Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:10776

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27-08-2014
Datum publicatie
29-08-2014
Zaaknummer
468690 KG ZA 14-768
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 39 lid 2 TRIP’s, Auteursrecht. Slaafse nabootsing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel - voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: C/09/468690 / KG ZA 14-768

Vonnis in kort geding van 27 augustus 2014

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht

CAVOTEC GERMANY GMBH,

gevestigd te Eschborn, Duitsland,

eiseres,

advocaat: mr. S.L.H. Bergsma te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B] AVIATION B.V.
t.h.o.d.n. IN GROUND SYSTEMS,

gevestigd te Den Haag,

advocaat: mr. P.M. Kits te Utrecht,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B.V. CONSTRUCTIEWERKEN [B] & CO,

gevestigd te Den Haag,

advocaat: mr. P.M. Kits te Utrecht,

3. [A],

wonende althans verblijvende te [woonplaats],

advocaat: mr. C. Beijer te Utrecht,

gedaagden.

Partijen zullen hierna afzonderlijk Cavotec, [B] Aviation, [B] & Co en Koo genoemd worden. [B] Aviation en [B] & Co worden gezamenlijk aangeduid als [B] c.s. (in enkelvoud). Voor Cavotec zijn opgetreden de advocaat voornoemd en mr. drs. M.E. Kokke, advocaat te Amsterdam. [B] c.s. is bijgestaan door de advocaat voornoemd, alsook door mr. L.W. Cortenraad, advocaat te Utrecht. Koo is bijgestaan door de advocaat voornoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 1 juli 2014;

  • -

    de producties 1 tot en met 11 en proceskostenoverzicht (productie 12) van Cavotec;

  • -

    de producties 1 tot en met 20 en proceskostenoverzicht (productie 21) van [B] c.s.;

  • -

    de brief van de advocaat van Cavotec van 23 juli 2014, waarin de voorzieningenrechter wordt verzocht om op grond van de artikelen 27 lid 1, 28 (lid 2) en 29 lid 1 sub b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) diverse maatregelen te nemen ter bescherming van de vertrouwelijkheid van de bedrijfsgeheimen van Cavotec;

  • -

    de brief van de advocaat van [B] c.s. van 25 juli 2014, waarin op het verzoek van Cavotec wordt gereageerd;

  • -

    de brief van de advocaat van Koo van 25 juli 2014, waarin eveneens op het verzoek van Cavotec wordt gereageerd;

  • -

    de producties 1 tot en met 24 van Koo, waaronder proceskostenoverzicht (productie 23);

  • -

    de producties 25 tot en met 27 van Koo;

  • -

    het aanvullende proceskostenoverzicht van Cavotec;

  • -

    het aanvullende proceskostenoverzicht van [B] c.s.;

  • -

    het aanvullende proceskostenoverzicht van Koo;

  • -

    het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 30 juli 2014, die deels met gesloten deuren heeft plaatsgevonden, met de daaraan gehechte door partijen gehanteerde pleitnotities, waarin niet uitgesproken passages zijn doorgehaald.

1.2.

De voorzieningenrechter heeft tijdens de mondelinge behandeling beslist dat het ex artikel 29 lid 1 sub b Rv aan partijen verboden is om aan derden mededelingen te doen omtrent:

  • -

    i) de tekeningen opgenomen in randnummer 40 van het verzoekschrift dat Cavotec in het geding heeft gebracht als productie 2;

  • -

    ii) de tekeningen die zijn opgenomen in bijlage 13 bij dat verzoekschrift;

  • -

    iii) de tekeningen die zijn opgenomen in bijlage 8 bij dat verzoekschrift,

telkens voor zover de eigen tekeningen van Cavotec betreft.

Deze beslissing is opgenomen in voornoemd proces-verbaal.

1.3.

Vonnis is bepaald op heden. Aangezien in dit vonnis geen informatie is opgenomen over die gedeelten van de zitting die met gesloten deuren zijn behandeld noch het anderszins informatie bevat die door partijen als vertrouwelijk is aangemerkt, bestaat er geen aanleiding aan anderen dan partijen slechts een uittreksel te verschaffen in de zin van artikel 28 lid 4 Rv.

1.4.

De voorzieningenrechter heeft onder meer de advocaten van Cavotec verzocht om de pleitnota die zij ter zitting hebben gehanteerd digitaal aan de rechtbank te verstrekken. Een van de advocaten heeft evenwel (per e-mail) een digitale versie van de pleitnota aan de rechtbank doen toekomen waarin zij aan het einde (een in het ter zitting uitgereikte exemplaar niet voorkomende) tekst heeft toegevoegd die de repliek van Cavotec zou weergegeven. Namens de voorzieningenrechter is per e-mail aan deze advocaat van Cavotec met kopie aan de advocaten van [B] c.s. en Koo bericht dat dit niet toelaatbaar werd geoordeeld wegens strijd met de goede procesorde, en dat op de toegevoegde tekst geen acht zou worden geslagen.

2 De feiten

2.1.

De rechtspersoon naar Zweeds recht (voorheen geheten) Combi Box System Scandinavia AB (hierna: “Combi Box (oud)”) heeft een onderneming gedreven die zich bezig hield met het ontwerpen, ontwikkelen en verkopen van specialistische putten voor vliegvelden van waaruit via één gecombineerd systeem in korte tijd elektriciteit, verse lucht en vloeistoffen (zoals brandstof en water) kunnen worden bijgevuld, ververst en/of afgevoerd. Dergelijke putten worden hierna aangeduid als “Vliegtuigputten”. Combi Box (oud) is op 26 november 2003 failliet verklaard.

2.2.

