Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:12141

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-10-2014
Datum publicatie
06-10-2014
Zaaknummer
09/755048-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Den Haag veroordeelt de 54-jarige advocate voor fraude, witwassen en oplichting voor miljoenen euro’s. Zij krijgt hiervoor een celstraf van 42 maanden. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat zij niet anders kon handelen dan zij heeft gedaan, omdat zij onder psychische dwang van haar man zou hebben gestaan.

De advocaat heeft keer op keer besloten om stukken te vervalsen met de bedoeling daarmee zeer veel geld te verkrijgen. Zij heeft dit geld onder andere gebruikt om in privé exorbitante uitgaven te doen. Zij had iedere keer ook een andere keuze kunnen en – naar het oordeel van de rechtbank – moeten maken. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat verdachte in een toestand van psychische drang verkeerde op grond waarvan zij niet anders kon handelen dan zij heeft gedaan.

Zij heeft zich als advocaat gedurende een lange periode meermalen schuldig gemaakt aan oplichting van haar cliënten en verduistering van gelden van haar cliënten. Door het vervalsen van beschikkingen van een rechtbank, brieven van de Raad van State, een brief van de Raad van Arbitrage voor de bouw en facturen van een door haar ingeschakelde procureur heeft zij haar cliënten bewogen om ruim vier miljoen euro te storten op de bankrekeningen van haar kantoor. Vervolgens heeft zij een groot deel van dit geld gebruikt voor privé-uitgaven, zoals kleding, juwelen, een boot, auto’s en een poppenhuis. Ook heeft zij een juwelier voor ruim honderdduizend euro benadeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2014/267
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/755048-12

Datum uitspraak: 6 oktober 2014

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op[datum] 1959 te [plaats],

adres: [adres].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 27 november 2012 (pro forma) en 18 februari 2013, 11 juni 2013, 15 oktober 2013, 24 juli 2014 en 22 september 2014 (inhoudelijk).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie
mr. J. Barensen en van hetgeen door de raadsman van verdachte, mr. J.B. Boone, advocaat te Wijk bij Duurstede, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting 18 februari 2013 - ten laste gelegd dat:

1)

zij op een (of meer) tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1

april 2008 tot en met 4 juni 2012 te ‘s-Gravenhage en/of Soesterberg in elk

geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, (telkens)

- een of meer brieven en/of beschikkingen en/of andere documenten, onder

andere:

a. [zaaksdossier 5] op een tijdstip in de periode van 1juni 2009 tot en met 25 juni

20012 een brief van de Raad van Arbitrage voor de Bouw te Utrecht, gedateerd 23

juni 2009 [p. 1068] en/of

b. [zaaksdossier 1](op een tijdstip) in of omstreeks september 2010, althans in of

omstreeks de periode van juli 2010 tot en met 25 juni 2012 een brief van de

Rechtbank Den Bosch gedateerd 27 juni 2010 [p. 556] en/of

c. [zaaksdossier 3] op of omstreeks 6 en/of 9 en/of 12 maart 2012, althans (op één

of meer tijdstippen) in of omstreeks maart 2012, althans in 2012 een of meer

brieven van het advocatenkantoor [S.] gedateerd 12 maart 2012 [p 896] en/of

de Raad van State gedateerd 6 maart 2012 [p 894] en/of 9 maart 2012 [p 902]

en/of

d. [zaaksdossier 1] op of omstreeks 24 augustus 2011 en/of 27 januari 2012 en/of

8 februari 2012, althans in 2011 en/of 2012, een of meer

beschikking(en)/vonnissen van de Rechtbank Den Bosch gedateerd 24 augustus

2011 [p 650], en/of 27 januari 2012 [p 647] en/of 8 februari 2012 [p 649], en/of

e. [zaaksdossier 4] (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van

maart 2010 tot en met mei

2012, een of meer brieven en/of facturen van Van Swaaij Advokaten B.V.,

gedateerd 1 maart 2010 [p 1028] en/of 2 februari 2010 [p. 1029] en/of 27 april

2012 [p. 1006] en/of 8 mei 2012 [p. 1007]

- ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst en/of heeft doen

opmaken en/of vervalsen,

immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s)

toen en daar (telkens) valselijk

(al dan niet op basis van de originele documenten) voornoemd(e) document(en)

(opnieuw) opgemaakt en/of (opnieuw) (laten) op(ge)ma(a)k(t)(en) en/ofde inhoud

van dat/die bestaande document(en) gewijzigd en/of doen wijzigen,

- door deze te antedateren,

- en/of door daarin geldbedragen op te nemen of te veranderen,

- en/of door daarin (in strijd met de waarheid) op te nemen dat met betrekking tot

die geldbedragen zou zijn bepaald door de Raad van Arbitrage en/of de Rechtbank

en/of de Raad van Star en/of een andere instantie dat die geldbedragen moesten

worden betaald in verband met een depotstelling het storten van een

waarborgsom, en/of t voldoening van (een) factu(u)r(en),

- en/of door- in die documenten in strijd met de waarheid op te nemen dat de daarin

genoemde bedragen reeds waren voorgeschoten van de rekening van [S.]

Advocaten;

- en/of door in die documenten in strijd met de waarheid op te nemen dat bepaalde

werkzaamheden door het kantoor van Swaaij Advokaten BV waren verricht;

en/of voornoemde documenten onderteken(d), zulks ter bevestiging van de

juistheid van de inhoud van dat/die document(en), en zulks (telkens) met het

oogmerk om dat/die document(en)/geschrift(en) als echt en onvervalst te

gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

2)

zij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1

april 2008 tot en met 4 juni 2012, te 's-Gravenhage en/of Soesterberg, althans

in Nederland , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans

(meermalen) heeft wit gewassen,

immers heeft/hebben zij en/of haar mededader(s) (van) een of meer voorwerpen,

te weten [AH/2, AH/3, AH/16] onder andere een of meer sierraden, en/of auto(s) (al dan niet via leasecontructie), en/of een boot [AH/29] en/of een poppenhuis, en/of een of meer kledingstukken [o.a AH/24] (meermalen):

- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de

verplaatsing verborgen en/of verhuld, althans verborgen en/of verhuld wie

de rechthebbende op die/dat voorwerp(en) was of wie die/dat voorwerp(en)

voorhanden had en/of

- voornoemde goederen verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen

en/of omgezet,

terwijl zij en haar mededader(s) (telkens) wist/wisten, althans redelijkerwijs had(den) moeten

vermoeden, dat die/dat voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk -

afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

3)

zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 1 juni 2012 te

's-Gravenhage en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of

(een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van

een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer)

listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

- 1) Casade Woonstichting [zaaksdossier 1] en/of

- 2) BL Huisvesting B.V. [zaaksdossier 3] en/of

- 3) Stichting Woonvisie [zaaksdossier 5] en/of

- 4) Groene Vlieg B.V. [zaaksdossier 6] en/of

- 5) Stichting Zorgpalet [zaaksdossier 7] en/of

- 6) Suijssenwaerde Project Beheer B.V. [zaaksdossier 8]

heeft bewogen tot de afgifte van

- 1) meerdere geldbedragen, in totaal ongeveer EUR 3,6 miljoen en/of

- 2) EUR 24.230,55 en/of EUR 20.000,- en/of

- 3) meerdere bedragen, in totaal ongeveer EUR 991.300,06 en/of

- 4) EUR 1.000.000 en/of

- 5) EUR 125.000 en/of

- 6) EUR 75.000,

althans (telkens) één of meer andere geldbedragen en/of goederen, in elk

geval van enig goed, hebbende verdachte en/of haar mededader(s) toen aldaar

(telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

(telkens) mondeling en/of schriftelijk aan (een deel van de) voornoemde (rechts)personen

medegedeeld dat zij in opdracht van de Raad van Arbitrage voorde Bouw en/of de

rechtbank (Rotterdam en/of Den Bosch) en/of de Raad van State, en op rekening van

[S.] Advocaten/[S.] Holding BV, een bedrag in depot en/of als

waarborgsom en/of ter betaling van één of meerdere facturen dienden te storten,

en/of heeft/hebben zij verdachte, en/of haar mededader(s) die mededeling(en)

(telkens) vergezeld doen gaan van één of meerdere (valse of vervalste) beschikkingen

en/of vonnissen en/of brieven en/of facturen, en/of andere bescheiden

en/of heeft/hebben zij en/of haar mededader(s) aan (een deel van) de voornoemde

(rechts)personen medegedeeld dat deze kosten (deels) waren voorgeschoten door

[S.] Advocaten BV

waardoor voornoemde (rechts)personen (telkens) werden bewogen tot

bovenomschreven afgifte;

EN/OF

[met betrekking tot de hierboven onder 4/Groene Vlieg, 5/Stichting Zorgpalet en

6/Suijssenwaarde genoemde kwesties, alsmede met betrekking tot zaaksdossier

2/[A]]

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 1 juni 2012 te

‘s-Gravenhage en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk enige goederen, te

weten:

- [ hierboven onder 4 / zaaksdossier 6] een geldbedrag van in totaal ongeveer

€1.000.000, althans een gedeelte daarvan, toebehorende aan Groene Vlieg BV,

althans een ander, welke zij en/of haar mededaders anders dan door misdrijf—

namelijk nadat dit bedrag op derekening van [S.] Advocaten was gestort onder

zich had(den) en/of

- [ hierboven onder 5 / zaaksdossier 7] een geldbedrag van in totaal ongeveer

€ 125.000,- toebehorende aan Stichting Zorgpalet, althans aan een ander, welke zij

en/of haar mededaders anders dan door misdrijf— namelijk nadat dit bedrag

door Zorgpalet op de rekening van [S.] Advocaten (Holding) was gestort onder

zich had(den) en/of

- [ hierboven onder 6 / zaaksdosssier 8] een geldbedrag van in totaal ongeveer

€ 75.000,- toebehorende aan Suijssenwaerde Project Beheer BV, althans aan een

ander, welke zij en/of haar mededader(s) anders dan door misdrijf onder zich

had(den) — namelijk nadat dit bedrag door Suijssenwaerde op de rekening van

[S.] Advocaten (Holding) was gestort, en/of

- [ zaaksdossier 2] (in de periode vanaf 1 december 2011) een aantal sieraden (ter

waarde van ongeveer EUR 129.720 ,-)

toebehorende aan juwelier[A], althans aan een ander, welke zij

en/of haar mededaders anders dan door misdrijf - namelijk als (potentiële) koper,

in ieder geval na deze te hebben meegekregen van [A]- onder zich

had(den),

wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

Over de hierna genoemde feiten, waarvan onderdelen in de tenlastelegging zijn terug te vinden, heeft ter terechtzitting geen discussie plaatsgevonden. De rechtbank is van oordeel dat deze feiten als vaststaand kunnen worden aangemerkt en dat de tenlastelegging in zoverre wettig en overtuigend kan worden bewezen. De rechtbank grondt dat oordeel op de redengevende inhoud van de bewijsmiddelen waarnaar in de voetnoten is verwezen.

Feiten 1 en 3: valsheid in geschrift, oplichting en verduistering

Zaaksdossier 1 Casade Woonstichting

Namens de stichting Casade Woonstichting (hierna: Casade Woonstichting) heeft[B] aangifte gedaan van oplichting door verdachte. In 2009 is er tussen Casade Woonstichting en Bouwbedrijf Gebr. [C] een civielrechtelijk geschil ontstaan over een bouwproject aangaande een koetshuis. Casade Woonstichting werd bijgestaan door [S.] Advocaten, in de persoon van verdachte. Op grond van door verdachte aan Casade Woonstichting overgelegde valse bescheiden heeft Casade Woonstichting betalingen verricht. De geleden schade bedraagt minstens € 3.600.000, aldus Casade Woonstichting.1

[D], senior administratief medewerkster van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, heeft op 16 augustus 2012 aangifte gedaan en verklaard dat de rechtbank ’s-Hertogenbosch de hierna te noemen documenten niet heeft opgemaakt.2

1) Brief van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 27 juli 2010

Een brief, met kenmerk 2010000325, van de Rechtbank ’s-Hertogenbosch gedateerd 27 juli 2010 gericht aan [E] van [S.] Advocaten. In de brief staat vermeld dat Woonstichting Casade per 23 september 2010 een depot dient te stellen van € 2.500.000. De brief is ondertekend door de griffier.3

Aangeefster [D] heeft over deze brief verklaard dat de lay-out en het lettertype niet overeenkomt met de wijze waarop door de rechtbank ’s-Hertogenbosch brieven worden verstuurd. Het als kenmerk genoemde zaaknummer is volgens [D] voorts onbekend, een dergelijk hoog depotbedrag wordt nimmer gevraagd en de paraaf onder de brief is aangeefster onbekend.4

2) Beschikking van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 24 augustus 2011

Een beschikking van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 24 augustus 2011 in de zaak van Casade Woonstichting tegen Bouwbedrijf Gebr. [C] B.V. waarin staat vermeld: “De rechtbank stelt de hoogte van het voorschot voor haar rechter vast op € 370.000.-. Dit voorschot dient binnen door ieder der partijen voor de helft te worden overgemaakt op bankrekeningnummer (…).”5

Aangeefster [D] heeft over dit document verklaard dat deze beschikking niet bekend is bij de rechtbank ’s-Hertogenbosch en dat er nooit voorschotten voor rechters worden gevraagd.6

3) Beschikking van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 8 februari 2012

Een beschikking van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 8 februari 2012 in de zaak van Bouwbedrijf Gebr. [C] B.V. tegen Casade Woonstichting waarin als titel vermeld staat: ‘Beschikking’.7

Aangeefster [D] heeft over dit document verklaard dat de rechtbank het woord ‘beschikking’ niet met een hoofdletter uitprint zoals in voornoemd stuk wel is gedaan. Voorts heeft zij verklaard dat de rechtbank in de zaak met het nummer dat op voornoemde beschikking staat wel, en dat was op 27 januari 2012, een beschikking heeft doen uitgaan, maar dat in deze zaak nooit een tweede, aanvullende, beschikking is afgegeven.8

Betalingen

[F], manager financiën bij Casade Woonstichting, heeft op 11 juni 2012 – onder meer – het volgende verklaard:9

“In de civielrechtelijke procedure was door partijen overeengekomen om ter zekerheidsstelling een depot te storten. Doordat de tegenpartij de eis steeds verhoogde werd door [verdachte] ook de eis van Casade verhoogd. Dit heeft erin geresulteerd dat meermalen door Casade grote geldbedragen zijn betaald en gestort op de bankrekening van [S.] Advocaten. Deze betalingen werden onderbouwd door schriftelijke bescheiden die ons door [verdachte] werden toegezonden. Als eerste werd een bedrag van € 750.000 betaald.”

