Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ8893

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18-04-2013
Datum publicatie
26-04-2013
Zaaknummer
09-710174-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

- medeplegen van poging tot afpersing, meermalen gepleegd.

- medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd te houden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/710174-12

Datum uitspraak: 18 april 2013

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1989,

adres: [adres],

thans preventief gedetineerd in het Detentiecentrum Alphen aan den Rijn,

Eikenlaan 36 te Alphen aan den Rijn.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting met gesloten deuren van 4 april 2013.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. R.E. Perquin en van hetgeen door de raadsvrouw van de verdachte

mr. A. Jankie, advocaat te Den Haag, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 19 december 2012 tot en met 25 december 2012 te 's-Gravenhage en/of Delft en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en) en/of alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en / of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld [aangever] te dwingen tot de afgifte van geld en/of goederen, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever] (of anderen), in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

door:

- die [aangever] te bewegen geld op te nemen met een bankpas op naam van [een persoon] en/of (toen

die [aangever] aangaf dat dat niet lukte) die [aangever] een pistool/(vuur)wapen te tonen en/of toe

te voegen dat hij, verdachte en/of zijn mededaders, voor dit wapen ook kogels bij zich had en/of

vervolgens

- die [aangever] toe te voegen dat hij 12000 euro moest betalen anders zou die [aangever] en/of diens

ouders/familie iets worden aangedaan en/of dat het geld anders bij diens ouders of familie zou

worden gehaald (waarbij die [aangever] een wapen werd getoond dat op dat moment werd

doorgeladen) en/of vervolgens

- met die [aangever] rond te gaan lopen waarbij die [aangever] de woorden werden toegevoegd

"je moet net zo lang doorgaan tot je het geld bij elkaar hebt" en/of "je moet je waardevolle spullen

afgeven" althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of

- die [aangever] toe te voegen dat hij stil moest zijn en verdachte en/of zijn mededader niet aan

mocht kijken en/of (vervolgens) een vuurwapen tegen het hoofd te duwen/houden en/of daarbij te

zeggen "wij schieten je gewoon dood", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking

en/of

- (tijdens het lopen) die [aangever] meerdere kopstoten te geven en/of

- die [aangever] te sommeren hem verdachte en/of zijn mededader mee te nemen naar de

verblijfplaats van die [aangever] (teneinde zijn waardevolle spullen op te halen) en/of

- die [aangever] een mes op de keel te zetten en hem daarbij de woorden toe te voegen "als je gaat

liegen of gaat weglopen of naar de politie gaat, dan ga ik wel een paar dagen zitten, maar ik maak je

helemaal dood", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of

- gedurende langere tijd die [aangever] te begeleiden, waarbij die [aangever] niet wegkon en/of die

[aangever] nog een of meer momenten heeft bedreigd door met een waterpomptang in de vinger te

klemmen en/of met een mes in de broek van die [aangever] te prikken en/of

- die [aangever] tegen het lichaam te slaan en/of te trappen en/of met een voet tegen het hoofd te

trappen en/of

- die [aangever] toe te voegen "je hebt drie levens en je bent er al eentje kwijt" althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking en/of

- (enkele dagen later) die [aangever] te sommeren mee te lopen en/of die [aangever] te slaan en/of

(vervolgens)

- die [aangever] in een auto te laten plaatsnemen waarbij die [aangever] herhaaldelijk is gemeld dat

hij geld moest betalen of hiervoor moest werken en/of (vervolgens)

- gedurende 4 uur, althans een lange tijd met de [aangever] rond te rijden en/of

- langs het huis van de moeder van die [aangever] te rijden en/of aldaar aan de deur te gaan met de

intentie/suggestie om daar in te breken of die moeder in de woning te overvallen, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 22 december 2012 te 's-Gravenhage en/of Delft en/of elders in Nederland opzettelijk [aangever] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of zijn mededader(s) met dat opzet

