Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:10221

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
31-07-2014
Datum publicatie
29-08-2014
Zaaknummer
AWB-14_351
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

X BV (X) biedt op internetsites advertentieruimte aan aan verhuurders/verkopers die een (vakantie)huis in het buitenland te huur/te koop aanbieden. In geschil is of X aan afnemers die hebben verklaard in het buitenland te zijn gevestigd terecht geen omzetbelasting in rekening heeft gebracht. De rechtbank stelt voorop dat bij de door X verrichte activiteiten sprake is van reclamediensten en oordeelt voorts dat X niet erin is geslaagd aannemelijk te maken dat de afnemers buiten Nederland gevestigde ondernemers zijn. Zo al sprake zou zijn van ondernemerschap van de afnemers heeft X evenmin aangetoond dat de afnemers in het buitenland zijn gevestigd. Aan eerdere afspraken met de Belastingdienst over welk bewijs voldoende is om het in rekening brengen van Nederlandse omzetbelasting achterwege te laten kan X geen vertrouwen ontlenen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn die afspraken opgezegd en is aan X een redelijke overgangstermijn geboden. De naheffingsaanslag is terecht aan X opgelegd. Ook de verzuimboete is terecht opgelegd nu geen sprake is van avas of van een pleitbaar standpunt. Beroep ongegrond.

Wetsverwijzingen
Wet op de omzetbelasting 1968 7, geldigheid: 2014-07-31
Wet op de omzetbelasting 1968 6, geldigheid: 2014-07-31
Wet op de omzetbelasting 1968 6b, geldigheid: 2014-07-31
Wet op de omzetbelasting 1968 37e, geldigheid: 2014-07-31
Algemene wet inzake rijksbelastingen 67c, geldigheid: 2014-07-31
Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst, geldigheid: 2014-07-31
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2014-1991 met annotatie van Fiscaal up to Date
V-N Vandaag 2014/1752

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 14/351

uitspraak van de meervoudige kamer van 31 juli 2014 in de zaak tussen

[X] B.V., gevestigd te [Z], eiseres

(gemachtigde: [A]),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [te P], verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres over het tijdvak 1 juli 2010 tot en met 30 september 2011 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd van € 42.293 (de naheffingsaanslag), alsmede bij beschikking een boete van € 4.229. Verweerder heeft voorts bij beschikking € 429 heffingsrente in rekening gebracht.

Verweerder heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar de naheffingsaanslag verminderd tot een bedrag van € 20.486, de boete verminderd tot € 2.048 en de heffingsrente verminderd tot nihil.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 juni 2014 te Den Haag.

Namens eiseres is verschenen [B], bijgestaan door de gemachtigde en [C]. Namens verweerder zijn verschenen [D] en [E].

Eiseres heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan de rechtbank en aan verweerder.

Overwegingen

Feiten

1.

Eiseres is een besloten vennootschap die op de internetsites [internetsite F] en [internetsite G] advertentieruimte aanbiedt aan verhuurders/verkopers die een (vakantie)huis in het buitenland te huur/te koop aanbieden. Eiseres kwalificeert als ondernemer in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968 (de Wet).

2.

V.O.F. [H] (de VOF) is op 14 februari 2008 ingebracht in eiseres. De activiteiten van de VOF bestonden uit webhosting en het aanbieden van advertentieruimte op de internetsite [internetsite F]. In 2006 heeft verweerder een boekenonderzoek ingesteld bij de VOF. In het rapport van dit boekenonderzoek dat op 3 juli 2006 is uitgebracht en dat in kopie tot de gedingstukken behoort, is onder meer het volgende vermeld:

"3.4.3 [internetsite F]

Het aanbieden van advertentieruimte op de internetsite is aan te merken als een reclamedienst. Voor bepaling van de plaats van dienst is de regelgeving van artikel 6 lid 2 onderdeel d 2 Wet Omzetbelasting van toepassing.

De prestatie wordt is niet belastbaar in Nederland indien aan de navolgende voorwaarden is voldaan:

- er wordt gepresteerd aan een ondernemer die woont of is gevestigd in een andere EU-lidstaat dan Nederland

- er wordt gepresteerd aan een afnemer die buiten de EU gevestigd is (dit hoeft dus geen ondernemer te zijn).

