Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:10138

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-08-2014
Datum publicatie
01-09-2014
Zaaknummer
09-777110-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een woninginbraak.

Door woninginbraken wordt - vaak grote - materiële schade toegebracht aan de slachtoffers. Ook worden er vaak goederen gestolen, waaraan het slachtoffer op gevoelsgronden sterk is gehecht en waarvan de affectieve waarde niet in geld kan worden uitgedrukt. De verdachte en zijn mededaders hebben zich niets gelegen laten liggen aan deze omstandigheden en alleen maar aan hun eigen geldelijk gewin gedacht.

Bovendien wordt door een woninginbraak een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en het gevoel van veiligheid van het slachtoffer en omwonenden. De eigen woning is bij uitstek een plek waar men zich veilig en geborgen zou moeten kunnen voelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Den Haag

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer 09/777110-14; 09/777046-14 (t.b.g.)

Datum uitspraak: 14 augustus 2014

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag, rechtdoende in jeugdstrafzaken, heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,

adres:[adres].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting met gesloten deuren van 31 juli 2014.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. A.J. Algera en van hetgeen door de raadsman van de verdachte mr. F. Yildiz, advocaat te Den Haag, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 18 april 2014 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning ([adres]) weg te nemen geld/goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld/goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verb en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen met een breekijzer (althans een scherp voorwerp) het keukenraam heeft

opengebroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

Ter berechting wordt gevoegd de zaak onder parketnummer 09/777046-14 :

hij op of omstreeks 24 februari 2014 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (aan het [adres]) heeft weggenomen drie laptopcomputers en/of een fotocamera en/of een hard disk en/of twee mobiele telefoons en/of een horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door het forceren van een raam (met een koevoet);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] op of omstreeks 24 februari 2014 te [plaats] tezamen en in vereniging met elkaar, althans ieder voor zich of alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (aan het [adres]) heeft weggenomen drie laptopcomputers en/of een fotocamera en/of een hard disk en/of twee mobiele telefoons en/of een horloge, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of

[slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte A] en/of [medeverdachte B] en/of hem, verdachte, zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door het forceren van een

raam (met een koevoet), bij het plegen van welk misdrijf verdachte toen en daar opzettelijk behulpzaam is geweest door toen en daar opzettelijk in de (onmiddellijke) nabijheid van die woning op de uitkijk te gaan staan;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

De volgende feiten kunnen op grond van de gebruikte bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

Op 24 februari 2014, ten laste gelegd als feit 2, is er in de woning aan het [adres] te [plaats] ingebroken. Het raam is met een koevoet geforceerd. Diverse waardevolle goederen zijn weggenomen en worden even later door de politie in de bosjes aangetroffen. De verdachte heeft bekend bij deze inbraak betrokken te zijn geweest.

Op 18 april 2014, ten laste gelegde als feit 1, wordt er geprobeerd in te breken in een woning aan het [adres] te [plaats]. Deze inbraak mislukt omdat de bewoners van deze woning thuiskomen. Zij zien ter hoogte van hun woning een jongen op de galerij staan, zien dat hij via de brandtrap wegrent en zien hem even later samen met een andere jongen beneden lopen. Met een telelens worden er foto’s van de jongens gemaakt.

Aan de rechtbank is ter beoordeling of deze feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard en welke rol de verdachte hierbij heeft gehad.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank de verdachte zal vrijspreken van feit 1 en dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat de verdachte

feit 2 primair heeft begaan.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 eveneens vrijspraak betoogd. Met de officier van justitie is de raadsman van mening dat niet is vast te stellen welke rol de verdachte zou hebben gespeeld bij deze poging inbraak, nu aangevers slechts één jongen bij hun woning hebben waargenomen. Bovendien is het, aldus de raadsman, nog maar de vraag of het de verdachte is die wegrent op de door aangever genomen foto’s. De verdachte ontkent dit.

