Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:CA1951

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
05-06-2013
Datum publicatie
05-06-2013
Zaaknummer
09-711198-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft gedurende een periode van ongeveer 8 maanden webshops voor aanzienlijke bedragen opgelicht door met valse identiteitsgegevens en e-mailadressen bestellingen te plaatsen en te laten bezorgen op adressen van willekeurige derden. Hierbij is verdachte zo uitgekookt te werk gegaan dat vaak niet viel te traceren waar en door wie de bestellingen waren gedaan. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen en heeft zij daarmee profijt gehad van goederen die afkomstig waren van een misdrijf. Gevangenisstraf van 9 maanden met aftrek waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en te houden aan algemene en bijzondere voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/711198-12

Datum uitspraak: 5 juni 2013

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [plaats] ([land]) op [datum] 1990,

adres: [adres],

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 22 mei 2013.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. C.A.M. Eijgenraam en van hetgeen door de raadsman van verdachte

mr. M.C. van der Want, advocaat te Middelburg, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

1.

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 november 2010 tot en met 24 oktober 2012 te 's-Gravenhage en/of te IJmuiden, althans te Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, Tommy Hilfiger Stores B.V. en/of H&M en/of Zalando en/of OTTO (winkelbedrijf) en/of Neckermann en/of Mexx, heeft bewogen tot de afgifte van goederen waaronder

kleding en/of schoeisel en/of tassen en/of elektronica en/of speelgoed, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid via de websshop(s) van bovengenoemde bedrijf/ven bestellingen geplaatst/gedaan waarbij verdachte:

- (telkens) gebruik maakte van (vele en/of verschillende) valse namen, althans (een) andere na(a)m(en) dan die van verdachte waaronder [valse naam 1]en/of

[valse naam 2]en/of [valse naam 3]en/of

- (telkens) gebruik maakte(n) van (vele en/of verschillende) emailadressen waarin de naam van verdachte niet voorkwam waaronder [emailadres 1]en/of bijvoorbeeld [emailadres 2]en/of [emailadres 3]en/of [emailadres 4]en/of

- (telkens, althans in een groot aantal gevallen) (een) adres(sen) op te geven waarop verdachte zelf niet (meer) woonachtig was en/of op welk(e) adres(sen) (op dat moment) (überhaupt) niemand woonachtig was en/of

- (telkens) (een) ander(e) factuuradres(sen) op te geven dan de/het adres(sen) waar verdachte zelf woonachtig was en/of

- (in sommige gevallen) gebruik maakte bij het plaatsen van bovengenoemde bestelling(en) van een internetverbinding in een internetcafé,

waardoor Tommy Hilfiger Stores B.V. en/of H&M en/of Zalando en/of OTTO en/of Neckermann en/of Mexx (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n) (waarvoor verdachte niet betaalde);

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 november

2010 tot en met 24 oktober 2012, te 's-Gravenhage, althans in Nederland, van

het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft zij,

verdachte, (op grote schaal/veelvuldig)

- (een) voorwerp(en), te weten onder meer kleding en/of schoeisel en/of tassen

en/of kinderstoel(en) en/of kinderwagen(s) en/of kinder/baby-artikel(en),

verworven, voorhanden gehad, overgedragen (te weten, verkocht) en/of omgezet,

en/of

- van (een) voorwerp(en), te weten onder meer kleding en/of schoeisel en/of

tassen en/of kinderstoel(en) en/of kinderwagen(s) en/of

kinder/baby-artikel(en), gebruik gemaakt,

terwijl zij wist dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk

- afkomstig waren/was uit enig misdrijf;

art 420ter Wetboek van Strafrecht

art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

3.

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 07 februari

2013 tot en met 08 februari 2013 te Naaldwijk, gemeente Westland en/of te Den

Haag, althans te Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van

een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door

een samenweefsel van verdichtsels, Wehkamp.nl heeft bewogen tot de afgifte van

Apple I-Phone 5, in elk geval van enig goed, immers verdachte heeft met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, bij bovengenoemd bedrijf

een klantnummer aangemaakt en/of (vervolgens met dat klantnummer) (een)

bestelling(en) geplaatst waarbij zij, verdachte,de persoonsgegevens van iemand

anders gebruikte en/of (aldus) een valse naam, te weten [valse naam 4], opgaf

en/of (een) vals(e) (e-mail)adres(sen) en/of een bezorgadres waarop waarop

verdachte niet woonachtig was, waardoor Wehkamp.nl werd bewogen tot

bovenomschreven afgifte;

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 januari

2013 tot en met 15 januari 2013 te Maasdijk en/of te Den Haag, althans te

Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, Wehkamp.nl heeft bewogen tot de afgifte van

Apple I-Phone 4S, in elk geval van enig goed, immers verdachte heeft met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, bij bovengenoemd bedrijf

een klantnummer aangemaakt en/of (vervolgens met dat klantnummer) (een)

bestelling(en) geplaatst waarbij zij, verdachte, de persoonsgegevens van

iemand anders gebruikte en/of (aldus) een valse naam, te weten [valse naam 5],

opgaf en/of (een) vals(e) (e-mail)adres(sen) en/of een bezorgadres waarop

waarop verdachte niet woonachtig was, waardoor Wehkamp.nl werd bewogen tot

bovenomschreven afgifte;

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht.

