Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:1154

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
31-01-2014
Datum publicatie
31-01-2014
Zaaknummer
C/09/456918 / KG ZA 13-1451
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Medisch Centrum Haaglanden (MCH) heeft bij de rechtbank Den Haag niet hard kunnen maken dat het ziekenhuis een doorlopend contract heeft met ’t Lange Land Ziekenhuis in Zoetermeer voor dienstverlening op het gebied van Pathologie en Medische Microbiologie. De voorzieningenrechter was het eens met het Zoetermeerder ziekenhuis dat nergens uit blijkt dat beide partijen het eens zijn over een voortzetting van het contract.

Partijen verschilden van mening over de vraag of tussen hen al dan niet een overeenkomst tot stand is gekomen met betrekking tot voortzetting door MCH van dienstverlening ten behoeve van 't Lange Land op het gebied van Pathologie en Medische Microbiologie. MCH probeerde in een kort geding tevergeefs af te dwingen dat het ’t Lange Land na 16 februari 2014 een bestaand contract tegen lagere tarieven zou voortzetten voor een periode van vijf jaar.

Weliswaar heeft MCH in de correspondentie van haar kant aan 't Lange Land meegedeeld dat zij betaling in termijnen door 't Lange Land heeft toegestaan onder de voorwaarde van continuering van de dienstverlening door MCH, maar 't Lange Land heeft in ieder geval in haar brieven van 12 en 22 augustus 2013 op ondubbelzinnige wijze duidelijk gemaakt dat zij niet akkoord gaat met de door MCH gestelde voorwaarde en dat zij alleen bereid is de dienstverlening door MCH voort te zetten indien MCH marktconforme tarieven hanteert. De voorzieningenrechter besloot daarom de eisen van MCH richting ’t Lange Land af te wijzen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2014-0023
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Den Haag

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/456918 / KG ZA 13-1451

Vonnis in kort geding van 31 januari 2014

in de zaak van

de stichting

Stichting Medisch Centrum Haaglanden,

gevestigd te Den Haag,

eiseres,

advocaat mr. R.G. Snouckaert van Schauburg te Den Haag,

tegen:

de stichting

Stichting ’t Lange Land Ziekenhuis,

gevestigd te Zoetermeer,

gedaagde,

advocaat mr. K.D. Meersma te Amsterdam.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘MCH’ en ‘'t Lange Land’.

1 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 24 januari 2014 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1.

MCH is een algemeen (topklinisch) ziekenhuis met locaties in Leidschendam en in Den Haag. 't Lange Land is een algemeen ziekenhuis voor de stad Zoetermeer en omstreken.

1.2.

Omdat 't Lange Land niet in staat is om alle functies van een algemeen ziekenhuis zelf uit te voeren, koopt zij bij derden – onder meer – diagnostisch onderzoek in, waaronder dienstverlening op het gebied van micro biologie en pathologie bij MCH. In het kader van deze samenwerking hebben partijen meerdere malen tariefafspraken gemaakt.

1.3.

In januari 2013 is 't Lange Land uitgetreden uit de ‘Coöperatie Samenwerkende Ziekenhuizen West-Nederland U.A.’, die bestond uit MCH, 't Lange Land, het Groene Hart Ziekenhuis en Bronovo.

1.4.

Na eerdere aanmaningen heeft MCH 't Lange Land bij brief van 18 februari 2013 in gebreke gesteld in verband met een aanzienlijke betalingsachterstand met betrekking tot de door MCH aan 't Lange Land verrichte dienstverlening en is 't Lange Land gesommeerd om een bedrag van € 2.900.470,-- (een deel van de totale vordering van MCH) aan MCH te voldoen.

1.5.

Partijen hebben met elkaar onderhandeld en gecorrespondeerd over de wijze waarop 't Lange Land aan haar achterstallige betalingsverplichting zou voldoen. Daartoe hebben partijen over en weer betalingsvoorstellen gedaan.

1.6.