De rechtspersoon naar Zweeds recht (voorheen geheten) Combibox Systems Scandinavia AB (hierna ook: “Combibox”) heeft (in ieder geval vanaf het jaar 2004) eveneens een onderneming gedreven die zich bezig hield met het ontwerpen, ontwikkelen en verkopen van Vliegtuigputten.

2.3.

Koo is in dienst geweest van Combi Box (oud). Vervolgens is Koo van 2004 tot en met juni 2010 in dienst geweest van Combibox. Koo vervulde bij Combibox verschillende functies op het gebied van ontwerp, productontwikkeling, productie en logistiek. In de arbeidsovereenkomst van Koo met Combibox was geen concurrentiebeding, relatiebeding of geheimhoudingsbeding opgenomen. In de laatste periode van zijn dienstverband bij Combibox heeft Koo digitale bestanden ter zake van Vliegtuigputten waarover Combibox beschikte, voor eigen gebruik gekopieerd.

2.4.

Koo heeft de rechtspersoon naar Zweeds recht IGS Sweden AB (hierna: “IGS Sweden”) opgericht. Vanaf eind 2010 heeft IGS Sweden Vliegtuigputten aangeboden. IGS Sweden heeft daarbij gebruik gemaakt van een bedrijfspresentatie met teksten, foto’s en 3D CAD tekeningen, zoals door Cavotec in dit geding overgelegd als bijlage 3 bij productie 2 (hierna: “de bedrijfspresentatie van IGS Sweden”).

2.5.

Op 3 september 2012 heeft Cavotec de bedrijfsactiviteiten van Combibox overgenomen door middel van een met Combibox gesloten zo aangeduide “asset purchase agreement” (hierna: “de overname-overeenkomst”).

2.6.

Op 10 oktober 2012 is de naam van Combibox gewijzigd van Combibox Systems Scandinavia AB in Hemion Systems AB.

2.7.

Op 3 december 2012 heeft de Zweedse rechter Cavotec verlof verleend om ten aanzien van IGS Sweden en Koo een inbreukonderzoek uit te voeren op grond van de Zweedse auteurswet. Bij dit onderzoek is een groot aantal van de onder 2.3. bedoelde bestanden aangetroffen.

2.8.

Op 14 februari 2013 heeft de Zweedse rechter in een procedure tussen Cavotec als eiseres en IGS Sweden en Koo als gedaagden een voorlopige voorziening getroffen zonder dat IGS Sweden en Koo daarbij zijn gehoord. De beslissing hield kort gezegd in dat het IGS Sweden en Koo werd verboden om de in die procedure als producties overgelegde materialen van Cavotec ter zake van Vliegtuigputten (hierna: “de Overgelegde Materialen”) te (laten) kopiëren, of dit materiaal ter beschikking te (laten) stellen aan derden, op straffe van een boete.

2.9.

Op 16 mei 2013 is [B] Aviation opgericht. Bestuurders van [B] Aviation zijn Netway Investments B.V. en C & J Technology B.V. (hierna: C&J). C&J is eveneens op 16 mei 2013 opgericht en heeft als enig bestuurder en aandeelhouder Koo. Een van de bestuurders van Netway Investments B.V. is de heer [B]. [B] Aviation handelt in Vliegtuigputten.

2.10.

Enig bestuurder van [B] & Co is [B] Beheer- en Beleggingsmaatschappij B.V. Een van de bestuurders van [B] Beheer- en Beleggingsmaatschappij B.V. is de heer S.J. [B].

2.11.

Cavotec heeft bij de Zwitserse rechter een bodemprocedure tegen IGS Sweden en Koo aanhangig gemaakt.

2.12.

Op 10 oktober 2013 hebben Cavotec enerzijds en IGS Sweden en Koo anderzijds een vaststellingsovereenkomst gesloten (hierna: de Vaststellingsovereenkomst). In de onbestreden Engelse vertaling van de Vaststellingsovereenkomst is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:

“1.1 [Cavotec] filed a document instituting the proceedings (…) against [IGS Sweden] and [Koo] (…) in respect of infringement in accordance with the Swedish Copyright Act (...) and a violation of the Swedish Trade Secrets Act (…) in respect of rights and materials developed in the company acquired by Cavotec, Combibox Systems Scandinavia AB (hereinafter “Combibox”)

(…)

2.2 [

Koo] confirms that no agreement existed or exists with Combibox or Cavotech according to which he was entitled to use materials created by him during the period of time he was employed or engaged by Combibox. Accordingly, [Koo] confirms that he is not entitled to use any material at all which belonged to Combibox (now Cavotec), either in original or processed form.

2.3 [

Koo] and [IGS] shall – subject to a conditional fine to Cavotec in the amount of SEK 500,000 for each individual breach – be prohibited from:

  1. in their own or a third party’s operations, in any manner, using or referring to any material at all which belongs to Cavotec, including, among other things, the Material in accordance with the claim form referred to in paragraph 1.1 above, but also all other material belonging to Cavotec and the acquired business, Combibox, among other things, CAD drawings, 3D CAD drawings, design and production drawings, technical descriptions, offers, brochures, photographs, company presentations and manuals (hereinafter referred to as “Cavotec’s Material”),

  2. in its own or a third parties operations, creating any adaptation of Cavotec’s Material,

  3. directly or indirectly making any of Cavotec’s Material, or any adaptation of Cavotec’s Material, available to third parties (among other things, by transferring, showing or in some other manner making it available).

2.4 [

Koo] and [IGS Sweden] undertake to immediately destroy or erase Cavotec’s Material including any adaptation of Cavotec’s Material in their possession, and ensure that Cavotec’s Material, including any adaptation of Cavotec’s Material in the possession of third parties as a result of having been made available by [Koo] or [IGS Sweden], is immediately destroyed.

