Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:8237

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-07-2013
Datum publicatie
16-07-2013
Zaaknummer
445590
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Machtiging tot uithuisplaatsing

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Kinderrechter

Rekestnummer: JE RK 13-1635

Zaaknummer: C/09/445590

Datum beschikking: 1 juli 2013

Machtiging tot uithuisplaatsing

Beschikking op het op 25 juni 2013 ingekomen verzoekschrift van:

de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden, vestiging Centrum/Scheveningen (verder: Bureau Jeugdzorg),

met betrekking tot de minderjarige:

[minderjarige] geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats],

kind van:

[mevrouw],

de moeder,

wonende te [woonplaats ],

die het ouderlijk gezag alleen uitoefent,

en erkend door:

[de heer],

de vader,

wonende[woonplaats 2].

De minderjarige verblijft feitelijk in een logeerhuis van de Stichting Jeugdformaat.

Procedure

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder het verzoekschrift met bijlagen.

Op 1 juli 2013 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank met gesloten deuren behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • -

    [mevrouw X] namens Bureau Jeugdzorg;

  • -

    de moeder met haar advocaat, mr. J. Grabowsky, kantoorhoudende te Den Haag en een tolk in de Turks-Koerdische taal, mevrouw Aydo-Brandsma.

De minderjarige is in raadkamer gehoord.

Feiten

Bij beschikking d.d. 27 november 2012 van de kinderrechter in deze rechtbank is de minderjarige ondertoezicht gesteld van Bureau Jeugdzorg van 27 november 2012 tot 23 oktober 2013. Voorts heeft de kinderrechter bij voornoemde beschikking Bureau Jeugdzorg gemachtigd de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg van 1 december 2012 tot 2 maart 2013 en het verzoek voor het overige aangehouden. Vervolgens heeft de kinderrechter bij beschikking d.d. 26 februari 2013 Bureau Jeugdzorg gemachtigd de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg van 2 maart 2013 tot 2 juli 2013. De kinderrechter heeft de machtiging verleend voor kortere duur dan verzocht gelet op de positieve ontwikkelingen omtrent de minderjarige op dat moment.

Bureau Jeugdzorg heeft aanvankelijk, bij een op de rechtbank op 22 mei 2013 binnengekomen verzoekschrift, verzocht tot verlenging van de bij laatstgenoemde beschikking verleende machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. Op 18 juni 2013 heeft Bureau Jeugdzorg dat verzoek echter weer ingetrokken en vervolgens na te noemen verzoek ingediend.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot machtiging de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen voor de duur van de ondertoezichtstelling.

De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

De vader is conform de wettelijke vereisten opgeroepen, doch niet

verschenen.

Bureau Jeugdzorg heeft het verzoek als volgt onderbouwd. De minderjarige is tot 11 juni jl. gesloten geplaatst geweest op civielrechtelijke titel. Bureau Jeugdzorg vindt echter dat zij thans over voldoende vaardigheden beschikt om in een open setting te functioneren en aan een zelfstandigheidstraject deel te nemen. De minderjarige stond aanvankelijk op de wachtlijst voor het traject Hand in Hand van Horizon, maar de wachtlijst bleek te lang te zijn waardoor de minderjarige dreigde te stagneren in haar ontwikkeling. De minderjarige verblijft nu nog in een logeerhuis, maar zal op korte termijn over gaan naar een aanleunwoning naast een pleeggezin van Jeugdformaat. Het perspectief is dat de minderjarige vervolgens volledig zelfstandig zal gaan wonen.

Bureau Jeugdzorg maakt zich net als de moeder zorgen over de contacten die de minderjarige heeft met een dertigjarige man, maar probeert de betrokkene wel in beeld te houden door met hem in gesprek te gaan. De minderjarige kan volgens Bureau Jeugdzorg niet thuis wonen nu de ouders niet in staat worden geacht om te kunnen gaan met haar problematiek en de minderjarige geen aansluiting bij hen vindt.

De moeder wil het liefste dat de minderjarige weer bij haar thuis komt wonen. Zij heeft grote zorgen omtrent het contact dat de minderjarige heeft met haar dertigjarige vriend. De moeder is bang dat deze vriend haar dochter het criminele pad op dwingt en vindt dat Bureau Jeugdzorg niets doet om haar dochter te beschermen. Als de minderjarige niet naar huis kan dan geeft zij er de voorkeur aan dat de minderjarige in een gesloten setting geplaatst wordt.

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:261, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een machtiging tot uithuisplaatsing aanwezig zijn. De machtiging is gericht op het vergroten van de zelfstandigheid (zelfredzaamheid) van de minderjarige vanuit een open setting. De kinderrechter realiseert zich dat deze situatie niet zonder risico’s is, maar indien de minderjarige naar huis zou gaan – hetgeen in casu niet in het belang van de minderjarige wordt geacht – dan zouden die risico’s ook daar aanwezig zijn. De kinderrechter gaat ervan uit dat Bureau Jeugdzorg de komende periode onverminderd aandacht zal hebben voor de sociale contacten die de minderjarige heeft en haar daarin intensief – al dan niet via het pleeggezin – zal (laten) begeleiden.

Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:

machtigt de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden, de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen van 1 juli 2013 tot 23 oktober 2013, zijnde de duur van de ondertoezichtstelling, zulks ter effectuering van het aangehechte indicatiebesluit d.d. 22 mei 2013;

verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. de Haan, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juli 2013, in tegenwoordigheid van mr. B. Laterveer als griffier.

Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift bij de griffie van het Gerechtshof Den Haag.