Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:16931

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11-12-2013
Datum publicatie
02-01-2014
Zaaknummer
C-09-453575 - FA RK 13-8559
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Internationale kinderontvoeringszaak – Teruggeleiding verzocht vanuit Nederland naar België - Mediation - vaststellingsovereenkomst - teruggeleidingsverzoek ingetrokken - opname vaststellingsovereenkomst in beschikking

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Den HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 13-8559

Zaaknummer: 453575

Datum beschikking: 11 december 2013

Internationale kinderontvoering

Beschikking op het op 29 oktober 2013 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,

wonende te [woonplaats], België,

advocaat: mr. H.A. Schipper te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende te [woonplaats],

advocaat: mr. S.G.L. Bremen te Landgraaf.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • -

    het verzoekschrift;

  • -

    de brief d.d. 8 november 2013, met bijlagen, van de zijde van de moeder.

Op 11 november 2013 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader, bijgestaan door zijn advocaat, alsmede de moeder, bijgestaan door haar advocaat. Het betrof hier een regiezitting in het kader van crossborder mediation in internationale kinderontvoeringszaken met als behandelend rechter, tevens kinderrechter, mr. A.C. Olland.

Na genoemde regiezitting hebben de vader en de moeder getracht door middel van crossborder mediation, gefaciliteerd door het Mediation Bureau, onderdeel van het Centrum Internationale Kinderontvoering, tot een minnelijke regeling te komen. Op 26 november 2013 heeft het Mediation Bureau de rechtbank bericht dat de mediation tussen partijen is geslaagd.

De rechtbank heeft vervolgens de volgende stukken ontvangen:

- de brief d.d. 28 november 2013 van de zijde van de vader;

  • -

    de brief d.d. 29 november 2013 van de zijde van de moeder;

  • -

    de door beide partijen ondertekende vaststellingsovereenkomst.

Feiten

Partijen hebben een affectieve relatie gehad van september 2005 tot oktober 2012.

Uit de moeder is het volgende thans nog minderjarige kind geboren:

- [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], die door de vader is erkend;

Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.

De vader, de moeder en de minderjarige hebben de Nederlandse nationaliteit.

De moeder en de minderjarige verblijven sedert november 2012 in Nederland.

De vader heeft zich niet gemeld bij de Nederlandse Centrale Autoriteit.

De vader en de moeder hebben op 26 november 2013 een vaststellingsovereenkomst ondertekend waarin zij zijn overeengekomen dat de gewone verblijfplaats van de minderjarige bij de moeder in Nederland zal zijn. Verder zijn zij een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, alsmede een vakantieregeling overeengekomen.

Verzoek en verweer

De vader heeft de rechtbank bij brief van 28 november 2013, onder intrekking van het teruggeleidingsverzoek, verzocht de tussen de vader en de moeder tot stand gekomen vaststellingsovereenkomst op te nemen in de beschikking.

Blijkens de brief van 29 november 2013 stemt de moeder met het verzoek van de vader in.

Beoordeling

Vaststellingsovereenkomst

Nu de vader en de moeder op 26 november 2013 zijn overeengekomen dat de minderjarige haar gewone verblijfplaats bij de moeder in Nederland zal hebben, is ingevolge artikel 10 aanhef en onder a Brussel IIbis aan de bevoegdheid van de Belgische rechter ter zake de ouderlijke verantwoordelijkheid aangaande de minderjarige vanaf die datum een einde gekomen.

Nu het thans voorliggende verzoek tot opname van de vaststellingsovereenkomst in de beschikking op 28 november 2013 is ingekomen – derhalve nadat de minderjarige haar hoofdverblijfplaats in Nederland heeft verkregen – is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht van dat verzoek kennis te nemen.

De vader en de moeder hebben eensluidend verzocht de door hen ondertekende vaststellingsovereenkomst in de beschikking op te nemen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen, nu niet is gebleken dat het belang van de minderjarige zich daartegen verzet.

Beslissing

De rechtbank:

neemt op de door de vader en de moeder getroffen onderlinge regeling ter zake de ouderlijke verantwoordelijkheid aangaande [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], zoals neergelegd in de (in fotokopie) aan deze beschikking gehechte vaststellingsovereenkomst en verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, tevens kinderrechter, bijgestaan door P. Lahman als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 december 2013.