Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:CA3938

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26-04-2013
Datum publicatie
20-06-2013
Zaaknummer
12/26942
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank overweegt dat in de door eiser aangehaalde stukken melding wordt gemaakt van verhoren van tot 14 uur voor terugkerende Tamils, waarbij geweld tegen de terugkerende gebruikelijk is, alsmede arrestaties, detenties en mishandelingen van naar Sri Lanka terugkerende Tamils, hetgeen in die stukken is toegelicht aan de hand van een aantal incidenten. Uit die stukken blijkt verder dat niet alleen Tamils met daadwerkelijke banden met de LTTE, maar ook Tamils als zodanig, in het bijzonder met vermeende LTTE-connecties, risico lopen op arrestatie, detentie en mishandeling. Volgens het rapport van de Immigration and refugee board lopen terugkerende asielzoekers extra risico’s deze banden te worden toegedicht. Het rapport van de SFH duidt om die reden deze terugkerende Tamils aan als een ‘Risikogruppe’. De rechtbank is van oordeel dat deze informatie een ander beeld geeft dan de situatie zoals die ten tijde van het eerdere besluit van 4 oktober 2011 bekend was. Alhoewel uit dat besluit niet duidelijk blijkt hoe verweerder de situatie op dat moment taxeerde, geeft het ambtsbericht van oktober 2011, dat de periode beslaat van juli 2010 tot en met juli 2011, wel inzicht op welke wijze verweerder de situatie indertijd taxeerde. Afgezet tegen deze informatie uit het ambtsbericht van oktober 2011, waarin wordt bericht dat bij terugkeer geen maatregelen worden genomen tegen afgewezen asielzoekers en waarin geen incidenten bij terugkeer worden genoemd, is de door eiser ingebrachte informatie nieuw en van een zodanige aard dat deze een beoordeling door verweerder vergt. Aldus is sprake van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Verweerder heeft ten onrechte artikel 4:6 toegepast.

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenwet 2000
Vreemdelingenwet 2000 29
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JV 2013/297

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team vreemdelingenkamer

Zittingsplaats Arnhem

Registratienummer: AWB 12/26942

Datum uitspraak: 26 april 2013

Uitspraak

Ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 71 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000)

inzake

[eiser],

geboren op [geboortedatum],

v-nummer [nummer],

van Sri Lankaanse nationaliteit,

eiser,

gemachtigde mr. E. Derksen,

tegen

de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

Immigratie- en Naturalisatiedienst,

verweerder,

(onder verweerder wordt tevens verstaan de rechtsvoorganger(s) van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie).

Het procesverloop

Bij besluit van 21 augustus 2012 heeft verweerder de aanvraag van eiser van

13 augustus 2012 tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. Dit besluit is bekendgemaakt in het aanmeldcentrum te Zevenaar.

Op 22 augustus 2012 heeft eiser beroep ingesteld tegen dit besluit.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd.

De openbare behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden ter zitting van

13 maart 2013. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. P. van Zijl.

De beoordeling

1. Uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling), vloeit voort dat, indien na een eerder afwijzend besluit een besluit van gelijke strekking wordt genomen, door het instellen van beroep tegen het laatste besluit niet kan worden bereikt dat de bestuursrechter dat besluit toetst, als ware het een eerste afwijzing. Slechts indien en voor zover in de bestuurlijke fase nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd, dan wel uit het aldus aangevoerde kan worden afgeleid dat zich een relevante wijziging van het recht heeft voorgedaan, kunnen dat besluit, de motivering ervan en de wijze waarop het tot stand is gekomen door de bestuursrechter worden getoetst.

Onder nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden moeten worden begrepen feiten of omstandigheden die na het eerdere besluit zijn voorgevallen of die niet vóór dat besluit konden en derhalve behoorden te worden aangevoerd, alsmede bewijsstukken van reeds eerder aangevoerde feiten of omstandigheden, die niet vóór het nemen van het eerdere besluit konden en derhalve behoorden te worden overgelegd. Is hieraan voldaan, dan is niettemin geen sprake van feiten of veranderde omstandigheden die een hernieuwde rechterlijke beoordeling rechtvaardigen, indien op voorhand uitgesloten is dat hetgeen alsnog is aangevoerd of overgelegd aan het eerdere besluit kan afdoen.