(…)

3.1

This agreement shall be governed by Swedish law.”

2.13.

De bodemprocedure in Zweden is vervolgens op verzoek van Cavotec doorgehaald.

2.14.

Avicorp Middle East FCZO (hierna: “Avicorp”) is een tussenpersoon van IGS Sweden en [B] Aviation. Op 18 november 2013 heeft Avicorp een offerte uitgebracht aan een derde, met aangehecht de bedrijfspresentatie van IGS Sweden.

2.15.

Op 4 juni 2014 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag een verzoekschrift ontvangen van Cavotec dat zich richtte tegen [B] Aviation en Koo als gerekwestreerden en waarin wordt verzocht om verlof voor het leggen van conservatoir bewijsbeslag, afgifte ter gerechtelijke bewaring alsmede tot het laten opmaken van een gedetailleerde beschrijving. Aan het verzoekschrift waren 15 bijlagen gehecht, waaronder als bijlage 8 een DVD met daarop opgeslagen de Overgelegde Materialen en als bijlage 13 een “infringement analysis” met 3 appendices, waarin drie typen Vliegtuigputten worden beschreven (hierna: “de Vliegtuigputten A, B en C”). Cavotec heeft dit verzoekschrift overgelegd als productie 2 bij dagvaarding in dit geding.

2.16.

Op 6 juni 2014 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag Cavotec verlof verleend om conservatoir bewijsbeslag te leggen onder [B] Aviation en Koo, alsook verlof verleend voor afgifte ter gerechtelijke bewaring (hierna: “het Verlof”). In het Verlof is onder meer het volgende opgenomen:

“De voorzieningenrechter

3.1.

verleent verlof voor het leggen van conservatoir bewijsbeslag onder gerekwestreerden op de twee in het verzoekschrift genoemde adressen onder de volgende voorwaarden:

3.1.1.

het verlof is beperkt tot afschriften en digitale kopieën van documenten en bescheiden, waaronder ook elektronische documenten en data, die (a) ontleend (kunnen) zijn aan documenten en bescheiden die op de DVD zijn opgeslagen die als bijlage 8 bij het verzoekschrift is overgelegd en (b) documenten en bescheiden die betrekking hebben op de in bijlage 13, appendix 1,2 en 3 beschreven types putten”.

2.17.

Op 11 juni 2014 heeft de voorzieningenrechter op verzoek van Cavotec het verlof uitgebreid ten aanzien van de locaties waar beslag mocht worden gelegd. Op 12 juni 2014 heeft Cavotec bewijsbeslag onder [B] Aviation en Koo gelegd.

2.18.

De deurwaarder heeft met instemming van de betrokken partijen geen selectie gemaakt van de documenten en bescheiden genoemd in rov. 3.1.1. onder a en b van het Verlof, maar beslag gelegd op “mogelijk relevante digitale data, zich bevindende op, althans te benaderen vanaf het de in het bedrijfspand aanwezige computersysteem” op de locatie IJzerwerf 15 te (2544 EP) Den Haag, en een kopie van die data in gerechtelijke bewaring genomen. Deze data worden hierna aangeduid als: “de Beslagen Materialen”.

3 Het geschil

3.1.

Cavotec vordert – samengevat – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  • -

    A) Gedaagden ieder afzonderlijk verbiedt om inbreuk te maken op de rechten van Cavotec, in het bijzonder door hen te verbieden aan Cavotec toebehorende materialen of aanpassingen daarvan, waaronder in elk geval begrepen alle documenten of bescheiden die (kunnen) zijn ontleend aan de Overgelegde Materialen, te gebruiken, verveelvoudigen of openbaren;

  • -

    B) Gedaagden ieder afzonderlijk verbiedt om de typen Vliegtuigputten A, B en C aan te bieden of te verhandelen:

  • -

    C) [B] c.s. beveelt om binnen 3 dagen na betekening van dit vonnis een brief te sturen aan:

(i) haar contacten bij wie offertes uitstaan waarbij gebruik is gemaakt van materialen en/of bedrijfsgeheimen van Cavotec, en

(ii) alle potentiële kopers aan wie zij de typen Vliegtuigputten A, B en C heeft verkocht of gedistribueerd,

met daarin het volgende:

“Dear Customer,

We have offered/sold/distributed to you fixed in ground service pits for aircrafts that infringe the propriety rights of one of our competitors. In our offering process, we may have also used copyrighted materials and trade secrets of this competitor. We have therefore decided to immediately cease the offering, sale and distribution of all products at issue, including the [B] Single 400Hz Pit, the [B] Combination 400Hz & PCA Pit and the [B] 4x400Hz Pop Up and RCC chamber Pit.

Currently, litigation regarding our infringements is still pending. We will inform you of the outcome and the possible consequences for you thereof in due time.

Yours sincerely,

B.V. Constructiewerken [B] & Co

[B] Aviation B.V.”,

steeds met van elke uit te sturen brief een kopie aan de advocaten van Cavotec, althans aan een door de voorzieningenrechter te bepalen onafhankelijke derde;

( D) [B] c.s. beveelt om binnen 3 dagen na betekening van dit vonnis de volgende tekst op haar website te plaatsen:

[B] IN-GROUND SERVICE PITS INFRINGE PROPRIETY RIGHTS OF CAVOTEC GERMANY GMBH

We have offered/sold/distributed fixed in-ground service pits for aircrafts that infringe the propriety rights of one of our competitors. In our offering process, we may have also used copyrighted materials and trade secrets of this competitor. We have therefore decided to immediately cease the offering, sale and distribution of all products at issue, including the [B] Single 400 Hz Pit, the [B] Combination 400 Hz & PCA Pit and the [B] 4x400 Hz Pop Up and RCC chamber Pit.

