Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ1403

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
23-01-2013
Datum publicatie
19-02-2013
Zaaknummer
C-09-431870 - KG ZA 12-1321
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Geen specifiek VCA**-certificaat vereist. Gebrekkige communicatie tijdens de aanbestedingsprocedure, een onvoldoende motivering van de gunningsbeslissing en tegenstrijdige mededelingen van de zijde van de aanbestende dienst kunnen- wat daar verder ook van zij - niet leiden tot staking van de aanbestedingsprocedure en eventuele heraanbesteding. Niet kan worden aangenomen dat de aanbestedende dienst een irreële en/of strategische inschrijving heeft geaccepteerd. Tot slot waren de eisen voldoende eenduidig voor alle normaal oplettende en behoorlijk geïnformeerde inschrijvers.

Wetsverwijzingen
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten 41
Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden
Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden 1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2013/71 met annotatie van mr. W.M. Ritsema van Eck
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/431870 / KG ZA 12-1321

Vonnis in kort geding van 23 januari 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PORT-O-LET SERVICES B.V.,

gevestigd te Dordrecht,

eiseres,

advocaat mr. S.C. Brackmann te Rotterdam,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon

STAAT DER NEDERLANDEN,

(ministerie van Defensie),

zetelend te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. J.H.C.A. Muller te Den Haag.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als 'Port-o-Let' en 'de Staat'.

1.De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 9 januari 2013 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. Op 9 januari 2012 is het ministerie van Defensie (hierna 'het Ministerie') een aanbestedingsprocedure gestart in verband met het sluiten van een raamovereenkomst voor de inhuur van mobiele sanitaire voorzieningen. Nadat daarin een (voorlopige) gunningsbeslissing was genomen, waartegen Port-o-Let - als derde en laatste geëindigde - bezwaar maakte, heeft het Ministerie bij brief van 6 juni 2012 aangegeven dat de gunningsbeslissing en de aanbestedingsprocedure worden ingetrokken, waarbij alle inschrijvers zich hebben neergelegd. Port-o-Let heeft de door haar, naar aanleiding van de gunningsbeslissing, aanhangig gemaakte kort gedingprocedure ingetrokken.

1.2. Port-o-Let was de zittend opdrachtnemer. In verband met de intrekking van voormelde aanbestedingsprocedure hebben partijen de tussen hen gesloten overeenkomst verlengd. In verband daarmee heeft het Ministerie - bij brief van 1 augustus 2012 - het volgende bericht aan Port-o-Let:

"Het huidige contract had 1 mei 2012 als einddatum. Echter, in afwachting van de nieuwe aanbesteding dient er een tijdelijke verlenging tegen gelijkblijvende condities en prijzen plaats te vinden van het contract tussen Port-o-Let en het Ministerie van Defensie. In het gesprek op 1 augustus 2012 gaf u aan namens Port-o-Let daartoe bereid te zijn.

Dit contract wordt verlengd tot 31 december 2012, met een opzegtermijn van 2 weken voor het geval het contract vanuit Defensie eerder beëindigd zal worden. Voor het overige blijven procedures, condities en prijzen ongewijzigd, conform het contract onder nummer [contractnummer].

Opdrachten geplaatst voor uiterlijk 31 december 2012 kunnen nog na die datum uitgevoerd worden (tenzij het contract eerder beëindigd wordt)."

1.3. Port-o-Let is daarmee akkoord gegaan door ondertekening van de volgende verklaring:

"Dit contract wordt met een opzegtermijn van 2 weken verlengd tot en met 31 december 2012.

Voor het overige blijven procedures, condities en prijzen ongewijzigd, conform het genoemde contract onder nummer [contractnummer].

Opdrachten geplaatst voor uiterlijk 31 december 2012 kunnen nog na die datum uitgevoerd worden (tenzij het contract eerder beëindigd wordt)."

1.4. Op 3 augustus 2012 is het Ministerie een heraanbestedingsprocedure gestart, die op onderdelen afwijkt van de onder 1.1 vermelde aanbesteding. De 'Uitnodiging tot Inschrijving' vermeldt, voor zover hier van belang:

"1.3 Doel van de aanbesteding

Het doel van de aanbesteding is:

Het sluiten van één (1) Raamovereenkomst met één (1) Opdrachtnemer voor het defensiebreed inhuren van mobiele toiletvoorzieningen, te weten mobiele toiletten en urinoirs.

