Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2014:10053

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
29-07-2014
Datum publicatie
27-08-2014
Zaaknummer
C-09-469350 - JE RK 14-1630
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing ondertoezichtstelling van beide minderjarigen; De minderjarige sub 1. heeft laten zien zelfstandig zijn eigen keuzes te kunnen maken op zeventienjarige leeftijd. De minderjarige sub 2. heeft voldoende hulp in het vrijwillige kader in de vorm van een gezinscoach en twee oudere broers die de moeder bijstaan in de opvoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Kinderrechter

Rekestnummer: JE RK 14-1630

Zaaknummer: C/09/469350

Datum beschikking: 29 juli 2014

Afwijzing ondertoezichtstelling

Beschikking op het op 8 juli 2014 ingekomen verzoekschrift van:

de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden (verder: de Raad),

met betrekking tot de minderjarigen:

1.

[minderjarige 1]geboren op [geboortedag 1]1997 te [geboorteplaats 1], Iran;

2.

[minderjarige 2] geboren op [geboortedag 2]2001 te[geboorteplaats 2]

kinderen uit het huwelijk van:

[de heer A]

de vader,

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland of daarbuiten,

en

[mevrouw B],

de moeder,

wonende te [woonplaats],

die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen.

De minderjarigen verblijven bij de moeder.

Procedure

De kinderrechter heeft kennisgenomen van:

- het verzoekschrift met bijlagen.

Op 29 juli 2014 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank opnieuw met gesloten deuren behandeld.

Hierbij zijn verschenen:

- de heer [mevrouw |C]namens de Raad;

- mevrouw [mevrouw |D]namens Bureau Jeugdzorg;

- de moeder;

- de minderjarige sub 1;

- de tolk van moeder mevrouw S. Ahmed.

De minderjarige sub 1 is op 29 juli 2014 ook in raadkamer gehoord.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van voornoemde minderjarigen voor de periode van één jaar. De grond voor het verzoek van de Raad is, blijkens de overgelegde stukken, gelegen in het volgende. De moeder is pedagogisch onmachtig om de kinderen op te voeden. De volwassen zonen van de moeder nemen deze taak op zich. De moeder is niet in staat voor basisvoorzieningen te zorgen wat zich heeft geuit in het afgesloten zijn van gas, water en licht voor een lange tijd. Bij de minderjarige sub 1. is sprake geweest van schoolverzuim en bij de minderjarige sub 2. is er de vrees dat dit verzuim in de toekomst ook zal optreden. Een ondertoezichtstelling is noodzakelijk voor het bewaken van het opvoedingsklimaat in het gezin en het ondersteunen van de moeder in pedagogisch financieel opzicht.

De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.


De moeder stelt ter terechtzitting dat zij al in het vrijwillige kader hulp krijgt van een gezinscoach, die haar helpt met de praktische problemen. De gezinscoach houdt zich daarnaast ook bezig met de schoolgang van de minderjarigen. Er was sprake van schoolverzuim bij de minderjarige sub 1. Dit kwam door de slechte omstandigheden thuis (geen gas en licht), welke omstandigheden thans thuis niet meer aan de orde zijn.

Beoordeling

De minderjarige sub 2. is in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verzoek, doch heeft daarvan geen gebruik gemaakt.

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:254, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden niet, althans onvoldoende, aanwezig zijn. Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat de minderjarige sub 1. op 10 mei 2015 meerderjarig wordt en op dit moment laat zien dat hij zelfstandig zijn eigen keuzes kan maken. Hij heeft zich ingeschreven voor nieuwe opleiding en is vastbesloten daar een succes van te maken. Teneinde hem de gelegenheid te geven zelf invulling te geven aan zijn leven, zal het verzoek tot ondertoezichtstelling worden afgewezen. Wat betreft de minderjarige sub 2. is er al voldoende hulp in het vrijwillig kader. Zo is er een gezinscoach die het gezin met raad en daad bijstaat en zijn er twee volwassen zonen in het gezin aanwezig om de moeder te helpen met de opvoeding.

Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:

wijst af het verzoek tot ondertoezichtstelling.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. van Loenhoud, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 juli 2014 in tegenwoordigheid van D.A.H.J. van Leeuwen als griffier.

Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift bij de griffie van het Gerechtshof Den Haag..