Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:15097

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
29-10-2013
Datum publicatie
12-11-2013
Zaaknummer
C-09-443560 - JE RK 13-1343
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verzoek vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing alsmede verzoek vaststelling omgangsregeling en verzoek wijziging gezinsvoogd

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Kinderrechter

Rekestnummer: JE RK 13-1343

Zaaknummer: C/09/443560

Datum beschikking: 29 oktober 2013

Verzoek tot vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing / verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling / verzoek tot wijziging van gezinsvoogd

Beschikking op het op 27 mei 2013 ingekomen verzoekschrift van:

[A] ,

de moeder,

wonende te [woonplaats],

advocaat: mr. C.R.D. Kommer te Den Haag,

met betrekking tot de minderjarige:

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats];

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

1. De Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden,

(verder: Bureau Jeugdzorg),

2.[B],

de juridische vader,

wonende te [woonplaats],

3 [C],

de biologische vader,

wonende te [woonplaats].

Procedure

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • -

    het verzoekschrift, met als bijlage een kopie van de schriftelijke aanwijzing;

  • -

    de (fax)brief van Bureau Jeugdzorg d.d. 1 juli 2013, met bijlagen;

  • -

    de beschikking d.d. 2 juli 2013 van de kinderrechter in deze rechtbank waarbij de behandeling van het verzoek is aangehouden, waarvan de inhoud als hier ingelast dient te worden beschouwd;

  • -

    de reactie op de schriftelijke aanwijzing / verzoek tot wijziging gezinsvoogd van de moeder, binnen gekomen ter griffie op 2 augustus 2013;

  • -

    het forensisch psychologisch onderzoek d.d. 7 augustus 2013;

  • -

    een reactie op schriftelijke aanwijzing / verzoek tot wijziging gezinsvoogd d.d. 2 augustus 2013 van de zijde van de advocaat van de moeder;

  • -

    de aanvullende stukken van Bureau Jeugdzorg d.d. 17 oktober 2013;

  • -

    een reactie op schriftelijke aanwijzing wijziging omgangsregeling d.d. 25 oktober 2013 van de zijde van de advocaat van de biologische vader.

Op 29 oktober 2013 is de zaak opnieuw ter terechtzitting van deze rechtbank met gesloten

deuren behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. C.R.D. Kommer en door de heer Alvares, tolk in de Spaanse taal;

- de juridische vader;

- de biologische vader, bijgestaan door zijn advocaat mr. mr. J.L. Scheltens;

- de heer [X], namens Bureau Jeugdzorg;

- de heer [Y], namens Jeugdformaat.

Feiten

- De moeder en de juridische vader zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag.

- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 7 februari 2013 de ondertoezichtstelling van de minderjarige verlengd van 11 februari 2013 tot 6 februari 2014, met behoud van de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden als de stichting die de ondertoezichtstelling uitvoert.

- De minderjarige verblijft feitelijk bij de juridische vader.

- Bureau Jeugdzorg heeft de moeder een schriftelijke aanwijzing gegeven op 16 mei 2013, ertoe strekkende dat de onbegeleide omgang wordt omgezet in begeleide omgang totdat nader onderzoek, uitgevoerd door de Jutters, duidelijkheid geeft over de wijze waarop de omgang tussen de minderjarige en de moeder gestalte moet krijgen.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt er toe de schriftelijke aanwijzing geheel vervallen te verklaren en thans eveneens tot het vaststellen van een omgangsregeling en tot wijziging van de gezinsvoogd.

Bureau Jeugdzorg heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna - voor zover nodig - zal worden besproken.

De juridische vader heeft eveneens verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig - zal worden besproken.

Beoordeling

Mr. Kommer heeft ter zitting namens de moeder naar voren gebracht dat er zo spoedig mogelijk weer omgang dient te komen tussen de moeder en de minderjarige. Het liefst onbegeleid maar als dit niet mogelijk is dan begeleid bij de moeder thuis.

De moeder heeft in aanvulling op haar advocaat aangegeven dat zolang haar dochter bij de juridische vader verblijft, de problemen niet zullen verdwijnen. De enige die de minderjarige kan helpen is de moeder zelf, aldus de moeder.

Mr. Scheltens heeft namens de biologische vader eveneens gepleit tot het ongedaan maken van de schriftelijke aanwijzing. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat de relatie tussen de moeder en Bureau Jeugdzorg beschadigd is en dat de moeder hierdoor in de contramine zal zijn bij begeleide bezoeken. Door de minderjarige te onthouden van normaal contact met de moeder wordt de verwarring bij de minderjarige alleen maar meer gevoed. Onbegeleide bezoeken tussen de moeder en de minderjarige zal sneller leiden tot een verbetering in de relatie tussen de moeder en Bureau Jeugdzorg en tussen de moeder en de juridische vader. De moeder dient weliswaar te accepteren dat de minderjarige bij de juridische vader woont.

De minderjarige heeft zelf aangegeven moeite te hebben met de langere bezoeken aan moeder, maar dit kan ondervangen worden door dagdelen en kortere contacten.

De biologische vader heeft hier aan toegevoegd dat Bureau Jeugdzorg de schuld dat het met de minderjarige niet goed gaat ten onrechte bij moeder legt. De omgang tussen hem, moeder en de minderjarige is jarenlang goed gegaan. De problemen met de minderjarige hebben zich voorgedaan op een moment in haar leven dat ontzettend veel aan de hand was. [Z] kwam in die periode thuis bij moeder, wat ook spanning gaf.