Casade Woonstichting heeft op 16 oktober 2009 € 750.00010, op 7 april 2010 € 450.00011 en op 23 september 2010 € 1.300.00012 op de bankrekening van [S.] Holding B.V.

met nummer [nummer 4] gestort. Op 23 september 2010 hebben [G] namens Casade Woonstichting en verdachte namens [S.] Advocaten een depotovereenkomst ondertekend waarin is opgenomen dat Casade in totaal een bedrag van € 2.500.000 in depot heeft gegeven door storting van dat bedrag op de derdengeldrekening van [S.], een en ander in verband met een geschil tussen Casade en Gebr. [C] BV.13 Op 29 april 2011 hebben [H] namens Casade Woonstichting en verdachte namens [S.] Advocaten een depotovereenkomst ondertekend waarin is opgenomen dat Casade in totaal een bedrag van 3.215.000 in depot heeft gegeven door storting van dat bedrag op de derdengeldrekening van [S.], een en ander in verband met een geschil tussen Casade en Gebr. [C] BV.14 Op 2 mei 2011 heeft Casade Woonstichting € 715.000 gestort op voornoemde bankrekening.15

Voorst is er op 1 maart 2012 een bedrag van € 135.000 betaald16 voor verschotten deskundigen in de zaak Casade /het Koetshuis17 en op 22 september 2011 een bedrag van

€ 185.00018 voor ‘verschotten Koetshuis’19.

Zaaksdossier 2 Juwelier [A]

Juwelier[A] heeft op 12 juni 2012 aangifte gedaan tegen verdachte. Hij heeft verklaard dat verdachte in de periode van 2007 tot december 2011 voor een bedrag van

€ 300.000 aan sieraden bij hem heeft gekocht en deze heeft betaald. In december 2011 en januari 2012 kocht verdachte sieraden ter waarde van € 129.720 bij hem. Voor deze sieraden heeft verdachte niet betaald. Ook heeft zij geen sieraden teruggegeven aan [A].20 De in het dossier bevindende emailwisseling hieromtrent houdt, voor zover van belang, het volgende in:21

op 10 december 2011 11:12 uur verzonden:

Mevrouw [verdachte]

Hiermee het overzicht van de aangekochte sieraden
(…)
Retour witgouden ring met princess geslepen diamant 2.01 crt. € 10.000. (…)

Netto TOTAAL
€ 65.375

Op 11 december 2011 19:05 uur ontvangen:

Hartelijk dank!”
(…)
“[verdachte]

Op 14 december 2011 9:38 uur verzonden

Goede morgen mevrouw[verdachte]

Op uw verzoek geïnformeerd naar een zelfde model gouden horloge
(…).
Dit horloge kost netto € 5750.

Op 14 december 2014 13:30 uur ontvangen:

Dank, ik neem hem graag (…)

[verdachte] ”.

Op 15 december 2011 15:01 uur verzonden

Goede middag mevrouw [verdachte]


(…)

Het horloge ligt voor u in de kluis gereserveerd.
Misschien is het een idee dat als de ring 2.01 crt retour gezonden wordt het betreffende horloge mee te geven.” (…) “
Netto € 5750

Op 15 december 2011 15:01 uur ontvangen:

Dat is goed, dat wordt wel begin januari. Hartelijk dank en fijne feestdagen! (…)

[verdachte]

Op 4 januari 2012 11:42 uur verzonden:

“Goede morgen mevr [verdachte],

Hierbij het overzicht van de aangekochte sieraden”
(…)
“NETTO TOTAAL € 47.500”.
(…) “
Als het mogelijk is gaarne de princess diamant retour.

Op 4 januari 2012 12:45 uur ontvangen:

Hartelijk dank het was weer een genoegen!(…)

[verdachte]

Op 6 januari 2012 12:00 uur ontvangen:

“Beste heer [A],

Afgelopen woensdagavond heb ik. een longbloeding gehad, waaraan ik gisteren ben geopereerd (…) Ik ben daardoor niet in staat om morgen naar u toe te komen. (…)

[verdachte]

Op 6 februari 20.12 17:37 uur ontvangen:

Allereerst hartelijk dank voor uw bloemen: erg mooi!
Inmiddels ben ik weer actief: ik heb de bank opdracht gegeven om het geld voor de sieraden van spaarrekening naar mijn rekening courant over te maken; zekerheidshalve denk ik dat u in de eerste helft van volgende week het geld hebt. (…)

[verdachte]

Op 20 februari 2012 9:01 uur ontvangen:

“(…) Het afwikkelen van uw betaling heeft enige vertraging ondervonden omdat ik het formulier voor het vrijmaken van mijn spaargelden volgens de bank niet volledig zou hebben ingevuld; ik heb het formulier alsnog aangevuld en opnieuw ingestuurd; het geld zou er binnenkort moeten zijn, maakt u zich daar geen zorgen over. (…)

[verdachte]

Op 11 april 2012 15:52 uur verzonden:

“(…)

Mevrouw [verdachte] (…)



Hiermee een overzicht van de aangekochte sieraden

December 2011

December € 75.375

December € 5.750.

December € 47.500

Gereserveerde vitrine € 1.095

TOTAAL € 129.720

Zaaksdossier 3 BL Huisvesting B.V.

Namens BL Huisvesting heeft [I] op 19 juni 2012 aangifte gedaan van oplichting door verdachte. BL Huisvesting heeft door telefonische mededelingen en door overlegging van valse bescheiden (brieven en een factuur) door verdachte betalingen verricht. Verdachte (bijgestaan door mr. [Z] van [S.] Advocaten) vertegenwoordigde BL Huisvesting in een procedure over het bestemmingsplan voor bedrijventerrein Wolfsveld de Gemert. BL Huisvesting heeft een bedrag van € 24.230,55 overgemaakt.22

[J], secretaris van de Raad van State, heeft op 15 juni 2012 aangifte gedaan en heeft verklaard dat de hierna te noemen onder 1 en 2 genoemde documenten niet afkomstig zijn van de Raad van State.23

1) Brief van de Raad van State van 6 maart 2012

Een brief van de Raad van State van 6 maart 2012 waarin onder meer het volgende wordt vermeld:24

Raad van State Afdeling bestuursrechtspraak

Betreft: BSL Vastgoed B.V.

Mr. [verdachte] (…)


Onderwerp: Gemert-Bakel Bp. en Ep. ‘Bedrijventerrein Wolfsveld 2010’


In bovenvermelde zaak staat nog een factuur open van 12 december 2011 ten bedrage van € 24.230,55 inzake de advieswerkzaamheden van de StAB uit de periode oktober 2011. Dit bedrag dient door uw appellant, uw cliënt, te worden voldaan. Wij hebben dit bedrag heden van uw rekening courant depot bij onze Afdeling afgeschreven. (…)

Hoogachtend,

[K]

Griffier

2) Brief van de Raad van State van 9 maart 2012

Een brief van de Raad van State van 9 maart 2012 waarin onder meer het volgende wordt vermeld:25

Raad van State Afdeling bestuursrechtspraak

Betreft: BSL Vastgoed B.V.


Mr. [verdachte]. (…)


Onderwerp: Gemert-Bakel Bp. en Ep. ‘Bedrijventerrein Wolfsveld 2010’


Hierbij deel ik u, onder verwijzing naar de brief van 6 maart 2012, mede dat de Afdeling na overleg met u heeft besloten de waarborgsom te verlagen naar € 20.000,-. Het bedrag van € 55.000,- wordt vandaag op uw rekening courant depot teruggestort. (…)

Hoogachtend,

[K]

Griffier


[J] heeft verklaard dat in deze brieven een ander lettertype is gebruikt dan het lettertype dat door de Raad van State wordt gehanteerd, dat de brieven zijn ondertekend door [K] en dat deze persoon niet bekend is en niet werkzaam is bij de Raad van State en dat de brieven van de Raad van State nooit worden ondertekend met ‘griffier’.26

In het dossier bevindt zich voorts een brief van [L] namens [S.] Advocaten aan BL Huisvesting van 12 maart 2012 waarin onder meer het volgende wordt vermeld.27

“Geachte heer [I],
Bijgaand treft u aan de factuur 20120262 in bovengenoemde zaak betreft de

advieswerkzaamheden StAB in de periode oktober 2011. Dit bedrag is door de Raad van State op 6 maart 2012 van de rekening courant depot van [S.] Advocaten afgeschreven. Aangezien het hier gaat om een door [S.] Advocaten voorgeschoten bedrag, verzoeken wij u vriendelijk deze factuur binnen 3 dagen te voldoen op het bankrekeningnummer dat vermeld staat onder aan de factuur.”

Betalingen

Bij voornoemde brief van 12 maart 2012 is een factuur gevoegd. Op die factuur (met nummer 20120262) staat vermeld: advieswerkzaamheden van de StAB 24.230,55.28 Op 18 maart 2012 is op de bankrekening met nummer [nummer 2] ten name van [verdachte] B.V. een bedrag van € 24.230,55 en een bedrag van € 20.000 bijgeschreven ten laste van BL Huisvesting.29

Zaaksdossier 4 Van Swaaij Advocaten B.V.

Namens Van Swaaij Advocaten B.V. heeft [M] aangifte gedaan inzake valsheid in geschrift door verdachte. Van Swaaij Advocaten B.V. heeft voor verdachte als procureur in de zaak van Stichting Woonvisie tegen de gemeente Ridderkerk opgetreden. De hierna te noemen facturen aan mr. [verdachte] die in de administratie van Stichting Woonvisie zijn aangetroffen zijn bij Van Swaaij Advocaten B.V. geheel onbekend.30

1) Factuur 1 maart 2010

Een factuur van 1 maart 2010 van Van Swaaij Advocaten B.V. aan mr. [verdachte] inzake St. Woonvisie/Gem. Ridderkerk betreffende een incidenteel procureurshonorarium (op verzoek van mr. [N]) ten bedrage van € 11.542,60.31

2) Factuur 2 februari 2010

Een factuur van 2 februari 2010 van Van Swaaij Advocaten B.V. aan mr. [verdachte] inzake St. Woonvisie/Gem. Ridderkerk betreffende een incidenteel procureurs honorarium (op verzoek van mr.[verdachte] en mr. [N]) ten bedrage van € 7.593,49.32

3) Specificatie factuur 27 april 2012

Een specificatie factuur van 27 april 2012 van Van Swaaij Advocaten B.V. aan mr. [verdachte] inzake St. Woonvisie/Gem. Ridderkerk betreffende een bedrag (honorarium) van € 32.900.33

4) Specificatie factuur 8 mei 2012

Een specificatie factuur van 8 mei 2012 van Van Swaaij Advocaten B.V. aan mr. [verdachte] in zake St. Woonvisie/Gem. Ridderkerk betreffende een bedrag van

€ 32.900.34

Zaaksdossier 5 Stichting Woonvisie

Namens Stichting Woonvisie heeft[O] aangifte gedaan van oplichting door verdachte. Stichting Woonvisie heeft door overlegging van valse bescheiden door verdachte betalingen verricht. Verdachte vertegenwoordigde Stichting Woonvisie in een aantal procedures tegen onder meer BAM Woningbouw B.V. en de gemeente Ridderkerk. Van Swaaij Advocaten B.V. was ook betrokken bij een procedure. De geleden schade bedraagt € 991.300,06.35

[P], adjunct directeur en secretaris bij de Raad van Arbitrage, heeft verklaard dat de hierna te noemen brief vals is.36

Brief van 23 juni 2009

Een brief van de Raad van Arbitrage voor de bouw van 23 juni 2009 waarin onder meer het volgende wordt vermeld:37

[S.] Advocaten

T.a.v. mevrouw mr [verdachte] (…)

betreft: BAM/Woonvisie nr. 321.068


Zoals telefonisch met u besproken is inzake bovenstaande zaak het depotbedrag

onvoldoende. Gezien de hoogte van de financiële belangen gaan wij uit van een totaal depotbedrag van € 863.683,99. (…)
Wij verzoeken u uw cliënt overeenkomstig te informeren en er zorg voor te dragen dat het betreffende bedrag op uw derdengeldenrekening wordt gestort.”

