Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:13098

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27-10-2014
Datum publicatie
27-10-2014
Zaaknummer
09/753030-14 en 09/765023-14 (ttz gev)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 24, 33, 33 a, 47, 57 en 151 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2, 10 en 10a van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummers 09/753030-14 en 09/765023-14 (ttz gev)

Datum uitspraak: 27 oktober 2014

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen verdachte:

[verdachte 1] ,

geboren op [geboortedag] 1969 te [geboorteplaats],

adres: [adres 1],

thans gedetineerd in de [p.i.].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 30 april, 17 juli, 29 en 30 september en 2, 6 en 13 oktober 2014.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie mrs. D.J. Lamen en D.M. van Gosen en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. H. Sytema, advocaat te Den Haag, en door verdachte naar voren is gebracht.

De officieren van justitie hebben medegedeeld dat zij voornemens zijn te gelegener tijd een ontnemingsvordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte is – na aanpassing van de omschrijving tenlastelegging ter terechtzitting – ten laste gelegd dat:

Ten aanzien van parketnummer 09/753030-14:

1.

Zaaksdossier Montfoort

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2013 tot en met 22 januari 2014 te Montfoort en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het (telkens) opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken en/of vervaardigen van amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen

- een reactieketel (voorzien van drie gasbranders aangesloten op een gasfles)

en/of

- een koeler en/of

- een (aantal) klemdekselvat(en)/gaswasser(s) en/of

- BenzylMethylKeton (BMK) en/of

- een stoomdestillatie-opstelling en/of

- behangstoommachines en/of

- drie, althans een of meer klemdekselvaten voorzien van een elektromotor met

frequentieregelaar en/of een verwarmingsspiraal en/of

- een hoeveelheid Alpha-PhenylAcetoAcetoNitril (APAAN) en/of

- een hoeveelheid scheidtrechters en/of

- een hoeveelheid maatbekers en/of

- een hoeveelheid koolstoffilters en/of

- een hoeveelheid ventilatorkasten en/of

- een hoeveelheid koolstoffilters en/of

- een hoeveelheid natriumhydroxide en/of

- een hoeveelheid formamide en/of mierenzuur en/of zoutzuur en/of caffeïne,

voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);

2.

Zaaksdossier Montfoort

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2013 tot en met 22 januari 2014 te Montfoort tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad 67 liter, althans een hoeveelheid (vloeibare) amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

Zaaksdossier Montfoort

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2013 tot en met 22 januari 2014 te Montfoort, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of verwerkt en/of bewerkt en/of vervaardigd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4.

Zaaksdossier [adres 2]

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 november 2013 tot en met 22 januari 2014 te 's-Gravenzande, gemeente Westland althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of verwerkt en/of bewerkt en/of vervoerd en/of vervaardigd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het

vijfde lid van artikel 3a van die wet;

5.

Zaaksdossier [adres 2]

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 november 2013 tot en met 22 januari 2014 te 's-Gravenzande, gemeente Westland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 50 kilogram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

6.

Zaaksdossier [adres 2]

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 november 2013 tot en met 22 januari 2014 te 's-Gravenzande, gemeente Westland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het (telkens) opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken en/of vervaardigen van amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel vermeld op de

bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen

- witte (teil)en en/of

- kunststof maatbeker(s) en/of

- kunststof spatel en/of

- glazen melkfles en/of

- metseltroffels en/of

- balans en/of

- vacuumsealmachines en/of

- luchtafzuiging en/of

- methanol en/of

- zwavelzuur en/of

- jerrycans en/of

- apaan,

voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);

7.

Zaaksdossier Hendrik Ido Ambacht

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2013 tot en met 19 maart 2013 te Hendrik-Ido-Ambacht, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of verwerkt en/of bewerkt en/of vervaardigd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

8.

Zaaksdossier Hendrik Ido Ambacht

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2013 tot en met 19 maart 2013 te Hendrik-Ido-Ambacht, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het (telkens) opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken en/of vervaardigen van amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel vermeld op de bij de

Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen:

- formamide en/of mierenzuur en/of zoutzuur en/of caustic soda

(Natriumhydroxide) en/of AlphaPheylAcetoAcetoNitril (APAAN) en/of

- een reactieketel (voorzien van 2 gasbranders en/of een koeler) en/of

klemdekselvaten en/of maatbekers en/of ventilatorkasten en/of een

scheidtrechter en/of

- BenzylMethylKeton (BMK)

voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);

9.

Zaaksdossier Hendrik Ido Ambacht

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2013 tot en met 19 maart 2013 te Hendrik-Ido-Ambacht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een (grote) hoeveelheid amfetamine (poeder en/of olie), althans een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetemine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

10.

Zaaksdossier Damiatus

hij op of omstreeks 8 november 2013 te Delfgauw, gemeente Pijnacker-Nootdorp, en/of Zoetermeer en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 15 kilogram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

11.

Zaaksdossier Washok

hij op of omstreeks 7 november 2013 te Delfgauw, gemeente Pijnacker-Nootdorp, en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1000 gram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

ten aanzien van parketnummer 09/765023-14:

1.

Zaaksdossier 163 Tango

hij op of omstreeks 18 november 2013 te Montfoort en/of Bodegraven, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen opzettelijk een lijk (te weten van [slachtoffer]) heeft begraven en/of verbrand en/of vernietigd en/of verborgen en/of weggevoerd en/of weggemaakt met het oogmerk om het feit en/of de oorzaak van het overlijden te verhelen, immers hebben verdachte en/of zijn mededader(s) :

- het lijk van die [slachtoffer] (deels) uit- en/of omgekleed en/of

- ( vervolgens) het lijk van die [slachtoffer] op de passagiersstoel van de personenauto van die [slachtoffer] neergezet en/of neergelegd en/of

- ( vervolgens) voornoemde auto met het lijk van die [slachtoffer] van Monfoort naar Bodegraven gereden en/of

- ( vervolgens) voornoemde auto op een parkeerterrein te Bodegraven achtergelaten;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 18 november 2013 te Montfoort en/of Bodegraven, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen opzettelijk een voorwerp (te weten het lijk van [slachtoffer]), dat kon dienen om de waarheid aan de dag te brengen, met het oogmerk om de inbeslagneming daarvan te beletten en/of te belemmeren en/of te verijdelen, heeft verborgen en/of vernietigd en/of weggemaakt en/of aan het onderzoek van ambtenaren van justitie en/of politie heeft onttrokken immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s):

- het lijk van die [slachtoffer] (deels) uit- en/of omgekleed en/of

- ( vervolgens) het lijk van die [slachtoffer] op de passagiersstoel van de personenauto van die [slachtoffer] neergezet en/of neergelegd en/of

- ( vervolgens) voornoemde auto met het lijk van die [slachtoffer] van Monfoort naar

Bodegraven gereden en/of

- ( vervolgens) voornoemde auto op een parkeerterrein te Bodegraven achtergelaten;

2.

hij op of omstreeks 19 maart 2013 te Den Haag en/of Zoetermeer althans in Nederland een of meer wapens van categorie II onder 2, te weten een automatisch wapen (machinepistool), en/of een wapen van categorie I onder 3 te weten een geluiddemper, voorhanden heeft gehad.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

Op 10 september 2013 is onder leiding van de officier van justitie onder de naam Boswitje een strafrechtelijk onderzoek ingesteld naar veronderstelde criminele activiteiten.

