Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ9355

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10-04-2013
Datum publicatie
03-05-2013
Zaaknummer
C/09/428375 / HA ZA 12-1179
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

onrechtmatige publicatie op internet door gebruik term "lijkt een oplichter"?

Het staat een ieder in beginsel vrij om zich kritisch uit te laten over ervaringen met personen/organisaties, daarover zijn/haar mening te geven en op internet te plaatsen. Daarbij dienen de grenzen van de in het maatschappelijk verkeer in acht te nemen zorgvuldigheid niet te worden overschreden, wat bijvoorbeeld aan de orde is als de uiting feitelijk onjuist en/of onnodig grievend is. Bij beoordeling van de door A cs gestelde onrechtmatigheid van de publicatie dient voorts een afweging te worden gemaakt tussen het recht op vrijheid van meningsuiting van B en de schending van de persoonlijke levenssfeer van A door reputatieschade. Bij de beoordeling wordt in aanmerking genomen dat het hier gaat om een publicatie op een website op internet, waarvoor enerzijds geldt dat voor het kennisnemen daarvan in de regel nodig zal zijn dat een zoekterm wordt ingevuld die leidt tot een “hit” met de website en/of de publicatie, maar anderzijds dat deze publicatie op internet blijft staan totdat deze wordt verwijderd en dat verwijdering niet zonder meer betekent dat de publicatie daarna niet anders/elders te raadplegen is. Verder wordt in aanmerking genomen dat de term “oplichter” een zware beschuldiging inhoudt die niet lichtvaardig geuit moet worden. Hoewel het voor de gemiddelde lezer duidelijk moet zijn dat B niet bedoelt te stellen dat A een oplichter is, maar dat lijkt te zijn, geldt ook voor het op deze manier gebruiken van de term “oplichter” dat dit een zware beschuldiging is die niet lichtvaardig moet worden geuit, zij het dat aan het uitspreken van dit vermoeden minder zware eisen kunnen worden gesteld dan aan het gebruik van deze term zonder het door B gemaakte voorbehoud.

Wat A cs naar voren hebben gebracht laat de kern van het verwijt van B overeind, namelijk dat gedurende een lange periode vele klanten letterlijk voor niets betalen, omdat de betaalde bestelling niet wordt geleverd en de koopprijs ook niet wordt terugbetaald of - als dat gebeurt - maanden na dato en na grote inspanningen van de kopers. Deze klanten zijn ontegenzeggelijk gedupeerd. Daarnaast heeft dit geleid tot het beschamen van het vertrouwen van deze klanten, dat in het bijzonder aan de orde is bij het kopen bij webwinkels. Het voorgaande kan het gevolg zijn van een slechte bedrijfsvoering, maar evenzeer van welbewust handelen met het vooropgezette plan om klanten te laten betalen voor iets dat nooit wordt geleverd. De in de publicatie beschreven (niet adequate) reactie op berichten van B kan het gevolg zijn van beide opties, en kan dus, net als het duperen van klanten, (mede) grondslag vormen voor het door B in zijn publicatie geuite vermoeden van oplichting. Gelet hierop en gezien het (absolute) aantal gedupeerde klanten en de lange en kennelijk nog steeds voortdurende periode waarin dit aan de orde is, heeft B met de term “lijkt een oplichter” in de publicatie de in het maatschappelijk verkeer in acht te nemen grenzen van zorgvuldigheid niet overschreden. De ontegenzeggelijk daardoor veroorzaakte reputatieschade van A cs, die onweersproken hebben gesteld dat de klachten zien op een relatief klein deel van het totale aantal bestellingen, weegt niet op tegen het belang dat is gediend met het op deze manier in de publicatie aan de kaak stellen van het gedurende lange tijd duperen van klanten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2013/163
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/428375 / HA ZA 12-1179

Vonnis van 10 april 2013

in de zaak van

1. [A],

wonende te [woonplaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SPORTS 24 B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

eisers,

advocaat mr. E.R. Jonker,

tegen

[B],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat H. Zahi.

Eisers worden tezamen aangeduid als [A] cs en apart als [A] en Sports 24. Gedaagde wordt hierna aangeduid als [B].

