Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:14903

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
04-04-2013
Datum publicatie
08-11-2013
Zaaknummer
VK-12_39497
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2014:520, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Mvv in het kader van gezinshereniging; eiseressen zijn meerderjarig; beoordeling of het vereiste van 'more than the normal emotional ties' kan worden gesteld in het kader van artikel 8 van het EVRM.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 12/39497

V-nummers: [nummer 1] en [nummer 2]

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen

[naam 1], eiseres 1, en

[naam 2], eiseres 2,

gezamenlijk te noemen: eiseressen,

gemachtigde: mr. A.J. Eertink,

en

de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder,

gemachtigde: mr. J.M. van Leeuwe-Hokke.

Procesverloop

Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 20 november 2012 (het bestreden besluit).

De behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden op 7 maart 2013. Eiseressen zijn ter zitting verschenen bij hun gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verder was aanwezig [naam 3], de vader van eiseressen (hierna te noemen: referent). Tevens was ter zitting aanwezig M. Erbek, tolk in de Turkse taal. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.

Eiseressen zijn geboren op [geboortedag 1] 1989, respectievelijk op [geboortedag 1]1993 en hebben de Turkse nationaliteit. Op 16 januari 2012 hebben eiseressen bij de Nederlandse vertegenwoordiging in Ankara verzocht om afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) in het kader van gezinshereniging. Op 24 september 2012 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen. Eiseressen hebben tegen deze afwijzing bezwaar gemaakt.

2.

Bij het bestreden besluit is het bezwaar van eiseressen ongegrond verklaard. Daarbij heeft verweerder overwogen dat niet is aangetoond dat eiseressen voor het vertrek van hun moeder en hun minderjarige broers en zusje naar Nederland nog bij hen woonden in Turkije. Het overgelegde uittreksel uit het bevolkingsregister is niet vertaald. Bovendien staat op dit uittreksel, dat dateert van 28 september 2012, dat de hele familie op hetzelfde adres in Turkije woont, terwijl de moeder en de andere kinderen sinds 24 juni 2012 in Nederland verblijven en referent al sinds vele jaren in Nederland verblijft. Verder blijft verweerder erbij dat niet is aangetoond dat de referent het feitelijk gezag over eiseressen draagt. Ook is volgens verweerder niet aangetoond dat referent wezenlijk heeft bijgedragen in de kosten van verzorging en opvoeding van eiseressen. Eiseressen hebben bovendien niet aannemelijk gemaakt dat hun achterlating een onevenredige hardheid oplevert, aldus verweerder. Verder stelt verweerder zich op het standpunt dat weigering van een mvv aan eiseressen geen schending van het recht op respect voor het gezinsleven, als bedoeld in artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) betekent. Verweerder licht dit aldus toe dat het bestaan van een meer dan de gebruikelijke band en afhankelijkheid (more than the normal emotional ties) tussen eiseressen en de overige gezinsleden niet aannemelijk is gemaakt, niet is gebleken van een objectieve belemmering om het gezinsleven elders uit te oefenen en er geen overige bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd. Tot slot acht verweerder het bezwaar kennelijk ongegrond. Om die reden heeft hij afgezien van het horen van de belanghebbenden in bezwaar.

3.

Eiseressen hebben in beroep gesteld dat verweerder ten onrechte geen betekenis heeft toegekend aan het uittreksel uit het bevolkingsregister. De moeder van eiseressen heeft willen voorkomen dat zij haar oudste dochters in het ouderlijk huis zou moeten achterlaten. Zij heeft tot het allerlaatste moment gewacht met het inreizen in Nederland. Uiteindelijk koos zij ervoor referent in Nederland steun en zorg te bieden die hij nodig had in verband met een ernstig arbeidsongeval. Eiseressen wijzen verder op de forse geldbedragen die referent in 2009 en 2010 heeft overgemaakt, die ook ten goede kwamen aan eiseressen. Sinds de komst van de moeder van eiseressen en de jongste kinderen, maakt referent het geld niet meer over per bank, maar geeft hij geld mee aan familie of bekenden die naar Turkije reizen, aldus eiseressen. Eiseressen verblijven nog steeds in de ouderlijke woning en volgen beiden onderwijs. Eiseressen stellen dat verweerder niet heeft onderkend dat zij als (zeer) jong volwassenen met hun moeder, broers en zusje samenwoonden in de ouderlijke woning in Turkije, tot het gezin van referent behoorden en nog geen eigen gezin hadden gesticht. Om die reden had het bestaan van more than the normal emotional ties niet als voorwaarde kunnen worden gesteld voor het aannemen van familylife in de zin van artikel 8 van het EVRM. Eiseressen vermelden in dit verband het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaak Boussara tegen Frankrijk (nr. 25672/07) en de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, van 20 juli 2012, AWB 11/24272 (JV 2012/419). Zelfs als verweerder had mogen toetsen of er more than the normal emotional ties waren tussen eiseressen en referent, had deze toets niet mogen worden aangelegd in de relatie tussen eiseressen en hun moeder en de andere kinderen, aldus eiseressen. Verweerder had verder bij zijn beoordeling moeten betrekken dat aan eiseressen eerder verblijf in Nederland was toegestaan. Eiseressen stellen tot slot dat zij ten onrechte niet zijn gehoord in bezwaar, nu hun bezwaren niet kennelijk ongegrond zijn.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4.

Allereerst staat ter beoordeling of verweerder op grond van het nationaal recht betreffende verruimde gezinshereniging aan eiseressen een mvv had moeten verlenen.

5.

Ingevolge artikel 3.24 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (hierna: Vb 2000), zoals dat gold ten tijde van belang, kan de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking verband houdend met gezinshereniging worden verleend aan een ander familielid van een Nederlander of van een vreemdeling met rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet, dan de echtgenoot of echtgenote, de al dan niet geregistreerde partner, of het minderjarige kind, indien:

a. de vreemdeling naar het oordeel van Onze Minister feitelijk behoort en reeds in het land van herkomst feitelijk behoorde tot het gezin van de persoon bij wie deze vreemdeling wil verblijven, en

b. de achterlating van de vreemdeling naar het oordeel van Onze Minister een onevenredige hardheid zou betekenen.

6.

Volgens de beleidsregels, neergelegd in hoofdstuk B2/6.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (hierna: Vc 2000), zoals die golden ten tijde van belang, zijn de volgende regels voor gezinshereniging van meerderjarige kinderen van toepassing. Het meerderjarige kind behoort niet langer feitelijk tot het gezin, indien de feitelijke gezinsband als verbroken kan worden beschouwd. Dit doet zich in elk geval voor in een of meer van de volgende omstandigheden:

- duurzame opneming in een ander gezin en degene bij wie verblijf wordt beoogd is niet meer belast met het (feitelijke) gezag over de vreemdeling;

- duurzame opneming in een ander gezin en degene bij wie verblijf wordt beoogd voorziet niet meer in de kosten van opvoeding en verzorging van de vreemdeling;

- de vreemdeling gaat zelfstandig wonen en in eigen onderhoud voorzien;

- de vreemdeling vormt een zelfstandig gezin door het aangaan van een huwelijk of relatie;

- de vreemdeling heeft de zorg of zorgplicht voor een (buitenechtelijk) kind, een pleeg- of adoptiekind of andere afhankelijke gezinsleden.

Duurzame opneming in een ander gezin is op zich onvoldoende om aan te nemen dat de feitelijke gezinsband is verbroken. Naast een duurzame opneming in een ander gezin moet er altijd sprake van zijn dat degene bij wie verblijf wordt beoogd niet meer is belast met het (feitelijke) gezag over de vreemdeling of niet meer voorziet in diens kosten van opvoeding en verzorging.

7.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder tot het oordeel kon komen dat de feitelijke gezinsband van eiseressen met referent was verbroken, nu onvoldoende is aangetoond dat referent is belast met het feitelijke gezag over eiseressen en voorziet in de kosten van hun opvoeding en verzorging. Dat referent sinds de overkomst van zijn echtgenote en de minderjarige kinderen naar Nederland, op 24 juni 2012, geen geld per bank heeft overgemaakt, maar heeft meegegeven aan familie of bekenden die naar Turkije reisden, is niet aannemelijk gemaakt. Bovendien blijkt uit de wel overgelegde bankafschriften dat betalingen langs deze weg tot november 2011 zijn gedaan. Verweerder kon voorts in redelijkheid komen tot het oordeel dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat achterlating van eiseressen in Turkije een onevenredige hardheid voor eiseressen zou betekenen.