De politie heeft op 22 januari 2014 meerdere plaatsen doorzocht onder andere een loods aan de [adres 7] te Montfoort en een bedrijfsunit aan de [adres 2] te

’s-Gravenzande. Op deze locaties bleken zich amfetaminelaboratoria te bevinden.

De interpretatie van de Landelijke Eenheid Ontmantelen (LFO) van de politie is dat gezien de hoeveelheid gebruikte productiemiddelen en hun grootte waarschijnlijk sprake is van een professionele grootschalige productielocatie voor de illegale vervaardiging van BMK vanuit APAAN en amfetamine volgens de Leuckartmethode met behulp van BMK. De stof zoals die in de [adres 2] werd aangetroffen is het eindproduct van het productieproces.

Begin 2013 is een laboratorium opgerold in Hendrik Ido Ambacht in onderzoek Koperuil.

Op 19 november 2013 is in een auto op een parkeerplaats te Bodegraven het lichaam van de overleden [slachtoffer] aangetroffen.

De politie heeft meerdere verdachten aangehouden, onder wie verdachte.

Hem wordt verweten betrokken te zijn bij de laboratoria in Montfoort, ’s Gravenzande en Hendrik Ido Ambacht en bij het verplaatsen van het lichaam van [slachtoffer].

Tevens wordt hij verdacht van het voorhanden hebben van een vuurwapen en de leveringen van amfetamine op 7 en 8 november 2013.

3.2

Het standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte de bij dagvaarding met parketnummer 09/753030-14 onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 en de bij dagvaarding met parketnummer 09/765023-14 onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan.

3.3

Het standpunt van de verdediging

Door de verdediging is bepleit dat overtuigend bewijs dat verdachte betrokken is bij het laboratorium in Montfoort ontbreekt en verdachte dient daarom te worden vrijgesproken. Er kan niet worden vastgesteld dat de inrichting van de loods zodanig is geweest dat wat daar gaande was strafbare feiten kon opleveren. De verklaring van [medeverdachte 2] dat verdachte wel eens kwam kijken zegt dus niets. Ook wijst [medeverdachte 2] verdachte niet aan wanneer door de politie wordt gevraagd van wie het laboratorium was.

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte ook dient te worden vrijgesproken van betrokkenheid bij de [adres 2], nu er geen enkel spoor naar verdachte wijst.

Verdachte heeft voorts ontkent betrokken te zijn geweest bij het verplaatsen van het lichaam van [slachtoffer] en er is geen enkel overtuigend bewijs dat dit wel zo was, aldus de raadsman. Er wordt verzocht verdachte vrij te spreken. Daarnaast ontbreekt het oogmerk dat is vereist voor een bewezenverklaring van artikel 151 van het Wetboek van Strafrecht.

Door de verdediging is ook verzocht verdachte vrij te spreken van betrokkenheid bij het laboratorium in Hendrik Ido Ambacht. De Jaguar van verdachte wordt gezien, maar niet is gezien wie er op dat moment in de auto zat. Verdachte heeft een familierechtelijke band met [betrokkene 1] en er is derhalve niets vreemds aan dat zij geregeld met elkaar bellen. Ook een koppeling middels de EDTA-zakken die werden aangetroffen bij [verdachte 1] en [betrokkene 2] in de auto met de aangetroffen EDTA-zakken in het laboratorium gaat niet op, nu de batchnummers niet overeenkomen. Ook uit de ruzie tussen [betrokkene 3] en verdachte kunnen geen conclusies worden getrokken die een bewezenverklaring rechtvaardigen.

De verdediging heeft verder bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 11 (zaaksdossier Washok), omdat de verklaring van [betrokkene 6], die suggereert dat verdachte als tussenpersoon heeft gefungeerd, onvoldoende is om tot een bewezenverklaring te komen. Verdachte is ook niet gezien in het betreffende washok die avond. Evenmin is gebleken van contact tussen [betrokkene 4] en verdachte.

Tevens is bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 10 (zaakdsdossier Damiatus), omdat niet kan worden vastgesteld dat de inhoud van de aangetroffen big shopper is voortgekomen uit de kartonnen doos van [betrokkene 4]. De ‘chain of evidence is onderbroken’.

Tot slot heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het voorhanden hebben van een wapen. Niet getoetst kan worden of het SIN-nummer van het vuurwapen correspondeert met het SIN-nummer van de bemonstering. Ook kan er niet worden gesproken over een machtsrelatie.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging1

Montfoort

Feiten 1, 2 en 3

Bij een doorzoeking op 22 januari 2014 op de locatie [adres 7] te Montfoort2 wordt in een loods een ruimte aangetroffen die is ingericht en in gebruik ten behoeve van de illegale vervaardiging van synthetische drugs (amfetamine). In deze ruimte stonden opgesteld:

 een grote roestvaststalen reactieketel voorzien van drie gasbranders welke allen

met een gasslang waren aangesloten op een gasfles. Deze reactieketel was niet in werking maar zodanig opgesteld en aangesloten dat deze voor direct gebruik klaar stond;

  • -

    een stoomdestillatie opstelling;

  • -

    een aantal kunststofklemdekselvaten;

 een kunststof vat gevuld met een hoeveelheid olieachtige vloeistof ruikend naar de

geur van BenzylMethylKeton (BMK);

 vier kunststofklemdekselvaten, kleur blauw, inhoudsmaat ongeveer 120 liter, allen

geheel gevuld met een crèmekleurig poeder, ruikend naar de geur van APAAN;

  • -

    een zogenaamde gaswasser;

  • -

    vier behangstoommachines;

  • -

    drie kunststofklemdekselvaten, kleur blauw, inhoudsmaat 200 liter, allen voorzien

van een deksel waarop een elektromotor met een frequentieregelaar en een

elektrische verwarmingsspiraal was geplaatst;

  • -

    een aantal grote glazen scheitrechters;

  • -

    maatbekers;

  • -

    meerdere koolstoffilters welke middels flexibele slangen waren aangesloten op

meerdere ventilatorkasten, tevens voorzien van koolstoffilters (3).

 een groot aantal zakken, 25 kilogram, gevuld met caustic soda

(Natriumhydroxide).

In de opslagruimte grenzend aan de laboratoriumruimte worden daarnaast een aantal jerrycans gevuld met chemicaliën aangetroffen. Na analyse blijken deze, indicatief, het volgende te bevatten:

• formamide

• mierenzuur

• zoutzuur.