De verwachte/beoogde ingangsdatum van de Raamovereenkomst is 1 november 2012 met een looptijd van 4 jaar (2 jaar plus 2 afzonderlijke optiejaren).

(...)

1.4.2 Scope van de aanbesteding

(...)

Voorwerp van de overeenkomst is het digitaal afroepen (via DigiInkoop) van mobiele toiletten en urinoirs voor het Ministerie van Defensie. Het betreft hier de afroep van mobiele toiletten en urinoirs voor de dagelijkse inzet en operationele bedrijfsvoering, zoals militaire oefeningen.

(...)

2.10 Voornemen tot gunning

Opdrachtgever zal elke Inschrijver die heeft ingeschreven gelijktijdig berichten over zijn (voorgenomen) gunningbeslissing. Deze gunningbeslissing zal (in ieder geval elektronisch of per fax) aan de betreffende Inschrijver(s) worden verzonden en de relevante redenen bevatten voor dat besluit.

De Opdrachtgever zal de naam vermelden van de Inschrijver aan wie hij voornemens is te gunnen. (...)

(...)

3.4.2 Kwaliteitscontrole en - borging

Inschrijver toont aan dat deze Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemers VCA** of vergelijkbaar gecertificeerd is of kan op een andere wijze aantonen dat de onderwerpen veiligheid, gezondheid en milieu zoals bedoeld in de VCA** certificatie ingebed of verankerd zijn in de organisatieprocessen van Inschrijver.

(...)

4 Gunningscriterium

Uw Inschrijving wordt beoordeeld op het gunningcriterium 'laagste prijs'.

Zie hiervoor de toelichting in par. 5.3.

(...)

5.3 Berekening totaalscore

De berekening van de totaalscore wordt vervolgens als volgt bepaald:

Na toetsing aan de eisen zoals beschreven in hoofdstuk 6 worden de Inschrijvingen beoordeeld op "Prijsstelling" zoals vermeld in hoofdstuk 6. Hierbij worden alle Inschrijvingen onderling met elkaar vergeleken en worden de Inschrijvingen aan de hand van het in hoofdstuk 4 bekend gestelde gunningcriterium beoordeeld.

Beoordeling van de gunningcriteria

Prijsstelling

Per onderdeel zal de Inschrijver met de laagste (totaal) prijs het maximale aantal punten krijgen, de overige Inschrijvers krijgen een proportioneel lagere waardering. De Prijs levert maximaal 1000 punten op.

Dit gebeurt steeds aan de hand van de onderstaande formule:

De formule luidt dan: 1000 (1-(PH-PL)/PL)

Waarin PH staat voor de hoogste Prijs, PL voor de laagste prijs.

Negatieve scores worden op nul (0) gesteld.

De op te geven prijzen zijn "all-in"-prijzen per stuk of per eenheid. Dit omvat alle kosten zoals bijvoorbeeld, de transportkosten, loon- en administratiekosten etc. Dat wil zeggen dat er verder geen bijkomende kosten in rekening gebracht worden.

De tarievenopbouw is vermeld in de Prijsbijlage. Er wordt gewerkt met de volgende tarieven gekoppeld aan de plaatsingsduur:

Prijs per dag, prijs per week of gedeelte ervan, prijs per maand.

Prijsvoorbeeld: 9 weken huren betekent 2 keer het maandtarief plus 1 keer her weektarief.

Voor deze aanbesteding dient u uit te gaan van een norm van 1 mobiel toilet voor 40 personen. Echter, dit is bedoeld als rekenhulp en geen vast gegeven gedurende de looptijd van de Raamovereenkomst. Aan deze norm kunnen dus geen rechten worden ontleend.

Opdrachtgever verwacht van Inschrijver dat de verstrekte gegevens een reële weergave van de werkelijkheid vormt en dat Inschrijver te allen tijde concrete en controleerbare verklaringen van de gepresenteerde getallen kan verschaffen. Het is niet toegestaan strategisch in te schrijven.

Overal waar in de prijzenbladen een € teken is vermeld dient een getal (niet zijnde nul (0) of een negatief getal) te worden ingevuld.