[P] heeft over deze brief verklaard dat de lay-out niet overeenkomt met de door de Raad van Arbitrage gebruikte lay-out. Het dossiernummer is onjuist en het lettertype klopt niet, aldus [P].38 Op 23 juni 2009 heeft de Raad van Arbitrage wel een brief gestuurd aan verdachte en aan de Koninklijke BAM Groep N.V. Hierin werd verzocht om een waarborgsom van € 10.000 over te maken naar de bankrekening van de Raad van Arbitrage.39

Betalingen

Stichting Woonvisie heeft op 7 juli 2009 € 513.683,99 overgemaakt naar de bankrekening van [S.] Advocaten als depotbedrag inzake ‘vierjaargetijden te Ridderkerk’ en als aanvulling daarop op 10 juli 2009 € 100.000.40

Op de bankrekening met nummer [nummer 3] ten name van [verdachte] B.V. zijn op de volgende data de volgende bedragen van Stichting Woonvisie ontvangen41:

  • -

    op 14 september 2011 € 20.000;

  • -

    op 4 april 2012 € 6.072,57;

  • -

    op 4 april 2012 € 2.249,10;

  • -

    op 4 april 2012 € 3.023,79;

  • -

    op 4 april 2012 € 2.748,90;

  • -

    op 4 april 2012 € 5.041,73;

  • -

    op 16 mei 2012 € 14.001,28`.

Zaaksdossier 7 Stichting Zorgpalet

Op 3 juli 2012 heeft [Q] namens Stichting Zorgpalet aangifte gedaan van oplichting en valsheid in geschrift door verdachte. Zorgpalet had een geschil met Woonzorg Nederland waarbij verdachte als advocaat optrad. In dat kader is € 125.000 in depot gestort op de derdengeldrekening van verdachte. Dit bedrag zou uiterlijk na een jaar, met rente, worden teruggestort. Woonzorg Nederland heeft geen betalingen uit het depot ontvangen. Stichting Zorgpalet heeft het bedrag van € 125.000 niet teruggestort gekregen.42

Op 30 juni 2011 hebben [R] namens Stichting Zorgpalet en [verdachte] namens [S.] Advocaten een depotovereenkomst ondertekend waarin wordt vermeld dat Stichting Zorgpalet op 30 juni 2011 € 125.000 in depot heeft gegeven door storting van dat bedrag op de derdengeldrekening van [verdachte], zijnde rekeningnummer [nummer 4]. In de overeenkomst wordt ook vermeld dat als het bedrag na één jaar nog steeds in depot staat, [verdachte] het bedrag, inclusief rente, zal teruggeven aan Stichting Zorgpalet.43

Op 1 juli 2011 is op de bankrekening met nummer [nummer 4] ten name van [S.] Holding B.V. € 125.000 ten laste van Zorgpalet bijgeschreven. Op 1 januari 2012 betrof het saldo van voornoemde bankrekening € 115,66.44

Zaaksdossier 8 Suijssenwaerde Project Beheer B.V.

Op 9 juli 2012 heeft [T] namens Suijssenwaerde Project Beheer B.V. aangifte gedaan van oplichting en valsheid in geschrift door verdachte. Suijssenwaerde had een geschil met HD Projectrealisatie waarbij verdachte als advocaat namens Suijssenwaerde optrad. In dat kader is € 75.000 in depot gestort op de derdengeldrekening van verdachte. Dit bedrag zou uiterlijk na een jaar worden teruggestort. Verdachte heeft op 1 juni 2012 toegezegd het bedrag aan Suijssenwaerde terug te geven omdat Suijssenwaerde daar recht op had. Het geld is niet teruggegeven.45

Op 19 juli 2011 hebben[U] namens Suijssenwaerde Project Beheer B.V. en verdachte namens [S.] Advocaten een depotovereenkomst ondertekend waarin wordt vermeld dat op 19 juli 2011 € 75.000 in depot aan [S.] Advocaten is gegeven door overschrijving van dat bedrag op de derdengeldrekening van [verdachte]. In de overeenkomst wordt ook vermeld dat als het geld na een één jaar nog steeds in depot staat, [verdachte] het bedrag, inclusief rente, zal teruggeven aan Suijssenwaerde Project Beheer B.V.46

Op 25 juli 2011 is op de bankrekening met nummer [nummer 4] ten name van [S.] Holding B.V. € 75.000 ten laste van Suijssenwaerde bijgeschreven. Op 1 januari 2012 betrof het saldo van voornoemde bankrekening € 115,66.47

Feit 2

In oktober 2009 zijn betalingen van respectievelijk € 16.250 en € 1.495,75 gedaan aan Britisch Car Centrum in verband met een Landrover [nummer 5]. Daarnaast is in dezelfde maand € 12.750 betaald aan Lexus Fin. Services met betrekking tot een Lexus RH 450h.48

In de periode van 5 januari 2011 tot en met 15 februari 2012 zijn van de bankrekening met nummer [nummer 4] ten name van [S.] Holding B.V. voor een bedrag van in totaal

€ 348.044,86 mode, accessoires en aanverwante goederen betaald. Er is € 175.000 betaald voor de aankoop van een boot. Er is € 101.500 betaald aan juwelier [A] en € 14.194,05 voor een poppenhuis.49

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van oordeel dat hetgeen aan verdachte onder 1 en 2 ten laste is gelegd, wettig en overtuigend kan worden bewezen. Feit 3 acht de officier van justitie ook wettig en overtuigend bewezen met dien verstande dat er volgens de officier van justitie van moet worden uitgegaan dat Stichting Woonvisie voor € 250.000 minder is opgelicht dan ten laste is gelegd en dat niet bewezen kan worden dat De Groene Vlieg B.V. is opgelicht, nu het Ministerie van Landbouw Natuurbeheer en Visserij niet onder valse voorwendselen is bewogen tot afgifte van het geld. De officier van justitie refereert zich aan het oordeel van de rechtbank wat betreft de vraag of verdachte geld dat toebehoorde aan Groene Vlieg B.V. heeft verduisterd.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft er op gewezen dat verdachte heeft verklaard dat niet zij, maar haar man, [X], verantwoordelijk is voor het plegen van de aan haar ten laste gelegde feiten en dat zij heeft verklaard dat zij zich niet kan herinneren dat zij de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Voor zover verdachte heeft meegewerkt aan de haar ten laste gelegde feiten, handelde zij onder druk en in opdracht van[X], aldus de raadsman.

De raadsman heeft voorts aangevoerd dat verdachte geen bemoeienis heeft gehad met de auto’s die onder feit 2 van de tenlastelegging worden genoemd. Verdachte heeft volgens de raadsman bovendien Groene Vlieg B.V. niet opgelicht voor een bedrag als ten laste is gelegd noch dit bedrag verduisterd.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging

[V] (gewezen echtgenote van [... 1]), vanaf 2006 tot 2012 werkzaam bij [S.] Advocaten, afwisselend als secretaresse en chef de bureau, heeft onder meer het volgende verklaard:50

Als er cliënten belden om te informeren hoe het met hun zaak stond, moest ik ‘het bestand’ sturen. Dat was een bestand dat niet geopend kon worden.
(…)

December 2011 heeft zij het hele kantoor rondverteld dat zij op de operatietafel in Zwitserland lag. Dat was volkomen gelogen. Er werd bij alle cliënten stelselmatig teveel uren in rekening gebracht. Ik kan drie zaken noemen waarbij stukken werden vervalst: Casade Woonstichting, BL Huisvesting en Woonvisie. In alle drie gevallen ging het om hetzelfde. Namelijk het vervalsen van brieven van de rechtbank en het vervalsen van beschikkingen van de rechtbank. Steeds met het doel het verhogen van de door de rechtbank genoemde te betalen bedragen. In de zaken van BL Huisvesting en Woonvisie ging het ook om stukken van de Raad van State en van de procesadvocaat Van Swaaij.

[S.] gaf door middel van mail, fax en telefoon opdracht wat ik moest doen. Ik moest dit onder grote druk van haar doen. Ze zei: “Het gaat ook om jouw toekomst. Anders verlies je je baan. We hebben nog twee weken (tot het vervolgbezoek van de Deken) de tijd. Alles hangt af van deze twee weken.”

Ik heb een stapel facturen moeten maken in de zaak Casade Woondiensten. Al die facturen waren vals. Het was alleen om de Deken tevreden te stellen.

Ik moet u zeggen dat [verdachte] nu op allerlei manieren probeert de dans te ontspringen. Ook heb ik valse stukken naar de Deken moeten sturen betreffende haar gezondheidssituatie. Dit zijn bescheiden met het logo van de ziektekostenverzekeraar De Amersfoortse. Daaruit moet blijken dat zij erg ziek is en dat zij het daarom in die periode allemaal niet gedaan kan hebben. Omdat zij zogenaamd ziek was. De inhoud van die stukken heeft zij mij via de mail aangeleverd. Ik heb met plakken en knippen het logo van De Amersfoortse er boven gezet. Ook heb ik valse bankafschriften moeten maken. Ook heeft ze ons een soort draaiboek gegeven. Daarin stonden de antwoorden op mogelijke vragen van de Deken.

De beschikking van de rechtbank van 27 januari 2012 heb ik aangepast. Ik kreeg de instructie per mail. De beschikking van 8 februari 2012 heb ik ook aangepast. Er stond een hoog bedrag in van € 130.000.

De beschikking van 24 augustus 2011 heb ik ook aangepast. De beschikking heb ik gemaild naar de heer [W].

Voor zover ik weet zijn de bedragen betaald. De bedragen van Woonvisie zijn nadien nog verhoogd. Ik kreeg opdracht om valse facturen te maken voor € 100.000. Cliënt was het daar niet mee eens en vroeg om de originele brieven van de Raad van State. Ik heb in opdracht van [verdachte] die brieven vervalst.

De brieven van 18 november 2011 en 14 december 2011 ken ik wel. Ik weet dat deze brieven vals zijn, maar ik heb deze niet opgemaakt. Ik heb wel op een factuur ergens een nul achter moeten zetten. De nummers 16-22 van bijlage 1 van de aangifte van Woonvisie heb ik gemaakt in opdracht van [verdachte].

De facturen van Van Swaaij van 7 april en 8 mei 2012 zijn vals. [verdachte] dicteerde altijd de inhoud.

BL Huisvesting: Brieven 6 maart 2012, 12 maart 2012 en 19 maart 2012 van de RvS en aan [I]. Daarnaast e-mails van 12 maart 2012 aan Van der Laar. Ik heb het gemaakt in opdracht van [verdachte].”

[Y], sinds 16 januari 2012 werkzaam als secretaresse bij [S.] Advocaten, heeft onder meer het volgende verklaard:51

“Tijdens het archiveren van het dossier Casade kwam ik een brief van de rechtbank tegen waar ik grote vraagtekens bij plaatste. De lay-out klopte niet. [V] zei dat het klopte dat er werd gesjoemeld. Ik weet dat op een maandagmorgen in maart [verdachte] huilend aan de telefoon met [V] hing omdat ze iets doms gedaan zou hebben. Ze kwam geld tekort en in het dossier BL Huisvesting moesten brieven worden aangepast. Ik weet niet of het van de Raad van State was of van de rechtbank. Er moest een groot bedrag worden overgemaakt en [V] moest het doen. Ik heb het er met [V] over gehad dat ze het niet kon maken. [V] zei dat anders de salarissen niet konden worden uitbetaald.”

[Z], vanaf 1 januari 2011 tot maart 2012 werkzaam als advocaat-stagiair bij [S.] Advocaten, heeft onder meer het volgende verklaard.52

“Eind februari 2012 belde mevrouw [verdachte] mij of ik een cliënt wilde manen een factuur te voldoen. In die zaak was een schikking afgegeven door de rechtbank in Den Bosch waaruit bleek dat de cliënt een bedrag van € 15.000 moest voldoen ter vergoeding van deskundigenkosten. Toen ik de cliënt aan de telefoon kreeg noemde deze een bedrag van € 130.000. Ik ben toen naar [V] gegaan. Die vertelde dat de beschikking van € 130.000 niet bestaat. Zij liet de beschikking zien: scheve tekst, vreemd gebruik van hoofdletters en enige motivatie van de rechtbank ontbrak. Een vals stuk. In dat dossier viel nog een brief op: de rechtbank Den Bosch vroeg een depot van € 2,5 miljoen. Ik was ervan overtuigd dat dit een vals stuk betrof. Ik heb mij daarna ziek gemeld en ben niet meer op kantoor geweest. Ik heb mijn verhaal aan de Deken van de Orde van Advocaten verteld.”

Nadat [Z] een depotovereenkomst met Casade werd getoond waarin een bedrag van € 715.000 werd genoemd, verklaarde [Z] als volgt:

“Op verzoek van mevrouw [S.] heb ik deze ondertekend.”

Nadat [Z] een e-mail van [Z] aan Wieringa van Casade werd getoond waarin wordt vermeld dat een waarborgsom € 185.000 moet zijn in plaats van € 85.000, verklaarde [Z]:

“Ik heb deze mail verstuurd op verzoek van mevrouw [S.]”.

