Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:13583

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
07-11-2014
Datum publicatie
07-11-2014
Zaaknummer
09/837170-14, 09/852190-14 (ttz. gev.)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Doodsbedreiging Wilders via YouTube.

Veroordeling voor:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

Straf:

een werkstraf voor de duur van 80 (TACHTIG) UREN;

een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 (TWEE) MAANDEN;

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c en 285 van het Wetboek van Strafrecht;

- 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummers 09/837170-14, 09/852190-14 (ttz. gev.)

Datum uitspraak: 7 november 2014

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats],

adres: [adres].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 24 oktober 2014.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. H.J.J. Talsma en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. R.P. Snorn, advocaat te Heerenveen, en door verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlasteleggingen

De dagvaarding met parketnummer 09/837170-14 (hierna: feit 1):

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 18 maart 2014 te Den Haag en/of Sneek, in elk geval in Nederland, G. Wilders heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte op de internetsite www.youtube.com, althans op internet een (mede) door hem, verdachte, gemaakte video-/muziekclip met de titel ‘Geertje’ geplaatst, althans deze video/muziekclip gepubliceerd, welke video-/muziekclip (onder andere) het volgende beeld- en geluidsmateriaal bevat:

de (in de vorm van een rapsong) gesproken woorden: “Ja Geertje, dit was je leven, je hele

leven tot nu” en/of “Dit was je verhaal, maar nu komt de finale” en/of “Geertje, de islam is

2,1 miljard. DKDB helpt niet als ze jou komen halen” en/of “Ik doe dit zodat je mij duidelijk

kan horen en een stop kan zetten achter duivelse sporen. Ik doe dit zodat mijn kind later

zeggen kan: mijn vader was pas een echte ereman”

en/of

(gedurende de rapsong) de bewegende beelden van twee gemaskerde en gewapende

mannen die in een ruimte (aangeduid als “kantoor Geertje”) een persoon (voorstellende

dhr Wilders) onder schot houden en/of een zak over diens hoofd trekken/doen en/of hem

meevoeren naar een (andere) ruimte en/of hem daar doen knielen en/of hun wapen(s)

tegen het hoofd van de persoon (voorstellende dhr Wilders) houden, waarna vervolgens

(nadat het beeld zwart is geworden) het geluid van een (pistool)schot hoorbaar is

althans woorden en/of daden en/of afbeeldingen/vertoningen van gelijke dreigende aard en/of strekking.

De dagvaarding met parketnummer 09/852190-14 (hierna: feit 2):

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 18 maart 2014, althans op enig moment in de periode van 1 maart 2014 tot en met 19 maart 2014 te Sneek, gemeente Súdwest-Fryslân, drie, althans een wapen(s) van categorie I onder 7°, te weten (een) gasdrukpito(o)l(en) (GasBowBack-Airsoft merk WeTech kaliber 6 mm), zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn/hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s) en/of met (een) voor ontploffing bestemde voorwerp(en) voorhanden heeft gehad;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding1

Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de volgende feiten op grond van de gebezigde bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

Op 18 maart 2014 heeft de heer Wilders bij de politie gemeld dat hij door middel van een filmpje op internet met de dood is bedreigd. Op 21 maart 2014 heeft hij hiervan aangifte gedaan. Wilders heeft in zijn aangifte verklaard dat hij op internet een filmpje heeft bekeken en beluisterd dat de naam “Geertje” draagt en waarin door een persoon wordt gerapt. Wilders heeft verklaard dat hij de rapsong in combinatie met de beelden heel bedreigend vindt. In de aangifte is voorts vermeld dat de rapsong met de daarbij geplaatste videobeelden, tezamen met andere tegen Wilders gerichte bedreigingen, zijn persoonlijke leven en zijn werk als lid van de Tweede Kamer beïnvloeden.2

Uit onderzoek is gebleken dat de persoon die in het betreffende filmpje rapt, verdachte betreft.3

In het filmpje worden, onder andere, de volgende zinnen gerapt:

- “ Ja Geertje, dit was je leven, je hele leven tot nu toe”;