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties van 21 september 2012;

- de conclusie van antwoord met producties;

- het tussenvonnis van 28 november 2012 waarin een comparitie van partijen is gelast;

- het proces-verbaal van de op 12 maart 2013 gehouden comparitie van partijen.

1.2 Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1 [A] is directeur/eigenaar van Sports 24, een webshop in sportartikelen.

2.2 [B] beheert een website www.[B].nl (hierna: de website), waar hij op 16 december 2009 het volgende op heeft gepubliceerd (hierna: de publicatie):

“Sports 24, Sportruiming ([A]): oplichter ?

[A], eigenaar van Sports 24, Sportruiming, running 24 en tevens verantwoordelijk voor diverse fysieke winkels in en om Amersfoort en Leusden lijkt een oplichter. Als je googled op z’n diverse bedrijfsnamen, dan schrik je je een ongeluk van de klachten bij onder andere Kassa, Tros Radar, klacht.nl en de Consumentenbond.

Zelf (helaas) ook slachtoffer en dus opgelicht door Sportruiming in mijn geval.. In juni 2011 (!) een (Nike) hardloopbroek + shirt besteld. Broekje geleverd, shirt niet! Mail gestuurd, geen reactie. Nog een mail gestuurd, toen wel reactie. Shirt zou na worden geleverd, was niet meer op voorraad. 1 week wachten.... not! Weer gereageerd. Kreeg een inlog voor het Sports 24 Klantenservice systeem (haha wat een naam!!). En kon daar m’n boodschap plaatsen (helaas niet die boodschap die ik het liefst zou achterlaten). Verschillende maken een posting gedaan.. Gebeld, ingesproken maar geen reactie... Pfff, tot 10 geteld en heb het toen even laten bezinken.

(...)

En zo, aan het einde van het jaar, de balans opmakend van goede en slechte tijden. Van positieve en nare ervaringen speelde de geschiedenis van m’n niet geleverde bestelling bij Sportruiming.nl (sports24) opeens weer op. Die nare nasmaak. Hoe zat het ook alweer met Sports 24 en m’n bestelde en al betaalde shirt.

Ik probeerde voor de gein in te loggen in het “klantenservice” systeem vanuit 1 van de e-mails..., een dode link....

Via een andere eerder ontvangen e-mail met (blijkbaar) ook een andere link kom ik wel opeens op de klantenservice site. Ik kan zelfs nog inloggen met m’n ordernummer en inlogcode. Grappig genoeg zegt het systeem dan heel vrolijk:

Bij ordernummer 6WSA79839A40 zijn nog geen vragen bekend.

Klik hier om een vraag te stellen.

Dat stukje in de database (mijn stukje), stond toch redelijk vol met berichten en vragen van mij... van waaruit niet meer gereageerd werd door [A] (Sportruiming, Ekwo.nl, Sports 24, running24.nl). (...)

Andere gedupeerden hebben gedreigd met aangifte. Enkelen kregen toen opeens geld retour. Ikzelf heb daar in ieder geval vooralsnog geen zin in. Ik steek liever m’n energie in dit stukje over deze vermoedelijke oplichters!

(...)”

3. Het geschil

3.1 [A] cs vorderen dat bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

i) [B] wordt verboden mondeling, schriftelijk of op welke wijze van communicatie dan ook, waaronder begrepen telefoon, e-mail en internetverkeer, contact te zoeken met [A] cs en/of hen lastig te vallen in de ruimste zin, en [B] wordt verboden zich negatief, in de ruimste zin en in welke context dan ook, uit te laten over [A] cs, zulks mondeling, schriftelijk of via welke wijze van communicatie dan ook, waaronder begrepen e-mail en internetverkeer,meer specifiek op de website;

ii) [B] wordt veroordeeld om onmiddellijk na betekening van het vonnis te staken en gestaakt te houden iedere onrechtmatige uiting over en omtrent [A] cs, welke in het bijzonder is vermeld op de website, die op enigerlei wijze schade berokkent of kan berokkenen aan [A] cs;

iii) [B] wordt veroordeeld voor iedere keer dat hij geen gevolg geeft aan, althans in strijd handelt met het hiervoor bepaalde onder i) en ii) aan [A] dan wel aan Sports 24 naargelang de aard van de overtreding een niet voor matiging en verrekening vatbare dwangsom van EUR 10.000 tot een maximum van EUR 100.000 voor iedere overtreding van een van de bovenstaande verboden;

een en ander met veroordeling van [B] in de proceskosten.