2. Eiser heeft eerder, op 11 maart 2006, een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is bij besluit van

16 maart 2006 afgewezen. Bij uitspraak van 5 april 2006 heeft deze rechtbank, nevenzittingsplaats Amsterdam, het hiertegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Op 20 maart 2008 heeft verweerder de aanvraag opnieuw afgewezen. Bij uitspraak van 14 september 2010 van deze rechtbank, nevenzittingsplaats Amsterdam, is het beroep gegrond verklaard en het besluit van 20 maart 2008 vernietigd. Vervolgens heeft verweerder op 26 november 2010 de aanvraag wederom afgewezen. Het daartegen ingestelde beroep is bij uitspraak van deze rechtbank, nevenzittingsplaats ’s-Gravenhage, van 29 juni 2011 ongegrond verklaard. Op het hiertegen door eiser ingestelde hoger beroep is nog geen uitspraak gedaan.

Op 26 september 2011 heeft eiser opnieuw een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Bij besluit van 4 oktober 2011 is deze aanvraag afgewezen. Bij uitspraak van 27 oktober 2011 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank, nevenzittingsplaats Utrecht het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Ook op het hiertegen ingestelde hoger beroep is nog geen uitspraak gedaan.

Het besluit van 21 augustus 2012 is, met uitzondering van het bij dit besluit opgelegde inreisverbod, van gelijke strekking als die van 26 november 2010 en 4 oktober 2011, zodat op het tegen eerstvermeld besluit ingestelde beroep het onder rechtsoverweging 1 weergegeven beoordelingskader van toepassing is.

3. Aan de aanvraag, waarop bij het besluit van 21 augustus 2012 is beslist, heeft eiser in de eerste plaats ten grondslag gelegd dat hij nog steeds wordt gezocht door de Sri Lankaanse autoriteiten, waardoor hij niet kan terugkeren naar Sri Lanka. In dit verband heeft eiser de volgende stukken overgelegd:

1. een brief van 9 juni 2010 van [opsteller van de brief], waarin deze verklaart dat eiser bij terugkeer in Sri Lanka gevaar loopt;

2. een ongedateerde brief van de echtgenote van eiser, inclusief vertaling;

3. een overlijdensadvertentie van de vader van eiser;

4. een kopie van de registratie van eisers motor, die door de LTTE zou zijn gebruikt, gedateerd 2 april 2003.

4. De rechtbank stelt voorop dat bij uitspraak van 14 september 2010 de beroepsgronden van eiser tegen het standpunt van verweerder, dat de verklaringen van eiser met betrekking tot de door hem gestelde negatieve belangstelling van de Sri Lankaanse autoriteiten niet geloofwaardig zijn te achten, zijn verworpen. Voor zover eiser zijn eerder naar voren gebrachte en ongeloofwaardig bevonden verklaringen handhaaft zijn deze reeds daarom niet aan te merken als nieuw gebleken feiten en omstandigheden. De in rechtsoverweging 3, onder nummer 1, genoemde brief van [opsteller van de brief] is evenmin een nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid, omdat de opsteller van die brief blijkens de tekst ervan een bekende is van (de familie van) eiser en daarom niet als objectief verifieerbare bron kan worden beschouwd. Bovendien lijkt de inhoud van de brief te berusten op de verklaringen van de moeder van eiser – eveneens een niet objectieve bron – en niet op eigen onderzoek van [opsteller van de brief] De brief, vermeld onder nummer 2, geschreven door de echtgenote van eiser, is evenmin afkomstig uit een objectief verifieerbare bron. Daarnaast is deze brief niet gedateerd. Ten aanzien van de overlijdensadvertentie van eisers vader, onder nummer 3, overweegt de rechtbank dat daaruit niet is af te leiden dat het overlijden van zijn vader verband houdt met de eerder door eiser gestelde problemen. Ook het onder nummer 4 genoemde document kan niet worden aangemerkt als nieuw gebleken feit. Nog daargelaten dat dit document een kopie betreft, waarvan de authenticiteit niet kan worden vastgesteld, valt niet in te zien dat, en hoe, de enkele omstandigheid dat eiser in het bezit is geweest van een geregistreerde motor kan dienen ter ondersteuning van de aannemelijkheid van de eerder gestelde problemen. Gelet op het voorgaande heeft eiser ten aanzien van de geloofwaardigheid van de verklaringen over de gestelde problemen met de Sri Lankaanse autoriteiten geen nieuw gebleken feiten aangevoerd.