- “ Dit was je verhaal, maar nu komt de finale”;

- “ Geertje, de islam is 2,1 miljard. DKDB helpt niet als ze jou komen halen”;

- “ Ik doe dit zodat je mij duidelijk kan horen en een stop kan zetten achter duivelse sporen. Ik doe dit zodat mijn kind later zeggen kan: mijn vader was pas een echte ereman”.4

Op de beelden, waarbij voornoemde raptekst is te horen, is te zien dat op enig moment twee gemaskerde mannen met een pistool een ruimte binnenkomen welke wordt aangeduid als “kantoor Geertje”, waarna deze mannen een persoon met een blonde pruik op - kennelijk de heer Wilders voorstellend - vastpakken en een vuilniszak over zijn hoofd doen. Vervolgens brengen de gemaskerde mannen de persoon die Wilders moet voorstellen naar een ruimte waar ook verdachte aanwezig is, waarna deze persoon op zijn knieën op de grond wordt gezet en de vuilniszak van zijn hoofd wordt gehaald. Beide gemaskerde mannen houden een pistool tegen het hoofd van deze persoon, waarna het beeld zwart wordt en er een schot te horen is.5

Na aanhouding van verdachte door de politie is - op zijn aanwijzing - op 19 maart 2014 in een loods in Sneek een plastic zak met drie wapens aangetroffen.6 Onderzoek heeft uitgewezen dat deze wapens 6 mm GasBlowBack-Airsoft gasdrukpistolen van het merk We Tech betreffen, die voor wat betreft de vorm en de afmetingen een sprekende gelijkenis vertonen met bestaande vuurwapens. Voorts is gebleken dat deze gasdrukpistolen voorwerpen betreffen in de zin van artikel 2, lid 1, categorie I onder 7°, van de Wet wapens en munitie die voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn.7

Verdachte heeft tegenover de politie en ter terechtzitting verklaard dat de videoclip begin maart 2014 in een loods in Sneek is opgenomen, dat hij de figuranten daarvoor heeft aangezocht en dat hij de tekst van zijn rap zelf heeft geschreven en de clip zelf heeft gemonteerd. Verdachte heeft de clip op 18 maart 2014 op zijn kanaal op www.youtube.com geplaatst.8 Verdachte heeft verklaard dat hij - als reactie op uitspraken van Wilders - zijn stem wilde laten horen en daarvoor zijn artistieke talent heeft gebruikt. Bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij met de videoclip heeft willen zeggen: “Pas op, Wilders”.9 Ter terechtzitting heeft hij verklaard dat hij Wilders met de videoclip wakker heeft willen schudden, maar dat hij niet de intentie heeft gehad om Wilders te bedreigen. Ten slotte heeft verdachte verklaard dat de videoclip nog steeds op zijn kanaal op YouTube te zien is en dat hij nog steeds achter de videoclip en de inhoud van de raptekst staat.

Ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde wapens heeft verdachte verklaard dat hij deze voor zijn videoclip van een vriend heeft geleend, dat hij niet weet of zijn vriend een vergunning heeft voor de wapens en dat hij dacht dat het niet zoveel kwaad kon.10

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

Feit 1

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Feit 2

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte op enig moment in de ten laste gelegde periode drie gasdrukpistolen voorhanden heeft gehad.

3.3

Het standpunt van de verdediging

Feit 1

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit, nu de op Geert Wilders gelijkende persoon in de videoclip dusdanig sullig is neergezet dat uit de videoclip duidelijk volgt dat sprake is van suggestie en karikatuur, waardoor niet gesteld kan worden dat de videoclip in combinatie met de tekst in zijn algemeenheid geschikt is om vrees voor het verlies van het leven teweeg te brengen.

Feit 2

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit, zoals ten laste gelegd, wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

3.4

Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

Op grond van bestendige jurisprudentie is voor een veroordeling wegens bedreiging als bedoeld in artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht vereist dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging, dat de bedreiging van dien aard en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen en dat het opzet van de verdachte daar ook op gericht is geweest.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat de videoclip een “open einde” heeft, waarbij het aan de kijker of luisteraar is om dit in te vullen. De rechtbank kan dit niet serieus nemen. Iedere kijker/luisteraar zal immers de conclusie trekken dat Wilders vanwege zijn uitspraken over de Islam aan het einde van de clip wordt geëxecuteerd, ook al is alleen het geluid daarvan hoorbaar.

