Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:8429

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15-07-2013
Datum publicatie
15-07-2013
Zaaknummer
997139-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 56-jarige man krijgt twee jaar celstraf, waarvan acht maanden voorwaardelijk, voor accijnsfraude met illegale dranktransporten. De rechtbank Den Haag oordeelt dat hij schuldig is aan belastingontduiking en valsheid in geschrift met grote partijen alcoholhoudende drank. Het ging om blikjes en flesjes bier van nationale en internationale merken.

De man was volgens de rechtbank betrokken bij verschillende bedrijven die accijnsfraude hebben gepleegd. Hij heeft eraan bijgedragen dat zeer grote hoeveelheden alcoholhoudende drank zonder dat daar accijns over was geheven in het handelsverkeer terecht konden komen. Dit heeft geleid tot oneerlijke concurrentie voor bonafide bedrijven, die wel gewoon accijns betaalden. Ook liep de Nederlandse schatkist zo’n 4,5 miljoen euro mis, zo schat de FIOD (Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst).

Om de fraude mogelijk te maken werd gebruikt gemaakt van tijdelijke ondernemingen die korte tijd werden gebruikt om slechts op papier goederen te ontvangen. Hier was de veroordeelde man steeds bij betrokken.

Deze zaak kwam vorig jaar aan het rollen toen de FIOD na een tip van de douane ruim 45 duizend liter drank aantrof in een opslagplaats in Den Haag. Hiervoor was geen vergunning aanwezig. De FIOD nam de gehele partij alcoholhoudende drank in beslag. De 45 duizend liter bleek slechts het topje van de ijsberg. Nog zo’n 400 zendingen van vergelijkbare omvang volgden.

De man heeft bekend dat de ondernemingen ten onrechte geen aangifte hebben gedaan, waardoor grote hoeveelheden drank in de economie zijn gekomen. Zijn eigen rol was naar zijn zeggen beperkt. Hij beweerde onder druk te zijn gezet door anderen. De rechtbank oordeelt op grond van het beschikbare bewijs echter dat hij een onmisbare schakel was in de fraude.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2013-1863
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/997139-12

Datum uitspraak: 15 juli 2013

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag 2] 1957 te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in [penitentiaire inrichting].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 25 oktober 2012, 10 januari 2013, 5 april 2013 en 1 juli 2013.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. W.J.V. Spek en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. A.B. Baumgarten, advocaat te Den Haag, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na toelating van een vordering nadere omschrijving tenlastelegging op 1 juli 2013 - ten laste gelegd dat:

Feit 1

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 7 november 2011 tot en met 30 maart 2012 te Den Haag en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met [bedrijf 1] en/of [belanghebbende 1] en/of [belanghebbende 2] en/of (een) ander(e) perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, in strijd met het verbod van artikel 5 lid 1 van de Wet op de accijns, opzettelijk (een) hoeveelhe(i)d(en) accijnsgoed(eren), namelijk alcoholhoudende drank als bedoeld in artikel 1 lid 1 onder a en/of onder d van genoemde wet (te weten (ongeveer) (in totaal) 45.762 liter gedistilleerd (0-AH-002 en/of 0-AH-002A) en/of (een) andere (grote) hoeveelhe(i)d(en) liters bier en/of gedistilleerd), voorhanden heeft/hebben gehad en/of voorhanden heeft/hebben doen hebben welke niet overeenkomstig de bepalingen inzake de Wet op de Accijns in de (belasting)heffing zijn/is betrokken;

Feit 2

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 18 juli 2012 te Den Haag en/of Breda en/of Rotterdam en/of Rucphen (Sprundel) en/of (elders) in Nederland. tezamen en in vereniging met [belanghebbende 1] en/of [belanghebbende 2] en/of [belanghebbende 3] en/of [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of (een) ander(e) perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) één of meer van de volgende berichten van ontvangst van (een) accijnsgoed(eren) en/of afmeldingen van (een) Elektronisch(e) Administratie(f)(ve) Document(en) (EAD):

  • -

    stuks) (met als afzender [bedrijf 1]) (1-AH-035 en/of 1-AH-054 en/of 1-AH-059 en/of 1-AH-060) en/of

  • -

    stuks), althans 60 (stuks) (met als afzender [afzender] en/of [belanghebbende 3] (h.o.d.n. [afzender]) (D/029 en/of D-092-B en/of D-092-C en/of D/-093-2 en/of D1094-2 en/of D/095-2 en/of D/096-2 en/of D/097-2) (1-AH-033 en/of 1-AH-034 en/of 1-AH-051 en/of 1-AH-061 en/of 1-AH-062 en/of V08- 06), althans 53 (stuks) (1-AH-058) en/of

  • -

    stuks), althans 68 (stuks) (met als afzender [bedrijf 2] en/of [belanghebbende 3]) (D/108b en/of 1-AH-034 en/of 1-AH-062), althans 11 (stuks) (1-AH-058)

