Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:CA1546

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
08-05-2013
Datum publicatie
30-05-2013
Zaaknummer
09-920048-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal met geweld, in vereniging gepleegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Sector Familie- en jeugdrecht

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer 09/920048-12

Datum uitspraak: 8 mei 2013

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag, rechtdoende in jeugdstrafzaken, heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [datum] 1995 te [plaats A],

adres: [adres].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting met gesloten deuren van 11 oktober 2012 en

25 april 2013.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr.

K. Sanders en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. J.G.M. Dassen, advocaat te Utrecht, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 27 januari 2012 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met

geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een

mobiele telefoon merk Blackberry, in elk geval van enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- vastpakken van die [slachtoffer] (bij de schouder) en/of de nek

(door daar een arm om heen te slaan/doen) en/of vervolgens

- (door meerdere personene) meenemen/meevoeren van die Hosseini Mehrpour

Shafti naar een andere plek, onder de mededeling dat hij stil moest zijn en/of

(vervolgens)

- bedreigen met een mes van die [slachtoffer] door dit mes vlak

bij/tegen de keel van die [slachtoffer] te houden en/of onder de

mededeling dat die [slachtoffer] zijn spullen af moest geven en/of

- het bedreigen van die [slachtoffer] door hem de woorden toe te

voegen "ik zit een bende, als je me naam noemt dan kom ik je opzoeken.";

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 27 januari 2012 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon merk Blackberry, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zijn mededader(s);

2.

hij op of omstreeks 26 januari 2012 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een witte koptelefoon (merk Beats By Dr. Dre), in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke

diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal

voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op

heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk

te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- (op de fiets) heimelijk van achteren benaderen van die (lopende) [slachtoffer 2] en/of

(vervolgens)

- het van het hoofd van die [slachtoffer 2] trekken van die koptelefoon en/of vervolgens

(toen die [slachtoffer 2] verdachte en/of zijn mededaders volgde met de mededeling "geef

terug")

- het schoppen van die [slachtoffer 2] in zijn knieholten;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 26 januari 2012 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een zwarte koptelefoon (merk Beats by dr Dre), in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of ene

[slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- heimelijk achtervolgen van die [slachtoffer 3] en/of (vervolgens)

- hard op het achterhoofd van die [slachtoffer 3] slaan en/of

- trappen in de knieholtes van die [slachtoffer 3] (die daardoor in elkaar zakt) en/of

vervolgens

- het van het hoofd van die [slachtoffer 3] trekken van die koptelefoon;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3. Bewijsoverwegingen

3.1 Inleiding

Verdachte wordt ervan verdacht dat hij zich op 27 januari 2012 samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan een afpersing (feit 1 primair) dan wel diefstal in vereniging (feit 1 subsidiair) en dat hij zich op 26 januari 2012 samen met anderen tweemaal schuldig heeft gemaakt aan een straatroof (feiten 2 en 3).

3.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank verdachte van feit 1 primair zal vrijspreken en dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte de feiten 1 subsidiair, 2 en 3 heeft begaan.

3.3 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit van het onder 1 ten laste gelegde. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de ten laste gelegde geweldshandelingen niet wettig en overtuigend te bewijzen zijn en medeverdachte [medeverdachte] degene is geweest die de telefoon van aangever heeft weggenomen. Hoewel verdachte aanwezig was bij het ten laste gelegde feit is er geen sprake van een bewuste en nauwe samenwerking, zodat er geen sprake is van medeplegen van het ten laste gelegde feit.

De raadsman heeft eveneens vrijspraak van de feiten 2 en 3 bepleit. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de beide aangevers geen concrete dader aanwijzen en de verklaringen van de medeverdachten innerlijk tegenstrijdig zijn en niet stroken met de overige bewijsmiddelen, waardoor zij niet bruikbaar zijn voor het bewijs. Daarnaast zijn er geen betrouwbare bewijsmiddelen, zoals camerabeelden, vingerafdrukken of een fotoconfrontatie, die aantonen dat verdachte degene is geweest die de koptelefoons heeft gestolen.

3.4 De beoordeling van de tenlastelegging1

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting leidt de rechtbank het volgende af.