Currently, litigation regarding our infringements is still pending. We will inform our relevant customers of the outcome and the possible consequences for them thereof in due time.

B.V. Constructiewerken [B] & Co

[B] Aviation B.V.”

  • -

    E) de vorderingen onder A tot en met D toewijst op straffe van verbeurte van dwangsommen;

  • -

    F) primair: beveelt dat het Verlof in die zin kan worden toegepast dat selectie althans separatie van de Beslagen Materialen plaatsvindt door deze te doorzoeken aan de hand van een door Cavotec samengestelde lijst met zoekwoorden en dat [B] Aviation en Koo dit dienen te gedogen;

althans subsidiair: beveelt dat het Verlof in die zin kan worden toegepast dat de selectie althans separatie van de Beslagen Materialen plaatsvindt door een door de voorzieningenrechter te benoemen onafhankelijke deskundige en dat [B] Aviation en Koo dit dienen te gedogen;

althans meer subsidiair: [B] Aviation en Koo hoofdelijk beveelt te gedogen en indien nodig medewerking te verlenen aan de selectie althans separatie van de Beslagen Materialen op een door de voorzieningenrechter te bepalen wijze;

  • -

    G) [B] Aviation en Koo ieder afzonderlijk veroordeelt toe te staan en te gedogen dat (kopieën) van de op basis van de op de bevolen wijze geselecteerde bescheiden (hierna: “de Geselecteerde Bescheiden”) aan Cavotec worden afgegeven, althans dat Cavotec inzage daarin krijgt;

  • -

    H) Gedaagden hoofdelijk veroordeeld tot voldoening van een dwangsom bij overtreding van het bevel gevorderd onder F;

  • -

    I) bepaalt dat de Beslagen Materialen in gerechtelijke bewaring blijven bij de deurwaarder en niet eerder geretourneerd hoeven te worden aan [B] Aviation en Koo dan nadat de selectieprocedure bedoeld onder F is afgerond, waarna uitsluitend geselecteerde documenten en bescheiden in bewaring zullen blijven en al het overige geretourneerd zal worden, met verstrekking aan [B] Aviation en Koo van een kopie van de documenten en bescheiden die in gerechtelijke bewaring zullen blijven;

  • -

    J) voor zover de voorzieningenrechter meent dat bij toewijzing van de exhibitie-vordering de bescherming van enige vertrouwelijke informatie niet gewaarborgd zou zijn: bepaalt dat een onafhankelijke deskundige wordt aangesteld om de Geselecteerde Bescheiden in te zien alvorens tot afgifte althans inzage wordt overgegaan, waarbij deze onafhankelijke deskundige een verklaring zal opstellen over de Geselecteerde Bescheiden en aan de voorzieningenrechter zal rapporteren welke van de Geselecteerde Bescheiden hij als vertrouwelijk beschouwd, waarna de voorzieningenrechter beslist welke documenten en bescheiden aan Cavotec dienen te worden verstrekt;

  • -

    K) hoofdelijke veroordeling van gedaagden in de proceskosten op de voet van artikel 1019h Rv, te vermeerderen met rente.

3.2.

Cavotec legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag.

3.2.1.

Koo is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de Vaststellingsovereenkomst, nu hij de door hem meegenomen aan Cavotec toebehorende materialen niet heeft vernietigd en deze bovendien aan derden/[B] c.s. heeft geopenbaard. Primair geldt dat [B] c.s. met IGS Sweden moet worden vereenzelvigd en gelet hierop eveneens toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de vaststellingsovereenkomst. Subsidiair geldt dat [B] c.s. onrechtmatig handelt jegens Cavotec door op onrechtmatige wijze van de wanprestatie van Koo en IGS Sweden te profiteren.

3.2.2.

Gedaagden handelen voorts onrechtmatig jegens Cavotec door gebruik te maken van bedrijfsgeheimen van Cavotec, dan wel door deze zonder toestemming van Cavotec openbaar te maken. Cavotec verwijst in dit verband naar artikel 39 lid 2 van de Agreement on Trade-Related Aspects of Intellectual Property Rights (TRIPs).

3.2.3.

De Vliegtuigputten A, B en C die [B] Aviation levert of heeft geleverd, een handel waarbij [B] & Co is betrokken, zijn slaafse nabootsingen van de Vliegtuigputten die worden verhandeld door (thans) Cavotec. Derhalve is het verhandelen van de Vliegtuigputten A, B en C onrechtmatig.

3.2.4.

Combibox heeft haar onderneming en de intellectuele eigendomsrechten aangaande de door haar geëxploiteerde Vliegtuigputten overgedragen aan Cavotec. Gedaagden maken inbreuk op de auteursrechten van (thans) Cavotec door materialen die door Koo zijn gekopieerd van auteursrechtelijk beschermde materialen van (destijds) Combibox openbaar te maken en te verveelvoudigen. Koo maakt deze materialen in ieder geval openbaar aan [B] c.s., die ze weer openbaar maakt aan derde partijen. Auteursrechtelijk beschermde materialen van (thans) Cavotec zijn opgenomen in de bedrijfspresentatie van [B] Aviation.

3.2.5.

Partijen twisten nog over de wijze waarop de selectie van de Beslagen Bestanden dient plaats te vinden. Indien de voorzieningenrechter bepaalt dat de beslagen bestanden niet hoeven te worden geretourneerd totdat de selectieprocedure is afgerond, worden [B] Aviation en Koo daardoor niet in hun belangen geschaad, aangezien slechts kopieën van de bestanden in beslag zijn genomen.