3.2 [B] betwist de vordering.

3.3 Op de standpunten van partijen wordt, voor zover van belang, hierna ingegaan.

4. De beoordeling

4.1 Tijdens de comparitie van partijen zijn partijen overeengekomen dat [B] binnen een week na de datum van de zitting van zijn website zal verwijderen en verwijderd houden:

- alle gegevens die betrekking hebben op en/of verband houden met het privé adres en telefoonnummer van [A] en familieleden van [A] en

- alle verwijzingen naar en/of adviezen over het verkrijgen van de hiervoor bedoelde gegevens

en dat [B] de hiervoor bedoelde gegevens niet zal plaatsen op zijn website en deze – indien deze in reacties van derden staan – daaruit zal verwijderen.

4.2 Tijdens de comparitie van partijen hebben partijen voorts verklaard dat het geschil beperkt is tot het gebruik van de term “lijkt een oplichter”. [A] cs stellen dat dit een ernstige, suggestieve en feitelijk onjuiste beschuldiging is, die daarom onrechtmatig is jegens hen.

4.3 [B] heeft de term “lijkt een oplichter” gebezigd in de publicatie op de website. Hij heeft aangevoerd dat hij de website niet exploiteert, maar dat het een persoonlijke website is waar hij zijn gedachten, meningen, onderzoeken en reacties weergeeft over diverse onderwerpen die spelen in de (online) media, travel- en financiële branche of die van persoonlijke aard zijn. Dat alles neemt niet weg dat hij met zijn publicatie op de website, die voor een ieder te toegankelijk is, deze kennelijk als privé persoon geuite persoonlijke mening openbaar heeft gemaakt.

4.4 Het staat een ieder in beginsel vrij om zich kritisch uit te laten over ervaringen met personen/organisaties, daarover zijn/haar mening te geven en op internet te plaatsen. Daarbij dienen de grenzen van de in het maatschappelijk verkeer in acht te nemen zorgvuldigheid niet te worden overschreden, wat bijvoorbeeld aan de orde is als de uiting feitelijk onjuist en/of onnodig grievend is. Bij beoordeling van de door [A] cs gestelde onrechtmatigheid van de publicatie dient voorts een afweging te worden gemaakt tussen het recht op vrijheid van meningsuiting van [B] en de schending van de persoonlijke levenssfeer van [A] door reputatieschade.

4.5 Bij de beoordeling wordt in aanmerking genomen dat het hier gaat om een publicatie op een website op internet, waarvoor enerzijds geldt dat voor het kennisnemen daarvan in de regel nodig zal zijn dat een zoekterm wordt ingevuld die leidt tot een “hit” met de website en/of de publicatie, maar anderzijds dat deze publicatie op internet blijft staan totdat deze wordt verwijderd en dat verwijdering niet zonder meer betekent dat de publicatie daarna niet anders/elders te raadplegen is.

4.6 Verder wordt in aanmerking genomen dat de term “oplichter” een zware beschuldiging inhoudt die niet lichtvaardig geuit moet worden. [B] heeft er terecht op gewezen dat hij niet heeft geschreven dat [A] een oplichter is, maar dat lijkt te zijn. [A] cs hebben erop gewezen dat deze nuance de snelle, vluchtiger lezer van een bericht op internet wellicht zal ontgaan. Wat daarvan ook moge zijn, in de publicatie staat, in de titel een vraagteken achter “oplichter” en wordt gesproken van een vermoedelijke oplichter. Daarmee moet het voor de gemiddelde lezer duidelijk zijn dat [B] niet bedoelt te stellen dat [A] een oplichter is, maar dat lijkt te zijn. Ook voor het op deze manier gebruiken van de term “oplichter” geldt dat dit een zware beschuldiging is die niet lichtvaardig moet worden geuit, zij het dat aan het uitspreken van dit vermoeden minder zware eisen kunnen worden gesteld dan aan het gebruik van deze term zonder het door [B] gemaakte voorbehoud.