Indien er geen getal door Inschrijver is ingevuld of een getal dat redelijkerwijs niet in verband te brengen is met gespecificeerde prijzen zal, indien daarvoor geen redelijke verklaring door de Inschrijver verstrekt kan worden, de Inschrijving als abnormaal lage aanbieding conform artikel 56 BAO worden gezien. Als gevolg daarvan wordt de Inschrijving terzijde gelegd, en niet voor verdere beoordeling in aanmerking genomen.

U dient naast de gegevens op de prijzenbladen een onderbouwing aan te leveren waaruit blijkt op welke wijze de tarieven die u opgeeft in de prijzenbladen zijn opgebouwd. Deze onderbouwing is vormvrij, maar dient te herleiden te zijn naar de informatie in het prijsblad.

Op het prijzenblad (Bijlage J) geeft Inschrijver inzicht in de door Inschrijver gehanteerde tarieven.

Inschrijver voegt de prijsbladen toe onder tabblad 15 van zijn Inschrijving. Daarnaast verklaart hij door ondertekening van Bijlage K de juistheid van de aangeboden prijzen. Deze verklaring voegt Inschrijver eveneens toe onder tabblad 16.

De Inschrijving met de hoogste Score eindigt als hoogste in de rangorde die wordt opgesteld naar aanleiding van de uitgevoerde beoordeling als gesteld in paragraaf 5.1.

5.4. Afronding beoordelingsprocedure en voorbereiding verificatiebespreking

Op grond van alle beschikbare informatie komt Opdrachtgever tot het totaaloordeel en een eerste keuze van de Inschrijver met de laagste prijs. Dat is de Inschrijver met het hoogste eindtotaal in punten."

1.5. Het - als bijlage J - bij de Uitnodiging tot Inschrijving gevoegde prijsinvulformulier luidt als volgt:

"<br />

Prijsinvulformulier

Tarieven zijn per eenheid/stuk excl. BTW en inclusief de volgende diensten: In te vullen door inschrijver

Cabines zijn bij eerste plaatsing gereinigd en gevuld met de benodigde vloeistoffen, toiletpapier etc.

De tarieven zijn inclusief controle/reiniging/lediging om de dag (dus eens per 48 uur)

Alle tarieven zijn inclusief verbruiksmaterialen etc dus vermelden als all-in tarieven

een maand is onafhankelijk van het aantal dagen

Prijsvoorbeeld: 8 dagen huren betekent 1 keer het weektarief plus 1 keer het dagtarief

Prijsvoorbeeld: 9 weken huren betekent 2 keer het maandtarief plus 1 keer het weektarief"

1.6. De Nota van Inlichtingen 1 d.d. 31 augustus 2012 vermeldt onder meer:

Nota van Inlichtingen

1.7. Naast Port-o-Let hebben nog drie partijen tijdig ingeschreven op de heraanbesteding, te weten Eco Toilet B.V. (hierna 'Eco Toilet'), Dixi Sanitary Services B.V. (hierna 'Dixi') en Boels Verhuur B.V. (hierna 'Boels').

1.8. Bij - per e-mail van 7 november 2012 verzonden - brief van 8 november 2012 heeft het Ministerie - voor zover hier van belang - het volgende bericht aan Port-o-Let:

"Met betrekking tot de Aanbesteding voor inhuur van mobiele sanitaire voorzieningen ontvingen wij uw Offerte in goede orde. Na beschouwing van uw betreffende invulling is gebleken dat uw bedrijf voldoet aan de in het Bestek gestelde eisen. Vervolgens is uw Offerte beoordeeld op grond van de in het Bestek gestelde gunningcriterium, de prijs.

Het spijt mij u te moeten mededelen dat Port-o-Let niet in aanmerking komt voor het aangaan van een Raamovereenkomst met Opdrachtgever, het Ministerie van Defensie.

Er hebben 4 Inschrijvers deelgenomen aan de aanbesteding.

De totaalresultaten van de beoordeling geven aan dat uw Offerte niet de laagste prijs heeft.

De totaalconclusie is dat u met een puntentotaal van 496 van de maximaal te behalen 1000 punten als vierde (4de) bent geclassificeerd.

Alleen de Inschrijver met de economisch meest voordelige aanbieding (wat tot uitdrukking komt in hun totaal van 850 punten) komt in aanmerking voor gunning van een Raamovereenkomst."

