Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:16319

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27-11-2013
Datum publicatie
10-01-2014
Zaaknummer
AWB-13_9474
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder in redelijkheid beperkingen heeft mogen opleggen ter voorkoming van ernstige hinder voor anderen dan de deelnemers aan de demonstratie. De door verweerder opgelegde beperkingen hebben primair tot doel dat bezoekers van de prijsuitreiking het gebouw van DZB kunnen betreden zonder dat wanordelijkheden ontstaan. Niet gebleken is dat verweerder bij het opleggen van de beperking het beperken van het doel of van de boodschap van de demonstratie voor ogen heeft gehad. Verzoekers hebben, ondanks de opgelegde beperkingen, naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende gelegenheid hun standpunt aan de bezoekers van de prijsuitreiking bij DZB kenbaar te maken.

Wetsverwijzingen
Grondwet 9
Wet openbare manifestaties 2
Wet openbare manifestaties 5
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

VOORZIENINGENRECHTER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 13/9474

uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 november 2013 op het verzoek om een voorlopige voorziening van

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Doorbraak.eu, gevestigd te Leiden en [verzoeker], te [plaats], verzoekers,

(gemachtigde: mr. M.F. van Hulst),

ten aanzien van het besluit van 25 november 2013 van de burgemeester van Leiden, verweerder, waarbij aan een door verzoekers aangekondigde demonstratie te houden op 27 november 2013 van 18.15 tot 21.00 uur voor de ingang van De Zijl Bedrijven (hierna: DZB), Le Pooleweg 11, te Leiden, beperkingen ten aanzien van de locatie, het uitdelen van flyers en het geluidsniveau zijn opgelegd.

Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 25 november 2013 een bezwaarschrift bij verweerder ingediend.

Tevens hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het verzoek om voorlopige voorziening is op 26 november 2013 ter zitting behandeld.

Namens verzoekers is E. Krebbers verschenen, bijgestaan door verzoekers gemachtigde.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R. Lever en P.G.M. van Rhee.

I Overwegingen

1.1 Ingevolge artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

1.2 Voor zover deze toetsing meebrengt dat het geschil in de bodemprocedure wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter daaromtrent een voorlopig karakter en is dat niet bindend voor de beslissing in die procedure.

2.1 In artikel 9, eerste lid, van de Grondwet wordt het recht tot vergadering en betoging erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

2.2 In artikel 9, tweede lid, van de Grondwet is bepaald dat de wet regels kan stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

2.3 Ingevolge artikel 2 van de Wet Openbare Manifestaties (hierna: WOM) kunnen de bij of krachtens de bepalingen uit deze paragraaf aan overheidsorganen gegeven bevoegdheden tot beperking van het recht tot het belijden van godsdienst of levensovertuiging en het recht tot vergadering en betoging, slechts worden aangewend ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

2.4 In de Memorie van Toelichting bij artikel 2 van de WOM (TK, vergaderjaar 1985-1986, 19 427, nr. 3) is vermeld dat de belangen genoemd in artikel 2 dezelfde zijn als die genoemd in de artikelen 6, tweede lid, en 9, tweede lid, van de Grondwet.

2.5 Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de WOM kan de burgemeester naar aanleiding van een kennisgeving voorschriften en beperkingen stellen of een verbod geven.

2.6 Ingevolge artikel 2:3, vierde lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening 2009 van de gemeente Leiden (hierna: APV) kan de burgemeester in het belang van de openbare orde en veiligheid voorschriften geven ter verzekering van een redelijke en veilige afwikkeling van het verkeer, ter beveiliging van personen of goederen, ter voorkoming van ernstige hinder voor anderen dan de deelnemers aan de optocht en ter voorkoming van strafbare feiten.

3.1 Verzoekers hebben op 20 november 2013 verweerder in kennis gesteld van de demonstratie. Naar aanleiding van de aanmelding heeft een gesprek plaatsgevonden tussen verweerder en verzoekers. Verzoekers hebben aangegeven voor de ingang van DZB te willen demonstreren tijdens de uitreiking van de Eureka-prijs. Het protest van verzoekers richt zich tegen dwangarbeid, oftewel het tewerkstellen van mensen zonder salaris of arbeidsrechten. De bedoeling van het protest is werklozen samen te brengen die dwangarbeid moeten verrichten, hebben moeten verrichten, of die zich met regelmaat verplicht moesten melden bij DZB en mensen die zelf niet werkloos zijn, maar solidair zijn met de strijd tegen dwangarbeid. Verzoekers voeren al twee jaar campagne tegen dwangarbeid, waarbij in Leiden gefocust wordt op DZB, omdat de verplichte arbeid voor werklozen zich daar afspeelt. Verzoekers willen de personen die de prijsuitreiking bezoeken aanspreken en een flyer uitreiken. Verzoekers verwachten dat er 10 tot 25 personen aan de demonstratie zullen deelnemen.

3.2 Aan het bestreden besluit heeft verweerder ten grondslag gelegd dat niet wordt toegestaan dat de toegang tot DZB voor medewerkers en bezoekers wordt belemmerd. Demonstranten kunnen plaatsnemen in een aangewezen vak. Vanuit dit vak kunnen flyers worden uitgereikt aan eventuele geïnteresseerden die hier interesse in tonen. Verweerder zal niet toestaan dat een aantal demonstranten buiten het aangewezen vak treedt om te flyeren. Voorts heeft verweerder met betrekking tot het geluid een beperking opgelegd in die zin dat uiteraard geluid mag worden gemaakt, maar wel op dusdanige wijze dat de bijeenkomst binnen ongehinderd doorgang kan vinden.