[boekhouder], vanaf 2005 tot 2010 werkzaam als boekhouder bij [S.] Advocaten, heeft onder meer het volgende verklaard nadat hem een e-mail van 19 juni 2009 aan [medewerker stichting Woonvisie] van Stichting Woonvisie werd getoond over de verhoging van het depot verklaard:53

“Deze mails werden mij gedicteerd door [verdachte]. Ik weet dat als het saldo op de rekening eindigend op [... 2] te laag werd, er dit soort brieven de deur uitgingen.

Ik kan mij nog herinneren dat wij een klant hadden, Rijswijk Wonen. Die kreeg ook geld terug uit een depot. Dat geld was er toen niet. Vervolgens is er bij een cliënt, ik weet niet welke, geld voor een zekerheidsstelling gevraagd. Als er weer geld op de rekening stond, zag ik dat [verdachte] voor € 70.000 aan juwelen had gekocht.”

[N], vanaf 1 mei 2010 tot 25 juni 2011 werkzaam als advocaat-stagiair bij [S.] Advocaten, heeft onder meer het volgende verklaard:54

“Ik kwam er met [Z] achter dat stukken in de zaak Casade niet klopten. Samen zijn we naar de Raad van toezicht gegaan.”

Verdachte heeft op 5 juni 2012 onder meer de volgende verklaring afgelegd.55

“Ik heb in verschillende dossiers van cliënten van mijn kantoor brieven en dergelijke vervalst. Ik heb deze brieven door middel van plakken en knippen vervalst. Het ging erom, om de bedragen voor vergoedingen en zekerheidsstellingen te veranderen. Daardoor heb ik diverse cliënten benadeeld door hen veel te veel in rekening te brengen, dan wel door mij gelden uit de zekerheidstellingen toe te eigenen. De te hoge bedragen zijn in alle gevallen betaald.”

Ten aanzien van de zaak betreffende Casade Woonstichting heeft verdachte het volgende verklaard:

“Bij de beschikkingen zijn de bedragen vervalst. De brief heb ik helemaal vals opgemaakt. In de brief heb ik verantwoord € 3,4 miljoen. Dit bedrag was in de loop van de tijd opgebouwd. Dat geld is er niet meer. In de beschikkingen van de rechtbank heb ik de bedragen veranderd van € 30.000 in € 130.000 en van € 10.000 naar € 185.000.”

Ten aanzien van de zaak betreffende Stichting Woonvisie heeft verdachte het volgende verklaard:

“In deze zaak is het bedrag langzaam opgehoogd naar € 800.000. Uiteindelijk heb ik het bedrag afgedekt met een valse brief van de Raad van Arbitrage voor de Bouw in Utrecht. Ook dit geld is er niet meer.”

Ten aanzien de zaak betreffende BL Huisvesting B.V. heeft verdachte het volgende verklaard:

“In dit dossier heb ik mevrouw [V] gevraagd twee valse brieven op te maken. In de brief werd BL Huisvesting gevraagd een bedrag van € 44.000 te betalen. Het bedrag is betaald.”

Verder heeft verdachte onder meer het volgende verklaard:

“Van het totale bedrag (€ 4 miljoen) heb ik veel dingen gekocht zoals kleding en sieraden. Ik heb vakanties betaald. Een boot gekocht. Ik heb er ook eerdere zekerheidstellingen van betaald. Het komt allemaal door privéproblemen. Het overlijden van mijn eerste partner in 1995, een 8-9 jaar durende stalking door de ex-vrouw van mijn huidige man. Ik heb boven op de 1e etage van mijn woning drie kamers die ik voor mijn man op slot hield.”

Nadat verdachte een brief aan BL Huisvesting van 12 maart 2012 betreffende advieswerkzaamheden Stab van € 24.230,55 werd getoond, verklaarde verdachte het volgende:56

“Ik heb dit bedrijf willekeurig uitgezocht en deze brieven gestuurd om aan geld te komen. Ik heb mevrouw [V] gevraagd de brieven op te maken. In deze zaak heeft mevrouw [V] op mijn verzoek een onderbouwing voor het bedrag van € 44.000 gemaakt.”

Op 12 juni 2012 heeft verdachte over de zaak betreffende Casade Woonstichting het volgende verklaard:57

“Ik had geen rekening voor derdengelden. Er werd een bedrag van € 750.000 voldaan. Later kwam er nog een tweede bedrag van € 450.000. De brief van de rechtbank Den Bosch van 27 juli 2010 over een depot van € 2,5 miljoen is een vals stuk. Het was opgemaakt om het bedrag van € 2,5 miljoen af te dekken en het diende om Casade zekerheid te geven. Mevrouw [V] heeft de brief op mijn verzoek gemaakt. Daarmee kwam de derde betaling van € 1,3 miljoen. De depotovereenkomst van 23 september 2010 heb ik gemaakt. De beschikking van de rechtbank Den Bosch van 8 februari 2012 inzake kosten van deskundigen is een vals stuk. De kosten van de drie deskundigen zijn verhoogd. Casade heeft de helft van deze bedragen betaald. Met de beschikking van de rechtbank Den Bosch van 24 augustus 2012 is hetzelfde gebeurd. Casade heeft de helft, € 185.000, voldaan.”

Op 17 september 2012 heeft verdachte het volgende verklaard.58

“Privé had ik bankrekening[nummer 6]. De bankrekening van [S.] Holding met nummer [nummer 4] werd gebruikt als derdengeldrekening. Ook werd vanaf de Holding geld gestort naar de werkmaatschappij en naar privé.

De bedragen van Casade (€ 3.215.000) zijn gestort op de rekening van [S.] holding. Ik kan zo niet aangeven waarvoor het geld exact is gebruikt. In ieder geval voor gebruiksgoederen voor mijzelf, kantoorkosten en een beperkt gedeelte naar de dames van kantoor.

De bankrekening van [verdachte] B.V., [nummer 2], werd gebruikt voor de lopende zaken, facturen, loonkosten, huur en dergelijke.

De bedragen van facturen betreffende verschotten zijn voldaan op de rekening van [verdachte] B.V. Deze bedragen zijn deels aangewend voor de kosten van kantoor. Het vervalsen van stukken in verband met Casade heeft mevrouw [V] op mijn verzoek gedaan.”

Ten aanzien van de zaak betreffende Suijssenwaerde Project Beheer B.V. heeft verdachte het volgende verklaard:

“Het bedrag van € 75.000 is op de bankrekening van de Holding overgemaakt. Dit bedrag is aangewend voor het kantoor. Het geld is op.”

Ten aanzien van de zaak betreffende Stichting Zorgpalet heeft verdachte het volgende verklaard:

“Het bedrag van € 125.000 heb ik aangewend voor de aanschaf van de boot van mijn man. Het geld wil ik terugbetalen, maar dat kan niet meer door mijn bedrijven, want deze zijn failliet verklaard.”

Over de brieven van de Raad van Arbitrage heeft verdachte het volgende verklaard:

“De brief van 18 november 2011 is gefaxt vanaf mijn huis. Ik heb de brief zelf vervalst. Voor de andere twee brieven (26 april 2011 en 14 december 2011) heb ik mevrouw [V] verzocht deze valselijk op te maken. Ik heb deze bedragen aangewend om het kantoor draaiende te houden.”

Over de facturen van Van Swaaij Advocaten BV heeft verdachte het volgende verklaard:

“De facturen van Van Swaaij Advocaten BV zijn vals. De facturen waren nodig om de liquiditeit van het kantoor te verhogen. Mevrouw [V] heeft deze op mijn verzoek opgemaakt.”

Over (aankopen bij) juwelier [A] heeft verdachte het volgende verklaard:

“Ik ben in december 2011 bij de juwelier geweest. Ik heb afgesproken dat ik dit bedrag later zou overmaken. Dat is echter niet gebeurd, omdat ik het geld niet had. Van mevrouw [V] begreep ik dat hij regelmatig naar kantoor belde. Ik heb tegen mevrouw [V] gezegd dat ze hem af moest houden.”

Ten aanzien van de zaak betreffende Casade Woonstichting heeft verdachte op 21 september 2012 het volgende verklaard:59

“Naar mijn idee heeft mevrouw [V] een tussenvonnis van de rechtbank in Den Bosch over de deskundigenkosten en een deskundigenrapportage vervalst. Dat is twee keer gebeurd.”

De rechtbank overweegt als volgt.

Verdachte heeft bij de politie zeer uitvoerig en gedetailleerd verklaard over de wijze waarop de fraude heeft plaatsgevonden en wie de slachtoffers daarvan waren. Daarbij heeft zij verklaard op welke wijze haar secretaresse [V] (voorheen [V]) daarbij betrokken was. [V] heeft dit in een uitgebreide en gedetailleerde verklaring bevestigd. De verklaringen van verdachte en [V] vinden daarnaast steun in de verklaringen van [Y], [boekhouder], [N] en [Z].

Ter zitting is de verdachte teruggekomen op haar bekennende verklaring in die zin dat zij heeft verklaard zich de fraude deels niet meer te kunnen herinneren en voor zover zij de fraude heeft gepleegd, zij dat heeft gedaan in opdracht en onder druk van haar echtgenoot [X].

[V] en [Z] hebben verklaard dat zij de opdrachten om te frauderen alleen kregen van verdachte en niet van [X]. De werknemers van het advocatenkantoor van verdachte hebben weliswaar verklaard dat [X] op kantoor aanwezig was en – voornamelijk op het kantoor in Amersfoort- werkzaamheden verrichte, maar niet is daaruit aannemelijk geworden dat hij zich inhoudelijk met zaken bemoeide. Gelet op het feit dat de verklaringen van de werknemers elkaar over en weer ondersteunen en deze ook worden ondersteund door de via email door verdachte verstrekte opdrachten, alsmede gelet op het feit dat de verklaring van de verdachte op geen enkele wijze wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen, gaat de rechtbank uit van de juistheid van voornoemde verklaringen van de werknemers van het kantoor en niet van de ter zitting van 24 juli 2014 door verdachte afgelegde verklaring. Daarbij ontleent de rechtbank met name ook aan de inhoud van evengenoemde e-mails dat het steeds verdachte is die instructies geeft aan medewerkers. DE verklaring van verdachte ter terechtzitting, afgelegd nadat haar enige e-mails werden voorgehouden die zijn opgenomen in het dossier60, daarover verklaarde dat iedereen op kantoor over haar mailaccount kon beschikken en het dus niet uitgesloten kan worden dat anderen uit haar naam hebben gemaild, is naar het oordeel van de rechtbank zozeer in strijd met de inhoud van de betreffende mails en de verklaring van [V], dat de rechtbank die verklaring niet geloofwaardig vindt.

Feiten 1 en 3: valsheid in geschrift, oplichting en verduistering

Zaaksdossier 1 Casade Woonstichting

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat beschikkingen van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 24 augustus 2011 en 8 februari 2012 alsmede een brief van voornoemde rechtbank van 27 juli 2010, vals zijn. Deze stukken zijn door [V] tezamen en in vereniging met verdachte valselijk opgemaakt. De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van de voor bewezenverklaring van medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking.

Door het doen van, achteraf bezien onjuiste, mededelingen en het verstrekken van valse stukken heeft verdachte door middel van listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels Casade Woonstichting bewogen tot afgifte van een bedrag van € 3.535.000. [Z] heeft op verzoek van verdachte een depotovereenkomst met Casade Woonstichting ondertekend. De rechtbank is van oordeel dat er in zoverre sprake is van de voor bewezenverklaring van medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking.

De rechtbank is van oordeel dat er onvoldoende bewijs is dat de beschikking van 27 januari 2012 van de rechtbank ’s-Hertogenbosch vals is. Verdachte zal van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Zaaksdossier 2 juwelier [A]

Verdachte heeft een grote hoeveelheid sieraden gekocht van juwelier[A] zonder voor deze sieraden te betalen. Verdachte wist op het moment van aanschaffen, zo heeft zij verklaard, dat zij het geld om de sieraden te betalen, niet had. Dat gegeven wordt ondersteund door de in het dossier aanwezige financiële gegevens betreffende de rekeningen waarover verdachte kon beschikken. Na door aangever te zijn aangesproken op het openstaande saldo, heeft verdachte haar secretaresse opdracht gegeven om de juwelier af te houden. Uit de e-mailcorrespondentie tussen de juwelier en verdachte blijkt dat wordt voorgewend dat er niet betaald wordt omdat verdachte acuut in het ziekenhuis is opgenomen en daarna omdat er een formulier verkeerd zou zijn ingevuld.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de sieraden heeft verduisterd. Immers, verdachte heeft in de wetenschap dat ze niet binnen aanvaardbare termijn kon voldoen aan haar betalingsverplichting, de sieraden onder zich gehouden en de aangever misleid. De onbetaald gebleven rekening van de juwelier betreft een bedrag van € 129.720. De rechtbank gaat uit van de juistheid van dit bedrag omdat de juwelier meerdere malen, per e-mail, overzichten naar verdachte heeft gestuurd, in reactie waarop verdachte niet te kennen heeft gegeven dat die overzichten niet juist zijn.

Zaaksdossier 3 BL Huisvesting B.V.

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat de brieven van de Raad van State van 6 maart 2012 en 9 maart 2012, alsmede de brief van [S.] Advocaten van 12 maart 2012, vals zijn. Deze stukken heeft [V] tezamen en in vereniging met verdachte valselijk opgemaakt.