In een brief van 8 april 2013 heeft 't Lange Land – voor zover hier van belang – het volgende aan MCH meegedeeld:

“Met voldoening en onder dankzegging constateer ik dat u bereid bent met het Lange Land Ziekenhuis (LLZ) een betalingsafspraak te maken over € 2,9 miljoen aan achterstallige facturen betreffende verrichte medische dienstverlening in 2012.(…)

Momenteel is het LLZ in samenwerking met Vierstroom in gesprek met omliggende ziekenhuizen over een mogelijke samenwerking op het gebied van de verschillende specialismen. Onderdeel van deze reeks van gesprekken is een onderzoek naar mogelijkheden om de dienstverlening op het gebied van KCL, MMB en PA zowel kwalitatief als qua kosten op een voor het LLZ zo gunstig mogelijke wijze te doen plaatsvinden. Het LLZ wil de bestaande relatie met het MCH op het gebied van de KCL, MMB en PA graag continueren maar ziet – onder gelijktijdige erkenning van de goede kwaliteit van de dienstverlening door het MCH – ook ruimte om tot aanpassing van de tarieven te komen. Voor een continuering van deze dienstverlening hanteert het LLZ daarom de volgende uitgangspunten:

  • -

    bespreking van de tarieven 2013 en de gehanteerde condities op basis van marktconformiteit;

  • -

    beëindiging van de discussie over de restfacturen ad € 0,5 miljoen door creditering resp. kwijtschelding.

Het LLZ vertrouwt erop dat langs deze weg de goede samenwerking met het MCH in de toekomst kan worden voortgezet.

(…)”.

1.7.

In een e-mailbericht van 22 mei 2013 heeft MCH – voor zover hier van belang – het volgende aan 't Lange Land meegedeeld:

“(…)

Vorig jaar is er een korting van gemiddeld 15% gegeven (exclusief orderkosten a € 0,00). Wij komen op korte termijn met een prijsvoorstel dat aansluit bij ons aanbod inzake de afhandeling van de vordering. Om een definitief aanbod te doen hebben we nog een aantal weken nodig.

(…)”.

1.8.

MCH heeft op 21 juni 2013 – voor zover hier van belang – het volgende aan 't Lange Land meegedeeld:

“(…)

De dienstverlening van het Medisch Microbiologisch Lab en de Pathologie zijn wij bereid tegen een hogere korting aan te bieden, met dien verstande dat het voorstel van het MCH inclusief de Serologie is. Het voorstel zoals door u gedaan waarin de Serologie wordt uitgesloten is voor ons niet acceptabel gelet op de afspraken die in het kader van de kortingsafspraak in 2011 zijn gemaakt.(…)

Het MCH is bereid mee te gaan in dit voorstel (toevoeging voorzieningenrechter: bedoeld is een door 't Lange Land gedaan betalingsvoorstel) en het betaalschema bij het gelijktijdig afsluiten van een exclusieve overeenkomst voor 5 jaar met uitzondering van de radiologie hiervoor geldt een termijn van tenminste 8 jaar voor de dienstverlening als bovenstaand beschreven.

Wij verzoeken u aan ons door te geven dat u akkoord gaat met ons bovengenoemde voorstel.(…)”.

1.9.

Als reactie op de brief van MCH van 21 juni 2013 heeft 't Lange Land bij brief van 22 juli 2013 aan MCH meegedeeld:

“Kortgeleden ontvingen we uw brief (…) met een aanbod tot een hogere korting voor de dienstverlening (…). U verbindt dit aanbod aan de eerder gemaakte mondelinge afspraak m.b.t. de betaling van vorderingen van het MCH op het LLZ.(…)

Ten aanzien van de dienstverlening (…) wordt momenteel onderzoek verricht naar de wijze waarop dit zowel kwalitatief als bedrijfseconomisch voor het LLZ zo optimaal mogelijk kan worden gerealiseerd. Vanwege de complexiteit (en de vakanties) is hiervoor meer tijd nodig dan eerder ingeschat. Zodra er een helder beeld is ontstaan van de materie zullen we hierover met u in contact treden.

Inmiddels is de betalingsregeling van de vordering van het MCH op het LLZ al in uitvoering.(…)”.

1.10.

In een brief van 7 augustus 2013 heeft MCH – voor zover hier van belang – het volgende aan 't Lange Land meegedeeld:

“(…)Ondanks de continuïteitsbedreigende situatie waarin het LLZ heeft verkeerd heeft het MCH onverlet haar diensten voortgezet en daarmee aanzienlijke eigen bedrijfsrisico’s voor haar rekening genomen.(…)

De bereidheid van MCH tot het nemen van dit aanzienlijke incassorisico was gekoppeld aan de loyale nakoming door het LLZ van de afspraken en uitgangspunten vastgelegd in uw brief van 8 april 2013 en de nadere gesprekken hieromtrent. Immers de spreiding van de betaling van de openstaande vordering en de vertraagde betaling van de nieuw opgebouwde vordering waren conform afspraak gekoppeld aan de continuering van de dienstverlening van MCH aan het LLZ.

