Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:14321

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28-10-2013
Datum publicatie
28-10-2013
Zaaknummer
755068-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Celstraffen voor creditcard- en PGB-fraude

De rechtbank Den Haag heeft een man veroordeeld tot achttien maanden celstraf, waarvan zes voorwaardelijk, voor creditcardfraude en witwassen. Een medeplichtige vrouw krijgt voor creditcardfraude en sjoemelen met persoonsgebonden budgetten (PGB) acht maanden cel, waarvan vier voorwaardelijk. Haar man wordt vrijgesproken van medeplegen.

De rechtbank stelt vast dat de daders onder valse namen met via internet verkregen creditcardgegevens onder andere vliegtickets, speelgoed, auto-onderdelen en audioapparatuur hebben besteld. De vrouw heeft daarnaast handtekeningen vervalst onder PGB-papieren en daarbij foutieve informatie opgegeven. Ze heeft op die manier een bedrag van ongeveer 163.000 euro valselijk verantwoord en daarvan zelf ongeveer de helft ontvangen, zonder dat zij daar recht op had.

De echtgenoot van de vrouw werd verdacht van medeplegen van de creditcardfraude en het witwassen. De rechtbank ziet hiervoor onvoldoende bewijs. Zo kan onvoldoende vastgesteld worden in hoeverre deze man op de hoogte was van de aanwezigheid van de via fraude bestelde goederen in de woning en ook niet in hoeverre hij betrokken is geweest bij de verkoop van deze goederen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/755068-12

Datum uitspraak: 28 oktober 2013

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1974 te [geboorteplaats],

adres: [adres 1]

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 14 oktober 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J. Barensen en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. J.-F. Grégoire, advocaat te Den Haag, en door verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte is - na twee wijzigingen van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

1.

zij in of omstreeks de periode van 21 juni 2011 tot 23 juli 2012 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander(en), althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam (zoals bijvoorbeeld [valse naam 1] [V04/10] en/of [valse naam 2] [[bedrijf 1]] en/of [valse naam 3] en/of [valse naam 4] [[bedrijf 2]] en/of [valse naam 5] [AH/25, AH/26, AH/34]) en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

een of meer (rechts)personen (waaronder de [bedrijf 4] [dossier ICS] en/of [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3]) heeft bewogen tot de afgifte van een (groot) aantal goederen waaronder

- een playstation [[bedrijf 4]] en/of

- een aantal kledingstukken/artikelen [dossier [bedrijf 1], 18 juli 2011/21 juli 2011/3juli 2012] en/of

- een aantal speelgoedartikelen [dossier [bedrijf 2], 3 en/of 4 juli 2012]

hebbende verdachte en/of haar mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als rechtmatige eigenaar van een creditcard en/of

betaalmiddel door (creditcard)gegevens (personalia, nummers en/of codes)

behorende bij creditcards/betaalmiddelen van anderen dan zijzelf, te gebruiken

bij het bestellen van goederen en/of diensten en/of het doen van boekingen

(via internet) en/of (vervolgens)

- goederen te laten bezorgen op naam van anderen dan zijzelf en/of

waardoor bovenomschreven (rechts)personen werden bewogen tot afgifte van de

bovenomschreven goederen/diensten;

artikel 326 Wetboek van Strafrecht

EN/OF

zij in de periode van 21 juni 2011 tot 23 juli 2012 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening via een internetsite (meerdere) goederen, althans een playstation en/of een aantal kledingstukken en/of een aantal speelgoedartikelen in elk geval enig goed,

heeft besteld en/of laten afleveren, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan de leverancier van dat/die goed(eren) en/of houder van c.q. rechthebbende op de creditcard(gegevens), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s),

waarbij verdachte en/of haar mededader(s) zich de goederen en/of het goed, hebben toegeëigend door middel van een valse sleutel en/of een valse order, welke bestond uit het valselijk en/of in strijd met de waarheid invullen van een (gefingeerde en/of valse) naam en/of (wederrechtelijk toegeëigende) creditcardgegevens (van anderen dan zijzelf) op een en/of meerdere bestelsite(s);

