Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ0126

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28-01-2013
Datum publicatie
31-01-2013
Zaaknummer
Awb 13/1162 en Awb 13/1160
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

AA-procedure; gestelde psychische problemen die niet zijn geconstateerd door MediFirst, maar die worden afgeleid uit de tijdens de gehoren afgelegde verklaringen; indicatie, als bedoeld in de werkinstructie 2010/13; zorgvuldigheidsvereiste

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummers: AWB 13/1162 (voorlopige voorziening) en AWB 13/1160 (beroep)

V-nummer: 278.319.4867

uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank in de zaak tussen

[naam], eiser,

gemachtigde mr. M.C.M.E. Schijvenaars,

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde mr. P. van Zijl.

Procesverloop

Bij besluit van 10 januari 2013 (hierna: het bestreden besluit), genomen in de zogeheten algemene asielprocedure (AA-procedure), is de asielaanvraag van eiser afgewezen.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorziening te treffen die ertoe strekt de uitzetting achterwege te laten totdat op zijn beroep is beslist.

De behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 januari 2013. Eiser is ter zitting verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was ter zitting aanwezig D. Madjlessi, tolk in de Farsi taal. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Aangezien nader onderzoek naar het oordeel van de voorzieningenrechter redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, zal met toepassing van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) onmiddellijk op het beroep worden beslist. Daartoe wordt als volgt overwogen.

2. Eiser heeft gesteld te zijn geboren op [1961] en de Iraanse nationaliteit te bezitten. Op 20 december 2012 heeft hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft bij het bestreden besluit deze aanvraag afgewezen.

3. Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen met toepassing van artikel 31, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 31, tweede lid, aanhef en onder b en f, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000). Verweerder heeft onder meer tegengeworpen dat eiser een nader gehoor heeft afgebroken en zonder geldige reden geen gevolg heeft gegeven aan voortzetting van het nader gehoor. Verweerder stelt zich op het standpunt dat uit het advies van MediFirst van 18 december 2012 blijkt dat er geen sprake is van beperkingen die relevant zijn voor het horen en beslissen en dat eiser is doorverwezen naar het Gezondheidscentrum asielzoekers (GCA) om redenen die niet relevant zijn voor het horen en beslissen. Dat eiser vreemde verklaringen heeft afgelegd rechtvaardigt volgens verweerder niet zonder meer de conclusie dat er sprake is van psychische problematiek. Verweerder heeft verder ambtshalve besloten dat artikel 64 van de Vw 2000 niet van toepassing is.

4. Eiser heeft aangevoerd dat hij is onderzocht door MediFirst en geschikt werd geacht voor het ondergaan van de gehoren. Ook bij de voorbereiding van de gehoren door de gemachtigde is niet gebleken van enig beletsel voor het ondergaan van de gehoren. Uit de rapporten van de gehoren blijkt echter dat eiser op zijn minst bevreemdingwekkende verklaringen heeft afgelegd. Tevens blijkt daaruit dat eiser zonder directe aanleiding overstuur raakt, de gehoorkamer uitstormt, schreeuwt op de gang en zijn rapport van eerste gehoor verscheurt. Deze indicaties voor psychische problematiek waren aanleiding om verweerder te verzoeken meer tijd te nemen voor beoordeling van de aanvraag van eiser en de zaak te verwijzen naar de verlengde asielprocedure. Eiser beroept zich in dit verband op IND-werkinstructie 2010/13 (hierna: de werkinstructie). Eiser legt voorts een vluchtverhaalanalyse over van Vluchtelingenwerk waaruit blijkt dat hij in Iran problemen heeft ondervonden in verband met zijn christelijke geloof. Hieromtrent heeft eiser ook verklaard tijdens het nader gehoor. Uit het algemeen ambtsbericht over Iran blijkt dat christenen die zich bezighouden met bekeringsactiviteiten te vrezen hebben voor vervolging. Uit een oogpunt van zorgvuldigheid had het volgens eiser op de weg gelegen van verweerder om de aanvraag van eiser te behandelen in de verlengde asielprocedure. Met betrekking tot het ontbreken van identiteits- of reisdocumenten voert eiser aan dat deze bij zijn arrestatie in 2010 in beslag zijn genomen. Op zijn reis naar Nederland heeft hij gebruik gemaakt van een vervalst document dat hij met andere documenten na aankomst in Nederland in het vliegtuig heeft achtergelaten, aldus eiser.

5. Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat het bestreden besluit rechtens juist is. Het beroep op de werkinstructie leidt niet tot een ander oordeel omdat het enkele feit dat eiser vreemde verklaringen heeft afgelegd, niet is aan te merken als een indicatie – anders dan op basis van een medisch advies – dat er sprake is van psychische problemen die aan besluitvorming in de AA-procedure in de weg staan. In dit verband heeft verweerder zich beroepen op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 april 2011 (JV 2011/213).

6. In artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a tot en met f, van de Vw 2000 staat vermeld op welke gronden een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd kan worden verleend.

Ingevolge artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000 wordt een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen indien de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn aanvraag is gegrond op omstandigheden die, hetzij op zichzelf, hetzij in samenhang met andere feiten, een rechtsgrond voor verlening vormen.

In het tweede lid, aanhef en onder b, is bepaald dat bij het onderzoek naar de aanvraag mede wordt betrokken de omstandigheid dat de vreemdeling zonder geldige reden niet heeft voldaan aan de aanwijzingen, bedoeld in artikel 55. Op grond van artikel 55, eerste lid, dient de vreemdeling zich in verband met het onderzoek beschikbaar te houden op een door verweerder aangewezen plaats, overeenkomstig hem daartoe door de bevoegde autoriteit gegeven aanwijzingen.

In het tweede lid, aanhef en onder f, is bepaald dat bij het onderzoek naar de aanvraag mede wordt betrokken de omstandigheid dat de vreemdeling ter staving van zijn aanvraag geen reis- of identiteitspapieren dan wel andere bescheiden kan overleggen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van zijn aanvraag, tenzij de vreemdeling aannemelijk kan maken dat het ontbreken van deze bescheiden niet aan hem is toe te rekenen.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt.

7. Gelet op de beroepsgronden dient allereerst te worden beoordeeld of verweerder de asielaanvraag van eiser zorgvuldig had kunnen afdoen in de AA-procedure.

8. Uit de stukken blijkt dat eiser voorafgaande aan zijn asielaanvraag is onderzocht door een verpleegkundige en een arts van MediFirst. Ter zitting heeft verweerder verklaard dat dit onderzoek ongeveer een half uur heeft geduurd. In het op 6 december 2012 (door de verpleegkundige) en op 18 december 2012 (door de arts) ondertekende advies staat onder meer het volgende.

Het doel van het advies is medische beperkingen in kaart te brengen die van invloed zijn op het horen en beslissen door de IND. Uitgangspunt is dat elke asielzoeker door de IND wordt gehoord, ook als er beperkingen zijn. (…) Indien zich tijdens een gehoor of op enig ander moment feiten of omstandigheden voordoen, die aanleiding geven de houdbaarheid van met medisch advies ter discussie te stellen, het tot de verantwoordelijkheid van de IND behoort om te beoordelen of MediFirst hieromtrent geïnformeerd dient te worden en om (eventueel in overleg met MediFirst) te beoordelen of er een nieuw advies nodig is. (…)

Wel horen. Gegeven de medische klachten die tijdens het onderzoek zijn gebleken zijn de volgende beperkingen relevant voor het horen en beslissen:

Betrokkene kan niet zitten, omdat dit te pijnlijk is. Betrokkene geeft aan wel langdurig (bijvoorbeeld tien uur achtereen) te kunnen staan. (…)

Betrokkene heeft een verwijzing naar het Gezondheidscentrum asielzoekers (GCA) in verband met bestaande gezondheidsproblemen, deze zijn echter niet relevant voor horen en beslissen. (…) Betrokkene geeft aan soms gedesoriënteerd te zijn in tijd, dit kon tijdens het gesprek met MediFirst niet worden vastgesteld.

9. Voormeld advies is ten grondslag gelegd aan het bestreden besluit. Een advies van MediFirst is aan te merken als een deskundigenadvies. Dit kan aan een besluit van verweerder ten grondslag worden gelegd, mits verweerder zich er tevoren van vergewist dat dit advies – naar wijze van totstandkoming – zorgvuldig is en – naar inhoud – inzichtelijk en concludent. Indien verweerder heeft voldaan aan de op hem rustende vergewisplicht, kan de vreemdeling de uitkomst van een MediFirst-advies nog slechts bestrijden door overlegging van een andersluidend deskundigenbericht.