(elk) zijnde (een) geschrift(en) die/dat bestemd waren/was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of valselijk heeft doen opmaken en/of doen vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk - immers opzettelijk in strijd met de waarheid - één of meer van de berichten van ontvangst van (een)accijnsgoed(eren) en/of afmeldingen van (een) Elektronisch(e) Administratie(f)(ve) Document(en) (EAD) via en/of naar en/of in het Excise Movement and Control System (EMCS) verzonden en/of ingevoerd (terwijl deze/dit accijnsgoed(eren) niet zijn/is ontvangen op de/het leveringsadres(sen) die/dat worden/wordt genoemd en/of vermeld en/of opgenomen in de/het betrokken EAD(en)) zulks (telkens) met het oogmerk om voornoemd(e) geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken;

Feit 3

hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 22 juni 2012 tot en met 24 juli 2012 te Den Haag en/of Rucphen (Sprundel) en/of Breda en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met [belanghebbende 3] en/of (een) ander(e) perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) één of meer van de volgende (afschrift(en) van) factu(u)r(en):

A) factuur d.d. 22 juni 2012 met factuurnr 201206261 en/of met als omschrijving Oranjeboom 50cl / 24 blik en/of Oranjeboom Extra 50cl / 24 blik (D-037) en/of

B) factuur d.d. 6 juli 2012 met factuurnr 201207093 en/of met als omschrijving Stella EU / 24 blik en/of Carling 50cl / 24 blik en/of Carlsberg 50cl / 24 blik en/of Kestrel 50cl / 24 blik en/of Holsten 50cl / 24 blik en/of Stella UK 50cl / 24 blik (D-041 en/of D-039) en/of

C) factuur d.d. 29 juni 2012 met factuurnr 20126292 en/of met als omschrijving Fosters 50cl / 24 blik en/of Budweiser 50cl 4.8 / 24 blik en/of Becks 50cl / 24 blik en/of Budweiser 33cl / 24 fles en/of San Miguel 50cl / 24 blik (D-045-1 en/of D-038)

(elk) zijnde (een) geschift(en) die/dat bestemd waren/was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst en/of heeft doen opmaken (door [belanghebbende 3]) en/of doen vervalsen (door [belanghebbende 3]), immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk in strijd met de waarheid op/in één of meer van de factu(u)r(en) onder A t/m C vermeld en/of opgenomen en/of laten vermelden en/of opnemen als omschrijving van de geleverde producten en/of goederen: verschillende soorten bier en/of alcoholhoudende dranken en/of vermeld en/of opgenomen en/of laten vermelden en/of opnemen (een) bedrag(en) (ter betaling) en/of vermeld en/of opgenomen en/of laten vermelden en/of opnemen als afzender (van de factu(u)r(en)) ‘[afzender] Groothandel in alcoholische dranken’ en/of als geadresseerde(n) (van de factu(u)r(en)) ‘[bedrijf 3]’ en/of ‘[bedrijf 4]’ zulks (telkens) met het oogmerk om voornoemd(e) geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken

Feit 4

[bedrijf 1] te Leidschendam-Voorburg en/of Den Haag en/of Rotterdam en/of Roosendaal en/of Heerlen en/of Groningen en/of elders in Nederland, in of omstreeks de periode van 5 november 2011 tot en met 1 juni 2012 tezamen en in vereniging met (een) perso(o)n(en) en/of ander(e) rechtsperso(o)n(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, één of meer van de (volgende) bij de belastingwet, te weten de Wet op de Accijns, voorziene aangifte(n): - terzake 286 zendingen en/of transporten bier en/of (overige) alcoholhoudende producten (D-067 en/of 1-AH-014 en/of 1-AH-035 en/of 1-AH-060) (telkens) opzettelijk niet en/of niet binnen de daarvoor gestelde termijn(en) heeft gedaan en/of heeft/hebben doen/laten doen immers waren/was bedoelde aangifte(n) op 1 juni 2012, althans op 11 december 2012 (datum pv) nog niet gedaan, terwijl die/dat feit(en) er toe strekt/strekken dat (telkens) te weinig belasting wordt geheven, hebbende hij. verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(e)(n) (rechts)perso(o)(nen). althans alleen, (telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht gegeven en/of feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