Verdachte heeft ter zitting gesteld dat hij persoonlijk Wilders nooit iets zal aandoen. De rechtbank overweegt dienaangaande dat voor een strafbare bedreiging niet vereist is dat de bedreiger van plan is uitvoering te geven aan hetgeen waarmee hij dreigt.

De verdachte heeft ook gesteld dat hij in de rap met zoveel woorden heeft aangegeven: “Dit is geen bedreiging of een poging tot je dood”, waardoor, aldus verdachte, bij Wilders niet in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen. De rechtbank kan verdachte ook hierin niet volgen. De door verdachte in dit verband aangehaalde zin wordt immers direct gevolgd door de zin “maar spotten met geloof dan vraag je toch om moord” en (even later) de zin “Geertje de islam is 2,1 miljard, DKDB helpt niet, als ze jou komen halen.”. Hiermee wordt onmiskenbaar de suggestie gewekt dat Wilders vanwege zijn uitspraken over de Islam, ondanks de voortdurende strenge bescherming van persoonsbeveiligers, zal (kunnen) worden vermoord door één of meer van de 2,1 miljard moslims in de wereld. Indien verdachte heeft bedoeld te stellen Wilders hiervoor te hebben willen waarschuwen, overweegt de rechtbank dat een waarschuwing ook (of zelfs juist) een bedreigende boodschap kan bevatten.

Verdachte heeft nog aangevoerd dat hij de rap heeft gebruikt om op artistieke wijze uiting te geven aan zijn opvattingen. Indien verdachte bedoeld heeft zich hiermee te beroepen op de hem toekomende vrijheid van meningsuiting, welke ruimer zou zijn als het gaat om uitingen van kunst, faalt ook dit verweer. De vrijheid van meningsuiting vormt geen schuilplaats voor degene die een ander met de dood bedreigt11, ook niet als dit op een meer of minder artistieke wijze gebeurt.

De rechtbank onderschrijft het standpunt van de raadsman dat de persoon die in de clip Wilders moet voorstellen uitermate sullig is neergezet. Sulligheid maakt van deze persoon echter nog geen karikatuur en van de bedreiging geen scherts. De rechtbank passeert dan ook het verweer van de raadsman op dit punt.

Er kan dus geen twijfel bestaan over het bedreigende karakter van de (combinatie van de) videoclip en de rap, waardoor bij de heer Wilders, die, blijkens zijn aangifte, daarvan ook op de hoogte is geraakt, de redelijke vrees kon ontstaan dat hij het leven zou verliezen.

Voorts staat vast dat het opzet van verdachte hierop gericht is geweest, nu hij bij de politie heeft verklaard dat hij Wilders heeft willen waarschuwen.

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Feit 2

Nu uit de redengevende inhoud van de inleiding genoemde bewijsmiddelen volgt dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde gasdrukpistolen aanwezig heeft gehad en hij hierover ook heeft kunnen beschikken, terwijl hij zich hiervan ook bewust is geweest, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op enig moment in de periode van 1 maart 2014 tot en met 19 maart 2014 de drie gasdrukpistolen voorhanden heeft gehad.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van de tenlastelegging met parketnummer 09/837170-14 bewezen - zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad - dat verdachte:

op 18 maart 2014 in Den Haag en Sneek G. Wilders heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte op de internetsite www.youtube.com een door hem, verdachte, gemaakte videoclip met de titel ‘Geertje’ geplaatst, welke videoclip onder andere het volgende beeld- en geluidsmateriaal bevat:

de in de vorm van een rapsong gesproken woorden: “Ja Geertje, dit was je leven, je hele

leven tot nu” en“Dit was je verhaal, maar nu komt de finale” en “Geertje, de islam is