Uit het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (hierna NFI)3 blijkt dat:

  1. monsters uit klemdekselvaten BMK bevatten

  2. monsters uit

o klemdekselvaten

o emmers, maatkannen

o op houten plank

APAAN bevatten

monters uit

o 1000L IBC

o klemdekselvat

o stoomdestillatieketel

o één van de twee volle 10l jerrycans

amfetamine bevatten

Bij het laboratoriumonderzoek is voorts vastgesteld dat de monsters BMK, APAAN, N-formylamfetamine, amfetamine en/of diverse gerelateerde verontreinigingen bevatten. Daarnaast is formamide, mierenzuur, zoutzuur en natriumhydroxide aangetroffen. Dit is terug te voeren op de volgende twee processen:

  1. de vervaardiging van BMK uit APAAN met zoutzuur

  2. vervaardiging van amfetamine (base) uit BMK met de Leuckartmethode

Op grond van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat in de loods in Montfoort een laboratorium is opgebouwd waarmee beoogd werd amfetamine(base) te vervaardigen.

Wanneer is het laboratorium opgebouwd?

Uit de verklaring van de eigenaar van de loods, medeverdachte [medeverdachte 1]4 volgt dat het deel van de loods waarin het laboratorium zich bevond, door [slachtoffer] is gehuurd met ingang van 1 juli 2013. Vervolgens is, zo heeft medeverdachte [medeverdachte 2] verklaard,5 in september/oktober 2013 begonnen met de bouw van het speedhok, zoals hij dat noemt.

Vaststaat voorts dat [slachtoffer] op 18 november 2013 in de loods is overleden6. Volgens [medeverdachte 2]7 stond de reactieketel er toen, moest een van de luchtfilters nog worden geplaatst en moest een geisertje nog worden opgehangen. Uitgaande van deze verklaring was er op dat moment in ieder geval sprake van een grotendeels ingericht laboratorium. Dat kan ook verklaren waarom de dood van [slachtoffer] niet aan de hulpdiensten is gemeld en zijn lichaam uit de loods is verwijderd en elders is achtergelaten.8

Voorts is voldoende aannemelijk geworden dat het laboratorium na de dood van [slachtoffer] is afgebroken, nu uit de verklaringen van [getuige 1], [getuige 2] en medeverdachte [medeverdachte 1]9 blijkt dat het deel van de loods waarin het laboratorium in januari 2014 werd aangetroffen, in december 2013 leeg was.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het laboratorium in ieder geval is opgebouwd in de periode oktober/november 2013 en vervolgens weer in januari 2014. Dat betekent dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat feit 1 (voorbereidingshandelingen) heeft plaatsgevonden van oktober 2013 tot en met 22 januari 2014.

Is in het laboratorium amfetamine(base) geproduceerd?

Het NFI 10 schat dat de in het laboratorium verwerkte totale hoeveelheid BMK circa 180 liter betreft en de hoeveelheid vervaardigde – chemisch zuivere – amfetaminebase minimaal 67 kilogram, hetgeen overeenkomt met 67 liter. In de loods blijkt in totaal 53 liter van de gezuiverde amfetaminebase nog aanwezig te zijn. Voorts wordt geschat dat met de aangetroffen APAAN en zoutzuur ruwweg nog 97 liter BMK verkregen had kunnen worden en met de aangetroffen chemicaliën (formamide, mierenzuur, zoutzuur en natriumhydroxide) nog 83 liter BMK had kunnen worden omgezet in minstens 30 kilogram zuivere amfetaminebase.

Uit het voorgaande volgt dat op 22 januari 2014 sprake was van een laboratorium dat volop in bedrijf was en waar recent – het merendeel van de geproduceerde amfetaminebase was immers nog aanwezig – 67 liter amfetaminebase was geproduceerd.

Het dossier bevat zonder meer aanwijzingen dat in het laboratorium ook ten tijde van het overlijden van [slachtoffer] amfetamine(base) werd geproduceerd. Zo werd APAAN en amfetamine op de schoenzolen van [slachtoffer] gevonden. Wettig en overtuigend bewijs dat dit ook daadwerkelijk is gebeurd in de periode oktober/november 2013 ontbreekt echter zodat in zoverre vrijspraak dient te volgen.

Was verdachte bij het laboratorium betrokken?

[getuige 1] 11 heeft verklaard dat hij verdachte in de zomer van 2013 – juli en augustus – en tussen kerst en oud en nieuw op het erf in Montfoort heeft gezien. Dat sluit aan op de verklaring van [medeverdachte 1].12 Volgens [medeverdachte 2]13 kwam verdachte in de periode dat hij daar een speedhok aan het bouwen was, langs om te kijken of het goed ging. [medeverdachte 2] laat zich in zijn verklaringen niet duidelijk uit over de rol van verdachte. De rechtbank acht in dit verband echter veelzeggend dat [medeverdachte 2] na het overlijden van [slachtoffer] direct rechtstreeks naar verdachte gaat. Volgens [getuige 3]14, die toen in de woning van verdachte aanwezig was, zegt verdachte dan tegen [medeverdachte 2]: ik heb nog gezegd, jullie moeten eruit, jullie zijn veel te nonchalant geworden”. Dit duidt op een betrokken en leidende rol van verdachte. Hierbij past ook dat het verdachte is die vervolgens bepaalde dat de politie niet in kennis wordt gesteld van het overlijden van [slachtoffer] en dat verdachte ook degene is die het probleem van het verwijderen van het lichaam van [slachtoffer] uit de loods wel “zal oplossen”.15

Voorts is medeverdachte [medeverdachte 3] op 21 januari 2014 in de avond meermalen gezien16 terwijl hij heen en weer liep tussen de loods waar het laboratorium in was gevestigd en de woning op het erf. [medeverdachte 3] droeg op dat moment een schort, handschoenen en een emmer. Een uur later komt verdachte uit de loods, een paar minuten later gevolgd door medeverdachte [medeverdachte 3]. Zij vertrekken vervolgens samen en worden onderweg door de politie gecontroleerd.17 Tijdens deze controle ruikt de politie een aparte geur. Verder heeft [medeverdachte 3] twee groene handschoenen met chemische logo’s in zijn jaszak die zoet en chemisch ruiken. Op het bureau wordt deze geur door een verbalisant die heeft meegewerkt aan onderzoek en de ontmanteling van het amfetaminelaboratorium in Hendrik Ido Ambacht, herkend als de geur van amfetamine.18

Daarnaast zijn in de laboratoriumruimte op een blauw vat een paar blauw/geelkleurige handschoenen aangetroffen.19De daarop aangetroffen DNA-sporen matchen met het DNA van verdachte.20

Conclusie

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen niet alleen bij de voorbereiding in oktober/november 2013 en januari 2014 maar ook bij de daadwerkelijke productie van de amfetaminebase in januari 2014 betrokken is geweest en dat hij daarbij een actieve leidende rol heeft gehad.

[adres 2]

Feiten 4, 5 en 6

Bij een doorzoeking op 22 januari 2014 op de locatie [adres 2] te ’s-Gravenzande wordt in een bedrijfsunit een woning aangetroffen die is ingericht en in gebruik ten behoeve van de illegale vervaardiging van synthetische drugs (amfetamine). In de woning stonden verscheidene goederen en chemicaliën die kunnen worden gebruikt ten behoeve van de omzetting van amfetamineolie in amfetaminesulfaat.

