Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:8703

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
09-07-2013
Datum publicatie
08-08-2013
Zaaknummer
C-09-44655 en C-09-445993
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg wordt voor langere duur afgegeven op grond van art. 29h, zesde lid van de Wet op de Jeugdzorg

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Kinderrechter

Rekestnummer: JE RK 13-1499 en JE RK 13-1682

Zaaknummer: C/09/444655 en C/09/445993

Datum beschikking: 9 juli 2013

Verlenging ondertoezichtstelling en nieuwe machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg

Beschikking op de op respectievelijk 12 juni 2013 en 27 juni 2013 ingekomen verzoekschriften van:

de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland, vestiging Gouda (verder: Bureau Jeugdzorg),

met betrekking tot de minderjarige:

[minderjarige], [voornaam], geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats];

kind van:

[mevrouw A],

de moeder,

wonende te [woonplaats],

die het gezag alleen uitoefent.

In deze procedure wordt tevens als belanghebbende aangemerkt:

[de heer B],

de stiefvader.

De minderjarige verblijft feitelijk in De Vaart te Sassenheim.

Procedure

De kinderrechter heeft kennisgenomen van:

- de verzoekschriften met bijlage(n) met daarin vervat de verklaring van

Bureau Jeugdzorg dat een situatie als bedoeld in artikel 29b, derde lid, van de Wet op de

Jeugdzorg zich voordoet;

- de instemmingsverklaring d.d.14 juni 2013 van een gedragswetenschapper als bedoeld in

artikel 29b, vijfde lid, van de Wet op de Jeugdzorg, die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht;

  • -

    het indicatiebesluit van Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland (verder: Bureau Jeugdzorg) d.d. 27 juni 2013, met de daarbij behorende aanvraag;

  • -

    het hulpverleningsplan;

  • -

    een verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling.

Op 9 juli 2013 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank opnieuw met gesloten deuren behandeld.

Hierbij zijn verschenen:

  • -

    de heer R. van den Berg namens Bureau Jeugdzorg;

  • -

    mevrouw I. Kuipers namens Bureau Jeugdzorg;

  • -

    mevrouw S. de Valk, gedragswetenschapper;

  • -

    mevrouw D. Harteveldt, pedagogisch medewerkster;

  • -

    de minderjarige, bijgestaan door zijn advocaat mr. B. Beekman;

  • -

    de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. J.A. Smits;

  • -

    de stiefvader;

  • -

    de heer V.I. Katchour, tolk in de Russische taal.

Feiten

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 12 juni 2013 de Raad voor Rechtsbijstand te Den Haag bevolen een advocaat aan de minderjarige toe te voegen.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 17 augustus 2012 de ondertoezichtstelling van de minderjarige verlengd van 21 augustus 2012 tot

21 augustus 2013.

Bij beschikking d.d. 12 juni 2013 heeft de kinderrechter een voorlopige machtiging verleend om de minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg te doen opnemen en te doen verblijven van 12 juni 2013 tot 14 juni 2013.

Bij beschikking d.d. 13 juni 2013 heeft de kinderrechter een machtiging verleend om de minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg te doen opnemen en te doen verblijven van 13 juni 2013 tot 10 juli 2013 en het verzoek voor het overige aangehouden tot deze zitting.

Verzoek en verweer

De verzoeken strekken tot verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarige voor de periode van één jaar en tot machtiging de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg voor de duur van de ondertoezichtstelling. Bureau Jeugdzorg is van mening dat de minderjarige ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en dat het van belang is dat deze bedreigde ontwikkeling wordt afgewend en dat zijn ontwikkeling verder gecontinueerd en gestimuleerd kan worden zodat hij in veiligheid kan opgroeien en een stabiele identiteit kan ontwikkelen. Gezien moeder haar individuele problematiek is het niet haalbaar om hulpverlening binnen een vrijwillig kader vorm te geven. Een verblijf van de minderjarige in een gesloten opvang is volgens Bureau Jeugdzorg noodzakelijk omdat de jeugdige zich zal onttrekken aan of door anderen zal worden onttrokken aan de zorg die hij nodig heeft.