Door deze stukken te verzenden aan BL Huisvesting B.V. heeft verdachte door middel van listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels BL Huisvesting B.V. bewogen tot de afgifte van een bedrag van € 44.230,55. De rechtbank is van oordeel dat er sprake van de voor bewezenverklaring van medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van de vervalsing alsmede ten aanzien van de oplichting.

Zaaksdossier 4 Van Swaaij Advocaten B.V.

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat de facturen van Van Swaaij Advocaten B.V. van 2 februari 2012 en 1 maart 2012, alsmede de brieven met daarin de specificatie van facturen van 27 april 2012 en 8 mei 2012, vals zijn. Deze stukken heeft verdachte in vereniging valselijk opgemaakt.

Zaaksdossier 5 Stichting Woonvisie

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat de brief van de Raad van Arbitrage voor de Bouw van 23 juni 2009 vals is. Verdachte heeft dit stuk valselijk opgemaakt.

Door deze stukken te verzenden aan Stichting Woonvisie heeft verdachte door middel van listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels Stichting Woonvisie bewogen tot afgifte van een bedrag van € 666.821,36 .

Zaaksdossier 6 De Groene Vlieg B.V.

Door het Ministerie van Landbouw Natuurbeheer en Visserij is een groot geldbedrag gestort op één van de bankrekeningen van het advocatenkantoor van verdachte. De betaling van dit bedrag hield verband met een gerechtelijke procedure waarin De Groene Vlieg B.V. werd bijgestaan door verdachte als advocaat. Uit het dossier komt naar voren dat verdachte dit bedrag niet onmiddellijk nadat het werd gestort aan De Groene Vlieg B.V. heeft verstrekt, maar dat in gedeeltes heeft gedaan. Uiteindelijk, zo volgt ook uit het dossier, is het gehele bedrag door verdachte aan De Groene Vlieg B.V. terugbetaald. Gelet hierop en omdat niet duidelijk is geworden of op verdachte de verplichting rustte om het totaalbedrag in één keer en per ommegaande aan De Groene Vlieg B.V. te verstrekken, kan naar het oordeel van de rechtbank niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte De Groene Vlieg B.V. heeft opgelicht of gelden van De Groene Vlieg B.V. heeft verduisterd. De rechtbank zal verdachte van de onderdelen van de tenlastelegging die hierop betrekking hebben, vrijspreken.

Zaaksdossier 7 Stichting Zorgpalet

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte het aan haar in depot gegeven bedrag van € 125.000 heeft aangewend voor andere zaken dan waarvoor dat bedrag bedoeld was en dat zij het bedrag niet heeft terugbetaald aan Stichting Zorgpalet. Verdachte heeft zich aldus schuldig gemaakt aan verduistering.

Dat verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan oplichting van Stichting Zorgpalet, acht de rechtbank niet bewezen. Uit het dossier komt niet naar voren dat verdachte door middel van enig oplichtingsmiddel Stichting Zorgpalet heeft bewogen tot afgifte van het bedrag van € 125.000,--. Verdachte zal, gelet hierop, van het onderdeel van de tenlastelegging dat op oplichting van Stichting Zorgpalet betrekking heeft, worden vrijgesproken.

Zaaksdossier 8 Suijssenwaerde Project Beheer B.V.

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte het aan haar in depot gegeven bedrag van € 75.000 heeft aangewend voor andere zaken dan waarvoor dat bedrag bedoeld was en zij dit geldbedrag niet heeft teruggegeven aan Suijssenwaarde Project Beheer B.V.. Verdachte heeft zich aldus schuldig gemaakt aan verduistering.

Dat verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan oplichting van Suijssenwaerde Project Beheer B.V., acht de rechtbank niet bewezen. Uit het dossier komt niet naar voren dat verdachte door middel van enige oplichtingsmiddel Suijsenwaerde Project Beheer B.V. heeft bewogen tot afgifte van het bedrag van € 125.000,--. Verdachte zal, gelet hierop, van het onderdeel van de tenlastelegging dat op oplichting van Suijssenwaerde Project Beheer B.V. betrekking heeft, worden vrijgesproken.

Feit 2

Gedurende een lange periode heeft verdachte de door oplichting en verduistering verkregen gelden aangewend om sieraden, kleding, auto’s, een boot en een poppenhuis te verwerven. Verdachte heeft zich door aldus te handelen, schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen.

De rechtbank verwerpt het door de verdediging opgeworpen verweer dat verdachte geen weet heeft gehad van de aanschaf van de auto’s. De leasebetalingen voor de auto’s werden immers gedaan vanaf één van de bankrekeningen van het advocatenkantoor van verdachte en de auto’s zijn in (conservatoir) beslag genomen bij de woning van verdachte61.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van verdachte bewezen (zulks met verbetering van in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad) dat:

1)

zij op een (of meer) tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1

april 2008 tot en met 4 juni 2012 te ‘s-Gravenhage en/of Soesterberg in elk

geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, of althans

alleen, (telkens)

- een of meer brieven, en/of beschikkingen en/of andere documenten, onder

Andere:

a. [zaaksdossier 5] op een tijdstip in de periode van 1juni 2009 tot en met 25 juni

2012 een brief van de Raad van Arbitrage voor de Bouw te Utrecht, gedateerd 23

juni 2009 [p. 1068] en/of

b. [zaaksdossier 1](op een tijdstip) in of omstreeks september 2010, althans in of

omstreeks de periode van juli 2010 tot en met 25 juni 2012 een brief van de

Rechtbank Den Bosch gedateerd 27 junli 2010 [p. 556] en/of

c. [zaaksdossier 3] op of omstreeks 6 en/of 9 en/of 12 maart 2012, althans (op één

of meer tijdstippen) in of omstreeks maart 2012, althans in 2012 een of meer

brieven van het advocatenkantoor [S.] gedateerd 12 maart 2012 [p 896] en/of

de Raad van State gedateerd 6 maart 2012 [p 894] en/of 9 maart 2012 [p 902]

en/of

d. [zaaksdossier 1] op of omstreeks 24 augustus 2011 en/of 27 januari 2012 en/of

8 februari 2012, althans in 2011 en/of 2012, een of meer

beschikking(en)/vonnissen van de Rrechtbank ’s-Hertogenbosch Den Bosch gedateerd 24 augustus

2011 [p 650], en/of 27 januari 2012 [p 647], en/of 8 februari 2012 [p 649], en/of

e. [zaaksdossier 4] (op één of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van

maart 2010 tot en met mei 2012, een of meer brieven en/of facturen van Van Swaaij Advokaten B.V.,

gedateerd 1 maart 2010 [p 1028], en/of 2 februari 2010, [p. 1029] en/of 27 april

2012 [p. 1006] en/of 8 mei 2012 [p. 1007]

- (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te

dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst en/of valselijk heeft doen

opmaken en/of heeft doen vervalsen,

immers heeft/hebben verdachte en/of haar mededader(s)

toen en daar (telkens) valselijk

(al dan niet op basis van de originele documenten), voornoemd(e) document(en)

(opnieuw) opgemaakt en/of (opnieuw) (laten) op(ge)ma(a)k(t)(en) en/of de inhoud

van dat/die bestaande document(en) gewijzigd en/of doen wijzigen,

- door deze te antedateren,

- en/of door daarin geldbedragen op te nemen of te veranderen,

- en/of door daarin (in strijd met de waarheid) op te nemen dat met betrekking tot

die geldbedragen zou zijn bepaald door de Raad van Arbitrage en/of de Rechtbank

en/of de Raad van State en/of een andere instantie dat die geldbedragen moesten

worden betaald in verband met een depotstelling het storten van een

waarborgsom, en/of t voldoening van (een) factu(u)r(en),

- en/of door- in die documenten in strijd met de waarheid op te nemen dat de daarin

genoemde bedragen reeds waren voorgeschoten van de rekening van [S.]

Advocaten;

- en/of door in die documenten in strijd met de waarheid op te nemen dat bepaalde

werkzaamheden door het kantoor van Swaaij Advokaten BV waren verricht;

en/of voornoemde documenten onderteken(d), zulks ter bevestiging van de

juistheid van de inhoud van dat/die document(en), en zulks (telkens) met het

oogmerk om dat/die document(en)/geschrift(en) als echt en onvervalst te

gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

2)

zij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1

april 2008 tot en met 4 juni 2012, te 's-Gravenhage en/of Soesterberg, althans

in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans

(meermalen) heeft wit gewassen,

immers heeft/hebben zij en/of haar mededader(s) (van) een of meer voorwerpen,

te weten [AH/2, AH/3, AH/16] onder andere een of meer sierraden, en/of auto(s) (al dan niet via leasecontructie), en/of een boot [AH/29] en/of een poppenhuis, en/of een of meer kledingstukken [o.a AH/24] (meermalen):

- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de

verplaatsing verborgen en/of verhuld, althans verborgen en/of verhuld wie

de rechthebbende op die/dat voorwerp(en) was of wie die/dat voorwerp(en)

voorhanden had en/of

- voornoemde goederenverworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen

en/of omgezet,

terwijl zij en haar mededader(s) (telkens) wist/wisten, althans redelijkerwijs had(den) moeten

vermoeden, dat die/dat voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk -

afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

3.

zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 1 juni 2012 te

's-Gravenhage en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of

(een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van

een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer)

listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

- 1) Casade Woonstichting [zaaksdossier 1] en/of

- 2) BL Huisvesting B.V. [zaaksdossier 3] en/of

- 3) Stichting Woonvisie [zaaksdossier 5] en/of

- 4) Groene Vlieg B.V. [zaaksdossier 6] en/of

- 5) Stichting Zorgpalet [zaaksdossier 7] en/of

- 6) Suijssenwaerde Project Beheer B.V. [zaaksdossier 8]

heeft bewogen tot de afgifte van

- 1) meerdere geldbedragen, in totaal ongeveer EUR 3,6 miljoen en/of

- 2) EUR 24.230,55 en/of EUR 20.000,- en/of

- 3) meerdere bedragen, in totaal ongeveer EUR 991.300,06 en/of

- 4) EUR 1.000.000 en/of

- 5) EUR 125.000 en/of

- 6) EUR 75.000,

althans (telkens) één of meer andere geldbedragen en/of goederen, in elk

geval van enig goed, hebbende verdachte en/of haar mededader(s) toen aldaar

(telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

(telkens) mondeling en/of schriftelijk aan (een deel van de) voornoemde (rechts)personen

medegedeeld dat zij in opdracht van de Raad van Arbitrage voor de Bouw en/of de

rechtbank (Rotterdam en/of Den Bosch) en/of de Raad van State, en op rekening van

[S.] Advocaten/[S.] Holding BV, een bedrag in depot en/of als

waarborgsom en/of ter betaling van één of meerdere facturen dienden te storten,

en/of heeft/hebben zij verdachte, en/of haar mededader(s) die mededeling(en)

(telkens) vergezeld doen gaan van één of meerdere (valse of vervalste) beschikkingen

en/of vonnissen en/of brieven en/of facturen, en/of andere bescheiden

en/of heeft/hebben zij en/of haar mededader(s) aan (een deel van) de voornoemde

(rechts)personen medegedeeld dat deze kosten (deels) waren voorgeschoten door

[S.] Advocaten BV

waardoor voornoemde (rechts)personen (telkens) werden bewogen tot

bovenomschreven afgifte;

EN/OF

[met betrekking tot de hierboven onder 4/Groene Vlieg, 5/Stichting Zorgpalet en

6/Suijssenwaarde genoemde kwesties, alsmede met betrekking tot zaaksdossier

2/[A]]

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 1 juni 2012 te

‘s-Gravenhage en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk enige goederen, te

weten:

- [hierboven onder 4 / zaaksdossier 6] een geldbedrag van in totaal ongeveer

€1.000.000, althans een gedeelte daarvan, toebehorende aan Groene Vlieg BV,

althans een ander, welke zij en/of haar mededaders anders dan door misdrijf—

namelijk nadat dit bedrag op derekening van [S.] Advocaten was gestort onder

zich had(den) en/of

- [hierboven onder 5 / zaaksdossier 7]een geldbedrag van in totaal ongeveer

€ 125.000,- toebehorende aan Stichting Zorgpalet, althans aan een ander, welke zij

en/of haar mededaders anders dan door misdrijf— namelijk nadat dit bedrag

door Zorgpalet op de rekening van [S.] Advocaten (Holding) was gestort onder

zich had(den) en/of

- [hierboven onder 6 / zaaksdosssier 8] een geldbedrag van in totaal ongeveer

€ 75.000,- toebehorende aan Suijssenwaerde Project Beheer BV, althans aan een

ander, welke zij en/of haar mededader(s) anders dan door misdrijf onder zich

had(den) — namelijk nadat dit bedrag door Suijssenwaerde op de rekening van

[S.] Advocaten (Holding) was gestort, en/of

- [zaaksdossier 2] (in de periode vanaf 1 december 2011) een aantal sieraden (ter

waarde van ongeveer EUR 129.720,-)

toebehorende aan juwelier P. [A], althans aan een ander, welke zij

en/of haar mededaders anders dan door misdrijf - namelijk als (potentiële) koper,

in ieder geval na deze te hebben meegekregen van [A]- onder zich

had(den),

wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend.

