Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:16569

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-12-2013
Datum publicatie
06-12-2013
Zaaknummer
C/09/453370/ KG ZA 13-1213
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Belangenbehartigers van Chinese restauranthouders verliezen kort geding tegen de Staat

De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag zal de Nederlandse Staat niet dwingen het gewijzigde beleid met betrekking tot de verlening van tewerkstellingsvergunningen aan koks uit China met terugwerkende kracht te herzien. Drie belangenbehartigers van Chinese horecaondernemers verlangden van de Staat dat het beleid tot begin maart 2013 alsnog zou worden versoepeld.

De voorzieningenrechter heeft twee van de drie belangenbehartigers in het ongelijk gesteld omdat de hun achterban zich individueel kan wenden tot de bestuursrechter. De civiele is daarom niet bevoegd. De derde eiser, een bemiddelaar bij de verkrijging van tewerkstellingsvergunningen, kreeg ook geen voet aan de grond. De reden daarvan was dat hij geen belang heeft dat tot toewijzing van de eis kan leiden, onder ander omdat niet duidelijk is dat hij schade heeft geleden als gevolg van het gewraakte beleid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/453370/ KG ZA 13-1213

Vonnis in kort geding van 6 december 2013

in de zaak van

1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

LANDELIJKE FEDERATIE VAN CHINESE ONDERNEMERS IN
NEDERLAND,

gevestigd te Amsterdam,

2. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid

VERENIGING CHINESE HORECA ONDERNEMERS,

gevestigd te Amsterdam

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CHINESE KOKS B.V.,

gevestigd te Tilburg,

eiseressen,

advocaat mr. A. van Driel te Alkmaar,

tegen:

DE STAAT DER NEDERLANDEN

(ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid),

zetelend te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. R. van Arkel te Den Haag.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als enerzijds 'LFCON', 'VCHO', en 'Chinese Koks' (gezamenlijk ook wel als 'LFCON cs') en anderzijds 'de Staat'.

1 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 27 november 2013 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1.

De Stichting Landelijke Federatie van Chinese Organisaties in Nederland heeft als doel het - zonder winstoogmerk - streven naar en bevorderen van een goede onderlinge verstandhouding en vruchtbare samenwerking tussen de bij haar aangesloten in Nederland werkzame organisaties van Chinezen, ongeacht land van herkomst, religieuze of politieke overtuiging, zowel landelijk als regionaal en plaatselijk, teneinde beter in staat te zijn niet alleen om problemen, waarvoor Chinezen zich in Nederland geplaatst zien, te kunnen oplossen en andere voor hen van belang zijnde taken te kunnen verrichten, maar ook om van Chinese zijde een nuttige bijdrage te kunnen leveren in het belang van de Nederlandse samenleving. Dat doel tracht zij te bereiken met alle wettige middelen.

1.2.

Het statutaire doel van VCHO is de behartiging van de algemene materiële en immateriële belangen van de (Chinese) leden in het midden- en kleinbedrijf van de horeca. Dat doel tracht zij te bereiken door (i) onderlinge samenwerking en samenwerking met sociaal-, economische organisaties, met overheidsinstanties en andere daarvoor in aanmerking komende instellingen, (ii) het genereren van ledenvoordelen, (iii) het geven van voorlichting, het houden van vergaderingen, themabijeenkomsten, workshops, cursussen, studiereizen, lezingen en voordrachten, alsmede het organiseren van evenementen, die betrekking hebben op de horeca, (iv) het ter kennis van de betrokken autoriteiten brengen van verzoeken, wensen en grieven, (v) het samenwerken met andere verenigingen of instellingen met (soort)gelijk doel en (vi) het werven van sponsoren en vormen van fondsen voor nader te bepalen doeleinden in het belang van de vereniging en haar leden.

1.3.

Het doel van Chinese Koks is onder andere het adviseren en begeleiden van internationale migratiepocedures en internationale personeelswerving, selectie en detachering, in de meest ruime zin.

1.4.

Ingevolge artikel 2 van de Wet Arbeid Vreemdelingen ('WAV') is het een werkgever verboden om een persoon afkomstig uit een niet tot de Europese Unie behorend land arbeid te laten verrichten zonder tewerkstellingsvergunning ('twv'). Op grond van artikel 8 lid 1 WAV moet een twv worden geweigerd indien voor de desbetreffende arbeidsplaats prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt beschikbaar is. Artikel 9 lid 1 WAV bepaalt dat een twv - onder meer - kan worden geweigerd indien (i) de werkgever niet kan aantonen voldoende inspanningen te hebben gepleegd de arbeidsplaats door prioriteitgenietend op de arbeidsmarkt beschikbaar aanbod te vervullen, (ii) voorzienbaar is dat binnen een redelijke termijn voor de desbetreffende arbeidsplaats prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt beschikbaar zal komen en (iii) de werving niet heeft plaatsgevonden op een wijze die voor de desbetreffende sector is overeengekomen bij een convenant dat voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde eisen. Een twv wordt voor ten hoogste drie jaar verleend (artikel 11 WAV).