art 311 Wetboek van Strafrecht

art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

zij in of omstreeks de periode van 21 juni 2011 tot 23 juli 2012 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, van één of meer voorwerp(en), te weten één of meer auto-onderdelen en/of autoradio's en/of één of meerdere autobanden en/of één of meerdere I-phones en/of een 'beatbox beats by Dr Dre' en/of andere electronica-appartuur/communicatie-apparatuur [bijlage 03/01 rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel], bestaande uit goederen die via internet zijn besteld en daarna zijn (door)verkocht,

en/of bestaande uit goederen die bij haar, verdachte in beslag zijn genomen [AH/18] zoals: 4x gigaset huistelefoon en/of een of meerdere koptelefoons, merk Dr Dre, en/of een boormachine (in doos aan "[valse naam 6]") en/of één of meerdere andere stukken gereedschap en/of pannensets en/of keukenapparatuur en/of auto-onderdelen en/of andere goederen,

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing heeft verborgen of verhuld, danwel heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op bovenomschreven voorwerp(en) was of wie bovenomschreven voorwerp(en) voorhanden had zulks terwijl verdachte wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven,

en/of

één of meer voorwerp(en), te weten één of meer auto-onderdelen en/of autoradio's en/of één of meerdere autobanden en/of één of meerdere I-phones en/of een 'beatbox beats by Dr Dre' en/of andere electronica-appartuur/communicatie-apparatuur[bijlage 03/01 rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel],bestaande uit goederen die via internet

zijn besteld en daarna zijn (door)verkocht,

en/of bestaande uit goederen die bij haar, verdachte in beslag zijn genomen [AH/18] zoals: 4x gigaset huistelefoon en/of een of meerdere koptelefoons, merk Dr Dre, en/of een boormachine (in doos aan "[valse naam 6]") en/of één of meerdere andere stukken gereedschap en/of pannensets en/of keukenapparatuur en/of auto-onderdelen en/of andere goederen,

heeft overgedragen, omgezet en/of gebruik gemaakt van bovenomschreven voorwerp(en) en/of deze voorhanden heeft gehad en/of deze heeft verworven, zulks terwijl verdachte wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven,

zulks terwijl zij, verdachte, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt;

art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

3.

zij in de periode van 21 juni 2011 tot 23 juli 2012 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen,

een of meerdere malen een (digitaal) geschrift op een bestel-site op internet, bestaande uit een naam en/of andere gegevens, elk zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen,

valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst,

immers heeft zij, toen en daar valselijk - immers opzettelijk in strijd met de waarheid - een gefingeerde naam en/of andere onjuiste gegevens ingevuld, zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken;

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

Zij,

op één of meer tijdstippen gelegen in de periode van 1 januari 2009 tot en met 4 maart 2011 te 's Gravenhage en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk (een) wijzigingsformulier(en) en/of (een) kwitantie(s) en/of (een) verantwoordingsformulieren en/of (een) bankafschrift(en) en/of (een) zorgovereenkomst(en)

waaronder (ondermeer)

A. (betreffende overleden PGB-houdster[pgb-ontvanger 1])

- een wijzigingsformulier d.d. 28 oktober 2009 (gedagtekend d.d. 17 oktober 2009) (pag. 132) en/of

- een bankafschrift (van de Fortisbank) d.d. 25 september 2009 (pag. 133) en/of

- een verantwoordingsformulier d.d. 2 augustus 2010(over de periode 1 januari 2010 tot en met 30 juni 2010) (pag. 137) en/of

B. (betreffende PGB-houdster [pgb-ontvanger 2])

- een verantwoordingsformulier d.d. 21 februari 2010 (pag. 153) en/of

- zes, althans een of meer kwitantie(s) (pag. 149-150) en/of

C. (betreffende PGB-houdster [pgb-ontvanger 3])

- tien, althans een of meer kwitantie(s) (pag. 184-187) en/of

- vier, althans een of meer verantwoordingsformulier(en) (pag. 188-195) en/of

D. (betreffende PGB-houdster [pgb-ontvanger 4])

- vier, althans een of meer verantwoordingsformulier(en) (pag. 309-316) en/of

- vijfentwintig, althans een of meer kwitantie(s) (pag. 302-304) en/of

E. (betreffende PGB-houder [pgb-ontvanger 5])

- drie, althans een of meer zorgovereenkomst(en) (pag. 241-254) en/of

- tweeëntwintig, althans een of meer (kopie(ën) kwitantie(s) (pag. 255-262) en/of

- vier, althans een of meer (kopie(ën) verantwoordingsformulier(en) (pag. 269-276) en/of

F. (betreffende PGB-houdster [pgb-ontvanger 6])

- negen, althans een of meer kwitantie(s) (pag. 369-371) en/of

- twee, althans een of meer verantwoordingsformulier(en) (pag. 372-375),

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

(telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of vervalst, en/althans valselijk heeft/hebben doen en/of laten opmaken en/of doen en/of laten vervalsen door (een) ander(en),

immers heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader(s) (telkens) valselijk in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -

met betrekking tot de (overleden) PGB-houdster[pgb-ontvanger 1]

- op voornoemd wijzigingsformulier haar, verdachtes, eigen bankrekeningnummer,

althans een ander bankrekeningnummer en/of (woon)adres dan het bankrekeningnummer en/of het (woon)adres van de PGB-houdster ingevuld/vermeld en/of laten invullen/vermelden en/of voornoemd formulier van een handtekening (laten) voorzien welke moest doorgaan voor de handtekening van die[pgb-ontvanger 1], zulks terwijl voornoemd PGB-houdster reeds was overleden en/of

- op voornoemd(e) (kopie) bankafschrift het bankrekeningnummer en/of een of

meer datum/data en/of een of meer bedrag(en) en/of een of meer

omschrijving(en) gewijzigd en/of laten wijzigen en/of

- op voornoemd verantwoordingsformulier d.d. 2 augustus 2010 (over de periode

1 januari 2010 tot en met 30 juni 2010) een geldbedrag (van 3.485,17 euro)

ingevuld en/of laten invullen en/of voornoemd formulier van een handtekening

(laten) voorzien welke moest doorgaan voor de handtekening van die[pgb-ontvanger 1],

zulks terwijl voornoemd PGB-houdster reeds was overleden, en/of

met betrekking tot de PGB-houdster [pgb-ontvanger 2]

- op voornoemd verantwoordingsformulier een geldbedrag (van 11.251,30 euro en als zijnde aan haar, verdachte, betaald voor verleende zorg) ingevuld en/of heeft laten invullen terwijl voornoemd geldbedrag nimmer, althans niet in die omvang, aan haar, verdachte, was betaald en/of

-op voornoemde kwitantie(s) (telkens) een (of meer) geldbedrag(en) (van in totaal (ongeveer) 27.612,68 euro) ingevuld en/of laten invullen, als zijnde aan [pgb-ontvanger 7] betaald, terwijl die [pgb-ontvanger 7] dat/die geldbedrag(en) nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen

en/of

met betrekking tot de PGB-houdster [pgb-ontvanger 3]

- op voornoemde kwitantie(s) (telkens) een (of meer) geldbedrag(en) (van in totaal (ongeveer) 16.189,97 euro) ingevuld en/of laten invullen, als zijnde aan haar, verdachte, uitbetaald, terwijl zij, verdachte, dat/die geldbedrag(en) nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen en/of

- op voornoemd(e) verantwoordingsformulier(en) (telkens) een (of meer) geldbedrag(en) (van in totaal (ongeveer) 20.937,08 euro) ingevuld en/of laten invullen als zijnde aan haar, verdachte, uitbetaald, terwijl zij, verdachte, dat/die geldbedrag(en) nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen,

en/of

met betrekking tot de PGB-houdster [pgb-ontvanger 4]

