Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3845

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28-01-2013
Datum publicatie
12-03-2013
Zaaknummer
AWB 13/2108
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Ordemaatregel vovo AA.

Procesdossier niet tijdig toegezonden.

De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder het procesdossier niet tijdig heeft toegezonden. Gelet hierop is de voorzieningenrechter niet in staat om het verzoek op zorgvuldige wijze inhoudelijk te beoordelen. Daarom ziet de voorzieningenrechter aanleiding bij wijze van ordemaatregel verweerder te verbieden verzoeker uit te zetten totdat op het beroep is beslist. Daarbij is betrokken dat het belang van verzoeker om niet in een onomkeerbare situatie te geraken van zwaarder gewicht is dan het belang van verweerder om op korte termijn tot uitzetting van verzoeker over te gaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 13/2108 (voorlopige voorziening)

uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 januari 2013 in de zaak tussen

[verzoeker],

geboren op [geboortedatum], van Pakistaanse nationaliteit,

verzoeker,

(gemachtigde: mr. S.T.C. Rebergen, advocaat te Arnhem),

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 21 januari 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd onder verwijzing naar het besluit van 11 mei 2011 op grond van artikel 4:6 Algemene wet bestuursrecht (Awb) afgewezen.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Voorts heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Hij verzoekt verweerder te verbieden hem uit te zetten.

Overwegingen

1. Indien tegen een besluit beroep bij de rechtbank is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak, ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Awb op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. Artikel 8:83, eerste lid, Awb schrijft voor, dat het bestuursorgaan de op de zaak betrekking hebbende stukken binnen een door de voorzieningenrechter bepaalde termijn aan hem zendt.

3. Ter uitwerking hiervan is in artikel 39, eerste lid, van de Procesregeling bestuursrecht 2010 bepaald dat de voorzieningenrechter het bestuursorgaan verzoekt de op de zaak betrekking hebbende stukken uiterlijk op het tijdstip vermeld in de Bijlage betreffende AC-zaken (www.rechtspraak.nl) in te zenden. Voor AC-zaken moet thans worden gelezen AA-zaken. Voor rechtbank Haarlem moet thans worden gelezen rechtbank Noord-Holland.

4. In genoemde bijlage is, voor zover hier relevant, het volgende bepaald:

“De op de zaak betrekking hebbende stukken dienen, onder gelijktijdige kopieverlening aan de indiener, te zijn ingediend uiterlijk ten minste 4 werkdagen vóór de zitting, met dien verstande dat de stukken op de vijfde werkdag vóór de zitting om 16.00 uur bij de rechtbank binnen dienen te zijn.

In geval van een verzoek ingediend naar aanleiding van een beschikking die is uitgereikt in AC-Schiphol dienen de op de zaak betrekking hebbende stukken, onder gelijktijdige kopieverlening aan de indiener, uiterlijk op de hierna vermelde tijdstippen bij de rechtbank ontvangen te zijn:

bij de rechtbank Haarlem uiterlijk donderdag vóór de zitting om 16.00 uur”.

5. De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder het procesdossier niet tijdig heeft toegezonden. Gelet hierop is de voorzieningenrechter niet in staat om het verzoek op zorgvuldige wijze inhoudelijk te beoordelen. Daarom ziet de voorzieningenrechter aanleiding bij wijze van ordemaatregel verweerder te verbieden verzoeker uit te zetten totdat op het beroep is beslist. Daarbij is betrokken dat het belang van verzoeker om niet in een onomkeerbare situatie te geraken van zwaarder gewicht is dan het belang van verweerder om op korte termijn tot uitzetting van verzoeker over te gaan.

6. De voorzieningenrechter zal de gevraagde voorziening toewijzen met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, Awb. De voorzieningenrechter zal met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, Awb verweerder veroordelen in de door verzoeker gemaakte kosten. De kosten ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn € 472,- in verband met het verzoek om voorlopige voorziening (1 punt voor het verzoekschrift, wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe en verbiedt verweerder verzoeker uit Nederland te verwijderen zolang nog niet op het beroep is beslist;

- veroordeelt verweerder in de kosten en draagt verweerder op € 472,- te betalen aan verzoeker in verband met het verzoek om een voorlopige voorziening.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.M.A Bataille, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. Vervoordeldonk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2013.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Coll:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.