3. Bewijsoverwegingen

3.1 Inleiding

Naar aanleiding van verscheidene aangiften van oplichting is door de politie in maart 2012 een opsporingsonderzoek met de naam 'Hannover' gestart. Aangevers verklaarden facturen van de webshop van Tommy Hilfiger te hebben ontvangen zonder ooit een bestelling te hebben gedaan en zonder ooit de betreffende goederen te hebben ontvangen. Uit het onderzoek naar IP-adressen via welke de bestellingen werden gedaan, is naar voren gekomen dat deze adressen waren toegewezen aan een woning gelegen aan de [adres]te Den Haag en aan een internetcafé aan de [adres]te Den Haag. Uit het onderzoek bleek verder dat de bewoners van de woning aan de [adres]niets te maken hadden met de oplichting. Tijdens het onderzoek is gebleken dat de oplichting zich uitstrekte tot meerdere webshops. Tevens is uit onderzoek gebleken dat op de internetsite www.marktplaats.nl (hierna: Marktplaats) via de zelfde IP- adressen meerdere goederen werden aangeboden. De mobiele telefoonnummers die bij die advertenties vermeld stonden, hebben geleid tot de bewoners van de [adres]: [A]en [B]. Zowel [B]als [A]heeft de oplichting en het gewoontewitwassen bekend. Door de verklaringen van [B]en verder onderzoek naar aanleiding van diverse aangiften van oplichting kwam de politie op het spoor van verdachte.

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte de ten laste gelegde oplichtingen heeft gepleegd en of zij zich heeft schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen.

3.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte de onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan.

3.3 Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 1 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, waarbij hij wel de kanttekening heeft geplaatst dat verdachte zich niet aan alle in het dossier vermelde oplichtingen schuldig heeft gemaakt.

De raadsman heeft zich eveneens gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot feit 3.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van feit 2 aangezien uit het dossier niet naar voren is gekomen dat verdachte verhullende handelingen heeft gepleegd, zodat er volgens de huidige jurisprudentie geen sprake is van witwassen.

Ter zake van feit 4 heeft de raadsman vrijspraak bepleit wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

3.4 De beoordeling van de tenlastelegging1

Feit 1 (oplichtingen in de periode 2010-2012)

Naar aanleiding van een krantenbericht over de aanhouding van [B]en [A]in voornoemd Hannover-onderzoek is er op 13 juni 2012 bij Meld Misdaad Anoniem een melding binnengekomen dat er een derde persoon bij de oplichting betrokken zou zijn, namelijk [verdachte], de verdachte, wonende op de [adres]te [plaats] 2. Voorts heeft [B]in haar tweede verhoor verklaard dat [medeverdachte]eveneens betrokken was geweest bij de internetoplichting en dat deze een vriendin genaamd [verdachte] had, die ook betrokken zou zijn geweest bij de oplichting3. Uit nader onderzoek bleek dat zowel [verdachte] als [medeverdachte] een relatie had (gehad) met een van de broers [C]4 en dat de telefoons die ze in gebruik hadden regelmatig contact met elkaar hadden5.

3.4.1.

Op 25 oktober 2012 heeft [aangever 1]aangifte van oplichting gedaan6. Zij heeft verklaard dat zij op 28 maart 2012 bij thuiskomst een afleverbericht van een bezorgdienst vond met de mededeling dat er een pakketje bij de buurman was afgegeven dat op naam stond van [valse naam 2]. Even later belde er een meisje aan dat zich voorstelde als [valse naam 2] en vroeg of er een pakketje voor haar was bezorgd. Omdat aangeefster het pakketje nog niet bij de buurman had opgehaald, spraken zij af dat aangeefster '[valse naam 2]' zou bellen als zij het pakketje had opgehaald. Als telefoonnummer gaf [valse naam 2] 06-[nummer] op. Op 31 maart 2012 heeft ze het pakketje opgehaald. Zij heeft toen verteld dat zij (net als aangeefster) op de [adres] woonde maar dat zij per ongeluk een verkeerd huisnummer op de bestelling had ingevuld. Aangeefster beschreef haar als een Nederlands meisje van ongeveer 20-25 jaar, met blond haar, een beetje fors/stevig van postuur en goed verzorgd. Aangeefster zag nog, dat [valse naam 2] schoenen uit de doos haalde en vervolgens de doos met factuur en al weggooide in een container.

Later kreeg aangeefster aanmaningen van Zalando.