Feit 5

hij te Rotterdam en/of Breda en/of Rucphen (Sprundel) en/of Roosendaal en/of Heerlen en/of Groningen en/of elders in Nederland, in of omstreeks de periode van 11 juni 2012 tot en met 13 juli 2012 tezamen en in vereniging met [belanghebbende 3] (al dan niet h.o.d.n. [afzender]) en/of [bedrijf 2] en/of (een) ander(e) perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, één of meer van de (volgende) bij de belastingwet, te weten de Wet op de Accijns, voorziene aangifte(n): - (ten name van [afzender] en/of [belanghebbende 3] (al dan niet h.o.d.n. [afzender])): terzake 63, althans 60 zendingen en/of transporten bier en/of (overige) alcoholhoudende producten (1-AH-033 en/of 1-AH-061), althans 60 zendingen en/of transporten bier en/of (overige) alcoholhoudende producten (1-AH-034 en/of 1‑AH‑051 en/of 1-AH-062 en/of V08-06) (telkens) opzettelijk niet en/of niet binnen de daarvoor gestelde termijn(en) heeft gedaan en/of heeft/hebben doen/laten doen immers waren/was bedoelde aangifte(n) op 13 juli 2012, althans op 11 december 2012 (datum pv) nog niet gedaan, terwijl die/dat feit(en) er toe strekt/strekken dat (telkens) te weinig belasting wordt geheven,

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is

gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

Feit 6

[bedrijf 2] te Rotterdam en/of Breda en/of Roosendaal en/of Heerlen en/of Groningen en/of elders in Nederland. in of omstreeks de periode van 2 juli 2012 tot en met 20 juli 2012 tezamen en in vereniging met (een) perso(o)n(en) en/of ander(e) rechtsperso(o)n(en) meermalen, althans eenmaal, (telkens) één of meer van de (volgende) bij de belastingwet. te weten de Wet op de Accijns, voorziene aangifte(n):

- ( ten name van [bedrijf 2]): terzake 71

zendingen en/of transporten bier en/of (overige) alcoholhoudende producten

(1-AH-034 en/of 1-AH-062 en/of V08-06)

(telkens) opzettelijk niet en/of niet binnen de daarvoor gestelde termijn(en) heeft

gedaan en/of heeft/hebben doen/laten doen

immers waren/was bedoelde aangifte(n) op 20 juli 2012, althans op 11 december 2012

(datum pv) nog niet gedaan,

terwijl die/dat feit(en) er toe strekt/strekken dat (telkens) te weinig

belasting wordt geheven;

hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen, (telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht gegeven en/of feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en);

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

4 Bewijsoverwegingen

4.1

Feiten en omstandigheden

Aanleiding

4.1.1

Deze zaak kwam aan het licht naar aanleiding van een melding van de douane bij de FIOD van 30 maart 2012 over een partij niet in de accijns betrokken alcoholhoudende drank op het adres [adres] te Den Haag. De FIOD trof vervolgens op 30 maart 2012 op dit adres een partij van 45.762 liter onveraccijnsde alcoholhoudende drank aan, zonder dat er een vergunning was afgegeven om dergelijke drank op dat adres voorhanden te hebben. De daar aanwezige R. [belanghebbende 2]verklaarde aan de FIOD dat R. [belanghebbende 1] eigenaar van de partij drank was en over de juiste papieren beschikte. [belanghebbende 1] was directeur van [bedrijf 1] en bevestigde telefonisch dat de goederen van zijn onderneming waren. Sinds 30 maart 2012 zijn de telefoons van [belanghebbende 2]en [belanghebbende 1] getapt. Via deze telefoontaps is verdachte bij de FIOD in beeld gekomen. Nog tijdens het onderzoek meldde verdachte zich op 17 juli 2012 uit eigen beweging bij de FIOD om mee te werken aan het onderzoek.

Werkwijze

4.1.2

Verdachte heeft in zijn verhoren en tijdens de terechtzitting op 1 juli 2013 uitleg gegeven over de werkwijze van de accijnsfraude. De werkwijze kwam op het volgende neer. In een accijnsgoederenplaats in Frankrijk lagen verschillende partijen onveraccijnsde alcoholhoudende dranken (hierna: dranken) opgeslagen. De eigenaar van deze dranken (hierna: geregistreerde verzender) meldde aan de accijnsgoederenplaats dat een partij drank zou worden verzonden naar een bedrijf in Nederland dat beschikte over een vergunning ‘geregistreerde ontvanger’ (hierna: geregistreerde ontvanger), waarbij de eigenaar zelf het vervoer regelde. De accijnsgoederenplaats meldde vervolgens de zending aan in het Excise Movement and Control System (hierna: EMCS). Met het EMCS houdt de douane zicht op het vervoer van onveraccijnsde alcoholhoudende dranken van de ene lidstaat naar de andere. De zending werd vervoerd onder geleide van een elektronisch administratief document (hierna: e-AD)., Nadat een zending door de geregistreerde verzender was aangemeld in het EMCS werd de zending - en dus de e-AD - afgemeld in het EMCS door de geregistreerde ontvanger. Met een dergelijke afmelding verklaart de geregistreerde ontvanger dat hij de zending heeft ontvangen. Binnen uiterlijk twee weken na ontvangst van de zending dient er een aangifte accijnsbelasting te worden gedaan, waarna de verschuldigde accijns dient te worden betaald. In het ECMS is een groot aantal aan [bedrijf 1], [afzender] en [bedrijf 2] BV verzonden zendingen afgemeld. In werkelijkheid zijn slechts enkele zendingen door deze bedrijven daadwerkelijk ontvangen. Alleen voor deze zendingen is aangifte is gedaan en (deels) accijns afgedragen. De overige, in werkelijkheid niet bezorgde zendingen, zijn zonder dat daar accijns over is afgedragen, elders in het handelsverkeer terechtgekomen.

