Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:7926

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
05-07-2013
Datum publicatie
05-07-2013
Zaaknummer
AWB-13_5171
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het college van B en W van de gemeente Delft hoeft de borden met de tekst “naaktstrand/naaktrecreatie” niet terug te plaatsen op een strandgedeelte nabij een plas in Delftse Hout. De voorzieningenrechter van de rechtbank in Den Haag heeft een verzoek hiervoor van de Naturisten Federatie Nederland afgewezen.

De rechtbank is van oordeel, gelet op een uitspraak van de Hoge Raad uit 1998, dat naaktreactie landelijk geregeld is in het Wetboek van Strafrecht. Dit betekent dat een beslissing van het college van B en W uit 1984 om het naaktstrand aan te wijzen, is komen te vervallen. De naturisten kunnen volgens de rechtbank om die reden geen bezwaar maken tegen het weghalen van de borden.

De gemeenteraad van Delft heeft na inwerkingtreding van de landelijke wetgeving geen plaats aangewezen als naaktstrand. Sindsdien heeft de politie nog niemand aangehouden voor naaktrecreatie op het strandje bij de plas in Delftse Hout. De gemeente vindt deze plek ongeschikt als naaktstrand. Delft is voor de toetsing van de juistheid van dit oordeel afhankelijk van het oordeel van de strafrechter. De rechter kan dit oordeel geven indien het openbaar ministerie overgaat tot strafrechtelijke vervolging van een overtreding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

VOORZIENINGENRECHTER VAN DE Rechtbank DEN Haag

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 13/5171 BESLU

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 5 juli 2013 op het verzoek om voorlopige voorziening van

Vereniging Naturisten Federatie Nederland (NFN), te Amersfoort, verzoekster

(gemachtigde: mr.ir. H.C.H. Ghijsen),

ten aanzien van de beslissing van 26 maart 2013, verzonden op 10 april 2013 van het college van burgemeester en wethouders van Delft, verweerder.

Tegen die beslissing (hierna: de bestreden beslissing) heeft verzoekster bij brief van 27 april 2013 een bezwaarschrift bij verweerder ingediend. Tevens heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het verzoek om voorlopige voorziening is op 4 juli 2013 ter zitting behandeld.

Namens verzoekster zijn gemachtigde, B. Huijzer en H.J. Kamerbeek verschenen.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Angenent,

mr. drs. J. van der Hoest en drs. U. de Wreede.

Overwegingen

1

Verweerder heeft bij besluit van 2 oktober 1984 een strandgedeelte nabij een plas in Delftse Hout aangewezen als plaats waar naaktrecreatie is toegestaan (hierna: het naaktstrand). Na een inventarisatie van de feiten en de belangen heeft verweerder na het verrichten van een belangenafweging bij de bestreden beslissing de aanwijzing ingetrokken. Verweerder heeft vervolgens de nabij het naaktstrand geplaatste borden met de tekst “naakstrand/naaktrecreatie” doen verwijderen.

2

Verzoekster vordert van de voorzieningenrechter om de rechtsgevolgen van de bestreden beslissing op te schorten, alsmede verweerder op te dragen de verwijderde borden terug te plaatsen en van alle voor naaktrecreanten hinderlijke belemmeringen of activiteiten, zoals intimiderend optreden van de politie, af te zien dan wel deze onmiddellijk te staken.

3

Verzoekster is belanghebbende bij de door haar bestreden beslissing. Met artikel 1:2, derde lid, van de Algemene Wet bestuursrecht (hierna: Awb) heeft de wetgever blijkens de totstandkomingsgeschiedenis (Tweede Kamer, vergaderjaar 1988-1998, 21222, nr. 3) veilig willen stellen dat verenigingen of stichtingen als belanghebbende kunnen opkomen, mits een algemeen of collectief belang dat zij zich blijkens hun statuten ten doel stellen te behartigen en waarvoor zij zich daadwerkelijk inzetten, bij het besluit rechtstreeks is betrokken. In artikel 3 van de statuten is het doel van verzoekster omschreven. Zij heeft ten doel het bevorderen van de beoefening van het naturisme en voorts al hetgeen daarmee rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin. Verzoekster tracht dit doel, volgens artikel 4 van haar statuten te bereiken door onder meer het verrichten van al datgene dat het naturisme verder kan bevorderen. Deze doelstelling is gericht op het behartigen van algemene belangen als bedoeld in artikel 1:2, derde lid, van de Awb. Verzoekster heeft genoegzaam aannemelijk gemaakt door feitelijke handelingen die belangen voor haar leden te behartigen.

4

Artikel 430a van het Wetboek van Strafrecht (Sr), inwerking getreden op 21 mei 1986, luidt als volgt.

“Hij die zich buiten een door de gemeenteraad als geschikt voor ongeklede openbare recreatie aangewezen plaats, ongekleed bevindt op of aan een voor het openbaar verkeer bestemde plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.”

5

De voorzieningenrechter overweegt als volgt.


5.1 Mede gelet op het arrest van de Hoge Raad van 21 november 1998 (NJ 1999,140), is hij van oordeel dat de wetgever via artikel 430a Sr naaktrecreatie landelijk heeft geregeld, waardoor ingevolge artikel 194 Gemeentewet (oud) de aanwijzing van 2 oktober 1984 van rechtswege is vervallen. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter had verweerder na inwerkingtreding van artikel 430a Sr geen mogelijkheid meer om het besluit van 2 oktober 1984 in te trekken. Dit leidt tot het oordeel dat de door verzoekster bestreden beslissing geen beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling is, zodat daartegen het rechtsmiddel van bezwaar en daarmee samenhangend de mogelijkheid tot het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening niet openstaat. De voorzieningenrechter heeft daarom geen mogelijkheid om zich uit te spreken over de vorderingen van verzoekster.

5.2

Vast staat dat de gemeenteraad van Delft na inwerkingtreding van
artikel 430a Sr geen plaats heeft aangewezen als geschikt voor ongeklede openbare recreatie. Tot op heden heeft het met de strafrechtelijke handhaving belast gezag het naaktstrand echter niet gekwalificeerd als “een voor het openbaar verkeer bestemde plaats die voor ongeklede recreatie niet geschikt is”, als bedoeld in artikel 430a Sr. Verweerder stelt zich thans op het standpunt dat het naaktstrand ongeschikt is voor naaktrecreatie, maar is voor de toetsing van de juistheid van dit oordeel afhankelijk van het oordeel van de strafrechter die dat kan geven indien het openbaar ministerie overgaat tot strafrechtelijke vervolging van een overtreding van het bepaalde in artikel 430a Sr.

5.3

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het verzoek moet worden afgewezen.

6.

Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de rechtbank

wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

De uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van

mr.drs. C.M.A. Demetriadis, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2013.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.