Feit 1 primair:

De rechtbank acht, evenals de officier van justitie en de raadsman, niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 1 primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

Feit 1 subsidiair:

Op 27 januari 2012 stapte aangever [slachtoffer] samen met [getuige] op station Seghwaert te Zoetermeer uit de Randstadrail. Omdat zij moesten overstappen, liepen ze onder het spoor door om van het ene perron bij het andere perron te komen.2

Aangever voelde aldaar dat er een arm om hem heen werd geslagen. Toen hij omkeek, zag hij dat het medeverdachte [medeverdachte 2] (verder: [medeverdachte 2]) was. Op dat moment kwamen medeverdachte Gabon Elisabeth (verder: [medeverdachte]) en verdachte ook richting aangever gelopen. Aangever hoorde [medeverdachte] tegen [getuige] zeggen blijf daar staan. [medeverdachte 2] zei toen tegen aangever: "loop door, loop door". Hierop liep aangever met [medeverdachte 2], [medeverdachte] en verdachte mee naar een parkeerplaats.3 [medeverdachte] vroeg aangever om zijn BlackBerry, omdat hij zijn ping wilde toevoegen. Nadat [medeverdachte] de Blackberry van aangever had gekregen, is hij er met de Blackberry vandoor gegaan.4

Medeverdachte [medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij op 27 januari 2012 samen met verdachte en [medeverdachte 2] op station Seghwaert was. Daar kwam een Turkse jongen naar hen toe en zei dat er bij het station een jongen stond die een BlackBerry 9900 en geld had. Hij vroeg of zij hem wilden helpen bij het beroven van die jongen. [medeverdachte] heeft voorts verklaard dat [medeverdachte 2] en de Turkse jongen met aangever naar beneden zijn gelopen. Hierop zijn hij en verdachte ook naar beneden gegaan, alwaar hij de telefoon van aangever heeft gevraagd en gekregen en die niet heeft teruggegeven. [medeverdachte] verklaarde vervolgens te hebben gewacht op verdachte en [medeverdachte 2] en dat zij naar zijn huis zijn gegaan.5

Getuige [getuige] heeft bij de politie verklaard dat [medeverdachte 2] aan aangever heeft gevraagd of hij even mee wilde lopen. Hij hoorde dat aangever zei dat hij dat niet wilde. Vervolgens zag hij dat aangever en [medeverdachte 2] richting de trap aan het einde van het perron liepen.6 Getuige en zijn vrienden bleven wachten omdat één van de jongens tegen hen had gezegd dat zij niet achter hen aan mochten komen.7

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman dat er geen sprake is van medeplegen en overweegt daartoe als volgt.

Gelet op voormelde verklaringen gaat de rechtbank er van uit dat op het station tussen verdachte en zijn medeverdachten is gesproken over het beroven van aangever, die in het bezit zou zijn van een BlackBerry en geld. Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft vervolgens aangever naar een rustige plek meegenomen, alwaar medeverdachte [medeverdachte] in het bijzijn van verdachte en [medeverdachte 2] de telefoon van aangever heeft gestolen. Korte tijd na dit incident ontmoeten [medeverdachte 2], [medeverdachte] en verdachte elkaar weer.8 Verdachte heeft zich op geen enkel moment van het handelen van zijn mededaders gedistantieerd. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit vorenvermelde gang van zaken dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking ter uitvoering van een gezamenlijk plan, waardoor gesproken kan worden van het plegen van een diefstal in vereniging.

Gelet op vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair ten laste gelegde.

Feit 2:

Op donderdag 26 januari 2012 rond 14.45 uur liep aangever [slachtoffer 2] samen met [getuige 2] terug van school naar huis over de Parkdreef te Zoetermeer. Hij hoorde het geluid van een fiets achter zich. Toen hij omkeek zag hij een aantal jongens die met drie fietsen waren. Vervolgens liep hij door en voelde hij plotseling dat zijn witte koptelefoon, merk Beats by Dr. Dre, van zijn hoofd werd getrokken. De jongens fietsten door en aangever rende achter hen aan en zei: 'geef terug'. Vervolgens kreeg hij van één van de jongens een trap in zijn knieholte.9

Getuige [getuige 2] heeft bij de politie verklaard dat hij met aangever over het voetpad van de Parkdreef liep. Aangever liep en hij fietste langzaam naast hem. Vanuit zijn ooghoek zag hij een groep personen achter hen aan komen. Omdat ze hen naderden, wilde hij aan de kant om ze er langs te laten. Hij bleef naast aangever fietsen. Hij zag dat er twee jongens aan het fietsen waren, één jongen zat achterop één van de fietsen en er waren nog twee jongens die liepen. De jongen die iemand achterop de fiets had, passeerde hen als eerste. Daarna volgde een jongen die alleen fietste. Nadat ze gepasseerd waren gingen ze schuin naast elkaar fietsen. De jongen alleen aan de linkerkant en de jongen met iemand achterop aan de rechterkant. Vervolgens pakte één van de twee lopende jongens de Beats by Dr. Dre koptelefoon van aangever en sprong vervolgens achterop bij de links fietsende jongen.10

