Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:16085

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
30-07-2014
Datum publicatie
03-02-2015
Zaaknummer
09/997557-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige economische kamer

Parketnummer 09/997557-11

Datum uitspraak: 30 juli 2014

Vonnis

De rechtbank Den Haag, rechtdoende in economische strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,

[adres].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ten terechtzittingen van 20 februari 2013, 3 februari 2014 en 16 juli 2014.

De officier van justitie mr. R.S. Mackor heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, alsmede de openbaarmaking van de gerechtelijke uitspraak in het vakblad Boerderij Vandaag.

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

[bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 28 maart 2012, te Gouderak (gemeente Ouderkerk), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

al dan niet opzettelijk, (telkens) rundersperma van de stier(en) [stier 1] en/of [stier 2] en/of [stier 3] en/of [stier 4] hebben/heeft gewonnen terwijl niet was voldaan aan het bepaalde bij of krachtens (de) artikel(en) 9 en/of 10 van het Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra, immers, geschiedde de winning van dat rundersperma op een bedrijf gelegen aan/nabij [adres]te Gouderak, niet zijnde een door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit/ Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie erkend runderspermawincentrum, tot welk(e) feit(en) hij, verdachte, (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 28 maart 2012, te Gouderak (gemeente Ouderkerk), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk, (telkens) rundersperma van de stier(en) [stier 1] en/of [stier 2] en/of [stier 3] en/of [stier 4] heeft gewonnen terwijl niet was voldaan aan het bepaalde bij of krachtens (de) artikel(en) 9 en/of 10 van het Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra, immers, geschiedde de winning van dat rundersperma op een bedrijf gelegen aan/nabij [adres]te Gouderak, niet zijnde een door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit/ Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie erkend runderspermawincentrum;

2.

[bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 28 maart 2012, te Gouderak (gemeente Ouderkerk) en/of Middenbeemster (gemeente Beemster) en/of Maurik (gemeente Buren) en/of Hemelum (gemeente Súdwest Fryslân), in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk, (telkens) rundersperma van de stier(en) [stier 1] en/of [stier 2] en/of [stier 3] en/of [stier 4] hebben/heeft vervoerd en/of verhandeld, terwijl niet was voldaan aan het bepaalde bij of krachtens (de) artikel(en) 12 en/of 13 van het Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra, immers, was dat rundersperma gewonnen en/of bewerkt en/of opgeslagen op een bedrijf gelegen aan/nabij [adres]te Gouderak, niet zijnde een door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit/ Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie erkend runderspermawincentrum, tot welk(e) feit(en) hij, verdachte, (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 28 maart 2012, te Gouderak (gemeente Ouderkerk) en/of Middenbeemster (gemeente Beemster) en/of Maurik (gemeente Buren) en/of Hemelum (gemeente Súdwest Fryslân), in elk geval in Nederland,tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk, (telkens) rundersperma van de stier(en) [stier 1] en/of [stier 2] en/of [stier 3] en/of [stier 4] heeft vervoerd en/of verhandeld, terwijl niet was voldaan aan het bepaalde bij of krachtens (de) artikel(en) 12 en/of 13 van het Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra, immers, was dat rundersperma gewonnen en/of bewerkt en/of opgeslagen op een bedrijf gelegen aan/nabij [adres]te Gouderak, niet zijnde een door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit/ Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie erkend runderspermawincentrum;

3.

[bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 28 maart 2012, te Gouderak (gemeente Ouderkerk) en/of Middenbeemster (gemeente Beemster) en/of Maurik (gemeente Buren) en/of Hemelum (gemeente Súdwest Fryslân), in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) voorwerpen, te weten, rietjes met rundersperma van de stier(en) [stier 1] en/of [stier 2] en/of [stier 3] en/of [stier 4], hebben/heeft verworven en/of voorhanden hebben/heeft gehad en/of hebben/heeft overgedragen, en/of van die voorwerpen/rietjes gebruik hebben/heeft gemaakt door deze te verkopen en/of te verhandelen, terwijl zij en/of haar mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs kon(den) vermoeden, dat voornoemde voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven, tot welk(e) feit(en) hij, verdachte, (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 28 maart 2012, te Gouderak (gemeente Ouderkerk) en/of Middenbeemster (gemeente Beemster) en/of Maurik (gemeente Buren) en/of Hemelum (gemeente Súdwest Fryslân), in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) voorwerpen, te weten,

rietjes met rundersperma van de stier(en) [stier 1] en/of [stier 2] en/of [stier 3] en/of [stier 4],heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, en/of van die voorwerpen/rietjes gebruik heeft gemaakt door deze te verkopen en/of te verhandelen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs kon(den) vermoeden, dat voornoemde voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven.