Uit onderzoek naar het door '[valse naam 2]' opgegeven telefoonnummer is gebleken dat dit nummer in vijf verschillende telefoons is gebruikt, waaronder twee telefoons waarin ook het nummer 06-[nummer], dat op naam staat van verdachte, is gebruikt7. Ook is gebleken dat het opgegeven telefoonnummer ten tijde van het contact met [aangever 1] in een telefoon zat waarin eerder een telefoonnummer had gezeten dat op naam stond van [valse naam 3], de vriendin van de vader van verdachte. De vader heeft verklaard dat hij de telefoon, een BlackBerry, in december 2011 of januari 2012 aan verdachte heeft gegeven8. Het door '[valse naam 2]' opgegeven telefoonnummer had bovendien meermalen contact met nummers van de vader en oma van verdachte.

De rechtbank heeft verdachte tijdens de zitting waargenomen. Hierbij bleek dat verdachte voldoet aan het signalement dat aangeefster heeft gegeven.

3.4.2

Op 19 juni 2012 heeft [aangever 2]aangifte gedaan. Hij heeft verklaard dat er meerdere goederen zijn besteld met als afleveradres het adres van zijn overleden vader, [adres] te Rijswijk. Drie pakketten werden afgeleverd bij een buurvrouw9.

Deze buurvrouw heeft verklaard dat er pakketten van Mexx, Zalando en Neckermann met als afleveradres dat van haar overleden buurman bij haar zijn opgehaald door een jonge blonde vrouw, die vertelde dat de postcode verkeerd was10.

Aangever heeft blijkens het dossier diverse berichten van pakketbezorgers overgelegd met daarop een aantekening van welk bedrijf de zending afkomstig was11.

Er bleken ook goederen te zijn besteld bij de webshops van Hennes en Mauritz (H&M) en OTTO. Alle bestellingen bleken te zijn gedaan op naam van [valse naam 1]met als e-mailadres [emailadres 5]. De bestelling bij H&M is gedaan via het IP- nummer dat bij het huis van de vader van verdachte in IJmuiden bleek te horen. Uit navraag bij de betreffende webshops is gebleken dat de bestelling bij H&M (kinder-) kleding betrof12, dat de bestelling bij Zalando kleding betrof13, de bestelling bij Neckermann, gedaan op 5 juni 2012, kinderspeelgoed betrof14, de bestelling bij Mexx kleding betrof15 en dat de bestelling bij Otto ook kleding betrof16.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat zij de bestellingen bij vorengenoemde webshops op naam van [valse naam 1]met e-mailadres [emailadres 2]en met als bezorgadres [adres] in Rijswijk heeft gedaan en dat zij deze bestellingen via twee IP-adressen heeft gedaan, het IP-adres behorende bij haar eigen woning en het IP-adres behorende bij de woning van haar vader in IJmuiden.

Modus operandi

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij zich een aantal keren aan oplichting van webshops via internet heeft schuldig gemaakt. Verdachte heeft uiteengezet dat zij op de computer willekeurige namen opzocht en op zo'n naam een emailadres aanmaakte via welk adres zij vervolgens een bestelling bij een webshop plaatste. Als bezorgadres gaf zij niet haar eigen adres op. De bezorgadressen zocht zij ook op internet op en die koos zij op locaties die voor haar eenvoudig bereikbaar waren. Via track & trace volgde zij op internet de bestelling en zodra zij zag dat de bestelling op het desbetreffende adres was bezorgd, ging zij er naar toe om te vragen of er een pakketje voor haar afgeleverd was. Zij vertelde dan dat zij een verkeerde naam of een verkeerde postcode had opgegeven, waardoor het pakketje verkeerd was bezorgd. Meestal kreeg verdachte de goederen in goed vertrouwen mee. Verdachte heeft verklaard dat zij hierbij de naam [valse naam 1]heeft gebruikt.

Deze handelwijze van verdachte komt overeen met wat wordt beschreven in de aangiften, namelijk dat aangevers (of hun buren) pakketten ontvingen van webshops waar zij nooit iets hadden besteld en dat er vervolgens een jonge blonde vrouw aanbelde met het verhaal dat het pakket verkeerd was bezorgd. Na enige tijd ontvingen de aangevers dan aanmaningen van de desbetreffende bedrijven.

De rechtbank acht gezien het vorenstaande de onder 3.4.1 en 3.4.2 beschreven oplichtingen, zowel op zichzelf als in onderlinge samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen.

3.4.3

Uit gegevens van Zalando is gebleken dat er bij dit bedrijf via het IP-adres [IP-adres], 72 bestellingen zijn gedaan. Het gaat om een groot aantal goederen, die in totaal een aanzienlijke waarde vertegenwoordigen17.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij woont op de [adres]te Den Haag en dat zij als mailadres [emailadres 1]gebruikt. Het voornoemde IP-adres was volgens provider Ziggo afgegeven aan [D], [adres]te Den Haag.18 Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat Ziggo een fout heeft gemaakt wat betreft de naam en dat [D] [verdachte] moet zijn. Waarschijnlijk is fout ontstaan omdat het aanvragen van het IP-adres telefonisch heeft plaatsgevonden.