- die [aangever] geslagen en/of

- [aangever] gedwongen/opdracht gegeven in de auto te stappen en/of

- met die auto weggereden en/of

- die [aangever] toegevoegd: "Ik wil met jou bespreken. Of je doet het op mijn manier en komt voor

mij werken of je regelt het met hun", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking

en/of

- langdurig (ongeveer 4 uur) met die [aangever] in de auto rondgereden, terwijl die [aangever] niet

uit kon stappen;

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 19 december 2012 te 's-Gravenhage en/of Delft tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een blackberry en/of

een nektasje van het merk Nickolson en/of

een Guccipet en/of

een I-phone oordopjesset en/of

een Nederlandse Identiteitskaart op naam van [aangever] en/of

een of meer andere passen (zorg, ov) en/of

een bioscoopbon en/of

sigaretten,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:

- een (vuur)wapen aan die [aangever] te tonen en/of

- die [aangever] toe te voegen dat hij voor dit wapen ook kogels bij zich had althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking en/of

- die [aangever] te zeggen dat hij 12000 euro moest betalen anders zou die [aangever] en/of diens

ouders/familie iets worden aangedaan en/of die [aangever] te zeggen dat het geld anders bij diens

ouders of familie zou worden gehaald (waarbij die [aangever] een wapen werd getoond dat op dat

moment werd doorgeladen) en/of vervolgens

- met die [aangever] rond te gaan lopen waarbij die [aangever] de woorden werden toegevoegd "je

moet net zo lang doorgaan tot je het geld bij elkaar hebt" en/of "je moet je waardevolle spullen

afgeven" althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of

- die [aangever] toe te voegen dat hij stil moest zijn en verdachte en/of zijn mededader niet aan

mocht kijken en/of (vervolgens) een vuurwapen tegen het hoofd te duwen/houden en/of daarbij te

zeggen "wij schieten je gewoon dood", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking

en/of

- (tijdens het lopen) die [aangever] meerdere kopstoten te geven en/of

- die [aangever] te sommeren hem verdachte en/of zijn mededader mee te nemen naar de

verblijfplaats van die [aangever] (teneinde zijn waardevolle spullen op te halen) en/of

- die [aangever] een mes op de keel te zetten en hem daarbij de woorden toe te voegen "als je gaat

liegen of gaat weglopen of naar de politie gaat, dan ga ik wel een paar dagen zitten, maar ik maak je

helemaal dood", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of

- gedurende langere tijd die [aangever] te begeleiden, waarbij die [aangever] niet wegkon en/of die

[aangever] nog een of meer momenten heeft bedreigd door met een waterpomptang in de vinger te

klemmen en/of met een mes in de broek van die [aangever] te prikken en/of

- die [aangever] tegen het lichaam te slaan en/of te trappen en/of met een voet tegen het hoofd te

trappen en/of

- die [aangever] toe te voegen "je hebt drie levens en je bent er al eentje kwijt" althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking,

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3. Bewijsoverwegingen

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat de verdachte het ten laste gelegde onder 1, 2 en 3 heeft begaan met uitzondering van de gedachtestreepjes betreffende de bedreiging en het prikken met het mes en het klemmen in de vinger van aangever met een waterpomptang, zoals ten laste gelegd onder de feiten 1 en 3. Deze onderdelen van de tenlastelegging worden, aldus de officier van justitie, naast de aangifte niet ondersteund door enig ander bewijsmiddel.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betwist dat de verdachte een vuurwapen heeft getoond alsook dat hij aangever met een mes heeft bedreigd. Terzake van de bedreiging en het prikken met het mes en het met een waterpomptang klemmen in de vinger van aangever kan zij zich in het standpunt van de officier van justitie vinden.

