Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:11690

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
02-09-2014
Datum publicatie
02-10-2014
Zaaknummer
C-09-471154 JE RK 14-1865
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Opheffing ondertoezichtstelling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Kinderrechter

Rekestnummer: JE RK 14-1865

Zaaknummer: C/09/471154

Datum beschikking: 2 september 2014

Opheffing ondertoezichtstelling

Beschikking op de op 1 augustus 2014 ingekomen verzoekschriften van:

de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden, vestiging Delft/Westland/Oostland (verder: Bureau Jeugdzorg),

met betrekking tot de minderjarigen:

1.

[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats];

kind van:

[A][A],

de moeder,

wonende te [woonplaats], Brazilië,

die het ouderlijk gezag alleen uitoefent,

en

[B][B],

de vader, overleden;

2.

[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats];

kind van:

de moeder voornoemd,

die het ouderlijk gezag alleen uitoefent,

en

[C][C],

de vader;

3.

[minderjarige 3], geboren op[geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats];

kind van:

de moeder voornoemd,

en

[D][D],

de vader,

wonende te [woonplaats],

die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen.

De minderjarigen verblijven feitelijk bij hun moeder in Brazilië.

Procedure

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de verzoekschriften, met bijlagen.

Op 2 september 2014 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank met gesloten deuren behandeld.

Hierbij zijn verschenen de heer [X] en mevrouw [Y], namens Bureau Jeugdzorg.

Feiten

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 3 maart 2014 de ondertoezichtstelling van de minderjarigen verlengd van 4 maart 2014 tot 4 maart 2015.

Verzoek

Het verzoek strekt tot opheffing van de ondertoezichtstelling van voornoemde minderjarigen. Daartoe heeft Bureau Jeugdzorg gesteld dat de minderjarigen thans in Brazilië verblijven, dat Bureau Jeugdzorg geen zicht meer heeft op de minderjarigen en dat de uitvoering van de ondertoezichtstelling derhalve niet meer mogelijk is.

Beoordeling

De moeder en de vader van de minderjarige sub 3 zijn conform de wettelijke vereisten opgeroepen, doch niet verschenen.

De minderjarigen sub 1 en 2 zijn in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verzoek, doch hebben daarvan geen gebruik gemaakt.

De moeder en de vader van de minderjarige sub 3 hebben, blijkens informatie van Bureau Jeugdzorg, ingestemd met het verzochte, althans hebben zich niet tegen toewijzing daarvan verzet.

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:254, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling thans niet meer aanwezig zijn. Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat is gebleken dat de minderjarigen momenteel in het buitenland verblijven en dat met dit gegeven het voor Bureau Jeugdzorg niet mogelijk is invulling te geven aan de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Bovendien hebben alle belanghebbenden ingestemd met het verzoek. Van belang acht de kinderrechter voorts dat Bureau Jeugdzorg ervoor heeft gezorgd dat de moeder en de minderjarigen in Brazilië worden ondersteund door de organisatie Casa Brasil Holanda, middels een project van re‑integratie.

Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:

wijst toe het verzoek tot opheffing van de ondertoezichtstelling van de minderjarigen.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 september 2014 in tegenwoordigheid van C. van Oorschot als griffier.

Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift bij de griffie van het Gerechtshof Den Haag.