Bij de bestellingen werden uitsluitend e-mailadressen gebruikt waar de naam van verdachte niet in voorkwam. Er werd gebruik gemaakt van steeds andere namen en e-mailadressen, waaronder op 4 juni 2012 [valse naam 1](op het adres [emailadres 5]) en [valse naam 6]([emailadres 6]). Op 17 april 2012 is een bestelling geplaatst op naam van [valse naam 7], emailadres [emailadres 7].

Geconfronteerd met het grote aantal bestellingen vanaf haar IP-adres heeft verdachte gesuggereerd dat anderen waarschijnlijk via haar IP-adres bestellingen hebben gedaan en dat dit mogelijk was omdat zij een onbeschermd IP-adres had. Ook is het volgens verdachte mogelijk dat anderen tijdens haar maandenlange afwezigheid in haar huis zijn geweest en zodoende gebruik hebben gemaakt van haar adres. Dit kon, omdat zij haar huis nooit goed afsloot en omdat er altijd een touwtje uit de brievenbus hing.

De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat anderen gebruik hebben gemaakt van haar IP-adres om de volgende redenen niet aannemelijk.

De betreffende bestellingen zijn gedaan tussen 17 april en 4 juni 2012, dus in een korte periode; vaak betrof het meerdere bestellingen op een dag. De bestelling die op 4 juni 2012 is gedaan onder de naam [valse naam 1]is blijkens de bekentenis van verdachte in ieder geval van haarzelf afkomstig. Twee uur later is de bestelling op naam van [valse naam 6]geplaatst.

Het valt op, dat vrijwel alle e-mailadressen bestaan uit een voor- en achternaam en dat ze bijna allemaal van Yahoo zijn. De 17 namen die zijn gebruikt voor de bestellingen van 14 tot en met 24 mei 2012 beginnen allemaal met 'Van der/Van de'. Dit past in de door verdachte geschetste modus operandi, dat zij op internet geschikte namen zocht en op die naam een e-mailadres aanmaakte.

Verder is het niet aannemelijk dat verdachte, die heeft bekend dat zij webshops heeft opgelicht waaronder Zalando, zelf het slachtoffer zou zijn geworden van een of meer anderen, die via haar IP-adres eveneens Zalando oplichtten.

Verdachte heeft pas ter zitting verklaard een aantal maanden buitenslands te zijn geweest, wat gezien het late stadium waarin dit is verklaard niet geloofwaardig overkomt.

De rechtbank acht ook deze oplichtingen van Zalando wettig en overtuigend bewezen.

3.4.4

De rechtbank is gezien het vorenstaande van oordeel dat op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting, ook in onderlinge samenhang bezien, feit 1 wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Feit 2 (gewoontewitwassen)

Uit onderzoek naar advertenties op Marktplaats is gebleken dat in de periode van 1 november 2010 tot en met 5 juni 2012 een groot aantal advertenties werd geplaatst via het IP-adres van verdachte met het e-mailadres [emailadres 1]en de gebruikersnaam "[gebruikersnaam]" en met onder andere het telefoonnummer 06-[nummer]. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat dit inderdaad de gegevens zijn waarmee zij advertenties op Marktplaats zet. Zij betwist niet dat zij deze advertenties heeft geplaatst.

De officier van justitie heeft betoogd, dat verdachte, die met haar kinderen van een uitkering moet rondkomen, desondanks over heel veel dure merkartikelen beschikte en deze zowel zelf gebruikte als op ruime schaal te koop aanbood. De officier legt hier (logischerwijs) een verband met de onder feit 1 ten laste gelegde oplichtingen en acht gewoontewitwassen bewezen.

Wil de rechtbank tot een bewezenverklaring kunnen komen van het delict (gewoonte)witwassen, dan moet vast komen te staan dat de verweten handelingen zijn verricht ten aanzien van voorwerpen, waarvan verdachte wist dat die afkomstig waren uit enig misdrijf. Van het overgrote deel van de door verdachte op Marktplaats te koop aangeboden spullen, alsmede van de in haar woning aangetroffen merkartikelen is dat bewijs niet te leveren. Er is bijvoorbeeld geen rechtstreeks verband te leggen tussen de uit oplichting afkomstige goederen vermeld in feit 1 en de verkoopaktiviteiten van verdachte op Marktplaats of de in haar woning aangetroffen dure spullen. Welke goederen er bij de 72 bestellingen bij Zalando zijn besteld is niet bekend en ook over de overige verkregen goederen bevat het dossier weinig informatie.