De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat er in Nederland veelvuldig wordt gehandeld in ongeregistreerd (niet EU-gecertificeerd) rundersperma. De verdachte meent dat er sprake is van rechtsongelijkheid, nu hij de enige is die wordt vervolgd voor het voorhanden hebben, verhandelen en witwassen van ongeregistreerd verkregen rundersperma.

De rechtbank vat deze verklaring op als een verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel en overweegt hieromtrent als volgt.

Op grond van het bepaalde in artikel 167, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) komt aan het openbaar ministerie de zelfstandige bevoegdheid toe om naar aanleiding van een ingesteld opsporingsonderzoek te beslissen of er – en zo ja wie – strafrechtelijk wordt vervolgd. Het openbaar ministerie heeft hierbij een ruime discretionaire bevoegdheid, waarbij de vervolgingsbeslissing zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing leent.

Nog daargelaten of hetgeen verdachte heeft gesteld juist is, leidt het ten onrechte niet vervolgen van derden wier gedragingen evenzeer als die van verdachte het voorwerp van strafvervolging dienen te zijn, niet, althans niet zonder meer tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafvervolging tegen de verdachte (HR 16 april 1996, ECLI:NL:HR:1996:AD2525).

De rechtbank verwerpt dan ook het verweer.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt als bewijsmiddelen:

- de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 16 juli 2014, voor zover luidende - zakelijk weergegeven -:

Het klopt dat ik geen erkend KI-spermawincentrum heb. Ik heb het door mij gewonnen sperma verkocht. Ik weet dat er eisen zijn gesteld aan de rietjes waarin sperma wordt verhandeld. Het klopt dat ik (gekleurde) blanco rietjes heb gebruikt. Ik heb ook bedrukte rietjes gebruikt, maar dan zonder het nummer van een spermawincentrum.

- het proces-verbaal van verhoor verdachte van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, nr. 82203, V1-01, d.d. 28 maart 2012, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - als de op 28 maart 2012 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van de verdachte (blz. 69 t/m 71):

Ik beheer de werkmaatschappijen [bedrijf 1], [bedrijf 2] en [bedrijf 3] Ik beheer deze BV’s vanaf 1 januari 2007 tot heden. Ze zijn allen gevestigd op de [adres]te Gouderak. Ik ben verantwoordelijk voor deze bedrijven. De [bedrijf 3] is de beheermaatschappij en daar ben ik directeur van. Deze beheert de werkmaatschappijen [bedrijf 1] en [bedrijf 2]

De handel in sperma valt onder [bedrijf 2] Alles wat betrekking heeft op de levende have valt onder [bedrijf 1] Ik sta op de loonlijst van de Holding en ik ben de enige bestuurder van de bedrijven [bedrijf 1], [bedrijf 2] en [bedrijf 3]

Het sperma van de stieren op mijn bedrijf wordt gevangen met een kunstschede, wordt verdund en in rietjes gedaan. Hierna worden de rietjes ingevroren. Voor het vangen en invriezen heb ik [betrokkene 1]. [betrokkene 1] heeft voor mij gewerkt vanaf denk ik 2005 tot oktober 2010. Na oktober 2010 heb ik het sperma vangen tot en met het verpakken zelf gedaan.

- het proces-verbaal van verhoor verdachte van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, nr. 82203, V1-02, d.d. 28 maart 2012, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - als de op 28 maart 2012 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van de verdachte (blz. 74):

Het was en is mij bekend dat het afgeleverde sperma, gewonnen op mijn bedrijf, niet mocht worden afgeleverd aan derden.

- het proces-verbaal van verhoor verdachte van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, nr. 82203, V1-04, d.d. 29 maart 2012, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - als de op 29 maart 2012 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van de verdachte (blz. 85 t/m 86):

De stieren [stier 1], [stier 3] en [stier 2] zijn sinds hun geboorte tot en met 8 november 2011 op het bedrijf [bedrijf 1], [adres]te Gouderak geweest.

Ik heb geen andere opslag voor sperma dan bij mij thuis. Dit was in het groene schuurtje achter het huis van mijn vader. Verder heb ik opslag in het vat in mijn zwarte pick up truck.