Mr. Beekman heeft namens de minderjarige verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Mr. Smits heeft namens de moeder verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Mevrouw Kuiper heeft namens Bureau Jeugdzorg de verzoeken gehandhaafd. Voorts heeft zij meegedeeld dat de afgelopen anderhalf jaar meerdere vormen van hulpverlening zijn geprobeerd maar dat die niet het gewenste resultaat hebben geboekt. Er sprake is van agressie bij de minderjarige en hij zal moeten leren om gezag te accepteren. De minderjarige heeft structuur en duidelijkheid nodig. Hij kan binnenkort doorstromen naar het Hand in Hand traject in Alphen aan den Rijn en van daaruit naar een open groep. Het ligt in de verwachting dat de minderjarige eind augustus of begin september deel kan nemen aan het Hand in Hand traject. De gezinsvoogd benadrukt dat een gesloten machtiging hiervoor noodzakelijk is.

Mevrouw S. de Valk, gedragswetenschapper, heeft ter zitting verslag gedaan van haar bevindingen en heeft meegedeeld dat er geen gevaar meer bestaat dat de minderjarige weg zal lopen en dat het haar inziens goed zou zijn als de minderjarige in augustus of september deel zal nemen aan het Hand in Hand traject. Zij stemt dan ook in met een gesloten plaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling.

Mr. Beekman heeft zich namens de minderjarige niet verzet tegen het verzoek tot ondertoezichtstelling van de minderjarige doch zij heeft zich wel verzet tegen het verzoek tot het doen opnemen en doen verblijven van de minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. De raadsvrouw begrijpt de zorgen van Bureau Jeugdzorg maar deze zorgen worden niet volledig ondersteund door hetgeen de gedragswetenschapper naar voren heeft gebracht.

Mr. Smits heeft zich namens de moeder gerefereerd met betrekking tot verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarige doch heeft zij verzocht om het verzoek tot het doen opnemen en doen verblijven van de minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg af te wijzen, subsidiair toe te wijzen voor een kortere duur. De raadsvrouw heeft daarbij aangevoerd dat hulp voor de minderjarige noodzakelijk is maar dat de minderjarige in de instelling waar hij nu verblijft niet op zijn plek zit.

De moeder heeft meegedeeld dat zij wil dat de minderjarige naar huis komt. Hij verblijft op een groep met oudere kinderen en dit zou schadelijk voor hem zijn.

De stiefvader heeft aangevoerd dat de minderjarige een kans moet krijgen om zijn leven weer op te pakken.

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:254, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn en dat het noodzakelijk is de ondertoezichtstelling te verlengen als verzocht.

Voorts is de kinderrechter van oordeel dat de minderjarige ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen heeft die zijn ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren en die maken dat de opneming en het verblijf in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de zorg die hij nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken. Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat er sprake is van langdurige gedragsproblemen en ernstige problematiek van de minderjarige. De kinderrechter is van oordeel dat het Hand in Hand traject dat Bureau Jeugdzorg voor ogen heeft voor de minderjarige het juiste traject is en gaat er van uit dat de minderjarige daar geplaatst zal worden zodra daar plek is. De kinderrechter overweegt dat de wetgever met de opname van artikel 29h, zesde lid van de Wet op de Jeugdzorg, heeft beoogd een dergelijk traject mogelijk te maken onder de vigeur van een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg, zodat de machtiging voor langere duur zal worden afgegeven.

Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:

machtigt de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg zoals bedoeld in artikel 29b, eerste lid, van de Wet op de Jeugdzorg van 10 juli 2013 tot 21 augustus 2013;

en

verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige van 21 augustus 2013 tot

21 augustus 2014 met behoud van de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland, zijnde een stichting zoals bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg, en verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

en

machtigt de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg zoals bedoeld in artikel 29b, eerste lid, van de Wet op de Jeugdzorg van 21 augustus 2013 tot 9 juli 2014, zulks ter effectuering van het aangehechte indicatiebesluit d.d. 27 juni 2013.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Dam, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2013, in tegenwoordigheid van S.A. van Schaik-van Dommelen als griffier.

Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift bij de griffie van het Gerechtshof te

Den Haag.