De raadsvrouw heeft meegedeeld dat het niet raar is dat de verdachte het bankpasje van

[een[een persoon] in zijn bezit had, aangezien verdachte en zij trouwplannen hadden en de verdachte woonruimte zou regelen. De raadsvrouw heeft voorts haar vraagtekens gezet bij de verklaring van aangever [aangever] en bij de verklaring van medeverdachte [medeverdachte]. Aangever had, aldus de raadsvrouw, op een eerder moment aan de bel kunnen trekken, althans had hij op 22 december 2012 niet weer mee hoeven gaan. Bovendien zijn er bij aangever geen uiterlijke sporen van enig letsel geconstateerd. De verklaring van [medeverdachte] is op diverse punten te twijfelachtig, zeker waar het gaat over de gestelde bedreigingen en het vermeende wapengebruik.

3.3 De beoordeling van de tenlastelegging

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting leidt de rechtbank ten aanzien van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten het volgende af. 1

Op 18 december 2012 krijgt aangever [aangever] van een jongen die hij kent onder de naam [verdachte] een bankpas van de ABN AMRO bank op naam van [een persoon]. Volgens [verdachte] is het de bankpas van zijn vriendin. [aangever] zegt dat hij 10.000 tot 15.000 euro met de pas kan halen, minus het aandeel van de jongen die het voor [aangever] zou doen. [verdachte] stemt in. De jongen die het voor [aangever] zou kunnen regelen is echter door de politie opgepakt.

Op 19 december 2012 omstreeks 18.15 uur pingt [aangever] [verdachte] dat het geld opnemen niet is gelukt en [verdachte] sommeert [aangever] dat hij binnen 10 minuten bij het Turkse restaurant aan de Delftselaan te Den Haag moet zijn.2 [aangever] gaat direct naar het restaurant en treft daar [verdachte] en [medeverdachte]. Zij nemen [aangever] mee naar buiten. [verdachte] pakt [aangever] bij de arm en zegt dat [aangever] dat geld moet gaan regelen. [verdachte] zegt dat [aangever] 12.000 euro moet gaan regelen, omdat hij hem anders iets zal aandoen. [verdachte] en [medeverdachte] zeggen tegen [aangever] dat het niet uitmaakt hoe hij aan het geld komt, als [verdachte] en [medeverdachte] het maar krijgen.

Ook zeggen [verdachte] en [medeverdachte] dat ze anders het geld gaan halen bij de ouders of de tante van [aangever]. [verdachte] pakt zijn wapen uit zijn broekriem en trekt de slee naar achteren. Ondertussen kijkt hij [aangever] aan.3

[verdachte] zegt tegen [aangever] dat hij maar even mee moet lopen. Ze lopen met zijn drieën naar buiten en [verdachte] en [medeverdachte] bedreigen [aangever]. [verdachte] en [medeverdachte] zeggen tegen [aangever] dat hij het geld moet gaan regelen en dat hij niet naar huis kan gaan om te slapen, omdat hij net zo lang moet doorgaan tot hij het geld heeft. [medeverdachte] zegt tegen [aangever] dat hij zijn waardevolle spullen moet afgeven. [aangever] ziet en voelt dat [verdachte] zijn Blackberry afpakt en deze bij zich houdt. [verdachte] bekijkt de informatie op de Blackberry en zegt tegen [aangever] dat hij stil moet zijn en niet naar hen moet kijken. [verdachte] duwt het hoofd van [aangever] naar voren en [verdachte] duwt het wapen tegen het hoofd van [aangever] en zegt: “wij schieten je gewoon dood”. Tijdens het lopen geeft [verdachte] [aangever] meerdere kopstoten. Hij doet dit als [aangever] hen aankijkt of iets zegt.4

[verdachte] en [medeverdachte] zeggen tegen [aangever] dat ze in zijn huis in Delft willen kijken. Ze nemen de trein naar van Den Haag HS naar Delft CS. Bij het logeerhuis aangekomen, pakt [verdachte] zijn wapen en doet dit in zijn mouw. [verdachte] en [medeverdachte] zeggen dat [aangever] moet doen alsof ze vrienden zijn. Ze mogen 10 minuten binnen zijn van de leiding.5 6