4.2

Vrijspraak ten aanzien van feit 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het onder feit 1 ten laste gelegde feit, het voorhanden hebben van de op 30 maart 2012 inbeslaggenomen genomen partij drank op de [adres] te Den Haag, heeft begaan. Ter onderbouwing heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte zelf heeft verklaard dat hij betrokken was bij het opzetten van [bedrijf 1] en kopieën heeft gemaakt van alle vergunningaanvragen. Ook bevatten de vergunningaanvraag van [bedrijf 1] en die van [afzender] dezelfde getallen. Aangezien vaststaat dat verdachte de vergunningaanvraag voor [afzender] heeft gedaan, wijst het gebruik van dezelfde getallen in de aanvraag voor [bedrijf 1] er op dat verdachte ook bij die laatstgenoemde aanvraag was betrokken. Daarnaast heeft de directeur van [bedrijf 1], de heer [belanghebbende 1], verklaard dat hij verdachte sinds ongeveer maart 2012 kende, dat wil zeggen al bijna een maand vóór de in beslagname van de partij drank. Verder heeft medeverdachte [belanghebbende 2]verdachte twee dagen na de inbeslagname van de drank gebeld en toen tegen verdachte gezegd: “alle papieren hebben ze meegenomen (…) wat eerder was geschreven, de papieren die boven lagen, ze hebben alles meegenomen.” Volgens de officier van justitie slaan deze woorden op de administratie die tijdens de doorzoeking van het pand aan de [adres] boven het plafond is gevonden en blijkt uit deze mededeling dat verdachte al voor de inbeslagname van de partij drank bemoeienis had met [bedrijf 1], hij wist immers klaarblijkelijk zonder nadere uitleg wat met “alle papieren” werd bedoeld.

Het standpunt van de verdediging

De verdachte ontkent betrokken te zijn geweest bij het voorhanden hebben van de door de FIOD in beslag genomen partij drank. Daartoe heeft hij aangevoerd dat hij pas bij [bedrijf 1] betrokken raakte nadat de partij drank in beslag was genomen en hij de opdracht kreeg ervoor te zorgen dat de ‘vergunning geregistreerde geadresseerde’ niet zou worden ingetrokken vanwege deze inbeslagname. Dat [belanghebbende 2]hem kort na de inbeslagname belde, ziet dan ook op deze opdracht. [belanghebbende 2]stelde verdachte ervan op de hoogte dat belangrijke documenten ten aanzien van [bedrijf 1] ook in beslag waren genomen, aldus verdachte. Verder voert verdachte aan dat [belanghebbende 1] zich heeft vergist in de datum wanneer zij elkaar voor het eerst hebben ontmoet. Volgens verdachte hebben hij en [belanghebbende 1] elkaar voor het eerst ontmoet nadat de FIOD de partij drank in beslag had genomen. Dat was begin april 2012.

Het oordeel van de rechtbank

Het door de officier van justitie aangehaalde tapgesprek en de verklaring van [belanghebbende 1] vormen belangrijke aanwijzingen dat verdachte al voor de inbeslagname van de partij drank op 30 maart 2012 op de hoogte was van de activiteiten van [bedrijf 1] op het gebied van accijnsfraude. Daaraan kan echter nog geen rechtstreeks bewijs worden ontleend dat hij bewust en nauw heeft samengewerkt met [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2]ten aanzien van het voorhanden krijgen en buiten de accijnsbelasting houden van de specifieke partij drank die op 30 maart 2012 is aangetroffen. Hetzelfde geldt voor de tijdens de doorzoeking inbeslaggenomen documenten waarop de naam van verdachte voorkomt, nu ook die documenten geen rechtstreekse betrekking hebben op de aangetroffen partij.

De eigen verklaring van verdachte over zijn betrokkenheid bij die partij wordt voorts ondersteund door de verklaring van [belanghebbende 2], die ten tijde van de inbeslagname tegenover de medewerkers van de FIOD heeft verklaard dat [belanghebbende 1] de eigenaar van de goederen is en dat [belanghebbende 1] beschikt over de benodigde papieren. [belanghebbende 1] bevestigde dat zijn onderneming eigenaar was van de drank. Nu er geen andere bewijsmiddelen in het dossier zijn die op een actieve betrokkenheid van verdachte bij de aangetroffen partij wijzen voordat die in beslag werd genomen, acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat die betrokkenheid er wel is geweest, en zal verdachte daarom van het onder feit 1 tenlastegelegde, vrijspreken.