1.5.

Op de voet van het bepaalde in artikel 5 lid 2 WAV heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn bevoegdheid (ex artikel 5 lid 1 WAV) tot het afgeven, verlengen en intrekken van twv's gedelegeerd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ('UWV').

1.6.

In verband met de schaarste van passend aanbod op de Nederlandse en Europese arbeidsmarkt voor koks ten behoeve van 'Aziatische keukens' heeft het UWV - na overleg met de betreffende sector c.q. branche - een Stappenplan opgesteld met betrekking tot het vervullen van vacatures voor arbeid in de Chinees- Indische horeca en de aanvraag voor een twv (hierna: 'het Stappenplan'). Het Stappenplan trad in werking op 1 november 2008 en is via de website van het UWV bekendgemaakt. Voor zover hier van belang vermeldt het Stappenplan:

"Stap 1 en 2 hebben betrekking op de fase die gelegen is vóór de indiening van een aanvraag voor een twv, namelijk de fase van respectievelijk wervingsinspanningen en vacaturemelding. Hoofddoel hierbij is het streven om door middel van door de werkgever te verrichten wervingsinspanningen de vacature te vervullen met zogenaamd "prioriteitgenietend aanbod". Dit is aanbod waarvoor geen twv is vereist en dat voorrang heeft boven het inzetten van aanbod waarvoor wél een twv is vereist. Het aanvragen van een twv is het sluitstuk en komt daarom pas in beeld als er sprake is van een gebleken tekort aan prioriteitgenietend aanbod. Hoe de procedure voor een aanvraag voor een twv verloopt, wordt beschreven in Stap 3 t/m 5.

(…)

STAP 5. Verlening twv

Als aan alle voorwaarden van de aanvraag is voldaan, wordt de twv verleend voor de desbetreffende functie en gevraagde periode (maximaal 36 maanden)."

1.7.

In de periode van maart 2012 tot 6 maart 2013 heeft het UWV twv-aanvragen van ondernemers die zijn aangesloten bij LFCON en VCH en klanten van Chinese Koks - ter zake van vacatures voor de functie van kok - afwezen, dan wel 'onder voorschriften' verleend voor de duur van achttien maanden.

1.8.

Bij brief van 5 maart 2013 heeft het UWV - samengevat - aan alle werkgevers die actief zijn in de Aziatische en aanverwante horeca, hun gemachtigden (voor zover bekend) en hun brancheorganisaties medegedeeld dat (i) er inmiddels voldoende werkzoekenden zijn die opgeleid kunnen worden tot kok Aziatische en/of Chinese gerechten, (ii) een landelijk project is gestart dat zich richt op het bemiddelen van kandidaten voor de vacatures in de Aziatische Horeca, (iii) uit onderzoek is gebleken dat kandidaten voor die vacatures binnen een redelijke termijn kunnen worden opgeleid tot kok Aziatische en/of Chinese gerechten en (iv) het Stappenplan komt te vervallen. De inhoud van de brief is ook bekendgemaakt op de website van het UWV.

2 Het geschil

2.1.

Zakelijk weergegeven vorderen LFCON cs de Staat:

I. te verbieden om voor wat betreft de in de periode van 1 november 2008 tot en met 5 maart 2013 ingediende twv-aanvragen af te wijken van het Stappenplan;

II. te gebieden om de in voormelde periode ingediende twv-aanvragen af te handelen en te beoordelen op basis van het Stappenplan en - voor zover aan de daarin vastgelegde voorwaarden is voldaan - twv's te verlenen voor de maximale periode van drie jaar, althans de werkgevers te behandelen als waren zij in het bezit van de door hen gevraagd twv's;

III. te gebieden om het met ingang van 5 maart 2013 gewijzigde twv-beleid te publiceren in de Nederlandse Staatscourant, althans op een voor iedere ingezetene van Nederland toegankelijk en kenbare wijze;

een en ander met veroordeling van de Staat in de proceskosten.

2.2.

Samengevat voeren LFCON cs daartoe het volgende aan.