1.9. Tussen partijen heeft op 15 november 2012 een bespreking plaatsgevonden. Daarbij heeft het Ministerie medegedeeld dat het voornemens is de opdracht te gunnen aan Eco Toilet, alsmede welke punten aan de verschillende onderdelen van de inschrijving van Port-o-Let zijn toegekend. Port-o-Let heeft ter gelegenheid daarvan haar bezwaren tegen de gunningsbeslissing kenbaar gemaakt. Naar aanleiding daarvan is de termijn om tegen de gunningsbeslissing op te komen door middel van een kort geding verlengd tot 26 november 2012 om 09.00 uur.

1.10. Het Ministerie heeft met Dixi een overeenkomst gesloten betreffende de (ver)huur van sanitaire voorzieningen voor wat betreft de maand januari 2013.

2.Het geschil

2.1. Na wijziging/aanvulling van eis vordert Port-o-Let, zakelijk weergegeven:

I.

a.de Staat te veroordelen de (her)aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden en - desgewenst - over te gaan tot heraanbesteding;

en/of

b.de Staat te veroordelen de bestaande overeenkomst met Port-o-Let, zoals verlengd bij brief van 1 augustus 2012, te respecteren en daaraan uitvoering te geven, in die zin dat de Staat opdrachten tot het plaatsen van mobiele sanitaire voorzieningen verstrekt aan Port-o-Let;

c.de Staat - voor zover hij tussen 1 augustus 2012 en 1 januari 2013 opdrachten heeft verstrekt aan een ander dan Port-o-Let - te veroordelen tot het verstrekken van informatie over die opdrachten en tot vergoeding van de door Port-o-Let gemaakte kosten en gederfde winst;

II.

d.een andere maatregel te treffen die in goede justitie redelijk is en recht doet aan de belangen van Port-o-Let;

III.

e.de Staat te veroordelen in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

2.2. Samengevat voert Port-o-Let daartoe het volgende aan.

In het kader van de onderhavige (her)aanbestedingsprocedure heeft het Ministerie op essentiële onderdelen onzorgvuldig gehandeld, en wel door:

(i) met elk VCA**-certificaat genoegen te nemen en inschrijvers te accepteren die niet beschikken over het vereiste VCA**-certificaat;

(ii) de toezegging om Port-o-Let op de hoogte te stellen van de (aankondiging van de) aanbesteding niet na te komen;

(iii) gebrekkig te communiceren;

(iv) de gunningsbeslissing onvoldoende te motiveren;

(v) tegenstrijdige mededelingen te doen;

(vi) irreële/strategische inschrijvingen te accepteren;

(vii) onvoldoende eenduidige eisen te stellen.

Een en ander betekent een flagrante schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en brengt mee dat sprake is van een onrechtmatige aanbestedingsprocedure. Deze moet derhalve worden gestaakt en de Staat moet worden veroordeeld om andermaal over te gaan tot heraanbesteding, voor zover hij de opdracht nog wenst te verstrekken.

Voorts handelt het Ministerie in strijd met de tussen partijen gesloten - en op 1 augustus 2012 verlengde - overeenkomst door voor de maand januari 2013 te contracteren met Dixi.

2.3. De Staat heeft de vorderingen van Port-o-Let gemotiveerd bestreden. Voor zover nodig zal zijn verweer hierna worden besproken.

3.De beoordeling van het geschil

De vorderingen sub Ia en II

3.1. Voor wat betreft de onder 2.1 sub Ia en II vermelde vorderingen, ervan uitgaande dat laatstbedoelde vordering erop is gericht om een definitieve gunning aan Eco Toilet te voorkomen, stelt Port-o-Let dat de (her)aanbestedingprocedure onrechtmatig is verlopen als gevolg van onzorgvuldig handelen van het Ministerie. Die stelling onderbouwt zij nader aan de hand van de in rechtsoverweging 2.2 onder (i) tot en met (vii) vermelde bezwaren. Volgens Port-o-Let dienen al die klachten in onderlinge samenhang te worden bezien, zij het dat - anders dan de overige klachten - de bezwaren sub (i) en (vi) ook ieder afzonderlijk tot toewijzing van voormelde vorderingen leiden, nu het Ministerie dienaangaande handelt in strijd met de eigen regels, zoals vastgelegd in de aanbestedingstukken. Voor zover voor de beslissing van belang, zullen de verschillende bezwaren hierna - telkens afzonderlijk - worden beoordeeld.