Dat de kleding en de schoenen overeenkomen met schoenen en een trainingspak dat de verdachte heeft, wil nog niets zeggen. De verbalisanten herkennen de verdachte ook alleen aan zijn kleding en eventueel zijn postuur. Geen van de verbalisanten heeft het gezicht van de verdachte gezien.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman vrijspraak van het primair ten laste gelegde bepleit. Hij heeft hiertoe gesteld dat de verdachte meteen heeft verklaard wat zijn aandeel in deze woninginbraak was, namelijk dat hij kort op de uitkijk heeft gestaan en de koevoet heeft weggegooid. Gelet hierop is er, aldus de raadsman, geen nauwe en bewuste samenwerking geweest tussen de verdachte en zijn medeverdachten en aldus geen sprake van medeplegen. De verdachte had een meer faciliterende rol en heeft de aanwijzingen van zijn medeverdachten opgevolgd. Het subsidiair ten laste gelegde feit, de medeplichtigheid, kan wel bewezen worden verklaard.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging

Overwegingen ten aanzien van feit 1

De rechtbank oordeel dat niet is vast te stellen of en zo ja, welke rol de verdachte zou hebben gespeeld bij de poging inbraak in een woning aan het [adres]. De aangevers hebben één jongen gezien op de galerij voor hun woning en spreken niet over de aanwezigheid van een tweede jongen. Uit de overige stukken in het dossier blijkt evenmin dat de verdachte enige uitvoeringshandeling zou hebben gepleegd noch daargelaten of de verdachte ook daadwerkelijk één van de jongens is die wegrent en die door de aangever met een telelens is gefotografeerd.

Gelet op het vorenstaande kan feit 1 niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard en dient de verdachte van dit feit te worden vrijgesproken.

Overwegingen ten aanzien van feit 21

Op 24 februari 2014 omstreeks 20.30 uur heeft [slachtoffer] (verder: [slachtoffer]) ontdekt dat er in zijn woning aan het [adres] te [plaats] is ingebroken. Zijn slaapkamer is volledig overhoop gehaald. Er zijn van hem twee laptops, een harddisk, twee mobiele telefoons en een horloge weggenomen. Van zijn huisgenoot, [slachtoffer] (verder: [slachtoffer]), is ook een laptop en een fotocamera weggenomen. Het raam in de keuken had braakschade, zat niet meer op slot en stond op een kiertje open.23

Een getuige heeft op 24 februari 2014 omstreeks 20.15 uur bij de [supermarkt] aan de[adres] te [plaats] een groepje jongens zien zitten, die allemaal in het donker gekleed waren. Hij heeft er geen goed gevoel bij en heeft de politie gebeld. Vervolgens heeft hij de jongens gevolgd en ziet hij dat één van de jongens op een gegeven moment bij de [flat] een laptop uit een tas haalt.4

De politie ziet op de [adres] een aantal jongens en zodra zij de politie zien, gaan ze rennen.5 In de buurt van de [adres] is wordt in de bossage een zwartkleurige rugzak aangetroffen, met daarin 3 laptops en een fotocamera. Iets verderop wordt nog een horloge, dat is vastgemaakt aan een stuk plastic, aangetroffen.6

Onderzoek aan de aangetroffen goederen levert op dat deze afkomstig zijn uit de woning aan het [adres]7 De goederen zijn op 27 februari 2014 aan [slachtoffer] en [slachtoffer] teruggegeven.

De verdachte heeft bij de politie8 een bekennende verklaring afgelegd en ter terechtzitting9

heeft hij verklaard dat zijn verklaring bij de politie de waarheid is.

Medeverdachte [medeverdachte B] heeft bij de politie10 ook bekend de inbraak te hebben gepleegd samen met de verdachte en medeverdachte [medeverdachte A]. [medeverdachte A] heeft het raam met een koevoet opengebroken en [medeverdachte B] en [medeverdachte A] zijn samen naar binnen gegaan. Zij hebben de woning doorzocht en goederen van waarde weggenomen, waaronder laptops, een fotocamera en een horloge. De goederen zouden worden verkocht en de buit zou worden gedeeld. De verdachte stond volgen [medeverdachte B] op de uitkijk en heeft de koevoet meegenomen en ergens verstopt. Ook medeverdachte [medeverdachte A] heeft verklaard dat de verdachte de koevoet mee naar beneden heeft genomen.11

De verdachte heeft zelf nog verklaard dat hij ook heeft geholpen om de tas waarin de buit zat, te dragen, omdat deze zwaar was.12 Medeverdachte [medeverdachte A] heeft dit ook verklaard.13

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of de rol van de verdachte zodanig is geweest dat er sprake is van medeplegen. De rechtbank beantwoord deze vraag bevestigend.