4 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5 De strafbaarheid van de verdachte

5.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich in reactie op het door de verdediging ingenomen standpunt dat de verdachte een beroep toekomt op psychische overmacht, op het standpunt gesteld dat niet duidelijk is of er in de tenlastegelegde periode sprake was van een post-traumatische stress stoornis (hierna ook: PTSS) bij verdachte en zo ja, wanneer dit precies het geval was. Voorts heeft de officier van justitie naar voren gebracht dat, mocht dat in die periode wel het geval zijn geweest, niet duidelijk is geworden in hoeverre het tenlastegelegde daardoor werd beïnvloed. Naar het oordeel van de officier van justitie moet verdachte als volledig toerekeningsvatbaar worden aangemerkt. Voor een beroep op psychische overmacht is volgens de officier van justitie geen aanleiding, nu verdachte – zo er al sprake is geweest van een van buiten komende dwang – voldoende mogelijkheden had om daaraan te ontsnappen. Voor de dwang om telkens maar weer nieuwe delicten te plegen, biedt het dossier geen ondersteuning, aldus de officier van justitie.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat verdachte een beroep op psychische overmacht toekomt en dat zij dientengevolge dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De verdediging heeft daartoe gewezen op het feit dat verdachte tot de tenlastegelegde gedragingen is gekomen door extreem geweld. Dit extreme geweld komt naar voren in de eigen verklaring van verdachte, de verklaringen van getuigen, de rapporten van de psychiater en de psychologen en uit de referenties van de psychotherapeute van verdachte. Verdachte heeft gedurende haar huwelijk bloot gestaan aan een voortdurende ‘coercive control’; controle en macht die op haar is uitgeoefend door haar (inmiddels overleden) echtgenoot [X]. Die controle werd op haar uitgeoefend door het plegen van seksueel geweld en geestelijk geweld en door intimidatie, isolatie en vernedering. [X] heeft tot tweemaal toe geprobeerd verdachte van het leven te beroven; eenmaal toen hij haar met geweld van een rijdende kar schopte en eenmaal toen zij, vanaf een boot, te water geraakte en hij trachtte te voorkomen dat zij zich kon redden. Verdachte heeft door deze handelingen van haar echtgenoot de overtuiging bekomen dat hij haar daadwerkelijk zou vermoorden, indien zij niet aan zijn wensen zou voldoen. Dat [X]daadwerkelijk een levend wezen kon doden, was al gebleken uit het feit dat hij in het bijzijn van de verdachte een hond van haar zo heeft mishandeld, dat de dierenarts de hond heeft moeten euthanaseren. Daarnaast heeft verdachte borsttrauma opgelopen vanwege het door [X] op haar toegepaste geweld en is zij voor stressklachten onder behandeling geweest. Deze omstandigheden hebben er toe geleid dat bij verdachte sprake was van wilsonvrijheid; zij heeft gehandeld als een marionet. Voorts heeft het voortdurende geweld ertoe geleid dat verdachte een PTSS heeft ontwikkeld. Daarnaast ontwikkelde zich een koopverslaving. Deze in samenhang met de PTSS ontwikkelde koopverslaving onderstreept in de ogen van de verdediging nog eens de dwang waaraan de verdachte moet hebben bloot gestaan. Verder is van belang dat [X] al vóór 2009 grip op het kantoor van verdachte kreeg. Niet de PTTS heeft er voor gezorgd dat de verdachte is gekomen tot haar daden, maar het van buiten komend geestelijk en lichamelijk geweld maken dat de verdachte een beroep op psychische overmacht toekomt, aldus de raadsman.

5.3

Het oordeel van de rechtbank over het beroep op psychische overmacht

Hoewel (gedeeltelijke) ontoerekenbaarheid (waar het in deze zaak niet om gaat, volgens de verdediging) en psychische overmacht in elkaar kunnen overvloeien, zijn het in strafrechtelijke zin van elkaar te onderscheiden vragen. De rechtbank overweegt ten aanzien van het beroep op psychische overmacht het navolgende.

Volgens vaste jurisprudentie kan van psychische overmacht kan worden gesproken indien de verdachte in een zodanige toestand van psychische drang verkeerde dat zij niet anders kon of behoorde te handelen dan zij heeft gedaan. Daarbij dient in ogenschouw te worden genomen de mate van drang, de vraag of weerstand tegen die drang redelijkerwijs kon worden gevergd en of anders handelen redelijkerwijs tot de mogelijkheden behoorde. Daarbij komt ook betekenis toe aan alle omstandigheden van het geval, waaronder ook de hoedanigheid of het beroep van verdachte, die in casu als advocaat bij de uitoefening van haar beroep een bijzondere maatschappelijke zorgplicht heeft te vervullen.

De rechtbank leidt uit de verklaringen van verdachte en getuigen af dat zich gedurende haar huwelijk ernstige misstanden hebben voorgedaan. De rechtbank wijst op de mishandeling dan wel agressief gedrag van [X] jegens de honden en de paarden. Ook het voorval waarbij verdachte van een kar zou zijn geschopt is daarbij in aanmerking te nemen, nu bij die gebeurtenis een getuige aanwezig was die daarover heeft verklaard. Het voorval waarbij verdachte tijdens een boottocht in het water is gevallen, is naar het oordeel van de rechtbank evenwel niet aannemelijk geworden, gelet op de tegenstrijdige verklaringen die daarover door getuigen zijn afgelegd. Maar ook afgezien van die tegenstrijdigheden is dit – zo dit zich daadwerkelijk heeft voorgedaan - op een zodanig laat moment in de tenlastegelegde periode gebeurd, dat het geen invloed heeft gehad op hetgeen daarvoor heeft plaatsgevonden. Ten slotte is niet aannemelijk geworden dat [X] een zodanig grote grip op het advocatenkantoor van verdachte had dat zij daar geen enkele zeggenschap meer had over de wijze waarop zij haar beroep uitoefende en over hetgeen op het kantoor gebeurde. Voor de verklaring van verdachte daarover, inhoudende dat zij in opdracht van haar echtgenoot heeft gehandeld en dat zich op kantoor zaken buiten haar om afspeelden, ontbreekt in het dossier immers iedere steun. Geen van de gehoorde (ex-)werknemers van het kantoor heeft in die richting verklaard. Voorts weegt de rechtbank mee dat het medisch dossier van verdachte geen steun lijkt te bieden voor het op verdachte toegepaste langdurig excessief geweld door haar echtgenoot noch biedt het dossier steun voor de stelling dat het (grootste gedeelte van het) geld dat door het frauduleuze handelen van verdachte op de bankrekeningen van het advocatenkantoor binnenkwam, naar [X] is gegaan.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte in de loop van de bewezenverklaarde periode, die meer dan vier jaren omvat, meermalen in de gelegenheid is geweest om de gepleegde malversaties recht te zetten, zich bij de politie te melden, dan wel aangifte te doen tegen haar echtgenoot ingeval van fysieke confrontaties. Verdachte heeft dat pas gedaan op het moment waarop haar vragen werden gesteld door de Raad van State en aldus het moment nabij kwam dat de frauduleuze handelingen aan het licht zouden komen. Ook had zij zich tot de Orde van Advocaten kunnen wenden, in ieder geval toen de Deken in actie kwam nadat een advocaat-stagiair zich had bij de Orde had gemeld met berichten over de onheuse bejegening van deze advocaat-stagiair door verdachte. Verdachte heeft echter aanvankelijk getracht om de malversaties op haar advocatenkantoor te maskeren met nieuwe leugens.

Voorts betrekt de rechtbank in haar oordeel dat uit verklaringen van (ex-)medewerkers van verdachte kan worden afgeleid dat de strafbare feiten werden gepleegd om geld ten behoeve van de bedrijfsvoering van het kantoor te verkrijgen.

Ten slotte betrekt de rechtbank de aard van de bewezenverklaarde feiten bij haar beoordeling. Psychische overmacht heeft, in de gevallen die uit de jurisprudentie bekend zijn, tot een plotselinge uitbarsting van geweld of gedrag geleid dat vervolgens (veelal) is uitgemond in ernstige (gewelds)misdrijven. Verdachte heeft in de bewezenverklaarde periode keer op keer het wilsbesluit genomen om stukken te vervalsen en doen vervalsen met de bedoeling daarmee zeer aanzienlijke hoeveelheden financiële middelen te verwerven, welke bedragen zij onder andere heeft aangewend om in privé exorbitante uitgaven te doen. Zij had iedere keer ook een andere keuze kunnen en – naar het oordeel van de rechtbank – moeten maken.

Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat verdachte in een toestand van psychische drang verkeerde op grond waarvan zij niet anders kon handelen dan zij heeft gedaan. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging.

5.4

Het oordeel van de rechtbank over de toerekenbaarheid van de bewezenverklaarde feiten

De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende rapporten:

- Pro Justitia-rapport van 23 december 2013, opgemaakt door drs. R. Thomassen, psychiater;

- Pro Justitia-rapport van 9 januari 2014, opgemaakt door drs. M.H. Keppel, GZ-psycholoog met assistentie van drs. R. Ramlal, forensisch orthopedagoog;

- Rapport van psychologisch onderzoek van 11 juli 2014, opgemaakt door prof. dr. C. de Ruiter, klinisch psycholoog BIG.

Is verdachte lijdende aan een ziekelijke stoornis of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens?

De deskundigen Thomassen en Keppel beschrijven dat betrokkene in staat is om langdurig onder stressvolle omstandigheden een beeld neer te zetten van een goed functionerende vrouw. Haar persoonlijke ontwikkeling lijkt echter ondergeschikt te zijn aan haar maatschappelijke ontwikkeling. Onderliggend is er sprake van een kwetsbare persoonlijkheidsstructuur, zich uitend in een kwetsbaar zelfgevoel, identiteitsproblemen, gebrek aan autonomie, gerichtheid op de ander en perfectionisme. Betrokkene kan niet goed tegen negativiteit, schikt zich naar anderen, laat daarbij haar eigen grenzen los en gaat op zoek naar oplossingen die anderen niet belasten. Er is sprake van gevoelsisolatie ten gevolge van verdringing.

Op basis hiervan kan volgens de deskundigen Thomassen en Keppel worden gesproken van afhankelijke en ontwijkende/vermijdende persoonlijkheidstrekken. Of er daadwerkelijk sprake is van een persoonlijkheidsstoornis, is volgens de deskundigen onder de huidige omstandigheden moeilijk vast te stellen, omdat het toestandsbeeld van betrokkene op dit moment op de voorgrond staat. Gezien het gegeven dat betrokkene jarenlang goed heeft kunnen functioneren op meerdere leefgebieden, is het echter niet waarschijnlijk dat er sprake is van een persoonlijkheidsstoornis. Betrokkene lijkt langdurig blootgesteld te zijn aan traumatische ervaringen, is angstig, heeft herbelevingen, lijkt zich niet alle aspecten van de traumatische gebeurtenissen meer goed te kunnen herinneren en is verhoogd prikkelbaar (ze heeft moeite met inslapen en heeft concentratieproblemen). Bovenstaande symptomen zijn al langer dan een maand aanwezig en belemmeren betrokkene in haar algehele functioneren. Op basis hiervan wordt door de deskundigen bij betrokkene een post-traumatische stress stoornis vastgesteld. Deze is nog steeds aanwezig, ondanks eerdere behandeling middels EMDR. Deze conclusies worden onderschreven door deskundige De Ruiter.

De rechtbank kan zich met deze conclusies verenigen en neemt deze over.

De bevindingen van de deskundigen over de relatie tussen de geconstateerde PTSS en de bewezenverklaarde feiten

De deskundige Thomassen rapporteert betreffende de causale relatie tussen het tenlastegelegde en de geconstateerde PTSS het volgende.

Er is geen sprake van psychopathologie die in beginsel ten grondslag ligt aan de frauduleuze handelingen. Zo was er geen sprake van een persoonlijkheidsstoornis en was er in beginsel geen sprake van een PTSS. In die zin kan betrokkene vanuit psychiatrisch oogpunt als volledig toerekeningsvatbaar beschouwd worden indien de feiten bewezen worden. Echter er is wel sprake van een complex beloop waarbij in de periode na 2007 uiteindelijk een situatie ontstaat met volgens betrokkene extreme mishandelingen en bedreigingen gerelateerd aan het plegen van frauduleuze handelingen. Ergens in de periode na 2007 ontstaat een dusdanig symptomencomplex dat er sprake is van een PTSS terwijl de traumatische gebeurtenissen voortduren.

De volgende vraag ligt voor. Kan gesteld worden dat vanwege de symptomen bij PTSS zij niet anders kon handelen dan dat zij gedaan heeft en derhalve vanuit psychiatrisch oogpunt als verminderd toerekenbaar gezien kan worden? De rapporteur is van mening dat dit niet het geval is. Afgaande op het geen betrokkene vertelt, pleegde zij de fraude onder grote druk van haar man, niet omdat zij een PTSS ontwikkeld had.