5. Eiser heeft voorts naar voren gebracht te vrezen in de negatieve belangstelling van de autoriteiten van Sri Lanka te staan vanwege zijn deelname aan demonstraties in Nederland tegen het Sri Lankaanse regime. Verder heeft eiser gesteld dat zijn medische problemen en die van zijn echtgenote in de weg staan aan terugkeer naar Sri Lanka. Ter onderbouwing van het voorgaande heeft eiser het volgende overgelegd:

5. diverse foto’s van demonstraties in Den Haag, waarop eiser – naar gesteld – staat afgebeeld;

6. medische documenten aangaande de medische situatie van de echtgenote van eiser.

6. De rechtbank overweegt dat de onder nummer 5 vermelde foto’s, waarop een cameraman zichtbaar is, niet kunnen worden aangemerkt als nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Met deze foto’s noch zijn verklaringen over filmopnames tijdens de demonstratie heeft eiser aannemelijk gemaakt dat de Sri Lankaanse autoriteiten bekend zijn geraakt met eisers deelname aan voormelde demonstraties en dat hij vanwege deze deelname in de negatieve belangstelling van de autoriteiten van Sri Lanka is komen te staan.

Ten aanzien van de medische stukken – onder nummer 6 – aangaande eisers echtgenote overweegt de rechtbank dat deze geen betrekking hebben op de persoon van eiser, zodat deze zich reeds daarom niet kwalificeren als nieuw gebleken feiten. Voor zover eiser heeft gewezen op zijn eigen psychische klachten is de rechtbank van oordeel dat, nu een onderbouwing met stukken daarvan ontbreekt, ook in zoverre geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.

7. Eiser heeft voorts, onder verwijzing naar een groot aantal publicaties, aangevoerd dat naar Sri Lanka terugkerende Tamils in toenemende mate problemen ondervinden van de autoriteiten en het risico lopen aan een behandeling als bedoeld in artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM) te worden blootgesteld. Volgens eiser dient die nieuwe informatie over de veiligheidssituatie van terugkerende Tamils tot een andere weging te leiden van de in het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: het EHRM) van 17 juli 2008 (nr. 25904/07) geformuleerde, en thans in Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire nr. 2012/10 (hierna: WBV 2012/10) opgenomen, risicofactoren.

Daartoe heeft eiser in de bestuurlijke fase de volgende stukken overgelegd dan wel daarnaar verwezen:

7. een artikel van TamilNet, getiteld ‘Tamil politicians urge global action in releasing POWs, political prisoners’ van 24 juli 2012;

8. het internetartikel ‘Who killed Nimalaruban’ van 25 juli 2012;

9. een brief met een bijlage van B. Adams, Azië-directeur van Human Rights Watch (hierna: HRW), aan de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel van

7 augustus 2012;

10. een krantenartikel uit Virakesari, inclusief vertaling, gedateerd 22 april 2009;

11. internetartikelen van blikopnieuws.nl en nu.nl uit 2009;

12. door het EHRM op 26 juni 2012 gestelde vragen in de zaak N. v. The United Kingdom (nr. 16458/12);

13. informatie over het verloop van twee uitzettingen van Tamils door Nederland naar Sri Lanka;

14. de publicatie ‘Terugkeer Tamils: Britse uitspraak en landeninformatie over mishandeling bij terugkeer’ van VluchtelingenWerk Nederland, van 11 juli 2012;

15. het rapport ‘Sri Lanka, Aktuelle Situation’ van Schweizerische Flüchtlingshilfe (hierna: SFH) van 1 december 2010;

16. een rapport van de SFH van 22 september 2011;

17. het algemeen ambtsbericht inzake Sri Lanka van de Minister van Buitenlandse Zaken (hierna: het ambtsbericht) van augustus 2009;

18. een persbericht van 24 februari 2012 van HRW, getiteld ‘Sri Lanka, Tamils gemarteld na terugkeer uit VK’;

19. een persbericht van HRW, getiteld ‘Opnieuw marteling terugkeerders’ van

29 mei 2012;

20. de ‘Operational Guidance Note’ van het Britse UK Home Office van

13 april 2012.