Gelet op voornoemde verklaringen heeft de verdachte op de uitkijk gestaan, heeft hij de koevoet meegenomen en in de bosjes verstopt, heeft hij geholpen om de tas met de buit te dragen en zou hij meedelen in de opbrengst van de buit. Daar komt nog bij dat de verdachte en zijn medeverdachten van tevoren via whatsapp afspraken hebben gemaakt over de inbraak en het tijdstip waarop deze zou moeten plaatsvinden, omdat het donker moest zijn.

Gelet hierop is er, naar het oordeel van de rechtbank, sprake geweest van een dusdanige bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten dat er sprake is van medeplegen.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat feit 2 primair wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat

2.

Ter berechting wordt gevoegd de zaak onder parketnummer 09/777046-14 :

hij op 24 februari 2014 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een woning (aan het [adres]) heeft weggenomen drie laptopcomputers en een fotocamera en een hard disk en twee mobiele telefoons en een horloge, toebehorende aan [slachtoffer] en/of C. [slachtoffer], zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door het forceren van een raam met een koevoet.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

4 De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De straf/maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen jeugddetentie, bestaande uit een leerstraf voor de tijd van 35 uur zijnde de gedragsinterventie Tools 4 U Plus verlengd alsook een

een werkstraf voor de duur van 85 uren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan 41 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarde begeleiding door de jeugdreclassering, waarvan de eerste drie maanden begeleiding door ITB Criem.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat aan de verdachte geen extra straf, ook geen voorwaardelijke straf, meer zal worden opgelegd nu de verdachte reeds 22 dagen in voorarrest heeft gezeten, hetgeen voor een verdachte met de leeftijd van veertien jaar een zware tijd is geweest.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder het is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een woninginbraak.

Door woninginbraken wordt - vaak grote - materiële schade toegebracht aan de slachtoffers. Ook worden er vaak goederen gestolen, waaraan het slachtoffer op gevoelsgronden sterk is gehecht en waarvan de affectieve waarde niet in geld kan worden uitgedrukt. De verdachte en zijn mededaders hebben zich niets gelegen laten liggen aan deze omstandigheden en alleen maar aan hun eigen geldelijk gewin gedacht.

Bovendien wordt door een woninginbraak een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en het gevoel van veiligheid van het slachtoffer en omwonenden. De eigen woning is bij uitstek een plek waar men zich veilig en geborgen zou moeten kunnen voelen.

De rechtbank weegt mee dat de verdachte nog niet eerder is veroordeeld.

De rechtbank heeft kennis genomen van diverse voorlichtingsrapporten van de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de Raad) ten aanzien de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waarbij zij met name acht heeft geslagen op het meest recente rapport van de Raad d.d. 15 mei 2014.

Blijkens dit rapport is het algemeen recidive risico hoog, met name ook omdat de verdachte ondanks een schorsingsperiode opnieuw met de politie in aanraking is gekomen.

De Raad ziet zorgen ten aanzien van het domein relaties, met name de beïnvloedbaarheid van de verdachte ziet de Raad als een zorgpunt. Er moet meer zicht komen op de vriendschappen van de verdachte en hij moet leren meer weerstand te bieden tegen

antisociale leeftijdgenoten. Ook zijn er risico’s ten aanzien van de domeinen attitude en vaardigheden. De Raad acht begeleiding door de jeugdreclassering aangewezen en ook

ITB Criem is wenselijk aangezien er mogelijk sprake is van integratieproblematiek.

