Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:15923

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
05-11-2013
Datum publicatie
23-12-2013
Zaaknummer
C-09-451296 - 13-2414
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voorts is de kinderrechter van oordeel dat de in artikel 1:261, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een machtiging tot uithuisplaatsing voor de minderjarige sub 1 nog aanwezig zijn. Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat er sprake is van echtscheidingsproblematiek waardoor de minderjarigen heen en weer worden geslingerd tussen beide ouders en betrokken worden bij de strijd en de spanningen tussen de ouders. De minderjarigen laten signalen zien van loyaliteitsproblematiek door zich in meer of mindere mate af te zetten tegen één van de ouders. Voor met name de jongste twee minderjarigen is dit schadelijk voor hun ontwikkeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Kinderrechter

Rekestnummer: 13-2414

Zaaknummer: C/09/451296

Datum beschikking: 5 november 2013

Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

Beschikking op het op 23 september 2013 ingekomen verzoekschrift van:

de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland, vestiging Zuid-Holland Midden (verder: Bureau Jeugdzorg),

met betrekking tot de minderjarigen:

1.

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats];

2.

[minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats];

3.

[minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats];

2.

[minderjarige 4], geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats];

kinderen uit het door echtscheiding ontbonden huwelijk van:

[X],

de vader,

wonende te [woonplaats],

en

[Y],

de moeder,

wonende te [woonplaats],

die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen.

De minderjarige sub 1 verblijft in de crisisopvang en de andere minderjarigen verblijven feitelijk bij de moeder.

Procedure

De kinderrechter heeft kennisgenomen van:

- de verzoekschriften, met bijlagen;

- het indicatiebesluit van Bureau Jeugdzorg d.d. 15 oktober 2013 met de daarbij behorende aanvraag betreffende de minderjarige sub 1;

- de schriftelijke reactie van de minderjarige [minderjarige 2], ingekomen ter griffie op 14 oktober 2013.

Op 5 november 2013 zijn de zaken ter terechtzitting van deze rechtbank met gesloten deuren behandeld.

Hierbij zijn verschenen:

- mevrouw [A] en mevrouw [B ], namens Bureau Jeugdzorg;

- de moeder.

De minderjarige [minderjarige 3] is op 5 november 2013 in raadkamer gehoord.

Feiten

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 19 november 2012 de minderjarigen onder toezicht gesteld van 19 november 2012 tot 19 november 2013.

Voorts heeft de kinderrechter in deze rechtbank bij beschikking d.d. 24 juni 2013 aan Bureau Jeugdzorg machtiging verleend voornoemde minderjarige sub 1 gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor crisisopvang van 24 september 2013 tot

19 november 2013.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot verlenging van de ondertoezichtstelling voor de periode van één jaar, alsmede tot verlenging van de machtiging uithuisplaatsing van de minderjarige sub 1 voor de duur van de ondertoezichtstelling.

De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

De vader is conform de wettelijke vereisten opgeroepen, doch niet verschenen.

De minderjarige [minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld om te reageren op het verzoek, doch heeft daarvan geen gebruik gemaakt.

Mevrouw [A] heeft namens Bureau Jeugdzorg verklaard dat het een complexe situatie betreft met zowel gezinsproblematiek en eigen problematiek. Zij is van mening dat het in het belang is van de minderjarige [minderjarige 1] dat hij op de leefgroep blijft wonen en behandeling bij De Waag volgt. Voordat er sprake is van een terugplaatsing van [minderjarige 1] zal er eerst een veiligheidsplan moeten worden opgesteld. Nu daar nog geen aanzet toe is gegeven luidt het advies om [minderjarige 1] nog een jaar op de leefgroep te houden. Behandeling bij De Waag zal op termijn uit moeten wijzen welke thuissituatie het beste bij de minderjarige past. Voor wat betreft de andere minderjarigen blijft hulpverlening in het gedwongen kader geïndiceerd nu de ouders, vanwege de echtscheidingsproblematiek, niet in staat zijn om belangrijke beslissingen in het belang van de minderjarigen te nemen.

De moeder heeft meegedeeld dat zij van mening is dat de minderjarige [minderjarige 1] niet op zijn plek zit en dat er iets moet gebeuren. Zij heeft er geen bezwaar tegen als [minderjarige 1] bij zijn vader gaat wonen, want zoals het nu gaat is het niet goed. Destijds heeft zij ingestemd met de ondertoezichtstelling van de minderjarigen, maar zij heeft nu het gevoel dat het gezin, waar voorheen alles perfect geregeld was, uit elkaar dreigt te vallen. Zij zou graag zien dat de uithuisplaatsing van [minderjarige 1] voor een kortere duur wordt verlengd dan thans door Bureau Jeugdzorg is verzocht.

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:254, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn en dat het noodzakelijk is de ondertoezichtstelling te verlengen als verzocht.

Voorts is de kinderrechter van oordeel dat de in artikel 1:261, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een machtiging tot uithuisplaatsing voor de minderjarige sub 1 nog aanwezig zijn. Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat er sprake is van echtscheidingsproblematiek waardoor de minderjarigen heen en weer worden geslingerd tussen beide ouders en betrokken worden bij de strijd en de spanningen tussen de ouders. De minderjarigen laten signalen zien van loyaliteitsproblematiek door zich in meer of mindere mate af te zetten tegen één van de ouders. Voor met name de jongste twee minderjarigen is dit schadelijk voor hun ontwikkeling.

Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarigen van 19 november 2013 tot

19 november 2014 met behoud van de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland, zijnde een stichting zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg,

en

verlengt de aan de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland verleende machtiging de minderjarige sub 1 gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen van 19 november 2013 tot

19 november 2014, zijnde de duur van de ondertoezichtstelling, zulks ter effectuering van het aangehechte indicatiebesluit d.d. 15 oktober 2013;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. van Loenhoud, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 november 2013, in tegenwoordigheid van S.P.M. Flipse als griffier.

Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift bij de griffie van het Gerechtshof Den Haag.