(…)

Gelet op de bovenstaande feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, mag MCH in redelijkheid van het LLZ verlangen dat binnen 7 dagen na dagtekening van deze brief het LLZ haar afspraken nakomt over de continuering van de diensten gecombineerd met de betalingsregeling en acceptatie van de neergelegde tarieven. Indien u niet bereid bent deze duidelijkheid te verschaffen noodzaakt u MCH, gelet op haar eigen bedrijfsvoering, over te gaan tot een onmiddellijke incasso van de volledig openstaande vordering.”

1.11.

Op 12 augustus 2013 heeft 't Lange Land schriftelijk aan MCH meegedeeld dat zij inmiddels conform de betalingsafspraak de achterstallige facturen ad € 2,9 miljoen betaalt en dat zij bereid is de dienstverlening door MCH te continueren, mits het MCH marktconforme tarieven hanteert, aangezien zij bij andere aanbieders een aanzienlijke kostenbesparing kan realiseren.

1.12.

Bij brief van 15 augustus 2013 heeft MCH haar eerder in de brief van 7 augustus 2013 ingenomen standpunt herhaald. Samengevat heeft MCH aan 't Lange Land meegedeeld dat zij akkoord is gegaan met de betalingsregeling onder de voorwaarde van continuering van de dienstverlening en dat 't Lange Land uiterlijk op 16 augustus 2013 akkoord dient te gaan met het aanbod van MCH, bij gebreke waarvan de dienstverlening van MCH aan 't Lange Land beëindigd zal worden.

1.13. '

't Lange Land heeft in een brief van 22 augustus 2013 aan MCH meegedeeld dat 't Lange Land niet ingaat op het door MCH in haar brief van 21 juni 2013 gedane voorstel voor dienstverlening. Daarbij is tevens meegedeeld dat 't Lange Land de overeengekomen betalingsregeling zal continueren. In een brief van 12 september 2013 deelt 't Lange Land – voor zover hier van belang – aan MCH mee:

“(…)

Teneinde inhoud te geven aan uw beslissing en ter borging van onze zorgprocessen zijn concrete stappen nu noodzakelijk. Contractueel kan de (overigens niet ondertekende) overeenkomst voor levering van MMB en PA met een opzegtermijn van 6 maanden worden opgezegd. Aannemende dat uw ultimatum van 16 augustus 2013 als een opzegging moet worden beschouwd, gaan we ervan uit dat uiterlijk per 16 februari 2014 de dienstverlening door het MCH eindigt.(…)”.

1.14.

MCH heeft bij brief van 24 september 2013 aan 't Lange Land meegedeeld dat van beëindiging van de dienstverlening door MCH geen sprake is en dat MCH er van uit gaat dat de dienstverlening conform de lagere en marktconforme tarieven, zoals MCH die heeft aangeboden in haar brief van 21 juni 2013, ook in de toekomst zal worden gecontinueerd. Daarbij wijst MCH er op dat zij 't Lange Land tegemoet is gekomen door een betalingsregeling te treffen en dat het niet meer dan redelijk is dat 't Lange Land MCH tegemoet komt door voortzetting van de dienstverlening. MCH verzoekt 't Lange Land om binnen acht dagen te bevestigen dat de betrokken dienstverlening zal worden voortgezet overeenkomstig het aanbod van MCH. Bij brief van 3 oktober 2013 heeft 't Lange Land de juistheid van het door MCH in de brief van 24 september 2013 ingenomen standpunt betwist en meegedeeld dat 't Lange Land tot afspraken wil komen over de beëindiging van de werkzaamheden van MCH per 16 februari 2014 en dat 't Lange Land de overeengekomen betalingsregeling ondertussen zal nakomen.

1.15.

Bij brief van 30 oktober 2013 heeft MCH aan 't Lange Land meegedeeld dat zij bereid is 't Lange Land tegemoet te komen door het verlenen van een korting van 17% op het integrale tarief voor Pathologie (neerkomend op een bedrag van € 110.000,--) en van 30% op het integrale tarief en 100% op het ordertarief voor Medische Microbiologie (neerkomend op een bedrag van € 355.611,--). Daarbij heeft MCH tevens meegedeeld dat deze korting alleen geldt indien 't Lange Land instemt met een contract voor verdere dienstverlening door MCH voor een periode van vijf jaar.