8.

Vervolgens dient te worden beoordeeld of het niet-verlenen van een mvv een schending oplevert van artikel 8 van het EVRM.

9.

In artikel 8, eerste lid, van het EVRM is bepaald dat een ieder recht heeft op respect voor zijn familie-, gezins- of privé-leven. Ingevolge het tweede lid van dit artikel is geen inmenging van enig openbaar gezag in de uitoefening van dit recht toegestaan, dan voor zover bij wet is voorzien en in een democratische samenleving nodig is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare orde en het voorkomen van strafbare feiten, het economisch welzijn, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van rechten en vrijheden van anderen.

10.

Volgens vaste rechtspraak van het EHRM dient bij de beantwoording van de vraag of artikel 8 van het EVRM in een bepaald geval noopt tot toelating van een vreemdeling, een fair balance (een redelijk evenwicht) te worden gevonden tussen enerzijds de belangen van het betrokken individu en anderzijds het algemeen belang van de lidstaat. Bij deze afweging komt de betrokken lidstaat een zekere beoordelingsruimte toe. De rechter dient te toetsen of verweerder alle relevante feiten en omstandigheden in zijn belangenafweging heeft betrokken en, indien dit het geval is, of verweerder zich, gelet op de fair balance tussen de belangen, niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de inmenging van het recht van de vreemdeling op respect voor het familie- en gezinsleven gerechtvaardigd is. Deze maatstaf impliceert dat de toetsing door de rechter enigszins terughoudend dient te zijn.

11.

Volgens vaste rechtspraak van het EHRM (onder meer: Onur tegen het VK van 17 februari 2009, JV 2009/14) zal tussen ouders en meerderjarige kinderen sprake moeten zijn van more than the normal emotional ties (meer dan de gebruikelijke emotionele banden), alvorens toelating op grond van artikel 8 van het EVRM geboden is. Eiseressen hebben terecht aangevoerd dat deze aanvullende norm niet in alle gevallen gesteld kan worden. Onder meer uit het door eiseressen aangehaalde arrest van het EHRM inzake Bousarra tegen Frankrijk van 23 september 2010, maar ook uit het arrest in de zaak Osman tegen Denemarken van 14 juni 2011 (JV 2011/331), kan worden afgeleid dat bij jongvolwassenen die nog bij hun ouders verblijven en geen eigen gezin hebben gesticht, gezinsleven kan worden aangenomen. In het geval van eiseressen is niet in geschil dat zij tot het vertrek van hun moeder en hun minderjarige broers en zusje op 24 juni 2012 naar Nederland, in dat gezin in Turkije hebben verbleven. Anders dan verweerder, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat eiseressen sindsdien in een andere woning dan de ouderlijke woning zijn gaan wonen. Weliswaar prijken op het Turkse uittreksel uit het bevolkingsregister van november 2012 nog steeds de namen van referent en alle andere gezinsleden, maar gelet op de toelichting van referent ter zitting – de woning is (nog steeds) eigendom van referent en referent heeft de inschrijving in deze gemeente in Turkije mede om die reden gehandhaafd – ligt het niet voor de hand dat eiseressen in een andere woning in Turkije zijn gaan wonen. Eiseressen hebben gesteld dat zij zelf geen ander gezin hebben gesticht. Gelet op deze omstandigheden had verweerder bij zijn beoordeling in het kader van artikel 8 van het EVRM niet het vereiste van more than the normal emotional ties mogen betrekken.

12.

Het bestreden besluit is daarom onvoldoende deugdelijk gemotiveerd. Gelet op de bezwaargronden is het bezwaar bovendien niet aan te merken als kennelijk ongegrond. Om die reden zijn eiseressen ten onrechte niet in bezwaar gehoord. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit zal worden vernietigd, wegens strijd met artikel 7:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Verweerder dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

13.

Er is aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Deze kosten zijn op voet van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 944,00 in verband met het beroep (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 472,00 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat verweerder een nieuw besluit neemt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 944,00 (negenhonderdvierenveertig euro), te betalen aan eisers

- bepaalt dat verweerder het door eiseressen betaalde griffierecht, ad € 156,00 (honderdzesenvijftig euro), aan hen vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in tegenwoordigheid van R. de Pooter, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 april 2013.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.