Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:11339

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
12-09-2014
Datum publicatie
12-09-2014
Zaaknummer
09/819451-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36f, 57, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht;

-13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Woninginbraak, wapenbezit

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer 09/819451-13

Datum uitspraak: 12 september 2014

(Verkort vonnis)

De rechtbank Den Haag, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats],

adres: [adres 1].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 29 augustus 2014.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. D.C. Vlielander, advocaat te Utrecht, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr. M. Stolk heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 3 en 7 ten laste gelegde wordt vrijgesproken en dat verdachte ter zake van het onder 1, 2, 4, 5, 6, 8 en 9 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot:

- toewijzing van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] en

- gedeeltelijke toewijzing van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] en tot niet-ontvankelijk verklaring van de vordering van deze benadeelde partij voor het overige.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichtingen zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 2.124,83, subsidiair 31 dagen hechtenis ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 1].

De tenlastelegging.
Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

1.

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 31 juli 2013 tot en met 2 augustus 2013 te Waddinxveen, althans in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan [adres 2] te Waddinxveen) heeft weggenomen twee, althans een (of meer) bankpas(sen) met bijbehorende pincode(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik te hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming te weten door via de balkondeur de woning naar binnen te gaan;

2.

hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2013 tot en met 5 augustus 2013 te Waddinxveen, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (in/uit een pinautomaat) heeft weggenomen 2.012,20 euro, in elk geval enig geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of het weg te nemen geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel zijnde de eerder bij een woninginbraak verkregen bankpasje(s) en bijbehorende pincode(s);

3.

hij op of omstreeks 30 juli 2013 te Waddinxveen, althans in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets uit een schuur, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

4.

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 26 juli 2013 tot en met 2 augustus 2013 te Waddinxveen, althans in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan [adres 4] te Waddinxveen) heeft weggenomen onder meer een laptop (merk Lenovo) en/of een externe harde schijf en/of een (of meer) mobiele telefoon(s) (merk HTC en/of Nokia) en/of sleutel(s) en/of een tablet (merk Samsung) en/of USB-Stick(s) en/of siera(a)d(en) en/of seksattribu(u)t(en) en/of camera en/of navigatiesysteem en/of horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik te hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming te weten door het dakraam van de woning open te breken en vervolging naar binnen te klimmen;

5.

hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 9 juli 2013 tot en met 30 juli 2013 te Waddinxveen, althans in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een schuur/berging van een (of meer) woning(en) (gelegen aan [adres 5] en/of [adres 6] en/of [adres 3]) heeft weggenomen een fiets en/of elektrische heggeschaar en/of een (of meer) gereedschap(pen) en/of computer (merk HP) en/of accuboormachine en/of regenkleding, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik te hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming te weten door het slot van de deur te forceren/open te breken met een breekvoorwerp;

6.

hij op of omstreeks 30 juli 2013 te Waddinxveen, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit vier, althans een of meer, schu(u)r(en)/berging(en) (gelegen aan de [adres 7] en/of [adres 8] en/of [adres 9] en/of [adres 10]) weg te nemen geld en/of goederen van hun/zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot schu(u)r(en)/berging(en) te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen van hun/zijn gading onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming te weten door een (of meer) slot(en) (van een toegangsdeur) van voornoemde schu(u)r(en)/berging(en) te forceren met een breekvoorwerp, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7.

hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 6 september 2013 te Waddinxveen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen drie, althans een of meer winkelwagen(s) van C1000, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan C1000 [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

8.

hij op of omstreeks 06 september 2013 te Waddinxveen een of meer wapens van categorie I onder 3, te weten een boksbeugel, voorhanden heeft gehad;

9.

hij op of omstreeks 06 september 2013 te Waddinxveen een of meer wapens van categorie III onder 3, te weten twee werpmessen, voorhanden heeft gehad.

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 3, 6 en 7 is ten laste gelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

Bewijsoverweging feit 4:

Anders dan de verdediging heeft betoogd is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte alle goederen die in de tenlastelegging staan vermeld, heeft gestolen. Daartoe overweegt de rechtbank dat, alhoewel verdachte heeft ontkend enkele van die goederen te hebben weggenomen, hij ook heeft verklaard dat hij zich niet alles kan herinneren, hetgeen ook dient te worden bezien in de omstandigheid dat verdachte dit feit waarschijnlijk heeft gepleegd terwijl hij onder de invloed van alcohol was. Voorts bevat het dossier geen omstandigheden die doen twijfelen aan de juistheid van de aangifte wat betreft de daarin opgenomen weggenomen goederen. Daarbij weegt mee dat de aangeefster haar aangifte met aankoopbonnen heeft onderbouwd, waarop ook de unieke serienummers staan vermeld van goederen waarvan verdachte heeft ontkend die te hebben weggenomen. Tot slot is bij de doorzoeking van de woning van verdachte op 6 september 2013 een zilverkleurige ring alsmede een huissleutel gevonden, welke goederen door aangeefster zijn herkend als haar eigendom. De verklaring van aangeefster wordt hiermee in zoverre ondersteund, terwijl de verklaring van verdachte – die heeft ontkend sieraden en sleutels te hebben gestolen van aangeefster – juist wordt weersproken.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat de verdachte de onder 1, 2, 4, 5, 8 en 9 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank ten aanzien van verdachte bewezen acht - zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging, te weten dat:

1.

hij omstreeks de periode van 31 juli 2013 tot en met 2 augustus 2013 te Waddinxveen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning (gelegen aan [adres 2] te Waddinxveen) heeft weggenomen twee bankpassen met bijbehorende pincodes, toebehorende aan [slachtoffer 1][slachtoffer 1][slachtoffer 1], zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door middel van inklimming te weten door via de balkondeur de woning naar binnen te gaan;

2.

hij in de periode van 1 augustus 2013 tot en met 5 augustus 2013 te Waddinxveen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag, toebehorende aan [slachtoffer 1], waarbij verdachte het weg te nemen geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel zijnde de eerder bij een woninginbraak verkregen bankpasjes en bijbehorende pincodes;

4.

hij in de periode van 26 juli 2013 tot en met 2 augustus 2013 te Waddinxveen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning (gelegen aan [adres 4] te Waddinxveen) heeft weggenomen onder meer een laptop (merk Lenovo) en een externe harde schijf en mobiele telefoons (merk HTC en Nokia) en sleutels en een tablet (merk Samsung) en USB-sticks en sieraden en seksattributen en een camera en een navigatiesysteem en een horloge, toebehorende aan [slachtoffer 10], zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door middel van braak te weten door het dakraam van de woning open te breken en vervolging naar binnen te klimmen;

5.

hij in de periode van 9 juli 2013 tot en met 30 juli 2013 te Waddinxveen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een schuur/berging van woningen (gelegen aan [adres 5] en [adres 6] en [adres 3]) heeft weggenomen een fiets en een elektrische heggeschaar en gereedschap en een computer (merk HP) en een accuboormachine en regenkleding, toebehorende aan [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 2], zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door middel van verbreking te weten door het slot van de deur te forceren/open te breken met een breekvoorwerp;

8.

hij op 06 september 2013 te Waddinxveen een wapen van categorie I onder 3, te weten een boksbeugel, voorhanden heeft gehad;

9.

hij op 06 september 2013 te Waddinxveen wapens van categorie III onder 3, te weten twee werpmessen, voorhanden heeft gehad.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, aangezien er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De verdachte is deswege strafbaar, nu er evenmin feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee inbraken in woningen, drie inbraken in schuren/bergingen van woningen, een diefstal middels het pinnen met gestolen bankpassen en het bezit van drie verboden wapens. In het algemeen kan worden gesteld dat woninginbraken een grote inbreuk op de privacy betekenen en bij mensen een gevoel van onveiligheid teweeg brengen. Dit geldt niet alleen voor de bewoners zelf, maar ook voor de omwonenden, te meer nu verdachte heeft ingebroken bij buren en buurtgenoten van hemzelf en zijn vader. Dat één diefstal niet alleen beperkt is gebleven tot een woninginbraak, maar ook nog eens tot het opnemen van veel geld van de bankrekening van het slachtoffer heeft geleid, rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

Het illegaal bezit van wapens dient te worden bestreden, zowel met het oog op de veiligheid van personen als ook om te voorkomen dat wapens voor criminele activiteiten worden gebruikt. De rechtbank rekent het verdachte dan ook aan dat hij verboden wapens in huis had.

De rechtbank zal bij het bepalen van de strafmaat rekening houden met het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 17 april 2014 betreffende verdachte, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsadvies van Palier d.d. 19 november 2013, opgesteld door reclasseringswerker M. Blaauw. Hieruit volgt dat verdachte kampt met onverwerkte emoties vanwege het overlijden van zijn moeder en zijn adoptie. Door deze emoties en een toename in alcoholgebruik zou hij niet meer hebben geweten wat hij deed. Volgens eigen zeggen waren verdachtes emotionele toestand en zijn alcoholgebruik de redenen om de feiten te plegen. Verdachte, die first offender is, heeft als enige drijfveer zijn vriendin, zijn kind met haar en zijn vader. Er is bij verdachte mogelijk sprake van een zwak ontwikkelde persoonlijkheid. Dit alles zorgt er voor dat de kans op recidive gemiddeld wordt ingeschat. Omdat verdachte alcohol heeft gebruikt om zijn psychische klachten te dempen, is behandeling voor zijn psychische klachten en alcoholgebruik geïndiceerd. Daarnaast zou een meldingsgebod meerwaarde hebben om verdachte praktisch te ondersteunen. De reclassering adviseert oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldingsgebod bij GGZ Reclassering Tactus en een behandelverplichting bij de Forensische polikliniek JusTact.

