Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:10674

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18-08-2014
Datum publicatie
26-09-2014
Zaaknummer
468741
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat de verlenging gedurende een periode van zes maanden noodzakelijk is om de huidige situatie te bestendigen en ervoor te zorgen dat de moeder binnen haar netwerk een extra aanspreekpunt zal krijgen die haar kan ondersteunen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

chtbank DEN HAAG

Kinderrechter

Rekestnummer: JE RK 14-1546

Zaaknummer : C/09/468741

Datum beschikking: 18 augustus 2014

Verlenging ondertoezichtstelling

Beschikking op het op 27 juni 2014 ingekomen verzoekschrift van:

de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland, vestiging Leiden (verder: Bureau Jeugdzorg),

met betrekking tot de minderjarige:

[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats];

kind van:

[A],

de moeder,

wonende te [woonplaats],

die het ouderlijk gezag alleen uitoefent.

De minderjarige verblijft feitelijk bij de moeder.

Procedure

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

het verzoekschrift, met bijlagen.

Op 18 augustus 2014 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank met gesloten deuren behandeld.

Hierbij zijn verschenen:

mevrouw [X] namens Bureau Jeugdzorg;

de moeder.

Feiten

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 9 september 2013 de als geboren aangemerkte minderjarige onder toezicht gesteld van 9 september 2013 tot

28 augustus 2014.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot verlenging van de ondertoezichtstelling voor de periode van één jaar.

De grond voor het verzoek is, blijkens de stukken, gelegen in het navolgende.

Bureau Jeugdzorg wil de positieve ontwikkeling die de moeder met betrekking tot de verzorging en de opvoeding van de minderjarige heeft doorgemaakt nog even bezien, omdat de situatie nog erg kwetsbaar is.

De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Van de zijde van Bureau Jeugdzorg is het verzoek ter zitting gehandhaafd. Hierbij is aangegeven dat de moeder het heel goed doet met de opvoeding en verzorging van de minderjarige maar dat Bureau Jeugdzorg de moeder nog even wil ondersteunen totdat de situatie stabiel is. Meegedeeld is dat het de bedoeling is de taak die Bureau Jeugdzorg uitvoert over te dragen aan iemand uit het netwerk van de moeder.

De moeder heeft meegedeeld het wel fijn te vinden dat zij met de gezinsvoogd kan praten als zij ergens mee zit, maar het niet nodig te vinden dat de ondertoezichtstelling met een jaar wordt verlengd. Een half jaar is, aldus de moeder, wel voldoende.

De moeder heeft voorts aangegeven dat haar ouders, haar coach en haar zussen haar ook heel goed steunen en dat de vader van de minderjarige niet meer in Nederland woont omdat hij naar Kosovo is uitgezet. Hij heeft wel via Skype contact met de moeder en de minderjarige.

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:254, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn en dat het noodzakelijk is de ondertoezichtstelling te verlengen. Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat de verlenging gedurende een periode van zes maanden noodzakelijk is om de huidige situatie te bestendigen en ervoor te zorgen dat de moeder binnen haar netwerk een extra aanspreekpunt zal krijgen die haar kan ondersteunen.

Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige voor de periode van deze maanden, van 28 augustus 2014 tot 28 februari 2015 met behoud van de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland, zijnde een stichting zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg;

verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.G.J. Brink, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 augustus 2014 in tegenwoordigheid van mr. M.M. de Witte als griffier.

Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift bij de griffie van het Gerechtshof Den Haag.