In beroep heeft eiser de volgende stukken overgelegd dan wel daarnaar verwezen:

21. een rapport van Amnesty International, getiteld ‘Sri Lanka, Illegale detentie houdt aan’, van 13 maart 2012;

22. een rapport van de International Crisis Group, ‘Sri Lanka, Opbouw Noordelijke Provincie, discriminatie en spanningen Tamils’, van 16 maart 2012;

23. een artikel van Tamilnet.com van 28 april 2012, getiteld ‘Sri Lanka, Gedeporteerde Tamil vanuit UK gedood en arrestaties gedeporteerde Tamils’;

24. het rapport ‘An overview of the persecution faced by failed asylum seekers returning to Sri Lanka’ van mei 2012 van Tamils against genocide (Hierna: TAG);

25. een motie van het parlement van het Verenigd Koninkrijk van 23 mei 2012 over de uitzetting van Tamils;

26. een artikel uit The Independent van 31 mei 2012, getiteld ‘Sri Lanka, Deportatie vindt geen doorgang mogelijk marteling bij terugkeer’;

27. een artikel uit The Independent van 31 mei 2012, getiteld ‘Sri Lanka, dreigende deportatie Tamils’;

28. een artikel uit The Independent van 1 juni 2012, getiteld ‘Sri Lanka, Rechter houdt deportatie Tamil tegen;

29. het rapport ‘Out of Silence: Ongoing torture in Sri Lanka’ van

7 november 2011 van de Britse organisatie Freedom from torture;

30. het rapport ‘Returnees at risk: detention and Torture in Sri Lanka’ van

16 september 2012 van TAG;

31. kamervragen van Groen Links van 28 augustus 2012 aan de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel naar aanleiding van het bericht dat naar Sri Lanka uitgezette Tamils zijn gedetineerd en gemarteld;

32. het artikel ‘Tamils to be deported despite clear torture evidence’ van

14 september 2012 uit The Guardian;

33. het rapport ‘Sri Lanka, Aktuelle Situation; Update’ van SFH van

15 november 2012;

34. de ‘Eligibility Guidelines For Assessing The International Protection Needs Of Asylum-Seekers From Sri Lanka’ van december 2012 van de United Nations High Commissioner for Refugees;

35. een krantenartikel uit The Guardian van 12 februari 2013;

36. een brief van VluchtelingenWerk Nederland van 4 maart 2013;

37. het rapport ‘Sri Lanka: Treatment of Tamil returnees to Sri Lanka’ van

12 februari 2013 van het Immigration and Refugee Board of Canada;

38. het rapport ‘We will teach you a lesson; sexual violence against Tamils by Sri Lankan Security Forces’ van februari 2013 van HRW;

39. een rapport van Freedom from Torture van 13 september 2012;

40. het ambtsbericht van oktober 2011;

41. het rapport ‘World Report 2013 – Sri Lanka’ van 31 januari 2013 van HRW;

42. het rapport ‘Sri Lanka; Bulletin: recent reports on torture and ill-treatment’ van 30 november 2011 van UK Border Agency;

43. het stuk ‘Responses to information request’ van 22 augustus 2011 van het Immigration and Refugee Board of Canada;

44. een opiniestuk van dr. Chris Smith, research associate van het Chatham House in London.

