B] bij de aanbesteding niet zonder meer leiden tot concurrentievervalsing. Om die concurrentievervalsing desalniettemin aan te kunnen nemen, had het op de weg van PCO gelegen om tenminste aannemelijk te maken dat [X] KLM (op enig moment) in het aanbestedingstraject daadwerkelijk een voorsprong heeft gehad op de andere inschrijvers, hetgeen door de gemeente en [X] KLM gemotiveerd is weersproken. Hierin is PCO niet geslaagd. De gemeente heeft gemotiveerd gesteld dat [B] slechts als procesbegeleider bij het aanbestedingstraject betrokken is geweest en niet verantwoordelijk is geweest voor het opstellen van de gunningscriteria. De voorzieningenrechter acht dit ook aannemelijk, nu [B] werkzaam was bij de afdeling inkoop en aanbestedingen en derhalve niet vanwege zijn inhoudelijke kennis over het aan te besteden werk bij het traject betrokken was. [B] heeft bovendien blijkens het beoordelingsprotocol geen rol heeft gehad bij de beoordeling van de inschrijvingen. Niet gebleken is dat [B], ondanks vorenstaande, toch inhoudelijk betrokken is geweest, hetzij bij het opstellen van de gunningscriteria hetzij bij de beoordeling van de inschrijvingen. Van bevoordeling van [X] KLM door de betrokkenheid van [B] is derhalve evenmin gebleken. De stelling van PCO dat [B] “naar verluidt” betrokken is geweest bij de voorbereiding van de inschrijving van [X] KLM, maakt dit niet anders, nu die blote stelling is op geen enkele wijze door PCO geconcretiseerd of onderbouwd, zodat daaraan voorbij moet worden gegaan. Ook de omstandigheid dat Civitas en Aannemingsmaatschappij [X] B.V. volgens PCO in hetzelfde pand huizen, leidt niet tot een ander oordeel, nu [X] KLM heeft gesteld – welke stelling wordt onderschreven door de overgelegde stukken – dat Aannemingsmaatschappij [X] B.V. onderdeel uitmaakt van een andere tak van [X] Groep B.V. dan [X] KLM ([X] Civiel, respectievelijk [X] Infratechniek). Ook, tot slot, het resultaat van de beoordeling van de inschrijvingen kan niet de conclusie dragen dat [X] KLM bevoordeeld is geweest. Immers, zonder nadere concrete aanknopingspunten van die bevoordeling – die gezien het vorenstaande ontbreken – kan aan de enkele omstandigheid dat [X] KLM een goede beoordeling heeft gekregen niet de gevolgtrekking worden verbonden dat [X] KLM bevooroordeeld is. Dit geldt eens te minder omdat door PCO niet is gesteld dat en waarom [X] KLM niet zonder bevooroordeling goed zou kunnen scoren.

4.2.

Gezien het vooroverwogene is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk geworden dat van enige concurrentievervalsing daadwerkelijk sprake is geweest en evenmin dat de gemeente niet – zoals PCO stelt – ieder risico op favoritisme en willekeur heeft uitgebannen. De betrokkenheid van [B] en de wijze waarop daarmee is omgegaan heeft niet een risico van favoritisme en willekeur opgeleverd. De slotsom is dan ook dat er geen grond is om de gemeente te gebieden de inschrijving van [X] KLM terzijde te schuiven. Die vordering zal dan ook worden afgewezen.

4.3.