Tot maart 2012 werden twv-aanvragen van de 'achterban' van LFCON en VCHO en klanten van Chinese Koks ter zake van vacatures voor de functie van kok overeenkomstig het Stappenplan (loyaal) be- en afgehandeld, in die zin dat - conform de aanvragen - twv's werden verleend voor de duur van drie jaar. LFCON cs en hun achterban/klanten mochten er op vertrouwen dat die handelwijze zou worden voortgezet zolang het Stappenplan van kracht was en het nieuwe beleid niet op een deugdelijke wijze kenbaar is gemaakt. Vanaf maart 2012 werd het beleid met betrekking tot die twv-aanvragen echter abrupt verscherpt, hetgeen tot gevolg had dat twv-aanvragen werden afgewezen, dan wel dat twv's slechts werden verleend voor de duur van achttien maanden 'onder voorschriften'. Dat nieuwe beleid brengt niet alleen de continuïteit van de Chinese horecaondernemingen in gevaar, maar betekent ook dat het voortbestaan van Chinese Koks op de tocht staat en dat de betrouwbaarheid en status van LFCON en VCHO onder druk staat. Door het beleid met betrekking tot de twv-aanvragen onverhoeds te wijzigen handelt de Staat onrechtmatig jegens LFCON cs. Daarmee schendt hij immers zowel het rechtszekerheids- als het vertrouwensbeginsel. Voor het eerst op 5 maart 2013 werden de (direct) betrokkenen concreet geïnformeerd over de beleidswijziging en het vervallen van het Stappenplan. De bekenmaking had niet alleen door middel van de brief van 5 maart 2013 en via de website van het UWV mogen plaatsvinden; het nieuwe beleid had (ook) moeten worden gepubliceerd in de Nederlandse Staatcourant.

2.3.

De Staat heeft de vorderingen van LFCON cs gemotiveerd bestreden. Voor zover nodig zal zijn verweer hierna worden besproken.

3 De beoordeling van het geschil

Met betrekking tot LFCON cs

3.1.

LFCON cs leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat de Staat onrechtmatig jegens hen handelt door - tijdens de gelding van het Stappenplan - het beleid ten aanzien van twv-aanvragen voor de functie van kok in de Chinese horeca (abrupt) te wijzigen gedurende de periode van maart 2012 tot en met 5 maart 2013. Daarmee is in zoverre de bevoegdheid van de burgerlijke rechter - in dit geval de voorzieningenrechter in kort geding - gegeven.

3.2.

De Staat heeft onder meer aangevoerd dat alleen Chinese koks een 'eigen belang' heeft bij de vorderingen. Volgens hem hebben LFCON - die overigens blijkens de overgelegde statuten geen vereniging maar een stichting is - en VCHO dat niet, zodat zij niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vorderingen.

3.3.

LFCON cs hebben - in de dagvaarding onder I.1 - uitdrukkelijk aangevoerd dat hun vorderingen strekken tot bescherming van zowel hun eigen belang in de zin van artikel 3:303 van het Burgerlijk Wetboek ('BW'), als het belang van de personen die zij ingevolge hun statuten behartigen, zoals bedoeld in artikel 3:305a BW.

Met betrekking tot Chinese Koks

3.4.

Voor zover Chinese Koks de vorderingen heeft ingesteld op grond van artikel 305a BW, stranden deze reeds op het feit dat zij een B.V. is. Dat artikel bepaalt immers dat alleen een stichting of een vereniging als 'belangenbehartiger' een vordering kan instellen.

3.5.

Op zichzelf zou kunnen worden aangenomen dat Chinese Koks een 'eigen belang' heeft bij handhaving van het Stappenplan, indien uitvoering daarvan betekent dat in alle gevallen waarin aan de voorwaarden van de aanvraag is voldaan een twv voor de duur van 36 maanden wordt verleend. Alsdan is het voorstelbaar dat het - van het Stappenplan afwijkende - nieuwe, aangescherpte beleid tot gevolg heeft dat (veel) minder twv's zullen worden aangevraagd, hetgeen een negatief effect zal hebben op de omzet van Chinese Kok als bemiddelaar/tussenpersoon van Chinese horecaondernemers bij het aanvragen van twv's. Zonder nadere toelichting, die niet wordt gegeven, valt echter niet in te zien dat toewijzing van de onder 2.1 sub I en II vermelde vorderingen nog enig effect zou kunnen sorteren op de omzet van Chinese Koks. Die vorderingen zien immers enkel op reeds ingediende - en naar moet worden aangenomen inmiddels afgehandelde - twv-aanvragen gedurende de periode van 1 november 2008, althans maart 2012 tot en met 5 maart 2013. In de stellingen van Chinese Koks ligt ook besloten dat zij zich neerlegt bij het vervallen van het Stappenplan per 5 maart 2013. In het andere geval zouden de vorderingen sub I en II zich immers ook uitstrekken over de periode vanaf 5 maart 2013.

