Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ7217

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-03-2013
Datum publicatie
15-04-2013
Zaaknummer
C/09/436644 / KG ZA 13-128
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Artikel 45 lid 1 aanhef en onder a van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ('Awir') staat slechts toe dat de verhuurder van de woining, met het oog waarop de huurtoeslag aan de betreffende huurder wordt verstrekt, beslag mag leggen op de aan die huurder toekomende huurtoeslag wegens niet-nakoming van diens betalingsverplichting uit hoofde van de huurovereenkomst ter zake van die woning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2013/232

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/436644 / KG ZA 13-128

Vonnis in kort geding van 22 maart 2013

in de zaak van

1. [A],

2. [B],

echtelieden,

beiden wonende te [woonplaats],

eisers,

advocaat mr. W. Kolmans te Eindhoven,

tegen:

de commanditaire vennootschap

COHABITAT C.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

gedaagde,

advocaat mr. R. van Kessel te Den Haag.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als '[A] cs' en 'Cohabitat'.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 15 maart 2013 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. Gedurende de periode van oktober 2005 tot en met september 2009 huurden [A] cs van Cohabitat een woning te [woonplaats]. Aan de daaraan ten grondslag liggende huurovereenkomst kwam een einde, nadat de kantonrechter deze had ontbonden. In het betreffende vonnis zijn [A] cs tevens veroordeeld om aan Cohabitat de ontstane huurachterstand te voldoen.

1.2. Sedert december 2009 huren [A] cs woonruimte van Stichting Wooninc te Eindhoven (hierna 'Wooninc'), laatstelijk de woning aan de [adres] te [woonplaats].

1.3. Op 15 juni 2010 heeft Cohabitat - krachtens het onder 1.1. vermelde vonnis - executoriaal beslag laten leggen op de aan [A] cs toekomende AOW-uitkering en huurtoeslag in verband met de huur van de woning aan de [adres] te [woonplaats].

1.4. Bij onherroepelijk vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, sector kanton, locatie Eindhoven, van 5 april 2012 is de huurovereenkomst tussen [A] cs en Stichting Wooninc betreffende de woning aan de [adres] te [woonplaats] ontbonden, met veroordeling van [A] cs om de woning te ontruimen en de ontstane huurachterstand ad € 4.893,84, alsmede de - tot de ontruiming - lopende huurtermijnen van € 703,51 per maand te voldoen. In haar vonnis overweegt de kantonrechter (onder 3.2) onder meer: "Hierbij merkt de kantonrechter nog op dat Wooninc. ter zitting heeft verklaard af te willen zien van de ontruiming, als [A] en [B] binnen korte termijn na het wijzen van dit vonnis in staat blijken om naast de lopende huur de achterstand binnen afzienbare tijd af te lossen, bijvoorbeeld omdat het beslag op de huurtoeslag is opgeheven en deze toeslag ter aflossing aan Wooninc. kan worden betaald." Wooninc heeft het vonnis voor wat betreft de ontruiming nog niet tenuitvoergelegd en [A] cs verblijven nog steeds in de woning aan de [adres] te [woonplaats].

2. Het geschil

2.1. [A] cs vorderen het door Cohabitat gelegde beslag op de aan hen toekomende huurtoeslag onmiddellijk op te heffen, met veroordeling van Cohabitat in de proceskosten.

2.2. Samengevat voeren [A] cs daartoe het volgende aan.

Cohabitat heeft in strijd met het bepaalde in artikel 45 lid 1 aanhef en onder a van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen ('Awir') executoriaal beslag gelegd op de aan [A] cs toekomende huurtoeslag. Daarmee is het beslag onrechtmatig en moet het beslag onmiddellijk worden opgeheven. Dit klemt te meer nu [A] cs dringend zelf over de huurtoeslag moeten kunnen beschikken teneinde aan hun lopende huurverplichtingen te kunnen voldoen en de huurschuld bij Wooninc te kunnen aflossen, opdat wordt voorkomen dat zij hun huidige woning moeten verlaten.

2.3. Cohabitat heeft de vordering van [A] cs gemotiveerd weersproken. Voor zover nodig zal haar verweer hierna worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. Cohabitat heeft primair aangevoerd dat [A] cs geen spoedeisend belang hebben bij hun vordering en dat deze reeds op grond daarvan moet worden afgewezen.