4.3

De overige feiten

Het standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van de overige ten laste gelegde feiten heeft de officier van justitie zich ook op het standpunt gesteld dat deze wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft de overige feiten bekend, met uitzondering van de (in feit 2 tenlastgelegde) door of namens [bedrijf 1] afgemelde 286 zendingen onveraccijnsde alcoholhoudende drank en het niet doen van aangifte door [bedrijf 1] over door haar afgemelde partijen drank (feit 4). Verdachte ontkent verantwoordelijk te zijn voor de door [bedrijf 1] gepleegde fraude, omdat deze heeft plaatsgevonden toen hij al niet meer bij [bedrijf 1] betrokken was.

De beoordeling van de tenlastelegging 1

4.3.1

De rechtbank stelt vast dat verdachte de onder 2 tot en met 6 ten laste gelegde feiten - met uitzondering van zijn rol bij [bedrijf 1] - heeft bekend. Nu de verdediging ten aanzien van deze feiten, met uitzondering van door [bedrijf 1] gepleegde feiten, geen vrijspraak heeft bepleit, zal de rechtbank met betrekking tot deze feiten ingevolge artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, zoals vermeld onder 4.3.2.

Terzake het verweer van de verdediging over verdachtes betrokkenheid bij [bedrijf 1] overweegt de rechtbank als volgt.

Verdachte heeft tijdens zijn verhoren - en later ter terechtzitting van 1 juli 2013 - ten aanzien van [bedrijf 1] verklaard dat - nadat op 30 maart 2012 de partij drank door de FIOD in beslag was genomen – hem werd gevraagd om zich met deze zaak te bemoeien, zodat de ‘vergunning geregistreerde geadresseerde’ voor [bedrijf 1] niet zou worden ingetrokken. Verdachte heeft vervolgens een verhaal verzonnen over de wijze waarop de in beslaggenomen partij drank in de loods aan de [adres] te Den Haag terecht was gekomen. [belanghebbende 1] was directeur van [bedrijf 1] en volgens verdachte de katvanger voor deze vennootschap. Achter de schermen was een groep mensen, die verdachte aanduidt als ‘de Engelsen’, verantwoordelijk. Gevraagd naar zijn betrokkenheid bij het opzetten van een nieuw kantoor aan de [adres] in Rotterdam heeft hij verklaard dat hij daar de business heeft opgezet en dat hij, zodra het bedrijf functioneerde en hij het verhaal voor de inbeslagname van [bedrijf 1] had verzonnen door de Engelsen ‘er tussenuit’ is gehaald. Dat was, omdat hij een nieuw bedrijf, [afzender], moest opzetten. Iemand anders ging toen de dienst uitmaken bij [bedrijf 1] Verder heeft verdachte verklaard dat hij ervan op de hoogte was dat er bij [bedrijf 1] op papier zendingen bier en alcohol zouden worden ontvangen. Hij wist verder dat per bedrijf maar ongeveer vijf weken lang misbruik van het EMCS kon worden gemaakt, omdat daarna zou zijn bemerkt dat er geen aangiften waren gedaan. 23

Uit het dossier blijkt voorts het volgende over de betrokkenheid van verdachte bij [bedrijf 1] vanaf de inbeslagname op 30 maart 2012.

Op 3 april 2012 belde verdachte naar [belanghebbende 1] en vroeg hij [belanghebbende 1] om een nieuw wachtwoord bij de belastingdienst aan te vragen. Op 16 april 2012 belde verdachte met [belanghebbende 1] en zei tegen hem dat hij het wachtwoord nog steeds niet had ontvangen en dat hij het dringend nodig had voor het werk en de aangifte. Verdachte zei in het telefoongesprek ook dat hij met [belanghebbende 1] mee zou gaan naar het belastingkantoor om tot een oplossing te komen. Op 25 april 2012 hebben douaneambtenaren een bezoek gebracht aan het nieuwe vestigingsadres van [bedrijf 1] aan de [adres] te Rotterdam. Tijdens dit bezoek waren [belanghebbende 1] en verdachte aanwezig, waarbij [belanghebbende 1] verdachte als zijn adviseur voorstelde. [belanghebbende 1] heeft aan de douaneambtenaren gevraagd hoe je een zending drank afmeldt en een douaneambtenaar heeft dit vervolgens uitgelegd. [belanghebbende 1] heeft toen in het bijzijn van de douanemedewerkers en verdachte een zending afgemeld.