[verdachte] en [medeverdachte] doorzoeken de kamer van [aangever]. [verdachte] pakt het nektasje van het merk Nickelson, een petje van het merk Gucci, IPhone oordopjes, sigaretten, 2 OV chipkaarten, zijn zorgpassen, een identiteitskaart en een bioscoopbon van [aangever] en doet een en ander in het nektasje en in zijn zak.7

De leiding zegt dat de jongens weg moeten gaan. Ze lopen op de terugweg naar het station door het parkje. [aangever] wil ontsnappen, maar dit lukt niet. [medeverdachte] geeft [aangever] meerdere vuistslagen en klappen. Op een gegeven moment, als [aangever] op de grond ligt, geeft [medeverdachte] [aangever] een hand om op te staan en vervolgens geeft [medeverdachte] [aangever] een kopstoot. [medeverdachte] heeft hierdoor een bloedend wondje op zijn voorhoofd.8 Ondertussen blijven [verdachte] en [medeverdachte] [aangever] met de dood bedreigen.9

Ze lopen weer door en [verdachte] en [medeverdachte] zeggen tegen [aangever] dat hij drie levens heeft, waarvan hij er al een kwijt is. In het tweede leven zal [aangever] door [verdachte] worden doodgestoken en in het derde leven doodgeschoten. [aangever] is erg bang en wil vluchten, maar krijgt de kans niet. Ze pakken hem vast en ze lopen naar tramlijn 1.10

Weer in Den Haag aangekomen, stapt het drietal rond 20.30 uur uit op het Spui.11

[verdachte] en [medeverdachte] willen dat [aangever] samen met hen naar zijn tante loopt om geld te halen. [aangever] is bang en loopt naar de woning van zijn tante, aan de Hamerstraat. Hij belt aan. Zijn tante opent de deur op een kier, [aangever] die heel snel heeft gelopen, glipt naar binnen en doet de deur dicht. Hij zegt tegen zijn tante dat ze de politie moet bellen. [verdachte] en [medeverdachte] trappen tegen de deur.12 [aangever] heeft pijn in zijn kaak, zijn hoofd en in zijn ribben van de klappen en trappen.13

Op 22 december 2012 heeft [aangever] met [medeverdachte 2] afgesproken. Ze treffen elkaar in de buurt van de Monstersestraat te Den Haag. [medeverdachte], die ook een vriend is van [medeverdachte 2], komt er ook aan.14 [medeverdachte] zegt tegen [aangever] dat hij mee moet komen. Hij slaat [aangever].15 Ze lopen naar een café op het hoekje met de Zoutkeetsingel en daar belt [medeverdachte] met een man die hij chef noemt. Er komt een blauwe Seat aanrijden. Ze stappen in de auto en halen [verdachte] op.16

De man die de auto rijdt, is op een gegeven moment alleen met [aangever] in de auto.17

[aangever] zegt het met [verdachte] en [medeverdachte] te zullen regelen. [aangever] heeft die dag ongeveer 4 uur in die auto gezeten en allemaal rondjes gereden. [aangever] is bang. [medeverdachte] en [verdachte] stellen voor bij de moeder van [aangever] te gaan inbreken. [aangever] moet het huisnummer zeggen. [medeverdachte 2] en [medeverdachte] gaan bij de woning van de moeder van [aangever] kijken,18 maar in de deur zit een oplegslot en geen cilinderslot. [aangever] zegt dat hij voor het geld zal zorgen en ze rijden weg in de richting van de Vliegerstraat.19 Daar pakt [aangever] de tram.20

Op 28 december 2012 herkent [aangever] [medeverdachte] [medeverdachte] en [verdachte] oftewel [verdachte] van de hem getoonde foto’s. Als aan hem de foto van [verdachte] wordt getoond zegt hij: “dat is [verdachte], dat weet ik 100 % zeker”.21 22