2,1 miljard. DKDB helpt niet als ze jou komen halen” en “Ik doe dit zodat je mij duidelijk

kan horen en een stop kan zetten achter duivelse sporen. Ik doe dit zodat mijn kind later

zeggen kan: mijn vader was pas een echte ereman”

en

gedurende de rapsong de bewegende beelden van twee gemaskerde en gewapende

mannen die in een ruimte aangeduid als “kantoor Geertje” een persoon (voorstellende

dhr. Wilders) onder schot houden en een zak over diens hoofd doen en hem

meevoeren naar een andere ruimte en hem daar doen knielen en hun wapens

tegen het hoofd van de persoon (voorstellende dhr. Wilders) houden, waarna vervolgens

(nadat het beeld zwart is geworden) het geluid van een (pistool)schot hoorbaar is.

De rechtbank verklaart ten aanzien van de tenlastelegging met parketnummer 09/852190-14 bewezen - zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad - dat verdachte:

op enig moment in de periode van 1 maart 2014 tot en met 19 maart 2014 te Sneek, gemeente Súdwest-Fryslân, drie wapens van categorie I onder 7°, te weten gasdrukpistolen (GasBowBack-Airsoft merk WeTech kaliber 6 mm), zijnde voorwerpen die voor wat betreft hun vorm en afmetingen sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens, voorhanden heeft gehad.

4 De strafbaarheid van de feiten

4.1

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van feit 2 op het standpunt gesteld dat op diverse media, waaronder YouTube, filmpjes te zien zijn waarin (nep)wapens worden gebruikt, terwijl het enkele doel van verdachte bij het voorhanden hebben van de in de tenlastelegging genoemde wapens het maken van de videoclip is geweest. De raadsman heeft zich op grond hiervan op het standpunt gesteld dat sprake is van het ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid van de gedraging, zodat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verweer van de raadsman dient te worden verworpen, nu uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde wapens voorhanden heeft gehad, terwijl hij daarmee de Wet wapens en munitie heeft overtreden, zodat sprake is van een wederrechtelijke gedraging.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat slechts in zeer uitzonderlijke gevallen sprake kan zijn van het ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid. Alleen wanneer een redelijk middel is gehanteerd tot het dienen van een redelijk doel, waarbij het doel een evident voordeel voor de rechtsorde betekent en waarbij het middel onmisbaar en niet vervangbaar is door een ander middel, zou hiertoe kunnen worden gekomen.

Reeds vastgesteld is dat verdachte zich door middel van de videoclip - waarin de in de bewezenverklaring opgenomen wapens zijn gehanteerd - schuldig heeft gemaakt bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, zodat van een redelijk middel reeds om die reden niet kan worden gesproken. Daarbij wordt betrokken dat de enkele omstandigheid dat op, onder andere, YouTube filmpjes staan waarin mogelijk een verbod wordt overtreden, nog niet met zich meebrengt dat sprake is van het ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid van de gedraging van verdachte.

Beide feiten zijn derhalve strafbare feiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, en tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met oplegging van de bijzondere voorwaarde dat verdachte de videoclip met de naam “Geertje” van zijn YouTube-account zal verwijderen.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit om, indien de rechtbank toekomt aan het opleggen van een straf, rekening te houden met de omstandigheid dat in vergelijkbare zaken door de gerechten in Nederland doorgaans een lagere straf wordt opgelegd dan door de officier van justitie is gevorderd. De raadsman heeft de rechtbank verzocht om een werkstraf van 40 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand als uitgangspunt te nemen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Daarbij heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft de heer Wilders bedreigd met de dood door de plaatsing van zijn video/muziekclip op een voor iedereen toegankelijke en veel bekeken internetsite. Hij deed dit met de kennelijke bedoeling de heer Wilders te weerhouden bepaalde uitlatingen te doen. Anders dan verdachte kennelijk meent, heeft hij daarmee geen bijdrage geleverd aan een politiek en maatschappelijk debat, maar willen verhinderen dat een ander daaraan deelneemt. Verdachte heeft aldus inbreuk gemaakt op één van de basisregels van een democratische rechtsstaat, namelijk het recht van een ieder om – uiteraard binnen de grenzen van het (straf)recht – zijn standpunten in vrijheid te kunnen uitdragen. Geweld en bedreiging met geweld slaan het politiek en maatschappelijk debat dood.