De toenmalige competente eenheid Belastingdienst/ondernemingen 1 te [P] heeft naar aanleiding van vragen van belastingplichtige de navolgende standpunten over de belastbaarheid ingenomen:

- verhuurders van vakantiehuizen worden voor de heffing van omzetbelasting als ondernemer aangemerkt

- alleen aan binnenlandse verhuurders dient omzetbelasting in rekening te worden gebracht

Met name dit laatste criterium geeft in de praktijk aanleiding tot onduidelijkheden. Aan verhuurders die een buitenlands factuuradres opgeven wordt geen omzetbelasting in rekening gebracht. Op basis van de in de brief opgenomen criteria wordt geen toets opgenomen of hier sprake is van in het buitenland wonende of gevestigde verhuurders.

Vanaf 7 juli 2008 zal de navolgende gedragslijn worden gehanteerd:

Buitenland factuuradres en correspondentieadres

Deze worden aangemerkt als in het buitenland wonende of gevestigde ondernemers. Vanuit de informatie op de internetsite kan in het algemeen worden vastgesteld dat deze verhuurders een woonadres in het buitenland hebben (hyperlink naar een eigen buitenlandse internetsite). De betaling van de diensten lopen veelal via de Franse bankrekening.

Buitenlands factuuradres en correspondentieadres in Nederland

In de informatieverstrekking naar de klanten zal duidelijk worden gemaakt dat er sprake dient te zijn van verhuurders die niet in Nederland wonen of gevestigd zijn. Om vast te stellen dat er sprake is van een niet in Nederland wonende of gevestigde verhuurder zal bij verhuurders die een buitenlands factuuradres en een correspondentieadres in Nederland opgeven de navolgende administratieve procedure worden gehanteerd:

- een klant/verhuurder meldt zich aan via de website van [internetsite F]. In de sites is opgenomen dat klanten zonder heffing van omzetbelasting kunnen worden gefactureerd mits zij een buitenlands factuuradres hebben. In de site is opgenomen dat de klanten alleen dit adres in het buitenland kunnen opgeven als zij aldaar wonen of gevestigd zijn.

- In de aanmeldprocedure dient de verhuurder nogmaals te bevestigen ( o.a. middels het intypen van zijn of haar naam) dat hij/zij niet in Nederland woont of is gevestigd

- Na aanmelding ontvangt de verhuurder een e-mailbericht waarbij wordt opgenomen dat men verklaard heeft woonachtig te zijn in het buitenland en dat men verantwoordelijk is voor de juistheid van de verstrekte gegevens.

3.

De werkwijze van eiseres is in onderhavige periode als volgt. Aan afnemers die bij de aanmelding op de website van eiseres een Nederlands correspondentie- en factuuradres opgeven, brengt eiseres omzetbelasting in rekening. Aan afnemers die een buitenlands factuur- en correspondentieadres opgeven, wordt geen omzetbelasting in rekening gebracht. Indien een afnemer een buitenlands factuuradres en een Nederlands correspondentieadres opgeeft, wordt hij op de site naar een aparte pagina geleid, waarop hem een vraag over de vestiging in het buitenland wordt gesteld. Indien de afnemer daarop bevestigt in het buitenland gevestigd te zijn, wordt ook aan die afnemer zonder omzetbelasting gefactureerd. Eiseres verzendt haar facturen langs elektronische weg.

4.

In een brief van 9 juni 2010 van verweerder aan de toenmalige adviseur van eiseres is - voor zover hier van belang - het navolgende vermeld:

“Uw cliënte kan met ingang van 1 januari 2010 geen rechten meer ontlenen aan het gestelde in het controlerapport van 3 juli 2006, omdat de regelgeving met betrekking tot de plaats van dienst per die datum is gewijzigd.”

5.

Nadat tussen eiseres en verweerder een briefwisseling heeft plaatsgevonden, is aan eiseres op 25 november 2011 de naheffingsaanslag opgelegd, die bij de uitspraak op bezwaar is verminderd met de belasting over het tweede en derde kwartaal van 2010 tot een belastingbedrag van € 20.486. De boete is daarbij verminderd tot € 2.048 en de heffingsrente tot nihil. De naheffingsaanslag heeft uitsluitend betrekking op de afnemers die hebben verklaard dat zij in het buitenland zijn gevestigd (de afnemers).

