Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:18431

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-12-2013
Datum publicatie
04-02-2014
Zaaknummer
455901
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Machtiging uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg vanwege een instabiele persoonlijkheidsontwikkeling bij de minderjarige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Kinderrechter

Rekestnummer: 13-3054

Zaaknummer: C/09/455901

Datum beschikking: 6 december 2013

Machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg na een voorlopige machtiging

Beschikking op het op 4 december 2013 ingekomen verzoekschrift van:

de Stichting Bureau Jeugdzorg Overijssel (verder: Bureau Jeugdzorg),

met betrekking tot de minderjarige:

[minderjarige], geboren op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats];

kind van:

[mevrouw A]

de moeder,

wonende te [woonplaats],

die het ouderlijk gezag alleen uitoefent,

en

[de heer B][de heer B],

de biologische vader,

geen belanghebbende in onderhavige procedure.

De minderjarige verblijft thans feitelijk in Rentray te Eefde.

Procedure

De kinderrechter heeft kennisgenomen van:

- het verzoekschrift met bijlage(n) met daarin vervat de verklaring van

Bureau Jeugdzorg dat een situatie als bedoeld in artikel 29c, tweede lid, van de Wet op de

Jeugdzorg zich voordoet, althans het ernstige vermoeden dat bedoelde situatie zich

voordoet;

- het indicatiebesluit van Bureau Jeugdzorg d.d. 22 oktober 2013;

- de instemmingsverklaring d.d. 6 december 2013 van een gedragswetenschapper als

bedoeld in artikel 29b, vijfde lid, van de Wet op de Jeugdzorg, die de jeugdige met het oog

daarop kort tevoren heeft onderzocht;

- het hulpverleningsplan en een verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling.

Op 6 december 2013 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank met gesloten deuren behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • -

    de moeder;

  • -

    de minderjarige, bijgestaan door haar advocaat, mr. C.C. Peterse.

Mevrouw [mevrouw C] die namens de gezinsvoogd [de heer D] onderweg was naar de zitting is, vanwege een incident op het NS-traject, niet ter zitting verschenen. Wel is zij door de kinderrechter voorafgaand aan de zitting telefonisch geïnformeerd en nadien ook telefonisch op de hoogte gebracht van de beslissing van de kinderrechter.

Feiten

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 4 december 2013 de Raad voor Rechtsbijstand te Den Haag bevolen een advocaat aan de minderjarige toe te voegen.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 6 maart 2013 de minderjarige de ondertoezichtstelling van de minderjarige verlengd van 9 maart 2013 tot 9 maart 2014, alsmede de aan Bureau Jeugdzorg verleende machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige voor dezelfde periode verleend.

Voorts heeft de kinderrechter bij beschikking d.d. 4 december 2013 (spoed) machtiging verleend om de minderjarige voorlopig te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg zoals bedoeld in artikel 29c, eerste lid, van de Wet op de Jeugdzorg van 4 december 2013 tot 7 december 2013 te 17.00 uur, en het verzoek voor het overige aangehouden tot deze zitting.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot machtiging de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg voor de duur van de ondertoezichtstelling.

De moeder en de minderjarige hebben ingestemd met het verzochte, althans hebben zich niet tegen toewijzing daarvan verzet.

Beoordeling

Mr. Peterse heeft namens de minderjarige aangevoerd dat de minderjarige inziet dat zij behandeling nodig heeft en vanuit de gesloten setting wil toewerken naar een mogelijke vorm van kamertraining.

De minderjarige heeft meegedeeld dat zij thans of een andere locatie van Rentray in Eefde verblijft. Zij probeert er het beste van te maken en haar eerste indruk is goed. Zij snapt de zorgen van Bureau Jeugdzorg en haar moeder. Zij wil eerst aan zichzelf werken en daarna werken aan de verstoorde relatie tussen haar en haar moeder. Zij hoopt dat de komende tijd toegewerkt kan worden naar een vorm van kamertraining.

De moeder heeft meegedeeld dat zij en de minderjarige regelmatig ruzie hebben. Zij is blij dat de minderjarige inziet dat zij nog verder hulp nodig heeft hoe om te gaan met situaties die zij niet kan handelen. De minderjarige zal daar voor zichzelf een weg in moeten zien te vinden, aldus de moeder.

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de minderjarige ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen heeft die haar ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren en die maken dat de opneming en het verblijf in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de zorg die zij nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken. Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat er bij de minderjarige sprake is van een instabiele persoonlijkheidsontwikkeling die gekenmerkt wordt door wisselend, voornamelijk negatief zelfbeeld en niet leeftijdsadequate angsten voor verlies en afwijzing. Voor de minderjarige is het noodzakelijk dat zij leert omgaan met conflicten, emoties en de relatie met haar moeder. De afgelopen maanden heeft de minderjarige diverse kansen gehad om met de hulpverlening te werken aan verandering, doch dat is, mede omdat de minderjarige de gevaren onvoldoende op waarde heeft kunnen inschatten niet gelukt. Middels een gesloten plek moet thans geprobeerd worden het leven van de minderjarige weer op de rails te krijgen op weg naar zelfstandigheid en het langzaam uitbouwen naar onafhankelijkheid, zodat de minderjarige daar op een adequate wijze mee om leert gaan. Bureau Jeugdzorg dient op de navolgende zitting actuele informatie te verstrekken inzake de stand van zaken met betrekking tot het toekomstperspectief van de minderjarige en de mogelijkheden te onderzoeken welke behandeling, gelet op het toekomstperspectief, noodzakelijk zijn.

Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:

machtigt de Stichting Bureau Jeugdzorg Overijssel de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg zoals bedoeld in artikel 29b, eerste lid, van de Wet op de Jeugdzorg van 7 december 2013 na 17.00 uur tot 9 maart 2014, zulks ter effectuering van het aangehechte indicatiebesluit d.d. 22 oktober 2013.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 december 2013, in tegenwoordigheid van S.P.M. Flipse als griffier.

Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift bij de griffie van het Gerechtshof Den Haag.