Cohabitat kan echter niet worden gevolgd in dat verweer. Aan een vordering tot opheffing van een - vermeend - onrechtmatig beslag is immers inherent dat daarbij een spoedeisende belang bestaat, ook als dat beslag, zoals in dit geval, enige tijd geleden is gelegd. Indien de stellingen van [A] cs over het onrechtmatige karakter van het beslag voor juist moeten worden gehouden, dient het beslag op de kortst mogelijke termijn te worden opgeheven.

3.2. Vervolgens is aan de orde de vraag of het bepaalde in artikel 45 Awir lid 1 aanhef en onder a in de weg staat aan het beslag op de huurtoeslag, zoals [A] cs stellen en Cohabitat bestrijdt.

3.3. Voor zover hier van belang luidt artikel 45 Awir als volgt:

"1. Een tegemoetkoming is niet vatbaar voor (…) beslag (…), tenzij het betreft beslag wegens:

a. een vordering tot nakoming van een betalingsverplichting wegens een geleverde prestatie waarbij de betalingsverplichting ter zake van die prestatie oorzaak is voor de tegemoetkoming;

(…)

3.4. Vooropgesteld wordt dat huurtoeslag een tegemoetkoming in de zin van artikel 45 Awir betreft en derhalve door de daarin neergelegde regeling wordt bestreken. Dat is - terecht - ook niet in geschil tussen partijen. Voorts is gesteld noch gebleken dat voor wat betreft huurtoeslag - anders dan een tegemoetkoming in het kader van de Wet op het kindgebonden budget - een afwijkende regeling geldt.

3.5. De voorzieningenrechter is, met [A] cs, van oordeel dat het bepaalde in artikel 45 lid 1 aanhef en onder a Awir slechts toestaat dat de verhuurder van de woning, met het oog waarop de huurtoeslag aan de betreffende huurder wordt verstrekt, beslag mag leggen op de aan die huurder toekomende huurtoeslag wegens niet-nakoming van diens betalingsverplichting uit hoofde van de huurovereenkomst ter zake van die woning. De tekst van die bepaling, in het bijzonder daar waar wordt gesproken over "die prestatie", laat daarover geen onduidelijkheid bestaan. Ander dan Cohabitat betoogt valt uit de door haar aangehaalde wetsgeschiedenis (pleitnota, onder 3) niet af te leiden dat de wetgever een ruimere beslagmogelijkheid heeft willen creëren in de zin dat ook beslag kan worden gelegd op de huurtoeslag ter executie van vorderingen uit andere huurovereenkomsten dan die in verband waarmee de toeslag is verleend. Dat in het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Almelo van 3 maart 2009 (LJN: BH4739) anders is geoordeeld, is geen reden om voorbij te gaan aan de duidelijke wettekst, die ook strookt met het karakter van de toeslag, die wordt verstrekt teneinde een huurder in de gelegenheid te stellen bepaalde woonruimte te huren, ofwel om de 'lopende' huurtermijnen te kunnen betalen. De, door Cohabitat gestelde, bevoegdheid van een voormalige verhuurder - dan wel een andere derde, niet zijnde de actuele verhuurder - om vervolgens beslag te leggen op de huurtoeslag valt daarmee niet te rijmen. Een en ander betekent dat op dit moment enkel Wooninc beslag kan leggen op de aan [A] cs toegekende huurtoeslag met betrekking tot de woning aan de [adres] te [woonplaats] en niet (ook) Cohabitat.

3.6. De slotsom is dat het door Cohabitat gelegde executoriale beslag op de aan [A] cs toegekende huurtoeslag onrechtmatig is en om die reden moet worden opgeheven. De vordering van [A] cs zal dan ook worden toegewezen.

3.7. Cohabitat zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- heft het door Cohabitat ten laste van [A] cs gelegde executoriale beslag op de aan [A] cs toegekende huurtoeslag met onmiddellijke ingang op;

- veroordeelt Cohabitat in de proceskosten tot op dit vonnis in totaal begroot op

€ 992,89, waarvan:

a. € 891,-- te voldoen aan [A] cs (€ 816,-- aan salaris advocaat en € 75,-- aan griffierecht);

b. € 101,89, inclusief BTW, wegens explootkosten, aan de griffier van de rechtbank door overmaking op rekeningnummer 56.99.90.580 ten name van MvVenJ. Arrondissement Den Haag 537, onder vermelding van 'proceskostenveroordeling' en het zaak- en rolnummer;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Alwin en in het openbaar uitgesproken op 22 maart 2013.

jvl