Geschil
6. In geschil is of eiseres aan de afnemers terecht geen omzetbelasting in rekening heeft gebracht.

7.

Eiseres stelt zich op het standpunt dat de afnemers, die een in het buitenland gelegen (vakantie)huis te koop of te huur aanbieden, als zodanig ondernemer zijn en dat zij gezien de door hen opgegeven informatie in het buitenland zijn gevestigd. Op grond van het bepaalde in artikel 6, eerste lid, van de Wet wordt aan hen geen Nederlandse omzetbelasting in rekening gebracht voor de door eiseres verrichte reclamediensten. Eiseres doet in dit verband tevens, onder verwijzing naar het onder 2. vermelde controlerapport, een beroep op het vertrouwensbeginsel.

Voorts stelt eiseres dat voor zover haar diensten moeten worden aangemerkt als bemiddeling bij de verkoop/verhuur van onroerende zaken, als gevolg van het bepaalde in artikel 6b van de Wet, geen Nederlandse omzetbelasting in rekening dient te worden gebracht omdat alle (vakantie)huizen ter zake waarvan wordt bemiddeld, zich buiten Nederland bevinden. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en tot vernietiging van de naheffingsaanslag en de verzuimboete.

8.

Verweerder heeft de standpunten van eiseres gemotiveerd betwist. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

Beoordeling van het geschil

9.

De rechtbank stelt voorop dat de bedrijfsactiviteiten van eiseres, zoals hiervoor omschreven onder 1., mede gezien de ter zitting door eiseres gegeven toelichting op deze activiteiten, geen andere conclusie toelaten dan dat sprake is van reclamediensten. Met hetgeen eiseres heeft aangevoerd, heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat sprake zou kunnen zijn van bemiddeling bij de verhuur of verkoop van onroerende zaken.

10.

Ingevolge artikel 6, eerste lid, van de Wet - voor zover hier van belang - is de plaats van een dienst, verricht voor een als zodanig handelende ondernemer, de plaats waar die ondernemer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd. Hieruit volgt dat wanneer de afnemer van een reclamedienst een in het buitenland gevestigde ondernemer is, de plaats van dienst in dat buitenland ligt en hier te lande geen heffing van omzetbelasting plaatsvindt.

11.

Ingevolge artikel 37e van de Wet - voor zover hier van belang - wordt de ondernemer die in Nederland woont of is gevestigd geacht zijn leveringen en diensten in Nederland te verrichten, voor zover hij niet aan de hand van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers het tegendeel aantoont. De last voor het bewijs dat de afnemers buiten Nederland gevestigde ondernemers zijn, ligt daarom bij eiseres.

12.

Eiseres voert daartoe aan dat bij de verhuur van onroerende zaken in beginsel sprake is van ondernemerschap in de zin van artikel 7, vierde, lid, van de Wet. Dat sprake is van de duurzame exploitatie van de (vakantie)woningen volgt uit de omstandigheid dat de afnemers op de website van eiseres adverteren en bereid zijn daarvoor jaarlijks een bedrag van € 94 te betalen. Daarmee is eiseres niet erin geslaagd het van haar te verlangen bewijs te leveren dat de afnemers ondernemer zijn. De rechtbank neemt in aanmerking dat de afnemers wanneer zij zich bij eiseres aanmelden, de mogelijkheid hebben op de website van eiseres een btw-nummer te vermelden en zij dat in de gevallen waarop onderhavige naheffingsaanslag ziet, niet hebben gedaan. De omstandigheid dat de afnemers die in Frankrijk zijn gevestigd, naar eiseres heeft gesteld, geen btw-nummer kunnen krijgen, leidt niet tot een ander oordeel, omdat zulks niet afdoet aan de op eiseres rustende bewijslast. Hoewel het hebben van een btw-nummer ondubbelzinnig duidt op ondernemerschap, volgt uit de wettekst noch uit de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad van 15 maart 2011 houdende vaststelling van maatregelen ter uitvoering van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde dat het bewijs van ondernemerschap uitsluitend kan worden geleverd met het verstrekken van het btw-nummer.