4.7 [B] heeft toegelicht dat de publicatie is ingegeven door zijn eigen, ook in de publicatie beschreven ervaring met een webwinkel van [A] naar aanleiding van een op 9 juni 2011 geplaatste bestelling. Toen [B] naspeuringen deed op internet bleek hem dat er meer klanten waren van Sports 24 en/of andere webwinkels van [A] die soortgelijke ervaringen hadden. [B] heeft toegelicht dat toen bij hem het beeld ontstond van het duperen van consumenten, door bestellingen waarvoor was betaald niet te leveren en evenmin de koopprijs te restitueren. [B] wilde dit aan de kaak stellen en andere consumenten waarschuwen. Na de publicatie heeft [B] de koopprijs gerestitueerd gekregen, maar heeft hij ook vele reacties gekregen van anderen met soortgelijke ervaringen, die het bij hem ontstane beeld bevestigden. [B] ziet dit beeld verder bevestigd in de uitzending van Kassa van september 2012, waar aandacht werd besteed aan het duperen van klanten door [A] cs, het royeren van [A] cs door de Stichting Qshops Keurmerk en het feit dat de Consumentenautoriteit [A] cs begin 2012 naar aanleiding van klachten van consumenten heeft aangesproken. Tijdens de comparitie van partijen heeft [B] verklaard dat hij nog steeds klachten van gedupeerde klanten krijgt, zodat de publicatie en de website – in de optiek van [B] – nog steeds een functie hebben. [B] heeft tijdens de comparitie van partijen verklaard dat hij zich ervan bewust was/is dat de publicatie ertoe kan leiden dat mensen geen bestellingen meer zullen plaatsen, maar dat de door [A] cs gestelde schade primair het gevolg is van de eigen slechte bedrijfsvoering, waardoor klanten worden gedupeerd.

[A] cs hebben hier tegenover gesteld dat de bedrijfsvoering niet in alle opzichten op orde is, maar dat de circa 200 klachten een klein deel vormen van het totale aantal van circa 95.000 bestellingen.

4.8 Wat [A] cs naar voren hebben gebracht laat de kern van het verwijt van [B] overeind, namelijk dat gedurende een lange periode vele klanten letterlijk voor niets betalen, omdat de betaalde bestelling niet wordt geleverd en de koopprijs ook niet wordt terugbetaald of - als dat gebeurt - maanden na dato en na grote inspanningen van de kopers. Deze klanten zijn ontegenzeggelijk gedupeerd. Daarnaast heeft dit geleid tot het beschamen van het vertrouwen van deze klanten, dat in het bijzonder aan de orde is bij het kopen bij webwinkels. Het voorgaande kan het gevolg zijn van een slechte bedrijfsvoering, maar evenzeer van welbewust handelen met het vooropgezette plan om klanten te laten betalen voor iets dat nooit wordt geleverd. De in de publicatie beschreven (niet adequate) reactie op berichten van [B] kan het gevolg zijn van beide opties, en kan dus, net als het duperen van klanten, (mede) grondslag vormen voor het door [B] in zijn publicatie geuite vermoeden van oplichting. Gelet hierop en gezien het (absolute) aantal gedupeerde klanten en de lange en kennelijk nog steeds voortdurende periode waarin dit aan de orde is, heeft [B] met de term “lijkt een oplichter” in de publicatie de in het maatschappelijk verkeer in acht te nemen grenzen van zorgvuldigheid niet overschreden. De ontegenzeggelijk daardoor veroorzaakte reputatieschade van [A] cs, die onweersproken hebben gesteld dat de klachten zien op een relatief klein deel van het totale aantal bestellingen, weegt niet op tegen het belang dat is gediend met het op deze manier in de publicatie aan de kaak stellen van het gedurende lange tijd duperen van klanten.

4.9 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de publicatie niet onrechtmatig is jegens [A] cs en dat hun vordering dient te worden afgewezen.

4.10 In de omstandigheid dat [A] cs met de tijdens de comparitie van partijen gemaakte afspraak ten dele hebben bereikt wat zij met het entameren van deze procedure beoogden, waardoor is in feite sprake van een situatie waarin partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, wordt aanleiding gezien de proceskosten te compenseren.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1 wijst de vordering af;

5.2 compenseert de proceskosten in die zin dat partijen ieder hun eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Alwin en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2013.?