Uit de verklaring van verdachte Krijger, alsmede uit de overgelegde huurovereenkomst volgt dat de woning bij de bedrijfsunit waarin het laboratorium zich bevond, door iemand is gehuurd met ingang van 29 november 2013.

Gelet op een rapport van het NFI is in de [adres 2] zeer waarschijnlijk de amfetamineolie uit Montfoort, waar verdachte bij betrokken was, omgezet in het eindproduct amfetamine(sulfaat). Deze vermoedelijke link tussen de twee laboratoria is, anders dan de officieren van justitie hebben betoogd, echter onvoldoende om tot bewezenverklaring te kunnen komen, nu verdachte geen enkele keer wordt waargenomen in de [adres 2] door het onderzoeksteam, geen van de getuigen verklaart verdachte in de [adres 2] te hebben gezien en geen van de medeverdachten verklaart over enige betrokkenheid van verdachte bij dit laboratorium..

Nu uit het dossier evenmin is gebleken van andere sporen, zoals DNA of vingerafdrukken die verdachte in de [adres 2] plaatsen, kan, hoewel er sterke aanwijzingen zijn voor zijn betrokkenheid, niet wettig worden bewezen dat verdachte deze ten laste gelegde feiten heeft begaan.

Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van deze feiten.

Hendrik Ido Ambacht

Feiten 7, 8 en 9

Op 19 maart 2013 treft de politie in een loods achter de [adres 3] te Hendrik Ido Ambacht een groot in werking zijnde drugslaboratorium aan. Het betreft een laboratorium geschikt voor de productie van amfetamine. In de loods wordt onder andere de neef van verdachte, [betrokkene 1] [verdachte 1], aangehouden. De politie heeft vastgesteld dat verdachte in de periode van 21 september 2012 tot 10 maart 2013 261 keer telefonisch contact heeft gehad met [betrokkene 1] [verdachte 1].

De auto (Jaguar) van verdachte wordt daarnaast eenmaal – 9 januari 2013 – in Hendrik Ido Ambacht gezien, echter is niet vast komen te staan dat verdachte op dat moment de bestuurder (of een inzittende) was. Wel straalt de telefoon van verdachte een aantal maal een mast aan die staat in de omgeving van de loods in Hendrik Ido Ambacht, ook kort nadat de politie heeft waargenomen dat de Jaguar vanaf de [adres 3] is vertrokken. Dit is echter onvoldoende om te kunnen concluderen dat verdachte toen in de loods met een werkend drugslaboratorium is geweest.

Verdachte is verder op 28 februari 2013 samen met zijn broer [betrokkene 2] staande gehouden in een bestelbus van het merk Mercedes. In deze bestelbus zaten 40 grote papieren zakken van ongeveer 25 kilo per stuk. De zakken bleken APAAN te bevatten. De zakken hadden als opdruk EDTA-4NA met Batchnummer: 20121116.

In het laboratorium in Hendrik Ido Ambacht trof de politie ook zakken Apaan aan met als opschrift EDTA-4NA, maar deze hadden een ander batchnummer.

In het laboratorium in Hendrik Ido Ambacht zijn verder geen sporen van verdachte aangetroffen, zoals DNA of vingerafdrukken.

Op grond van het voorgaande kan wel geconcludeerd worden dat er sterke aanwijzingen zijn dat verdachte bij dit laboratorium in Hendrik Ido Ambacht betrokken is geweest, maar het dossier bevat onvoldoende bewijs om te kunnen oordelen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan.

Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van deze feiten.

Damiatus

Feit 10

Op 8 november 2013 wordt een ontmoeting waargenomen tussen verdachte, medeverdachte [betrokkene 4] en [verdachte 2] bij het BP benzinestation in Delfgauw. De drie mannen rijden naar de Karwei en [betrokkene 4] zet daar een bruine kartonnen doos in de achterbak van de auto van [verdachte 2]. De mannen gaan uit elkaar en de doos wordt later door [verdachte 2] en een onbekende man een woning aan de Damiatenstraat in Haarlem binnengedragen.

Bijna anderhalf uur later ziet het observatieteam twee mannen een rode big shopper tas in een Seat zetten. Bij controle door de politie wordt in de Seat een rode tas amfetamine aangetroffen. In een Mercedes Vito, die wordt gebruikt door [verdachte 2], wordt een rode big shopper tas aangetroffen met daarin Boorzuur, een versnijdingsmiddel.

Door de politie is bij de huiszoeking in Haarlem geen bruine kartonnen doos aangetroffen. Er valt dus niet vast te stellen wat er in de bij Karwei overgedragen doos heeft gezeten. Daarnaast kan evenmin worden vast gesteld dat de onbekende inhoud van de doos is overgebracht in de later aangetroffen big shopper tas.

Het dossier bevat ook hier derhalve onvoldoende wettig bewijs dat in voormelde bruine doos amfetamine heeft gezeten .

Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van dit feit.

Washok

Feit 11

Inleiding

Verdachte wordt – kort gezegd – verweten dat hij op 7 november 2013 in Delfgauw tezamen met medeverdachte [betrokkene 4] ongeveer één kilo amfetamine heeft afgeleverd aan [betrokkene 5] en [betrokkene 6]. Uit politieonderzoek is gebleken dat [betrokkene 5] op 6 november 2013 een sms stuurt aan verdachte waarin staat: “wanneer worden wij weer uitgenodigd.”21 Hierop antwoordt verdachte direct met: “hoor je morgen”22.

Op 7 november 2013 belt verdachte met [betrokkene 5], die zich dan met een ander in een winkelcentrum bevindt in de buurt van de woning van verdachte te Zoetermeer. [betrokkene 5] zegt dat zij elkaar dan zo wel zien.23 Op dat moment ziet het observatieteam van de politie twee onbekende mannen staan naast een Volvo met kenteken ZN-LD-34 die is geparkeerd op het parkeerterrein van winkelcentrum Noordhove te Zoetermeer. De twee mannen vertrekken in de Volvo en deze arriveert tegelijk met verdachte bij de woning van verdachte. De drie mannen gaan om 18:05 uur gezamenlijk de woning van verdachte in. Het observatieteam ziet de twee mannen om 19:37 uur weer in de Volvo vertrekken. 24

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij [betrokkene 5] kent en met hem die dag had afgesproken bij hem thuis in Zoetermeer. Zij hebben volgens verdachte een film gekeken waarna de beide mannen zijn vertrokken.25 Verdachte heeft aangevoerd dat hij niet weet waar de twee mannen zijn heengegaan of wat zij vervolgens hebben gedaan.

Het observatieteam ziet vervolgens dat de Volvo om 20:03 wordt geparkeerd in een wasbox bij het BP tankstation in Delfgauw en dat een zwarte VW Caddy met [betrokkene 4] achter het stuur in de naastgelegen wasbox staat. Vanuit de VW Caddy wordt een doosje overhandigd aan de bijrijder van de Volvo die het bij de passagiersstoel legt. Even later vertrekt de Volvo.26 De inzittenden – [betrokkene 6] als bestuurder en [betrokkene 5] als bijrijder – worden ter hoogte van Hoofddorp langs de A4 aangehouden. Bij de bijrijdersstoel ligt een tasje met daarin een doosje met witte substantie.27 Het blijkt te gaan om amfetamine met een een netto gewicht van 960 gram.28 Op het doosje worden vingerafdrukken van [betrokkene 4] aangetroffen29.

Heeft [betrokkene 4] het doosje met amfetamine afgeleverd?

Uit de observatie bij tankstation BP in Delfgauw en het aantreffen van een doosje met amfetamine in de Volvo met daarop de vingerafdrukken van [betrokkene 4] leidt de rechtbank af dat hij de amfetamine heeft afgeleverd aan [betrokkene 5] die vervolgens bij [betrokkene 6] in de Volvo is gestapt.

Is verdachte medepleger van deze aflevering?

[betrokkene 6] heeft verklaard dat hij met [betrokkene 5] op de bonnefooi naar Zoetermeer is gereden om amfetamine te kopen. [betrokkene 5] wist wel een adresje, maar zij komen voor een dichte deur en wachten bij een viskraam. Zij gaan naar het huis van verdachte aan wie zij het verhaal voorleggen. Verdachte zegt – aldus nog steeds [betrokkene 6] – dat hij wel iemand kent, maar die heeft voorlopig geen tijd. Zij wachten en kijken een film. In de avond moeten zij zich melden bij de BP. Hij gaat daar vervolgens zijn auto wassen en [betrokkene 5] neemt een trommeltje amfetamine in ontvangst.30

De hiervoor weergegeven sms’en van 6 november 2013 en het telefoongesprek van 7 november 2013 bevestigen de verklaring van [betrokkene 6] dat [betrokkene 5] met verdachte had afgesproken in Zoetermeer. Uit de verklaring van [betrokkene 6] blijkt verder dat deze ontmoeting met verdachte plaatsvond om bij of via hem amfetamine te kopen. Ze wachten bij verdachte thuis en worden door hem vervolgens naar de BP gestuurd, waar de aflevering plaatsvindt. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat verdachte het ertoe heeft geleid dat [betrokkene 4] de amfetamine in Delfgauw aan [betrokkene 5] heeft overhandigd. Verdachte had immers volgens [betrokkene 6] verklaard dat hij wel iemand wist die voorlopig geen tijd had hetgeen aansluit op het gegeven dat [betrokkene 4] de amfetamine pas anderhalf uur later aflevert.

Door op 7 november 2013 thuis af te spreken met de kopers [betrokkene 5] en [betrokkene 6], hen in contact te brengen met [betrokkene 4], de kopers thuis te laten wachten totdat hij tijd heeft en hen de ontmoetingsplaats mede te delen, heeft verdachte ten aanzien van de levering van de amfetamine bewust en nauw met [betrokkene 4] samengewerkt. Gelet op deze betrokkenheid van verdachte voorafgaand aan de aflevering doet aan de kwalificatie medeplegen niet af dat hij bij de daadwerkelijke overdacht afwezig was.

Ten aanzien van parketnummer 09/765023-14

Tango

Feit 1

Op 19 november 2013 omstreeks 07:59 uur krijgen verbalisanten een melding dat op een parkeerplaats aan de [adres 4] bij de gemeente Bodegraven een personenauto stond met daarin een persoon die niet reageerde op aanroepen. Als de politie ter plaatse komt zien zij een man op de bijrijdersstoel liggen, lijkbleek en met geopende ogen. Een hartfilmpje maakt duidelijk dat de persoon dood is.31 Het blijkt te gaan om [slachtoffer]32.

Bij de sectie op het lichaam van [slachtoffer] is geen doodsoorzaak gebleken.33

Uit de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 2]34 blijkt dat [slachtoffer] in de ochtend van 18 november 2013 op een terrein in Montfoort in elkaar is gezakt en dat het niet meer lukte om hem te reanimeren.

Hoe is het lichaam op de parkeerplaats aan de [adres 4] terecht gekomen?

Uit de ARS-gegevens met betrekking tot de Opel Corsa waarin het lichaam van [slachtoffer] is aangetroffen, blijkt dat deze auto op 18 november 2013 te 23:49:04 uur, komende vanaf de A12 richting Den Haag, de N11 heeft gevolgd en waarschijnlijk de afrit bij de [adres 5] heeft genomen en vervolgens omstreeks 23:51:36 over deze brug is gereden richting de parkeerplaats de [adres 4].35

Dit sluit aan bij de camerabeelden van de camera’s van de [adres 5] te Bodegraven.36 Uit die camerabeelden blijkt immers dat op 18 november 2013 te 23.51.33 uur37 een donkerkleurige bestelauto, type Volkswagen Caddy/Opel Combo, aan komt rijden vanuit de richting van de N11, gaande in de richting van de [adres 4]. Deze bestelauto werd op 3 seconden gevolgd door een kleine donkere personenauto. Het model, type, kleur, velgen, achterlichten en plaats van de kentekenplaat achter op dit voertuig komen overeen met de Opel Corsa die is aangetroffen op de parkeerplaats.

Om 23.53.46 uur is te zien dat ogenschijnlijk dezelfde bestelauto weer terug komt. Zeer opvallend is dat de kleine donkere auto niet meer in de buurt van de bestelauto rijdt.

Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat de Opel Corsa waarin het lichaam van [slachtoffer] is aangetroffen, inderdaad de kleine donkere auto is die gezien is op de [adres 5].

Uit het dossier blijkt voorts dat medeverdachte [betrokkene 4] meerdere keren is gezien in een Volkswagen Caddy met kenteken [kenteken 3] (hierna VW Caddy).38 Uit ARS-gegevens blijkt dat deze auto op 18 november 2013 te 23:49:04 de ARS-locatie op de afrit van de A12 naar de N11 (Bodegraven) passeert en twee seconden later gevolgd door de Opel Corsa (23:49:06 uur). Daarnaast blijkt dat de reistijd tussen deze afrit en de [adres 5] bij normale snelheid 2 minuten bedraagt.39

Ook blijkt uit de ARS-gegevens dat de VW Caddy, nu zonder de Opel Corsa, om 23:58 rijdt op de N11 ter hoogte van Alphen aan den Rijn in de richting van Leiden.40

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het bij de donkerkleurige bestelauto die is gezien op de [adres 5], gaat om de VW Caddy.

Dat leidt tot de conclusie dat de Opel Corsa en de VW Caddy een bijdrage hebben geleverd aan het verplaatsten van het lichaam van [slachtoffer] vanaf de plaats waar [slachtoffer] is overleden naar de parkeerplaats. Zijn lichaam is daar immers in de Opel Corsa is achtergelaten.

Wie waren de bestuurders?