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het rapport psychologisch onderzoek van Pro Justitia d.d. 31 januari 2014, opgesteld door psycholoog drs. J.P.M. van der Leeuw. Hieruit volgt dat verdachte lijdende is aan ziekelijke stoornissen en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Er is sprake van alcoholmisbruik en cannabismisbruik, en een onderliggende persoonlijkheidsstoornis NAO met narcistische en antisociale trekken. Genoemde ziekelijke stoornissen en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens waren aanwezig ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde feiten en hebben verdachtes gedragskeuzes en gedragingen toentertijd in enige mate beïnvloed. Dit volgt uit de omstandigheid dat verdachte door opportunistische, onverstoorbare en zelfzuchtige trekken en gebrek aan schaamte en schuld die feiten om economische redenen heeft gepleegd. Verdachte dient dan ook ten aanzien van de feiten licht verminderd toerekeningsvatbaar te worden geacht. De persoonsfactoren die essentieel waren voor de totstandkoming van de feiten zijn nog immer aanwezig. Verdachte is voorts afkerig van hulp en begeleiding, hetgeen – naast de aard van de onderhavige feiten – de kans op recidive vergroot. De psycholoog adviseert dan ook tot een ambulante behandeling bij een forensische (verslavings)polikliniek en tot verplicht reclasseringscontact. Verdachte heeft aan de psycholoog te kennen gegeven dat hij slechts tot aan de terechtzitting meewerkt aan hulpverlening en dat hij verder geen hulpvraag heeft.

Ten slotte heeft de rechtbank acht geslagen op een e-mailbericht van GGZ Reclassring Tactus d.d. 26 augustus 2014, opgesteld door reclasseringswerker R. Elst. Hieruit volgt dat verdachte zich onbegeleidbaar heeft opgesteld bij JusTact, ondanks dat verdachte dat ontkent. Verdachte was onvoldoende open over zijn alcoholgebruik en wilde niet over de delicten praten. Voorts bleek hij meermalen onder invloed van alcohol te zijn geweest bij aldaar afgenomen blaastesten en urinecontroles, en kan worden geconcludeerd dat hij meer drinkt dan hij toegeeft.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zijn behandeling bij JusTact was afgerond omdat hij geen hulpvraag meer had en dat hij, anders dan in het reclasseringsrapport staat, zich wel heeft gehouden aan de afspraken met de GGZ. Hij heeft voorts verklaard dat hij naast hulp met praktische zaken ook hulp nodig heeft inzake zijn psychische problematiek en alcoholgebruik. Hij ontkent echter dat zijn alcoholgebruik een probleem vormt.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van nader te noemen duur passend is en dat de geadviseerde bijzondere voorwaarden geboden zijn. Anders dan de officier van justitie heeft gevorderd acht de rechtbank het - ook uit oogpunt van preventie - van belang verdachte de kans te bieden aan zijn problematiek te werken, ondanks dat de bereidheid daartoe van verdachte onduidelijk blijft. Zijn problematiek lijkt immers een belangrijke rol te spelen bij de bewezenverklaarde feiten, terwijl hij tot op heden niet eerder is veroordeeld.

De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1].

[slachtoffer 1], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 2.124,83.

De vordering is door de verdediging niet betwist en is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 2.124,83.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Schadevergoedingsmaatregel.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 2 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 2.124,83, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 1].

De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2].

[slachtoffer 2], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 60,00 ter zake een regenpak.

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij afwijzen, nu blijkens het dossier de benadeelde partij reeds het desbetreffende gestolen goed heeft teruggekregen.

Dit brengt mee, dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:

  • -

    14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36f, 57, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht;

  • -

    13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 3, 6 en 7 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 4, 5, 8 en 9 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

ten aanzien van feit 2:

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 4:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

ten aanzien van feit 5:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 8

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

ten aanzien van feit 9:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 184 (honderdvierentachtig) dagen;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 120 (honderdtwintig) dagen niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ter vaststelling van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd zal melden bij GGZ Reclassering Tactus (Raiffeisenstraat 75 te Enschede) op door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen bij de Forensische polikliniek JusTact (of een soortgelijke instelling) op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor zijn psychische problemen en middelengebruik, zo lang die zorginstelling dat noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht);

wijst de vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 1] toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 1], een bedrag van € 2.124,83,

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door benadeelde partij [slachtoffer 1] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot
€ 2.124,83, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 1];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 31 dagen.

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

wijst de vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 2] af;

veroordeelt benadeelde partij [slachtoffer 2] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door

mr. D.E. Alink, voorzitter,

mrs. J.W. du Pon en M.J.J. Visser, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.J. van Zelst, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 september 2014.