Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:19631

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13-11-2013
Datum publicatie
27-08-2014
Zaaknummer
C/09/439382 / HA ZA 13-314
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bankzaak

Bank heeft bij de verstrekking van een hypothecaire lening in Zwitserse franken haar zorgplicht niet verzaakt De bank treft verder geen verwijt ten aanzien van het niet verkopen van obligaties Lehman Brothers. Bank is niet ongerechtvaardigd verrijkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOR 2014/99 met annotatie van mr. T.M.C. Arons
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/439382 / HA ZA 13-314

Vonnis van 13 november 2013

in de zaak van

1 [A],

2. [B],

beiden wonende te [plaatsnaam],

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[C] B.V.,

gevestigd te Hoofddorp, kantoorhoudende te [plaatsnaam],

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

advocaat mr. H.J. Smit te Rotterdam,

tegen

1. de naamloze vennootschap

STAALBANKIERS N.V.,

gevestigd te Den Haag,

2. de naamloze vennootschap

ACHMEA HOLDING N.V. ,

gevestigd te Utrecht, kantoorhoudende te Zeist,

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaat mr. R.R.J. Dommerholt te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [A] (in enkelvoud), [C], [A] c.s.,

de bank, Achmea en de bank c.s. genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 15 februari 2013, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 26 juni 2013 waarbij een comparitie van partijen is gelast;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 24 juli 2013;

  • -

    de pleitnotities van mr. H.J. Smit van 24 juli 2013;

  • -

    de pleitnotities van mr. R.R.J. Dommerholt van 24 juli 2013;

  • -

    de fax van 5 augustus 2013 van mr. H.J. Smit.

1.2.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

In 1999 heeft [A] wegens gezondheidsredenen zijn bedrijf voor ongeveer fl. 55 miljoen (26 miljoen euro) verkocht. Vanaf eind 2002 heeft [A] een deel van het vermogen via de bank belegd.

2.2.

[C] houdt zich bezig met het voeren van beheer/management over en het houden van toezicht op andere ondernemingen. Enig bestuurder/directeur van [C] is

[A].

De privé portefeuille

2.3.

Op 17 december 2002 hebben [A] c.s. een overeenkomst van effectenbemiddeling met de bank gesloten uit hoofde waarvan de bank in opdracht van [A] c.s. diensten van effectenbemiddeling zou gaan verrichten door in opdracht en voor rekening van [A] c.s. te bemiddelen in de aan- en verkoop van effecten en andere bijkomende diensten. De bank heeft een effectendepot onder nummer 100846500 geopend voor [A] c.s.

2.4.

Op 17 december 2002 hebben [A] c.s. verder de volgende overeenkomsten met de bank gesloten:

  1. de overeenkomst inzake het Staalbankiers RenteInvest programma, waarbij de bank een RenteInvest rekening onder nummer 7 4.42.82.551 voor [A] heeft geopend,

  2. de overeenkomst inzake de Staal Effecten Rekening (betreffende rekeningnummer 74.42.82.535),

  3. de Optie-/cliëntenovereenkomst (Euronext Amsterdam N.V. Derivative Markets).

2.5.

Bij brieven van 5 september 2005 heeft de bank in het kader van de adviesrelatie het beleggingsprofiel van [A] c.s. beoordeeld als zeer defensief.

2.6.

Op 24 januari 2005 heeft de bank voor rekening van [A] c.s.voor $ 1.500.000 obligaties van KBC gekocht.

2.7.

In september 2005 heeft de bank voor rekening van [A] c.s. de volgende obligaties van Lehman Brothers gekocht:

  • -

    Lehman Steepener 2005-05.10.2035 VRN ad € 100.000,-- (16 september 2005);

  • -

    Lehman Steepener 2005-05.10.2035 VRN ad € 200.000,-- (22 september 2005);

  • -

    Lehman Steepener 2005-05.10.2035 VRN ad € 200.000,-- (23 september 2005).

2.8.

Bij brief van 30 november 2005 heeft de bank aan [A] c.s. voor de effectenportefeuille de volgende verdeling voorgesteld :

Individuele aandelen 0%

Garantiefondsen 68%

Beleggingsfondsen 10%

Vastrentende waarden 12%

Liquiditeiten 10%

Totaal 100%

Het CHF krediet

2.9.

Op 5 juni 2003 is door de bank aan [A] c.s. een Eurolening verstrekt van 5 miljoen euro. Tot zekerheid voor de terugbetaling is een termijndeposito van

5 miljoen euro met een looptijd van 10 jaar gesteld. In maart 2005 en in mei 2005 is telkens een Eurolening van 1 miljoen verstrekt.

2.10.