- op voornoemd(e) verantwoordingsformulier(en) (telkens) een (of meer) geldbedrag(en) (van in totaal (ongeveer) 78.195,11 euro) ingevuld en/of laten invullen als zijnde aan haar, verdachte, en/of aan [pgb-ontvanger 8] uitbetaald, terwijl zij, verdachte, en/of die [pgb-ontvanger 8] dat/die geldbedrag(en) nimmer, althans niet in die omvang, had/hadden ontvangen en/of voornoemd(e) verantwoordingsformulier(en) van een handtekening (laten) voorzien welke moest doorgaan voor de handtekening van die [pgb-ontvanger 4] en/of

- op voornoemde kwitantie(s) (telkens) een (of meer) geldbedrag(en) (van in totaal (ongeveer) 58.352,84 euro) ingevuld en/of laten invullen als zijnde aan haar, verdachte, en/of aan [pgb-ontvanger 8] uitbetaald, terwijl zij, verdachte, en/of die [pgb-ontvanger 8] dat/die geldbedrag(en) nimmer, althans niet in die omvang, had/hadden ontvangen en/of voornoemde kwitantie(s) van een handtekening (laten) voorzien welke moest doorgaan voor de handtekening van die [pgb-ontvanger 4],

en/of

met betrekking tot de PGB-houder [pgb-ontvanger 5]

- In/op voornoemde zorgovereenkomsten (een) handtekening(en) geplaatst welke moest(en) doorgaan voor die van [pgb-ontvanger 8] en/of daarin (een vaste) tijdstip(pen) ingevuld, terwijl op dat/die tijdstip(pen) geen, althans minder zorg was verleend en/of

- op voornoemde (kopie(ën) kwitantie(s) (telkens) een (of meer) geldbedrag(en) (van in totaal (ongeveer) 34.578,70 euro) ingevuld en/of laten invullen als zijnde aan [pgb-ontvanger 8] uitbetaald, terwijl die [pgb-ontvanger 8] dat/die geldbedrag(en) nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen en/of

- op voornoemd(e) kopie(ën) verantwoordingsformulier(en) (telkens) een (of meer) geldbedrag(en) (van in totaal (ongeveer) 47.556,52 euro) ingevuld en/of laten invullen als zijnde aan [pgb-ontvanger 8] uitbetaald, terwijl die [pgb-ontvanger 8] dat/die geldbedrag(en) nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen,

en/of

met betrekking tot de PGB-houdster [pgb-ontvanger 6]

- op voornoemde kwitantie(s) (telkens) een (of meer) geldbedrag(en) (van in totaal (ongeveer) 4.805,99 euro) ingevuld en/of laten invullen als zijnde aan haar, verdachte, uitbetaald, terwijl zij, verdachte, dat/die geldbedrag(en) nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen en/of

- op voornoemd(e) verantwoordingsformulier(en) (telkens) een (of meer) geldbedrag(en) (van in totaal (ongeveer) 5.094,36 euro) ingevuld en/of laten invullen als zijnde aan haar, verdachte, uitbetaald, terwijl zij, verdachte, dat/die geldbedrag(en) nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of (door anderen) doen gebruiken;

Artikel 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Artikel 47 Wetboek van Strafrecht

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

Zij,

op één of meer tijdstippen gelegen in de periode van 1 januari 2009 tot en met 4 maart 2011 te 's Gravenhage en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens)

opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt, althans doen of laten maken van het/de hierna te noemen geschrift(en) als ware(n) dat/die geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst en/of (telkens) opzettelijk het/de hierna te noemen geschrift(en) heeft/hebben afgeleverd, althans heeft/hebben doen of laten afleveren en/of voorhanden heeft/hebben gehad, terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens) wist(en) of redelijkerwijze moest(en)

vermoeden dat dat/die geschrift(en) bestemd was/waren voor gebruik als echt en onvervalst,

te weten ondermeer

A.(betreffende overleden PGB-houdster[pgb-ontvanger 1])

- een wijzigingsformulier d.d. 28 oktober 2009 (gedagtekend d.d.