Ik heb geen erkend spermawinstation, maar ik heb het op mijn bedrijf gewonnen sperma vervoerd naar andere veehouders met mijn zwarte pick up. Ik heb het sperma van de stieren [stier 1], [stier 3] en [stier 2] aan diverse veehouders verkocht voor € 3,00 per rietje. Verder heb ik het op mijn bedrijf gewonnen sperma gebracht bij [betrokkene 2] te Hemelum, [betrokkene 3] te Middenbeemster en [betrokkene 4] te Maurik. Bij [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] was het sperma voor het gebruik bij de koeien op het eigen bedrijf. Verder vertegenwoordigt [betrokkene 2] mij (als zzp’er) bij andere veehouders. [betrokkene 5], de zoon van [betrokkene 3], is sinds oktober 2011 tot heden voor mij aan de gang met het rondbrengen van sperma rietjes.

- het proces-verbaal van verhoor verdachte van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, nr. 82203, V1-07, d.d. 30 maart 2012, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - als de op 30 maart 2012 tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van de verdachte (blz. 101):

Voor de spermaproductie op mijn bedrijf in de periode 2007 tot en met 28 maart 2012 zijn de volgende stieren gebruikt: [stier 1], [stier 2] en [stier 3].

- het proces-verbaal van bevindingen van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, nr. 82203, AMB-81, d.d. 16 maart 2012, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar. Dit proces‑verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - als relaas van deze opsporingsambtenaar (blz. 534 ):

Uit onderzoek in de I&R gegevens en Traces kwam naar voren dat de stieren [stier 3], geboren op 2007-04-10 (identificatienummer: NL 4774 2874 9) en [stier 2], geboren op 2008-11-06 (identificatienummer: NL 5207 2902 9) vanaf hun geboorte op het adres [adres]te Gouderak aanwezig zijn geweest en deze locatie niet hebben verlaten tot aan de datum van 8 november 2011. Van stier [stier 1], geboren op 2005-08-29 (identificatienummer: NL 4221 7953 7) blijkt dat deze voor de selectie datum van 2007-01-01 op het bedrijf al aanwezig was, geboren dan wel aangevoerd, en dat deze ook niet meer van het bedrijf afgevoerd is geweest tot de datum van 08-11- 2011.

Uit onderzoek in Berreg en MOS blijkt dat [verdachte], dan wel de aan hem gelieerde bedrijven geen enkele erkenning hebben voor een spermawincentrum, dan wel een aanvraag voor zo’n erkenning hebben lopen.

- een geschrift, te weten een brief van [betrokkene 6] van [bedrijf 4], d.d. 9 juni 2011, welk geschrift onder meer inhoudt - zakelijk weergegeven - (DOC – 0012, blz. 1286):

Op meerdere wijzen, waaronder via de website [website][website] wordt rundersperma aangeboden dat niet gewonnen is op een erkend spermawinstation. Daarnaast heeft ons recentelijk het bericht bereikt dat het betreffende sperma geleverd wordt in blanco rietjes, dus zonder enige vermelding van stier, charge, etc.

In het belang van de gezondheid van de Nederlandse rundveestapel doe ik daarom bij deze formeel aangifte van de handel in het bovengenoemde rundersperma.

Voor zover geschriften zijn gebruikt, is dit geschied in samenhang met andere bewijsmiddelen, die op hetzelfde feit betrekking hebben.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat de verdachte de op de dagvaarding onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging, te weten dat:

1. primair

[bedrijf 1] en [bedrijf 2] en [bedrijf 3] op tijdstippen in de periode van 1 januari 2010 tot en met 28 maart 2012, te Gouderak (gemeente Ouderkerk), tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk telkens rundersperma van de stieren [stier 1] en [stier 2] en [stier 3] hebben gewonnen terwijl niet was voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9 en 10 van het Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra, immers geschiedde de winning van dat rundersperma op een bedrijf gelegen aan [adres]te Gouderak, niet zijnde een door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit/ Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie erkend runderspermawincentrum, aan welke verboden gedragingen hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven.

2. primair

[bedrijf 1] en [bedrijf 2] en [bedrijf 3] op tijdstippen in de periode van 1 januari 2010 tot en met 28 maart 2012, te Gouderak (gemeente Ouderkerk) en Middenbeemster (gemeente Beemster) en Maurik (gemeente Buren) en Hemelum (gemeente Súdwest Fryslân), tezamen en in vereniging met anderen,

opzettelijk telkens rundersperma van de stieren [stier 1] en [stier 2] en [stier 3] hebben vervoerd en verhandeld terwijl niet was voldaan aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 12 en 13 van het Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra, immers was dat rundersperma gewonnen en bewerkt en opgeslagen op een bedrijf gelegen aan [adres]te Gouderak, niet zijnde een door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit/ Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie erkend runderspermawincentrum, aan welke verboden gedragingen hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven.