(i) VCA**-certificaat

3.2. Volgens Port-o-Let dient het in artikel 3.4.2 van de Uitnodiging tot Inschrijving voorgeschreven VCA**-certificaat verband te houden met het specifieke voorwerp van de onderhavige opdracht. Gelet op het militaire karakter daarvan had het Ministerie slechts genoegen mogen nemen met het VCA**-certificaat, dat is afgegeven met 'NACE-code' N80 ('security and investigation activities'). Van alle inschrijvers beschikt alleen Port-o-Let daarover. Eco Toilet en Dixi beschikken over VCA**-certificaten met andere codes, terwijl aan Boels slechts een VCA*-certificaat is afgegeven. Gelet hierop en nu Eco Toilet, Dixi en Boels ook niet op andere wijze hebben kunnen aantonen aan de gestelde voorwaarden te kunnen voldoen, hadden zij moeten worden uitgesloten van de aanbestedingsprocedure, aldus Port-o-Let.

3.3. Vooropgesteld wordt dat het Ministerie een beoordelingsvrijheid heeft bij het accepteren van het gevraagde certificaat als bewijs dat is voldaan aan de in de Uitnodiging tot Inschrijving vermelde eisen. Blijkens het bepaalde in artikel 3.4.2 van de Uitnodiging tot Inschrijving dient een inschrijver aan de hand van de VCA**-certificering enkel aan te tonen dat de aspecten veiligheid, gezondheid en milieu zijn ingebed of verankerd in zijn organisatieprocessen. Een - op de opdracht toegespitst - specifiek VCA**-certificaat wordt niet verlangd. Klaarblijkelijk acht het Ministerie het militaire karakter van de onderhavige opdracht niet relevant en gaat het ervan uit dat de verlangde aspecten (in voldoende mate) zijn ingebed of verankerd in de organisatieprocessen van een inschrijver indien aan deze enig VCA**-certificaat is verstrekt, welke opvatting het Ministerie vrijstaat. Als behoorlijk geïnformeerd en normaal oplettend inschrijver heeft Port-o-Let dat ook aldus moeten (kunnen) begrijpen.

3.4. Uitgaande van het voorgaande en nu vaststaat dat Eco Toilet VCA**-gecertificeerd is, heeft het Ministerie haar op goede gronden niet uitgesloten van de (verdere) aanbestedingsprocedure.

(ii) Toezegging

3.5. Met de door Port-o-Let gestelde - doch niet nagekomen - mondelinge toezegging van het Ministerie dat zij persoonlijk op de hoogte zou worden gehouden van de aankondiging van de aanbesteding kan in het beperkte bestek van dit kort geding reeds geen rekening worden gehouden nu de Staat die toezegging gemotiveerd betwist. Overigens lag het - toezegging of niet - op de weg van Port-o-Let om de aankondiging van de aanbesteding zelf in het oog te houden. Bovendien zou de toezegging, indien gedaan, zich tegen Port-o-Let kunnen keren, nu zij daarmee kan zijn bevoordeeld ten opzichte van andere potentiële inschrijvers.

(iii) Gebrekkige communicatie

3.6. Port-o-Let verwijt het Ministerie dat deze gebrekkig heeft gecommuniceerd door (i) de inschrijvers niet tijdig op de hoogte te stellen van de vertraging in het bekendmaken van de gunningsbeslissing, (ii) niet te reageren op verzoeken van Port-o-Let over het uitblijven van de gunningsbeslissing en (iii) Port-o-Let abusievelijk uit te nodigen voor een bijeenkomst op 7 november 2012 en deze vervolgens op het laatste moment te annuleren. Die omstandigheden kunnen echter - wat daar verder ook van zij - niet leiden tot staking van de aanbestedingsprocedure en eventuele heraanbesteding.

(iv) Motivering van de gunningsbeslissing

3.7. Port-o-Let beroept zich erop dat de motivering van de gunningsbeslissing in de brief van 8 november 2012 niet voldoet aan de Uitnodiging tot Inschrijving en het bepaalde in artikel 6 van de Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijn aanbesteden ('Wira'), juncto artikel 1 sub n Wira, juncto artikel 41 leden 2 tot en met 5 van het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten ('Bao'), in het bijzonder omdat daarin de naam van de winnaar, Eco Toilet, niet wordt vermeld. Het niet voldoen aan de motiveringsplicht ter zake van de gunningsbeslissing kan echter niet leiden tot staking van de aanbesteding en heraanbesteding, maar hooguit tot verlenging van de zogenaamde 'Alcateltermijn', welke termijn naar aanleiding van de bespreking tussen partijen op 15 november 2012 ook is verlengd tot 26 november 2012.