8. De rechtbank stelt vast dat de in rechtsoverweging 7 genoemde stukken, aangeduid met nummer 10, 11, 15, 16, 17 en 43, dateren van voor het besluit van

4 oktober 2011, zodat deze reeds daarom niet zijn aan te merken als nieuw gebleken feiten en omstandigheden. De overige in die rechtsoverweging genoemde stukken dateren wel van na dat besluit. Ten aanzien van deze nieuwe stukken, en de daarin vervatte informatie, ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of op voorhand is uit te sluiten dat deze kunnen afdoen aan het eerdere besluit van 4 oktober 2011 en de overwegingen waarop dat rust.

9. In het door eiser overgelegde rapport van HRW van 29 mei 2012 staat het volgende vermeld:

‘Investigations by Human Rights Watch have found that some failed Tamil asylum seekers from the United Kingdom and other countries have been subjected to arbitrary arrest and torture upon their return to Sri Lanka.

In addition to eight cases in which deportees faced torture on return reported in February, Human Rights Watch has since documented a further five cases in which Tamil failed asylum seekers were subjected to torture by government security forces on return from various countries, most recently in February 2012.

The Sri Lankan security forces have long used torture against people deemed to be linked to the Liberation Tigers of Tamil Eelam (LTTE), and growing evidence indicates that Tamils who have been politically active abroad are subject to torture and other ill-treatment, Human Rights Watch said. Four of the five cases recently reported to Human Rights Watch were corroborated by medical reports.’

In het door eiser overgelegde rapport van de SFH van 15 november 2012 staat het volgende vermeld:

‘Die tamilischen Rückkehrenden werden am Flughafen in einer meistens langwierigen Prozedur auf mögliche Verbindungen mit der LTTE durchleuchtet. Sie werden zunächst von der Immigrationsbehörde ausgesondert und befragt. Dann verhört sie der State Intelligence Service (SIS). Anschliessend überprüft und verhört der CID die Rückkehrenden. Diese Verhöre können nach Angaben von Kontaktpersonen manchmal bis zu 14 Stunden dauern. Schläge und Gewalt durch die Beamten sind bei diesen Verhören üblich. Bei hinreichenden Verdachtsmomenten oder widersprüchlichen Aussagen werden Rückkehrende dem TID für weitere Verhöre übergeben und je nachdem verhaftet. TamilInnen aus dem Norden und Osten sowie Personen im Alter zwischen 20 und 40 Jahren werden von den Behörden mit mehr Genauigkeit durchleuchtet. Haft ist wahrscheinlich im Falle von gefälschten Papieren, bestehenden Haftbefehlen oder beim Verdacht auf Verbindungen zur LTTE beziehungsweise zu den Medien. Verhaftete Rückkehrende werden zunächst ins Gefängnis in Negombo gebracht.

7.2 Sicherheit der Rückkehrenden

Nach Angaben verschiedener Beobachter werden Rückkehrende in Sri Lanka als Verräter gesehen, die Sri Lanka im Ausland in Verruf bringen. Man kann davon ausgehen, dass Rückkehrende zu einer Risikogruppe gehören, deren Sicherheit in Gefahr sein kann. Zwar gibt es keine Hinweise, dass sämtliche Rückkehrende systematisch entführt, verhaftet oder gefoltert werden. Doch gibt es verschiedene Berichte, die Fälle dokumentieren und das Risiko belegen.

(...) Kontrollen durch CID. Rückkehrende werden nach ihrer Rückkehr mehrmals an ihrem Aufenthaltsort von Polizei oder CID aufgesucht und vernommen. Beobachter berichten von Rückkehrenden, die während sechs Monaten permanent vom CID überwacht wurden. Eine Verhaftung ist jederzeit möglich.

Verhaftungen und Folter. Es gibt verschiedene aktuelle Berichte, die von Verhaftungen tamilischer und singhalesischer Rückkehrender berichten. In den meisten Fällen wurden sie auch gefoltert. (...)