Medeverdachte [medeverdachte] verklaart op 29 december 2012 bij de politie dat hij [verdachte] oftewel de verdachte, [verdachte], wel kent.23 Voorts verklaart hij dat een jongen genaamd [aangever] op 18 december geld nodig had en dat hij zei dat hij fraude kon plegen met de bankpas van [een persoon]. Op 19 december 2012 zegt [aangever] dat hij niet meer kan pinnen omdat de jongen die dit kon doen, vast zit. De verdachte flipt en zegt dat [aangever] moet komen en de bankpas moet teruggeven. Als [aangever] komt zegt de verdachte tegen [aangever] dat hij 12.000 euro moet regelen. [aangever] zegt dat hij in Delft geld kan regelen en ze gaan naar Delft, naar de kamer van [aangever]. Ze mogen van de leiding maar 20 minuten op de kamer van [aangever] blijven. De verdachte vraagt aan [aangever] waar het geld is.24 [aangever] zegt niet waar het is en [medeverdachte] moet [aangever] slaan van de verdachte. Dat doet [medeverdachte].

De verdachte pakt een zwarte tas, een pet en kaartjes van [aangever] af.25

De verdachte heeft geen pistool, maar een alarmpistool, in zijn handen. Dit heeft de verdachte bij zich als hij flipt. [medeverdachte] gooit [aangever] op de grond en tilt hem vervolgens op. Ook geeft hij [aangever] een kopstoot. De verdachte geeft [aangever] een lowkick. [aangever] gaat met hen mee.26

Ze gaan met de tram terug naar Den Haag en stappen uit bij het Spui. [aangever] zegt dat hij geld kan lenen bij zijn tante. Ze lopen naar het huis van de tante van [aangever].

Ze bellen aan en de tante van [aangever] doet open. [aangever] loopt vooruit en rent naar binnen bij zijn tante. De verdachte trapt tegen de deur. Als de tante zegt dat ze de politie gaat bellen, rennen de verdachte en [medeverdachte] weg.27

Op 22 december 2012 zitten de verdachte, medeverdachte [medeverdachte], [aangever] en [medeverdachte 2] in de auto van de man van café Intiem en rijden ze rond. De verdachte wil geld28 en geeft [aangever] een kopstoot. [aangever] zegt dat ze naar het huis van zijn ouders kunnen gaan.29

[medeverdachte] verklaart dat hij van de verdachte bij het huis van de moeder van [aangever] moet gaan kijken.30 Hij is met [medeverdachte 2] met de lift naar boven gegaan.31 [medeverdachte] heeft een bivakmuts in zijn zak zitten. Ze hebben geen gereedschap bij zich. [medeverdachte 2] heeft een capuchon op en een rugzak bij zich. Er wordt aangebeld om te kijken of er iemand thuis is. Als er na 5 tot 10 minuten niemand open doet, gaan [medeverdachte] en [medeverdachte 2] weer naar beneden.32 33

De verdachte verklaart bij de politie dat de spullen van [aangever] in zijn kamer zijn aangetroffen omdat [aangever] een kennis van hem is en [aangever] deze spullen tijdens een bezoek aan de verdachte op 23 december 2012 is vergeten mee te nemen. De verdachte zegt de spullen op de bank te hebben gevonden en deze aan [aangever] terug te willen geven.34

Ook verklaart de verdachte bij de politie dat hij samen met [aangever] en [medeverdachte] naar Delft is gegaan, naar het logeerhuis waar [aangever] verblijft en dat zij met [aangever] naar boven, naar zijn kamer, zijn gegaan om op de Wii te spelen.35

De verdachte deelt ter zitting, als het resultaat van de doorzoeking van zijn kamer wordt

voorgehouden, mee dat er meerdere tasjes zijn van het merk Nickelson met hetzelfde model zoals het tasje dat in zijn kamer is aangetroffen. In zijn laatste woord deelt de verdachte nog mee dat de politie bij zijn aanhouding geen mes of wapen bij hem heeft aangetroffen en dat de tegen hem geuite beschuldigingen zijn verzonnen door aangever, [medeverdachte] en [medeverdachte 2]. Deze laatste twee willen zichzelf, aldus de verdachte, vrij pleiten.36

De rechtbank acht de verklaringen van de verdachte bij de politie en ter terechtzitting ongeloofwaardig. De verklaringen van de verdachte worden ook door geen enkel ander bewijsmiddel ondersteund.

