Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:6073

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24-04-2013
Datum publicatie
08-08-2013
Zaaknummer
426785 - JE RK 13-2528
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

wijziging omgangsregeling gedurende de ondertoezichtstelling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige Kamer

Rekestnummer: JE RK 12-2528

Zaaknummer: C/09/426785

Datum beschikking: 24 april 2013

Verzoek tot wijziging omgangsregeling gedurende de ondertoezichtstelling

Beschikking op het op 11 september 2012 ingekomen verzoekschrift van:

de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden, vestiging Zoetermeer (verder: Bureau Jeugdzorg),

met betrekking tot de minderjarige:

[minderjarige], [voornamen], geboren op [geboortedag]2008 te [geboorteplaats];

kind van:

[de heer A],

de vader,

wonende te [woonplaats 1],

en

[mevrouw B][mevrouw B]

de moeder,

wonende te [woonplaats 2],

die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen.

De minderjarige verblijft feitelijk bij de moeder.

Procedure

Bij beschikking d.d. 18 september 2012 van de kinderrechter in deze rechtbank is bepaald dat de minderjarige – in afwijking van de door de rechtbank bij beschikking d.d. 20 oktober 2010 vastgestelde omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige – gedurende een periode van zes maanden onder begeleiding bij de vader zal zijn van dinsdagmiddag 15.00 uur tot 17.00 uur en is iedere verdere behandeling van het verzoek aangehouden tot 18 maart 2013 pro forma in afwachting van onderzoekgegevens van de Jutters. De kinderrechter heeft de zaak verwezen naar de Meervoudige Kamer in deze rechtbank.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder thans ook:

  • -

    de brief d.d. 12 maart 2013 van Bureau Jeugdzorg, met bijlagen, waaronder het rapport d.d. 7 februari 2013 van de Jutters, betreffende een psychologisch onderzoek van de minderjarige;

  • -

    de brief d.d. 9 april 2013 met bijlagen van mr. Schouten namens de moeder;

  • -

    de brief d.d. 12 april 2013 met bijlagen van mr. R. van Coolwijk namens de vader;

  • -

    de brief d.d. 15 april 2013 met bijlagen van Bureau Jeugdzorg.

Op 23 april 2013 is de behandeling van de zaak ter terechtzitting met gesloten deuren voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
- mevrouw A.M. Sietzema en mevrouw W.A.C.H. Eijzenbach namens Bureau

Jeugdzorg;

  • -

    de moeder met haar advocaat, mr. C.M. Schouten, kantoorhoudende te Den Haag;

  • -

    de vader.

Mr. Schouten heeft pleitaantekeningen overgelegd.

Beoordeling

Bureau Jeugdzorg vindt het in het belang van de minderjarige dat zij voorlopig nog onder begeleiding van Bureau Jeugdzorg bij de vader zal zijn van dinsdagmiddag 15.00 uur tot 17.00 uur, met daarbij de volgende kanttekeningen. Bureau Jeugdzorg is met de vader van mening dat de omgangscontacten goed verlopen en ziet geen toegevoegde waarde meer voor de aanwezigheid van een hulpverlener tijdens de omgangscontacten tussen de vader en de minderjarige. Deze aanwezigheid zal op korte termijn – binnen vier keer – worden afgebouwd, waarbij rekening wordt gehouden met de reactie van de minderjarige hierop. Bij goed verloop zal in mei alleen nog de overdracht onder begeleiding van Bureau Jeugdzorg plaatsvinden. Bureau Jeugdzorg wil op termijn toewerken naar een omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige zoals bij beschikking d.d. 20 oktober 2010 van de rechtbank vastgesteld. Daarvoor acht Bureau Jeugdzorg het echter van groot belang dat duidelijk wordt wat de strijd tussen de ouders betekent voor de minderjarige. Waarom reageerde de minderjarige bijvoorbeeld zo overstuur toen de omgangsoverdrachten nog door de ouders werden uitgevoerd? Bureau Jeugdzorg heeft het NIFP verzocht daartoe uitvoerig onderzoek te doen en heeft de intentie om, zodra het advies van het NIFP gereed is, tot zorgvuldige maar daadkrachtige afspraken met beide ouders te komen, zodat er meer contact mogelijk wordt tussen de vader en minderjarige. Bureau Jeugdzorg zal voorts aan Jutters vragen de beginperiode van de onbegeleide bezoeken de minderjarige regelmatig te zien om haar te begeleiden en haar reactie te volgen.

De rechtbank neemt op grond van de bevindingen van Bureau Jeugdzorg aan dat de minderjarige de afgelopen periode goed heeft gereageerd op de begeleide bezoeken. Uit onderzoek door de Jutters is gebleken dat er op dit moment geen aanwijzingen zijn voor ontwikkelingsproblematiek bij de minderjarige. Er lijkt echter wel sprake van een zekere scheefgroei in de emotionele ontwikkeling van de minderjarige. De verstoorde communicatie tussen de ouders en de stress die dit tot nu toe met zich mee heeft gebracht, lijken inmiddels hun sporen bij haar te hebben achtergelaten. De strijd tussen de ouders duurt onverminderd voort en zij lijken niet in te zien dat het niet oplossen van hun ex-partnerproblematiek een verantwoord ouderschap en de rust en harmonie die de minderjarige nodig heeft, in de weg staat. De ouders blijven elkaar over en weer verwijten maken en hebben geen enkel vertrouwen in elkaar als ouder. Dit beeld is ter zitting bevestigd en de rechtbank acht het niet opportuun om zich over de in deze procedure door de ouders wederzijds gemaakte verwijten uit te laten, maar volstaat met de constatering dat de moeder onbegeleide omgang en uitbreiding van de huidige omgangsregeling voorlopig niet in het belang van de minderjarige vindt en dat eerst de resultaten van het onderzoek door het NIFP dienen te worden afgewacht. De vader ziet daarentegen geen reden voor begeleiding van de omgangscontacten. In weerwil van de beschuldigingen van de moeder is door niemand geconstateerd dat hij handelt in strijd met de belangen van de minderjarige en hem is door diverse betrokken hulpverleners te kennen gegeven dat hij het juist heel goed doet als vader, zo stelt hij. Hij wil graag dat de bij beschikking van deze rechtbank d.d. 20 oktober 2010 vastgestelde omgangsregeling weer herleeft. De vader vindt het stuitend dat alles zo lang duurt.

De rechtbank acht het onder de gegeven omstandigheden het meest in het belang van de minderjarige om de thans geldende – voorlopige – regeling te formaliseren met afbouw van de begeleiding zoals door Bureau Jeugdzorg geschetst en zij zal dienovereenkomstig beslissen. De rechtbank realiseert zich dat het hierbij gaat om een minimale regeling, maar acht het belang van de minderjarige thans het meest gediend als verdere uitbreiding van de huidige regeling wordt overgelaten aan de gezinsvoogd, die hiertoe aan de hand van de resultaten van het NIFP-onderzoek – aan welk onderzoek beide ouders hun medewerking hebben toegezegd – kan overgaan.

Onder verwijzing naar hetgeen de kinderrechter bij beschikking d.d. 20 augustus 2012 heeft overwogen, hecht de rechtbank er ook thans aan te benadrukken dat het betreurenswaardig is dat de ouders kennelijk onvoldoende doordrongen zijn van de ernst van de situatie in die zin dat hun onderlinge strijd ernstige gevolgen kan hebben voor de ontwikkeling van hun beider kind op de lange termijn. De rechtbank hoopt niettemin dat partijen op korte termijn uit deze impasse zullen geraken en hun strijd in het belang van de minderjarige zullen staken.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank d.d. 20 oktober 2010 – :

bepaalt dat de minderjarige in elk geval bij de vader zal zijn van dinsdagmiddag 15.00 uur tot 17.00 uur;

bepaalt voorts dat met ingang van heden de omgangscontacten nog viermaal begeleid zullen worden door Bureau Jeugdzorg, waarna Bureau Jeugdzorg alleen nog de overdracht van de minderjarige bij de omgang zal verzorgen;

verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M. Dam (voorzitter), P.D. Veenendaal en

J.C. U-A-Sai, kinderrechters, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 april 2013, in tegenwoordigheid van mr. B. Laterveer als griffier.

Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift bij de griffie van het Gerechtshof Den Haag.