17 oktober 2009) (pag. 132) en/of

- een bankafschrift (van de Fortisbank) d.d. 25 september 2009

(pag. 133) en/of

- een verantwoordingsformulier d.d. 2 augustus 2010 (over de periode 1 januari

2010 tot en met 30 juni 2010) (pag. 137) en/of

B.(betreffende PGB-houdster [pgb-ontvanger 2])

- een verantwoordingsformulier d.d. 21 februari 2010 (pag. 153) en/of

- zes, althans een of meer kwitantie(s) (pag. 149-150) en/of

C.(betreffende PGB-houdster [pgb-ontvanger 3])

- tien, althans een of meer kwitantie(s) (pag. 184-187) en/of

- vier, althans een of meer verantwoordingsformulier(en)

(pag. 188-195) en/of

D.(betreffende PGB-houdster [pgb-ontvanger 4])

- vier, althans een of meer verantwoordingsformulier(en) (pag. 309-316) en/of

- vijfentwintig, althans een of meer kwitantie(s) (pag. 302-304) en/of

E. (betreffende PGB-houder [pgb-ontvanger 5])

- drie, althans een of meer zorgovereenkomst(en) (pag. 241-254) en/of

- tweeëntwintig, althans een of meer (kopie(ën) kwitantie(s) (pag. 255-262)

en/of

- vier, althans een of meer (kopie(ën) verantwoordingsformulier(en) (pag.

269-276) en/of

F.(betreffende PGB-houdster [pgb-ontvanger 6])

- negen, althans een of meer kwitantie(s) (pag. 369-371) en/of

- twee, althans een of meer verantwoordingsformulier(en) (pag. 372-375),

(elk) zijnde (een) geschrift(en) die/dat bestemd waren/was om tot bewijs van

enig feit te dienen,

bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat zij, verdachte, en/of (een

van) haar mededader(s) (telkens) valselijk

met betrekking tot de (overleden) PGB-houdster[pgb-ontvanger 1]

- op voornoemd wijzigingsformulier haar, verdachtes, eigen bankrekeningnummer,

althans een ander bankrekeningnummer en/of (woon)adres dan het bankrekeningnummer en/of het (woon)adres van de PGB-houdster heeft/hebben ingevuld/vermeld en/of heeft/hebben laten invullen/vermelden en/of voornoemd formulier van een handtekening heeft/hebben (laten) voorzien welke moest doorgaan voor de handtekening van die[pgb-ontvanger 1], zulks terwijl voornoemd PGB-houdster reeds was overleden en/of

- op voornoemd(e) (kopie) bankafschrift het bankrekeningnummer en/of een of meer datum/data en/of een of meer bedrag(en) en/of een of meer omschrijving(en) heeft/hebben gewijzigd en/of heeft/hebben laten wijzigen en/of

- op voornoemd verantwoordingsformulier d.d. 2 augustus 2010 (over de periode 1 januari 2010 tot en met 30 juni 2010) een geldbedrag (van 3.485,17 euro) heeft/hebben ingevuld en/of heeft/hebben laten invullen en/of voornoemd formulier van een handtekening heeft/hebben (laten) voorzien welke moest doorgaan voor de handtekening van die[pgb-ontvanger 1], zulks terwijl voornoemd PGB-houdster reeds was overleden,

en/of

met betrekking tot de PGB-houdster [pgb-ontvanger 2]

- op voornoemd verantwoordingsformulier een geldbedrag (van 11.251,30 euro en als zijnde aan haar, verdachte, betaald voor verleende zorg) heeft/hebben ingevuld en/of heeft/hebben laten invullen terwijl voornoemd geldbedrag nimmer, althans niet in die omvang, aan haar, verdachte, was betaald en/of

- op voornoemde kwitantie(s) (telkens) een (of meer) geldbedrag(en) (van in totaal (ongeveer) 27.612,68 euro) heeft/hebben ingevuld en/of heeft/hebben laten invullen, als zijnde aan [pgb-ontvanger 7] betaald, terwijl die [pgb-ontvanger 7] dat/die geldbedrag(en) nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen

en/of

met betrekking tot de PGB-houdster [pgb-ontvanger 3]

