Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:15285

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15-12-2014
Datum publicatie
23-01-2015
Zaaknummer
09/993008-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

veroordeelt de verdachte tot:

een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de tijd van 80 (tachtig) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 40 (veertig) DAGEN.

artikel 9, 22c 22d, en 225 het Wetboek van Strafrecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/993008-13

Datum uitspraak: 15 december 2014

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officieren van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,

adres: [adres].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 17, 21, 25 november en 1 december 2014.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie mrs. L.L.H. Roebroek en H.C. Vermaseren, en van hetgeen door de raadsvrouw van verdachte mr. M.J.R. Roethof, advocaat te Arnhem, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is – kort samengevat – het volgende ten laste gelegd:

in onderzoek Budget

1.

primair:

dat hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 17 april 2012 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie bestaande uit onder meer verdachte en medeverdachten [medeverdachte 5], [medeverdachte 12], [medeverdachte 6], [medeverdachte 11], [medeverdachte 1], [medeverdachte 4] en andere rechtspersonen, die het oogmerk had op het plegen van de volgende misdrijven: oplichting, valsheid in geschrift en witwassen;

subsidiair:

dat hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 17 april 2012 tezamen en in vereniging zorgkantoren, de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) en het Centraal Administratiekantoor (CAK) heeft opgelicht voor een bedrag van € 3.126.904,29;

meer subsidiair:

dat hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 17 april 2012 tezamen en in vereniging € 3.126.904,29 toebehorende aan zorgkantoren, NZA en CAK heeft verduisterd;

meest subsidiair:

dat hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 17 april 2012 tezamen en in vereniging een bedrijfsadmnistratie heeft vervalst;

2.

primair:

dat hij in de periode van 17 april 2012 tot en met 11 mei 2012 tezamen en in vereniging een bestuursverklaring heeft vervalst;

subsidiair:

dat hij op 11 mei 2012 opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valse bestuursverklaring.

3 Voorvragen

Nietigheid van de dagvaarding?

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenlastelegging voor wat betreft feit 1 partieel nietig moet worden verklaard, te weten voor het deel van de tenlastelegging dat ziet op witwassen. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat deze misdrijven niet alleen in de beschrijving van het betreffende feit niet nader zijn uitgewerkt, maar evenmin in de subsidiaire en meer subsidiaire uitwerking van dit feit op de tenlastelegging zijn vermeld.

De beoordeling van het verweer door de rechtbank

Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. In de tenlastelegging is vermeld uit welke (rechts)personen de criminele organisatie zou hebben bestaan, gedurende welke periode sprake zou zijn geweest van die criminele organisatie en op welke misdrijven die organisatie het oog had. Bij de beoordeling of een zodanig feit bewezen kan worden verklaard heeft in zijn algemeenheid te gelden dat daarbij betekenis toekomt aan de vraag of sprake is geweest van het door verdachte deelnemen in feitelijke zin aan een gestructureerd samenwerkingsverband, dat tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Daartoe is van belang of verdachte behoort tot die organisatie en of hij als deelnemer een aandeel heeft in die organisatie dan wel van gedragingen heeft ondersteund die strekten tot of rechtsreeks verband hielden met de verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie. Om het bestaan van een criminele organisatie bewezen te verklaren, is niet vereist dat al misdrijven of strafbare pogingen daartoe zijn begaan. De rechtbank ziet in de wijze van tenlastelegging en de kennelijke bedoeling van de steller ervan, te weten dat verdachte zich aan deelname aan die criminele organisatie zou hebben schuldig gemaakt, geen omstandigheden die kunnen leiden tot de conclusie dat de tenlastelegging onduidelijk is. De rechtbank is voorts van oordeel dat voor de verdachte bij kennisneming van het strafdossier redelijkerwijs geen twijfel heeft kunnen bestaan welke specifieke gedragingen hem te dien aanzien worden verweten en welk samenwerkingsverband is bedoeld. Daarnaast is bij de behandeling ter zitting geenszins gebleken dat verdachte daarin geen inzicht had. Daarmee is de tenlastelegging voldoende feitelijk in de zin van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. Het verweer wordt daarom verworpen.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat vervolging op basis van artikel 225, eerste lid, Sr onder de omstandigheden van dit geval, in strijd is met de beginselen van een behoorlijke procesorde. De verdediging heeft daartoe onder verwijzing naar een arrest van het Hof Den Bosch van 12 september 2006 (ECLI:NL:2006:AY8252) en een vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 februari 2013 (ECLI:NL:2013:bz1739) aangevoerd dat de verdachte onder feit 1 verweten strafbare gedragingen onder de bepalingen van artikel 69 Algemene wet inzake Rijksbelasting (hierna: AWR) te brengen zijn en daarmee ook onder de vervolgingsuitsluitingsgrond van artikel 69, vierde lid AWR.

De beoordeling van het verweer door de rechtbank

Ingevolge het bepaalde in artikel 69, vierde lid AWR is strafvervolging op grond van artikel 225 tweede lid Sr uitgesloten indien het feit waarvoor de verdachte wordt vervolgd tevens onder een van de bepalingen van het eerste of tweede lid van artikel 69 AWR valt.

De verdachte verweten gedraging in onderhavige strafzaak is echter gestoeld op het eerste lid van artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht. Noch uit de wettekst, noch uit de wetsgeschiedenis volgt dat deze buiten-toepassing-verklaring ook ter zake het eerste lid van artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht geldt dan wel is beoogd. De stelling van de verdediging dat vervolging op basis van artikel 225 eerste lid Sr in strijd is met de beginselen van een behoorlijke procesorde, vindt dan ook geen steun in het recht. Het verweer van de raadsman wordt mitsdien verworpen en de rechtbank acht de officieren van justitie ontvankelijk in de vervolging ten aanzien van feit 1.

4 Bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten onder 1. primair en 2. primair wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van de feiten 1 en 2 vrijspraak bepleit. Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging in het bijzonder het volgende aangevoerd.

Niet is vast te stellen wanneer de bestuursverklaring is ingediend bij CZ. Dat het watermerk op de bestuursverklaring ontbreekt, is te verklaren doordat de bestuursverklaring veelvuldig is gekopieerd waardoor het watermerk niet langer zichtbaar is. Verdachte heeft altijd met goede intenties gehandeld en altijd openheid van zaken gegeven. Hij heeft geen opzet gehad op het vervalsen van de bestuursverklaring. Als er een fout was ontstaan, dan had verdachte in de gelegenheid worden gesteld om zijn fout te herstellen.

Bij de beoordeling van de tenlastelegging zal de rechtbank nader ingaan op de specifieke nadere onderbouwing van het verweer.

4.4

De beoordeling van de tenlastelegging1

Onderzoek Budget

De rechtbank heeft de vraag te beantwoorden of verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die het plegen van misdrijven als oogmerk had, of hij tezamen met anderen CZ Zorgkantoren heeft opgelicht, van CZ ontvangen bedragen heeft verduisterd, dan wel een valse bedrijfsadministratie heeft gevoerd (feit 1) en of hij een valse bestuursverklaring heeft opgemaakt, dan wel opzettelijk een valse bestuursverklaring heeft gebruikt (feit 2).