Op grond van de aangifte van [aangever], die door de rechtbank wel geloofwaardig wordt geacht, en de verklaring van medeverdachte [medeverda[medeverdachte] bij de politie, welke verklaringen ten aanzien van de gebeurtenis op 22 december 2012 worden ondersteund door de verklaring van [medeverdachte 2], acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de hem bij dagvaarding onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan.

De rechtbank volgt het standpunt van de officier van justitie terzake van de onder de feiten

1 en 3 ten laste gelegde gedachtestreepjes betreffende de bedreiging en het prikken met het mes en het klemmen van de vinger van aangever met een waterpomptang en zal deze onderdelen van de tenlastelegging niet bewezen verklaren.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat

1.

hij op tijdstippen gelegen in de periode van 19 december 2012 tot en met 25 december 2012 te

's-Gravenhage en Delft en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander,

ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld

[aangever] te dwingen tot de afgifte van geld en goederen, toebehorende aan [aangever] (of anderen), door:

- die [aangever] te bewegen geld op te nemen met een bankpas op naam van [een persoon] en

(toen die [aangever] aangaf dat dat niet lukte) die [aangever] een wapen te tonen en

vervolgens

- die [aangever] toe te voegen dat hij 12000 euro moest betalen anders zou die [aangever] iets

worden aangedaan en dat het geld anders bij diens ouders of familie zou worden gehaald (waarbij

die [aangever] een wapen werd getoond dat op dat moment werd doorgeladen) en vervolgens

- met die [aangever] rond te gaan lopen waarbij die [aangever] de woorden werden toegevoegd

"je moet net zo lang doorgaan tot je het geld bij elkaar hebt" en "je moet je waardevolle spullen

afgeven" en

- die [aangever] toe te voegen dat hij stil moest zijn en verdachte en zijn mededader niet aan

mocht kijken en een wapen tegen het hoofd te duwen en daarbij te zeggen "wij schieten je gewoon

dood" en

- (tijdens het lopen) die [aangever] meerdere kopstoten te geven en

- die [aangever] te sommeren hem verdachte en zijn mededader mee te nemen naar de verblijfplaats

van die [aangever] (teneinde zijn waardevolle spullen op te halen) en

- die [aangever] tegen het lichaam te slaan en te trappen en

- die [aangever] toe te voegen "je hebt drie levens en je bent er al eentje kwijt" en

- (enkele dagen later) die [aangever] te sommeren mee te lopen en die [aangever] te slaan en

vervolgens

- die [aangever] in een auto te laten plaatsnemen waarbij die [aangever] herhaaldelijk is gemeld dat

hij geld moest betalen en vervolgens

- gedurende een lange tijd met de [aangever] rond te rijden en

- langs het huis van de moeder van die [aangever] te rijden en aldaar aan de deur te gaan met de

intentie om daar in te breken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 22 december 2012 te 's-Gravenhage en elders in Nederland opzettelijk [aangever] tezamen en in vereniging met een ander wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben hij verdachte en zijn mededader met dat opzet

- die [aangever] geslagen en

- [aangever] gedwongen in de auto te stappen en

- met die auto weggereden en

- langdurig met die [aangever] in de auto rondgereden, terwijl die [aangever] niet uit kon stappen;

3.

hij op 19 december 2012 te 's-Gravenhage en Delft tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een blackberry en

een nektasje van het merk Nickolson en

een Guccipet en

een I-phone oordopjesset en

een Nederlandse Identiteitskaart op naam van [aangever] en

een of meer andere passen (zorg, ov) en

een bioscoopbon en

sigaretten,

toebehorende aan [aangever], welke diefstal werd voorafgegaan en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [aangever], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en om het bezit van het gestolene te verzekeren, door:

- een wapen aan die [aangever] te tonen en

- die [aangever] te zeggen dat hij 12000 euro moest betalen anders zou die [aangever] iets worden

aangedaan en die [aangever] te zeggen dat het geld anders bij diens ouders of familie zou worden

gehaald (waarbij die [aangever] een wapen werd getoond dat op dat moment werd doorgeladen) en

vervolgens

- met die [aangever] rond te gaan lopen waarbij die [aangever] de woorden werden toegevoegd "je

moet net zo lang doorgaan tot je het geld bij elkaar hebt" en "je moet je waardevolle spullen

afgeven" en

- die [aangever] toe te voegen dat hij stil moest zijn en verdachte en zijn mededader niet aan

mocht kijken en een wapen tegen het hoofd te duwen en daarbij te zeggen "wij schieten je gewoon

dood" en

- (tijdens het lopen) die [aangever] meerdere kopstoten te geven en

- die [aangever] te sommeren hem verdachte en zijn mededader mee te nemen naar de verblijfplaats

van die [aangever] (teneinde zijn waardevolle spullen op te halen) en

- die [aangever] tegen het lichaam te slaan en te trappen en

- die [aangever] toe te voegen "je hebt drie levens en je bent er al eentje kwijt".

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

4. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van

de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van omstandigheden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf/maatregel

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de strafmaat betoogd dat de eis van de officier van justitie buitensporig hoog is, nu de verdachte slechts eenmaal eerder in contact is geweest met de politie en hij vanwege zijn illegale verblijf in Nederland na zijn detentie terug zal worden gestuurd naar Turkije.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing en aan diefstal met geweld en bedreiging met geweld. Zij hebben geprobeerd het slachtoffer een grote som geld en goederen afhandig te maken en hebben ook daadwerkelijk enkele eigendommen van het slachtoffer weggenomen. Het slachtoffer is hierbij diverse malen geslagen en geschopt en tevens heeft hij kopstoten gekregen. Ook is hij verbaal en met een wapen bedreigd en zijn bedreigingen geuit aan het adres van zijn familieleden. Het slachtoffer wordt gedwongen bij hen geld te gaan halen. Tevens hebben de verdachte en zijn mededader hetzelfde slachtoffer van zijn vrijheid beroofd en beroofd gehouden door enkele uren lang met hem in een auto rond te rijden, terwijl het slachtoffer niet kon uitstappen.

De verdachte en zijn mededader hebben door hun handelen een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit, de persoonlijke levenssfeer en de persoonlijke bewegingsvrijheid van het slachtoffer. Bovendien hebben zij bij de vrijheidsberoving wederom geweld gebruikt.

Het gedrag van de verdachte en zijn mededader is voor het slachtoffer heel bedreigend en intimiderend geweest. Het slachtoffer heeft bij de politie ook verklaard dat hij op diverse momenten erg angstig is geweest.

Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van voornoemde geweldsdelicten zich nog gedurende langere tijd angstig en onveilig voelen en/of psychische gevolgen van het gebeurde ondervinden. Bovendien nemen als gevolg van dit soort delicten de gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij in het algemeen toe.

De verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting op geen enkele wijze inzicht willen geven in de reden voor zijn handelen, noch zijn verantwoordelijkheid hiervoor willen nemen. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan, temeer omdat de verdachte als volwassene een leidinggevende rol heeft gehad bij de bewezenverklaarde strafbare feiten.

Het uittreksel Justitiële Documentatie geeft, hoewel recentelijk nogmaals gecontroleerd, geen uitsluitsel over een veroordeling van de politierechter d.d. 4 januari 2013 betreffende het bezit van een vals reisdocument, zoals dit is gesteld door de officier van justitie, noch of deze onherroepelijk is, zodat de rechtbank thans geen toepassing zal geven aan artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank heeft geen informatie over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, nu het de reclassering niet is gelukt om tijdig voor de zitting van heden advies uit te brengen.