- op voornoemde kwitantie(s) (telkens) een (of meer) geldbedrag(en) (van in totaal (ongeveer) 16.189,97 euro) heeft/hebben ingevuld en/of heeft/hebben laten invullen, als zijnde aan haar, verdachte, uitbetaald, terwijl zij, verdachte, dat/die geldbedrag(en) nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen en/of

- op voornoemd(e) verantwoordingsformulier(en) (telkens) een (of meer) geldbedrag(en) (van in totaal (ongeveer) 20.937,08 euro) heeft/hebben ingevuld en/of heeft/hebben laten invullen als zijnde aan haar, verdachte, uitbetaald, terwijl zij, verdachte, dat/die geldbedrag(en) nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen,

en/of

met betrekking tot de PGB-houdster [pgb-ontvanger 4]

- op voornoemd(e) verantwoordingsformulier(en) (telkens) een (of meer) geldbedrag(en) (van in totaal (ongeveer) 78.195,11 euro) heeft/hebben ingevuld en/of heeft/hebben laten invullen als zijnde aan haar, verdachte, en/of aan [pgb-ontvanger 8] uitbetaald, terwijl zij, verdachte, en/of die [pgb-ontvanger 8] dat/die geldbedrag(en) nimmer, althans niet in die omvang, had/hadden ontvangen en/of voornoemd(e) verantwoordingsformulier(en) van een handtekening (laten) voorzien welke moest doorgaan voor de handtekening van die [pgb-ontvanger 4] en/of

- op voornoemde kwitantie(s) (telkens) een (of meer) geldbedrag(en) (van in totaal (ongeveer) 58.352,84 euro) heeft/hebben ingevuld en/of heeft/hebben laten invullen als zijnde aan haar, verdachte, en/of aan [pgb-ontvanger 8] uitbetaald, terwijl zij, verdachte, en/of die [pgb-ontvanger 8] dat/die geldbedrag(en) nimmer, althans niet in die omvang, had/hadden ontvangen en/of voornoemde kwitantie(s) van een handtekening (laten) voorzien welke moest doorgaan voor de handtekening van die [pgb-ontvanger 4],

en/of

met betrekking tot de PGB-houder [pgb-ontvanger 5]

- In/op voornoemde zorgovereenkomsten (een) handtekening(en) geplaatst welke moest(en) doorgaan voor die van [pgb-ontvanger 8] en/of daarin (een vaste) tijdstip(pen) ingevuld, terwijl op dat/die tijdstip(pen) geen, althans minder zorg was verleend en/of

- op voornoemde (kopie(ën) kwitantie(s) (telkens) een (of meer) geldbedrag(en) (van in totaal (ongeveer) 34.578,70 euro) heeft/hebben ingevuld en/of heeft/hebben laten invullen als zijnde aan [pgb-ontvanger 8] uitbetaald, terwijl die [pgb-ontvanger 8] dat/die geldbedrag(en) nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen en/of

- op voornoemd(e) kopie(ën) verantwoordingsformulier(en) (telkens) een (of meer) geldbedrag(en) (van in totaal (ongeveer) 47.556,52 euro) heeft/hebben ingevuld en/of heeft/hebben laten invullen als zijnde aan [pgb-ontvanger 8] uitbetaald, terwijl die [pgb-ontvanger 8] dat/die geldbedrag(en) nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen,

en/of

met betrekking tot de PGB-houdster [pgb-ontvanger 6]

- op voornoemde kwitantie(s) (telkens) een (of meer) geldbedrag(en) (van in totaal (ongeveer) 4.805,99 euro) heeft/hebben ingevuld en/of heeft/hebben laten invullen als zijnde aan haar, verdachte, uitbetaald, terwijl zij, verdachte, dat/die geldbedrag(en) nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen en/of