(v) Tegenstrijdige mededelingen

3.8. Volgens Port-o-Let verstrekt het Ministerie tegenstrijdige mededelingen, met name waar het Ministerie tijdens de bespreking van 15 november 2012 mededeelde dat Eco Toilet voor wat betreft het onderdeel 'toiletcabine' als laagste heeft ingeschreven met een prijs van € 30,-- per dag per cabine, welke inschrijving als strategisch en/of irreëel moet worden aangemerkt, terwijl het Ministerie nadien - bij brief van 10 december 2012 - aangaf dat niet Eco Toilet maar een andere inschrijver die prijs heeft aangeboden. Wat daar echter ook van zij, dat bezwaar kan - indien gegrond - niet leiden tot toewijzing van het gevorderde.

(vi) Strategische en/of irreële inschrijving

3.9. Port-o-Let verwijt het Ministerie dat - in strijd met de aanbestedingsstukken - een irreële en/of strategische prijsopgave is geaccepteerd, door de inschrijving waarin het onderdeel 'toiletcabine' wordt aanboden voor een prijs van € 30,-- per dag niet (direct) uit te sluiten. Volgens haar is het onmogelijk om de gevraagde diensten te verlenen voor dat bedrag, aangezien sprake is van een 'all-in-prijs', waarin dus ook begrepen moeten zijn de kosten verbonden aan - onder andere - het plaatsen en ophalen van de cabines, de reiniging van de cabines en de vloeistoffen en gebruiksmiddelen waarvan de cabines moeten zijn voorzien, ook indien de cabines slechts voor één dag of enkele dagen worden ingehuurd. Volgens Port-o-Let doet niet ter zake of Eco Toilet of een ander die prijs heeft aangeboden, nu deze als uitgangspunt is genomen bij de berekening van de scores van alle inschrijvingen.

3.10. Vooropgesteld wordt dat het in beginsel aan de aanbestedende dienst is om te bepalen of een (onderdeel van een) inschrijving irreëel en/of strategisch is. Van de voorzieningenrechter kan in ieder geval niet worden verwacht dat hij over voldoende kennis beschikt om dat in alle gevallen uit te maken. De Staat heeft gemotiveerd bestreden dat één of meer partijen zich hebben bediend van een irreële en/of strategische inschrijving. De door de Staat in dat kader geponeerde stelling dat Eco Toilet niet de partij is die heeft ingeschreven met de ter discussie staande prijs van € 30,-- per dag, heeft Port-o-Let niet weersproken. Voorts is van belang dat uit de Uitnodiging tot Inschrijving en de Nota van Inlichtingen 1 onmiskenbaar blijkt dat de gevraagde dagprijs een 'all-in-tarief' moet betreffen, waarin de hiervoor bedoelde kosten zijn inbegrepen. Gelet op de duidelijke bewoordingen in die stukken valt niet in te zien dat daarover misverstanden zouden kunnen (zijn) ontstaan bij één of meer inschrijvers. Volgens de Staat hebben alle inschrijvers het ook op de juiste wijze begrepen. Op grond van een en ander kan niet worden aangenomen dat het Ministerie een irreële en/of strategische inschrijving heeft geaccepteerd.

(vii) Onvoldoende eenduidige eisen

3.11. Port-o-Let is van mening dat het Ministerie er niet in is geslaagd om de criteria inzake de prijsstelling zo eenduidig neer te leggen dat alle inschrijvers de gestelde eisen op dezelfde manier hebben geïnterpreteerd. Tijdens de bespreking op 15 november 2012 is haar namelijk gebleken dat de gevraagde 'prijs per dag' op basis van de aanbestedingstukken betrekking kan hebben op zowel de plaatsing voor één dag als op de verlenging van een plaatsing voor een week of een maand, welke situaties tot verschillende prijsstellingen moeten leiden.

