Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9878

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
04-01-2013
Datum publicatie
30-01-2013
Zaaknummer
432091 FA RK 12-9008
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Internationale kinderontvoering - ongeoorloofde overbrenging minderjarige kinderen door moeder vanuit Hong Kong naar Nederland. Partijen hebben na mediation algehele overeenstemming bereikt. Moeder gaat met minderjarigen terug naar Hong Kong. Verzoek tot teruggeleiding ingetrokken. Vaststellingsovereenkomst opgenomen in beschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 12-9008

Zaaknummer: 432091

Datum beschikking: 4 januari 2013

Internationale kinderontvoering

Beschikking op het op 26 november 2012 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,

wonende te Hong Kong,

advocaat: mr. C.L.M. Smeets te Rotterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende te [woonplaats],

advocaat: mr. E.M.T. van Ruitenbeek-de Bekker te 's-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift.

Op 13 december 2012 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: partijen vergezeld van hun advocaten.

Het betrof hier een regiezitting in het kader van crossborder mediation in internationale kinderontvoeringszaken met als behandelend rechter, tevens kinderrechter, mr. M. Kramer.

Na genoemde regiezitting hebben de vader en de moeder getracht door middel van crossborder mediation, gefaciliteerd door het Mediation Bureau, onderdeel van het Centrum Internationale Kinderontvoering, tot een minnelijke schikking te komen. Op 17 december 2012 heeft het Mediation Bureau de rechtbank meegedeeld dat de mediation volledig is geslaagd.

De rechtbank heeft vervolgens de volgende stukken ontvangen:

- de brief d.d. 18 december 2012 en de brief d.d. 21 december 2012, met als bijlage een kopie van de door beide partijen ondertekende vaststellingsovereenkomst, van de zijde van de vader;

- de brief d.d. 17 december 2012 van de zijde van de moeder;

- de originele vaststellingsovereenkomst.

Feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting staat tussen partijen het volgende vast:

- Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum huwelijk] 2006 te [plaats huwelijk].

- Uit dit huwelijk zijn de volgende thans nog minderjarige kinderen geboren:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats];

- [minderjarige 2], geboren op [geboorteplaats] te [geboorteplaats].

- Partijen wonen sinds november 2006 in Hong Kong.

- Partijen oefenen naar het recht van Hong Kong het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.

- De moeder is met de minderjarigen op 15 oktober 2012 vanuit Hong Kong naar Nederland vertrokken.

- Partijen en de minderjarigen hebben de Nederlandse nationaliteit.

- De na de regiezitting plaatsgevonden mediation heeft geresulteerd in algehele overeenstemming. De vader en de moeder hebben op 15 december 2012 een vaststellingsovereenkomst ondertekend waarin zij onder meer zijn overeengekomen dat de moeder met de minderjarigen vóór 7 januari 2013 zal terugkeren naar Hong Kong, dat de moeder en de minderjarigen in Hong Kong zullen verblijven tot 14 juli 2013 en dat tot deze datum de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen in Hong Kong zal zijn. Op 14 juli 2013 zullen de moeder en de minderjarigen terugkeren naar Nederland en vanaf deze datum zal de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen in Nederland zijn. Voorts zijn partijen een regeling ter zake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken overeengekomen.

Verzoek en verweer

De vader heeft zijn verzoek tot teruggeleiding van de minderjarigen naar Hong Kong, alsmede zijn verzoek de moeder te veroordelen tot betaling van de (proces)kosten ingetrokken.

De vader heeft de rechtbank bij brief van 21 december 2012 verzocht de tussen de vader en de moeder tot stand gekomen vaststellingsovereenkomst, meer in het bijzonder de tussen partijen in artikel 2.1 gemaakte afspraak dat de moeder met de kinderen vóór 7 januari 2013 naar Hong Kong zal terugkeren, op te nemen in de beschikking.

De moeder heeft bij brief van 17 december 2012 reeds verzocht de tussen de vader en de moeder tot stand gekomen vaststellingsovereenkomst op te nemen in de beschikking.

Beoordeling

Krachtens artikel 12 lid 3 van de EG-Verordening nr. 2201/2003 van 27 november 2003 is de Nederlandse rechter bevoegd te beslissen op het verzoek tot opname in de beschikking van de door partijen getroffen onderlinge regeling ter zake de ouderlijke verantwoordelijkheid aangaande de minderjarigen, nu de minderjarigen de Nederlandse nationaliteit hebben en de bevoegdheid van de Nederlandse rechter op het tijdstip waarop het verzoek is gedaan door partijen (naar de rechtbank begrijpt) is aanvaard en door het belang van de minderjarigen wordt gerechtvaardigd. De rechtbank zal Nederlands recht als haar interne recht toepassen.

De vader en de moeder hebben eensluidend verzocht de door hen ondertekende vaststellingsovereenkomst in de beschikking op te nemen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen, nu niet is gebleken dat het belang van de minderjarigen zich daartegen verzet.

Beslissing

De rechtbank:

neemt op de door de vader en de moeder getroffen onderlinge regeling ter zake de ouderlijke verantwoordelijkheid aangaande [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] en [minderjarige 2], geboren op [geboorteplaats] te [geboorteplaats], meer in het bijzonder de tussen partijen in artikel 2.1 gemaakte afspraak dat de moeder met de kinderen vóór 7 januari 2013 naar Hong Kong zal terugkeren, zoals neergelegd in de (in fotokopie) aan deze beschikking gehechte vaststellingsovereenkomst en verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Kramer, tevens kinderrechter, bijgestaan door P. Lahman als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 januari 2013.