De juridische vader heeft zich verzet tegen het verzochte. De minderjarige vertoont thans een broos herstel en volgens hem komt dit doordat de minderjarige rust heeft en doordat zij geen contact met haar moeder heeft. De juridische vader is van mening dat dit prille herstel zich dient voort te zetten, maar dat er uiteindelijk wel weer contact tussen de minderjarige en de moeder moet komen. De juridische vader acht op dit moment onbegeleide bezoeken tussen de moeder en de minderjarige niet in het belang van de minderjarige.

De heer [X] heeft ter zitting namens Bureau Jeugdzorg aangegeven dat hij het van belang acht dat er wederom een omgangsregeling tussen de moeder en de minderjarige komt, maar dat dit alleen met duidelijke afspraken mogelijk is. Doordat de onderlinge relaties nog problematisch verlopen dient gestart te worden met een beperkt bezoek van een uur bij Bureau Jeugdzorg. Daarnaast dient de moeder intensief begeleid te worden.

De heer [Y] heeft namens Jeugdformaat geopperd dat dit traject begeleid zou kunnen worden door de “Meedenkerij”. De “Meedenkerij” begeleidt contacten tussen ouders en kinderen ook buiten kantoortijden. De bezoeken vinden dan plaats op een neutrale plek.

De kinderrechter overweegt als volgt:

Schriftelijke aanwijzing

De kinderrechter stelt voorop dat de schriftelijke aanwijzing van BJZ een beschikking is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene Wet Bestuursrecht en dat toetsing van die beschikking ex nunc plaatsvindt.

Uit het dossier (waaronder de informatie van school en het evaluatieverslag van de Jutters) volgt dat de minderjarige enige tijd zorgelijk gedrag liet zien, concentratiestoornis, ondermaats presteren, dominant gedrag vertoont en zich controlerend opstelt. Ook thuis toont ze zorgelijk gedrag (plotselinge stemmingswisselingen en bedplassen). Uit de informatie van Jeugdformaat, die sinds 23 augustus 2011 begeleiding biedt volgt dat de minderjarige het meeste last ondervindt van de onderlinge verhoudingen tussen vader, moeder en de biologische vader. Zij voeren onderling strijd, die dagelijks onderwerp van gesprek is. Voorts heeft de minderjarige een aantal maal aan de ambulant medewerker signalen vertoond die erop duiden dat zij zich bij moeder onveilig voelt. Daarnaast blijkt dat moeder aan de ambulant medewerker zorgen heeft geuit over de omgang tussen de minderjarige en haar biologische vader.

Gelet op deze zorgelijke signalen heeft Bureau Jeugdzorg terecht met partijen de invulling van de omgangsregeling willen bespreken. In het gesprek op 25 april 2013 heeft Bureau Jeugdzorg een aantal voorstellen gedaan, waarop moeder – om haar moverende redenen – niet wenste in te gaan. Gelet op de problematiek van de minderjarige, de door haar vertoonde zorgelijke signalen en de opstelling van moeder, heeft Bureau Jeugdzorg op goede gronden besloten dat omgang tussen moeder en de minderjarige voortaan alleen begeleid zou dienen plaats te vinden.

Omdat moeder zich hierin niet kon vinden, heeft er inmiddels sinds 25 april 2013 geen omgang meer plaatsgevonden tussen moeder en de minderjarige. Tegen de achtergrond van deze situatie, waarin er derhalve meer dan een half jaar geen omgang plaatsvindt tussen moeder en de minderjarige, is de rechtbank van oordeel dat het weer opstarten van omgang alleen in begeleide vorm en gefaseerd in het belang van deze kwetsbare minderjarige is. Dit betekent derhalve ook dat het verzoek tot vervallen verklaring van de schriftelijke aanwijzing reeds daarom zal worden afgewezen.

Omgangsregeling

Gelet op de negatieve uitlatingen van de moeder in het gesprek van 25 april 2013 met Bureau Jeugdzorg alsook gedaan ter zitting met betrekking de acceptatie van het hoofdverblijf van de minderjarige bij de juridische vader, is het opstellen van een omgangsregeling waarbij de belangen van de minderjarige voorop staan doch ook haar kwetsbare positie niet uit het oog wordt verloren geen eenvoudige taak. Uit de adviezen van de Jutters, Jeugdformaat en het FPO volgt dat een omgangsregeling een duidelijk kader dient te hebben, er heldere en concrete afspraken dienen te worden gemaakt waaraan een ieder zich ook op de lange termijn strikt dient te houden. Zolang onduidelijk is of deze afspraken tussen partijen zijn te maken, is het opleggen van een omgangsregeling buiten de regie van Bureau Jeugdzorg om thans niet in het belang van de minderjarige. Het verzoek tot vaststellen van een omgangsregeling wordt dan ook afgewezen.

Partijen dienen bij het opstarten van de omgang te worden begeleid door het omgangshuis danwel de Meedenkerij, waarbij voor Bureau Jeugdzorg als “overall” regievoerder een taak is weggelegd.

Wijziging gezinsvoogd

Dit verzoek wordt eveneens afgewezen nu hiervoor een wettelijke grondslag ontbreekt. De moeder dient zich met een verzoek hiertoe te wenden tot Bureau Jeugdzorg zelf. De kinderrechter hecht er aan in dit verband op te merken dat de moeder na de uitspraak de zittingszaal boos heeft verlaten en daarbij de gezinsvoogd met haar vinger in zijn wang heeft geprikt. Moeder heeft daarmee de grens van het toelaatbare ruimschoots overschreden en de kinderrechter acht haar handelwijze zeer kwalijk en zorgelijk bovendien.

Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:

verklaart het verzoek tot vervallen verklaren van de schriftelijke aanwijzing ongegrond;

en

wijst af het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 oktober 2013, in tegenwoordigheid van J.A. van Soest als griffier.

Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift bij de griffie van het Gerechtshof te Den Haag.