Ook de gedragsinterventies Tools 4U verlengd Plus is aan de orde om de vaardigheden van de verdachte te vergroten.

Geadviseerd is dan ook aan de verdachte een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van de gedragsinterventies Tools 4U verlengd Plus op te leggen alsook een deels voorwaardelijke werkstraf met als bijzondere voorwaarde toezicht en begeleiding door de Stichting Bureau Jeugdzorg, waarvan de eerste drie maanden worden uitgevoerd door ITB Criem.

De rechtbank onderschrijft de conclusies uit het rapport van de Raad en kan zich vinden in het gegeven strafadvies.

Van de zijde van de Raad en van de Stichting Bureau Jeugdzorg is ter zitting meegedeeld dat er wel verbetering zit in het gedrag van de verdachte, maar dat hij nog wel een en ander te leren heeft. Naast het opleggen van de gedragsinterventie Tools 4 U verlengd Plus is voortzetting van de begeleiding door ITB Criem in het kader van de maatregel toezicht en begeleiding dan ook zeker wenselijk.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de gedragsinterventie Tools 4 U verlengd Plus een passende reactie vormt, met daarnaast een deels voorwaardelijke werkstraf. Teneinde de verdachte in de toekomst van strafbare gedragingen te weerhouden, zal de rechtbank - naast de geldende algemene voorwaarden - als bijzondere voorwaarde toezicht en begeleiding door de Stichting Bureau Jeugdzorg opleggen, waarvan de eerste drie maanden zullen worden uitgevoerd door ITB Criem.

Het onvoorwaardelijke deel van de werkstraf zal worden verrekend met de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

7 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

77a, 77g, 77h, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het hem bij dagvaarding onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het hem bij dagvaarding onder

2 primair (parketnummer 09/777046-14 t.b.g.) ten laste gelegde feit heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN WAARBIJ DE SCHULDIGE ZICH DE TOEGANG TOT DE PLAATS VAN HET MISDRIJF HEEFT VERSCHAFT DOOR MIDDEL VAN BRAAK

verklaart het bewezene en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;


veroordeelt de verdachte tot:

een taakstraf voor de tijd van 120 uren,

bestaande uit een leerstraf, zijnde het volgen van de gedragsinterventie Tools 4 U verlengd Plus voor de tijd van 35 UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de leerstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de tijd van 17 DAGEN;

en

bestaande uit een werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de tijd van

85 UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de tijd van 42 DAGEN;

bepaalt dat de tijd, die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde werkstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt de maatstaf volgens welke de aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht zal geschieden op 2 uren per dag;

bepaalt dat van deze werkstraf 41 uren niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden;

stelt de proeftijd vast op 2 jaren onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

zijn medewerking zal verlenen aan het door de reclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

zich gedurende de proeftijd en op door de Stichting Bureau Jeugdzorg te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

gedurende de eerste drie maanden van de proeftijd zal meewerken aan begeleiding door

ITB Criem;

geeft opdracht aan de Stichting Bureau Jeugdzorg tot het houden van toezicht op de naleving van de voorwaarden en tot het begeleiden van de veroordeelde ten behoeve daarvan;

heft op de opgeschorte/geschorste bevelen tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. P. de Haan, kinderrechter, voorzitter,

mr. drs. S.M. Borkent, kinderrechter,

en mr. J.M. Ghrib, kinderrechter,

in tegenwoordigheid van mr. M.M. de Witte, griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 augustus 2014.

Mr. drs. Borkent is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit – voor zover niet anders weergegeven - delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier van Politie Haaglanden, met het nummer PL1581-2014040600 Z, doorgenummerd als pagina 1 tot en met 232.

2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], pagina 74/75.

3 Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer], pagina 159.

4 Proces-verbaal van verhoor getuige [X], pagina 79/80.

5 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 83.

6 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 86.

7 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 98.

8 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], pagina 113/116.

9 Proces-verbaal ter terechtzitting van 31 juli 2014, eigen verklaring van de verdachte.

10 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte B], pagina 109/110.

11 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte A], pagina 226.

12 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], pagina 223.

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte A], pagina 227.