Op 29 november 2005 heeft de bank een hypothecaire lening in Zwitserse Franken aangeboden als equivalent van het bedrag van € 5.000.000,-- in de vorm van een roll-over lening ter vervanging van de Eurolening van 5 miljoen. Looptijd maximaal 20 jaar. In de door [A] c.s. getekende offerte is onder meer het volgende vermeld:

“(….) Wij wijzen u op het risico van een lening in Zwitserse Franken, namelijk het risico dat u ondanks het gunstige CHF LIBOR rentetarief, als gevolg van koersschommelingen van de Zwitserse Frank ten opzichte van de Euro, per saldo ongunstiger uit zou kunnen zijn dan in het geval de lening verstrekt zou zijn in Euro’s, gecombineerd met het Euribor-rentetarief. Door ondertekening van de offerte bevestigt u dat u bekend bent met voornoemde financiële risico’s. (…)”

2.11.

Op 20 december 2005 heeft de bank aan [A] c.s. een hypothecaire lening in Zwitserse Franken aangeboden als equivalent van € 2.000.0000,-- in de vorm van een roll-over lening met als doel de omzetting van 2 Euroleningen van € 1 miljoen. Looptijd maximaal drie jaar. In de offerte van 20 december 2005 (getekend op 21 december 2005) is onder meer het volgende bepaald:

“(….)

Wij wijzen u op het risico van een lening in Zwitserse Franken, namelijk het risico dat u ondanks het gunstige CHF LIBOR rentetarief, als gevolg van koersschommelingen van de Zwitserse Frank ten opzichte van de Euro, per saldo ongunstiger uit zou kunnen zijn dan in het geval de lening verstrekt zou zijn in Euro’s, gecombineerd met het Euribor-rentetarief. Door ondertekening van de offerte bevestigt u dat u bekend bent met voornoemde financiële risico’s. (…)”

2.12.

Op 20 augustus 2007 heeft de bank een offerte gedaan ter herregeling van de kredietfaciliteit van [A] c.s., gebaseerd op de offertes van 29 november 2005 en 20 december 2005, in de vorm van een hypothecaire lening in Zwitserse Franken tegen een rente op basis van het Libor tarief, onderverdeeld in de volgende drie tranches:

tranche A: roll-over lening (hoofdsom € 5.000.000,-- (later omgezet in CHF); looptijd tot 6 juni 2033;

tranche B: roll-over lening in CHF (hoofdsom CHF 3.117.000); looptijd tot 30 december 2013;

tranche C: roll-over lening in CHF (hoofdsom CHF 7.729.500); looptijd tot 16 december 2025.

Deze offerte is door [A] c.s. op 11 januari 2008 aanvaard.

2.13.

In de offerte van 20 augustus 2007 is – voor zover van belang – het volgende vermeld:

“(….) Doel financiering

Deze kredietfaciliteit is u verstrekt met als doel herfinanciering van uw woonhuis gelegen aan de [adres] te [plaatsnaam] en het beschikbaar stellen van de financiële middelen voor de financiering van toekomstige beleggingsstructuren.

Let op:

U loopt het risico dat u ondanks het gunstige CHF LIBOR-rentetarief, als gevolg van koersschommelingen van de Zwitserse Frank ten opzichte van de Euro, per saldo ongunstiger uit zou kunnen zijn dan in het geval de lening verstrekt zou zijn in Euro’s, gecombineerd met het Euribor-rentetarief.

Lees de bijlage “Achtergrondinformatie Staalbankiers Hypothecaire lening in Zwitserse Franken” bij deze offerte. Door ondertekening van deze offerte verklaart u dit risico te begrijpen en te aanvaarden.

(….)

Let op:

U loopt het risico dat u bij aflossing ( op de einddatum of bij tussentijdse aflossing van de lening) meer Euro’s dient aan te wenden voor de aflossing van de lening dan nodig waren bij aanvang van de lening. (….)

2.14.

In de aan de offerte gehechte en door [A] c.s. geparafeerde bijlage “Achtergrondinformatie Staalbankiers Hypothecaire Lening in Zwitserse Franken” is – voor zover van belang – het volgende vermeld:

“(…)

Wat zijn de financiële risico’s van de CHF hypotheek?

Zoals eerder vermeld is het rentetarief telkens vastgesteld als CHF LIBOR (London Interbank Offered Rate voor Zwitserse Franken) met een opslag, waarvoor gekozen kan worden voor 1 maands, 3 maand, 6 maands of 12 maands CHF LIBOR. Dit betekent dat het verschuldigde bedrag aan hypotheekrente omgerekend in Euro’s per betalingstermijn kan variëren. Deze wijziging in het verschuldigde rentebedrag wordt veroorzaakt door het koersverschil van de Zwitserse Frank ten opzichte van de Euro.

(….)

Bij een CHF hypotheek gaat u een schuld aan in Zwitserse Franken, waarover u ook rente betaalt in Zwitserse Franken. In feite gaat u een speculatieve valutapositie in Zwitserse Franken aan.