1.16. '

't Lange Land heeft bij brief van 25 november 2013 aan MCH meegedeeld dat de kosten van dienstverlening door MCH ook met de nieuwe kortingen beduidend hoger zijn dan die van andere aanbieders en dat 't Lange Land in de geboden kortingen geen aanleiding ziet om terug te komen op haar in de brief van 3 oktober 2013 verwoorde standpunt dat zij de dienstverlening door MCH voor wat betreft Medische Microbiologie als beëindigd beschouwt. Met betrekking tot Pathologie heeft 't Lange Land meegedeeld dat er nog onduidelijkheid bestaat over de leveringsvoorwaarden en kwaliteitsborging bij andere leveranciers en dat zij haar bevindingen zo spoedig mogelijk aan MCH kenbaar zal maken.

1.17.

Bij brief van 5 december 2013 heeft 't Lange Land aan MCH meegedeeld dat zij ook op het terrein van de Pathologie geen aanleiding ziet om op haar eerder genomen beslissing tot beëindiging van de dienstverlening terug te komen.

2 Het geschil

2.1.

MCH vordert – zakelijk weergegeven – primair 't Lange Land te bevelen om schriftelijk aan MCH te bevestigen dat de dienstverlening van MCH aan de afdelingen medische micro biologie (MMB) en pathologie (PA) in 't Lange Land ook na 16 februari 2014 wordt voortgezet (voor ten minste vijf jaar), onder de condities en tariefstelling zoals omschreven in de brief van MCH van 21 juni 2013, dan wel in de brief van MCH van 30 oktober 2013, op straffe van een dwangsom en subsidiair 't Lange Land te bevelen om met MCH in onderhandeling te treden over voormelde dienstverlening, met bijstand van een mediator, met als vaststaand uitgangspunt de aangepaste tariefstelling zoals neergelegd in de brief van MCH van 30 oktober 2013 en in het programma van eisen zoals neergelegd in de brief van 't Lange Land van 12 augustus 2013, op straffe van een dwangsom, een en ander met veroordeling van 't Lange Land in de proceskosten, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente.

2.2.

Daartoe stelt MCH primair het volgende. Partijen hebben afgesproken dat 't Lange Land de overeengekomen afbetalingsregeling voor de achterstallige betalingen zou nakomen overeenkomstig het door MCH geaccepteerde betalingsvoorstel, onder de voorwaarde dat partijen voor een periode van vijf jaar een exclusieve overeenkomst sluiten met betrekking tot door MCH te verrichten dienstverlening op het gebied van Pathologie en Medische Microbiologie, conform de inhoud van de brief van MCH van 21 juni 2013, dan wel conform de aangepaste tariefstelling zoals verwoord in de brief van MCH van 30 oktober 2013. De koppeling tussen de afbetaling van de schuld van 't Lange Land en de voortzetting van de dienstverlening is altijd het uitgangspunt voor partijen geweest. Nu 't Lange Land uitvoering geeft aan de overeengekomen betalingsregeling, dient zij ook het daaraan gekoppelde deel van de overeenkomst tussen partijen na te komen.

Subsidiair stelt MCH zich op het standpunt dat 't Lange Land bij haar het gerechtvaardigde vertrouwen heeft gewekt dat de samenwerking tussen partijen ook na 16 februari 2014 zal worden voortgezet, zodat 't Lange Land gehouden is – onder begeleiding van een mediator – met MCH door te onderhandelen, met als uitgangspunt de aangepaste tariefstelling.

MCH heeft een groot belang bij voortzetting van de dienstverlening aan 't Lange Land. Beëindiging van die dienstverlening zal immers leiden tot ernstige financiële consequenties voor MCH en de betrokken specialisten. Ook 't Lange Land heeft belang bij deze voortzetting nu zij daarmee voor lagere tarieven diensten kan afnemen van een betrouwbare partner en zij daarmee voorkomt dat de specialisten die bij 't Lange Land diensten verlenen een schadeclaim tegen 't Lange Land indienen.

2.3. '

't Lange Land voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

3 De beoordeling van het geschil

3.1.

Partijen verschillen van mening over de vraag of tussen hen al dan niet een overeenkomst tot stand is gekomen met betrekking tot voortzetting door MCH van dienstverlening ten behoeve van 't Lange Land op het gebied van Pathologie en Medische Microbiologie. MCH heeft zich op het standpunt gesteld dat zij alleen heeft ingestemd met een afbetalingsregeling voor 't Lange Land onder de voorwaarde dat de dienstverlening ook na 16 februari 2014 (voor een periode van vijf jaar) zou worden voortgezet. Hier tegenover heeft 't Lange Land echter aangevoerd dat partijen weliswaar een afbetalingsregeling zijn overeengekomen, maar dat zij geen overeenstemming hebben bereikt met betrekking tot de voortzetting van de dienstverlening door MCH.

3.2.