Zorg in Natura

Verdachte is in dit onderzoek naar voren gekomen in verband met zijn betrokkenheid bij de onderneming [bedrijfsnaam medeverdachte 1] (waarover hieronder meer), die zich bezig hield met de bemiddeling in het kader van zorgverlening. De zorg die via de bemiddeling van [bedrijfsnaam medeverdachte 1] werd verleend bestond, voor zover van belang in deze zaak, uit Zorg In Natura (ZIN), die werd gefinancierd via de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Om deze zorg te krijgen heeft een persoon een indicatie van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) nodig. Dit is een besluit waarin staat welke zorg iemand nodig heeft en op hoeveel uren zorg men recht heeft. De uitvoering van deze zorg geschiedt vervolgens onder verantwoordelijkheid van regionale zorgkantoren, in de regio Haaglanden (waar het in deze zaak om draait) is dit CZ-Zorgkantoor (hierna: CZ). Zorgkantoren maken jaarlijks productieafspraken met zorgaanbieders over prijs en volume van AWBZ-zorg, lopende het jaar worden deze afspraken bijgesteld aan de hand van gerealiseerde productie en na afloop van het jaar vindt een nacalculatie plaats.

[bedrijfsnaam medeverdachte 1]

[bedrijfsnaam medeverdachte 1] en [bedrijfsnaam medeverdachte 1] zijn gevestigd in Nijmegen en zijn actief als aanbieder van thuiszorg. [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]) en [verdachte] (hierna: [verdachte]) zijn bestuurders van [bedrijfsnaam medeverdachte 1]. [medeverdachte 1] is enig (middellijk) aandeelhouder en (middellijk) bestuurder van [bedrijfsnaam medeverdachte 1] [verdachte] is in loondienst bij [bedrijfsnaam medeverdachte 1] (hierna aangeduid als: [bedrijfsnaam medeverdachte 1]).

[bedrijfsnaam medeverdachte 1] heeft in 2010, 2011 en 2012 productieafspraken gemaakt met CZ voor de regio Haaglanden. In dat kader heeft [bedrijfsnaam medeverdachte 1] in de periode 2010 tot en met 2012 jaarlijks een Bestuursverklaring ingediend bij CZ, alsmede jaarlijkse productieafspraken en/of budgetafspraken met productiecijfers, budgetformulieren en herschikkingen daarvan ingeleverd, ten behoeve van de bevoorschotting en nacalculatie.

[bedrijfsnaam medeverdachte 1] heeft tot en met 2011 in Excelbestanden die door CZ werden verstuurd ingevuld wat de verleende zorguren waren. Vanaf 2012 werden door [bedrijfsnaam medeverdachte 1] de verleende zorguren gemeld middels een zogenaamd AW319 bestand. Getuige [betrokkene 35] (hierna: [betrokkene 35]), medewerkster van [bedrijfsnaam medeverdachte 1], heeft verklaard dat deze bestanden werden gevuld aan de hand van de gewerkte uren van de zorgverleners en dat aan de hand van deze bestanden door het zorgkantoor werd gebudgetteerd. Voor door [bedrijfsnaam medeverdachte 1] geleverde zorg in Nijmegen controleerde zij dit aan de hand van urenbriefjes van de zorgverleners. Voor ‘Den Haag’ (de rechtbank begrijpt [bedrijfsnaam medeverdachte 5], eigendom van medeverdachte [medeverdachte 5], en [bedrijfsnaam medeverdachte 6], eigendom van medeverdachte [medeverdachte 6]), had zij lijsten die zij per maand uitdraaide en dan getekend door de cliënt terugkreeg.

Samenwerking [bedrijfsnaam medeverdachte 1] met [bedrijfsnaam medeverdachte 5] en [bedrijfsnaam medeverdachte 6]

[bedrijfsnaam medeverdachte 5] (hierna: [bedrijfsnaam medeverdachte 1]) en [bedrijfsnaam medeverdachte 6] (hierna: [bedrijfsnaam medeverdachte 6]) hadden zelf als zorgaanbieders geen contract met een zorgkantoor. [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en [bedrijfsnaam medeverdachte 6] zijn in 2010 gaan samenwerken met [bedrijfsnaam medeverdachte 1], dat wel een contract had met CZ. [medeverdachte 5] heeft op internet gezocht naar een hoofdaannemer met een actieve AGB code (de rechtbank begrijpt: een Algemeen Gegevensbeheercode, waarmee zorgaanbieders kunnen worden herkend en die ‘actief’ is als een zorgaanbieder een contract heeft met een zorgkantoor) en is zo bij [bedrijfsnaam medeverdachte 1] terecht gekomen. [medeverdachte 5] heeft telefonisch een afspraak gemaakt is vervolgens met [medeverdachte 6], naar [bedrijfsnaam medeverdachte 1] geweest waar zij hebben gesproken met [medeverdachte 1] over de mogelijkheden tot samenwerking en over de uurtarieven die [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en [bedrijfsnaam medeverdachte 6] aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1] zouden declareren.

In het dossier bevinden zich samenwerkingsovereenkomsten tussen [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en [bedrijfsnaam medeverdachte 1] (D-193) en tussen [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en [bedrijfsnaam medeverdachte 6] (D-200). Deze documenten zijn op 5 november 2010 getekend door [medeverdachte 1], respectievelijk op 1 november 2010 getekend door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 11] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 6]). De overeenkomsten betreffen de periode van 1 november 2010 tot en met 31 oktober 2011. Daarin is onder meer vermeld dat partijen na een succesvolle samenwerking na 31 oktober 2011 de samenwerking mogelijk middels een franchiseformule willen continueren (D-193 en D-200, beide in artikel 3, onder 7).

In deze samenwerkingsovereenkomsten is in artikel 4 (Wijze van uitvoering, taakverdeling) onder 3 overeengekomen: [bedrijfsnaam medeverdachte 1]/[bedrijfsnaam medeverdachte 6] zal [bedrijfsnaam medeverdachte 1] wekelijks informeren betreffende het verloop van cliënten en het aantal gerealiseerde CIZ- geïndiceerde extramurale zorguren.

Voor de beoordeling van de vraag of [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben deelgenomen aan een criminele organisatie die als oogmerk had op het plegen van misdrijven zal de rechtbank eerst bespreken of er strafbare feiten zijn gepleegd waaraan [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben deelgenomen en, zo ja, of dat heeft plaatsgevonden in het kader van een criminele organisatie.

Het informeren van CZ over de samenwerking van [bedrijfsnaam medeverdachte 1] met [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en [bedrijfsnaam medeverdachte 6]

[bedrijfsnaam medeverdachte 1] heeft CZ geïnformeerd over de samenwerking met [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en [bedrijfsnaam medeverdachte 6]. De werkzaamheden zijn vanaf 2010 verricht en [bedrijfsnaam medeverdachte 1] zag haar omzet aanzienlijk groeien. Dat was ook de reden dat met CZ hogere budgetten werden afgesproken. In een verslag van een overleg van [bedrijfsnaam medeverdachte 1] met CZ van 1 oktober 2010 heeft [verdachte] namens [bedrijfsnaam medeverdachte 1] aangegeven dat met [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en [bedrijfsnaam medeverdachte 6] een franchiseovereenkomst is gesloten.