3.12. Met het oog op dat bezwaar wordt kortheidshalve verwezen naar hetgeen hiervoor - onder 3.10 - is overwogen. Daaruit volgt dat voor alle normaal oplettende en behoorlijk geïnformeerde inschrijvers duidelijk moet zijn geweest, dat een 'all-in-prijs' dient te worden aangeboden, die geldt in beide door Port-o-Let genoemde situaties. Bedoelde stelling van Port-o-Let kan dan ook niet voor juist worden gehouden.

Conclusie

3.13. Het voorgaande betekent dat de bezwaren van Port-o-Let - voor zover deze in de weg zouden kunnen staan aan het voornemen van het Ministerie om de opdracht te gunnen aan Eco Toilet - geen doel treffen. Dit brengt mee dat de onder 2.1 sub Ia en II vermelde vorderingen zullen worden afgewezen.

De vorderingen sub Ib en Ic

3.14. Port-o-Let heeft haar vorderingen vermeerderd met de onder 2.1 sub Ib en Ic vermelde vorderingen. Het verzet daartegen van de Staat is ongegrond. Gelet op de samenhang tussen die vorderingen en de oorspronkelijke vorderingen van Port-o-Let en de omstandigheid dat de Staat voldoende tijd en mogelijkheden heeft gehad om zich te verweren tegen de nieuwe vorderingen, kan niet worden aangenomen dat de eisvermeerdering in strijd is met de eisen van een goede procesorde.

3.15. Blijkens de nadere toelichting door Port-o-Let op de zitting ligt aan de eisvermeerdering ten grondslag de - onder 1.10 vermelde - overeenkomst tussen het Ministerie en Dixi betreffende de (ver)huur van sanitaire voorzieningen voor de maand januari 2013. Volgens Port-o-Let had het Ministerie die overeenkomst niet mogen sluiten omdat de (verlengde) overeenkomst met haar nog steeds van kracht is. Deze is namelijk niet - met inachtneming van de overeengekomen termijn van twee weken - opgezegd.

3.16. Port-o-Let kan daarin echter niet worden gevolgd. In de brief van 1 augustus 2012, die ten grondslag ligt aan de verlenging van de overeenkomst tussen partijen, stelt het Ministerie voor de overeenkomst tijdelijk te verlengen tot en met 31 december 2012, met dien verstande dat een opzegtermijn van twee weken in acht moet worden genomen indien het Ministerie de overeenkomst eerder beëindigt. Blijkens de - onder 1.3 vermelde verklaring - is Port-o-Let daarmee akkoord gegaan. Anders dan Port-o-Let kennelijk meent kan - in samenhang met voormelde brief - de in die verklaring voorkomende zinsnede "Dit contract wordt met een opzegtermijn van 2 weken verlengd tot 31 december 2012" niet worden gelezen dat partijen zijn overeengekomen dat het Ministerie de overeenkomst ook moet opzeggen, met inachtneming van een termijn van twee weken, indien het Ministerie de overeenkomst op het afgesproken moment (31 december 2012) wil eindigen. Een andersluidende - niet voor de hand liggende - lezing van die verklaring heeft het Ministerie in ieder niet behoeven te begrijpen. Voor zover Port-o-Let dat wel beoogde, had zij dat duidelijker moeten (laten) vastleggen. Verder is van belang dat op grond van de thans voorhanden zijnde stukken niet kan worden aangenomen dat het Ministerie in de periode van 1 augustus 2012 tot 1 januari 2013 opdrachten, die behoren te vallen onder de (verlengde) overeenkomst tussen partijen, heeft verstrekt aan een ander dan Port-o-Let.

3.17. Het vorenstaande betekent dat ook de onderhavige vorderingen niet voor toewijzing in aanmerking komen.

Afronding

3.18. De slotsom is dat alle vorderingen van Port-o-Let zullen worden afgewezen.

3.19. Als de in het ongelijk gestelde partij zal Port-o-Let - zoals verzocht uitvoerbaar bij voorraad en te vermeerderen met de wettelijke rente - worden veroordeeld in de proceskosten.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter:

-wijst het gevorderde af;

-veroordeelt Port-o-Let in de proceskosten, tot op dit vonnis aan de zijde van de Staat begroot op € 1.391,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 575,-- aan griffierecht, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het uitspreken van dit vonnis;

-verklaart de proceskostenveroordeling tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P. van Ham en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2013.