Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ8774

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
08-04-2013
Datum publicatie
25-04-2013
Zaaknummer
C-09-425717 - FA RK 12-6281
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vaststellen geboortegegevens

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 12-6281

Zaaknummer: C/09/425717

Datum beschikking: 8 april 2013

Vaststellen geboortegegevens

Beschikking op het op 20 augustus 2012 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoekster],

verzoekster,

wonende te [woonplaats],

advocaat: mr. J.J.C. van Haren te Utrecht.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag,

zetelend te Den Haag,

hierna te noemen: de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- de brief met bijlagen d.d. 10 oktober 2012 van de ambtenaar.

Op 11 maart 2013 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

- verzoekster en haar advocaat;

- de ambtenaar in de persoon van de heer A.R. Baptiste .

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank de voor het opmaken van de geboorteakte van verzoekster noodzakelijke gegevens zal vaststellen.

De ambtenaar is van mening dat verzoekster niet in haar verzoek kan worden ontvangen.

Feiten

- De nationaliteit van verzoekster is onbekend.

- Verzoekster heeft Irak in 2001 verlaten en na een verblijf in Turkije is zij in 2003 naar Nederland gekomen.

- Verzoekster is in het bezit van een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd op grond van artikel 8 onder a Vreemdelingenwet 2000.

Beoordeling

Nu verzoekster haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft, komt de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 sub a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering rechtsmacht toe met betrekking tot het verzoek.

Ingevolge artikel 1:25c van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan deze rechtbank, indien ten aanzien van een buiten Nederland geboren persoon geen akte van geboorte overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt of kan worden overgelegd, op verzoek van het openbaar ministerie, van een belanghebbende of van de ambtenaar, de voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vaststellen, indien:

a. die persoon Nederlander is of te eniger tijd Nederlander dan wel Nederlands onderdaan niet-Nederlander is geweest;

b. die persoon rechtmatig verblijft op grond van artikel 8, onder c en d, van de Vreemdelingenwet 2000;

c. op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek een latere vermelding aan de akte van geboorte moet worden toegevoegd.

Verzoekster valt met haar huidige verblijfsstatus niet onder de in artikel 1:25c lid 1 onder a en b BW genoemde categorieën van personen. Zij heeft de rechtbank echter verzocht om analoge toepassing van artikel 1:25c lid 1 onder b BW. Zij heeft hiertoe gesteld dat zij een (vervangende) geboorteakte nodig heeft om in aanmerking te komen voor de verkrijging van het Nederlanderschap en dat het voor haar wegens gezondheidsproblemen niet mogelijk is om naar Irak terug te keren om aldaar een geboorteakte te verkrijgen. Voorts heeft zij erop gewezen dat haar echtgenoot destijds wel de asielstatus heeft verkregen en dat hij inmiddels is genaturaliseerd.

Het is de rechtbank in voldoende mate gebleken dat verzoekster niet beschikt dan wel niet kan beschikken over een geboorteakte. Hoewel de rechtbank oog heeft voor het belang van verzoekster bij de verkrijging van het Nederlanderschap, gaat het de rechtsvormende taak van de rechtbank te buiten om de in artikel 1:25c lid 1 BW genoemde categorieën van personen uit te breiden, daar waar de wetgever die mogelijkheid niet heeft geboden. Hetgeen door verzoekster in onderhavige zaak op dit punt is aangevoerd brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel.

Gelet op het voorgaande en gezien de omstandigheid dat verzoekster evenmin voldoet aan de hiervoor onder c genoemde voorwaarde, beslist de rechtbank als volgt.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, bijgestaan door mr. A.W. Spee als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 april 2013.