In 32 advertenties die geplaatst zijn in de periode van 10 augustus 2011 tot en met 7 september 2011 werd echter kleding en schoeisel van het merk Tommy Hilfiger, steeds onder de vermelding 'nieuw' en vrijwel steeds 'met kaartje er aan', te koop aangeboden20. Uit de rekeningafschriften op naam van verdachte blijkt dat zij voor de verkoop van deze aangeboden voorwerpen geld heeft ontvangen van particuliere kopers21. Verdachte heeft bij de politie verklaard, dat klanten de spullen meestal kwamen ophalen omdat ze wilden zien wat ze kochten en dat ze dan contant betaalden22.Verdachte heeft verder verklaard dat zij de Tommy Hilfiger kleding die zij op Marktplaats te koop heeft aangeboden, ofwel zelf gekocht had of van haar vader uit het buitenland had gekregen23. Het betroffen volgens verdachte allemaal goederen die zij niet wilde hebben maar niet meer kon teruggeven aan de winkel.

De rechtbank acht deze verklaring van verdachte niet geloofwaardig. De kleding betreft voornamelijk jassen en laarzen, zowel voor mannen als voor vrouwen, en niet valt in te zien dat of waarom verdachte dan wel haar vader 18 jassen en 7 paar laarzen van het merk Tommy Hilfiger zouden aanschaffen, die geen van alle bij verdachte in de smaak vielen. Enerzijds laat een bijstandsuitkering dergelijke aankopen niet toe en het is anderzijds gezien de aantallen en eenzijdige samenstelling van de kleding volstrekt onaannemelijk dat verdachte ze als cadeau van haar vader had gekregen. De rechtbank concludeert dan ook (mede gezien de verklaring van verdachte dat zij webshops heeft opgelicht) dat het niet anders kan zijn dan dat deze voorwerpen uit enig misdrijf afkomstig zijn geweest.

Het verweer dat verdachte geen verhullende handelingen heeft gepleegd, wordt verworpen, nu het te koop aanbieden op Marktplaats valt onder het bestandsdeel 'omzetten' van het witwasdelict, en daarvoor niet vereist is dat (extra) verhullingshandelingen worden gepleegd.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat feit 2 eveneens wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, zij het voor een kortere periode.

Feit 3 (oplichting in Naaldwijk)

Verdachte heeft het onder 3 ten laste gelegde feit bekend en nadien niet anders verklaard. De raadsman heeft bovendien geen vrijspraak bepleit. Daarom is de rechtbank van oordeel dat kan worden volstaan met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank bezigt als bewijsmiddelen;

- de verklaring van verdachte ter terechtzitting, voor zover luidende - zakelijk weergegeven - :U houdt mij feit 3 voor. Het klopt dat ik bij Wehkamp.nl onder een valse naam, namelijk [valse naam 4], een i-Phone 5 heb besteld. Ik heb de bestelling gedaan met een vals e-mailadres. Ik heb het pakket door Wehkamp laten bezorgen in Naaldwijk bij Bakkerij [bakkerij] op de [adres]. Op het moment dat ik het pakketje in ontvangst wilde nemen, werd ik door de politie aangehouden;

- de aangifte van Wehkamp.nl24;

- proces-verbaal verhoor getuige25.

Feit 4 (oplichting in Maasdijk)

Op 15 februari 2013 heeft Selectvracht bij de familie [aangever 3] in Maasdijk een pakket afkomstig van Wehkamp.nl bezorgd. Het pakket bevatte volgens de bijgaande pakbon een I-phone 4S. Niemand van het gezin bleek een I-phone te hebben besteld. Een paar uur later heeft een vrouw, die zich [valse naam 8]noemde, aangebeld die vertelde dat Wehkamp het pakketje fout had bezorgd en dat het voor haar was bestemd. [aangever 3] heeft haar in goed vertrouwen het pakje meegegeven. Hij heeft verklaard dat de vrouw reed in een grote bronskleurige Ford Expedition26. De getuige [aangever 3] heeft tijdens een fotoconfrontatie verdachte herkend als degene die het pakket is komen afhalen27. Wehkamp.nl heeft aangifte gedaan van oplichting28.

Uit onderzoek is gebleken dat de I-phone 4S is besteld via een mailadres dat was gekoppeld aan verschillende IP-adressen waaronder het IP-adres [IP-adres]. Dit IP-adres was (net als het onder 3.4.3 vermelde) afgegeven aan [D], [adres]te Den Haag30. Verdachte heeft zoals reeds vermeld ter terechtzitting verklaard dat Ziggo een fout heeft gemaakt wat betreft de naam en dat [D] [verdachte] moet zijn. Voorts heeft zij verklaard dat zij geregeld in de Ford Expedition van haar ex-vriend rijdt.

Verdachte heeft zowel bij de politie als ter terechtzitting ontkend dat zij in Maasdijk is geweest en dat zij daar een pakket heeft opgehaald. Zij heeft geen verklaring voor het feit dat de getuige haar bij de fotoconfrontatie heeft herkend.

De rechtbank is gezien het vorenstaande van oordeel dat verdachte door het plaatsen van een bestelling waarbij gebruik werd gemaakt van een valse naam en van een vals e-mailadres, en waarbij een bezorgadres is opgegeven waar verdachte niet woont, Wehkamp.nl heeft bewogen tot afgifte van een I-phone 4S. De rechtbank neemt hierbij tevens in overweging dat de handelswijze van verdachte hierbij vrijwel identiek is aan haar handelswijze bij de onder feit 1 beschreven modus operandi alsmede bij het ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit 3. De rechtbank is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het onder 4 ten laste gelegde feit.