3.2.6.

Cavotec heeft rechtmatig belang bij exhibitie van de Geselecteerde Bescheiden teneinde de inbreuk op haar auteursrechten en haar handelsgeheimen verder te kunnen bewijzen en de omvang daarvan te bepalen. De Geselecteerde Bescheiden zijn voldoende bepaald en hebben betrekking op een rechtsbetrekkingen waarbij Cavotec partij is, nu sprake is onrechtmatig handelen en wanprestatie jegens haar.

4 De beoordeling

Bevoegdheid

4.1.

De internationale bevoegdheid van deze rechtbank om van de vorderingen kennis te nemen berust op artikel 2 van de Verordening (EG) nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, nu gedaagden woonplaats hebben in Nederland. Daarmee bestaat ook bevoegdheid voor de voorzieningenrechter om voorlopige maatregelen te treffen. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag is relatief bevoegd op grond van artikel 99 Rv gelet op het feit dat gedaagden woonplaats hebben in Den Haag. De bevoegdheid is overigens niet bestreden.

Spoedeisend belang

4.2.

Het voor een in kort geding te treffen voorlopige voorziening spoedeisend belang bij de verbodsvorderingen volgt uit het gestelde voortdurende karakter van de gestelde inbreuk op de intellectuele eigendomsrechten van Cavotec door gedaagden en van de gestelde onrechtmatige gedragingen door gedaagden jegens Cavotec.

Inleiding

4.3.

Na daartoe door de voorzieningenrechter van deze rechtbank verleend verlof heeft Cavotec conservatoir bewijsbeslag doen leggen onder [B] Aviation en Koo (niet ook onder [B] & Co) met afgifte ter gerechtelijke bewaring. Aan het verlof is onder meer de voorwaarde verbonden dat de eis in de hoofdzaak in de zin van artikel 700 lid 3 Rv binnen 30 dagen na het beslag moet zijn ingesteld. Dit geding is onder meer ingesteld om het onder [B] Aviation en Koo gelegde beslag te valideren. Verder is het ingesteld om een beslissing te krijgen over de wijze van selectie van de beslagen materialen die zich bij de gerechtelijk bewaarder bevinden. Het geding heeft tevens als doel afgifte dan wel inzage te verkrijgen in de selectie teneinde (verder) bewijs te verzamelen over het onrechtmatig handelen door gedaagden en om de omvang daarvan vast te stellen (vgl. pleitnota mr. Kokke, paragraaf 4). Daarnaast stelt Cavotec een verbodsvordering in die – kort gezegd – ziet op het staken van inbreuk op haar auteurs- en know how-rechten, alsook op het staken van het verhandelen van Vliegtuigputten die volgens Cavotec slaafse nabootsingen zijn van de door haar verhandelde Vliegtuigputten.

De vordering onder A

4.4.

Cavotec vordert onder A een inbreukverbod, en niet een veroordeling tot nakoming van de Vaststellingsovereenkomst (al dan niet wegens vereenzelviging). Cavotec vordert onder A evenmin het staken van een onrechtmatige daad bestaande in het profiteren van wanprestatie. Voorts heeft de advocaat van Cavotec tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd uitgelegd dat is bedoeld om onder A een verbod te vorderen op inbreuk op (i) aan Cavotec toebehorende know how ter zake van Combibox Vliegtuigputten en (ii) intellectuele eigendomsrechten, met name auteursrechten. Gelet op die toelichting wordt het ervoor gehouden dat Cavotec aan de vordering onder A niet de Vaststellingsovereenkomst of het onrechtmatig profiteren van wanprestatie ter zake van die overeenkomst ten grondslag legt.

4.5.

Cavotec heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat gedaagden onrechtmatig met haar concurreren nu zij op onrechtmatige wijze gebruik maken van de bedrijfsgeheime know how van Cavotec, en dan met name van technische tekeningen, dan wel deze know how openbaar maken. Voor zover de vordering onder A op know how ziet, kan deze volgens Cavotec worden toegewezen gelet op het bepaalde in artikel 39 lid 2 TRIPs. De vraag kan worden gesteld op grond van welk nationaal recht moet worden beoordeeld of in dat kader een verbod aan gedaagden dient te worden opgelegd. Gelet op het volgende behoeft deze vraag evenwel geen beantwoording.

4.6.

