Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:10258

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
04-07-2014
Datum publicatie
19-08-2014
Zaaknummer
AWB-14_12408
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroepen worden gehandhaafd in verband met verzoek om schadevergoeding terwijl als enige beroepsgrond is aangevoerd dat Nederland geen grensprocedure kent, zodat de (verdere) toegangsweigering in strijd is met artikel 35 van de Procedurerichtlijn en de maatregel onrechtmatig is. De gemachtigde van eisers is bekend met de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats alsmede de Afdeling hierover. Naar het oordeel van de rechtbank staat onmiskenbaar vast wat de uitkomst van de procedure zal zijn. Eisers noch hun raadsman zijn ter zitting verschenen. Door de beroepen te handhaven enkel voor een vermeende aanspraak op schadevergoeding, zonder deze met kracht van argumenten nader te onderbouwen, belast de raadsman de rechtbank en verweerder met kansloze procedures.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 14/12408 (vrijheidsontnemende maatregel) en AWB 14/12409 (toegangsweigering)


V-nr: […]


uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 4 juli 2014 in de zaak tussen

[naam],

geboren op [geboortedag]1946, van Syrische nationaliteit, eiseres,

(gemachtigde mr. R.J. Hamerslag),

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

(gemachtigde: R.L.F. Zandbelt).

Procesverloop

Op 14 mei 2014 is eiseres op grond van artikel 3, eerste en derde lid, van de Vreemdelingenwet (Vw) 2000 op de luchthaven Schiphol de (verdere) toegang tot Nederland geweigerd. Ten aanzien van eiseres is op dezelfde datum de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, van de Vw 2000 toegepast.

Bij beroepschriften van 23 mei 2014 heeft eiseres beroep ingesteld tegen het besluit tot toegangsweigering en tegen het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel.

Op grond van artikel 94, eerste lid, van de Vw 2000 houdt het beroep tegen het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel tevens in een verzoek om toekenning van schadevergoeding

Op 14 mei 2014 heeft eiseres een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel. Op 25 mei 2014 heeft verweerder de aanvraag ingewilligd en de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven.

De rechtbank heeft de beroepen behandeld ter openbare zitting van 3 juni 2014. Partijen zijn met bericht niet verschenen.




Overwegingen


1.1 Eiseres is op 14 mei 2014 op Schiphol aangekomen en heeft vervolgens te kennen gegeven asiel te willen aanvragen. Eiseres is de verdere toegang tot Nederland geweigerd omdat zij in het bezit was van een document voor grensoverschrijding waarin het benodigde visum ontbreekt en omdat zij niet beschikte over voldoende middelen om te voorzien in de kosten van verblijf in Nederland en/of die van een reis naar een plaats buiten Nederland waar haar toegang gewaarborgd is. Verder is eiseres de maatregel als bedoeld in artikel 6 Vw 2000 opgelegd. Na een rust- en voorbereidingstijd heeft het eerste gehoor op 21 mei 2014 plaatsgevonden. Het nader gehoor vond plaats op 23 mei 2014. Op 23 mei 2014 heeft eiseres beroep ingesteld tegen de verdere toegangsweigering en de opgelegde maatregel. Vervolgens is op 25 mei 2014 aan eiseres een asielvergunning verleend en is de maatregel opgeheven.

1.2 Desondanks handhaaft de raadsman van eiseres de beroepen in verband met het verzoek om schadevergoeding. Hij voert in zijn faxbericht van 2 juni 2014 als enige beroepsgrond aan dat Nederland geen grensprocedure kent, zodat de verdere toegangsweigering in strijd is met artikel 35 van richtlijn 2005/85/EG betreffende minimumnormen voor de procedures in de lidstaten voor de toekenning of intrekking van de vluchtelingenstatus (Procedurerichtlijn) en de maatregel onrechtmatig is.

2.

In beroep is aan de orde of eiseres recht heeft op schadevergoeding. De rechtbank overweegt dat de raadsman bekend is met meerdere uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats over de enige grond die hij heeft aangevoerd. De rechtbank verwijst naar onder meer de uitspraak van deze rechtbank van 21 maart 2014 (ECLI:NL:RBDHA:2014:4225). In deze uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat geen sprake is van een procedure als bedoeld in artikel 35, eerste of tweede lid van de Procedurerichtlijn en dat de weigering van verdere toegang en daarmee samenhangend de oplegging van de maatregel op grond van artikel 6 Vw 2000 niet in strijd is met bepalingen van het Unierecht. Zonder twijfel is de raadsman ook bekend met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 30 januari 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:367) waarin de Afdeling zich in gelijke zin heeft uitgelaten over deze problematiek.

3.

De rechtbank is niet duidelijk geworden waarom de raadsman het beroep ondanks de inmiddels verleende vergunning en de eerdere uitspraken van deze rechtbank en de Afdeling handhaaft. Gelet op deze uitspraken staat naar het oordeel van de rechtbank bij voorbaat onmiskenbaar vast wat de uitkomst van deze procedure zal zijn. Eiseres noch de raadsman zijn ter zitting verschenen. Door de beroepen te handhaven enkel voor een vermeende aanspraak op schadevergoeding, zonder deze met kracht van argumenten nader te onderbouwen, belast de raadsman de rechtbank én verweerder met een kansloze procedure. De rechtbank merkt hierbij op dat dit ook niet getuigt van realiteitszin.

4.

De rechtbank verklaart het beroep dan ook ongegrond.

5.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 106 van de Vw 2000 of artikel 8:75 van de Awb.

Beslissing

De rechtbank

- verklaart de beroepen ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Langeveld, rechter, in aanwezigheid van

M.M.J. Mooijer, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2014.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Conc.: ML

Coll:

D: B

VK

Tegen de uitspraak op het beroep tegen de bewaringsmaatregel kan binnen één week na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (adres: Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC 's-Gravenhage). Naast de vereisten waaraan het beroepschrift moet voldoen op grond van artikel 6:5 van de Awb (zoals het overleggen van een afschrift van deze uitspraak) dient het beroepschrift ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 een of meer grieven te bevatten. Artikel 6:6 van de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing.

Tegen de uitspraak op het beroep tegen de toegangsweigering kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (adres: Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC 's-Gravenhage). Naast de vereisten waaraan het beroepschrift moet voldoen op grond van artikel 6:5 van de Awb (zoals het overleggen van een afschrift van deze uitspraak) dient het beroepschrift ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 een of meer grieven te bevatten. Artikel 6:6 van de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing.