Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:6944

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
12-06-2013
Datum publicatie
10-07-2013
Zaaknummer
C-09-426905 - FA RK 12-6844
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

adoptie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2013/95.9
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 12-6844

Zaaknummer: C/09/426905

Datum beschikking: 12 juni 2013

Adoptie

Beschikking op het op 7 september 2012 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoekster] en[verzoeker],

verzoekers, dan wel verzoekster en verzoeker,

wonende te [woonplaats],

advocaat: mr. K. Bingöl te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,

wonende te [woonplaats] (Iran).

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag,

zetelend te Den Haag,

hierna: de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van:

  • -

    het verzoekschrift;

  • -

    de brief met bijlagen d.d. 27 september 2012 van de zijde van verzoekers;

  • -

    de brief met bijlagen d.d. 10 oktober 2012 van de zijde van verzoekers;

  • -

    de brief met bijlagen d.d. 6 november 2012 van de zijde van verzoekers;

  • -

    de brief met bijlagen d.d. 22 november 2012 van de zijde van verzoekers;

  • -

    de brief d.d. 21 december 2012 van de ambtenaar;

  • -

    de brief met bijlagen d.d. 11 januari 2013 van de zijde van verzoekers;

  • -

    de brief d.d. 31 januari 2013 van de ambtenaar;

  • -

    de brief d.d. 25 februari 2013 van de zijde van verzoekers;

  • -

    de brief d.d. 5 maart 2013 van de ambtenaar.

De minderjarige [de minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Op 22 mei 2013 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • -

    verzoekers met mr. A. Bozbey;

  • -

    de ambtenaar in de personen van mevrouw F. Ileri en de heer P.J. Janssens.

Na de terechtzitting zijn de volgende stukken ontvangen:

- de brief met bijlage d.d. 22 mei 2013 van de zijde van verzoekers.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot:

- adoptie door verzoekers van de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedag] te [geboorteplaats] (Iran) als dochter van [de vader] en[de moeder], en hierbij te verstaan dat verzoekers wensen dat de minderjarige haar huidige geslachtsnaam behoudt,

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Verzoekers hebben een schriftelijke verklaring van de vader overgelegd waaruit blijkt hij instemt met de adoptie van de minderjarige door verzoekers.

De ambtenaar heeft zich ten aanzien van de adoptie en het verzoek ten aanzien van de geslachtsnaam van de minderjarige na de adoptie gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De ambtenaar heeft met betrekking tot de geslachtsnaam van de minderjarige nog opgemerkt dat het, gelet op het bepaalde in artikel 1:5 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW), niet mogelijk is dat de minderjarige na de adoptie haar huidige geslachtsnaam behoudt.

De ambtenaar heeft geen bezwaar tegen een last tot inschrijving van de Iraanse geboorteakte van de minderjarige.

Feiten

  • -

    De minderjarige heeft de Iraanse nationaliteit.

  • -

    Verzoekster heeft de Nederlandse en de Iraanse nationaliteit.

  • -

    Verzoeker heeft de Nederlandse nationaliteit.

  • -

    Verzoekers wonen met de minderjarige in Nederland.

  • -

    Verzoekster is de zus van de moeder van de minderjarige.

  • -

    De moeder van de minderjarige is overleden op [datum] 2000 in Nederland. Zij was op dat moment met de minderjarige op bezoek bij verzoekster. Sindsdien verblijft de minderjarige, met instemming van haar vader, bij verzoekster.

  • -

    Op 20 mei 2000 heeft de vader verzoekster schriftelijk gemachtigd om als wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige op te treden.

  • -

    Bij beschikking d.d. [datum] 2000 van de rechtbank Alkmaar is verzoekster benoemd tot tijdelijk voogdes over de minderjarige.

  • -

    De minderjarige heeft een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd, geldig tot 10 februari 2014.

Beoordeling

De rechtbank acht, gelet op voormelde feiten, voldoende aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer aanwezig om van het onderhavige verzoek kennis te nemen.

Adoptie

Verzoekster, geboren op [geboortedag] te[geboorteplaats] (Iran) en verzoeker, geboren op [geboortedag] te [geboorteplaats], zijn met elkaar gehuwd op [huwelijksdatum] te [huwelijksplaats].

Blijkens de gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie hebben verzoekers ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het verzoek met elkaar samengeleefd. Zij hebben de minderjarige meer dan één jaar samen verzorgd en opgevoed.

Bij de stukken bevindt zich een schriftelijke verklaring van de vader, waarin hij meedeelt akkoord te gaan met de adoptie van de minderjarige ten gunste van verzoekers. De rechtbank heeft aan de hand van de nagezonden kopie van het paspoort van de vader geconstateerd dat de handtekening onder deze verklaring daadwerkelijk van de vader afkomstig is.

De minderjarige heeft in raadkamer verklaard dat zij graag door verzoekers geadopteerd wil worden. Zij is volledig op de hoogte van haar status. Het is de rechtbank gebleken dat de minderjarige over de gevolgen van de adoptie is voorgelicht in de mate die past bij haar leeftijd en peil van ontwikkeling.

Nu aan de artikelen 1:227 en 1:228 BW – voor zover in deze zaak van toepassing – is voldaan, zal de rechtbank het verzoek tot adoptie toewijzen.