4

Verzoekers stellen dat er geen zwaarwegende redenen zijn om hun recht om te demonstreren te beperken. Verzoekers hebben er bewust voor gekozen op het plein voor de ingang van DZB te demonstreren, omdat op deze plaats bijstandsgerechtigden dwangarbeid moeten verrichten en waar dwangarbeid op andere plekken wordt gearrangeerd. De toegang tot DZB zal voor bezoekers niet worden belemmerd. Het door verweerder aangewezen vak beperkt verzoekers in hun mogelijkheid hun mening te verkondigen.

Het verzoek om voorlopige voorziening strekt er toe dat verzoekers ongehinderd op het plein voor DZB bezoekers kunnen aanspreken en flyers kunnen uitdelen. Subsidiair dat maximaal vier flyeraars vrij op het plein kunnen rondlopen en dat voor de overige demonstranten er voldoende ruimte is.

5

Verweerder heeft ter zitting nader toegelicht dat hij de kans op ongeregeldheden en wanordelijkheden en het ontstaan van een onbeheersbare situatie reëel acht gelet op de ervaring die verweerder in het verleden met verzoekers heeft opgedaan. Naar verweerder stelt, stellen verzoekers zich bedreigend en intimiderend op richting DZB en zijn medewerkers.

6.1

De voorzieningenrechter overweegt dat verweerder op grond van artikel 5, eerste lid, van de WOM een discretionaire bevoegdheid heeft tot het stellen van beperkingen aan de demonstratie. Het bestreden besluit dient derhalve marginaal te worden getoetst.

6.2

De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekers zich niet verzetten tegen de beperking die ter zake van het geluid is opgelegd.

6.3

Niet in geschil is dat de beperking geen betrekking heeft op het houden van de demonstratie als zodanig. Het geschil betreft de vraag of verweerder in redelijkheid beperkingen met betrekking tot de locatie van de demonstratie en het uitdelen van flyers mocht opleggen met het oog op de bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

6.4

De voorzieningenrechter stelt vast dat op de website van verzoekers een artikel is gepubliceerd op 19 november 2013, met als titel: “27 november, Leiden: waarschuwingsprotest tegen gemeenten en bazen die dwangarbeiders inzetten”. In dit artikel staat het volgende vermeld: “(…..) Doorbraak wil met het protest een waarschuwing afgeven aan alle aanwezige gemeenteambtenaren en bazen, en al hun collega’s in het land: wie dwangarbeiders inzet, zal problemen krijgen! We gaan jullie “re-integratiecentra” onbeheersbaar maken en jullie bedrijven imagoschade toebrengen. Want we laten jullie ons recht niet afpakken, ons recht op regulier werk met fatsoenlijke lonen, contracten en arbeidsrechten. (…..)” Voorts is op de website van verzoekers een artikel gepubliceerd op 26 november 2013, met als titel: “Vanmiddag kort geding van Doorbraak tegen flyerverbod van Leidse burgemeester”. Bij dit artikel is een foto van verweerder geplaats met als onderschrift: “De intimiderende burgemeester”. In het artikel staat vermeld: “(…..) Het protest is bedoeld als een waarschuwing voor de gemeente, de DZB-directie en de bazen die de prijsuitreiking bezoeken. We willen via onze flyers de bazen er van doordringen dat ze op forse tegenstand mogen rekenen, als blijkt dat ze de in hun schoot geworpen bijstandsgerechtigden behandelen als dwangarbeiders door hen niet vanaf de eerste werkdag loon en een arbeidscontract te geven.”

Ter zitting hebben verzoekers, in reactie op het standpunt van verweerder dat zij zich intimiderend opstellen, gezegd dat geen sprake is van intimidatie, wel maken zij gebruik van schurend taalgebruik, dit is echter maatschappelijk geaccepteerd in het kader van demonstraties en in het bijzonder in het kader van demonstraties van het type dat ‘organising’ wordt genoemd.

6.5

De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder in redelijkheid beperkingen heeft mogen opleggen ter voorkoming van ernstige hinder voor anderen dan de deelnemers aan de demonstratie. De door verweerder opgelegde beperkingen hebben primair tot doel dat bezoekers van de prijsuitreiking het gebouw van DZB kunnen betreden zonder dat wanordelijkheden ontstaan. Niet gebleken is dat verweerder bij het opleggen van de beperking het beperken van het doel of van de boodschap van de demonstratie voor ogen heeft gehad. Verzoekers hebben, ondanks de opgelegde beperkingen, naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende gelegenheid hun standpunt aan de bezoekers van de prijsuitreiking bij DZB kenbaar te maken.

7

Voor het treffen van een voorlopige voorziening bestaat gelet op het voorgaande geen aanleiding, zodat het verzoek daartoe wordt afgewezen.

8

Van omstandigheden op grond waarvan een van de partijen zou moeten worden veroordeeld in de door de andere partij gemaakte proceskosten, is de voorzieningenrechter niet gebleken.

II Beslissing

De voorzieningenrechter van de rechtbank

wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

De uitspraak is gedaan door mr. K. Schaffels, rechter, in aanwezigheid van mr.drs. C.M.A. Demetriadis, griffier.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 november 2013.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.