Medeverdachte [medeverdachte 2]41 heeft verklaard dat hij, toen hij [slachtoffer] niet kon reanimeren, in paniek naar verdachte is gegaan en hem heeft verteld dat [slachtoffer] was overleden. Dit komt overeen met de verklaring van Van [getuige 3]42. Deze heeft immers verklaard dat hij op 18 november 2013 in de woning van verdachte aanwezig was toen [medeverdachte 2] in paniek binnenkwam en vertelde dat [slachtoffer] was overleden.

Door de politie wordt gezien dat verdachte daarna samen met medeverdachten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] vertrekt en dat ze elkaar weer ontmoeten op het terrein van de Makro in Delft.43 Daarbij zit verdachte meerdere malen met zijn handen in het haar.44

Die avond wordt verder gezien dat er een ontmoeting plaats vindt bij Van der Valk te Nootdorp tussen verdachte, medeverdachten [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [betrokkene 4] en de broer van [slachtoffer].45Volgens [medeverdachte 2]46 is daarbij besproken wat er moest gebeuren en werd de optie van [medeverdachte 2] om de politie te bellen van tafel geveegd. Verdachte heeft toen, zo heeft [medeverdachte 2] verklaard, aangegeven dat hij het allemaal zou regelen.

De verklaring van [medeverdachte 2] duidt op betrokkenheid van verdachte bij het verplaatsen van het lichaam. Er vindt vervolgens nog een tweede ontmoeting bij Van der Valk plaats tussen verdachte en medeverdachten [medeverdachte 3] en [betrokkene 4]. Gezien wordt dat zij Van der Valk verlaten waarna de VW Caddy, gevolg door de Mercedes van verdachte het terrein bij Van der Valk verlaten. De Mercedes wordt daarna geparkeerd bij de woning van verdachte. Vervolgens rijdt de VW Caddy vanaf de Oostweg in Zoetermeer om 22:39 richting Utrecht.47 De VW Caddy passeert daarbij een ARS-locatie die direct daarna (22:39:45 uur) ook wordt gepasseerd door de Opel Corsa. 48

De telefoon van medeverdachte [medeverdachte 3] verplaatst zich na de bijeenkomst bij Van der Valk richting Utrecht.49 Rond 23:00 uur straalt de telefoon het basisstation Rijksweg A12 Waarder aan om vervolgens via Benschop, Harmelen en IJsselstein om 23:42 uur het basisstation IJsseloord Woerden aan te stralen. Het volgende moment dat een basisstation wordt aangestraald betreft 23:58 uur. Dan wordt het basisstation De Schans te Alphen aan den Rijn aangestraald.50 Op datzelfde tijdstip wordt de VW Caddy geregistreerd op de N11 ter hoogte van Alphen aan den Rijn .51

Daarnaast blijkt uit de ARS-gegevens52 dat de VW Caddy om 00:06:23 uur op de N11 ter hoogte van Leiden de ARS-locatie bij de oprit naar de A4 in de richting van Den Haag passeert. Daarna volgt een periode van 55 minuten waarbij de VW Caddy geen enkele ARS-locatie passeert. Vervolgens passeert het voertuig om 01:01:23 uur de ARS-locatie op de N470 ter hoogte van Pijnacker. De VW Caddy vervolgt zijn weg richting Zoetermeer waar om 01:07:16 uur als laatste die nacht de ARS-locatie op de Oostweg wordt gepasseerd.

Uit het dossier blijkt dat zeven minuten later (om 01:14 uur) wordt gezien dat iemand de woning van verdachte binnengaat en dat verdachte vervolgens om 01:20 uur in een telefoongesprek zelf aangeeft dat hij net thuis is.53

Het verweer dat het proces-verbaal waaruit dit laatste blijkt niet voor het bewijs mag worden gebruikt, wordt verworpen. Op zichzelf is het juist dat aan dit proces-verbaal ten grondslag liggende stukken niet aan het dossier zijn toegevoegd. Dat laat echter onverlet dat sprake is van een ambtsedig proces-verbaal waaruit blijkt dat de verbalisant bij het opstellen van de tijdslijn deze stukken tot zijn beschikking heeft gehad. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding aan zijn bevindingen te twijfelen.

Uit voormelde bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verdachte met de anderen bij Van der Valk heeft besproken wat er moest gebeuren met het lichaam van [slachtoffer]. Vervolgens is hij met medeverdachte [betrokkene 4] de Opel Corsa gaan ophalen in Zoetermeer (die daar immers eerder die dag door [medeverdachte 2] was neergezet)54 en is medeverdachte [medeverdachte 3] het lichaam van [slachtoffer] gaan ophalen in Montfoort. Zij hebben elkaar vervolgens getroffen op de parkeerplaats in Bodegraven waar het lichaam van [slachtoffer] in de Opel Corsa is geplaatst.

Dit scenario past bij de reisbewegingen in de avond/nacht van 18 op 19 november en sluit aan op uitspraken van [betrokkene 3] [verdachte 1]. Zij zegt immers in een afgeluisterd telefoongesprek tegen haar zoon55: “kankerzooi, [verdachte 1] heeft hem gewoon ergens gedumpt … op de A12, samen met Cadillac. ... een hele rare vent…heeft gewoon met één of ander lijk in z'n Cadillac gereden”. Uit het dossier blijkt dat medeverdachte [medeverdachte 3] zichzelf cadillac noemt.56

De rechtbank is in haar overtuiging gesterkt doordat verdachte ter terechtzitting geen enkele vraag over dit dossier heeft willen beantwoorden, terwijl het hierboven weergegeven bewijsmateriaal daarom bepaaldelijk vraagt.

Alles overziend acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen betrokken is geweest bij het verplaatsen van het lichaam van [slachtoffer].

Strafbaar feit?

Verdachte wordt verweten dat hij het feit of de oorzaak van het overlijden van [slachtoffer] heeft willen verhelen. Volgens de verdediging is geen sprake van het oogmerk om iets te verhullen nu het lichaam van [slachtoffer] is achtergelaten op een plek waar het direct gevonden zou worden.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Uit de verklaring van [medeverdachte 2]57 blijkt dat hij en [slachtoffer] bezig waren met de bouw van een laboratorium voor de bereiding van amfetamine in de loods in Montfoort en dat [slachtoffer] in die loods is overleden. [medeverdachte 2] was in paniek, ook vanwege het “speedhok” zoals hij dat noemt, en is naar verdachte gegaan. Volgens de reeds genoemde Van [getuige 3] schreeuwde verdachte toen hij hoorde van het overlijden: “ik heb het nog gezegd. Jullie zijn veel te nonchalant geworden”. Ook zou er gesproken zijn over een afzuiginstallatie die niet werkte.58

Onder deze omstandigheden acht de rechtbank voldoende vaststaand dat verdachte vreesde dat [slachtoffer] als gevolg van de werkzaamheden in het laboratorium was overleden. Dat was voor hen de reden dat zijn lichaam moest worden verplaatst. Dat uiteindelijk de doodsoorzaak niet is vastgesteld, doet hieraan niet af.