3.6.

Het belang van Chinese Koks bij publicatie van het gewijzigde twv-beleid in de Nederlandse Staatscourant, dan wel op een andere toegankelijke, kenbare wijze valt evenmin in te zien, nu uit haar stellingen voortvloeit dat zij volledig op de hoogte is van het nieuwe twv-beleid. De door haar beoogde publicatie, waarvoor overigens geen wettelijke grondslag bestaat, zou daaraan niets toevoegen.

3.7.

Reeds op grond van het voorgaande kan een rechtens te respecteren 'eigen belang' van Chinese Koks bij de vorderingen niet worden aangenomen, nog daargelaten de vraag of ten aanzien van Chinese Koks is voldaan aan het relativiteitsvereiste in de zin van artikel 6:163 van het Burgerlijk Wetboek.

Met betrekking tot LFCON en VCHO

3.8.

Kern van het onderhavige geschil betreft de problemen die die achterban van LFCON en VCHO - overigens net als de klanten van Chinese Koks - ondervinden doordat vanaf maart 2012 twv-aanvragen van Chinese horecaondernemers ten behoeve van vacatures voor de functie van kok - anders dan daarvóór - niet meer worden gehonoreerd voor de duur van 36 maanden.

3.9.

In geval van een integrale of gedeeltelijke afwijzing van een twv-aanvraag staat voor de betreffende werkgever de weg open naar de bestuursrechter, aan wie ook om een voorlopige voorziening kan worden verzocht. In de bestuursrechtelijke procedure kunnen alle bezwaren die in de onderhavige procedure zijn aangevoerd met betrekking tot de - vermeende - abrupte beleidswijziging aan de orde worden gesteld. Een substantieel deel van de leden van LFCON en VCHO (alsook klanten van Chinese Koks) heeft het bestuursrechtelijke traject ook gevolgd.

3.10.

In situaties waarin de rechtsbescherming van individuen is opgedragen aan de bestuursrechter kan de enkele bundeling van de belangen van die individuen door een rechtspersoon (een stichting of vereniging) er niet toe leiden dat voor die rechtspersoon, voor wie het bestuursrecht geen soelaas biedt, de weg naar de burgerlijke rechter komt open te staan. Afgezien van de - zich hier niet voordoende - gevallen waarin een voorziening bij voorraad niet door de bestuursrechter kan worden getroffen, bestaat geen taak voor de burgerlijke rechter (HR 9 juli 2010, LJN: BM2314).

3.11.

Als 'eigen belang' bij hun vorderingen hebben LFCON en VCHO - kort gezegd - aangevoerd het waarmaken van hun statutaire doelstellingen via het zorgvuldig en voortvarend behartigen van de belangen van de bij hen aangesloten personen. Hun bestaansrecht is daaraan (mede) verbonden, zo stellen zij. De doelstellingen van LFCON en VCHO kunnen echter niet anders worden gezien dan de behartiging van de belangen van hun achterban. Daar komt hij dat het in het algemeen onwenselijk is dat tegelijkertijd voor zowel de bestuursrechter als de burgerlijke rechter procedures over hetzelfde onderwerp worden gevoerd, met het risico van verschillende uitkomsten. Overigens moet worden aangenomen dat LFCON en VCHO de aan hen gelieerde horecawerkgevers kunnen adviseren en bijstaan in het kader van het aanvragen van twv's en/of de te nemen stappen na een (gedeeltelijke) afwijzing daarvan, zodat niet - zonder meer - valt in te zien dat zij in hun voortbestaan worden bedreigd als gevolg van de onderhavige beleidswijziging.

Met betrekking tot LFCON cs verder

3.12.

Een en ander betekent dat zal worden beslist zoals hieronder in het dictum vermeld. Alle overige gemotiveerde - op voorhand overigens niet kansloos voorkomende - verweren van de Staat kunnen verder buiten beschouwing blijven.

3.13.

LFCON cs zullen - als de in het ongelijk gestelde partij - worden veroordeeld in de proceskosten.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart LFCON en VCHO niet-ontvankelijk in hun vorderingen;

- wijst de vorderingen van Chinese Koks af;

- veroordeelt LFCON cs in de proceskosten, tot op dit vonnis aan de zijde van de Staat begroot op € 1.405,-- waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 589,-- aan griffierecht.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H.I.J. Hage en in het openbaar uitgesproken op 6 december 2013.

jvl