Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:18377

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
23-12-2013
Datum publicatie
04-02-2014
Zaaknummer
C-09-456219 - JE RK 13-3085
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ondertoezichtstelling van de minderjarigen omdat zij in de thuissituatie worden ondergestimuleerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Kinderrechter

Rekestnummer: JE RK 13-3085

Zaaknummer: C/09/456219

Datum beschikking: 23 december 2013

Ondertoezichtstelling

Beschikking op het op 6 december 2013 ingekomen verzoekschrift van:

de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden (verder: de Raad),

met betrekking tot de minderjarigen:

1.

[minderjarige 1] geboren op [geboortedag 1] te [geboorteplaats 1] Polen;

2.

[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2]2004 te [geboorteplaats 2] Polen;

3.

[minderjarige 3], geboren op [geboortedag 3]2009 te [geboorteplaats 3],

kinderen van:

[mevrouw A],

de moeder,

wonende te [woonplaats 1]

die het ouderlijk gezag alleen uitoefent.

Als belanghebbende in deze procedure wordt tevens aangemerkt:

[de heer B][de heer B],

de biologische vader van de minderjarige sub 3, verder de partner van de moeder,

wonende te [woonplaats 2] samen met de moeder voornoemd.

De minderjarigen verblijven feitelijk bij de moeder en haar partner

Procedure

De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift.

Op 23 december 2013 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank met gesloten deuren behandeld. Hierbij zijn verschenen:

- mevrouw[mevrouw C], namens de Raad;

- mevrouw [mevrouw D], namens de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van voornoemde minderjarigen voor de periode van één jaar. Daartoe wordt gesteld dat er sprake is van een zodanig bedreigde ontwikkeling van de minderjarigen dat een kinderbeschermingsmaatregel noodzakelijk is. De minderjarigen worden ondergestimuleerd door de ouders die meer voorrang geven aan hun banen dan de belangen van de minderjarigen. De mogelijkheden van de ouders om hierin verandering te brengen zijn beperkt.

Beoordeling

De moeder en haar partner zijn niet verschenen, doch blijkens de gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie zijn de moeder en haar partner, ten tijde van de oproeping ter terechtzitting te verschijnen, op het op hen betrekking hebbende adres woonachtig. De kinderrechter acht de moeder en haar partner derhalve goed opgeroepen.

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:254, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling aanwezig zijn. Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat er sprake is van onderstimulatie van de ouders jegens de minderjarigen en dat hulpverlening in het vrijwillige kader niet van de grond is gekomen, ook niet nadat de ouders een tweede kans hebben gekregen.

Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:

stelt de minderjarigen van 23 december 2013 tot 23 december 2014 onder toezicht van de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden, zijnde een stichting zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Schreuder, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 december 2013, in tegenwoordigheid van A.U. Hatuina als griffier.

Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift bij de griffie van het Gerechtshof Den Haag.