In de in beslag genomen bedrijfsadministratie van [bedrijfsnaam medeverdachte 1] is een Bestuursverklaring 2012 (D-123) aangetroffen. Deze verklaring is op 26 juli 2011 door [medeverdachte 1] ondertekend. Alle pagina’s zijn voorzien van een watermerk ‘DEFINITIEF’. Getuige [betrokkene 39] van CZ heeft verklaard dat dit stuk (haar wordt D-123 voorgehouden) door [bedrijfsnaam medeverdachte 1] bij CZ is ingeleverd tussen 26 juli 2011 en 1 augustus 2011. Het watermerk, het woord ‘DEFINITIEF’ is het watermerk van CZ. Deze bestuursverklaring (de rechtbank begrijpt: het getoonde document D-123) heeft [bedrijfsnaam medeverdachte 1] gedownload van de site van CZ. Op pagina 8 van deze bestuursverklaring is te zien dat de onderaannemers [bedrijfsnaam medeverdachte 6] en [bedrijfsnaam medeverdachte 1] niet zijn vermeld, terwijl dat wel had moeten gebeuren. De hiervoor genoemde samenwerkingsovereenkomsten tussen [bedrijfsnaam medeverdachte 1] enerzijds en [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en [bedrijfsnaam medeverdachte 6] waren op het moment van inlevering van de Bestuursverklaring 2012 al overeengekomen en er werd conform die overeenkomsten samengewerkt.

De rechtbank stelt vast en is van oordeel dat [bedrijfsnaam medeverdachte 1] – en daarmee [medeverdachte 1] en [verdachte] – in gebreke zijn gebleven waar het de invulling van pagina 8 van de Bestuursverklaring 2012 betreft. De rechtbank ziet zich vervolgens gesteld voor de vraag of [medeverdachte 1] daarvan een strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Heeft [medeverdachte 1] met het niet vermelden het opzet gehad een vals document op te stellen met het oogmerk dat als echt en onvervalst te gebruiken tegenover CZ en heeft zij het opzet gehad CZ daarmee te bewegen tot de afgifte van een bedrag van ruim 3,1 miljoen euro? De rechtbank is van oordeel dat zulks niet het geval is. Weliswaar was in 2011 en vervolgens ook begin 2012 sprake van samenwerking met [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en [bedrijfsnaam medeverdachte 6], maar het niet vermelden van die samenwerking die ook voor 2012 werd voorzien, leidt in de eerste plaats tot handelen in strijd met de overeenkomst tussen [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en CZ. CZ heeft in mei 2012, toen zij ontdekte dat [bedrijfsnaam medeverdachte 1] handelde in strijd met de opgave in de Bestuursverklaring 2012 wel doorcontracteerde, de bevoorschotting met onmiddellijke ingang stopgezet (brief van CZ aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1] van 10 mei 20912, D-158-2).

Weliswaar heeft [bedrijfsnaam medeverdachte 1] in de jaren 2010 tot en met 2012 jaarlijks stukken ingeleverd bij CZ (productieafspraken en/of budgetafspraken met productiecijfers, budgetformulieren en herschikkingen daarvan) en gaf geen van deze stukken blijk van onderaanneming, dan wel doorcontractering aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en [bedrijfsnaam medeverdachte 6], maar daarvan kan niet zonder meer worden gezegd dat daarmee CZ in strafrechtelijke zin, derhalve wederrechtelijk, is bewogen tot de afgifte van zorgbudgetten. Daarbij is van belang dat de aangevraagde zorg was gebaseerd op - op zichzelf genomen - reële indicatiestellingen. Weliswaar is de zorg vervolgens uitgevoerd op een andere manier dan in de verschillende stukken is vermeld, maar op grond daarvan kan niet worden gesteld, laat staan wettig en overtuigend bewezen, dat [bedrijfsnaam medeverdachte 1], [medeverdachte 1] en [verdachte] zich schuldig hebben gemaakt aan oplichting en/of verduistering.

Verschil tussen gedeclareerde uren en verleende zorg

De FIOD heeft bij een aantal cliënten van [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en [bedrijfsnaam medeverdachte 6] onderzocht of er verschil is geweest tussen het aantal bij [bedrijfsnaam medeverdachte 1] gedeclareerde uren en het aantal daadwerkelijke uren geleverde zorg door [bedrijfsnaam medeverdachte 1]. De rechtbank heeft bij uitspraken van heden in de zaken van onder meer [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] wettig en overtuigend bewezen verklaard dat aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1] duizenden uren meer dan de daadwerkelijk verleende zorguren in rekening zijn gebracht doordat niet aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1] werd gefactureerd op basis van de daadwerkelijk geleverde zorguren, maar op basis van de (maximale) omvang van de uren die op grond van de indicatiestelling voor zorg beschikbaar waren. CZ heeft op basis van het aantal geïndiceerde uren bedragen aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1] voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank is daardoor sprake van valsheid in geschrift en oplichting van CZ. De rechtbank heeft in die zaken tevens geoordeeld dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] hebben deelgenomen aan een criminele organisatie, zij het dat de rechtbank tevens heeft geoordeeld dat zij – tezamen met anderen - ieder deel uitmaakten van een verschillende criminele organisatie.

Ten aanzien van de gemaakte afspraken tussen [bedrijfsnaam medeverdachte 1]/[bedrijfsnaam medeverdachte 6] en [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

[medeverdachte 5] heeft, geconfronteerd met het verschil tussen gefactureerde en verleende zorguren verklaard dat [bedrijfsnaam medeverdachte 1] vanaf het begin van de samenwerking aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1] maandelijks bij [bedrijfsnaam medeverdachte 1] het aantal uren zorg heeft gedeclareerd zoals deze door het CIZ per cliënt waren geïndiceerd en dat dit nooit is veranderd. [medeverdachte 5] heeft gesteld te hebben gehandeld conform afspraken met [bedrijfsnaam medeverdachte 1]. Haar verklaring wordt bevestigd door de verklaring van [medeverdachte 4]. Hij heeft verklaard dat deze wijze van factureren was afgesproken met [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en dat hij voor het factureren alleen de indicatiestelling nodig had en niet de urenadministratie. Ook [medeverdachte 12] heeft verklaard dat bij [bedrijfsnaam medeverdachte 1] altijd zo is gewerkt, omdat dit van [bedrijfsnaam medeverdachte 1] zo moest.

[medeverdachte 6] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] heeft gevraagd om op basis van de indicatie te factureren. [medeverdachte 11] maakte de facturen aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1]. [medeverdachte 11] heeft verklaard dat dat hij de uren vermeld op de indicatiestelling factureerde aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1].