Op 30 april 2012 belde verdachte naar medeverdachte [belanghebbende 2]. [belanghebbende 2]vroeg in dit telefoongesprek aan verdachte of hij de man van de loods al had gebeld, omdat er weer een maand was verstreken. [belanghebbende 2]gaf vervolgens aan verdachte het telefoonnummer van de verhuurder van de loods. Op 1 mei 2012 heeft [belanghebbende 2]contact met een onbekende man die vertelt dat het slot verwisseld zou gaan worden als er niet werd betaald. Dezelfde dag belde [belanghebbende 2]met verdachte en vroeg hem of hij de verhuurder al had gesproken. Op 1 mei 2012 belde verdachte naar [belanghebbende 2]en vertelde hem dat hij de volgende dag naar de verhuurder zou gaan om het probleem op te lossen. Op 7 mei 2012 belde verdachte naar [belanghebbende 2]en vertelde hem dat het papierwerk in orde was.4

De rechtbank is van oordeel dat verdachte met deze handelingen willens en wetens de accijnsfraude, zowel het doen van afmeldingen in het systeem, als het niet doen van aangifte van afgemelde zendingen, zodanig heeft gefaciliteerd dat hij bij de uitvoering daarvan een onmisbare schakel was. Daarbij was de omvang van de fraude voor verdachte voorzienbaar en hij was er ook van op de hoogte hoe lang deze fraude kon voortduren.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de conclusie dat verdachte als feitelijk leidinggevende van [bedrijf 1] heeft gehandeld en dat zijn bemoeienis, hoewel in de voorfase, als uitvoeringshandelingen van de accijnsfraude dienen te worden aangemerkt. Verdachte heeft aldus zodanig nauw en bewust samengewerkt met degene die namens [bedrijf 1] accijnsfraude hebben gepleegd, dat hij als medepleger van de accijnsfraude moet worden aangemerkt. Het verweer dat hij bij de door [bedrijf 1] gepleegde accijnsfraude niet betrokken is geweest, wordt derhalve verworpen.

4.3.2

Bewijsmiddelen ten aanzien van de onder 2 tot en met 6 ten laste gelegde feiten

Feit 2

(1) Proces-verbaal van ambtshandeling met dossiernummer 50311 en codenummer 1-AH-035 van 2 november 2012, met bijlage;

(2) Proces-verbaal van ambtshandeling met dossiernummer 50311 en codenummer 1-AH-060 van 13 februari 2013, met bijlage;

(3) Proces-verbaal van ambtshandeling met dossiernummer 50311 en codenummer 1-AH-059 van 14 februari 2013, met bijlage;

(4) Proces-verbaal van ambtshandeling met dossiernummer 50311 en codenummer 1-AH-054 van 30 november 2012;

  • -

    Proces-verbaal van ambtshandeling met dossiernummer 50311 en codenummer 1-AH-029 van 9 oktober 2012;

  • -

    Proces-verbaal van ambtshandeling met dossiernummer 50311 en codenummer 1-AH-016 van 18 juli 2012;

(7) Proces-verbaal van ambtshandeling met dossiernummer 50311 en codenummer 1-AH-033 van 2 november 2012, met bijlage;

(8) Proces-verbaal van ambtshandeling met dossiernummer 50311 en codenummer 1-AH-061 van 13 februari 2013, met bijlage;

(9) Proces-verbaal van ambtshandeling met dossiernummer 50311 en codenummer 1-AH-034 van 2 november 2012;

(10) Proces-verbaal van ambtshandeling met dossiernummer 50311 en codenummer 1-AH-062 van 13 februari 2013, met bijlage;

(11) Proces-verbaal van ambtshandeling met dossiernummer 50311 en codenummer 1-AH-058 van 4 februari 2013, met bijlage;

(12) Proces-verbaal van ambtshandeling met dossiernummer 50311 en codenummer 1-AH-057 van 24 januari 2013;

(13) Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] met dossiernummer 50311 en codenummer V07-01 van 18 juli 2012;

(14) Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] met dossiernummer 50311 en codenummer V07-02 van 19 juli 2012;

(15) Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] met dossiernummer 50311 en codenummer V07-03 van 24 juli 2012;

(16) Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] met dossiernummer 50311 en codenummer V07-04 van 27 juli 2012;

(17) Proces-verbaal van verhoor van verdachte [belanghebbende 3] met dossiernummer 50311 en codenummer V08-04 van 31 juli 2012;

(18) De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 juli 2013;

(19) Hetgeen in paragraaf 4.3.1 van dit vonnis is overwogen met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij de door [bedrijf 1] gepleegde feiten;

Feit 3

(20) Een geschrift zijnde een factuur van [afzender] aan [bedrijf 3] van 22 juni 2012, D-037;

(21) Een geschrift zijnde een factuur van [afzender] aan [bedrijf 3] van 6 juli 2012, D-041;

(22) Een geschrift zijnde een factuur van [afzender] aan [bedrijf 3] van 6 juli 2012, D-039;

(23) Een geschrift zijnde een factuur van [afzender] aan Stigros van 29 juni 2012, D-045-1;

(24) Een geschrift zijnde een factuur van [afzender] aan Stigros van 29 juni 2012, D-038;

(25) Proces-verbaal van ambtshandeling met dossiernummer 50311 en codenummer 0-AH-039 van 1 oktober 2012;

(26) Overzichtsproces-verbaal 2- OPV met dossiernummer 50311 van 11 december 2012 p. 63-71;