Gefährdung trotz niedrigem Profil. Freedom from Torture (FFT) kommt zum Schluss, dass Tamilinnen und Tamilen bei einer Rückkehr riskieren, gefoltert zu werden, wenn sie in der Vergangenheit in einer tatsächlichen oder bloss vermuteten Verbindung mit der LTTE auf beliebiger Ebene gestanden waren und das Land sicher hatten verlassen können. FFT hat 24 Fälle dokumentiert, die nach der freiwilligen Rückkehr in Sri Lanka gefoltert wurden. Es handelte sich praktisch ausschliesslich um Männer und Frauen tamilischer Ethnie zwischen 20 und 41 Jahren. Mindestens 12 der Fälle wurden über ihre eigenen oder die Aktivitäten anderer TamilInnen im Ausland ausgefragt.

Aufenthalt im Ausland kann Gefährdung erhöhen. Auffallend ist, dass die Personen vor ihrer Ausreise aufgrund ihrer Verbindungen nicht verhaftet wurden. Gemäss der Studie von FFT ist es die Kombination des Auslandaufenthalts und der realen oder vermuteten Verbindung mit der LTTE auf einer beliebigen Ebene, die zu einem erhöhten Folterrisiko führt.’

Het rapport van de Immigration and refugee board of Canada rapporteert het volgende over naar Sri Lanka terugkerende Tamils:

‘Several sources report on cases of arrest of Tamil returnees to Sri Lanka (ibid, 7; Human Rights Watch 29 May 2012; The Sydney Morning Herald 29 Sept. 2012). Several sources also report on cases of detention of Tamil returnees to Sri Lanka (Human Rights Watch 25 Feb. 2012; Freedom from Torture 13 Sept. 2012, 5; TAG 16 Sept. 2012). Freedom from Torture, a UK-based medical foundation that helps torture survivors rebuild their lives (n.d.), also notes that three voluntary returnees from the UK were detained twice after returning to Sri Lanka (13 Sept. 2012, 5, 10).

Several sources report on cases of arrest of Tamil returnees at the airport upon arrival (Human Rights Watch 29 May 2012; Freedom from Torture 13 Sept. 2012, 10, 14; TAG 16 Sept. 2012, 13). However, according to Tamils Against Genocide (TAG), a US-based non-profit litigation advocacy organization, there is also a “practice” of waiting until returnees have left the airport before making arrests (ibid., 1, 13). (...)

2.1 Reports of Torture

At the end of 2011, the UN Committee Against Torture indicated that allegations of the "widespread use of torture" in police custody are "continued and consistent" (UN 8 Dec. 2011, 2). Freedom House's Freedom in the World 2012 report states that torture occurs during “routine interrogations” (2012).

Several sources report on cases of torture of Tamil returnees to Sri Lanka by state authorities (Human Rights Watch 25 Feb. 2012; Freedom from Torture 13 Sept. 2012, 2; TAG 16 Sept. 2012, 3). Human Rights Watch reports on cases of failed Tamil asylum seekers from the UK and various other countries who have been subjected to torture upon return to Sri Lanka (Human Rights Watch 29 May 2012). In February 2012 and May 2012, Human Rights Watch documented thirteen cases of torture of Tamil deportees to Sri Lanka, from which the most "recent" alleged torture occurred in February 2012 (ibid.). The organization claims to have obtained “medical evidence” of torture for the eight cases published on 25 February 2012 (ibid. 25 Feb. 2012). Human Rights Watch indicates there is medical evidence for four of the five cases of torture, which were published on 29 May 2012.

In September 2012, Freedom from Torture released a publication documenting 24 cases of Tamils who faced torture upon voluntary return to Sri Lanka from the UK after the civil war, and have subsequently returned to the UK (13 Sept. 2012, 1, 3). Twelve of these cases, which occurred between 2009 and 2012, were based on forensic reports documenting physical and psychological consequences of torture, which are prepared by their Medico Legal Report Service consisting of specialist clinicians, who also consider the possibility of fabrication of evidence (Freedom from Torture 1, 2, 4, 8). The remaining 12 documented cases of torture took place between 2011 and 2012, and came to the attention of Freedom from Torture through referrals for treatment sent to the organization by the UK’s National Health Service, or other health and social care professionals (ibid., 1, 13).