(….)

Bij een waardevermeerdering van de Zwitserse Frank ten opzichte van de Euro, kan de toename van deze schuld hoger zijn dan het behaalde rentevoordeel. Uitgaande van een historische koersontwikkeling van de Zwitserse Frank ten opzicht van de Euro (….), kan het voorkomen dat in enig jaar de toename van de schuld binnen 1 jaar tijd 10% bedraagt. Bovendien is dit verlies alsmede de rente over deze toegenomen schuld fiscaal niet aftrekbaar in Box 1. (…)”

2.15.

Tot zekerheid voor de terugbetaling van het CHF-krediet hebben [A] c.s. ten gunste van de bank een recht van hypotheek van € 5.000.000,-- verleend op de onroerende zaak aan de [adres] te [plaatsnaam]. Daarnaast zijn de volgende zekerheden aan de bank verstrekt:

  • -

    een eerste pandrecht op een 10-jaars termijndeposito van [A] c.s.;

  • -

    een eerste pandrecht op een structured note ad € 5.000.000,-- bij de bank;

  • -

    een eerste pandrecht op een bij de bank aangehouden effectendepot.

2.16.

Op de kredietovereenkomsten zijn de Algemene Bepalingen van Geldlening van de bank van toepassing. Artikel 7 luidt als volgt:

7. Kosten

Alle kosten voortvloeiende uit of enigerlei wijze verbandhoudende met de Overeenkomst, daaronder mede begrepen door de Bank gemaakte kosten ter uitoefening of bescherming van haar rechten en eventuele belastingen die aan de Bank worden opgelegd, komen voor rekening van de Debiteur.”

2.17.

Bij e-mail van 10 oktober 2008 heeft de heer [regiodirecteur], regiodirecteur van de bank in Haarlem, aan [A] onder meer het volgende meegedeeld:

“(….) Beste [A],

In het kader van onze zorgplicht willen wij je op de hoogte brengen van het volgende. Je hebt bij ons drie hypothekenleningen in Zwitserse Frank afgesloten. Inmiddels wijkt bij één lening de huidige koers meer dan 5% af van de koers waarop je toentertijd bent ingestapt. Dat betekent dat de hoofdsom in Zwitserse Franken is gestegen (in jouw geval totaal van de drie leningen bijna 540.000,- euro). Wij wijzen je op de mogelijkheid om aan het eind van de rentelooptijd de lening kosteloos te switchen naar een Eurolening.

Wij realiseren ons dat dit een momentopname is, maar hebben de plicht op ons genomen je hiervan op de hoogte te stellen. In de bijlage ontvang je een analyse van en een opinie over de koers van de Zwitserse Frank en de Swiss Libor.

Wij verzoeken je deze e-mail te beantwoorden en aan ons aan te geven of je de lening ongewijzigd wilt continueren in Zwitserse Franken of dat je een wijziging wilt aanbrengen. (….)”

2.18.

Bij e-mail van 3 november 2008 heeft [A] onder meer het volgende geantwoord:

“(…) In het algemeen begrijp ik jouw mail en plaats jouw mail onder ASS-Saving. (….) ik heb nooit (tegen onze afspraken in immers staalbankiers zou de bewaking tot zich nemen) eerder een mail van jou/Staalbankiers mogen ontvangen bij een + 5% afwijking en heb gedurende financiële crisis géén enkel signaal mogen ontvangen, waar ik mogelijk risico liep. Intussen weet ik, dat ik Lehman mag afschrijven en tal van investeringen in waarde heb zien afnemen. (….)”

2.19.

Op 4 november 2008 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen [A] en de heren [regiodirecteur] en [X] van de bank. Van deze bespreking is geen verslag gemaakt.

2.20.

Bij brief van 7 juni 2012 heeft de bank aan [A] onder meer het volgende meegedeeld:

“(…) Tot kort geleden hield de financiële markt er rekening mee dat de Zwitserse Centrale Bank door het opnemen van uitgebreide steunmaatregelen de koers van de Zwitserse frank ten opzichte van de euro stabiel zou blijven op een koers van circa CHF 1,20 per euro.

Wij attenderen u er echter op dat gerenommeerde partijen in de markt recent hebben laten weten dat er niet langer zekerheid bestaat dat de Zwitserse Centrale Bank dit beleid op termijn kan continueren.

Wat kunt u doen?

Indien u het valutarisico niet (langer) wilt of kunt nemen bestaat de mogelijkheid uw lening(en) om te zetten in euro’s. Wij zijn graag bereid u tijdelijk (t/m 16 juli 2012) bij deze omzetting van uw lening(en) een variabel tarief te bieden van 3 maands Euribor plus uw huidige Libor-opslag of een bij uw financiële situatie passend rentevast tarief.