13.

De rechtbank stelt vast dat, zo al sprake zou zijn van ondernemerschap van de afnemers, eiseres evenmin heeft aangetoond dat de afnemers in het buitenland zijn gevestigd. De enkele verklaring door de afnemers dat zulks het geval is dan wel het verstrekken van een buitenlands correspondentie- en factuuradres, is daartoe onvoldoende. De omstandigheid dat eiseres op haar facturen het buitenlandse correspondentieadres van haar afnemer vermeldt, kan niet als aanvullend bewijs dienen, nu die facturen langs elektronische weg aan de afnemers worden verzonden.

14.

Daarom is de rechtbank van oordeel dat eiseres er niet in is geslaagd aannemelijk te maken dat de afnemers in het buitenland gevestigde ondernemers zijn, zodat verweerder de naheffingsaanslag op goede gronden heeft opgelegd.

Vertrouwensbeginsel

15.

In het onder 2. vermelde boekenonderzoek zijn afspraken vastgelegd die de VOF en verweerder hebben gemaakt over welk bewijs verweerder voldoende vindt om het in rekening brengen van Nederlandse omzetbelasting achterwege te laten. Die afspraken zijn naar het oordeel van de rechtbank met de onder 5. genoemde brief van 9 juni 2010 opgezegd.

16.

De rechtbank overweegt dat verweerder in beginsel bevoegd is de in 2006 gemaakte afspraak te wijzigen of op te zeggen. Dat de reden voor het opzeggen van de afspraak die in de brief van 9 juni 2010 wordt genoemd volgens eiseres niet juist zou zijn, omdat de gewijzigde regelgeving over de plaats van dienst per 1 januari 2010 geen gevolgen had voor de positie van eiseres - voor reclamediensten gold immers ook voor 2010 dat de plaats van dienst werd bepaalde door de vestigingsplaats van de afnemer - maakt dit niet anders. Aan het eenzijdig opzeggen van een afspraak is ingevolge vaste jurisprudentie wel de voorwaarde verbonden dat de partij die met zodanige opzegging wordt geconfronteerd een redelijke overgangstermijn moet worden geboden. Aan die voorwaarde acht de rechtbank in dit geval voldaan nu eiseres met de opzegging op 9 juni 2010 en de (de facto) naheffing vanaf 1 januari 2011, derhalve gedurende de periode van ruim een half jaar, de mogelijkheid heeft gehad om haar werkwijze aan de nieuwe situatie aan te passen. Eiseres heeft weliswaar gesteld dat een half jaar daartoe ontoereikend zou zijn, maar bij gebreke aan onderbouwing van die stelling is niet aannemelijk geworden dat in casu van een redelijke overgangstermijn geen sprake is.

17.

Eiseres kan dus over de periode vanaf 1 januari 2011 aan het vertrouwensbeginsel geen aanspraak tot vernietiging of vermindering van de naheffingsaanslag ontlenen.

Verzuimboete

18.

Op grond van artikel 67c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen in samenhang met het bepaalde in paragraaf 24 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst is aan eiseres een verzuimboete van 10% van de verschuldigde belasting opgelegd omdat op aangiften te weinig belasting is betaald.

19.

Het opleggen van een verzuimboete blijft achterwege indien sprake is van hetzij afwezigheid van alle schuld (avas) hetzij van een pleitbaar standpunt. Gesteld noch gebleken is dat in dit geval sprake is van avas. Eiseres stelt dat sprake is van een pleitbaar standpunt omdat zij erop mocht vertrouwen dat zij haar handelwijze, als overeengekomen bij de afspraken op 3 juni 2006, verder kon continueren. Dit standpunt kan evenwel, gezien hetgeen hiervoor met betrekking tot het vertrouwensbeginsel is overwogen, niet worden gevolgd. De verzuimboete is terecht aan eiseres is opgelegd en de rechtbank acht deze boete ook overigens passend en geboden.

20.

Gelet op wat hiervoor is overwogen, dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

21.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J. Ebbeling, voorzitter, en mr. E. Kouwenhoven en mr. T. van Rij, leden, in aanwezigheid van mr. M.A.H. Strik, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2014.

itter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1.

bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2.

het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.