A report by TAG reviews the torture allegations of 48 Tamils who returned to Sri Lanka from the UK between 2010 and 2012 (TAG 16 Sept. 2012, 5). TAG indicates that the data used include 26 successful refugee appeal determinations in the UK "exclusively shared with TAG," 11 interviews with asylum seekers, diaspora members, activists and journalists, and 21 medico-legal reports produced for an unpublished thesis at a UK university (ibid., 3-6). According to TAG, “a period of residence in the UK or other ‘Western’ country may itself constitute a risk factor” for torture (ibid., 3). The organization further states that “[d]emographic determinants are sufficiently broad so as to assume that a majority of Tamils are at risk of arrest and torture upon involuntary return” to Sri Lanka (ibid., 14). In an interview with the Research Directorate, the Executive Director of the Centre for Policy Alternatives (CPA), a Sri Lankan independent and non-partisan organization that works on research and advocacy related to public policies (n.d.), indicated that being abroad leads the security apparatus to "question" returnees, and makes them wonder how the returnees left the country and who they might be associated with (14 Feb. 2013).

3.1 Links to LTTE

(...) The UNHCR said that the perceptions of peoples' political opinions are "usually linked to their ethnicity" (UN 21 Dec. 2012, 28). The Executive Director of the CPA stated that there is a mindset among Sri Lankan authorities that all Tamils are suspected terrorists (14 Feb. 2013). According to Freedom from Torture, one returnee indicated that during interrogation, the authorities said that they were “'killing the supporters'” of the LTTE and since “’all Tamil supporters are LTTE, if we kill them we will not get this problem again’” (13 Sept. 2012, 6).

(...) The UNHCR states that "all persons" living in the northern and eastern provinces of Sri Lanka "and at the outer fringes of the areas under LTTE control, necessarily had contact with the LTTE and its civilian administration in their daily lives" (UN 21 Dec. 2012, 26). Similarly, Tamils against Genocide (TAG) indicates the following: As a popular social movement the LTTE was integrated within many aspects of Tamil society, particularly in the period during which the LTTE controlled their own de-facto state .... Nearly every family would be likely to have some tie to the movement through either bloodlines or their own engagement in legitimate or illegitimate activities. (16 Sept. 2012, 12)

According to TAG, “failed asylum seekers are more likely to be readily associated with the LTTE either by virtue of the fact that they sought asylum or because of a presumption of involvement in Tamil diaspora activities which are viewed by the Sri Lankan government as being supportive of the LTTE” (TAG May 2012, para. 1.3.3). Freedom from Torture indicates that, according to a returnee, interrogators said that “the Sri Lankan authorities know that Tamils who are in the UK support the LTTE” (13 Sept. 2012, 11).

Freedom from Torture reports that in 11 of the 12 cases of torture documented in medico-legal reports, the returnee had an actual or perceived association with the LTTE before going to the UK, with all but one who indicated that they were interrogated about their LTTE association upon return to Sri Lanka (Freedom from Torture 13 Sept. 2012, 4-6, 9-10). The organization reports that, at times, such interrogation also included questions about activities in support of the LTTE while the returnee was in the UK, and information about other members and supporters of the LTTE in the UK (ibid., 11).’

10. De rechtbank stelt vast dat in de door eiser aangehaalde, deels hiervoor weergegeven, stukken melding wordt gemaakt van verhoren van tot 14 uur voor terugkerende Tamils, waarbij geweld tegen de terugkerende gebruikelijk is, alsmede arrestaties, detenties en mishandelingen van naar Sri Lanka terugkerende Tamils, hetgeen in die stukken is toegelicht aan de hand van een aantal incidenten. Uit die stukken blijkt verder dat niet alleen Tamils met daadwerkelijke banden met de LTTE, maar ook Tamils als zodanig, in het bijzonder met vermeende LTTE-connecties, risico lopen op arrestatie, detentie en mishandeling. Volgens het rapport van de Immigration and refugee board lopen terugkerende asielzoekers extra risico’s deze banden te worden toegedicht. Het rapport van de SFH duidt om die reden deze terugkerende Tamils aan als een ‘Risikogruppe’.