Indien u van deze aanbieding gebruik wilt maken of als u vragen heeft, adviseren wij contact op te nemen met uw bankier om samen voor uw situatie de beste richting te bepalen. (….)”

2.21.

Op 27 juli 2012 heeft naar aanleiding van de brief van 7 juni 2012 een bespreking plaatsgevonden tussen de heren [Y], [regiodirecteur], [Z] van de bank en [A]. In het besprekingsverslag is onder meer het volgende opgenomen:

“(….) [regiodirecteur] ([regiodirecteur], toevoeging rechtbank) heeft [A] in deze opsomming een paar maal geïnterrumpeerd met opmerkingen n.a.v. de Zwitserse Franc positie. Dat er wel degelijk door [regiodirecteur] in gesprekken is aangegeven dat hij de positie had moeten beëindigen. [A] pareerde dit in het gesprek dat die opmerkingen wel zijn gemaakt, maar door collega’s van [regiodirecteur] werden tegengesproken. Overigens is dit nooit vastgelegd in een formeel schrijven. (….)

Met dit uitgangspunt is in eerste instantie de meest rustige stap gezet zoals die hoort bij deze wens, namelijk het afsluiten van een deposito voor 10 jaar (5 Mio Euro tegen 4,5 %).

[Z] ([Z], toevoeging rechtbank) gaf aan dat na deze start het van simpel uiteindelijk is geworden tot zeer complex. Daarbij benadrukte hij dat het aangaan van een hypotheek gebaseerd was op Zwitserse Franken in feite een Valuta Termijn Contract is. Naar het idee van [Z] past zo een positie/belegging niet bij het profiel dat defensief is.

Daarnaast heeft het afsluiten van een hypotheek tevens een defensief karakter en behoort een belegging daaronder geen speculatief element in zich te hebben als het profiel van de cliënt defensief is. (…..)”

2.22.

Bij brief van 2 november 2012 hebben [A] c.s. de bank wegens ernstige tekortkoming in haar zorgplicht aansprakelijk gesteld voor de uit de beleggingen (Lehman Brothers en KBC) en het CHF-krediet voortgekomen verliezen.

2.23.

Bij brief van 28 januari 2013 heeft de bank via haar advocaat de aansprakelijkheid afgewezen.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

[A] c.s. vorderen, zakelijk weergegeven, de bank hoofdelijk te veroordelen:

A. tot betaling van € 5.349.356,74, vermeerderd met rente en kosten;

Deze vordering is opgebouwd als volgt:

- inzake het CHF krediet € 3.721.811,74;

- inzake de KBC obligatie € 226.545,--

- inzake de obligaties van Lehman Brothers € 500.000,--

- wegens ongerechtvaardigde verrijking € 901.000,--

€ 5.349.356,74

tot vergoeding van alle door [A] c.s. nog te lijden schade, op te maken bij staat;

tot vergoeding van alle kosten van rechtsbijstand, tot de dagvaarding begroot op € 75.000,--.

3.2.

[A] c.s. hebben aan deze vorderingen – samengevat – het volgende ten grondslag gelegd.

De bank is toerekenbaar tekortgeschoten en/of heeft onrechtmatig gehandeld door:

  1. haar zorg- en informatieplicht te schenden;

  2. de op haar rustende waarschuwingsplicht te schenden;

  3. te handelen in strijd met het overeengekomen beleggingsprofiel: zeer defensief;

  4. een CHF-krediet te adviseren zonder te waarschuwen voor de grote risico’s van dit krediet;

  5. het uitblijven van goede beleggingsvoorstellen;

  6. onverantwoorde risico’s te nemen;

  7. een gebrekkige administratie te voeren;

  8. et vertrouwen van [A] c.s. in de bank te schenden.

Daarnaast heeft de bank in strijd met de redelijkheid en billijkheid gehandeld en is er sprake van misbruik van omstandigheden. Voorts is de bank op grond van artikel 6:212 BW ongerechtvaardigd verrijkt doordat zij de afgelopen tien jaar circa € 901.000,-- aan [A] c.s. heeft verdiend. Als gevolg van het handelen en/of nalaten van de bank heeft [A] c.s. schade geleden, per 31 december 2012 begroot op

€ 5.349.356,74.

3.3.

De bank c.s. voeren verweer waarop hierna, voor zover nodig, zal worden ingegaan.

in reconventie

3.4.

De bank vordert, zakelijk weergegeven, hoofdelijke veroordeling van [A] c.s. tot betaling van € 19.261,35 en de kosten als bedoeld in artikel 7 van de Algemene Bepalingen Geldleningen Staalbankiers, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2013 en vermeerderd met de proces- en nakosten.

3.5.

De bank heeft aan deze vordering ten grondslag gelegd dat zij haar rechten uit hoofde van de kredietovereenkomst heeft moeten uitoefenen, zodat de kosten die zij daarvoor heeft moeten maken, en zal moeten maken, voor rekening van [A] c.s. komen. De door de bank gemaakte advocaatkosten bedragen tot 12 juni 2013, de datum van de conclusie van antwoord/eis in reconventie, € 19.261,35 incl. btw.

3.6.

[A] c.s. voeren verweer waarop hierna, voor zover nodig, nader zal worden ingegaan.

4 De beoordeling

in conventie

Klachtplicht


4.1. De bank betoogt dat [A] op grond van artikel 6:89 BW niet tijdig bij de bank heeft geklaagd. In verband hiermee voert de bank aan dat [A] eerst tijdens de bespreking op 27 juli 2012 een aantal klachten heeft geformuleerd en deze klachten in de brief van 2 november 2012 heeft herhaald, terwijl hij al in september 2008 op de hoogte was van het verlies op de Lehman obligaties en met de procentuele weging van de KBC obligaties in verhouding tot de defensieve portefeuille. Daarnaast heeft de bank [A] regelmatig geïnformeerd over de koers van de Zwitserse Frank.

4.2.

De rechtbank overweegt dat [A] c.s. in september 2008 bekend zijn geworden, althans redelijkerwijs bekend hadden kunnen zijn met het vermeende tekortschieten van de bank in haar zorgplicht. Als gevolg daarvan werden [A] c.s. immers met een substantiële daling van de waarde van hun portefeuille geconfronteerd door het verlies op de Lehman obligaties. Op dat moment hadden [A] c.s. gerede aanleiding om te veronderstellen dat de bank in de op haar rustende zorgplichten zou kunnen zijn tekortgeschoten. Geconstateerd moet worden dat het vervolgens geruime tijd heeft geduurd, voordat [A] c.s. zich, door middel van de brief van hun advocaat van 2 november 2012, bij de bank hebben beklaagd over tekortschietende dienstverlening. Het verstrijken van deze lange periode als zodanig is echter niet genoeg om het beroep van de op artikel 6:89 BW te kunnen honoreren. Daarvoor dienen ook de andere omstandigheden van het geval te worden meegewogen (zie: HR 8 oktober NJ 2010, 545). De bank heeft gesteld dat zij in haar belangen is geschaad als gevolg van het late klagen door [A] c.s.

De rechtbank passeert dit betoog. De bank stelt slechts in algemene termen dat zij nadeel lijdt omdat de het leveren van bewijs, zoals het horen van getuigen ernstig wordt bemoeilijkt, zo niet onmogelijk wordt gemaakt. Die (bijkomende) omstandigheden acht de rechtbank evenwel onvoldoende. De bank heeft naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende over het voetlicht gebracht welk concreet nadeel zij in dezen lijdt.

Niet gebleken is dat het dossier van de financiering en effectenportefeuille van [A] c.s. niet meer compleet is, zodat de bank geacht mag worden een reconstructie te kunnen maken van de totstandkoming van de verstrekte financiering en effectenportefeuille. De bank heeft ook niet gemotiveerd gesteld dat de bij de financiering destijds betrokken medewerkers niet meer als getuige zouden kunnen worden gehoord.

De rechtbank is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat [A] c.s. binnen bekwame tijd hebben geprotesteerd door in de brief van 2 november 2012 kenbaar te maken dat de bank in haar dienstverlening tekort was geschoten, nu [A] c.s.voorts enige tijd voor beraad dient te worden gegund (zie HR 8 februari 2013, BY4600).

4.3.

Gelet op het voorgaande faalt het beroep van de bank op het niet voldoen aan de klachtplicht als bedoeld in artikel 6:89 BW.

Garanties Achmea

4.4.

Voor zover [A] c.s. hun vorderingen baseren op door Achmea afgegeven garanties voor de nakoming van de verplichtingen van de bank jegens [A] c.s. stranden deze, nu deze garanties niet meer geldig zijn (de meest recente garantie was geldig tot 31 december 2009) en bovendien deze alleen gelden in geval van definitieve betalingsonmacht van de bank en daarvan is geen sprake.

Relatie tussen [C] en de bank

4.5.

De bank betwist dat er een zakelijke en juridische relatie met [C] bestaat.

De rechtbank overweegt dat uit de overgelegde stukken niet valt op te maken dat er sprake is van een contractuele relatie tussen [C] en de bank. De overeenkomsten die aan de vorderingen van [A] c.s. ten grondslag liggen, zijn gesloten tussen [A] c.s. en de bank. [A] c.s. hebben onvoldoende gesteld op grond waarvan [C] vorderingen op de bank heeft, zodat die vorderingen worden afgewezen.

Zorgplicht van de bank

4.6.

Partijen zijn het erover eens dat met het afsluiten van een overeenkomst van effectenbemiddeling een beleggingsadviesrelatie tussen de bank en [A] c.s. tot stand is gekomen.

4.7.

In een beleggingsadviesrelatie is de belegger in beginsel verantwoordelijk voor de gang van zaken met betrekking tot zijn beleggingen: de belegger moet zelf beoordelen en beslissen of hij de adviezen van de adviseur al dan niet wil opvolgen en de belegger is in beginsel zelf verantwoordelijk voor de door hem genomen beleggingsbeslissingen en de daaraan verbonden risico’s. Dat geldt ook voorde beslissing omtrent de modaliteit van een financiering.

4.8.

De rechtbank neemt tot uitgangspunt dat waar de bank voor [A] c.s. diensten verricht op het terrein van het effectentransacties, beleggingsadvies, vermogensbeheer en financieringsconstructies, de eisen van redelijkheid en billijkheid met zich brengen dat in de contractuele verhouding tussen partijen op de bank jegens [A] c.s. een bijzondere zorgplicht rust.

Als professioneel dienstverlener moet de bank bij uitstek deskundig worden geacht op het terrein van effectentransacties, beleggingsadvies, vermogensbeheer en financieringen. Deze plicht strekt ertoe particulieren te beschermen tegen de gevaren van eigen lichtzinnigheid of gebrek aan inzicht. De reikwijdte is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Aandachtspunten zijn: de aard en inhoud van de rechtsbetrekking, de aard en complexiteit van de beleggingsproducten en de daaraan verbonden risico’s, de aard en omvang van het te beleggen vermogen of de te verstrekken financiering en de mate van deskundigheid van de klant.

Het CHF krediet

4.9.

[A] c..s. verwijten de bank dat zij bij het aangaan van de transacties met Zwitserse Franken [A] c.s. onvoldoende heeft gewaarschuwd voor de grote risico’s die aan dit krediet verbonden zijn.

4.10.

De rechtbank overweegt dat de bank bij de verstrekking van het CHF krediet optrad als kredietverstrekker en uit dien hoofde gehouden was gegevens te verstrekken over de kenmerken van het CHF krediet, waaronder de daaraan verbonden risico’s. De bank heeft [A] c.s. in de offertes van 2005 en 2007 en in de bijlage “Achtergrondinformatie Staalbankiers Hypothecaire Lening in Zwitserse Franken” (bij de offerte van 20 augustus 2007) gewezen op de risico’s van het CHF krediet, te weten dat ondanks het gunstige rentetarief als gevolg van koersschommelingen van de Zwitserse Frank ten opzichte van de Euro de kredietnemer per saldo ongunstiger uit zal kunnen zijn dan in het geval van een Eurolening. De bank heeft daarmee voldaan aan haar informatie- en waarschuwingsplicht. Gelet op de ervaringen in het verleden met leningen in Zwitserse Franken leken de risico’s van dit krediet niet groot te zijn, terwijl het rentevoordeel gunstig was (1,5% in plaats van 4,5 % bij de Eurolening), doch deze risico’s zijn uitdrukkelijk wel verwoord in de door [A] c.s. op 11 januari 2008 geaccepteerde offerte en geparafeerde bijlage bij die offerte.

4.11.

Volgens opgave van de Bank ter comparitie steeg de Zwitserse Frank in oktober 2010 voor het eerst sinds het aangaan van de CHF lening van januari 2008 meer dan 5% ten opzichte de Euro. In verband daarmee is de e-mail van 10 oktober 2008 verzonden. Onderaan de e-mail is vermeld dat de laatste verstrekte lening van januari 2008 een stijging 7% had vertoond. In de periode 2008-2010 schommelde de Zwitserse Frank tussen de 1,35 en de 1,45 Euro. Pas bij de landencrisis in 2010 schoot de koers van de Zwitserse Frank omhoog. De Zwitserse centrale bank hanteert thans een interventiekoers van 1,20 Euro. Tot zover de bank. Deze opgave is niet gemotiveerd weersproken door [A] c.s.

4.12.

[A] c.s. hebben gedurende de looptijd van de CHF lening van

11 januari 2008 de mogelijkheid gehad deze lening om te zetten in een geldlening in euro. Niet weersproken is dat [A] c.s. gedurende de looptijd van de (eerdere) CHF leningen in de periode november 2005-september 2008 een (aanzienlijk) rentevoordeel hebben gehad. [A] c.s. erkennen dat zij in de periode 2005 tot 2011 maandelijks schriftelijk werden geïnformeerd over de ontwikkeling van de Zwitserse Frank en daarna eens per kwartaal. Dat [A] c.s. herhaaldelijk bij de bank hebben

aangedrongen op het beëindigen van de lening is niet onderbouwd met bewijsstukken.