Vervolgens ligt ter beoordeling voor de vraag naar de wijze van beoordeling van de inschrijvingen. Hieromtrent staat tussen partijen vast dat het beoordelingsteam van de gemeente eerst van oordeel was dat de inschrijving van PCO ongeldig was en de inschrijving terzijde heeft gelegd. Nadat de gemeente bij wijze van second opinion juridisch advies had ingewonnen, heeft zij de inschrijving van PCO alsnog in aanmerking genomen. Deze handelwijze van de gemeente heeft als gevolg gehad, hetgeen tussen partijen eveneens vaststaat, dat de gemeente de inschrijving van PCO pas heeft beoordeeld nadat de beoordeling van de overige inschrijvers al was afgerond en nadat van die inschrijvingen ook al de enveloppen met de inschrijvingsbiljetten en de inschrijfstaten waren geopend. Voorts staat tussen partijen vast dat de beoordeling van de inschrijving van PCO geen invloed heeft gehad op het eerder vastgestelde resultaat van de overige inschrijvers. Hiermee staat vast dat de beoordeling van de inschrijving van PCO niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig het daaromtrent bepaalde in de aanbestedingsleidraad. Immers, in die leidraad is bepaald (hoofdstuk 5.3) dat de ingediende plannen van aanpak gelijktijdig en onafhankelijk van elkaar worden beoordeeld, op basis van onderling vergelijk en (hoofdstuk 3.1., stap 5a) dat de leden van het beoordelingsteam in de fase van de beoordeling van de kwalitatieve gunningscriteria geen weet hebben van de ingediende prijzen. De inschrijving van PCO is niet gelijktijdig met de andere inschrijvingen beoordeeld en bovendien had het beoordelingsteam in de fase van beoordeling van de kwalitatieve gunningscriteria van PCO al kennis van de door de andere inschrijvers ingediende prijzen.

4.4.

Voormelde onjuistheid in de procedure is niet, zoals de gemeente naar de voorzieningenrechter begrijpt stelt, te rechtvaardigen doordat het nodig was aan PCO verduidelijkende vragen te stellen over haar inschrijving, omdat PCO voor elk perceel hetzelfde plan van aanpak had ingediend en niet voor de drie percelen afzonderlijke plannen van aanpak. Ook in die omstandigheden – wat daar overigens ook van zij – had het op de weg van de gemeente gelegen om de beoordeling van alle inschrijvingen, ook die van PCO, te doen plaatsvinden overeenkomstig het daaromtrent bepaalde in de aanbestedingsleidraad. Eventueel had de gemeente – indien de omstandigheden daartoe aanleiding gaven – de beoordeling van alle inschrijvingen uit kunnen stellen. De gemeente heeft ter zitting nog aangevoerd dat PCO – kort gezegd – vanwege de hoge inschrijvingsprijs van PCO alleen alsnog een perceel gegund zou kunnen krijgen als zowel de inschrijving van PCO onwaarschijnlijk laag is beoordeeld en de inschrijving van [X] KLM onwaarschijnlijk hoog is beoordeeld. Dit is, aldus de gemeente, zo onwaarschijnlijk dat PCO niets opschiet met de gevorderde herbeoordeling. Deze stelling vormt onvoldoende aanleiding om geen gevolgen te verbinden aan de onjuiste wijze van beoordeling. Mede gezien beoordelingsmethodiek – onderling vergelijk – kan thans niet worden geoordeeld dat de herbeoordeling er onmogelijk toe zou kunnen leiden dat de inschrijving van PCO ten aanzien van een perceel alsnog als de economisch meest voordelige inschrijving moet worden aangemerkt.

4.5.

Consequentie van de onjuistheid in de procedure moet zijn – nu een andere wijze van herstel van deze onjuistheid niet kan leiden tot een beoordeling conform de aanbestedingsrichtlijnen – dat de gemeente de voorlopige gunningsbeslissing moet intrekken, op basis van de thans uitgevoerde beoordeling niet over mag gaan tot gunning en over moet gaan tot een volledige herbeoordeling van de geldige inschrijvingen conform de in de aanbestedingsleidraad bekendgemaakte beoordelingsstappen en methodiek, door – nu onbekendheid met de ingediende prijzen een vereiste is – een nieuw samengestelde onafhankelijke beoordelingscommissie, samen te stellen conform de voorschriften van de aanbestedingsleidraad. De vordering daartoe zal derhalve worden toegewezen, met dien verstande dat de gemeente uitsluitend tot herbeoordeling hoeft over te gaan als zij de opdracht nog wenst te gunnen. Ook de vordering tot intrekking van de voorlopige gunningsbeslissing zal worden toegewezen. Dit geldt ook voor zover die gunningsbeslissing ziet op gunning aan Ziut en Citytec, nu de wijze waarop de herbeoordeling dient plaats te vinden ook gevolgen kan hebben voor de voorlopige gunning aan hen. De voorzieningenrechter zal de termijn waarbinnen de gunningsbeslissing moet worden ingetrokken in redelijkheid bepalen op een week. De voorzieningenrechter zal voorts bepalen dat de gemeente na de herbeoordeling, indien zij de opdracht nog wil gunnen, een nieuwe gunningsbeslissing moet nemen, en niet slechts – in zoverre anders dan gevorderd – indien de herbeoordeling er toe leidt dat de inschrijving van PCO op één of meer van de percelen de economisch meest voordelige is, nu de gemeente ongeacht de uitslag van de herbeoordeling de opdracht – overeenkomstig de herbeoordeling – moet kunnen gunnen.

4.6.

Nu uit het voorgaande reeds volgt dat de gemeente moet overgaan tot een herbeoordeling van de inschrijvingen, met een nieuw samen te stellen beoordelingscommissie, kunnen de stellingen van PCO over het resultaat van de beoordeling en de motivering bij de voorlopige gunningsbeslissing onbesproken blijven.

4.7.

Er bestaat geen aanleiding te veronderstellen dat de gemeente de veroordelingen en geboden in dit vonnis niet zal nakomen. In die omstandigheid zal aan de beslissing geen dwangsom worden verbonden.

4.8.

De gemeente zal, als – in de verhouding tussen de gemeente en PCO – de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten van PCO, alsmede (deels voorwaardelijk) in de nakosten en de wettelijke rente. [X] KLM moet in haar verhouding tot PCO eveneens als de in het ongelijk gestelde partij worden aangemerkt, zodat [X] KLM in de proceskosten van PCO tengevolge van de tussenkomst zal worden veroordeeld. Nu niet is gebleken dat PCO ten gevolge van deze tussenkomst extra kosten heeft moeten maken, worden deze kosten begroot op nihil.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

- gebiedt de gemeente om binnen één week na heden de voorlopige gunningsbeslissing voor de drie percelen in het kader van de aanbestedingsprocedure “Raamovereenkomst Onderhoud en Aanleg Openbare Verlichting” ten gunste van [X] KLM, Ziut en CityTec van 8 augustus 2014 in te trekken;

- verbiedt de gemeente om de onderhavige opdracht op basis van de thans uitgevoerde beoordeling te gunnen aan [X] KLM, Ziut, CityTec of enige andere derde en gebiedt de gemeente – voor zover zij de opdracht nog wenst te gunnen – om over te gaan tot een volledige herbeoordeling van de geldige inschrijvingen conform de in de aanbestedingsleidraad bekendgemaakte beoordelingsstappen en methodiek, door een nieuw samengestelde onafhankelijke beoordelingscommissie, die geen kennis draagt van de inschrijfsommen, samen te stellen conform de voorschriften van de aanbestedingsleidraad;

- gebiedt de gemeente om – voor zover zij na de herbeoordeling de opdracht nog wenst te gunnen – een nieuwe (voorlopige) gunningsbeslissing te nemen overeenkomstig de resultaten van de herbeoordeling;

- veroordeelt [X] KLM voor wat betreft de tussenkomst jegens PCO in de kosten van PCO, tot dusver begroot op nihil;

- veroordeelt de gemeente in de overige proceskosten van PCO tot dusverre aan de zijde van PCO begroot op € 1.501,52, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat, € 608,-- aan griffierecht en € 77,52 aan dagvaardingskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente indien niet binnen 8 dagen na dit vonnis tot volledige betaling is overgegaan;

- veroordeelt de gemeente tevens in de nakosten, forfaitair begroot op € 131,-- aan salaris advocaat, te vermeerderen met € 68,-- aan salaris en met de deurwaarderskosten gemaakt voor de betekening van dit vonnis indien tot betekening wordt overgegaan, te vermeerderen met de wettelijke rente indien niet binnen 8 dagen na betekening tot betaling van de nakosten is overgegaan;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H.I.J. Hage en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2014.

idt