Echter bij een algemene beschouwing van de gebeurtenissen blijkt van een situatie waarin de mishandelingen, bedreigingen en hieraan verbonden fraude vele jaren voortduurden. Dit brengt de volgende vraag naar voren: hoe is het mogelijk dat een intelligente vrouw met een succesvolle carrière als advocate zonder psychopathologie dusdanig teloor gaat en niet in staat is zich te onttrekken aan de mishandelingen en een vroegtijdig einde maakt aan de frauduleuze handelingen? Het antwoord hierop is niet eenduidig te geven maar de rapporteur wil hier wel een hypothese over opstellen. Bij extreme mishandelingen kan er een dusdanige angst en depressieve toestand ontstaan met een dusdanige inertie dat het slachtoffer geen weerstand meer biedt, een soort “murw’ geworden is, psychisch lamgeslagen. Dat het zo ver kon komen heeft mogelijk tevens te maken met de geconstateerde cluster C persoonlijkheidskenmerken. De persoonlijkheidsstructuur heeft haar mogelijk kwetsbaar gemaakt voor de invloed van haar man. Door een mengeling van trots, schaamte en afhankelijkheid was het voor betrokkene moeilijk om in een vroeg stadium met haar problematische relatie te breken en ermee naar buiten te komen. Er was een geleidelijke ontwikkeling na 2007 van het symptomencomplex bij PTSS en uiteindelijk was haar psychische gesteldheid dusdanig dat zij zich niet meer aan de situatie kon onttrekken zonder belangrijke druk van een vertrouwenspersoon. Alleen na de dood van haar man voelde zij zich in staat openheid van zaken te geven.

Als de rapporteur uitgaat van deze hypothese dan kan het zo zijn dat bepaalde frauduleuze handelingen onder een dusdanige druk gepleegd werden in een periode waarin er sprake was van een dusdanig symptomencomplex ten gevolge van PTSS dat betrokkene geen weerstand meer kon bieden. En in die zin niet vrij was in haar keuzes en gedragingen en vanuit die optiek in verminderde mate toerekeningsvatbaar was. Het is echter naar de mening van de rapporteur onmogelijk om achteraf accuraat vast te stellen wanneer er precies sprake was van een dergelijk symptomencomplex om deze vervolgens in causale relatie te brengen met specifieke ten laste gelegde feiten.

Ter zitting heeft Thomassen desgevraagd het volgende verklaard:

“In mijn rapportage is de kern dat ik het belangrijk vind om te kijken naar objectieve verschijnselen tijdens een gesprek om PTSS vast te kunnen stellen. Ik heb zaken nodig zoals verminderde concentratie en verminderde affectabiliteit. Vervolgens kom ik tot de vraag wanneer de diagnose is ontstaan. Deze vraag is moeilijk te beantwoorden. Ergens gaat dwang waardoor iemand iets doet over in een stoornis waardoor iemand niet meer in staat is om zijn vrije wil uit te oefenen. Ik vind het moeilijk om iets te zeggen over de periode waarin wel sprake was van dwang, maar nog geen sprake was van pathologie.

De eigen wil om te handelen wordt op een gegeven moment afgebroken. Als je ervan uit gaat dat daarbij sprake is van extreem gevaar, kan ik mij voorstellen dat je op een gegeven moment dingen uitvoert. Op een bepaald moment is sprake van PTSS. Iemand kan dan niet meer volledig uit vrije wil handelen.”

De deskundige Keppel rapporteert dat hoewel bij betrokkene een ziekelijke stoornis van de geestvermogens is vastgesteld, het niet mogelijk is om een uitspraak te doen over de mate waarop dit van invloed is geweest op het ten laste gelegde. De posttraumatische stress-stoornis betreft een toestandsbeeld en geeft derhalve een beeld van het huidige functioneren van betrokkene. De stoornis kan qua verloop jarenlang duren, maar kan ook korter van duur zijn. Onduidelijk is wanneer de stoornis een aanvang heeft genomen en of dit in de periode van 2008 tot en met 2012 is geweest en als dit het geval is, wanneer precies en in hoeverre de stoornis dan van invloed op haar handelen is geweest. Bekend is echter wel dat betrokkene in juli 2012 behandeling onderging vanwege posttraumatische stress-klachten. Voorts is de vraag, indien betrokkene ten tijde van het ten laste gelegde aan een posttraumatische stressstoornis leed, of het delict gedrag van betrokkene ten gevolge hiervan te verklaren is. Afgaande op haar verhaal, zou hier een contextuele oorzaak aan ten grondslag liggen, namelijk de emotionele en fysieke mishandelingen van haar man. Het zou wel zo kunnen zijn dat ze vanwege de PTSS, door onder meer affectlabiliteit, verminderde concentratie, angst, depressieve klachten, verminderd of geen weerstand heeft kunnen bieden aan de druk die op haar werd uitgeoefend door haar echtgenoot. Gezien het bovenstaande kan er geen duidelijke causale relatie worden gelegd tussen de ziekelijke stoornis van de geestvermogens en het ten laste gelegde, waardoor er geen uitspraak gedaan kan worden over de mate van toerekeningsvatbaarheid voor het ten laste gelegde.

De deskundige De Ruiter rapporteert dat betrokkene ten tijde van het onderzoek voldoet aan de diagnostische criteria voor een PTSS en een depressieve stoornis. De depressie ligt in het verlengde van de PTSS en kan gezien worden als gevolg van de jarenlange traumatische ervaringen door lichamelijk en seksueel geweld en bedreigingen door de echtgenoot van betrokkene en de emotionele en fysieke uitputting die daarvan het gevolg is geweest.

Op basis van de reconstructie van het verloop van de relatie met haar echtgenoot, uit de gesprekken met betrokkene en de diverse getuigen, is duidelijk geworden dat deze relatie vanaf de start gekenmerkt is door leugens en psychologische druk vanuit haar echtgenoot.

De PTSS is in de loop van de periode van jarenlange mishandeling en bedreigingen ontstaan. Uit de verklaringen van betrokkene en de getuigen uit haar familie en vrienden is op te maken dat betrokkenes echtgenoot geweld (emotioneel, lichamelijk en seksueel) tegen betrokkene, lichamelijk geweld tegen haar dieren (honden, paarden) en dreigementen met de dood heeft gebruikt om totale controle over haarzelf (in de vorm van steeds verdergaande sociale isolatie), haar financiën (haar pinpas, bankrekeningen), haar post (alleen haar echtgenoot had de sleutel om de brievenbus open te maken) en haar bedrijf (de administratie, de personeelszaken, de financiën) te krijgen.

Uit vrees voor haar eigen leven en dat van haar familie, ging betrokkene mee in de malafide financiële praktijken van haar man. Zo was het mogelijk dat zij haar door jaren van hard werken opgebouwde privévermogen en haar bloeiende advocatenpraktijk volledig kwijtraakte.

De relatie tussen stoornis en delict loopt in deze casus volledig via de dwang en controle die [X] op betrokkene uitoefende. De dwang en controle resulteerden in de stoornissen PTSS en depressie en deze maakten betrokkene door de jaren heen steeds meer tot een willoos slachtoffer. Dit werd een zichzelf versterkend en circulair proces, waaruit zij geen uitweg zag. Pas na vele jaren van victimisatie deelde zij (een deel van de) informatie over haar situatie met Rob van der Hilst. Pas na het overlijden van haar echtgenoot kwam de ware aard van haar huwelijk met hem langzaam naar buiten voor haar familie en vrienden. Zonder dwang, controle en geweld van haar echtgenoot, had betrokkene geen stoornis ontwikkeld en was zij met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet tot haar delicten gekomen.

De Ruiter concludeert dat betrokkene onder invloed van dwingende controle en geweld van de kant van haar overleden echtgenoot en vanuit haar psychische stoornis heeft gehandeld.

Het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de vraag naar de toerekenbaarheid

De rechtbank stelt vast dat de deskundigen verschillend hebben gerapporteerd over de causale relatie tussen de geconstateerde PTSS en de tenlastegelegde, thans bewezen verklaarde, feiten.

De rechtbank deelt de conclusies van deskundige De Ruiter niet voor zover zij zich heeft uitgesproken over de duur en het ontstaan van de PTSS omdat daartoe te weinig feiten en omstandigheden bekend zijn geworden dan wel te herleiden zijn uit verklaringen van anderen dan alleen verdachte.

De deskundigen Thomassen en Keppel hebben geen duidelijke causale relatie kunnen leggen tussen de ziekelijke stoornis van de geestvermogens en het ten laste gelegde, als gevolg waarvan zij geen uitspraak hebben kunnen doen over de mate van toerekeningsvatbaarheid voor het ten laste gelegde. De rechtbank neemt de conclusies van deze deskundigen over en maakt die tot de hare. De rechtbank heeft in het dossier voorts geen andere aanknopingspunten aangetroffen die erop wijzen dat het tenlastegelegde verdachte niet volledig kan worden toegerekend. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte stukken, waaronder processtukken van organen met rechtspraak belast, heeft vervalst die zonder inhoudelijke kennis van de onderliggende zaak en zonder algemene kennis van procesrecht niet opgesteld konden worden. Verdachte moet dit hebben gedaan in het volle besef dat zij stukken vervalste. De rechtbank komt tot de conclusie dat de bewezenverklaarde feiten aan verdachte kunnen worden toegerekend. Zij is derhalve een strafbare dader.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich als advocaat gedurende een lange periode meermalen schuldig gemaakt aan oplichting van haar cliënten en verduistering van gelden van haar cliënten. Door het vervalsen van beschikkingen van een rechtbank, brieven van de Raad van State, een brief van de Raad van Arbitrage voor de bouw en facturen van een door haar ingeschakelde procureur heeft zij haar cliënten bewogen om ruim vier miljoen euro te storten op de bankrekeningen van haar kantoor. Vervolgens heeft zij dit geld, althans een omvangrijk deel daarvan, aangewend voor privé uitgaven, zoals kleding, juwelen, een boot, auto’s en een poppenhuis, waarmee verdachte zich tevens heeft schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. Ook heeft zij een juwelier voor ruim honderdduizend euro benadeeld.

Verdachte heeft zonder scrupules haar kennis en ervaring op het gebied van juridische dienstverlening ingezet om cliënten geld afhandig te maken op momenten dat zij de mogelijkheid daartoe zag. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan.

Verdachte heeft door beschikkingen van een rechtbank en brieven van de Raad van State en de Raad van Arbitrage voor de bouw te vervalsen het vertrouwen dat in de juistheid van dergelijke geschriften moet kunnen worden gesteld, zeer ernstig geschaad. De rechtbank rekent ook dit verdachte in zeer ernstige mate aan en weegt dit strafverzwarend mee.

Met haar leugens en listigheden heeft de verdachte in de hoedanigheid van advocaat misbruik gemaakt van het door haar cliënten in haar gestelde vertrouwen. Verdachte heeft door haar handelen het vertrouwen dat justitiabelen in advocaten mogen hebben, zeer ernstig beschaamd. De rechtbank rekent dit verdachte ernstig aan en weegt ook dit strafverzwarend mee.

Hetgeen de rechtbank verdachte ook kwalijk neemt, is dat zij anderen, zoals

(ex-)medewerkers van haar kantoor, bij haar frauduleuze handelingen heeft betrokken of hen daar deelgenoot van heeft gemaakt.

Ook de houding van verdachte is een omstandigheid die de rechtbank in haar nadeel meeweegt; verdachte heeft op geen enkel moment berouw getoond noch heeft zij in de richting van de (rechts)personen die zij heeft benadeeld spijt betuigd of excuses gemaakt.

De rechtbank heeft ten slotte acht geslagen op een uittreksel justitiële documentatie d.d. 17 februari 2014 op naam van verdachte, waaruit naar voren komt dat verdachte niet eerder voor het plegen van misdrijven gelijk aan die de rechtbank in dit vonnis bewezen heeft verklaard, is veroordeeld.

Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van de door de officier van justitie gevorderde straf; zij acht, net als de officier van justitie, een gevangenisstraf van 42 maanden passend en geboden.

7 De vorderingen van de benadeelde partijen / de schadevergoedingsmaatregel

Stichting Casade heeft zich als benadeelde partij gevoegd met een (bij nadere vordering herziene) vordering tot schadevergoeding groot € 3.100.741,-.

Stichting Woonvisie heeft zich als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding groot € 997.856,39.

[A] heeft zich als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding groot € 129.720,-.

Suijssenwaerde Beheer B.V. heeft zich als benadeelde partij gevoegd met een vordering tot schadevergoeding groot € 75.000,-.

7.1

De vordering van de officier van justitie

De rechtbank begrijpt het standpunt van de officier van justitie aldus dat hij vordert dat de benadeelde partijen, vanwege het feit dat hun vorderingen ten gevolge van het persoonlijke faillissement van verdachte uitsluitend bij de curator als faillissementsvordering kunnen worden ingediend, niet-ontvankelijk worden verklaard in die vorderingen. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat wel de schadevergoedingsmaatregel ter hoogte van de gevorderde bedragen wordt opgelegd, met dien verstande dat het, wat Stichting Woonvisie betreft, om een bedrag van € 747.856,39 moet gaan.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat de benadeelde partijen niet in hun vorderingen kunnen worden ontvangen. Primair heeft de raadsman daartoe aangevoerd dat de curator in het faillissement van verdachte de aangewezen partij is om de vorderingen te beoordelen. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de vorderingen niet eenvoudig van aard zijn.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Van belang is dat deze rechtbank bij vonnis van 28 augustus 2012 het faillissement van verdachte heeft uitgesproken. De vordering van de benadeelde partijen dienen te worden beoordeeld naar civiel recht. Naar civiel recht leidt het faillissement van een schuldenaar ertoe dat schuldeisers zich dienen te wenden tot de curator om hun vordering ter verificatie aan te melden. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de benadeelde partijen in de onderhavige strafzaak niet kunnen worden ontvangen in hun vorderingen. Zij kunnen hun vorderingen slechts ter verificatie bij de curator indienen.