De voorzieningenrechter is – anders dan MCH – van oordeel dat voorshands niet is gebleken dat partijen zijn overeengekomen dat de dienstverlening van MCH op het gebied van Pathologie en Medische Microbiologie na 16 februari 2014 zou worden voortgezet. Weliswaar heeft MCH in de correspondentie van haar kant aan 't Lange Land meegedeeld dat zij betaling in termijnen door 't Lange Land heeft toegestaan onder de voorwaarde van continuering van de dienstverlening door MCH, maar 't Lange Land heeft in ieder geval in haar brieven van 12 en 22 augustus 2013 op ondubbelzinnige wijze duidelijk gemaakt dat zij niet akkoord gaat met de door MCH gestelde voorwaarde en dat zij alleen bereid is de dienstverlening door MCH voort te zetten indien MCH marktconforme tarieven hanteert. 't Lange Land heeft in dat verband voorts aan MCH meegedeeld dat zij bij andere aanbieders een grote kostenbesparing kan realiseren. In de correspondentie vanaf 12 september 2013 heeft 't Lange Land uitdrukkelijk kenbaar gemaakt afspraken te willen maken over een beëindiging van de samenwerking tussen partijen, aangezien MCH haar een ultimatum heeft gesteld waaraan zij geen gehoor heeft gegeven. Onder voormelde omstandigheden heeft MCH uit de verklaringen en gedragingen van 't Lange Land in redelijkheid niet mogen afleiden dat partijen overeenstemming hadden bereikt over de voortzetting van de dienstverlening door MCH, noch dat deze voortzetting een voorwaarde vormde voor de instemming van MCH met een betalingsregeling. Dat MCH op 30 oktober 2013 nogmaals een korting heeft aangeboden aan 't Lange Land doet daaraan niet af, aangezien 't Lange Land genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt dat de dienstverlening van MCH ook met toepassing van die korting nog altijd aanzienlijk duurder is dan die van andere aanbieders, zodat 't Lange Land in die korting geen aanleiding heeft gezien op haar standpunt terug te komen, hetgeen zij aan MCH heeft meegedeeld. Anders dan MCH heeft betoogd kan ook uit haar e-mailbericht van 22 mei 2013 niet blijken dat partijen de betalingsafspraken hebben willen koppelen aan de voortzetting van de dienstverlening. Hetzelfde geldt met betrekking tot de omstandigheid dat 't Lange Land reeds uitvoering heeft gegeven aan de getroffen betalingsregeling. 't Lange Land was immers hoe dan ook gehouden de openstaande vordering op zo kort mogelijke termijn aan MCH te voldoen, zodat begrijpelijk is dat zij de overeengekomen betalingsregeling is nagekomen. Dit geldt te meer nu – zoals hiervoor reeds is overwogen – onvoldoende aannemelijk is dat aan die betalingsregeling een voorwaarde was verbonden. De primaire vordering wordt gelet op het voorgaande afgewezen.

3.3.

Nog daargelaten de omstandigheid dat de subsidiaire vordering van MCH strekt tot het voortzetten van de onderhandelingen tussen partijen, echter door middel van mediation en op basis van reeds vaststaande uitgangspunten, hetgeen zich naar voorlopig oordeel niet verdraagt met het beginsel van contractsvrijheid en de vrijwillige basis voor mediation, overweegt de voorzieningenrechter ten aanzien van de subsidiaire vordering als volgt. Vooropgesteld wordt dat ieder van de onderhandelende partijen vrij is de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigde vertrouwen van de wederpartij in het totstandkomen van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. Hiervoor is reeds overwogen dat er in deze procedure van uit wordt gegaan dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt over de voortzetting van de dienstverlening door MCH. Het onderwerp waarover partijen nog van mening verschillen is van een zodanig gewicht en belang, dat MCH daartegenover naar voorlopig oordeel niet aannemelijk heeft gemaakt dat bij haar op basis van gedragingen van 't Lange Land het gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat de betreffende overeenkomst daadwerkelijk tot stand zou komen en evenmin dat het 't Lange Land niet vrij stond om de onderhandelingen af te breken. Reeds hierop stuit de vordering tot dooronderhandelen af.

3.4.

Slotsom van het voorgaande is dat de vorderingen van MCH worden afgewezen en dat MCH, als de in het ongelijk gestelde partij, wordt veroordeeld in de kosten van dit geding.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst de vorderingen af;

- veroordeelt MCH in de kosten van dit geding, tot dusver aan de zijde van 't Lange Land begroot op € 1.405,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 589,-- aan griffierecht.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P. van Ham en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2014.