(27) Proces-verbaal van verhoor van verdachte [belanghebbende 3] met dossiernummer 50311 en codenummer V08-05 van 3 december 2012;

(28) De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 juli 2013;

Feit 4

(29) Een geschrift zijnde een brief van de douane met kenmerk 12/379/5483 van 25 mei 2012, D-067;

(30) Proces-verbaal van ambtshandeling met dossiernummer 50311 en codenummer 1-AH-014 van 15 mei 2012;

(31) Proces-verbaal van ambtshandeling met dossiernummer 50311 en codenummer 1-AH-035 van 2 november 2012, met bijlage;

(32) Proces-verbaal van ambtshandeling met dossiernummer 50311 en codenummer 1-AH-060 van 13 februari 2013, met bijlage;

(33) Hetgeen in paragraaf 4.3.1 van dit vonnis is overwogen met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij de door [bedrijf 1] gepleegde feiten;

Feit 5

(34) Proces-verbaal van ambtshandeling met dossiernummer 50311 en codenummer 1-AH-033 van 2 november 2012, met bijlage;

(35) Proces-verbaal van ambtshandeling met dossiernummer 50311 en codenummer 1-AH-061 van 13 februari 2013, met bijlage;

(36) Proces-verbaal van ambtshandeling met dossiernummer 50311 en codenummer 1-AH-034 van 2 november 2012, met bijlage;

(37) Proces-verbaal van ambtshandeling met dossiernummer 50311 en codenummer 1-AH-051 van 5 november 2012;

(38) Proces-verbaal van ambtshandeling met dossiernummer 50311 en codenummer 1-AH-062 van 13 februari 2013, met bijlage;

(39) De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 juli 2013;

Feit 6

(40) Proces-verbaal van ambtshandeling met dossiernummer 50311 en codenummer 1-AH-034 van 2 november 2012, met bijlage;

(41) Proces-verbaal van ambtshandeling met dossiernummer 50311 en codenummer 1-AH-062 van 13 februari 2013, met bijlage;

(42) De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 juli 2013;

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

Feit 2

hij in de periode van 1 januari 2012 tot en met 18 juli 2012 te Den Haag en/of Breda en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met [belanghebbende 3] en [bedrijf 1] en [bedrijf 2] meermalen, telkens de volgende Elektronische Administratieve Documenten (EAD):

  • -

    stuks met als afzender [bedrijf 1] en

  • -

    stuks met als afzender [afzender] en/of [belanghebbende 3] (h.o.d.n. [afzender]) en

  • -

    stuks met als afzender [bedrijf 2] en/of [belanghebbende 3] zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededaders telkens valselijk - immers opzettelijk in strijd met de waarheid afmeldingen van EAD’s via het Excise Movement and Control System (EMCS) ingevoerd terwijl deze accijnsgoederenniet zijn ontvangen op de leveringsadressen die worden vermeld in de betrokken EAD’s zulks telkens met het oogmerk om voornoemde geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Feit 3

hij op tijdstippen in de periode van 22 juni 2012 tot en met 24 juli 2012 te Den Haag en/of Breda en/of elders in Nederland, de volgende facturen:

A) factuur d.d. 22 juni 2012 met factuurnr 201206261 en met als omschrijving Oranjeboom 50cl / 24 blik en Oranjeboom Extra 50cl / 24 blik en

B) factuur d.d. 6 juli 2012 met factuurnr 201207093 en met als omschrijving Stella EU / 24 blik en Carling 50cl / 24 blik en Carlsberg 50cl / 24 blik en Kestrel 50cl / 24 blik en Holsten 50cl / 24 blik en Stella UK 50cl / 24 blik en

C) factuur d.d. 29 juni 2012 met factuurnr 20126292 en met als omschrijving Fosters 50cl / 24 blik en Budweiser 50cl 4.8 / 24 blik en Becks 50cl / 24 blik en Budweiser 33cl / 24 fles en San Miguel 50cl / 24 blik

elk zijnde een geschift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft doen opmaken door [belanghebbende 3], immers heeft verdachte telkens opzettelijk in strijd met de waarheid op de facturen onder A t/m C laten vermelden als omschrijving van de geleverde goederen: verschillende soorten bier en alcoholhoudende dranken en laten vermelden een bedrag ter betaling en laten vermelden als afzender van de facturen ‘[afzender] Groothandel in alcoholische dranken’ en/of als geadresseerden van de facturen ‘[bedrijf 3]’ en ‘[bedrijf 4]’ zulks telkens met het oogmerk om voornoemde geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Feit 4

[bedrijf 1] Den Haag en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, in de periode van 25 april 2012 tot en met 1 juni 2012 de bij de belastingwet, te weten de Wet op de Accijns, voorziene aangiften terzake 286 zendingen bier en overige alcoholhoudende producten telkens opzettelijk niet heeft gedaan, immers waren bedoelde aangiften op 1 juni 2012 nog niet gedaan, terwijl die feiten er toe strekken dat telkens te weinig belasting wordt geheven, hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedragingen;