De in artikel 39 lid 2 TRIPs bedoelde bescherming van bedrijfsgeheimen moet in het Nederlandse materiële recht worden geacht te zijn geïncorporeerd in artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek (BW). Ook de andere landen waarmee deze rechtszaak is verbonden (met name Zweden en Duitsland) zijn bij TRIPs aangesloten, zodat artikel 39 lid 2 TRIPs ook in het materiele recht van die landen moet geacht worden te zijn geïncorporeerd. Ingevolge artikel 39 lid 2 TRIPs dient de mogelijkheid om het naar buiten brengen van vertrouwelijke bedrijfsinformatie te voorkomen, (slechts) te worden geboden voor zover er onder de omstandigheden redelijke maatregelen zijn genomen om deze informatie geheim te houden. Cavotec heeft onvoldoende gesteld om aan te nemen dat Combibox dat heeft gedaan. Ook heeft zij niet bestreden dat in de arbeidsovereenkomst tussen Combibox en Koo niet alleen geen non-concurrentiebeding en relatiebeding was bedongen, maar ook, zoals Koo ter zitting heeft gesteld, geen geheimhoudingsbeding in de overeenkomst was opgenomen. Dit is een sterke aanwijzing dat Combibox zich hiertoe onvoldoende moeite heeft getroost. Het opnemen van geheimhoudingsbedingen in arbeidsovereenkomsten van werknemers is immers bij uitstek een redelijke en weinig inspanning vergende maatregel om de geheimhouding van bedrijfsgeheime informatie te waarborgen. Cavotec heeft verder niet gesteld, laat staan onderbouwd, dat een dergelijke geheimhoudingsverplichting op grond van Zweeds recht reeds uit de arbeidsovereenkomst zou voortvloeien. Daar komt nog bij dat Cavotec ook niet heeft weersproken dat Koo over enorm veel eigen vakkennis beschikt – in feite leunde Combibox volledig op Koo (vgl. pleitnota mr. Beijer, paragraaf 11) – en die, vanwege zijn opleiding en ervaring, ook kan vertalen naar tekeningen en instructies. Hier doet zich het dilemma voor of kennis die een werknemer in de looptijd van zijn dienstverband heeft opgedaan nu als bedrijfsgeheim van de werkgever heeft te gelden of als een eigen vaardigheid of deskundigheid van de werknemer, waarop de werkgever geen aanspraak kan maken. Zulks valt in het kader van dit kort geding, en gezien ook het beperkte partijdebat daarover, niet goed vast te stellen en zal – aan de hand van nader onderzoek aan het beslagen bewijs (zie hierna) – in een eventuele bodemprocedure aan de orde kunnen komen. Dit een en ander leidt ertoe dat het gevorderde verbod op het gebruik of openbaren van know how ter zake Combibox, ongeacht in welke toepasselijke nationale regeling deze bepaling doorwerkt of is omgezet, wordt afgewezen nu onvoldoende aannemelijk is geworden dat sprake is van geheime know how in de zin van artikel 39 lid 2 TRIPs, evenmin als dat Koo die know how ten behoeve van [B] Aviation toepast.

4.7.

Voor het overige legt Cavotec aan de vordering onder A het auteursrecht ten grondslag. Zij vordert dit verbod zonder territoriale beperking, althans voor alle landen waar TRIPs van toepassing is. Cavotec heeft evenwel niet concludent gesteld welke gedaagde, in welk land en op welke wijze auteursrechtelijk voorbehouden handelingen zou hebben verricht zodat onduidelijk is naar welk recht de auteursrechtelijk ingestoken vorderingen moeten worden beoordeeld. Alleen al daarom worden de auteursrechtelijk ingestoken vorderingen, voor zover deze niet zien op Nederland, afgewezen. Voor zover de bescherming voor Nederland wordt gevorderd, is ingevolge artikel 8 lid 1 van Verordening (EG) nr. 864/2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome I) Nederlands recht van toepassing, en geldt het volgende.

4.8.

Cavotec stelt dat een (groot) aantal materialen dat is opgenomen in de bedrijfspresentatie van IGS Sweden uit 2012 (overgelegd als bijlage 3 bij productie 2 van Cavotec), zoals teksten, foto’s en 3D CAD tekeningen, van Combibox afkomstig waren en hebben te gelden als auteursrechtelijk beschermde werken. Deze presentatie heeft geleid tot de Zweedse procedure welke door middel van de Vaststellingsovereenkomst is geëindigd.

4.9.

In het kader van dit kort geding is onvoldoende aannemelijk geworden dat Koo, [B] Aviation en/of [B] & Co nadien inbreuk hebben gemaakt op gesteld auteursrechtelijk beschermde werken van Cavotec. In feite beroept Cavotec zich in dit verband slechts op de als bijlage 12 bij productie 2 overgelegde [B] Aviation Bedrijfspresentatie en de aan een offerte van Avicorp van 18 november 2013 gehechte oude bedrijfspresentatie van IGS Sweden (overgelegd als productie 10).

4.10.

Wat de bedrijfspresentatie van [B] Aviation betreft, geldt het volgende. Tijdens de mondelinge behandeling is van de zijde van Cavotec aangegeven dat zij zich niet (langer) op het standpunt stelt dat (de ontwerpen van) de Combibox/Cavotec Vliegtuigputten auteursrechtelijk zijn beschermd. De voorzieningenrechter maakt hieruit de gevolgtrekking dat Cavotec ook niet (langer) betoogt dat de ontwerpelementen van de Vliegtuigputten die op de technische 2D-tekeningen zijn weergegeven, auteursrechtelijk beschermd zijn. Datzelfde geldt voor de ontwerpelementen van de 3D CAD tekeningen van Cavotec. Kennelijk meent Cavotec dat haar 3D CAD-tekeningen op een ander vlak nieuw en oorspronkelijk zijn. Voorshands kan dat niet worden ingezien maar zelfs als het standpunt van Cavotec voor een ogenblik wordt gevolgd, geldt dat zij heeft nagelaten gemotiveerd te onderbouwen welke in haar 3D CAD-tekeningen voorkomende beschermde trekken in de figuren van de bedrijfspresentatie van [B] Aviation zouden zijn overgenomen. Derhalve is voorshands niet aannemelijk dat op dit punt sprake is van auteursrechtinbreuk door [B] Aviation en/of [B] & Co.

4.11.

Ten aanzien van de aan de offerte van Avicorp gehechte bedrijfspresentatie van IGS Sweden, geldt dat Cavotec niet heeft gesteld, althans niet onderbouwd, dat [B] Aviation en/of [B] & Co de bedrijfspresentatie van IGS Sweden aan Avicorp of andere partijen heeft geopenbaard. Derhalve is er geen reden om aan te nemen dat [B] Aviation of [B] & Co aldus inbreuk hebben gemaakt op de auteursrechten van Cavotec. Dat Koo de IGS Sweden bedrijfspresentatie (na de schikkingsovereenkomst) aan Avicorp heeft geopenbaard, is evenmin gesteld noch is dat voldoende aannemelijk geworden.