[medeverdachte 1] heeft ontkend dat zij namens [bedrijfsnaam medeverdachte 1] de afspraak heeft gemaakt dat de indicatie uren door [bedrijfsnaam medeverdachte 1] gedeclareerd mochten worden, volgens haar mochten alleen de daadwerkelijk gewerkte uren worden gedeclareerd. [betrokkene 35] was bij [bedrijfsnaam medeverdachte 1] verantwoordelijk voor betalingen van de facturen van [bedrijfsnaam medeverdachte 1]. Zij heeft verklaard dat met haar niet is afgesproken dat volgens indicatie mocht worden gefactureerd en bij haar weten ook niet met anderen binnen [bedrijfsnaam medeverdachte 1], dat dit ook niet mag en dat [bedrijfsnaam medeverdachte 1] alleen geleverde uren zorg betaalt. Oviedo was zorgcoördinator bij [bedrijfsnaam medeverdachte 1]. Hij stelde voor de klanten van [bedrijfsnaam medeverdachte 1] zorgovereenkomsten op en stuurde die naar [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en controleerde of deze getekend terugkwamen. Hij heeft verklaard dat alleen geleverde zorg gedeclareerd mag worden en hij er niet van op de hoogte was dat dit door [bedrijfsnaam medeverdachte 1] niet gebeurde. Volgens hem heeft [bedrijfsnaam medeverdachte 1] nooit gevraagd om een controle.

De verklaringen van [medeverdachte 1], [betrokkene 35] en Oviedo worden bevestigd door de afspraken in het contract. De rechtbank hecht meer waarde aan de verklaringen van [medeverdachte 1], [betrokkene 35] en Oviedo dan aan de verklaringen van [medeverdachte 5], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 12]. Voor [medeverdachte 1], [betrokkene 35] en Oviedo geldt dat zij uitgebreid en, met betrekking tot de vraag of een afspraak was gemaakt om volgens declaratie te declareren, consistent hebben verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank ligt dit laatste bij [medeverdachte 4], [medeverdachte 5] en [medeverdachte 12] anders.

De rechtbank stelt vast dat uit deze eerste verklaringen van [medeverdachte 4] en [medeverdachte 12] niet blijkt dat er afspraken waren met [bedrijfsnaam medeverdachte 1] om volgens de indicatie te declareren . [medeverdachte 5] heeft hierover wel verklaard, maar niet dat dit een afspraak was die gemaakt was met [medeverdachte 1], sterker nog, met haar was daarover geen contact geweest.

Nu de verklaringen van [medeverdachte 5], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 12] niet alleen worden weersproken door het contract en de verklaringen van de genoemde getuigen, maar ook door eerder afgelegde eigen verklaringen, acht de rechtbank niet aannemelijk geworden dat tussen [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en [bedrijfsnaam medeverdachte 6] enerzijds en [bedrijfsnaam medeverdachte 1] anderzijds de afspraak is gemaakt om alle geïndiceerde uren te factureren.

Ten aanzien van de zorgroosters

In het dossier bevindt zich een groot aantal maandstaten die betrekking hebben op één cliënt, waarop per dag een bepaalde soort en aantal minuten zorg is weergegeven. Deze staten zijn voorzien van handtekeningen. In de verklaringen worden zij wisselend aangeduid als zorgroosters en als urenlijsten.

[betrokkene 35] heeft ten aanzien van deze stukken verklaard dat zij deze naar [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en [bedrijfsnaam medeverdachte 6] stuurde en dat ze bij terugkomst getekend moesten zijn door de cliënt. Zij ging ervan uit dat daarop vermelde uren zorg dan ook geleverd waren. Zij controleerde of het aantal uren op het zorgrooster overeenkwam met de factuur. Aan de hand van de afgetekende zorgroosters ging [bedrijfsnaam medeverdachte 1] akkoord met de meegezonden factuur.

[betrokkene 37] was bij [bedrijfsnaam medeverdachte 1] managementassistent zorg. Tot haar taken behoorde de urenverantwoording in de administratie. Voor wat betreft de controle door [bedrijfsnaam medeverdachte 1] met betrekking tot de vraag of de gedeclareerde uren ook daadwerkelijk gewerkt werden, verklaart ook zij over de zogenaamde zorgroosters, die maandelijks door [bedrijfsnaam medeverdachte 1] werden uitgedraaid, naar [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en [bedrijfsnaam medeverdachte 6] per mail werden verzonden en dan per post retour kwamen. Zij vertrouwde erop dat deze urenlijsten met daarop de handtekening van de cliënt, in orde waren.

De rechtbank heeft in de zaken tegen onder meer de medeverdachte [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] wettig en overtuigend bewezen geacht dat op de zorgroosters steeds meer zorg is vermeld dan daadwerkelijk is verleend. Uit de verklaringen van de cliënten blijkt voorts dat zij, of hun partners namens hen, deze documenten niet zelf hebben getekend. Nu die handtekeningen daar echter wel op staan heeft de rechtbank geconcludeerd dat deze documenten zijn vervalst.

De rechtbank leidt uit voorgaande bevindingen en verklaringen van [betrokkene 35] en [betrokkene 37] over de zorgroosters voorts af dat deze door [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en [bedrijfsnaam medeverdachte 6] gebruikt werden om aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1] de gefactureerde uren verleende zorg te verantwoorden: medewerkers van [bedrijfsnaam medeverdachte 1] controleerden of het aantal gefactureerde uren overeenkwam met de op de zorgroosters vermelde uren en verbonden aan het feit dat er een handtekening op deze documenten stond de conclusie dat de daarop geleverde zorg ook daadwerkelijk geleverd was. Uit de verklaring van [betrokkene 35] volgt voorts dat [betrokkene 35] deze stukken ook gebruikte voor de verantwoording van het aantal geleverde uren naar CZ. De rechtbank stelt vast dat CZ (mede) op basis hiervan is overgegaan tot het definitief vaststellen van de rechtmatigheid van eerder uitgekeerde voorschotten aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1].

Nu de wijze van declareren op basis van indicatie niet is afgesproken met [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en [bedrijfsnaam medeverdachte 6] voorts gebruik hebben gemaakt van vervalste zorgroosters ter onderbouwing van de facturen, heeft de rechtbank geconcludeerd dat [bedrijfsnaam medeverdachte 5] en [bedrijfsnaam medeverdachte 6] deze facturen valselijk hebben opgemaakt en dit gebeurd is met als doel bij [bedrijfsnaam medeverdachte 1] het te doen voorkomen dat de op de facturen vermelde zorg daadwerkelijk was geleverd en aldus op het, via [bedrijfsnaam medeverdachte 1], wederrechtelijk verkrijgen van AWBZ gelden van CZ.

Uit het vorenstaande blijkt, aldus het oordeel van de rechtbank, dat [bedrijfsnaam medeverdachte 1] niet op de hoogte was van het verschil tussen de daadwerkelijk geleverde zorguren en de aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1] gefactureerde uren. [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben zich naar het oordeel van de rechtbank niet schuldig gemaakt aan het vervalsen van zorgroosters.

