Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:19114

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18-12-2013
Datum publicatie
18-02-2014
Zaaknummer
436084 HA ZA 13-129
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil tussen TNO en vuurwerkimporteur naar aanleiding van door TNO verricht type-onderzoek.

TNO vordert betaling van openstaande facturen. Importeur stelt onder meer dat afgegeven certificaten niet bruikbaar zijn omdat zij niet voldoen aan de Guidance.

Vordering TNO wordt toegewezen. TNO heeft aan wettelijke en contractuele verplichtingen voldaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

  • vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team Handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/436084/ HA ZA 13 – 129

Vonnis van 18 december 2013

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE NEDERLANDSE ORGANISATIE VOOR TOEGEPAST-NATUURWETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK TNO,

gevestigd te Delft,

eiseres,

advocaat mr. L.F. Kloppenburg te Delft,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HARDIX VUURWERK B.V.,

gevestigd te Kampen,

gedaagde,

advocaat mr. J.H. Meurs te Kampen.

Partijen zullen hierna “TNO” en “Hardix” genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 22 januari 2013, met 9 producties,

  • -

    de conclusie van antwoord,

  • -

    het vonnis van 24 april 2013, waarin een comparitie van partijen is bepaald,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 28 juni 2013, met de daarin genoemde brief van 4 juni 2013 aan de zijde van TNO met de producties 10 en 11.

1.2.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Hardix drijft een onderneming die zich bezighoudt met de import van en handel in vuurwerk.

2.2.

TNO Defensie en Veiligheid heeft voor Hardix (consumenten)vuurwerkartikelen getest in verband met het voldoen aan de geldende wet- en regelgeving.

Regelgeving vuurwerk

2.3.

De Richtlijn 2007/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 betreft het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen (hierna: de Richtlijn).

2.4.

De Richtlijn stelt (zie Bijlage I) veiligheidseisen vast waaraan vuurwerkartikelen moeten voldoen om in de handel te kunnen worden gebracht (hierna: de fundamentele veiligheidseisen). Vuurwerkartikelen die voldoen aan geharmoniseerde normen uit de Richtlijn, worden door de lidstaten geacht in overeenstemming te zijn met de fundamentele veiligheidseisen. Die vuurwerkartikelen kunnen binnen de interne markt worden verhandeld.

2.5.

Op grond van de Richtlijn zorgt - voor zover hier relevant - de importeur van pyrotechnische artikelen ervoor dat de fabrikant heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit hoofde van de Richtlijn of neemt de importeur van de pyrotechnische artikelen deze verplichtingen op zich. Onder importeur wordt verstaan: elke in de Gemeenschap gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die in de uitoefening van zijn bedrijf een uit een derde land afkomstig pyrotechnisch artikel voor het eerst op de gemeenschapsmarkt beschikbaar maakt.

2.6.

Een importeur moet voor de beoordeling van de conformiteit van pyrotechnische artikelen een van de in de Richtlijn genoemde procedures laten uitvoeren door een door een lidstaat aangemelde instantie (notified body). Een van de conformiteitsbeoordelingsprocedures betreft een procedure die bestaat uit (i) het EG-typenonderzoek (Module B genoemd), en (ii) aanvullend onderzoek naar keuze, waaronder een onderzoek of de overige artikelen in overeenstemming zijn met het type dat in het EG-typenonderzoek is onderzocht: de batchtesten (Module C genoemd).

2.7.

In paragraaf 18 van de overwegingen van de Richtlijn is bepaald dat groepen van vuurwerkartikelen die qua ontwerp, functie of gedrag overeenkomen op grond van de Richtlijn door de aangemelde instanties moeten worden beoordeeld als productfamilies.

2.8.

Nadat het EG-typeonderzoek conform de bepalingen van de Richtlijn is uitgevoerd, geeft de aangemelde instantie per productfamilie een verklaring van EG-typeonderzoek af, ook wel: het Certificaat. Hierop staan onder meer vermeld de naam en het adres van de vuurwerkimporteur, de resultaten van de beoordeling en de gegevens voor de identificatie van het goedgekeurde type, waaronder het CE-registratienummer valt, alsook gegevens over hoeveel en welke artikelen onder de desbetreffende vuurwerkfamilie vallen.

2.9.

Nadat de conformiteitsbeoordeling met succes is afgerond, moet de importeur een CE-markering (laten) aanbrengen op het pyrotechnische artikel zelf.

2.10.

Consumentenvuurwerk moest per 1 januari 2010 zijn voorzien van een CE-markering om het verhandelbaar te maken binnen de interne markt van de Europese Unie.

2.11.

De Richtlijn is geïmplementeerd in het Vuurwerkbesluit (aanpassing Vuurwerkbesluit bij besluit van 9 december 2009 (Stbl. 2009, 605), voor zover hier relevant op 4 juli 2010 in werking getreden).

Guidance

2.12.

De aangemelde instanties in de verschillende lidstaten plegen overleg in een werkgroep (het “Forum”) met het oog op een coherente uitvoering van de conformiteitsprocedure. Op 6 december 2011 heeft deze werkgroep de Pyrotechnic Families Guidance vastgesteld. Een eerdere versie was medio 2011 beschikbaar.

2.13.

De Guidance geeft een interpretatie van de verdeling en het aantal EG-typetesten met betrekking tot de vuurwerkartikelen van een productfamilie. De Guidance geeft in dit verband aan dat over de eerste vijf vuurwerkartikelen (familieleden) van een productfamilie verspreid 33 EG typetesten kunnen worden uitgevoerd. Op elk lid boven deze eerste vijf vuurwerkartikelen (familieleden) kunnen vijf additionele EG-typetesten worden uitgevoerd.

Overige feiten

2.14.

TNO Certification B.V. was door de Nederlandse overheid in eerste instantie aangemerkt als aangemelde instantie in de zin van de Richtlijn. TNO was (indirect) aandeelhouder van TNO Certification B.V. Op 18 oktober 2010 is TÜV Rheinland Nederland B.V. (TÜV) aangesteld als aangemelde instantie, nadat TÜV TNO Certification B.V. had overgenomen, en geeft sindsdien certificaten uit. TÜV maakt gebruik van de inhoudelijke expertise van TNO om testresultaten te beoordelen. TNO is geen aangemelde instantie.

2.15.

In 2009 heeft Hardix opdracht verleend aan TNO Defensie en Veiligheid voor het uitvoeren van conformiteitsbeoordelingen van door TNO geselecteerde representanten van de 13 productfamilies van de collectie van Hardix ten behoeve van het verstrekken van CE certificaten voor vuurwerkartikelen.

2.16.

Bij brief van 24 juli 2009 heeft TNO Hardix als volgt bericht: “Hierbij een overzicht (zie bijlage familie-indeling) van de vuurwerkartikelen die in aanmerking komen voor het CE-keuringstraject. Uit de selectie is gebleken dat 20 vuurwerkartikelen in aanmerking komen om volgens de nieuwe Europese Norm getest te worden (de familie-indeling zou mogelijk in de toekomst uitgebreid kunnen worden wanneer nieuwe ontwikkelingen zich voordoen op het gebied van composities of afwijkende constructies van vuurwerkartikelen. (…). Het CE traject genaamd ‘CE certificering consumenten vuurwerk; conformiteitsbeoordeling’ kan naar aanleiding van deze selectie worden gestart. Indien je akkoord gaat met de geselecteerde vuurwerkartikelen ontvang je zoals je van ons gewend bent een offerte.”

2.17.

De offerte van TNO Defensie en Veiligheid getiteld “CE certificering consumentenvuurwerk conformiteitsbeoordeling” dateert van 27 juli 2009 en is op 20 augustus 2009 door Hardix voor akkoord getekend. De opdracht betreft blijkens het onderwerp in het commerciële deel van de offerte: “De werkzaamheden die hierbij worden geoffreerd behelzen de CE certificering van de Hardix vuurwerkcollectie, een wettelijke verplichting die voortvloeit uit het onder ‘Referenties’, referentie 1 vermelde document. Het betreft hier de conformiteitsbeoordeling (type testen); de batch testen die in een later stadium een rol spelen maken nadrukkelijk geen deel uit van deze offerte.
De werkzaamheden zullen, bij gebleken overeenstemming van de collectie met de Fundamentele Veiligheidseisen vermeld in referentie 1, resulteren in een CE certificaat per productfamilie, in overeenstemming met hetgeen is vermeld in het technische deel van deze offerte. De productfamilies zijn in een eerdere, afzonderlijke opdracht samengesteld op grond van referentie 2 en 3. Voor een gedetailleerde omschrijving van de bijbehorende werkzaamheden wordt verwezen naar het technische gedeelte van deze offerte.” In het technische deel van de offerte is onder meer de inhoud van de Richtlijn en de conformiteitsbeoordeling uiteengezet. Vermeld is in dat verband: “Voor de conformiteitsbeoordeling zal vooralsnog gebruik gemaakt worden van de huidige, nog niet geharmoniseerde, Europese normen: de EN 14035 serie. Momenteel wordt er gewerkt aan geharmoniseerde normen. De verwachting is dat deze omstreeks 1 juli 2010 zullen zijn afgerond. TNO is nauw betrokken bij deze ontwikkeling en normen en is daardoor vroegtijdig op de hoogte van de concepteisen en- methoden. Daar waar mogelijk zal TNO rekening houden met de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van normalisatie om de CE certificaten zo nauw mogelijk te laten aansluiten bij de geharmoniseerde normen.” Daarnaast vermeldt het technische deel, voor zover relevant: “Deze offerte heeft uitsluitend betrekking op de conformiteitsbeoordeling (typetesten) van de collectie van Hardix Vuurwerk, rekening houdend met de vastgestelde productfamilies (referenties 4, zie offerte commercieel deel).” En “Zoals boven vermeld is een indeling op basis van de EN 14035 van de Hardix Vuurwerk collectie als gemaakt. Vuurwerkartikelen die qua ontwerp, functie of gedrag overeenkomen worden beschouwd als een productfamilie en zullen verder worden onderverdeeld. Een familie bestaat dus uit meerdere vuurwerkartikelen. Eén vuurwerkartikel zal uit elke familie door TNO worden geselecteerd en getest volgens EN 14035 rekening houdend met de relevante wijzigingen die verwacht worden voort te komen uit de ontwikkeling van geharmoniseerde normen.(…)

2.18.

Bij brief van 21 juli 2010 met als onderwerp “Familie indeling” heeft TNO de Nederlandse vuurwerkimporteurs bericht over gevoerd overleg tussen onder meer (toekomstige) aangemelde instanties en de “European Fireworks Association”. In de brief is onder meer vermeld: “Het goede nieuws is dat ‘onze’ familie indeling niet gewijzigd hoeft te worden. Er zijn ook geen beperkingen aan de grootte van de familie. Wel leidt het compromis tot meer testen in de toekomst.” In de brief is uiteengezet wat deze veranderingen voor de vuurwerkimporteurs betekenen:
- Voor een ieder van u geldt de procedure voor het toevoegen van nieuwe artikelen aan een familie. Per 1 januari 2011 moeten er 5 artikelen van elk nieuw familielid worden getest en deze moeten uiteraard ook voldoen aan de eisen. Zoals momenteel het geval is, bestaat er de mogelijkheid van het opnieuw testen van niet goedgekeurde artikelen.
- (…)
- Wanneer u uw artikelen ook in het buitenland op de markt wilt brengen adviseren wij u om van de overige (niet geteste artikelen) 5 stuks te laten testen. Wij kunnen dat in 2011 doen in plaats van de Module C. Wanneer alle familieleden zijn getest, moeten de artikelen vrij op de buitenlandse markt worden toegelaten op voorwaarde dat zij voldoen aan de bepalingen van dat land voor consumentenvuurwerk.
- Wanneer u een nieuwe familie wilt toevoegen zullen wij dit vanaf nu op de nieuwe manier doen, zoals beschreven.

2.19.

De opdracht is uitgevoerd. Bij factuur van 23 mei 2012 heeft TNO een eindbedrag van € 46.410,00 (inclusief btw) in rekening gebracht.

2.20.

Bij brief van 5 juli 2012 heeft Hardix verzocht om uitstel van betaling van voormelde factuur. Dit kort gezegd omdat zij niet in staat was deze te voldoen wegens incassoproblemen bij uitstaande vorderingen en omdat het seizoen pas in november-december op gang begint te komen.

2.21.

Bij brief van 17 juli 2012 heeft TNO bericht niet akkoord te gaan en verzocht om de factuur alsnog binnen 7 werkdagen te voldoen.

2.22.

Bij brief van 23 juli 2012 heeft Hardix TNO - onder verwijzing naar een brief van de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu van 12 juli 2012 - bericht dat de certificering voor Module B, die door TNO is uitgevoerd, niet wordt erkend en voor 4 juli 2014 (opnieuw) moet worden uitgevoerd. Zij stelt in overleg te zijn hoe zij het reeds betaalde bedrag aan TNO kan terugvorderen.

2.23.

Blijkens de genoemde brief van de Inspectie Leefomgeving en Transport heeft Hardix bij brief van 15 juni 2012 een voornemen last onder dwangsom ontvangen wegens geconstateerde overtreding van het Vuurwerkbesluit. In de brief is onder meer vermeld: “Tijdens de controle zijn namelijk vuurwerkartikelen met CE markering aangetroffen waarvoor niet de juiste en volledige conformiteitsbeoordelingsprocedure is doorlopen. Dit betreft de batchtesten (module C, D of E) en typetesten. Wat betreft de overtreding ten aanzien van de desbetreffende typetesten gaat het niet om de historische situatie toen de typetesten werden uitgevoerd maar om het feit dat de typetesten momenteel niet voldoen aan de vigerende eisen, met name ten aanzien van de testprocedure “Pyrotechnic Families Guidance”(Families Guidance) zoals die door het Europese Forum van Notified Bodies voor het eerst medio 2011 is vastgesteld.” In de brief is vermeld dat enkele importeurs gevraagd hebben om verduidelijking van wat bedoeld wordt met ‘geconstateerde overtreding’. In dit verband wordt in de brief gesteld: “Hoewel de importeurs geacht worden toen en nu op de hoogte te zijn van de geldende wettelijke bepalingen, waren er in de periode tot en met 2011 omstandigheden aanwezig waardoor de oorzaak van ontstane overtredingen niet volledig aan de importeurs kan worden verweten. De typecertificaten die toen door de Nederlandse Nobo zijn afgegeven, gaven de importeurs een zeker recht. Echter vanaf de periode dat de Families Guidance was vastgesteld (medio 2011), is de situatie ontstaan dat de typecertificaten niet meer gebaseerd zijn op de actuele procedure, Bovendien hadden in alle gevallen batchtesten (module C, D of E) uitgevoerd moeten zijn, zoals bepaald in het Vuurwerkbesluit. Voor de typetesten betekent dit dat een hersteloperatie uitgevoerd moet worden en dat het gewenst is dat door het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I & M) een zekere ruimte gecreëerd wordt. Het uitgangspunt is dat de CE-markeringen moeten voldoen aan de actuele eisen binnen een haalbare doch zo kort mogelijke termijn. Er wordt namelijk in de desbetreffende gevallen momenteel niet voldaan aan de huidige wettelijke eisen ten aanzien van de typetesten. Bovendien is de geloofwaardigheid van de CE-markering in het geding.” In de brief is vervolgens uiteengezet welke ruimte door het ministerie wordt gegeven om de noodzakelijke hersteloperatie uit te voeren en welke handhavingslijn wordt toegepast. Samengevat komt die handhavingslijn erop neer dat de herstelperiode uiterlijk 4 juli 2014 moet zijn afgerond en tussentijds aan bepaalde categorieën vuurwerk zekere eisen worden gesteld. In alle gevallen (import en voorraad) wordt vanaf 1 januari 2013 geëist om batchtesten toe te passen.

2.24.

Onder meer betekent genoemde handhavingslijn dat vuurwerk dat in 2012 is geïmporteerd en dat in 2010 of in 2012 voor het eerst in de handel is gebracht, in 2012 nog gebruik mag maken van het Certificaat op basis van de typetesten zoals uitgevoerd in het kader van de opdracht, maar dan wel een batchtest moet hebben ondergaan. Vanaf 4 juli 2014 moet dit vuurwerk zijn voorzien van een CE-markering op basis van een typecertificaat conform de Guidance en een batchtest.

2.25.

Bij brief van 17 augustus 2012 heeft TNO Hardix gesommeerd tot betaling van de factuur en aansprakelijk gesteld voor vergoeding van de met eventuele rechtsmaatregelen gemoeide kosten.

3 Het geschil

3.1.

TNO vordert bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis – samengevat – veroordeling van Hardix tot betaling van (i) de hoofdsom van € 46.410,--, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldag van de desbetreffende factuur tot aan de dag van algehele voldoening, (ii) de buitengerechtelijke kosten van € 1.788,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het te wijzen vonnis tot aan de dag van algehele voldoening, (iii) de proceskosten, inclusief de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het te wijzen vonnis tot aan de dag van algehele voldoening.

3.2.

TNO legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de factuur opeisbaar is en Hardix verplicht tot voldoening.

3.3.

Hardix heeft verweer gevoerd.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank verwerpt het verweer van Hardix dat zij niet met TNO heeft gecontracteerd. TNO Defensie en Veiligheid is een onderdeel van TNO en geen zelfstandig drager van rechten en verplichtingen. Nu TNO de rechtspersoon is waarvan TNO Defensie en Veiligheid onderdeel is, is sprake van een opdracht tussen Hardix en TNO. De rechtbank verwerpt tevens het verweer van Hardix dat TNO onbevoegdelijk een overeenkomst met Hardix is aangegaan, althans niet met Hardix had mogen contracteren, omdat TNO geen aangemelde instantie is. Niet in geschil is dat de Certificaten in dezen verstrekt zijn door de aangemelde instantie en niet door TNO. Ten tijde van de totstandkoming van de opdracht was blijkens de offerte nog geen aangemelde instantie in Nederland aangewezen. Blijkens de offerte had TNO Certification B.V. de ambitie om aangemelde instantie te worden en moesten de werkzaamheden voor de conformiteitsbeoordeling al starten voordat die ambitie was gerealiseerd. Uit niets blijkt dat het TNO (als indirect aandeelhouder van TNO Certification B.V.) niet vrijstond om in afwachting van de aanmelding van TNO Certification B.V. (en later TÜV Rheinland Nederland B.V.) typetesten uit te voeren van de vuurwerkcollectie van Hardix zoals beschreven in de offerte.

4.2.

Hardix heeft voorts betoogd dat TNO de indeling in families en de uiteindelijk uitgevoerde testen niet heeft uitgevoerd in overeenstemming met de voorwaarden om een Certificaat af te geven, waardoor Hardix stukken zijn afgegeven die niet voldoen. Blijkens het verhandelde ter comparitie doelt Hardix hiermee op de omstandigheid dat TNO de testen niet heeft uitgevoerd volgens de meest actuele normen en dat Hardix nu gelet op de handhavingslijn aanvullende testen moet (laten) verrichten. Bovendien stelt zij het risico te lopen dat de CE-certificaten die door de aangemelde instantie in Nederland zijn afgegeven niet in het buitenland worden geaccepteerd. Daarnaast heeft Hardix naar voren gebracht dat TNO ten onrechte de indruk heeft gewekt dat een CE-markering mocht worden aangebracht als een Certificaat was afgegeven.

4.3.

Voor zover Hardix haar verweer - naar de rechtbank begrijpt - baseert op tekortschieten van TNO in de nakoming van haar verplichtingen op grond van de opdracht, gaat dit verweer niet op.

4.4.

De factuur is opeisbaar nu de vervaltermijn is verstreken. Hardix is derhalve in beginsel verplicht tot betaling van de betreffende factuur.

4.5.