Het handelen van verdachte is temeer kwalijk, omdat hij zich er blijkens de door hem geschreven raptekst heel goed van bewust is geweest dat zijn slachtoffer wegens veelvuldige en ernstige bedreigingen al meer dan tien jaar verregaande persoonlijke bescherming nodig heeft. Verdachte heeft de heer Wilders niet alleen willen belemmeren in de uitoefening van zijn openbare werkzaamheden, maar ook in ernstige mate inbreuk gemaakt op zijn persoonlijke levenssfeer.

De rechtbank neemt voorts in aanmerking dat verdachte met de plaatsing van zijn clip niet alleen een volgens hem ‘nobel’ belang op het oog had, maar ook zijn eigen belang. Hij wilde immers op deze wijze voor zichzelf een grotere naamsbekendheid als rapper genereren.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van drie gasdrukpistolen.

De rechtbank heeft acht geslagen op een verdachte betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 19 september 2014. Daaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld wegens bedreiging of overtreding van de Wet wapens en munitie.

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden zijn. De voorwaardelijke gevangenisstraf dient als stok achter de deur, nu verdachte nog immer het laakbare van zijn handelen niet inziet dan wel niet wenst in te zien. Aan deze voorwaardelijk op te leggen straf zal de rechtbank de bijzondere voorwaarde verbinden dat verdachte de videoclip van zijn kanaal op de internetsite www.youtube.com verwijdert en verwijderd zal houden, zoals door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank merkt hierbij overigens nog op dat verdachte zich - geheel afgezien van deze bijzondere voorwaarde - bij het beschikbaar houden van de videoclip op zijn kanaal op YouTube blijft schuldig maken aan bedreiging van de heer Wilders en daarvoor dus vervolgd kan worden.

Gelet op dit alles, zal de rechtbank de straf opleggen die door de officier van justitie is gevorderd.

7 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c en 285 van het Wetboek van Strafrecht;

- 13 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding met parketnummer 09/837170-14 tenlastegelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding met parketnummer 09/852190-14 ten laste gelegde feit heeft begaan en dat het

bewezenverklaarde uitmaakt:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een werkstraf voor de duur van 80 (TACHTIG) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 40 (VEERTIG) DAGEN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde werkstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt de maatstaf volgens welke de aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht zal geschieden op 2 uren per dag;

veroordeelt de verdachte voorts tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 2 (TWEE) MAANDEN;

bepaalt, dat deze gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde:

- dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

en onder de bijzondere voorwaarde:

- dat de veroordeelde de videoclip met de naam “Geertje” van zijn kanaal op internetsite www.youtube.com verwijdert en verwijderd zal houden.

Dit vonnis is gewezen door

mr. R. Elkerbout, voorzitter,

mr. M.C. Bruining en mr. D.E. Alink, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. N.M.E. Oudshoorn, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 november 2014.

Mr. M.C. Bruining is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2014055650 (hierna geduid als proces-verbaal I), van de regiopolitie Haaglanden, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 103) en de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL02R3-2014028938 (hierna geduid als proces-verbaal II) van politie-eenheid Noord-Nederland Recherche 03 (doorgenummerd blz. 1 t/m 32).

2 Proces-verbaal van aangifte, blz. 17 (proces-verbaal I).

3 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 maart 2014, p. 24-25 (proces-verbaal I).

4 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 april 2014, blz. 37 38 (proces-verbaal I).

5 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 april 2014, blz. 38 39 (proces-verbaal I).

6 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 maart 2014, blz. 21 (proces-verbaal II).

7 Geschift Afdeling Wapens en Munitie, ongedateerd, blz. 27 (proces-verbaal II).

8 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 24 oktober 2014 .

9 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 13 mei 2014, blz. 47.

10 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 24 oktober 2014.

11 In de woorden van Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt in diens conclusie voor NJ 2014/172.