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat verdachte bij hem achterop de fiets zat en er plotseling van afsprong. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij is doorgefietst en dat verdachte op de Parkdreef een witte koptelefoon van iemands hoofd heeft afgetrokken.11

Medeverdachte [medeverdachte] heeft tegenover de rechter-commissaris verklaard dat hij op

26 januari 2012 in de tram zat en dat aldaar verdachte en [medeverdachte 2] hem toen een witte koptelefoon lieten zien en daarbij vertelden dat zij die koptelefoon die middag hadden gestolen bij de Parkdreef.12

De rechtbank stelt vast dat de bovenstaande verklaring van [medeverdachte] aansluit op de verklaring van [slachtoffer 3]. Deze heeft in de zaak die onder 3 aan verdachte is ten laste gelegd aangifte gedaan en heeft verklaard dat hij één van de personen die hem beroofd hebben vóór de beroving heeft horen zeggen dat hij een witte Beats by Dr. Dre had gestolen en dat hij alleen nog een wit snoertje miste.13 Verdachte was degene die de witte koptelefoon bij zich droeg.14

De rechtbank acht voornoemde verklaringen van verdachte en de medeverdachten, anders dan de raadsman, voor zover deze betrekking hebben op het handelen van verdachte voldoende consequent en ondersteund door de overige bewijsmiddelen zodat zij bruikbaar zijn voor het bewijs.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit voornoemde bewijsmiddelen dat verdachte degene is geweest die de koptelefoon van het hoofd van aangever heeft getrokken. De rechtbank is voorts van oordeel dat er sprake is van medeplegen nu uit voornoemde bewijsmiddelen blijkt dat de daders voorafgaand aan, tijdens en na afloop van de diefstal bij elkaar zijn gebleven.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 ten laste gelegde.

Feit 3:

Op 26 januari 2012 zat aangever [slachtoffer 3] in de Randstadrail. Bij de halte Voorweg Laag zag de aangever dat twee jongens, die hij aanduidt als dader 1 en 2, in de Randstadrail stapten en dat zij in zijn richting liepen. Bij de halte Palenstein zag aangever een derde jongen instappen, die hij aanduidt als dader 3. Dader 1 en dader 2 fluisterden en keken ondertussen naar aangever. Hij zag dat dader 2 naar hem wees. Hij zag dat dader 1, 2 en 3 elkaar een box gaven. Bij station Seghwaert is aangever uitgestapt om naar huis te lopen. Aangever is eerst geld gaan pinnen. Daarna liep hij verder. Tijdens het lopen voelde aangever een harde klap op zijn achterhoofd en direct daarna een trap in zijn knieholtes, waarna hij in elkaar zakte. Vervolgens voelde aangever dat iemand zijn zwarte koptelefoon van het merk Beats by Dr. Dre van zijn hoofd trok. Hij zag dat drie jongens hem voorbij renden. Hij herkende deze drie jongens als de jongens uit de Randstadrail.15

[getuige 3], de vader van medeverdachte [medeverdachte 2], heeft bij de politie verklaard dat hij die donderdag 26 januari 2012 rond 16.15-16.30 uur verdachte en de medeverdachten [medeverdachte] en [medeverdachte 2] bij een pinautomaat in de wijk Seghwaert zag staan. Hij sprak [medeverdachte 2] aan en vroeg hem wat het verhaal was over een koptelefoon die eerder die dag van het hoofd van iemand zou zijn getrokken. [medeverdachte 2] zei dat "ze", hiermee bedoelende verdachte en [medeverdachte], een witte koptelefoon geroofd hadden en dat verdachte die nu onder zijn jas had. [getu[medeverdachte 2] zei dat [medeverdachte 2] naar huis moest gaan, waarop [medeverdachte 2] antwoordde dat hij zo zou komen, maar dat [medeverdachte] er ook één moest hebben. Op dat moment stond er een andere jongen te pinnen met een koptelefoon om zijn nek. [medeverdachte 2] zei tegen getuige dat [medeverdachte] ook zo'n koptelefoon zou gaan pakken, van die jongen die stond te pinnen. Getuige zag dat verdachte, [medeverdachte] en [medeverdachte 2] achter de jongen die had gepind aanliepen. Toen verdachte om 16.45 uur thuis kwam, zei hij dat [medeverdachte] ook een zwarte koptelefoon had.16

Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat hij met verdachte en medeverdachte [medeverdachte] was die 26e januari 2012 en dat hij zijn vader tegenkwam bij de pinautomaat in de wijk Seghwaert. Volgens [medeverdachte 2] hebben verdachte en [medeverdachte] gezegd dat ze een koptelefoon gingen pakken. Verdachte zou vervolgens een zwarte Dr. Dre koptelefoon van iemands hoofd hebben getrokken. Hierop zijn ze alledrie weggerend.17

Medeverdachte [medeverdachte] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat verdachte en [medeverdachte 2] iemand met een zwarte koptelefoon in de Randstadrail hadden gezien. Het viel op dat zij de hele tijd in de Randstadrail naar die jongen met de koptelefoon keken. Opeens zag [medeverdachte] verdachte en [medeverdachte 2] rennen. Verdachte heeft toen de koptelefoon gepakt.18

De rechtbank acht ook bij het onder 3 ten laste gelegde feit, anders dan de raadsman, voornoemde verklaringen van de medeverdachten voor zover deze betrekking hebben op het handelen van verdachte voldoende consequent en ondersteund door de overige bewijsmiddelen zodat zij bruikbaar zijn voor het bewijs.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit voornoemde bewijsmiddelen dat verdachte degene is geweest die de koptelefoon van het hoofd van aangever heeft getrokken.

Naar het oordeel van de rechtbank volgt voorts uit vorenvermelde gang van zaken, te weten het observeren van aangever in de tram, het volgen van aangever nadat hij is uitgestapt, het gebruik van geweld en de daaropvolgende diefstal van de koptelefoon alsmede het gezamenlijk wegrennen, dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking ter uitvoering van een gezamenlijk plan.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 ten laste gelegde.

3.5 De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

1. subsidiair (na wijziging tenlastelegging)

hij op 27 januari 2012 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon merk Blackberry, toebehorende aan [slachtoffer].

2.

hij op 26 januari 2012 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een witte koptelefoon (merk Beats By Dr. Dre),

toebehorende aan [slachtoffer 2], welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld bestond uit het

- van het hoofd van die [slachtoffer 2] trekken van die koptelefoon en vervolgens

(toen die [slachtoffer 2] verdachte en/of zijn mededaders volgde met de mededeling "geef

terug")

- het schoppen van die [slachtoffer 2] in zijn knieholte.

3.

hij op 26 januari 2012 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een zwarte koptelefoon (merk Beats by dr Dre), toebehorende aan [slachtoffer 3] en ene [slachtoffer], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

welk geweld bestond uit het

- hard op het achterhoofd van die [slachtoffer 3] slaan en

- trappen in de knieholtes van die [slachtoffer 3] (die daardoor in elkaar zakt) en

vervolgens

- het van het hoofd van die [slachtoffer 3] trekken van die koptelefoon.

4. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feit uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 40 dagen met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot

een werkstraf van 80 uren, te vervangen door 40 dagen jeugddetentie, waarvan 30 uren, voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde feiten. Wanneer de rechtbank echter tot een veroordeling komt heeft de raadsman verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Hij heeft al geruime tijd vastgezeten en heeft zich goed aan de schorsende voorwaarden en aanwijzingen van de jeugdreclassering gehouden. De raadsman heeft voorts naar voren gebracht dat er geen vrees is voor herhaling en een voorwaardelijke straf derhalve niet geboden is. Tot slot heeft de raadsman laten weten dat een werkstraf geen toegevoegde waarde meer heeft.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich samen met anderen binnen twee dagen meerdere keren schuldig gemaakt aan diefstal, waarbij in twee gevallen ook geweld is gebruikt. Op 27 januari 2012 hebben vrienden van verdachte het slachtoffer meegenomen naar een afgelegen parkeerterrein. De verdachte, die wist dat het slachtoffer bestolen zou worden, heeft zich toen bij hen gevoegd en keek toe toen de Blackberry van het slachtoffer werd weggenomen. Vervolgens zijn alle daders gezamenlijk weggegaan.

Daarnaast is verdachte op 26 januari 2012 twee maal betrokken geweest bij de diefstal van dure koptelefoons, waarbij de koptelefoons onverhoeds van de hoofden van de slachtoffers zijn getrokken. Hierbij zijn die slachtoffers ook geschopt en geslagen. Verdachte heeft zodoende ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Uit de slachtofferverklaring van [slachtoffer 3] blijkt hoe groot de impact van deze diefstal met geweld op hem is geweest. Voorts leiden dergelijke delicten tot gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij met de nadelige gevolgen van zijn daden voor de slachtoffers geen rekening heeft gehouden.

De rechtbank heeft acht geslagen op het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, d.d. 16 april 2013, opgesteld en ondertekend door R. Kerkhoven, raadsonderzoeker, en

R. van Stiphout, teamleider. Hierin wordt opgemerkt dat verdachte zich het afgelopen jaar goed aan de afspraken met de jeugdreclassering heeft gehouden en er buiten de schoolsituatie geen grote zorgen en doelen meer zijn om aan te kunnen werken. De Raad is van mening dat een onvoorwaardelijke werkstraf momenteel de meest wenselijke strafrechtelijke afdoening is.

Ter terechtzitting is mevrouw D. van der Horst, jeugdreclasseringsmedewerker, gehoord. Zij heeft naar voren gebracht dat verdachte afgelopen jaar niet gerecidiveerd is en hij zich goed aan de schorsende voorwaarden heeft gehouden. Tevens heeft verdachte gebroken met zijn oude vrienden, zit hij op voetbal en is hij vaker thuis. De jeugdreclassering sluit zich aan bij het advies van de Raad.

De rechtbank houdt in de strafmaat rekening met de straf die de medeverdachten reeds opgelegd hebben gekregen. Derhalve zal de rechtbank anders dan de officier van justitie heeft geëist geen werkstraf opleggen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat jeugddetentie een passende reactie is op het gedrag van de verdachte.

Als extra waarborg om de verdachte te weerhouden van het plegen van nieuwe strafbare feiten zal de rechtbank een gedeelte van de jeugddetentie voorwaardelijk opleggen met een proeftijd van een jaar.

7. De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel

[slachtoffer], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 753,25.

[slachtoffer 3], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 200,-.

7.1. De vordering van de officier van justitie

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer]:

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 603,25 (materieel € 503,25 en immaterieel €100,-),

en tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij voor het overige.

Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd.

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 3]:

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering van de benadeelde partij, omdat de gevorderde schade reeds vergoed is door de verzekering.

7.2. Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer]:

De raadsman heeft bepleit de vordering niet-ontvankelijk te verklaren. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de BlackBerry van aangever teruggevonden is. Het zou thans een onevenredige belasting van het strafproces zijn om te onderzoeken in welke staat de telefoon verkeert en welke waarde daaraan toegekend moet worden.

Voorts heeft de raadsman ten aanzien van de immateriële schade aangevoerd dat het gebruik van een mes niet te bewijzen is en de bijgevoegde uitspraak ter onderbouwing van de vordering derhalve niet toepasbaar is. De vordering dient niet-ontvankelijk verklaard te worden, opdat de civiele rechter dit nader kan onderzoeken.

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 3]:

De raadsman heeft primair verzocht om de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, omdat

[slachtoffer 3] niet gerechtigd is de vordering in te dienen, nu hij niet de eigenaar van de koptelefoon is. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de vordering af te wijzen, omdat de schade al vergoed is door de verzekering.

7.3. Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer]:

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding, groot € 753,25, ingediend tegen de verdachte wegens schade die hij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit heeft geleden.

De rechtbank is, op grond van het verhandelde ter terechtzitting en de processtukken, van oordeel dat de schade vermeld onder de posten 1 en 2 rechtstreeks voortvloeien uit het bewezen verklaarde. De rechtbank acht deze schadeposten gelet op de omvang van de gevorderde kosten aannemelijk en voldoende onderbouwd, zodat dit gedeelte van de vordering wordt toegewezen. Anders dan de raadsman stelt, blijkt uit het dossier niet dat de telefoon terug is bij de aangever. De telefoon is wel teruggevonden bij een koper, maar, zo blijkt uit het dossier, die heeft er geen afstand van gedaan.

Nu verdachte is vrijgesproken van het hem onder 1 primair ten laste gelegde (te weten de diefstal met geweld) en de rechtbank tot een bewezenverklaring komt van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde (de diefstal) en rekening houdend met bedragen die in vergelijkbare gevallen worden toegekend zal de rechtbank de vergoeding van de immateriële schade op een bedrag van € 100,- vaststellen en zal de vordering voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard.

De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal derhalve de vordering gedeeltelijk en hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 603,25.

Dit brengt mee dat verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 603,25, ten behoeve van het slachtoffer genaamd

[slachtoffer].

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 3]:

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren. De rechtbank overweegt daartoe dat uit artikel 51f Wetboek van Strafvordering volgt dat degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, zich terzake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij kan voegen in het strafproces. De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer 3] de koptelefoon in bruikleen had. De rechtbank is derhalve van oordeel dat niet hij, maar de eigenaar van de koptelefoon de vordering had moeten indienen, omdat slechts de eigenaar rechtstreekse schade heeft geleden door het strafbare feit.

8. De inbeslaggenomen goederen

8.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen zullen worden teruggegeven aan de verdachte.

8.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich niet uitgelaten over het beslag.

8.3. Het oordeel van de rechtbank

Nu het belang van de strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave aan verdachte gelasten van de op de beslaglijst onder 1 tot en met 4 genummerde voorwerpen.

9. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:

36f, 77a, 77g, 77h, 77i, 77x, 77y, 77z, 77gg, 311, 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10. De beslissing

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij gewijzigde dagvaarding onder 1 primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij gewijzigde dagvaarding onder 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 subsidiair:

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

ten aanzien van feit 2:

DIEFSTAL, VERGEZELD EN GEVOLGD VAN GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL GEMAKKELIJK TE MAKEN EN DE VLUCHT MOGELIJK TE MAKEN, HETZIJ HET BEZIT VAN HET GESTOLENE TE VERZEKEREN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

ten aanzien van feit 3:

DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN EN VERGEZELD VAN GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een jeugddetentie voor de duur van 100 DAGEN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 60 dagen, niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 1 jaar vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte;

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer]:

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk en hoofdelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan

[slachtoffer], een bedrag van € 603,25,

veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

bepaalt dat verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

verklaart de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat zij dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 603,25, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 12 dagen;

bepaalt dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen;

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 3]:

bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

gelast de teruggave aan verdachte van de op de beslaglijst onder 1 tot en met 4 genummerde voorwerpen, te weten: 1) sjaal, merk Dolce & Gabbana, 2) muts, merk Dolce & Gabbana,

3) oorbel, 4) papier.

mr. S.M. Borkent, kinderrechter, voorzitter,

mr. P. de Haan, kinderrechter,

en mr. J.M. Ghrib, kinderrechter,

in tegenwoordigheid van mr. M.H. van Limpt, griffier.

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 mei 2013.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit de pagina's van het doorgenummerde proces-verbaal met het nummer PL1551 2012022285, van de regiopolitie Haaglanden, met bijlagen.

2 Proces-verbaal aangifte, [slachtoffer], d.d. 27 januari 2012, p. 61.

3 Proces-verbaal verhoor van getuige bij de rechter-commissaris, [slachtoffer], d.d. 24 april 2012, punt 6.

4 Proces-verbaal aangifte, [slachtoffer], d.d. 27 januari 2012, p. 62.

5 Proces-verbaal verhoor verdachte, [medeverdachte 2], d.d. 28 januari 2012, p. 150.

6 Proces-verbaal verhoor getuige, [getuige], d.d. 26 maart 2012, p. 552.

7 Proces-verbaal verhoor getuige, [getuige], d.d. 26 maart 2012, p. 553.

8 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 3], d.d. 28 januari 2012, p. 163.

9 Proces-verbaal aangifte, [slachtoffer 2], d.d. 26 januari 2012, p. 169.

10 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige] d.d. 6 april 2012, p. 594-595.

11 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 3], d.d. 28 januari 2012, p. 165.

12 Proces-verbaal verhoor verdachte inbewaringstelling, [medeverdachte 2], d.d. 30 januari 2012, punt 4.

13 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2], d.d. 26 januari 2012, p. 178.

14 Proces-verbaal verhoor verdachte, [verdachte], d.d. 2 februari 2012, p. 252.

15 Proces-verbaal aangifte, [slachtoffer 3], d.d. 26 januari 2012, p. 177-178.

16 Proces-verbaal verhoor getuige, [getuige], 27 januari 2012, p. 76.

17 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 28 januari 2012, p.166

18 Proces-verbaal verhoor van getuige bij de rechter-commissaris, [medeverdachte 2], d.d. 24 januari 2013, punt 12, 13 en 14.