Ter comparitie erkent [A] dat hij door de bank in de e-mail van 10 oktober 2008 is gewezen op de mogelijkheid om aan het einde van de rentelooptijd kosteloos te switchen van een lening in Zwitserse Franken naar een Eurolening. In de visie van [A] is tijdens het daaropvolgende gesprek van 4 november 2008 met de heren [regiodirecteur] en [X] van de bank gezegd “dat als hij uit de CHF leningen stapte hij allereerst het rentevoordeel zou mislopen” en is hem geadviseerd “in de CHF te blijven zitten”. Hij biedt dit te bewijzen aan. Volgens de bank zijn tijdens het gesprek op 4 november 2008 de verschillende mogelijkheden besproken en is gewezen op de risico’s van die mogelijkheden, waaronder de mogelijkheid om terug te gaan naar de Eurolening.

De rechtbank laat wegen dat in een door [A] c.s. zelf overgelegd verslag van een bespreking op 27 juli 2012 is opgenomen dat door de bank ([regiodirecteur]) in gesprekken (met [A]) is aangegeven dat [A] “de positie”in Zwitserse Franken had moeten beëindigen. Volgens dit verslag is de reactie van [A] vervolgens “dat die opmerkingen wel zijn gemaakt maar door collega’s van [regiodirecteur] ([regiodirecteur], noot rechtbank) werden tegengesproken”. De rechtbank leidt uit een en ander af dat door de bank niet alleen schriftelijk, zie e-mail van 10 oktober 2008, maar ook mondeling aan [A] c.s. de optie is voorgehouden om de CHF lening(en) om te zetten in (een) Eurolening(en). In het midden kan blijven of daarnaast door “collega’s” van de heer [regiodirecteur] tegen de omzetting is geadviseerd. Het hierop betrekking hebbende bewijsaanbod wordt gepasseerd. Onder deze omstandigheden kan niet worden vastgesteld dat de bank haar zorgplicht heeft verzaakt.

4.13.

[A] c.s. verwijten de bank dat de CHF leningen 68% van hun vermogen besloegen. Hier geldt allereerst dat aan hen de keus was om leningen tot die omvang aan te gaan. Naar de rechtbank begrijpt zijn deze leningen gesloten deels voor de financiering van een woning en deels voor het doen van beleggingen. Het laatstgenoemde doel wijst er op dat [A] c.s. bereid waren met geleend geld risico’s te nemen. Een ander gezichtspunt is de keuze om de schulden in Zwitserse Frank aan te gaan. De lage rente vormde de aantrekkelijkheid van de CHF lening. Daar tegenover stond het valutarisico dat door de bank en [A] c.s. kennelijk niet hoog werd ingeschat. Maar voor dit risico heeft de bank in elk geval schriftelijk wel uitdrukkelijk gewaarschuwd. Bovendien was het mogelijk aan het einde van de rentelooptijd over te stappen naar een Eurolening. De rechtbank acht in deze situatie de zorgplicht van de bank niet geschonden.

4.14.

Verder verwijten [A] c.s. de bank in strijd te hebben gehandeld met het zeer defensieve beleggingsprofiel van [A] c.s., door de CHF constructie te adviseren.

4.15.

De rechtbank overweegt als volgt. Het betoog van [A] c.s. berust op de onjuiste veronderstelling dat de CHF hypotheeklening een valutatermijncontract is, terwijl dat niet het geval is. De CHF hypotheeklening is een geldlening die wordt verstrekt in Zwitserse Franken, dus in een andere valuta dan de hypotheken in euro’s en met andere rentes. Beleggingsprofielen van klanten zijn niet van belang, omdat deze niet van toepassing zijn op door de bank aangeboden financieringen. De tussen de klant en de bank overeengekomen beleggingsprofielen hebben betrekking op effectenportefeuilles en de wijze waarop gelden worden belegd, waarop het beleggingsprofiel wel van toepassing is.

Lehman obligaties

4.16.

[A] c.s. verwijten de bank dat zij niet heeft geadviseerd om de positie in Lehman Brothers af te bouwen. Volgens [A] c.s. had de bank moeten ingrijpen, omdat de waardering van de Lehman aandelen niet meer paste in het zeer defensieve beleggingsprofiel van [A] c.s.

4.17.

De rechtbank overweegt als volgt. Vast staat dat het verlies op de Lehman obligaties is veroorzaakt door het faillissement van Lehman Brothers. Op het moment dat [A] c.s. de Lehman obligaties in 2005 kocht tot kort voor het faillissement van Lehman Brothers had zij nog hoge ratings. Het was algemeen aanvaard dat een belegging in Lehman een solide en verantwoorde belegging was, ook in een zeer defensieve beleggingsportefeuille. Het faillissement van Lehman Brothers was in de financiële wereld niet voorzienbaar. De bank kan in dit geval niet worden verweten dat zij [A] c.s. niet heeft geadviseerd om de positie in Lehman af te bouwen.

KBC obligaties

4.18.