Conclusie feit 1

De rechtbank acht het bewijs dat het wederrechtelijk verkrijgen van gelden van CZ gebeurde in samenspraak met [bedrijfsnaam medeverdachte 1], niet geleverd. Uit het dossier kan wellicht worden afgeleid dat medewerkers van [bedrijfsnaam medeverdachte 1], onder verantwoordelijkheid van [medeverdachte 1] en bij haar afwezigheid van [verdachte], onvoldoende controle hebben uitgeoefend op de door [bedrijfsnaam medeverdachte 1] gedeclareerde uren, maar bewijs dat [bedrijfsnaam medeverdachte 1] daadwerkelijk ervan op de hoogte was dat een groot aantal uren zorg niet was verleend heeft de rechtbank niet aangetroffen. Anders dan de officieren van justitie ziet de rechtbank in het gegeven dat [bedrijfsnaam medeverdachte 1] richting CZ geen melding heeft gemaakt van onderaannemerschap door [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en [bedrijfsnaam medeverdachte 6] geen bewijs voor het ‘administratief toedekken’ van door [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en [bedrijfsnaam medeverdachte 6] gepleegde fraude. CZ heeft niet verklaard dat zij niet tot uitkering zou zijn overgegaan als het onderaannemerschap wel expliciet zou zijn vermeld. Bovendien blijkt uit het dossier dat [medeverdachte 1] en [verdachte] de samenwerking van en uitbesteding van de productie aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en [bedrijfsnaam medeverdachte 6] niet koste wat het kost hebben willen verhullen voor CZ.

De rechtbank acht op grond van het voorgaande dan ook niet wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] vanaf januari 2010 tot april 2012 opzettelijk deel heeft uitgemaakt van een samenwerkingsverband dat het oogmerk had het plegen van misdrijven. Niet is komen vast te staan dat [verdachte] het opzet had deel te nemen aan een criminele organisatie die het oogmerk had op het plegen van misdrijven. Voorts acht de rechtbank geen bewijs in het dossier voorhanden dat verdachte de onder feit 1 subsidiair, meer en meest subsidiair tenlastegelegde feiten heeft begaan.

Feit 2 (valsheid in geschrift)

Op 17 april 2012 heeft een doorzoeking ter inbeslagneming plaatsgevonden op het adres [kantooradres medeverdachte 1] te Nijmegen, het bedrijfspand van [bedrijfsnaam medeverdachte 1]. Daarbij zijn diverse administratieve bescheiden, computers en digitale gegevens dragers in beslag genomen.

Zoals de rechtbank hiervoor onder feit 1 al heeft opgemerkt is in de in beslag genomen bedrijfsadministratie van [bedrijfsnaam medeverdachte 1] een Bestuursverklaring 2012 (D-123) aangetroffen.2 Deze verklaring is op 26 juli 2011 door [medeverdachte 1] ondertekend. Alle pagina’s zijn voorzien van een watermerk ‘DEFINITIEF’.3 [betrokkene 39] van CZ heeft verklaard dat dit stuk (haar wordt D-123 voorgehouden) door [bedrijfsnaam medeverdachte 1] bij CZ is ingeleverd tussen 26 juli 2011 en 1 augustus 2011. Het watermerk, het woord ‘DEFINITIEF’ is het watermerk van CZ. Deze bestuursverklaring (de rechtbank begrijpt: het getoonde document D-123) heeft [bedrijfsnaam medeverdachte 1] gedownload van de site van CZ. Op pagina 8 van deze bestuursverklaring is te zien dat de onderaannemers [bedrijfsnaam medeverdachte 6] en [bedrijfsnaam medeverdachte 1] niet zijn vermeld, terwijl dat wel had moeten gebeuren.4 De hiervoor genoemde samenwerkingsovereenkomsten tussen [bedrijfsnaam medeverdachte 1] enerzijds en [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en [bedrijfsnaam medeverdachte 6] waren op het moment van inlevering van de Bestuursverklaring 2012 al afgesloten (te weten op 1 november 2010 en op 5 november 2010) en er werd conform die overeenkomsten samengewerkt.

Voorts is in de digitale bestanden van [bedrijfsnaam medeverdachte 1] een Bestuursverklaring 2012 (D-125) aangetroffen, eveneens voorzien van het watermerk ‘DEFINITIEF’ en in deze overeenkomsten is op pagina 8 evenmin vermeld dat sprake is van onderaanneming en/of doorcontractering. 5

CZ heeft een gewijzigde Bestuursverklaring uitgeleverd. Dit document is als D-126 in het dossier opgenomen.6 Dit document is niet volledig. De pagina’s 9 tot en met 18 ontbreken. Het document is op alle pagina’s voorzien van het watermerk ‘DEFINITIEF’, met uitzondering van pagina 8. Op deze pagina 8 is met de hand geschreven bij de vraag of onderaanneming of doorcontractering plaatsvindt: “1. [bedrijfsnaam medeverdachte 6], 25% en 2. [bedrijfsnaam medeverdachte 5], 25%”. Het is niet bekend geworden wanneer CZ dit document precies heeft ontvangen. [betrokkene 39] heeft, nadat haar document D-126 is getoond verklaard dat CZ deze Bestuursverklaring later heeft ontvangen, zij denkt omstreeks 12 mei 2012. Eerst heeft CZ per mail pagina 8 ontvangen, een dag later ontving CZ van [verdachte] de volledige Bestuursverklaring per mail, aldus [betrokkene 39].7

Voorts bevindt zich emailverkeer in het dossier tussen [verdachte] en [betrokkene 44] van CZ, waarin [verdachte] op 11 mei 2012 per mail reageert op een brief van CZ Zorgkantoren van 10 mei 2012, waarin drs. A. Bras, manager Sector Verpleging en Verzorging, aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1] (mevrouw [medeverdachte 1]) meedeelt dat CZ Zorgkantoren de bevoorschotting voor [bedrijfsnaam medeverdachte 1] per direct zal stopzetten. Als reden daarvoor wordt aangevoerd dat [bedrijfsnaam medeverdachte 1] naar aanleiding van een bezoek van de FIOD op 17 april 2012 heeft aangegeven dat er een samenwerkingsovereenkomst bestaat met [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en [bedrijfsnaam medeverdachte 6] en dat zulks niet in een bestuursverklaring is vermeld, waarmee de contractuele afspraken tussen CZ Zorgkantoren en [bedrijfsnaam medeverdachte 1] niet zijn nagekomen. In reactie daarop stuurt [verdachte] pagina 8 van de bestuursverklaring naar[betrokkene 44].8

Verder bevindt zich in het dossier een verklaring van [betrokkene 40], die verklaart dat zij tussen 4 en 9 mei 2012 de losse pagina 8, zijnde document D-122 heeft ontvangen van [verdachte].9

Dat deze versie van de Bestuursverklaring al voor 17 april zou hebben bestaan, acht de rechtbank niet aannemelijk, daar het dan voor de hand had gelegen dat deze bij de doorzoeking, hetzij op papier, hetzij als digitaal bestand, in beslag zou zijn genomen. De rechtbank leidt dan ook uit de hiervoor genoemde stukken en verklaringen over de gang van zaken na 17 april 2012 (de dag van de doorzoeking bij [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en de aanhouding van [medeverdachte 1]) af dat [verdachte], na de aankondiging van CZ de bevoorschotting per direct stop te zetten, de met de pen ingevulde pagina 8 (met daarop de vermelding dat sprake was van onderaanneming door [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en [bedrijfsnaam medeverdachte 6]) heeft opgesteld en aan CZ heeft gezonden, om zo aan te tonen dat de onderaanneming door [bedrijfsnaam medeverdachte 1] wel was aangegeven. Verdachte heeft daarmee achteraf een andere voorstelling van zaken willen geven dan op de aanvankelijk ingevulde Bestuursverklaring was vermeld. De rechtbank concludeert dan ook dat [verdachte] een vals stuk, te weten D-126/ D-122, heeft opgesteld. Het onder 2 tenlastegelegde feit kan in zoverre wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen – zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad – dat verdachte:

2.

primair

hij

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 17 april 2012 tot en met 11 mei 2012,

te Nijmegen en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(een afschrift van)

de "bestuursverklaring (sector verpleging & verzorging) ten behoeve van de

zorginkoop AWBZ 2012"

van zorgaanbieder [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

gedateerd 26 juli 2011

(bijlage D-126, D/122)

zijnde (telkens) een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen,

(telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk

heeft/hebben doen en/of laten opmaken en/of doen en/of laten vervalsen door

(een) ander(en),

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s)

toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

-zakelijk weergegeven-

in/op pagina 8 van die op 26 juli 2011 gedateerde en/of ondertekende

bestuursverklaring,

bij/met betrekking tot punt 5

"verklaart hierbij het volgende aangaande onderaannemerschap",

als na(a)m(en) van de onderaannemer(s) [bedrijfsnaam medeverdachte 6] en/of [bedrijfsnaam medeverdachte 5]

vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, en/althans door die

ander(en) doen en/of laten vermelden en/of schrijven en/of opnemen,

(en aldus voorgedaan dat de na(a)m(en) van de onderaannemer(s) [bedrijfsnaam medeverdachte 6] en/of

[bedrijfsnaam medeverdachte 5] in de op 26 juli 2011 gedateerde en/of door [medeverdachte 1]

ondertekende bestuursverklaring (op die datum reeds) was/waren opgenomen),

zulks (telkens) met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te

gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

5 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluit.

7 De strafoplegging

7.1

De vordering van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de door de officieren van justitie gevorderde straf aanzienlijk te matigen en om geen gevangenisstraf op te leggen. Daartoe heeft de raadsvrouw gewezen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en in aanvulling daarop het volgende aangevoerd. De straf is, gelet op het aandeel van verdachte ten aanzien van de strafbare feiten niet in verhouding. Verdachte heeft niet geprofiteerd van de gedragingen.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een bestuursverklaring vervalst nadat medeverdachte [medeverdachte 1], zijnde zijn moeder en tevens directeur van het zorgbureau waar hij werkte, was aangehouden. Op die manier probeerde verdachte het te doen voorkomen alsof zijn moeder in een eerdere bestuursverklaring aan CZ had gemeld dat er sprake was van een samenwerking met onderaannemers terwijl dat in werkelijkheid in deze bestuursverklaring niet was gemeld. Verdachte heeft op slinkse wijze CZ op het verkeerde been proberen te zetten teneinde de continuering van het contract dat CZ met het zorgbureau had, te waarborgen. Hierdoor heeft verdachte misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer moet kunnen worden gesteld in een schriftelijk stuk met bewijsbestemming. Verdachte heeft het belang van eerlijk handelsverkeer door zijn handelwijze veronachtzaamd. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Justitiële Documentatie

Wat betreft de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op de inhoud van een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 21 oktober 2014, waaruit kan worden opgemaakt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

Tijdsverloop

Wat betreft het tijdsverloop in deze zaak overweegt de rechtbank dat er vanaf 28 januari 2013 (het moment dat verdachte voor het eerst werd verhoord) en het moment dat er thans uitspraak in eerste aanleg wordt gedaan, 23 maanden zijn verstreken. De redelijke termijn is niet overschreden. De rechtbank overweegt in aanvulling daarop dat het verrichte onderzoek zeer omvangrijk en zeer complex is geweest. Op 9 december 2013 heeft een regiebijeenkomst bij de rechter-commissaris plaatsgevonden waarbij namens verdachte en zijn medeverdachten verzocht is om zeer veel getuigen te horen. De rechter-commissaris heeft naar aanleiding van die verzoeken zeer veel getuigen gehoord. De rechtbank houdt bij de bepaling van de strafmaat dan ook geen rekening met het tijdsverloop in deze zaak.

Taakstraf

Aangezien de rechtbank de verdachte vrijspreekt van de meest zware verwijten en – in het licht van die verwijten – slechts voor een relatief gering strafbaar feit veroordeelt, acht de rechtbank – anders dan de officieren van justitie – het opleggen van een taakstraf van tachtig uren passend.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op artikel 9, 22c 22d, en 225 het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding onder feit 1. ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het bij dagvaarding onder 2. primair tenlastegelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 2. primair:

valsheid in geschrift;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de tijd van 80 (tachtig) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 40 (veertig) DAGEN.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H. Steenhuis, voorzitter,

mrs. S.L.M. Staals en E.A. Lensink, rechters

in tegenwoordigheid van mr. B. Schaafsma, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 december 2014.

Bijlage

tenlastelegging na wijziging ter terechtzitting op 1 december 2014

Feit 1.

(onderzoek Budget)

hij

in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 17 april 2012

te ’s-Gravenhage en/of Nijmegen en/of elders in Nederland

heeft deelgenomen aan een organisatie,

bestaande uit hem, verdachte, en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 11] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 1] en/of een of meer andere natuurlijke perso(o)n(en)

en/of

[bedrijfsnaam medeverdachte 5] en/of [bedrijfsnaam medeverdachte 5] en/of [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en/of [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en/of [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en/of een of meer andere rechtsperso(o)n(en)

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven,

namelijk

het plegen van oplichting als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht

en/of

het plegen van valsheid in geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 en lid 2 van het Wetboek van Strafrecht

en/of

het plegen van witwassen als bedoeld in artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 17 april 2012,

te Nijmegen en/of 's-Gravenhage en/of Breda en/of Tilburg en/of elders in

Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels,

het Zorgkantoor Haaglanden en/of CZ Zorgkantoren en/of CZ Zorgkantoren B.V.

en/of de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) en/of het Centraal Administratie

Kantoor (CAK)

heeft bewogen tot de afgifte van

(totaal) euro 3.126.904,29, in elk geval een of meer (maandelijkse

(voorschot)) geldbedrag(en), te weten een of meer

geldbedrag(en) in het kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)

en/of Zorg In Natura (ZIN), in elk geval een of meer geldbedrag(en),

en/of 301.015, in elk geval een of meer geldbedrag(en),

hebbende zij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

(telkens) met vorenomschreven oogmerk

- zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

zich ([bedrijfsnaam medeverdachte 1]) in de/het ja(a)r(en) 2010 en/of 2011 en/of 2012

ingeschreven op de inkoopprocedure van CZ Zorgkantoor B.V.