Feit 2

Bij een doorzoeking van de woning op 19 maart 2013 aan de [adres 6] te Den Haag waar [betrokkene 1] [verdachte 1] verblijft is een automatisch vuurwapen en een geluidsdemper aangetroffen. Op dit vuurwapen is DNA van verdachte aangetroffen.

[betrokkene 1] heeft bij de politie verklaard het wapen voor iemand in bewaring te hebben, maar geeft niet aan voor wie. Uit het aangetroffen DNA blijkt dat verdachte het wapen zeer waarschijnlijk op enig moment heeft vastgehad. Uit het dossier blijkt echter onvoldoende dat verdachte op die 19e maart 2013 dit vuurwapen met geluidsdemper voorhanden had of daarover de beschikking kon hebben, zodat vrijspraak dient te volgen.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

Ten aanzien van parketnummer 09/753030-14:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 1 oktober 2013 tot en met 22 januari 2014 te Montfoort tezamen en in vereniging met anderen om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het (telkens) opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken en vervaardigen een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden

- een reactieketel (voorzien van drie gasbranders aangesloten op een gasfles) en

- een koeler en

- een aantal klemdekselvaten/gaswassers en

- BenzylMethylKeton (BMK) en

- een stoomdestillatie-opstelling en

- behangstoommachines en

- drie klemdekselvaten voorzien van een elektromotor met frequentieregelaar en een verwarmingsspiraal en

- een hoeveelheid Alpha-PhenylAcetoAcetoNitril (APAAN) en

- een hoeveelheid scheidtrechters en

- een hoeveelheid maatbekers en

- een hoeveelheid koolstoffilters en

- een hoeveelheid ventilatorkasten en

- een hoeveelheid koolstoffilters en

- een hoeveelheid natriumhydroxide en

- een hoeveelheid formamide en mierenzuur en zoutzuur en caffeïne,

voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en verdachtes mededaders wisten, dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten;

2.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2014 tot en met 22 januari 2014 te Montfoort tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad 67 liter van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

3.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2014 tot en met 22 januari 2014 te Montfoort, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, telkens opzettelijk heeft bereid en verwerkt en bewerkt en vervaardigd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

11.

hij op 7 november 2013 te Delfgauw, gemeente Pijnacker-Nootdorp, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk heeft verkocht ongeveer 1000 gram amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

ten aanzien van parketnummer 09/765023-14:

1. primair

hij op 18 november 2013 te Montfoort en Bodegraven, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een lijk (te weten van [slachtoffer]) heeft weggevoerd met het oogmerk om de oorzaak van het overlijden te verhelen, immers hebben verdachte en zijn mededaders:

- het lijk van die [slachtoffer] op de passagiersstoel van de personenauto van die [slachtoffer] neergelegd en

- vervolgens voornoemde auto op een parkeerterrein te Bodegraven achtergelaten.

4 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf van 8 jaren wordt opgelegd.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft niets aangevoerd met betrekking tot de strafmaat.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft in Montfoort met anderen een amfetaminelaboratorium gebouwd en amfetamineolie geproduceerd. Tevens heeft verdachte amfetamine op 7 november 2013 verkocht en heeft hij een man die is overleden in dat laboratorium in een auto op een parkeerplaats achtergelaten om te voorkomen dat het laboratorium werd ontdekt.

Amfetamine bevat voor de gezondheid van personen schadelijke stoffen. Het betreft hier verslavende en bewustzijnsbeïnvloedende middelen ten aanzien waarvan de wetgever (onder meer) om die reden de productie en het bezit heeft verboden. Zo blijkt uit onderzoek dat na gebruik van amfetamine levensbedreigende en psychische klachten kunnen optreden.

Daarnaast komen er bij deze productie grote hoeveelheden chemische afvalstoffen vrij. Deze afvalstoffen worden in de regel niet via een reguliere weg op een verantwoorde wijze verwerkt, maar ergens gedumpt. Hierdoor ontstaat er ofwel een zeer grote kans op milieuschade, ofwel – bij tijdige ontdekking – zeer hoge kosten voor de samenleving omdat alsdan deze afvalstoffen zorgvuldig verwijderd moeten worden en er alsnog voor een verantwoorde verwerking van deze afvalstoffen zorggedragen moet worden. Bovendien is de vervaardiging van amfetamine ook bezwarend voor de directe leefomgeving van de locatie van het laboratorium onder andere vanwege de gevaarlijke stoffen en het mogelijke explosiegevaar. De vervaardiging van synthetische harddrugs dient dan ook krachtig te worden bestreden.

De manier waarop verdachte en de medeverdachten met het stoffelijk overschot van [slachtoffer] zijn omgegaan acht de rechtbank verwerpelijk. Verdachte heeft daarmee ook de directe familie in onzekerheid gelaten over de omstandigheden waaronder hun vader/partner is overleden. Op de zitting was het verdriet van zijn dochter daarover voor alle aanwezigen duidelijk zichtbaar. Het behoeft geen betoog dat deze situatie het verwerkingsproces voor de nabestaanden extra moeilijk maakt. Verdachte heeft dit alles genegeerd en zijn eigen belang (het voorkomen dat het laboratorium ontdekt zou worden) vooropgesteld.

De rechtbank neemt in de strafmaat ook mee dat verdachte een leidende rol heeft gehad bij deze feiten.

De rechtbank heeft tevens kennisgenomen van het uittreksel Justitiële Documentatie van

23 januari 2014 betreffende verdachte. Daaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat uitsluitend een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf recht doet aan de ernst van de feiten. Nu minder feiten bewezen worden verklaard, komt de rechtbank tot een lagere straf dan door de officieren van justitie is geëist.

7 De inbeslaggenomen goederen

7.1

De vordering van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 1, 2 en 3 genummerde voorwerpen zullen worden verbeurdverklaard.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de Audi niet verbeurd te verklaren nu deze niet van verdachte is.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Met betrekking tot het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp (Audi) kan niet worden vastgesteld dat met behulp van dit voorwerp (een van) de bewezenverklaarde feiten is begaan.

Nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet, zal de rechtbank de teruggave aan de rechthebbende ([rechthebbende]) gelasten.

De rechtbank zal het op de beslaglijst onder 2 genummerde voorwerp (Mercedes Benz), verbeurdverklaren. Dit voorwerp is voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien dit voorwerp aan verdachte toebehoort en met behulp van dit voorwerp de onder 1, 2 en 3 van parketnummer 09/753030-14 bewezenverklaarde feiten is begaan.

Ook het op de beslaglijst onder 3 genummerde voorwerp (€ 2.000,-) wordt verbeurd verklaard. Het betreft hier de in de keuken van de woning van verdachte aangetroffen contanten. Voldoende aannemelijk is dat dit bedrag door middel van de bewezen verklaarde feiten is verkregen.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 24, 33, 33 a, 47, 57 en 151 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2, 10 en 10a van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding met parketnummer 09/753030-14 onder 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 tenlastegelegde feiten en het bij dagvaarding met parketnummer 09/765023-14 onder 2 tenlastegelegde feit heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding met parketnummer 09/753030-14 onder 1, 2, 3 en 11 tenlastegelegde feiten en het bij dagvaarding met parketnummer 09/765023-14 onder 1 primair tenlastegelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van parketnummer 09/753030-14:

1.

medeplegen om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

2 en 11.