De bank betwist dat [A] c.s. op de KBC obligaties verlies heeft geleden. De bank heeft in haar brief van 28 januari 2013 vermeld dat [A] c.s. op deze obligaties een winst (inclusief de rente) heeft behaald van € 224.894,78, zijnde een rendement van 21,3%, oftewel 2,7% per jaar. Bij antwoord is namens de bank verklaard dat op de KBC obligaties [A] c.s. het rendement positief is namelijk (totale rente-inkomsten van USD 554.119 minus koersverlies USD 163.423,75=) USD 390.695,25. [A] c.s. heeft de nadere financiële toelichting door de bank niet weersproken.

4.19.

Ter comparitie hebben [A] c.s. verder nog gesteld dat de bank in 2010 heeft geadviseerd om een aantal stukken te verkopen (nominaal € 1 miljoen) waarbij een verlies is geleden van € 226.000,--, doch hij heeft deze stelling – tegenover de betwisting door de bank – niet met bewijsstukken onderbouwd.

Ongerechtvaardigde verrijking?

4.20.

[A] c.s. stellen dat de bank ongerechtvaardigd is verrijkt, omdat zij van [A] c.s.vergoedingen heeft ontvangen voor werkzaamheden waarin zij onzorgvuldig heeft gehandeld en/of toerekenbaar tekortgeschoten is.

4.21.

De bank betwist dat zij ongerechtvaardigd is verrijkt. Verder betwist de bank dat zij voor haar werkzaamheden € 901.000,-- heeft ontvangen. [A] c.s. hebben geen beheerfee aan de bank betaald, omdat er geen sprake is van een vermogensbeheer-relatie. De bank heeft € 23.000,-- aan bewaarloon en € 52.716,52 aan transactiekosten in rekening gebracht voor de effectenportefeuille, aldus steeds de bank.

4.22.

De rechtbank is van oordeel dat van ongerechtvaardigde verrijking als bedoeld in artikel 6:212 BW geen sprake is. De bank was contractueel gerechtigd voor de door haar verleende diensten bewaarloon en transactiekosten in rekening te brengen (zie artikel 5 van de vereenkomst van effectenbemiddeling).

Redelijkheid en billijkheid en/of misbruik van omstandigheden

4.23.

[A] c.s. baseren hun vordering mede op grond van de redelijkheid en billijkheid en/of misbruik van omstandigheden, maar zij hebben deze grondslag onvoldoende feitelijk toegelicht. Op deze gronden is de vordering dan ook niet toewijsbaar.

Slotsom

4.24.

Het voorgaande leidt tot afwijzing van de vorderingen van [A] c.s. [A] c.s. zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proces- en nakosten aan de zijde van de bank c.s. worden veroordeeld. De proceskosten worden begroot op:

- griffierecht € 3.715,--

- salaris advocaat € 6.422,-- (2 punten tarief VIII)

Totaal € 10.137,--

De vordering terzake van de wettelijke rente over de proceskosten ligt als onweersproken voor toewijzing gereed.

in reconventie

4.25.

De bank vordert op grond van artikel 7 van de Algemene Bepalingen van Geldlening € 19.261,35 aan advocaatkosten. Ter onderbouwing van deze vordering heeft de bank diverse declaraties met bijbehorende specificaties in het geding gebracht.

4.26.

Volgens vaste jurisprudentie is slechts in zeer bijzondere gevallen vergoeding van de gerechtelijke kosten aangewezen. Een dergelijk geval is bijvoorbeeld gebleken misbruik van procesrecht. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval geen sprake is van een bijzonder geval. De kosten waarvan de bank vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten. Deze vordering zal worden afgewezen, met veroordeling van de bank c.s. in de kosten, die tot op heden aan de zijde van [A] c.s. op nihil worden begroot.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt [A] c.s. in de proceskosten aan de zijde van de bank c.s. tot op deze uitspraak begroot op € 10.137,--, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 november 2013 tot aan de dag van algehele voldoening;

5.3.

veroordeelt [A] c.s. in de nakosten aan de zijde van de bank c.s. forfaitair begroot op € 131,-- aan salaris advocaat, met dien verstande dat, indien zij niet binnen veertien dagen na de betekening aan het vonnis hebben voldaan en het vonnis om die reden door de bank c.s. aan [A] c.s. is betekend, de nakosten worden vermeerderd met een bedrag van € 68,-- aan salaris advocaat en met de explootkosten van de betekening van het vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 14 dagen na de betekening van het vonnis tot de dag van algehele betaling van de proceskosten;

5.4.

verklaart dit vonnis ten aanzien van de onderdelen 5.2. en 5.3. uitvoerbaar bij voorraad.

in reconventie

5.5.

wijst de vordering af;

5.6.

veroordeelt de bank in de proceskosten aan de zijde van [A] c.s. begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. Von Maltzahn en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.1

1 type: 283 coll: 12