10. Uit de beroepsgronden leidt de voorzieningenrechter af dat eiser het medisch advies op zichzelf niet heeft bestreden. Eiser stelt zich op het standpunt dat de later voorgevallen feiten en omstandigheden voor verweerder aanleiding hadden moeten zijn om niet, dan wel niet zonder aanvullende advisering, binnen de AA-procedure tot besluitvorming over te gaan. In het licht van het voormelde toetsingskader zal worden beoordeeld of verweerder het advies aan het bestreden besluit ten grondslag had mogen leggen, ondanks de feiten en omstandigheden die zich na het advies hebben voorgedaan. Bij deze beoordeling dient de door eiser aangehaalde werkinstructie te worden betrokken.

11. In de werkinstructie staat dat deze is bedoeld als aanzet hoe binnen de asielprocedure om te gaan met asielzoekers met medische problematiek. Het kan hierbij zowel gaan om fysieke problemen als om psychische problematiek (1.1).

Onder 2.1 staat dat hieronder veelal de situatie zal worden besproken, waarin door de medisch adviseur is geconcludeerd dat er sprake is van beperkingen die van invloed kunnen zijn op het horen en beslissen. Indien er echter indicaties bestaan van medische problemen (al dan niet psychisch van aard) die op een andere manier naar voren zijn gekomen, dan kan overeenkomstig worden gehandeld.

Verder wordt vermeld onder 2.2 (werkwijze), dat in het achterhoofd gehouden dient te worden dat in beginsel alle asielzoekers worden gehoord. Daarnaast is van belang dat voor asielzoekers met beperkingen als gevolg van bijvoorbeeld psychische problemen een gehoor in de AA-procedure niet altijd wenselijk of haalbaar is.

Indien bij de IND-medewerker twijfel bestaat over de vraag of de asielzoeker gehoord kan worden, terwijl uit het medisch advies blijkt dat een betrokkene in beginsel gehoord kan worden, kan voor een herbeoordeling opnieuw advies worden gevraagd aan de medisch adviseur, aldus de werkinstructie.

12. De voorzieningenrechter betrekt bij zijn beoordeling de navolgende feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na het advies van MediFirst.

13. Het eerste gehoor van eiser dat op 18 december 2012 plaatsvond, werd afgebroken. Het vervolg daarvan vond plaats op 20 december 2012. Tijdens dat gehoor verklaarde eiser onder meer het volgende:

Ik kan niet nadenken als mijn voeten de aarde niet raken. In auto, vliegtuig of wat dan ook, functioneren mijn hersenen niet. Mijn voeten moeten in contact zijn met de aarde voor ik kan nadenken. (pagina 4)

Onderweg van Kopenhagen naar Nederland heb ik in de lucht iets buitenaards gezien, dat vloog langs. Het was ‘iets’, een voorwerp. Het was in ieder geval geen aards voorwerp en ik ben toen in de war geraakt. (pagina 7)

14. Tijdens het nader gehoor van 27 december 2012 verklaarde eiser (pagina 5):

In 1990 heb ik een plan opgestuurd naar de organisatie Nasa in Amerika. (…) Russische en Amerikaanse spionagesatellieten zijn in staat om alles over de hele aarde in de gaten te houden. Het plan had te maken met de controle van drie luchthavens, Frankfurt, Schiphol en luchthaven van Parijs door middel van satellieten. Ik zal uitleggen waarom deze drie in de gaten gehouden moesten worden. Diegenen die de functie van piloot, rechter of bommenmaker uitoefenen, hebben in de loop der tijd in de uitoefening van hun functie ontwikkelde hersenen. Degene die met bommen werkt, gaat dood als de bom plotseling ontploft. Spionagesatellieten zijn niet alleen bezig met het in de gaten houden van de aarde, maar als een vliegtuig wil landen, wordt het vliegtuig ook in de gaten gehouden door de spionagesatellieten. De kosten zijn gigantisch hoog. Dit is een plan dat in 1990 doorgestuurd is aan de Amerikanen, mar gelukkig hebben de Russen een soortgelijk plan niet. (…) In 2012 werd ik gearresteerd, want het rapport van 1990 was een zeer vertrouwelijk rapport.