3.5 De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat verdachte:

1.

op tijdstippen in de periode van 1 maart 2012 tot en met 5 juni 2012 te 's-Gravenhage en te IJmuiden, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen H&M en Zalando en OTTO (winkelbedrijf) en Neckermann en Mexx, heeft bewogen tot de afgifte van goederen waaronder kleding en schoeisel en speelgoed, hebbende verdachte toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid via de webshops van bovengenoemde bedrijven bestellingen geplaatst waarbij verdachte:

- gebruik maakte van vele valse namen waaronder [valse naam 1]en [valse naam 2]en

- gebruik maakte van vele emailadressen waarin de naam van verdachte niet voorkwam waaronder [emailadres 1]en [emailadres 2]en [emailadres 3]en [emailadres 4]en

- adressen opgaf waarop verdachte zelf niet woonachtig was of op welk adres op dat moment überhaupt niemand woonachtig was en

- andere factuuradressen opgaf dan het adres waar verdachte zelf woonachtig was,

waardoor H&M en Zalando en OTTO en Neckermann en Mexx telkens werden bewogen tot bovenomschreven afgiften waarvoor verdachte niet betaalde;

2.

op tijdstippen in de periode van 10 augustus 2011 tot en met 7 september 2011 te 's-Gravenhage, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft zij,

verdachte, veelvuldig

- voorwerpen, te weten kleding en schoeisel verworven, voorhanden gehad, overgedragen (te weten verkocht)

terwijl zij wist dat bovenomschreven voorwerpen - middellijk of onmiddellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

3.

op tijdstippen in de periode van 07 februari 2013 tot en met 08 februari 2013 te Naaldwijk, gemeente Westland en te Den Haag, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen, Wehkamp.nl heeft bewogen tot de afgifte van een

Apple I-Phone 5, immers verdachte heeft met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid, bij bovengenoemd bedrijf

een klantnummer aangemaakt en vervolgens met dat klantnummer een bestelling geplaatst waarbij zij, verdachte, de persoonsgegevens van iemand anders gebruikte en aldus een valse naam, te weten [valse naam 4], opgaf en een vals e-mailadres en een bezorgadres waarop waarop verdachte niet woonachtig was,, waardoor Wehkamp.nl werd bewogen tot

bovenomschreven afgifte;

4.

op tijdstippen in de periode van 14 januari 2013 tot en met 15 januari 2013 te Maasdijk en te Den Haag, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen, Wehkamp.nl heeft bewogen tot de afgifte van Apple I-Phone 4S, immers verdachte heeft met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid, bij bovengenoemd bedrijf een klantnummer aangemaakt en vervolgens met dat klantnummer een bestelling geplaatst waarbij zij, verdachte, de persoonsgegevens van iemand anders gebruikte en aldus een valse naam, te weten [valse naam 5], opgaf en een vals e-mailadres en een bezorgadres waarop verdachte niet woonachtig was, waardoor Wehkamp.nl werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

4. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, waaronder een te volgen budgetteringscursus en financieel toezicht door middel van woonbegeleiding.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft matiging bepleit van de door de officier van justitie gevorderde straf. De raadsman heeft benadrukt dat verdachte al drie maanden vast zit en dat een nog langere detentie niet te rijmen valt met het vonnis dat de rechtbank op 11 september 2012 heeft gewezen in de zaak [B] (09/758165-12), eveneens verdachte in het Hannover-onderzoek. Hoewel deze voor vergelijkbare feiten is veroordeeld heeft zij naast een werkstraf alleen een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd gekregen. De raadsman wijst er tevens op de verdachte first offender is. Het oplichten van een webwinkel is naar zijn mening niet zo ernstig als het plegen van een winkeldiefstal; het is bovendien geweldloos. De straf zou dus lager moeten zijn dan wat gewoonlijk voor winkeldiefstallen wordt opgelegd.

Primair bepleit de raadsman dan ook onmiddellijke invrijheidstelling en het opleggen van een forse werkstraf. Subsidiair bepleit de raadsman onmiddellijke schorsing van de voorlopige hechtenis en het opleggen van een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden en een werkstraf.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft gedurende een periode van ongeveer 8 maanden webshops voor aanzienlijke bedragen opgelicht door met gefingeerde identiteitsgegevens en e-mailadressen bestellingen te plaatsen en te laten bezorgen op adressen van willekeurige derden. Hierbij is verdachte zo uitgekookt te werk gegaan dat vaak niet viel te traceren waar en door wie de bestellingen waren gedaan. Verdachte heeft nooit de intentie gehad om voor de bestelde goederen te betalen. Verdachte heeft door zo te handelen niet alleen de desbetreffende bedrijven ernstig gedupeerd maar ook veel overlast veroorzaakt voor de mensen bij wie zij de bestellingen liet bezorgen. Die kregen, nadat zij te goeder trouw de goederen aan verdachte hadden meegegeven, de facturen van de bedrijven en vervolgens de aanmaningen. Uit de aangiften blijkt dat deze mensen vaak veel moeite hebben moeten doen om de winkelbedrijven ervan te overtuigen dat de bestellingen niet door hen waren gedaan. De rechtbank is van oordeel, dat om deze reden de feiten niet op een lijn zijn te stellen met winkeldiefstallen.

Verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakte aan gewoontewitwassen en daarmee profijt gehad van goederen die afkomstig waren van een misdrijf.

De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat zij bij haar handelen enkel aan haar eigen geldelijke gewin heeft gedacht en dat zij geen enkele rekening heeft gehouden met de gevolgen van haar handelen voor de gedupeerden. Bovendien schendt dergelijk handelen het vertrouwen in het handelsverkeer via internet.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd in aanmerking genomen. De rechtbank heeft hierbij met name gelet op straffen die in de zaken van de andere verdachten in het Hannover-onderzoek zijn opgelegd. Ook heeft de rechtbank acht geslagen op het strafblad van de verdachte, d.d. 25 oktober 2012, waaruit blijkt dat zij niet eerder voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld.

De rechtbank heeft in het nadeel van verdachte rekening gehouden met het feit dat de voorlopige hechtenis van verdachte op 26 oktober 2012 onder voorwaarden was geschorst hetgeen haar er echter niet van heeft weerhouden om zich opnieuw schuldig te maken aan het plegen van de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten. De rechtbank rekent verdachte dit ernstig aan.

De rechtbank heeft wat betreft de persoon van verdachte voorts rekening gehouden met het advies van de Reclassering Nederland, adviesunit 1 Den Haag, d.d. 25 januari 2013. De reclassering ziet geen aanknopingspunten voor interventies en begeleiding in de vorm van toezicht omdat verdachte heeft aangegeven geen enkele hulpvraag te hebben. De reclassering onthoudt zich tevens van een strafadvies gezien de ontkennende houding van verdachte.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat zij in eerste instantie is blijven ontkennen omdat zij erg bang was voor wat er dan ging gebeuren en dat zij spijt heeft van wat zij heeft gedaan. Voorts heeft de verdachte gezegd dat zij zich er inmiddels van bewust is geworden dat zij hulp en sturing nodig heeft, met name op financieel gebied. Ze heeft verklaard bereid te zijn om volledig mee te werken aan een eventueel reclasseringstoezicht.

Dat verdachte tijdens een schorsing van de voorlopige hechtenis is doorgegaan met het plegen van dezelfde feiten, baart de rechtbank ernstig zorgen. Verdachte is bovendien op zijn minst mede dank zij haar inkomen uit haar criminele activiteiten, gewend ver boven haar stand als bijstandsmoeder te leven. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte een stevige stok achter de deur nodig heeft om haar ervan te weerhouden zich nogmaals schuldig te maken aan het plegen van strafbare feiten. De rechtbank zal verdachte daarom een gevangenisstraf opleggen van na te melden duur, waarvan zij een groot deel voorwaardelijk zal opleggen met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, waaronder het volgen van een gedragsinterventie, bestaande uit een budgetteringscursus. Gelet op het strafblad van verdachte en de aard van het bewezenverklaarde ziet de rechtbank geen noodzaak om een proeftijd van drie jaren op te leggen zoals door de officier van justitie is gevorderd en zal zij in aansluiting op hetgeen gebruikelijk is in vergelijkbare gevallen de proeftijd vaststellen op twee jaren.

7. De in beslag genomen goederen

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage C aan dit vonnis is gehecht) onder 1 en 3 t/m 19 genummerde voorwerpen zullen worden verbeurdverklaard, dat het onder 2 genummerde voorwerp zal teruggegeven aan Wehkamp.nl en dat de onder 20 t/m 25 genummerde voorwerpen zullen worden teruggegeven aan de verdachte.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman bepleit de teruggave van de in beslag genomen goederen. Hij is van mening dat er bij de inbeslagname van de goederen in de woning van verdachte een vermenging heeft plaatsgevonden van goederen die verkregen zijn met legale gelden en goederen die op illegale wijze zijn verkregen. Nu er geen onderscheid tussen de in beslag genomen voorwerpen is gemaakt, dienen alle voorwerpen aan verdachte te worden teruggegeven, aldus de raadsman.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat onvoldoende duidelijk is of is voldaan aan de voorwaarden die de wet stelt aan de verbeurdverklaring van de in beslag genomen voorwerpen op de wijze zoals de officier van justitie heeft gevorderd. Nu het belang van de strafvordering zich daartegen niet verzet, zal de rechtbank de teruggave aan verdachte gelasten van de onder 4 en 6 t/m 25 genummerde voorwerpen.