3. primair

[bedrijf 1] en [bedrijf 2] en [bedrijf 3] op tijdstippen in de periode van 1 januari 2010 tot en met 28 maart 2012, te Gouderak (gemeente Ouderkerk) en Middenbeemster (gemeente Beemster) en Maurik (gemeente Buren) en Hemelum (gemeente Súdwest Fryslân), tezamen en in vereniging met anderen, telkens voorwerpen, te weten rietjes met rundersperma van de stieren [stier 1] en [stier 2] en [stier 3], hebben verworven en voorhanden hebben gehad en hebben overgedragen en van die voorwerpen/rietjes gebruik hebben gemaakt door deze te verkopen en te verhandelen, terwijl zij en haar mededaders wisten dat voornoemde voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, aan welke verboden gedragingen hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde.

De verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat hij niet strafbaar heeft gehandeld. Hij heeft daartoe aangevoerd dat zijn werkzaamheden met betrekking tot het winnen en verhandelen van rundersperma steeds veterinair gecontroleerd waren, waardoor de risico’s op verspreiding van dierziekten uiterst gering waren. Hij heeft aldus niet gehandeld in strijd met de strekking en het doel van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en het Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra.

De rechtbank begrijpt dat de verdachte aldus een beroep doet op het ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid en overweegt hieromtrent als volgt.

Blijkens de nota van toelichting op het Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra (Staatsblad 2001, 95) mag enkel rundersperma worden verhandeld dat is gewonnen op een door de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij erkend runderspermawincentrum. Deze erkenning wordt verleend indien wordt voldaan aan de EU-normen van richtlijn 88/407/EEG. Ook runderspermawincentra die niet exporteren, moeten voldoen aan de ter uitvoering van deze richtlijn nader gestelde regels omtrent inrichting, administratie en bedrijfsvoering. Voorbeelden hiervan zijn de verplichte aanwezigheid van een afzonderlijke quarantainestal, het hanteren van een strikte scheiding tussen stal- en overig personeel, het aanwezig hebben van een calamiteitenplan en het voeren van een administratie waarmee de stieren en het sperma getraceerd kunnen worden. Slechts voor de runderen die aanwezig zijn op het eigen bedrijf mag een veehouder op zijn bedrijf zelf sperma (laten) vangen van een eigen stier en op het eigen bedrijf gebruiken. Deze uniforme regelgeving is gericht op het voorkomen van (massale) verspreiding van dierziekten.

De invoering van deze regelgeving heeft plaats gevonden na een aantal grootschalige uitbraken van dierziekten in Nederland. Tijdens de uitbraak van de klassieke varkenspest in 1997 zijn beren in een spermawincentrum besmet geraakt, welke besmetting zich via het sperma verder verspreidde (Nota van toelichting Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra, Staatsblad 2001, 95, blz. 9). Bij erkende runderspermawincentra wordt het risico op een dergelijke verspreiding onder andere ondervangen en gecontroleerd door vele en regelmatige tests op verscheidene dierziekten. Daarnaast is bij erkende runderspermawincentra de traceerbaarheid van sperma zo secuur geregeld, dat men precies kan aantonen waar het sperma vandaan komt en door wie het sperma is afgenomen. Deze zorgvuldige handelwijze is van belang, vooral in het verband met eventuele dierziektebestrijding op (inter)nationaal niveau, maar ook ten behoeve van de genetische vooruitgang van de veestapel (Proces-verbaal, blz. 308).

De verdachte heeft, door zich op dit terrein te begeven op de schaal zoals uit het dossier blijkt, zonder noodzaak of rechtvaardiging in strijd met de daarvoor geldende regelgeving gehandeld en risico’s geschapen van het soort dat deze regelgeving juist probeert te voorkomen. Daarbij komt dat de verdachte – blijkens het strafdossier – aan geen van de hierboven genoemde vereisten heeft voldaan; de werkplek was onhygiënisch en het verwerken van het sperma gebeurde onzorgvuldig. In dit licht valt niet in te zien waarom het handelen van de verdachte niet strafbaar zou zijn. De door de verdachte na de zitting nog aan de rechtbank gestuurde stukken leiden, daargelaten dat deze voor een groot deel geen betrekking hebben op (zijn) handelen in de tenlastegelegde periode, niet tot een ander oordeel. De rechtbank verwerpt derhalve het verweer.

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, aangezien er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte.

De verdachte is strafbaar, nu er evenmin feiten of omstandigheden aannemelijk

zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

Strafmotivering.