TNO heeft de typetesten uitgevoerd in overeenstemming met de Richtlijn en zijn contractuele verplichtingen jegens Hardix. De rechtbank stelt voorop dat de verantwoordelijkheid voor naleving van de verplichtingen van de Richtlijn, waaronder de verplichting tot het (laten) verrichten van een conformiteitsbeoordeling, op grond van de Richtlijn bij de importeur ligt en niet bij TNO. Daarnaast bepaalt de Richtlijn niet méér dan dat een van de conformiteitsprocedures moet worden gevolgd, waaronder het EG-type-onderzoek. In de overwegingen van de Richtlijn is ten aanzien van de uitvoering van het onderzoek slechts vermeld dat groepen van bepaalde pyrotechnische artikelen door de aangemelde instanties moeten worden beoordeeld als productfamilies. Onweersproken is door TNO gesteld dat ten tijde van de totstandkoming van de opdracht nog geen sprake was van in Europees verband vastgestelde geharmoniseerde normen betreffende de uitvoering van de typetesten. Bij de typetesten die door TNO zijn verricht, is gebruik gemaakt van de toen bestaande, niet geharmoniseerde, normen, de EN 14305. Eerst in 2011 zijn in Europees verband geharmoniseerde normen, de EN 15947, vastgesteld en is de Guidance vastgesteld. TNO heeft Hardix blijkens de offerte geïnformeerd over de ontwikkelingen van geharmoniseerde normen in Europees verband. Blijkens de offerte was de verwachting dat deze reeds omstreeks 1 juli 2010 zouden zijn afgerond. Bij brief van 21 juli 2010 heeft TNO de vuurwerkimporteurs, waaronder Hardix, geïnformeerd over de actuele ontwikkelingen en onder meer bericht dat dit betekent dat aanvullende testen moesten worden verricht. Niet is gesteld of gebleken dat voordien reeds een zodanige duidelijkheid over de inhoud van de geharmoniseerde normen bestond, dat TNO Hardix eerder had moeten informeren. Of TNO in het Europees overleg een minderheidsstandpunt heeft betrokken, acht de rechtbank gelet hierop niet van belang. Indien Hardix gelet op de Europese ontwikkelingen wijziging of beëindiging van de opdracht had gewenst, had het op haar weg gelegen om na de brief van 21 juli 2010 actie te ondernemen. Dit is, behoudens blijkens het verhandelde ter comparitie een telefoontje, niet gebeurd.

4.6.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft voorts bij Hardix niet gerechtvaardigd de indruk kunnen bestaan dat het door TNO te verrichten type-onderzoek voldoende zou zijn om de op grond van de Richtlijn vereiste CE-markering op vuurwerkartikelen aan te brengen. Niet alleen is in de offerte uitdrukkelijk vermeld dat het type-onderzoek niet mede de batchtesten omvat, Hardix gaat er in dit verband aan voorbij dat zij als importeur geacht wordt bekend te zijn met en te voldoen aan de relevante regelgeving.

4.7.

Van tekortschieten van TNO in de naleving van zijn verplichtingen uit hoofde van de opdracht is dan ook geen sprake. TNO verkeert niet in schuldeisersverzuim, zodat van opschorting van de betalingsverplichting van Hardix ook geen sprake kan zijn.

4.8.

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de gevorderde hoofdsom vatbaar is voor toewijzing. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zal de rechtbank bij gebrek aan enige feitelijke onderbouwing afwijzen.

4.9.

Hardix zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Deze kosten worden tot op heden begroot op:
- exploitkosten € 84,21
- griffierechten € 1.789,--
- salaris advocaat € 1.788,-- (2 punten volgens tarief IV)

€ 3.661,21

5. De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt Hardix om aan TNO te betalen een bedrag van € € 46.410,--, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldatum van de desbetreffende factuur tot aan de dag van algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt Hardix tot betaling aan TNO van de proceskosten, tot op heden begroot op € 3.661,21 en de nakosten aan de zijde van TNO forfaitair begroot op € 131,-- aan salaris advocaat, met dien verstande dat, indien en voor zover Hardix niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en het vonnis om die reden aan Hardix is betekend, de nakosten worden vermeerderd met een bedrag van € 68,-- aan salaris advocaat en met de explootkosten van de betekening van het vonnis;

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af;

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Ritsema van Eck-van Drempt en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2013.1903