4.12.

Ten aanzien van de rest van de Overgelegde Materialen heeft Cavotec onvoldoende gemotiveerd gesteld dat en waarom deze auteursrechtelijk zijn beschermd. Reeds daarom wordt ook dienaangaande geen inbreukverbod gegeven.

4.13.

Bij die stand van zaken kan in het midden blijven of, zoals [B] c.s. en Koo hebben betoogd, de intellectuele eigendomsrechten van Combi Box (oud) ter zake van de door haar geëxploiteerde Vliegtuigputten niet zouden zijn overgegaan op Combibox, die die rechten op haar beurt dan niet heeft kunnen overdragen aan Cavotec.

De vordering onder B

4.14.

Cavotec heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij de vordering onder B (uitsluitend) baseert op slaafse nabootsing. Nog daargelaten of naar het toepasselijke nationale recht de figuur van slaafse nabootsing wel bestaat, stuit de vordering onder B er reeds op af dat in de processtukken van Cavotec foto’s van de Vliegtuigputten van Cavotec/Combibox die zouden zijn nagebootst, ontbreken. Dat maakt immers dat het voor de voorzieningenrechter niet mogelijk is te beoordelen of de Vliegtuigputten A, B en C van [B] Aviation een (slaafse) nabootsing vormen van de door Cavotec verhandelde Vliegtuigputten, hetgeen [B] c.s. en Koo bestrijden. Derhalve hoeft niet te worden ingegaan op de vraag aan de hand van welk nationaal recht de vordering onder B moet worden beoordeeld.

De vorderingen onder C, D en E

4.15.

Uit hetgeen hiervoor is overwogen, volgt dat niet aannemelijk is geworden dat [B] c.s. Vliegtuigputten heeft verhandeld die inbreuk maken op rechten van Cavotec, auteursrechtelijk beschermde werken van Cavotec heeft geopenbaard of op onrechtmatige wijze gebruik heeft gemaakt van haar gestelde bedrijfsgeheime know how. Daarom worden de vorderingen onder C en D afgewezen. Nu de vorderingen onder A tot en met D worden afgewezen, moet dat ook gelden voor de vordering onder E.

De vorderingen onder F, G, H, I en J

4.16.

Cavotec vordert exhibitie van de Geselecteerde Bescheiden op grond van artikel 843a Rv jo. 1019a Rv. [B] Aviation en Koo hebben deze vordering niet weersproken. Onder die omstandigheid is artikel 24 Rv van toepassing en heeft de rechter geen bevoegdheid ambtshalve een of meer verweren daartegen bij te brengen en de vordering daarop af te wijzen (ECLI:NL:HR:2006:AV7032, HR 6 oktober 2006). Reeds daarom wordt de vordering tot exhibitie van de Geselecteerde Bescheiden toegewezen.

4.17.

In het Verlof is toestemming verleend voor het leggen van beslag op (a) afschriften en digitale kopieën van documenten en bescheiden die ontleend kunnen zijn aan Overgelegde Materialen en (b) op documenten en bescheiden die betrekking hebben op de Vliegtuigputten A, B en C. Nu het voor de deurwaarder problemen opleverde om bij het leggen van beslag aldus ter plaatse en binnen een redelijk tijdsbestek te selecteren, heeft hij met instemming van Cavotec, [B] Aviation en Koo beslag gelegd op digitale kopieën van alle documenten en bescheiden de beschikbaar waren vanaf de computer op de locatie waar beslag is gelegd.

4.18.

Cavotec enerzijds en [B] Aviation en Koo anderzijds zijn nadien in overleg getreden over de wijze waarop de selectie die op grond van het Verlof is vereist, alsnog kon worden gemaakt. Cavotec heeft onweersproken gesteld dat er dienaangaande overeenstemming is bereikt op de volgende punten:

  • -

    de ICT-deskundigen van Probatius B.V. zullen een nadere selectie van de Beslagen Materialen maken aan de hand van de door Cavotec in dit geding als productie 11 overgelegde lijst met zoekwoorden;

  • -

    De aan de hand van deze zoekwoorden geselecteerde materialen worden eerst ter inzage gegeven aan de advocaten van [B] Aviation en Koo. Zij worden in de gelegenheid gesteld aan te geven welke informatie zij als concurrentiegevoelig of personeelsvertrouwelijk beschouwen. Als concurrentiegevoelige informatie zal alleen worden beschouwd (i) namen en informatie over klanten en handelspartners, (ii) kostprijzen van ingekochte materialen, (iii) niet-publieke verkoopprijzen van producten; en (iv) gevoelige commercieel-strategische informatie;

  • -

    De gerechtelijk bewaarder zal de advocaten van Cavotec vervolgens inzage geven in die documenten waarin zich volgens de advocaten van [B] Aviation of Koo concurrentiegevoelige of personeelsvertrouwelijke informatie bevindt. Wanneer tussen de advocaten van de drie partijen overeenstemming is bereikt over welke informatie heeft te gelden als concurrentiegevoelig of personeelsvertrouwelijk, zal deze informatie in de betreffende bescheiden worden geanonimiseerd;

  • -

    Indien tussen de advocaten geen onderlinge overeenstemming wordt bereikt over het wel of niet anonimiseren van bepaalde informatie, zal de gerechtelijke bewaarder als onafhankelijke deskundige zich hierover uitspreken.

4.19.