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft op grote schaal en op commerciële basis gehandeld en is, ook na een doorzoeking en inbeslagname op zijn bedrijf op 8 november 2011, blijven handelen in strijd met de onderhavige verbodsbepalingen. Door het optreden van de verdachte wordt een heel waarborgsysteem, opgezet om de gezondheid van de dieren en de mens, veilig te stellen, gefnuikt. Als de risico’s verbonden aan het handelen van de verdachte zich verwezenlijken, hetgeen nog steeds mogelijk is, dan kunnen de gevolgen desastreus zijn voor de volksgezondheid en voor de gehele veehouderij. Met zijn handelen heeft de verdachte de belangen van een gehele bedrijfstak op het spel gezet. De verdachte heeft voorts geen enkele blijk van inzicht in zijn handelen gegeven. Hij blijft vasthouden aan zijn eigen waarheid en lijkt ervan overtuigd dat zijn werkwijze geen enkel risico met zich brengt.

Om als runderspermawincentrum te worden erkend, dienen in het algemeen verschillende bedrijfsinvesteringen te worden gedaan. De verdachte heeft echter zonder de benodigde erkenning en in strijd met de daarvoor geldende regelgeving rundersperma gewonnen en deze verhandeld, en heeft op die wijze veel geld bespaard, hetgeen tegenover zijn concurrenten, die deze investeringen wel hebben gedaan, concurrentievervalsing oplevert.

De verdachte heeft kennelijk enkel oog gehad voor zijn eigen financiële gewin. De rechtbank rekent dit alles verdachte zwaar aan.

Blijkens het uittreksel Justitiële Documentatie betreffende de verdachte, d.d. 11 november 2013, is hij in het verleden meermalen ter zake van (onder meer) economische delicten veroordeeld. De rechtbank heeft daar kennis van genomen maar zal dat, gelet op het tijdsverloop, niet ten nadele van de verdachte laten meewegen bij de strafoplegging.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zoals geëist door de officier van justitie, passend is.

De rechtbank zal tevens als bijkomende straf de openbaarmaking van deze uitspraak gelasten in vakblad Boerderij Vandaag. De rechtbank gaat hiertoe over nu, gelet op de aard en ernst van de bewezen en strafbare feiten, het van belang is dat de maatschappij, en in het bijzonder de veehouderij, gewaarschuwd wordt, voor het handelen van de verdachte. Zeker nu tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte nog steeds actief is in de runderspermahandel. Daarnaast kan deze bijkomende straf een zekere genoegdoening verschaffen aan gedupeerde ondernemers en concurrenten binnen de branche.

De kosten, die de rechtbank schat op € 3.000,-- , komen daarbij voor rekening van de verdachte.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De op de beslaglijst onder 1, 4 en 5 genummerde voorwerpen zullen worden verbeurdverklaard, nu verdachte wordt veroordeeld en deze goederen zijn bestemd tot het begaan van het misdrijf. De onder 2 en 3 genummerde voorwerpen dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien deze tot het begaan van het misdrijf zijn bestemd en van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

  • -

    24, 24b, 24c, 33, 33a, 36, 36b, 36c, 36d, 47, 51, 57, 420bis van het Wetboek van Strafrecht;

  • -

    1, 2, 6, 7 van de Wet op de economische delicten;

  • -

    6 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

- 8, 11 van het Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Beslissing.

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 primair en feit 2 primair:

medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 6 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 3 primair:

medeplegen van witwassen, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

veroordeelt de verdachte tot openbaarmaking van deze uitspraak en schat de kosten daarvan op € 3.000,--, te betalen door verdachte, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 40 dagen hechtenis;

bepaalt dat de openbaarmaking zal geschieden door middel van publicatie in het vakblad Boerderij Vandaag;

verklaart verbeurd de op de beslaglijst onder 1, 4 en 5 genummerde voorwerpen, te weten:

1. STK Rietje (A 1 II 1 4);

4. 1 STK Rietjes (A 1 I 11);

5. 1 Doos Rietjes (AB 2).

verklaart onttrokken aan het verkeer de op de beslaglijst onder 2 en 3 genummerde voorwerpen, te weten:

2. 1 Doos met voorbedrukte rietjes (A 1 II 4 1);

3. 3 STK Rietjes (A C 1);

Dit vonnis is gewezen door

mr. E. Rabbie, voorzitter,

mr. S.M. de Bruijn, rechter,

mr. S.L.M. Staals, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. J.L.D. Timmermans griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 juli 2014.

mr. S.L.M. Staals is buiten staat dit vonnis te tekenen.