Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:15290

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26-11-2014
Datum publicatie
15-12-2014
Zaaknummer
454667 HA ZA 13-1291
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vrijwaringsincident en vrijwarings- en voegingsincident.

Zie ook C/09/466731 / HA ZA 14-633

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

Zittingsplaats Den Haag

zaaknummer / rolnummer: C/09/454667 / HA ZA 13-1291

Vonnis in incident van 26 november 2014

in de zaak van

1. de rechtspersoon naar vreemd recht

CONVERSE INC.,

gevestigd te North Andover, Massachusetts, Verenigde Staten van Amerika,

2. de commanditaire vennootschap

ALL STAR C.V.,

gevestigd te Hilversum,

eiseressen in de hoofdzaak,

eiseressen in het incident tot voeging,

verweersters in het incident tot vrijwaring,

advocaat mr. M. Schut te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN CAEM SPORTS B.V.,

gevestigd te Leiden,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident tot voeging,

advocaat mr. J.P. Heering te Den Haag,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GOEIEMODE B.V.,

gevestigd te Leiden,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident tot vrijwaring,

verweerster in het incident tot voeging,

advocaat mr. K.R.M. de Nijs te Rotterdam.

Eiseressen zullen hierna gezamenlijk in enkelvoud Converse genoemd worden. Gedaagden in de hoofdzaak zullen hierna worden aangeduid als VCS en Goeiemode.

De zaak is voor Converse inhoudelijk behandeld door mrs. R. van der Zaal, E.W. Jurjens en M. Schut, allen advocaten te Amsterdam. Voor VCS is de zaak inhoudelijk behandeld door mr. M.A. Overman, advocaat te Rotterdam.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het incidentele vonnis van 26 maart 2014 en de daarin genoemde processtukken;

  • -

    de incidentele conclusie tot vrijwaring van Goeiemode met producties een tot en met zes van 9 juli 2014;

  • -

    de akte van Converse houdende instemming met vordering van Goeiemode tot oproeping in vrijwaring, tevens incidentele conclusie tot voeging van 9 juli 2014;

  • -

    de conclusie van antwoord in de hoofdzaak van VCS, tevens houdende een comparitieverzoek, met producties vijf tot en met negen, van 9 juli 2014;

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord in het voegingsincident van Goeiemode van 23 juli 2014;

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord in het vrijwarings- en voegingsincident van VCS van 23 juli 2014.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in de incidenten.

2 De hoofdzaak

2.1.

Voor de vorderingen en de grondslagen in de hoofdzaak wordt verwezen naar het incidentele vonnis van 26 maart 2014. In dat vonnis is de incidentele vordering van VCS tot oproeping in vrijwaring van EN-S Sports en/of SMATT Company toegewezen en de vordering tot voeging van de hoofdprocedure met de vrijwaringsprocedures afgewezen. De hoofdzaak is vervolgens verwezen naar de rol van 9 juli 2014 voor conclusie van antwoord van VCS en Goeiemode.

3 De incidentele vrijwaringsvordering en de incidentele voegingsvordering

3.1.

Goeiemode vordert dat de rechtbank haar zal toestaan VCS in vrijwaring op te roepen. Goeiemode voert aan dat, zo de vorderingen van Converse jegens haar toewijsbaar zouden zijn, VCS haar zou moeten vrijwaren, omdat VCS aan Goeiemode heeft verklaard ervoor in te staan dat de schoenen die zij aan Goeiemode heeft geleverd origineel en vrij verkoopbaar binnen de EU zouden zijn. Ook zonder die verklaring is VCS volgens Goeiemode, in het geval van toewijzing van de vorderingen van Converse, toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de tussen Goeiemode en VCS gesloten koopovereenkomsten. Om die reden is zij gehouden de schade van Goeiemode te vergoeden, aldus Goeiemode.

3.2.

Converse maakt geen bezwaar tegen de gevorderde vrijwaring. VCS heeft zich eveneens uitgelaten over de incidentele vordering van Goeiemode.

3.3.