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

3.

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

ten aanzien van parketnummer 09/765023-14:

1 primair

medeplegen van een lijk wegvoeren met het oogmerk om de oorzaak van het overlijden te verhelen;

verklaart het bewezen verklaarde en verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

gelast de teruggave aan de rechthebbende ([rechthebbende]) van het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten: 1 STK personenauto [kenteken 1] Audi Kl: zwart;

verklaart verbeurd het op de beslaglijst onder 2 genummerde voorwerp, te weten: 1 STK personenauto [kenteken 2] Mercedes-Benz Kl: blauw;

verklaard verbeurd het op de beslaglijst onder 3 genummerde voorwerp, te weten:

€ 2000,00.

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.A.G.M. van Rens, voorzitter,

mrs. D.M. Thierry en N.F.H. van Eijk, rechters

in tegenwoordigheid van mr. F.E. van der Does, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 oktober 2014.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer 2013-177892, van de Eenheid Den Haag, Dient regionale recherche, met bijlagen.

2 Zaaksdossier Montfoort, bijlage AH, Procesverbaal Landelijke Eenheid, blz. 54 en 55

3 Rapport Nederlands Forensisch Instituut “Onderzoek naar vermoedelijke vervaardiging synthetische drugs, Achthoven 13 te Montfoort”

4 Proces-verbaal verhoor [medeverdachte 1] door de rechter-commissaris d.d. 3 juli 2014

5 Verdachte dossier [medeverdachte 2], proces-verbaal van bevindingen, letterlijke uitwerking verhoor verdachte, blz. 110

6 zie hierna overwegingen met betrekking tot feit Tango

7 Verdachte dossier [medeverdachte 2], proces-verbaal van bevindingen, letterlijke uitwerking verhoor verdachte, blz. 118 en 119

8 zie hierna overwegingen met betrekking tot feit Tango

9 Zaaksdossier Montfoort, proces-verbaal verhoor getuige, blz. 305, proces-verbaal verhoor verdachte blz. 443 en proces-verbaal bevindingen blz. 1059

10 Rapport Nederlands Forensisch Instituut “Onderzoek naar vermoedelijke vervaardiging synthetische drugs, Achthoven 13 te Montfoort”

11 Zaaksdossier Montfoort, proces-verbaal verhoor getuige, blz. 305,

12 Zaaksdossier Montfoort, proces-verbaal verhoor verdachte, blz. 453

13 Verdachte dossier [medeverdachte 2], proces-verbaal van bevindingen, letterlijke uitwerking verhoor verdachte, blz. 112

14 Getuigedossier, proces-verbaal verhoor getuige, blz. 213

15 Verdachte dossier [medeverdachte 2], proces-verbaal van bevindingen, letterlijke uitwerking verhoor verdachte, blz. 159

16 Zaaksdossier Montfoort, proces-verbaal van observatie 21 januari 2014, blz. 226 en 230

17 Zaaksdossier Montfoort, proces-verbaal van bevindingen blz. 194 en 195

18 Zaaksdossier Montfoort, proces-verbaal amfetaminelucht, blz. 225

19 Proces-verbaal forensisch technisch onderzoek, BHV 2013177892, blz. 5

20 Bijlage bij proces-verbaal fto blz. 324

21 Zaaksdossier Washok, proces-verbaal van tapgesprek, blz. 49

22 Zaaksdossier Washok, proces-verbaal van tapgesprek, blz. 50

23 Zaaksdossier Washok, proces-verbaal van tapgesprek, blz. 53

24 Zaaksdossier Washok, proces-verbaal van observatie, blz. 15

25 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 29 september 2014

26 Zaaksdossier Washok, proces-verbaal van observatie, blz. 16

27 Zaaksdossier Washok, proces-verbaal van aanhouding verdachten [betrokkene 6] en [betrokkene 5], blz. 18 e.v. resp. 21 e.v.

28 Zaaksdossier Washok, proces-verbaal forensische opsporing, blz. 27 e.v. en NFI rapport 2 december 2013 blz. 29

29 Zaaksdossier Washok, proces-verbaal van bevindingen, blz. 31

30 Zaaksdossier Washok, proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 6], blz. 65 en 66

31 Zaaksdossier Tango, proces-verbaal van bevindingen, blz. 363

32 Zaaksdossier Tango, proces-verbaal van bevindingen, blz. 366 en 367

33 Zaaksdossier Tango, Rapportage Nederlands Forensisch Instituut, pathologie naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood, blz. 663

34 Verdachte dossier [medeverdachte 2], verhoor verdachte, blz. 22

35 Zaaksdossier Tango, proces-verbaal van bevindingen, blz. 488 en 489

36 Zaaksdossier Tango, proces-verbaal van bevindingen, blz. 387 t/m 390

37 Uit het dossier blijkt dat de cameratijd tussen de 4 en 5 minuten achterloopt op de GPS tijd (proces-verbaal van bevindingen, blz. 498) de rechtbank heeft de tijdstippen daarom met 4 minuten gecorrigeerd.

38 Zaaksdossier Tango, proces-verbaal bevindingen Caddy, blz. 1277

39 Zaaksdossier Tango, proces-verbaal van bevindingen, blz. 463

40 Zaaksdossier Tango, proces-verbaal relaas, blz. 9, proces-verbaal van bevindingen, blz. 1281

41 Verdachte dossier [medeverdachte 2], proces-verbaal verhoor verdachte, blz. 21

42 Zaaksdossier Tango, proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3], blz. 88

43 Zaaksdossier Tango, proces-verbaal observatie, blz. 59

44 Zaaksdossier Tango, proces-verbaal van bevindingen, blz. 1273

45 Zaaksdossier Tango, proces-verbaal van bevindingen, blz. 28 t/m 41

46 Verdachte dossier [medeverdachte 2], verhoor verdachte, blz. 78

47 Zaaksdossier Tango, proces-verbaal van bevindingen, blz. 28 en 29

48 Zaaksdossier Tango, proces-verbaal van bevindingen, blz. 492

49 Zaaksdossier Tango, proces-verbaal van bevindingen, bijlage, blz. 1270

50 Zaaksdossier Tango, proces-verbaal bevindingen, blz. 1230 t/m 1232

51 Zaaksdossier Tango, proces-verbaal bevindingen, blz. 1280

52 Zaaksdossier Tango, proces-verbaal van bevindingen, blz. 490

53 Zaaksdossier Tango, proces-verbaal van bevindingen, bijlage, blz. 1271

54 Verklaring [medeverdachte 2] ter terechtzitting van 30 september 2014

55 Zaaksdossier Tango, proces-verbaal van bevindingen, blz. 68 en 69

56 Getuigendossier, proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4], blz. 169

57 Verdachte dossier [medeverdachte 2], proces-verbaal van verhoor, blz. 24 en 25

58 Zaaksdossier Tango, proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3], blz. 88