Namen

Verzoekers hebben de rechtbank verzocht te bepalen dat de minderjarige na de adoptie haar huidige geslachtsnaam behoudt.

De rechtbank is van oordeel dat de vraag welke geslachtsnaam de minderjarige zal hebben – vooruitlopend op de verkrijging van het Nederlanderschap door de minderjarige – dient te worden beantwoord naar Nederlands recht.

De minderjarige heeft in raadkamer verklaard dat zij haar huidige geslachtsnaam wenst te behouden. Voor zover dit niet mogelijk is, heeft de minderjarige de voorkeur uitgesproken voor de geslachtsnaam van verzoekster, omdat deze Iraanse naam beter past bij haar – eveneens Iraanse – voornaam. Verzoekers hebben ter zitting verklaard dat zij zich op dit punt conformeren aan de wens van de minderjarige.

De rechtbank overweegt als volgt.

Op grond van het bepaalde in artikel 1:5 lid 3 BW heeft een kind dat door adoptie in familierechtelijke betrekking komt te staan tot twee adoptanten van verschillend geslacht die met elkaar zijn gehuwd de geslachtsnaam van de vader, tenzij de adoptanten ter gelegenheid van de adoptie gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam van de moeder zal hebben. Nu verzoekers van verschillend geslacht zijn en met elkaar zijn gehuwd, biedt voornoemde bepaling niet de door verzoekers en de minderjarige gewenste mogelijkheid dat de minderjarige na de adoptie haar huidige geslachtsnaam behoudt. Zouden verzoekers niet met elkaar zijn gehuwd, of zouden zij wel zijn gehuwd maar beiden man of beiden vrouw zijn geweest, dan zou die mogelijkheid wel hebben bestaan. Ingeval van een adoptie door twee ongehuwde adoptanten, dan wel door adoptanten van hetzelfde geslacht die met elkaar zijn gehuwd, behoudt immers het kind op de voet van artikel 1:5 lid 3 BW de geslachtsnaam die het heeft, tenzij de adoptanten ter gelegenheid van de adoptie gezamenlijk verklaren dat het kind een van hun beider geslachtsnamen zal hebben.

Blijkens de wetsgeschiedenis bij artikel 1:5 lid 3 BW (Tweede Kamer 1998 – 1999, 26 673, nr. 3, toelichting op onderdeel A) heeft de wetgever met de huidige redactie van deze bepaling willen aansluiten bij het voorheen geldende systeem van het naamrecht, inhoudende dat het kind dat door gehuwde adoptanten wordt geadopteerd, bij gebreke aan een keuze de naam van de adoptiefvader krijgt. De memorie van toelichting geeft geen verklaring voor het onderscheid tussen gehuwde adoptiefouders van verschillend geslacht enerzijds en die van ongehuwde adoptiefouders en gehuwde adoptiefouders van gelijk geslacht anderzijds, in de zin dat gehuwde adoptiefouders van verschillend geslacht niet de mogelijkheid hebben om het adoptiekind door het achterwege laten van een geslachtsnaamkeuze de eigen geslachtsnaam te laten behouden.

Verzoekers achten dit door de wet gemaakte onderscheid ongeoorloofd en zij hebben zich in dit verband beroepen op de artikelen 8 en 14 EVRM. Bij de beoordeling van dit beroep neemt de rechtbank in het bijzonder in aanmerking dat de minderjarige wordt geadopteerd door de zuster van haar overleden moeder, dat de minderjarige inmiddels 13 jaar in het gezin van verzoekers woont en al die tijd haar eigen geslachtsnaam heeft gevoerd, en dat de minderjarige zelf de uitdrukkelijke wens heeft om haar huidige geslachtsnaam te behouden, welke wens door beide verzoekers wordt gerespecteerd. Gelet op de leeftijd van de minderjarige en de wijze waarop zij haar wens heeft verwoord, moet daaraan naar het oordeel van de rechtbank waarde worden gehecht. In het licht van voornoemde feiten en omstandigheden acht de rechtbank in dit geval het in artikel 1:5 lid 3 BW gemaakte onderscheid als hiervoor omschreven ongerechtvaardigd. In dit verband overweegt de rechtbank mede dat verzoekers geen biologische kinderen in hun gezin opvoeden, als gevolg waarvan de door artikel 1:5 lid 8 BW gewaarborgde eenheid van naam binnen het gezin niet in het geding komt.

De rechtbank zal de keuze van verzoekers voor het behoud van de eigen geslachtsnaam van de minderjarige in het dictum van deze beschikking vermelden.

Bij afzonderlijke beschikking van heden zal de rechtbank de inschrijving van de geboorteakte van de minderjarige gelasten.

Beslissing

De rechtbank:

spreekt uit de adoptie van:

[de minderjarige],

geboren op [geboortedag] te[geboorteplaats], Iran,

door: [verzoekster], en[verzoeker],

onder vermelding van de verklaring van verzoekers ten overstaan van de rechtbank dat de minderjarige haar huidige geslachtsnaam [geslachtsnaam] zal behouden.

Deze beschikking is gegeven door mr. J. Brandt, kinderrechter, bijgestaan door mr. A.W. Spee als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 juni 2013.