De rechtbank is van oordeel dat deze informatie een ander beeld geeft dan de situatie zoals die ten tijde van het eerdere besluit van 4 oktober 2011 bekend was. Alhoewel uit dat besluit niet duidelijk blijkt hoe verweerder de situatie op dat moment taxeerde, geeft het ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken van oktober 2011 inzake Sri Lanka, dat de periode beslaat van juli 2010 tot en met juli 2011, wel inzicht op welke wijze verweerder de situatie indertijd taxeerde. Op pagina 63, voor zover thans van belang, is daarin het volgende vermeld:

‘Volgens verschillende bronnen zijn er geen aanwijzingen dat terugkerende Sri Lankanen negatief in de belangstelling staan van de Sri Lankaanse autoriteiten. Het aanvragen van asiel in het buitenland wordt niet gezien als oppositie tegen de staat. Bij terugkeer worden volgens deze bronnen geen maatregelen genomen tegen afgewezen asielzoekers. De mogelijkheid bestaat dat ze kort worden ondervraagd, maar er is geen aanwijzing dat ze worden mishandeld vanwege hun verblijf in het buitenland.

Naar aanleiding van de plannen van de Britse overheid om een groep afgewezen asielzoekers terug te sturen naar Sri Lanka in juni 2011, waarschuwden enkele mensenrechtenorganisaties dat afgewezen asielzoekers na terugkeer zouden kunnen worden gearresteerd en opgepakt. Er zouden volgens hen gevallen bekend zijn van teruggekeerde asielzoekers die worden gemarteld. Ondanks deze waarschuwingen vond uitzetting van de groep afgewezen asielzoekers vanuit Groot-Brittannië naar Sri Lanka in juni 2011 plaats.’

Afgezet tegen deze informatie uit het ambtsbericht van oktober 2011, waarin wordt bericht dat bij terugkeer geen maatregelen worden genomen tegen afgewezen asielzoekers en waarin geen incidenten bij terugkeer worden genoemd, is de door eiser ingebrachte informatie nieuw en van een zodanige aard dat deze een beoordeling door verweerder vergt. Aldus is sprake van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.

11. Verweerder heeft de aanvraag van eiser in het besluit van 21 augustus 2012 met toepassing van artikel 4:6 van de Awb afgewezen. Verweerder heeft aldus niet onderkend dat de door eiser ingebrachte stukken nieuwe feiten bevatten, zodat hij had moeten beoordelen of deze hem noopten tot het heroverwegen van het eerdere besluit, in zoverre dat ziet op de weigering aan eiser een verblijfsvergunning te verlenen op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000.

Het beroep is derhalve gegrond en het besluit van 21 augustus 2012 dient wegens strijd met artikel 3:46 van de Awb te worden vernietigd. Verweerder dient, met inachtneming van deze uitspraak, een nieuw besluit te nemen.

12. Uit de vernietiging van het besluit van 21 augustus 2012, voor zover dat ziet op de weigering om eiser een verblijfsvergunning te verlenen, volgt dat ook het daarin vervatte terugkeerbesluit voor vernietiging in aanmerking komt. Aangezien het terugkeerbesluit ten grondslag ligt aan het inreisverbod, dient het beroep, voor zover gericht tegen de oplegging van het inreisverbod, eveneens gegrond te worden verklaard.

13. De rechtbank ziet aanleiding verweerder met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, van de Awb te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten in verband met de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand zijn op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 944,- (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 472,- en wegingsfactor 1).

De beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 21 augustus 2012;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser, begroot op € 944,-, te betalen aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door prof. mr. A.B. Terlouw, voorzitter, en mr. J.J.W.P. van Gastel en mr. M. van der Linde, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Barzilay, griffier.

De griffier, De voorzitter,

de voorzitter is

verhinderd te tekenen

Uitgesproken in het openbaar op 26 april 2013.

Rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen één week na de verzending van een afschrift hoger beroep instellen bij de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC ’s-Gravenhage. Het beroepschrift dient een of meer grieven tegen de uitspraak te bevatten. Artikel 6:6 van de Awb is niet van toepassing. Een afschrift van de uitspraak dient overgelegd te worden. Meer informatie treft u aan op de website van de Raad van State (www.raadvanstate.nl).