Feit 5

hij te Breda en/of elders in Nederland, in de periode van 11 juni 2012 tot en met 13 juli 2012 tezamen en in vereniging met [belanghebbende 3] (h.o.d.n. [afzender]) en [bedrijf 2] meermalen, de bij de belastingwet, te weten de Wet op de Accijns, voorziene aangiften ten name van [afzender] en [belanghebbende 3] (h.o.d.n. [afzender]) terzake 60 zendingen bier overige alcoholhoudende producten telkens opzettelijk niet heeft gedaan, immers waren bedoelde aangiften op 13 juli 2012 nog niet gedaan, terwijl die feiten er toe strekken dat telkens te weinig belasting wordt geheven,

Feit 6

[bedrijf 2] te Breda en/of elders in Nederland in de periode van 2 juli 2012 tot en met 20 juli 2012 telkens de volgende bij de belastingwet te weten de Wet op de Accijns, voorziene aangiften ten name van [bedrijf 2] terzake 71 zendingen bier en overige alcoholhoudende producten telkens opzettelijk niet binnen de daarvoor gestelde termijn heeft gedaan, immers waren bedoelde aangiften op 20 juli 2012 nog niet gedaan, terwijl die feiten er toe strekken dat telkens te weinig belasting wordt geheven, hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedragingen.

5. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7 De strafoplegging

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie en een half jaar met aftrek. De officier van justitie heeft daarbij meegewogen dat verdachte heeft meegewerkt aan het onderzoek, maar geen volledige openheid van zaken heeft gegeven ten aanzien van zijn rol bij [bedrijf 1]

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gepleit voor een gevangenisstraf van een jaar en een paar maanden. Daartoe heeft de verdediging gewezen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zijn positieve proceshouding en de omstandigheid dat hij heeft meegewerkt aan het onderzoek van de fiscus en uitleg heeft gegeven om dergelijke fraude te voorkomen.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op professionele wijze schuldig gemaakt aan zeer omvangrijke accijnsfraude. Verdachte was bijzonder goed op de hoogte van de werkwijze van de belastingdienst en heeft de belastingdienst op geraffineerde wijze op het verkeerde been gezet. Verdachte was betrokken bij verschillende bedrijven die accijnsfraude hebben gepleegd. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij voor het slagen van zijn illegale praktijken daarbij een onschuldige derde heeft betrokken, die hiervan ernstige nadelige gevolgen heeft ondervonden.

Door zijn handelen heeft verdachte er aan bijgedragen dat zeer grote hoeveelheden alcoholhoudende drank zonder dat daar accijns over was geheven in het handelsverkeer terecht konden komen. Op deze wijze is bonafide bedrijven, die wel aan de accijnsrechtelijke verplichtingen voldoen, oneerlijke concurrentie aangedaan.

Nu de betreffende zendingen alcoholhoudende dranken niet in Nederland terecht zijn gekomen, terwijl dat wel was aangegeven, heeft de verdachte aan de Nederlandse Staat schade berokkend, door de FIOD begroot op ongeveer € 4.449.932,38.

Gelet op de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten kan daarop niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf.

In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat verdachte zichzelf heeft gemeld bij de FIOD, dat hij heeft meegewerkt aan het onderzoek en ter terechtzitting blijk heeft gegeven van inzicht in de verwerpelijkheid van zijn gedrag. Daarnaast weegt de rechtbank in het voordeel van verdachte mee dat niet is gebleken dat hij zelf aanzienlijk voordeel heeft genoten van zijn handelswijze.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf is tot slot in het voordeel van de verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 19 juli 2012, in Nederland niet eerder is veroordeeld voor een misdrijf.

De rechtbank ziet in hetgeen zij hiervoor heeft overwogen aanleiding om af te wijken van de door de officier van justitie gevorderde straf. De rechtbank acht een gevangenisstraf van na te noemen duur passend.

Gelet op het voorgaande en teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw in Nederland strafbare feiten te plegen, zal de rechtbank een deel van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

  • -

    a, 14b, 14c, 47, 51, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht;

  • -

    van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding onder 1 tenlastegelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 2 tot en met 6 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van de feiten 2 en 3:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

ten aanzien van de feiten 4 en 6:

opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte niet doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 5:

opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte niet doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 8 (acht) MAANDEN niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H. Steenhuis, voorzitter,

mrs. T.L. Fernig-Rocour en S.L.M. Staals, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. B. Schaafsma, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 juli 2013.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en).

2 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] met dossiernummer 50.311 en codenummer V07-02 van 19 juli 2012, p. 10 en V7-03, p. 3 en V7-04, p. 6 en 7.

3 Proces-verbaal ter terechtzitting van 1 juli 2013.

4 Overzichtsproces-verbaal met dossiernummer 50311 en codenummer 1-OPV van 11 december 2012, niet doorgenummerde p. 18 tot en met 22.