Gelet op de omstandigheid dat de verdachte zonder geldige verblijfstitel in Nederland verblijft en hij, naar het zich thans laat aanzien, zal worden uitgezet naar zijn land van herkomst na de afhandeling van deze strafzaak, acht de rechtbank zich thans voldoende voorgelicht.

Nu de verdachte een blanco strafblad heeft en het gebruikte geweld binnen de perken is gebleven, ziet de rechtbank aanleiding om een aanmerkelijk lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie geëist.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf van na te melden duur een passende reactie vormt.

7. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

45, 47, 57, 282, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8. De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het hem bij dagvaarding

onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

1:

MEDEPLEGEN VAN POGING TOT AFPERSING, MEERMALEN GEPLEEGD

2:

MEDEPLEGEN VAN OPZETTELIJK IEMAND WEDERRECHTELIJK VAN DE VRIJHEID BEROVEN EN BEROOFD HOUDEN

3:

DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN EN GEVOLGD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN OM, BIJ BETRAPPING OP HETERDAAD, HET BEZIT VAN HET GESTOLENE TE VERZEKEREN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN, MEERMALEN GEPLEEGD

verklaart het bewezene en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 18 MAANDEN

bepaalt dat de tijd, die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door

mr. P. de Haan, voorzitter,

mrs. J.C. U-A-Sai en S.M. Borkent, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.M. de Witte, griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 april 2013.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit – voor zover niet anders weergegeven - delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier van Politie Haaglanden, met het nummer PL1513 2012269959, doorgenummerd als pagina

1 tot en met 256.

2 Proces-verbaal van aangifte [aangever], pagina 50, 3e alinea.

3 Proces-verbaal van aangifte [aangever], pagina 50, eerste helft 5e alinea.

4 Proces-verbaal van aangifte [aangever], pagina 50, tweede helft 5e alinea.

5 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige], pagina 106/107.

6 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige], pagina 108/109.

7 Proces-verbaal van bevindingen doorzoeking kamer verdachte [verdachte], pagina 91/92, met bijlagen.

8 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 70, met als bijlagen twee foto’s.

9 Proces-verbaal van aangifte [aangever], pagina 51, tweede helft bovenste alinea.

10 Proces-verbaal van aangifte [aangever], pagina 51, tweede helft bovenste alinea.

11 Proces-verbaal van aangifte [aangever], pagina 51, eerste helft onderste alinea.

12 Proces-verbaal van aangifte [aangever], pagina 51, tweede helft onderste alinea.

13 Proces-verbaal van aangifte [aangever], pagina 51, tweede helft onderste alinea en bovenaan pagina 52.

14 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 2], pagina 241, vijfde alinea.

15 Proces-verbaal verhoor aangever [aangever], pagina 58, eerste alinea.

16 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 2], pagina 241, zevende alinea.

17 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 2], pagina 241, tiende alinea.

18 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 190/191, met als bijlagen de beelden pagina 192 t/m 196

19 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 2], pagina 243, zesde alinea.

20 Proces-verbaal verhoor aangever [aangever], pagina 58, zesde alinea.

21 Proces-verbaal verhoor aangever [aangever], pagina 58, onderaan, en pagina 59.

22 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 67, met als bijlagen foto’s van de verdachten.

23 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte], pagina 149, halverwege.

24 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte], pagina 150, halverwege.

25 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte], pagina 150, halverwege

26 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte], pagina 150, onderaan.

27 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte], pagina 151, eerste en tweede alinea.

28 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 2], pagina 241, halverwege.

29 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte], pagina 151, derde t/m zesde alinea.

30 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 2], pagina 242, vijfde alinea.

31 Proces-verbaal van bevindingen pagina 190/191, met als bijlagen foto’s op pagina 192/194.

32 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte], pagina 232/233 bovenaan.

33 Proces-verbaal van bevindingen pagina 190/191, met als bijlagen foto’s op pagina 195/196.

34 Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte], pagina 124.

35 Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte], pagina 128.

36 Proces-verbaal van de terechtzitting van 4 april 2013, eigen verklaring van de verdachte.