(bestaande die inschrijving onder meer uit een bestuursverklaring, in welke

bestuursverklaring(en) geen mededeling werd gedaan van doorcontractering van

productie aan (een) onderaannemer(s))

en/of

aan CZ Zorgkantoorregio Haaglanden als correspondentieadres van de

zorgaanbieder [bedrijfsnaam medeverdachte 1] aangegeven [adres]

(AH/091 Regus Overeenkomst "Virtual Office")

en/of

in overleg(gen) met (medewerk(st)er(s) van) CZ Zorgkantoren B.V. mededeling

gedaan dat met [bedrijfsnaam medeverdachte 6] en/of [bedrijfsnaam medeverdachte 5] een franchise overeenkomst was

gesloten en/of dat geen sprake was van onderaanneming door [bedrijfsnaam medeverdachte 6] en/of

[bedrijfsnaam medeverdachte 5]

(bijlage D-148)

en/of

(jaarlijks) produktieafspraken en/of budgetafspraken gemaakt met ((een)

medewerk(st)er(s) van CZ Zorgkantoren en/of (produktie)cijfers aangeleverd

voor de vaststelling van en/of nacalculatie van de/het voorschot(ten) en/of

het budget(ten) en/of prijs/prijzen

en/of

een formulier Budget 2011 AWBZ-zorgaanbieders (gedateerd 11-10-2010)

ingevuld en/of doen invullen en/of hierop/hierin (onder meer) als bedrag

"Totaal beslag op contracteerruimten 2011" euro 1.343.242 opgenomen en/of

doen opnemen en/of (vervolgens) ingediend en/of doen indienen bij het

Zorgkantoor Haaglanden en/of de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA)

(bijlage D/154)

en/of

een formulier Herschikking Budget 2010 AWBZ-zorgaanbieders (gedateerd

15-10-2010) en/of een formulier Herschikking Budget 2010 Extramuraal

ingevuld en/of doen invullen en/of hierop/hierin (onder meer) als bedrag(en)

"Totaal beslag op contracteerruimten 2010" en/of "Totaal prestaties

Persoonlijke verzorging t/m behandeling" euro 1.841.282 opgenomen en/of doen

opnemen en/of (vervolgens) ingediend bij het Zorgkantoor Haaglanden en/of de

Nederlandse Zorgautoriteit (NZA)

(bijlage(n) D/156-1, D/156-2)

en/of

in de "Bestuursverklaring sector verpleging & verzorging ten behoeve van de

zorginkoop AWBZ 2012" verklaart dat geen sprake was van onderaannemersschap

bij zorgaanbieder [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en/of verzwegen dat sprake was van

onderaannemersschap bij zorgaanbieder [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

en/of

een formulier Budget 2012 AWBZ-zorgaanbieders (gedateerd 18-10-2011) en/of een

formulier Budget 2012 Extramuraal

ingevuld en/of doen invullen en/of hierop/hierin (onder meer) als bedrag(en)

"Afspraken ten laste van de niet-geoormerkte contracteerruimte" en/of "Totaal

prestaties Persoonlijke verzorging t/m behandeling" euro 3.013.276 opgenomen

en/of doen opnemen en/of (vervolgens) ingediend bij het Zorgkantoor

Haaglanden en/of de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA)

(bijlage D/155-1, D/155-2)

en/of

een formulier Herschikking Budget 2011 AWBZ-zorgaanbieders (gedateerd

18-10-2011) en/of een formulier Herschikking 2011 Extramuraal en/of

hierop/hierin (onder meer) als bedrag(en) "Totaal beslag op contracteerruimten

2011" en/of "Totaal prestaties Persoonlijke verzorging t/m behandeling" euro

3.709.201 opgenomen en/of doen opnemen en/of (vervolgens) ingediend en/of doen

indienen bij het Zorgkantoor Haaglanden en/of de Nederlandse Zorgautoriteit

(NZA)

(bijlage(n) D/157-1, D/157-2),

waardoor (telkens) het Zorgkantoor Haaglanden en/of CZ Zorgkantoren en/of CZ

Zorgkantoren B.V. en/of de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) en/of het Centraal

Administratie Kantoor (CAK)

werd(en) bewogen tot de afgifte van bovenbedoeld(e) goed(eren) en/of

geldbedrag(en);

meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of

een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 17 april 2012,

te Nijmegen en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens) opzettelijk (totaal) euro 3.126.904,29, in elk geval enig(e)

geldbedrag(en)/goed(eren),

geheel of ten dele toebehorende aan het Zorgkantoor Haaglanden en/of CZ

Zorgkantoren en/of CZ Zorgkantoren B.V. en/of het Centraal Administratie

Kantoor (CAK) en/of de Staat der Nederlanden, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of hem mededader(s),

welk(e) geld(bedrag(en)/goed(eren) verdachte en/of zijn mededader(s)

als (een) (maandelijkse) voorschot op de uitkering van zorgverlening in het

kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en/of Zorg In Natura

(ZIN), in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den),

(telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

meest subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of

een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 17 april 2012,

te Nijmegen en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans,

(telkens) geschriften (bedrijfsadministratie(s)) die bestemd zijn om tot bewijs

van enig feit te dienen,

(telkens) opzettelijk valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of valselijk

heeft doen opmaken en/of doen vervalsen,

hebbende zij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

toen daar

(telkens) opzettelijk

in de bedrijfsadministratie van de [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en/of de

bedrijfsadministratie van [bedrijfsnaam medeverdachte 1],

zijnde (telkens) een samenstel van geschriften bestemd om tot bewijs van het

daarin vermelde te dienen,

(telkens)

1. een grote hoeveelheid valse en/of vervalste facturen

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 6] [bedrijfsnaam medeverdachte 6] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

en/of

2. een grote hoeveelheid valse en/of vervalste facturen

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 5] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1] en/of

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 5] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1],

te weten (onder meer)

1A.

2, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en)

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 6] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

(referentie "[betrokkene 7]")

(bijlage(n) D-176e 1/2 t/m D/176e 2/2)

en/of

1B.

10, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en)

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 6] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

(betreft "urenzorg" cliënt/referentie "Dhr.[betrokkene 27]")

(bijlage(n) D-177d 3/13 t/m D/177d 11/13, D/177d 13/13)

en/of

1C.

6, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en)

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 6] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

(referentie "Heer [betrokkene 28]")

(bijlage(n) D-179f 1/6 t/m D/179f 6/6)

en/of

1D.

6, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en)

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 6] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

(betreft "urenzorg" cliënt/referentie "Dhr. [betrokkene 29]")

(bijlage(n) D-180e 1/6 t/m D/180e 6/6)

en/of

1E.

13, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en)

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 6] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

(betreft "urenzorg" cliënt/referentie "Mvr[betrokkene 30]")

(bijlage(n) D-181f 1/13 t/m D/181f 13/13)

en/of

1F.

13, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en)

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 6] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

(betreft "urenzorg" cliënt/referentie "Mvr [betrokkene 31]")

(bijlage(n) D-182e 1/13 t/m D/182e 13/13, D/50)

en/of

1G.

5, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en)

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 6] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

(betreft "urenzorg" cliënt/referentie "Mvr [betrokkene 32]")

(bijlage(n) D-183d 3/7 t/m D/183d 7/7)

en/of

2A.

17, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 5] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Dhr [betrokkene 33]"

(bijlage(n) D-184f-1 t/m D/184f-17)

en/of

2B.

2, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 5] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 6]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw.[betrokkene 17]"

(bijlage(n) D-185f-1 t/m D/185f-2)

en/of

17, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 5] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw.[betrokkene 17]"

(bijlage(n) D-185f-3 t/m D/185f-19, D-052 1/7, D-055 1/7)

en/of

2, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 5] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 17]"

(bijlage(n) D-185f-20 t/m D/185f-21)

en/of

2C.

7, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 5] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 20]"

(bijlage(n) D-186d-1 t/m D/186d-7)

en/of

3, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 5] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 20]"

(bijlage(n) D-186d-8 t/m D/186d-10)

2D.

7, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 5] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 21]"

(bijlage(n) D-187e 1/10 t/m D/187e 7/10)

en/of

3, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 5] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 21]"

(bijlage(n) D-187e 8/10 t/m D/187e 10/10)

en/of

2E.

13, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 5] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw.[betrokkene 22]"

(bijlage(n) D-188e-1 t/m D/188-e13)

en/of

3, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 5] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 22]"

(bijlage(n) D-188e-14 t/m D/188e-16)

en/of

2F.

3, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 5] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 23]"

(bijlage(n) D-189e 1/4 t/m D/189e 3/4)

en/of

1, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 5] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 23]"

(bijlage D-189e 4/4)

en/of

2G.

18, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 5] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 24]"

(bijlage(n) D-190e-1 t/m D/190e-18)

en/of

3, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 5] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 24]"

(bijlage(n) D-190e-19 t/m D/190e-21)

en/of

2H.

1, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 5] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 25]"

(bijlage D-53 1/7)

en/of

2I.

1, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijfsnaam medeverdachte 5] gericht aan [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 26]"

(bijlage D-54 1/5),

(digitaal) opgenomen en/of geboekt en/of verwerkt en/of doen opnemen en/of

doen boeken en/of doen verwerken door (een) ander(en),

bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) met betrekking tot die onder

1A. en/of 1B. en/of 1C. en/of 1D. en/of 1E. en/of 1F. en/of 1G. genoemde

factu(u)r(en) (telkens) hierin

dat in/op die factu(u)r(en) -in strijd met de waarheid-

(een) te ho(o)g(e) aantal(len) uren en/of een onjuist uurtarief (ten onrechte

24-uurs zorg gefactureerd) en/of een onjuiste zorgfunctie (PV (persoonlijke

verzorging) en/of VP (verpleging) en/of BG (begeleiding individueel en BG

groep)) en/of (een) te ho(o)g(e) (factuur)bedrag(en)

was/waren vermeld en/of geschreven en/of opgenomen,

en/of

bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) met betrekking tot die onder

2A. en/of 2B. en/of 2C. en/of 2D. en/of 2E. en/of 2F. en/of 2G. en/of 2H.

en/of 2I genoemde factu(u)r(en) (telkens) hierin

dat in/op die factu(u)r(en) -in strijd met de waarheid-

(een) te ho(o)g(e) aantal(len) uren en/of (een) te ho(o)g(e)

(factuur)bedrag(en)

was/waren vermeld en/of geschreven en/of opgenomen,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die (samenstel(len) van) geschrift(en)

als echt en onvervalst te gebruiken en/of door ander(en) te doen gebruiken;

2.

(onderzoek Budget)

hij

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 17 april 2012 tot en met 11 mei 2012,

te Nijmegen en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(een afschrift van)

de "bestuursverklaring (sector verpleging & verzorging) ten behoeve van de

zorginkoop AWBZ 2012"

van zorgaanbieder [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

gedateerd 26 juli 2011

(bijlage D-126, D/122)

zijnde (telkens) een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen,

(telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk

heeft/hebben doen en/of laten opmaken en/of doen en/of laten vervalsen door

(een) ander(en),

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s)

toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

-zakelijk weergegeven-

in/op pagina 8 van die op 26 juli 2011 gedateerde en/of ondertekende

bestuursverklaring,

bij/met betrekking tot punt 5

"verklaart hierbij het volgende aangaande onderaannemerschap",

als na(a)m(en) van de onderaannemer(s) [bedrijfsnaam medeverdachte 6] en/of [bedrijfsnaam medeverdachte 5]

vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, en/althans door die

ander(en) doen en/of laten vermelden en/of schrijven en/of opnemen,

(en aldus voorgedaan dat de na(a)m(en) van de onderaannemer(s) [bedrijfsnaam medeverdachte 6] en/of

[bedrijfsnaam medeverdachte 5] in de op 26 juli 2011 gedateerde en/of door [medeverdachte 1]

ondertekende bestuursverklaring (op die datum reeds) was/waren opgenomen),

zulks (telkens) met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te

gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij

op of omstreeks 11 mei 2012,

in elk geval in of omstreeks de maand mei 2012,

te Nijmegen en/of Breda en/of Tilburg en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van

en/of

[betrokkene 44] en/of ((een) (andere) medewerk(st)er(s) van) CZ Zorgkantoren

en/of (een) ander(en) gebruik heeft doen maken van

een vals(e) en/of vervalst(e) (afschrift van de)

"bestuursverklaring (sector verpleging & verzorging) ten behoeve van de

zorginkoop AWBZ 2012"

van zorgaanbieder [bedrijfsnaam medeverdachte 1]

gedateerd 26 juli 2011

(bijlage D-126, D/122)

zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig

feit te dienen,

als ware dat/die geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst,

bestaande dat (doen) gebruikmaken (telkens) hierin dat

verdachte en/of zijn mededader(s) dat genoemde geschrift per e-mail

heeft/hebben verzonden en/of overgelegd en/of doen overleggen en/of doen

toekomen aan [betrokkene 44] en/of ((een) medewerk(st)er(s)) van CZ

Zorgkantoren en/of (een) ander(en)

(bijlage D-158-1)

en

bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat

(telkens) valselijk in strijd met de waarheid

-zakelijk weergegeven-

in/op pagina 8 van die op 26 juli 2011 gedateerde en/of ondertekende

bestuursverklaring,

bij/met betrekking tot punt 5

"verklaart hierbij het volgende aangaande onderaannemerschap",

als na(a)m(en) van de onderaannemer(s) [bedrijfsnaam medeverdachte 6] en/of [bedrijfsnaam medeverdachte 5]

was/waren vermeld en/of geschreven en/of opgenomen,

(en aldus voorgedaan dat de na(a)m(en) van de onderaannemer(s) [bedrijfsnaam medeverdachte 6] en/of

[bedrijfsnaam medeverdachte 5] in de op 26 juli 2011 gedateerde en/of door [medeverdachte 1]

ondertekende bestuursverklaring (op die datum reeds) was/waren opgenomen),

en/of

(telkens) opzettelijk bovenbedoelde/genoemde vals of vervalst geschrift

voorhanden heeft/hebben gehad en/of per e-mail heeft/hebben afgeleverd en/of

heeft/hebben doen afleveren bij CZ Zorgkantoren en/of ander(en),

terwijl hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) wist(en) en/of

redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dit/deze geschrift(en) bestemd

was/waren voor gebruik als ware het echt en onvervalst;

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL 49499, van de FIOD Belastingdienst kantoor Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd p. 1 tot en met p. 3670).

2 AH-093, p. 1380 en D-123, p. 2122-2129.

3 AH-093, p. 1380.

4 Proces-verbaal van verhoor getuige[betrokkene 39], p. 4119.

5 AH-092 (aangetroffen in de mailbox van [verdachte] en [medeverdachte 1]), p. 1377. D-125, p. 2182-2211.

6 D-126, p. 2212-2221.

7 Proces-verbaal verhoor getuige[betrokkene 39], p. 4120-4120.

8 Document D-158, p. 2264-2267.

9 Proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 40], p. 4068.