Partijen verschillen alleen nog van mening over de vraag of het zoeken uitsluitend met exact deze zoektermen dient te geschieden of dat dient te worden gezocht “aan de hand” van deze zoektermen, in die zin dat ook op delen van deze zoektermen mag worden gezocht. Cavotec wenst het laatste, stellende dat zij heeft bemerkt dat [B] Avaition en Koo kleine variaties in coderingen hebben aangebracht, waardoor het zoeken op alleen exact de overeengekomen zoektermen een te beperkt resultaat zou opleveren.

4.20.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter wordt het meest recht gedaan aan het Verlof indien op de wijze waarop Cavotec dat wenst aan de hand van de overeengekomen zoektermen wordt gezocht. Derhalve zal het door Cavotec onder F primair althans meer subsidiair gevorderde in die zin worden toegewezen dat de dient te worden geselecteerd op de wijze omschreven in r.o. 4.18., waarbij aan de hand van de overeengekomen zoekwoorden wordt gezocht, in die zin dat ook op delen van deze zoektermen mag worden gezocht, op straffe van verbeurte van een dwangsom als in het dictum vermeld, te voldoen door [B] Avaition en Koo.

4.21.

Er is geen rechtsgrond om ook [B] & Co tot voldoening van deze dwangsom te veroordelen, nu het beslag niet onder haar is gelegd en het bevel niet aan haar wordt gegeven. In zoverre wordt de vordering onder H afgewezen.

4.22.

Koo en [B] Aviation hebben zich er niet tegen verzet dat de Beslagen Materialen in gerechtelijke bewaring blijven totdat de selectieprocedure is afgerond op de wijze als gevorderd onder I. Gelet hierop wordt deze vordering toegewezen.

4.23.

De voorzieningenrechter gaat ervan uit nu de Geselecteerde Bescheiden zijn geselecteerd op de wijze als beschreven onder r.o. 4.18. met het doel vertrouwelijke informatie te beschermen, er geen reden is om aan te nemen dat bij exhibitie van de Geselecteerde Bescheiden de bescherming van enige vertrouwelijke informatie niet gewaarborgd zou zijn. Derhalve is de voorwaarde waaronder de vordering onder J is ingesteld, niet vervuld, zodat deze vordering geen behandeling behoeft.

Proceskosten

4.24.

Nu alle vorderingen jegens [B] & Co worden afgewezen, moet Cavotec jegens [B] & Co als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd en derhalve in de proceskosten van [B] & Co worden veroordeeld.

4.25.

[B] c.s. heeft in totaal (€ 19.785,96 plus € 13.016,80 is) € 32.802,76 aan kosten gevorderd. Cavotec heeft deze specificatie niet weersproken. De rechtbank rekent 50% van deze kosten toe aan [B] Aviation en 50% aan [B] & Co. [B] c.s. heeft de verhouding IE-grondslag en niet IE-grondslag geschat op 100/0. De voorzieningenrechter schat deze echter met Cavotec op 50% - 50%. Dat betekent dat het IE-deel van de proceskosten van [B] Aviation kan worden begroot op (50% van 50% van € 32.802,76 is) € 8.200,69. Het niet IE-deel kan dan worden begroot op (50% van 1 punt x tarief € 816,-- is) € 408,--. De totale te vergoeden proceskosten van [B] & Co bedragen aldus € 8.608,69, te vermeerderen met € 608,-- aan vastrecht, oftewel € 9.216,69.

4.26.

Cavotec en [B] Aviation worden over en weer in het ongelijk gesteld. Derhalve zullen de proceskosten tussen deze partijen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4.27.

Cavotec en Koo worden eveneens over en weer in het ongelijk gesteld. Gelet hierop zal de voorzieningenrechter ook de proceskosten tussen deze partijen compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

1019i Rv termijn

4.28.

Voor zover de toe te wijzen voorlopige maatregelen al als maatregelen in de zin van artikel 1019i Rv hebben te gelden, geldt dat er reeds een TRIPs-termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak loopt ingevolge de beschikking van de voorzieningenrechter van 6 juni 2014, zodat voor het bepalen van een afzonderlijke termijn geen aanleiding bestaat.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

beveelt dat het Verlof in die zin kan worden toegepast dat de selectie althans separatie van de Beslagen Materialen plaatsvindt door deze te doorzoeken op in r.o. 4.18. beschreven wijze aan de hand van de tussen partijen overeengekomen lijst met zoektermen en dat [B] Aviation en Koo dit dienen te gedogen, op straffe van een dwangsom van € 5.000,-- per dag of deel van een dag dat dit bevel wordt overtreden of de overtreding voortduurt, tot een maximum van € 100.000,--;

5.2.

veroordeelt [B] Aviation en Koo toe te staan en te gedogen dat (kopieën) van de Geselecteerde Bescheiden aan Cavotec worden afgegeven,

5.3.

bepaalt dat de Beslagen Materialen in gerechtelijke bewaring blijven bij de deurwaarder en niet eerder geretourneerd hoeven te worden aan [B] Aviation en Koo dan nadat de selectieprocedure bedoeld onder 5.1 is afgerond, waarna uitsluitend geselecteerde documenten en bescheiden in bewaring zullen blijven en al het overige geretourneerd zal worden, met verstrekking aan [B] Aviation en Koo van een kopie van de documenten en bescheiden die in gerechtelijke bewaring zullen blijven;

5.4.

veroordeelt Cavotec in de proceskosten van [B] & Co, tot op heden begroot op € 9.216,69;

5.5.

compenseert de proceskosten tussen Cavotec en [B] Aviation in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.6.

compenseert de proceskosten tussen Cavotec en Koo in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.7.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.Th. van Walderveen en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2014, in tegenwoordigheid van de griffier.