De schadevergoedingsmaatregel is een zelfstandige strafrechtelijke maatregel die beoogt een door een strafbaar feit benadeelde persoon te versterken in zijn positie tot herstel van de rechtmatige toestand. Hieraan ligt de gedachte ten grondslag dat de benadeelde de inspanningen om dat herstel te bereiken zoveel mogelijk uit handen moeten worden genomen. Die inspanningen worden door het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel in handen gelegd van het openbaar ministerie (de Staat). Het faillissement van verdachte staat niet in de weg aan het opleggen van deze maatregel.

Ten aanzien van de omvang van de vervangende hechtenis overweegt de rechtbank dat op grond van artikel 36f, zevende lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) in verbinding met artikel 24c Sr bij het opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat kan worden bepaald dat bij gebreke van betaling en verhaal, vervangende hechtenis wordt toegepast. Deze vervangende hechtenis mag blijkens artikel 24c, derde lid, Sr ten hoogste 365 dagen bedragen.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank naar evenredigheid, gelet op de hoogte van de bedragen waarvoor de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd, de vervangende hechtenis toepassen tot een maximum van in totaal 365 dagen.

Nu verdachte jegens de benadeelde partijen Stichting Casade, Stichting Woonvisie, P. [A] en Suijsenwaerde Beheer B.V. naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 3 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat opleggen ten behoeve van na te noemen benadeelde partijen:

  • -

    Stichting Casade: van een bedrag groot € 3.100.741,-, subsidiair 280 dagen vervangende hechtenis;

  • -

    Stichting Woonvisie: van een bedrag groot € 747.856,39, subsidiair 67 dagen vervangende hechtenis;

  • -

    [A]: van een bedrag groot € 129.720,-, subsidiair 12 dagen vervangende hechtenis;

  • -

    Suijsenwaerde Beheer B.V.: van een bedrag groot € 75.000,-, subsidiair 6 dagen vervangende hechtenis.

Het voorgaande brengt mee dat de rechtbank de kosten die in verband met deze vorderingen zijn gemaakt zal compenseren door te bepalen dat de verdachte en de benadeelde partijen ieder hun eigen kosten dragen.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36f, 47, 57, 225, 321, 326 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

en

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2:

van het plegen van witwassen een gewoonte maken;

ten aanzien van feit 3:

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd en

verduistering, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 42 (tweeënveertig) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de haar opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

de vordering van de benadeelde partij;

bepaalt dat de benadeelde partijen Stichting Casade, Stichting Woonvisie, [A] en Suijssenwaerde Beheer B.V. niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen en dat de benadeelde partijen hun vorderingen in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;

de schadevergoedingsmaatregel;

Stichting Casade

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 3.100.741,- ten behoeve van benadeelde partij Stichting Casade;

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 280 dagen;

bepaalt dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

Stichting Woonvisie

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 747.856,39 ten behoeve van benadeelde partij Stichting Woonvisie;

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 67 dagen;

bepaalt dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

[A]

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 129.720,-, ten behoeve van benadeelde partij [A];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 12 dagen;

bepaalt dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

Suijssenwaerde Beheer B.V.

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 75.000,-, ten behoeve van benadeelde partij Suijssenwaerde Beheer B.V.;

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 6 dagen;

bepaalt dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

bepaalt dat de benadeelde partijen en verdachte ieder de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H. Steenhuis, voorzitter,

mrs. J.E. Bierling en A. Dantuma-Hieronymus, rechters

in tegenwoordigheid van mr. B. Schaafsma, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 oktober 2014.

1 Proces-verbaal van aangifte van R.J van Gurp namens Casade Woonstichting van 11 juni 2012, AG-2, p. 542 en p. 543.

2 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [D] van 16 augustus 2012 met bijlagen, AG-12, p. 653 e.v.

3 Proces-verbaal van 12 juni 2012, Zaaksdossier 1, bijlage 4, p. 556.

4 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [D] van 16 augustus 2013 met bijlagen, AG-12, p. 653 e.v.

5 Proces-verbaal van 12 juni 2012, Zaaksdossier 1, bijlage 15, p. 650 en p. 651.

6 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [D] van 16 augustus 2013 met bijlagen, AG-12, p. 653 e.v.

7 Proces-verbaal van 12 juni 2012, Zaaksdossier 1, bijlage 12, p. 649.

8 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [D] van 16 augustus 2013 met bijlagen, AG-12, p. 653 e.v.

9 Proces-verbaal van verhoor getuige [F] van 11 juni 2012, Zaaksdossier 1, GT-3, p. 545 e.v.

10 Een geschrift zijnde een rekeningafschrift van BNG bank ten name van Casade Woondiensten van 16 oktober 2009, p. 554.

11 Een geschrift zijnde een rekeningafschrift van BNG bank ten name van Casade Woondiensten van 7 april 2010, p. 555.

12 Een geschrift zijnde een rekeningafschrift van BNG bank ten name van Casade Woondiensten van 23 september 2010, p. 557.

13 Proces-verbaal van 12 juni 2012, Zaaksdossier 1, bijlage 7, p. 558.

14 Proces-verbaal van 12 juni 2012, Zaaksdossier 1, bijlage 8, p. 560.

15 Een geschrift zijnde een rekeningafschrift van BNG bank ten name van Casade Woondiensten van 2 mei 2011, p. 561.

16 Proces-verbaal van 12 juni 2012, Zaaksdossier 1, bijlage 13, p. 567 en 568, bijlage 14, p. 569 en AH-3 (onderzoek bankrekening 3952.69.431 ten name van [verdachte] BV), p. 160.

17 Proces-verbaal van 12 juni 2012, Zaaksdossier 1, bijlage 13, p. 567 en p. 568.

18 Proces-verbaal van 12 juni 2012, Zaaksdossier 1, bijlage 17, p. 574 en AH-3 (onderzoek bankrekening 3952.69.431 ten name van [verdachte] BV), p. 158.

19 Proces-verbaal van 12 juni 2012, Zaaksdossier 1, bijlage 17, p. 573.

20 Proces-verbaal van aangifte door[A] van 12 juni 2012, Zaaksdossier 2, AG-3, p. 845 e.v.

21 Proces-verbaal van bevindingen van 30 mei 2012 met bijlagen, Zaaksdossier 2, AH-11, p. 853 e.v.

22 Proces-verbaal van aangifte van [I] namens BL Huisvesting van 19 juni 2012, AG-5, p. 891 tot en met p. 893.

23 Proces-verbaal van verhoor aangever [J], secretaris van de Raad van State van 11 augustus 2012 met bijlagen, AG-4, p. 907 e.v.

24 Proces-verbaal van aangifte van [I] namens BL Huisvesting van 19 juni 2012, Zaaksdossier 3, AG-5, bijlage 1, p. 894.

25 Proces-verbaal van aangifte van [I] namens BL Huisvesting van 19 juni 2012, Zaaksdossier 3, AG-5, bijlage 4, p. 902.

26 Proces-verbaal van verhoor aangever [J], secretaris van de Raad van State van 11 augustus 2012 met bijlagen, AG-4, p. 907 e.v.

27 Proces-verbaal van aangifte van [I] namens BL Huisvesting van 19 juni 2012, Zaaksdossier 3, AG-5, bijlage 2.1, p. 896.

28 Proces-verbaal van aangifte van [I] namens BL Huisvesting van 19 juni 2012, Zaaksdossier 3, AG-5, bijlage 2.2, p. 897.

29 Proces-verbaal onderzoek bankrekening 3952.69.431 ten name van [verdachte] B.V. van 30 juli 2012 met bijlagen, AH-3, p. 140 e.v.

30 Proces-verbaal van aangifte Van Swaaij Advocaten van 21 juni 2012 met bijlagen, Zaaksdossier 4, AG-6, p. 992 e.v.

31 Proces-verbaal van 5 juni 2012 met bijlagen, VD-1.1a, p. 1028.

32 Proces-verbaal van 5 juni 2012 met bijlagen, VD-1.1a, p. 1029.

33 Proces-verbaal van aangifte Van Swaaij Advocaten van 21 juni 2012 met bijlagen, Zaaksdossier 4, AG-6, p. 1006.

34 Proces-verbaal van aangifte Van Swaaij Advocaten van 21 juni 2012 met bijlagen, Zaaksdossier 4, AG-6, p. 1007 en p. 1008.

35 Proces-verbaal van aangifte van [O] namens Stichting Woonvisie 25 juni 2012 met bijlagen, Zaaksdossier 5, AG-7, p. 1050 e.v.

36 Proces-verbaal van verhoor getuige [P], adjunct directeur en secretaris van de Raad van Arbitrage van 5 juli 2012 met bijlagen, Zaaksdossier 5, GT-7, p. 1228 e.v.

37 Proces-verbaal van bescheiden aangever [O] van 2 juli 2012 met bijlagen, Zaaksdossier 5, AG-7a, bijlage 4 van bijlage 1, p. 1068.

38 Proces-verbaal van verhoor getuige [P], adjunct directeur en secretaris van de Raad van Arbitrage van 5 juli 2012 met bijlagen, Zaaksdossier 5, GT-7, p. 1228 e.v.

39 Proces-verbaal van verhoor getuige [P], adjunct directeur en secretaris van de Raad van Arbitrage van 5 juli 2012 met bijlagen, Zaaksdossier 5, GT-7, p. 1237.

40 Proces-verbaal van bescheiden aangever [O] van 2 juli 2012 met bijlagen, Zaaksdossier 5, AG-7a, bijlage 8 van bijlage 1, p. 1072 en p. 1073.

41 Proces-verbaal onderzoek bankrekening [nummer 4] ten name van [S.] Holding B.V. van 30 juli 2012 met bijlagen, AH-3, p. 157, 161 en 162.

42 Proces-verbaal van aangifte J[Q] van 3 juli 2012 met bijlagen, Zaaksdossier 7, AG-9, p. 1463 e.v.

43 Proces-verbaal van aangifte J[Q] van 3 juli 2012, Zaaksdossier 7 met bijlagen, AG-9, bijlage 4, p. 1476 en p. 1477.

44 Proces-verbaal onderzoek bankrekening [nummer 4] ten name van [S.] Holding B.V. van 30 juli 2012 met bijlagen, AH-2, p. 124 e.v.

45 Proces-verbaal van aangifte [T] van 9 juli 2012 met bijlagen, Zaaksdossier 8, AG-10, p. 1511 e.v.

46 Proces-verbaal van aangifte [T] van 9 juli 2012 met bijlagen, Zaaksdossier 8, AG-10, bijlage 2, p. 1517.

47 Proces-verbaal onderzoek bankrekening [nummer 4] ten name van [S.] Holding B.V. van 30 juli 2012 met bijlagen, AH-2, p. 124 e.v.

48 Proces-verbaal onderzoek bankrekening [nummer 4] ten name van [S.] Holding B.V. van 6 juli 2012 met bijlagen, AH-2, 16. 197 e.v., meer in het bijzonder p. 205

49 Proces-verbaal onderzoek bankrekening [nummer 4] ten name van [S.] Holding B.V. van 30 juli 2012 met bijlagen, AH-2, p. 124 e.v.

50 Proces-verbaal van verhoor verdachte [V] van 1 juni 2012, VD 1.1, p. 386 e.v., proces-verbaal van verhoor verdachte M.G.[V] van 5 juni 2012, VD 1.2, p. 437 e.v. en proces-verbaal verhoor verdachte [V] van 28 augustus 2012, VD 1.3, p. 471 e.v.

51 Proces-verbaal van verhoor getuige F.[Y] van 14 juni 2012, GT-4, p. 327 e.v.

52 Proces-verbaal van verhoor getuige [Z] van 30 mei 2012, p. 304 e.v. en proces-verbaal van verhoor getuige [Z] van 7 augustus 2012, p. 307 e.v.

53 Proces-verbaal van verhoor getuige[boekhouder] van 26 juli 2012, GT-8, p. 340 e.v.

54 Proces-verbaal van verhoor getuige [N] van 23 juli 2012, GT-9, p. 353 e.v.

55 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 5 juni 2012, VD-2.1, p. 484 e.v.

56 Proces-verbaal van tweede verhoor verdachte [verdachte] van 6 juni 2012, VD-2.2, p. 489 e.v.

57 Proces-verbaal van derde verhoor verdachte [verdachte] van 12 juni 2012, VD-2.3, p. 496 e.v.

58 Proces-verbaal van vijfde verhoor verdachte [verdachte] van 12 juni 2012, VD-2.5, p. 505 e.v.

59 Proces-verbaal van elfde verhoor verdachte [verdachte] van 21 september 2012, VD-2.11, p. 523 e.v.

60 Proces-verbaal onderzoek administratie Advocatenkantoor [S.], AH-22A, p. 628 e.v.

61 Raamprocesverbaal, proces-verbaal bevindingen doorzoeking Vliegtuiglaan 52 te Soesterberg, AH-8, p. 77 en 78