Ten aanzien van de onder 3 en 5 genummerde telefoontoestellen en de onder 1 genummerde auto, heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat deze niet aan haar toebehoren, zodat de teruggave van deze voorwerpen aan de rechthebbende zal worden gelast.

De onder 2 genummerde I-Phone 5 heeft verdachte door middel van oplichting van Wehkamp.nl verkregen. De rechtbank zal de teruggave gelasten aan Wehkamp.nl.

8. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 326, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1, 3 en 4:

oplichting, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2:

van het plegen van witwassen een gewoonte maken ;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de haar opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 6 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

alsmede onder de algemene voorwaarden:

- dat de veroordeelde ter vaststelling van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de hierna te noemen bijzondere voorwaarden:

- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd bij Reclassering Nederland, Bezuidenhoutseweg 179 te 2594 AH Den Haag zal melden, zolang en zo vaak als de reclassering dit noodzakelijk acht;

- dat de veroordeelde gedurende de proeftijd zal deelnemen aan een gedragsinterventie, bestaande uit een budgetteringscursus, aangeboden door de Reclassering Nederland, of een soortgelijke instelling, waarbij de veroordeelde zich dient te houden aan de aanwijzingen zoals die gedurende deze gedragsinterventie door of namens voornoemde instelling aan veroordeelde zullen worden gegeven;

waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

gelast de teruggave aan verdachte van de op de beslaglijst onder 4 en 6 t/m 25 genummerde voorwerpen;

gelast de teruggave aan de rechthebbende van de op de beslaglijst onder 1, 3 en 5 genummerde voorwerpen;

gelast de teruggave aan Wehkamp.nl van het op de beslaglijst onder 2 genummerde voorwerp.

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.C.M. Bouman, voorzitter,

mrs. J. Eisses en S.L.M. Staals, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. B. d'Arnaud Gerkens, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juni 2013.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit de pagina's van het proces-verbaal met het nummer PL1533 2011103938, van de regiopolitie Haaglanden, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 683). Waar ten aanzien van de feiten 3 en 4 wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit de pagina's van het proces-verbaal met het nummer PL1563 2013028466 van de regiopolitie Haaglanden, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 143).

2 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 17 juni 2012, blz. 223;

3 Proces-verbaal verhoor verdachte, d.d. 14 juni 2012, blz. 228;

4 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 23 juni 2012, blz. 391;

5 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 11 juli 2012, blz. 396;

6 Proces-verbaal van aangifte, d.d. 25 oktober 2012, blz. 587-588;

7 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 19 januari 2013, blz. 662;

8 Proces-verbaal bevindingen, d.d. 22 december 2012, blz. 650-651;

9 Proces-verbaal van aangifte, PL 1561 201212485-1, d.d. 19 juni 2012, blz. 25;

10 Proces-verbaal verhoor getuige, PL 1561 201212485-6, d.d. 17 juli 2012, blz. 34;

11 Bijlagen bij proces-verbaal van aangifte

12 Proces-verbaal van bevindingen, PL 1561 201212485-7, bijlage email van H&M, d.d. 18 juli 2012, blz. 38;

13 Proces-verbaal van bevindingen, PL 1561 201212485-12, bijlage email van Zalando, d.d. 31 augustus 2012, blz. 52;

14 Proces-verbaal van bevindingen, PL 1561 201212485-16, bijlage email van Neckermann d.d. 12 september 2012, blz. 83;

15 Proces-verbaal van bevindingen, PL 1561 201212485-18, bijlage email van Mexx, d.d. 17 september 2012, blz. 92;

16 Proces-verbaal van bevindingen, PL 1561 201212485, bijlage email van Otto, d.d. 24 september 2012, blz. 96;

17 Proces-verbaal van bevindingen met bijlage, d.d. 2 augustus 2012, blz. 492 t/m 495;

18 Proces-verbaal van bevindingen PL1561 2012129485 d.d. 12 september 2012, blz. 80

19 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 13 september 2012, blz. 590;

20 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, d.d. 13 september 2012, blz. 596;-598

21 Proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, d.d. 17 oktober 2012, blz. 604, 611,612.

22 Proces-verbaal van veerhoor verdachte van 1 februari 2013, blz. 679

23 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 24 oktober 2012, blz 639-641. proces-verbaal verhoor verdachte, d.d. 1 februari 2012, blz. 678 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting;

24 Proces-verbaal van aangifte, d.d. 15 februari 2013, blz. 64;

25 Proces-verbaal verhoor getuige, d.d. 8 februari 2013, blz. 29-31;

26 Proces-verbaal verhoor getuige, d.d. 16 februari 2013, blz. 72-73;

27 Proces-verbaal simultane fotobewijsconfrontatie d.d. 16 februari 2013, p. 77-86.

28 Proces-verbaal van aangifte, d.d. 15 februari 2013, blz. 63;

29 Proces-verbaal van aangifte, d.d. 15 februari 2013, blz. 63;

30 Proces-verbaal relaas, d.d. 15 mei 2013, blz. 92;