Tegen het eind van dit nader gehoor verklaart eiser ( pagina 9):

Ik wil niet meer met u doorgaan met het gehoor. In de Koran staat dat Jezus Christus de enige persoon (is) die niet door de duivel is aangeraakt. Ik wil de kamer verlaten. Er is geen zuurstof, er is geen beest. Er is geen Farsi tolk die christen is hier in Nederland. Iraanse christenen komen niet naar Nederland, slechts Iraanse islamieten komen naar Nederland. Ik wil hier weg.

Vervolgens staat in het rapport vermeld dat eiser de kamer uitstormt en op de gang schreeuwt. Hij roept dat hij niet met een islamitische tolk wil praten en pas gehoord wil worden als er een christelijke Farsi tolk beschikbaar is. Op de binnenplaats verscheurt hij zijn rapport van eerste gehoor in stukken, aldus de rapporteur, die het gesprek beëindigt.

15. Uit het dossier blijkt dat eiser naderhand is uitgenodigd voor een vervolg van het nader gehoor op 4 januari 2013. Eiser verschijnt niet. Medewerkers van de COA zoeken eiser op en zien dat hij in zijn bed lag. Hij zegt dat hij ziek is en niet naar het AC wil gaan. Eiser gaat niet in op het voorstel om per taxi naar het AC te worden gebracht.

16. De voorzieningenrechter is van oordeel dat voormelde feiten en omstandigheden, die zich hebben voorgedaan na het onderzoek door MediFirst, voor verweerder aanleiding hadden moeten zijn om niet over te gaan tot besluitvorming, alvorens MediFirst opnieuw te raadplegen over de mogelijke (psychische) beperkingen van eiser die horen en beslissen in de weg staan. Anders dan verweerder heeft gesteld, betreft het niet alleen de

verklaringen van eiser, zoals hiervoor weergegeven, maar ook diens gedragingen tijdens het nader gehoor en op 4 januari 2013. Verder wordt in aanmerking genomen dat de gemachtigde van eiser in zijn zienswijze naar aanleiding van het nader gehoor, onder verwijzing naar de verklaringen en gedragingen van eiser, geadviseerd heeft om de aanvraag niet thans af te wijzen, maar eiser te verwijzen naar de verlengde asielprocedure, opdat de aanvraag zorgvuldig wordt afgehandeld. Ter zitting heeft verweerder gesteld dat de beslisser de zaak intensief heeft bekeken maar dat deze de ‘vreemde’ verklaringen van eiser niet als indicaties, als bedoeld in de werkinstructie, heeft aangemerkt die tot herbeoordeling hadden moeten leiden. Daarmee is onvoldoende gemotiveerd waarom herbeoordeling achterwege is gelaten. In het MediFirst-advies staat dat latere gebeurtenissen reden kunnen zijn om MediFirst opnieuw te raadplegen en (eventueel in overleg met MediFirst) te beoordelen of er een nieuw advies nodig is. Niet is gesteld of gebleken dat verweerder MediFirst heeft geraadpleegd, alvorens over te gaan tot besluitvorming. Het beroep van verweerder op de uitspraak van de Afdeling van 5 april 2011 treft geen doel, nu de daarin beschreven situatie in betekenende mate afwijkt van de situatie van eiser. Anders dan in de genoemde uitspraak, heeft MediFirst bij eiser geen psychische beperkingen geconstateerd en kon dus niet rekening worden gehouden met de (psychische) problemen die naderhand aan het licht kwamen.

17. Aldus handelend heeft verweerder niet voldaan aan zijn vergewisplicht. Verweerder had het advies van MediFirst niet zonder meer aan het bestreden besluit ten grondslag mogen leggen. Bovendien is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd. Het beroep van eiser zal gegrond worden verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd, wegens strijd met artikel 3:2 en 3:46 van de Awb.

18. De voorzieningenrechter ziet gelet hierop geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

19. De voorzieningenrechter ziet in dit geval aanleiding verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte kosten. Deze kosten zijn op voet van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op 1416,00 (1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 472,00 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat verweerder een nieuw besluit neemt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 1416,00 (veertienhonderdenzestien euro) te betalen aan eiser;

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Loonstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2013.

Afschrift verzonden aan partijen op: 28 januari 2013

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuurs¬recht¬spraak van de Raad van State.