Ingevolge het incidentele vonnis van 26 maart 2014 is SMATT inmiddels gedagvaard tegen de roldatum van 28 mei 2014, waarna SMATT in de procedure is verschenen. Deze zaak is bij de rechtbank bekend onder het zaaknummer C/09/466731 HA ZA 14/633. Converse vordert incidenteel dat deze zaak wordt gevoegd met de onderhavige hoofdzaak, met compensatie van de kosten van het voegingsincindent. Zij voert daartoe aan dat de stellingen van SMATT van direct belang zijn voor het beoordelen van de eventuele verweren van VCS in de onderhavige hoofdzaak.

3.4.

VCS en Goeiemode refereren zich in het voegingsincident aan het oordeel van de rechtbank. VCS stemt expliciet in met de verzochte compensatie van de kosten. Goeiemode heeft zich over de kostenveroordeling niet uitgelaten.

4 De beoordeling in het incident

Vrijwaring

4.1.

De rechtbank gaat voorbij aan hetgeen door VCS over de incidentele vordering van Goeiemode is aangevoerd omdat VCS geen partij is in de procedure tussen Converse en Goeiemode en dus evenmin in het vrijwaringsincident.

4.2.

Een vordering tot oproeping van een derde in vrijwaring is in beginsel toewijsbaar indien een partij krachtens een rechtsverhouding met een derde de gevolgen van een veroordeling in de hoofdzaak op die derde kan verhalen. Goeiemode heeft voldoende gemotiveerd en concreet gesteld dat zij, indien de beslissing in de hoofdzaak voor haar nadelig zal uitvallen, geheel of gedeeltelijk verhaal heeft op VCS. De incidentele vordering Goeiemode toe te staan VCS in vrijwaring op te roepen zal dan ook worden toegewezen, gelet op het feit dat de aangevoerde gronden die vordering kunnen dragen en Converse zich niet heeft verzet tegen toewijzing van deze vordering. De vrijwaringszaak kan worden aangebracht tegen de zitting van 21 januari 2015, zodat VCS kan concluderen voor antwoord in de vrijwaringszaak op dezelfde roldatum als hierna voor de hoofdzaak wordt bepaald.

4.3.

Over de kosten van het incident zal worden beslist tegelijk met de beslissing in de hoofdzaak.

Voeging

4.4.

Voeging van zaken op grond van artikel 222 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dient onder meer te worden toegestaan indien bij dezelfde rechter verknochte zaken aanhangig zijn. Aan dit vereiste is ten aanzien van de onderhavige hoofdzaak en de vrijwaringszaak tegen SMATT met zaaknummer C/09/466731 HA ZA 14/633 voldaan. Nu VCS en Goeiemode zich aan het oordeel van de rechtbank refereren, zal de voegingsvordering worden toegewezen.

4.5.

Nu Converse heeft verzocht de proceskosten te compenseren, Goeiemode zich daartegen niet heeft verzet en VCS daarmee heeft ingestemd, zal aldus worden beslist.

5 De hoofdzaak

5.1.

Bij incidenteel vonnis van heden is bepaald dat de vrijwaringszaak tegen SMATT wordt verwezen naar de rol van 4 maart 2015. De onderhavige hoofdzaak, waarin reeds voor antwoord is geconcludeerd door VCS, dient derhalve eveneens naar die rol te worden verwezen voor conclusie van antwoord van Goeiemode, waarna beide zaken kunnen worden verwezen naar een nadere roldatum voor beraad comparitie.

6 De beslissing

De rechtbank:

in het vrijwaringsincident

6.1.

staat Goeiemode toe VCS in vrijwaring te dagvaarden tegen de terechtzitting van 21 januari 2015;

6.2.

reserveert de beslissing omtrent de kosten tot de beslissing in de hoofdzaak;

in het voegingsincident

6.3.

bepaalt dat de onderhavige procedure zal worden gevoegd met de procedure met

zaak-/rolnummer C/09/466731 HA ZA 14/633 van VCS tegen SMATT;

6.4.

bepaalt dat partijen elk de eigen kosten van dit incident dragen;

in de hoofdzaak

6.5.

verwijst deze procedure naar de rol van woensdag 4 maart 2015 ter voeging

met de procedure met zaak-/rolnummer C/09/466731 HA ZA 14/633 en voor conclusie van antwoord aan de zijde van Goeiemode;

6.6.

houdt elke verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.G.J. de Heij en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2014.