- op voornoemd(e) verantwoordingsformulier(en) (telkens) een (of meer) geldbedrag(en) (van in totaal (ongeveer) 5.094,36 euro) heeft/hebben ingevuld en/of heeft/hebben laten invullen als zijnde aan haar, verdachte, uitbetaald, terwijl zij, verdachte, dat/die geldbedrag(en) nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen,

en bestaande dat opzettelijk gebruikmaken, althans gebruik doen of laten maken

en/of dat opzettelijk voorhanden hebben en/of dat opzettelijk afleveren,

althans doen of laten afleveren, hieruit dat zij, verdachte, en/of haar

mededader(s) (telkens) opzettelijk voornoemd(e) geschrift(en) heeft/hebben

overhandigd en/of opgestuurd en/of ingezonden, althans laten overhandigen

en/of opsturen en/of inzenden aan CZ Zorgkantoor B.V., althans aan een derde,

teneinde de aan de bovengenoemde PGB-houders toekomende PGB-uitkeringen te

ontvangen en/of de reeds aan die PGB-houders toegekende PGB-uitkeringen te

verantwoorden;

Artikel 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

Artikel 47 Wetboek van Strafrecht

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

3 Geldigheid dagvaarding – feiten 1 en 3

Feit 1

De officier van justitie heeft ter terechtzitting toegelicht dat de tenlastelegging met betrekking tot feit 1 - gelet op de gebruikte terminologie (zoals ‘zoals bijvoorbeeld’ en ‘waaronder’) is bedoeld als een verzamelfeit, waarbij drie specifieke gevallen nader zijn geconcretiseerd.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, als al sprake is van een verzamelfeit, verdachte dient te worden vrijgesproken van alle andere oplichtingen dan die drie die in de tenlastelegging nader zijn geconcretiseerd.

De rechtbank is van oordeel dat de dagvaarding, voor zover deze ziet op andere oplichtingen dan de drie die nader in de tenlastelegging zijn geconcretiseerd, op grond van de tekst van de tenlastelegging, mede bezien in verband met de inhoud van het strafdossier - waarin sprake is van een grote hoeveelheid aangiftes van misbruik van creditcardgegevens - onvoldoende duidelijk en concreet is met betrekking tot de vraag ter zake van welke specifieke feiten verdachte zich dient te verdedigen. Om die reden voldoet de omschrijving van het onder 1 tenlastegelegde niet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering en zal de rechtbank de dagvaarding daarom met betrekking tot feit 1 nietig verklaren voor zover het, door gebruik van woorden zoals “bijvoorbeeld” en “waaronder”, ziet op meer en andere feiten dan geconcretiseerd.

Feit 3

De rechtbank zal de dagvaarding ten aanzien van feit 3 – conform de vordering van de officier van justitie en het standpunt van de raadsman – nietig verklaren, aangezien dit feit onvoldoende feitelijk is omschreven en om die reden niet voldoet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering.

4 Bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding

Onderzoek Steeneik – feiten 1 en 21

Op verzoek van het Fraude Meldpunt werd medio oktober 2011 een informatie onderzoek ingesteld naar een creditcardfraude–zaak, waarbij de verdachten met (gestolen) buitenlandse creditcardgegevens online aankopen hebben gedaan bij verschillende binnen- en buitenlandse internetwinkels. Bij de aankopen werden namen opgegeven van veelal niet identificeerbare en vermoedelijk niet bestaande personen. De aankopen werden door koeriersdiensten bezorgd op twee adressen in Den Haag, te weten de [adres 2] en de [adres 1].2 Bij het vervolgens in mei 2012 gestarte opsporingsonderzoek ‘Steeneik’ is onder meer gebleken dat verdachte de bewoonster was van het adres [adres 1] in Den Haag3, dat de medeverdachte [medeverdachte 1] de bewoner was van het adres [adres 2] in Den Haag4 en dat de medeverdachte [medeverdachte 2], de partner van verdachte, stond ingeschreven op het adres [adres 2] in Den Haag, maar tevens op het adres [adres 1] in Den Haag verbleef.5 Tevens is gebleken dat via IP-adressen, e-mailadressen en telefoonnummers, die waren te koppelen aan één van beide adressen, met grote regelmaat goederen te koop werden aangeboden op de website www.marktplaats.nl.6

De eerste vraag die thans aan de rechtbank ter beantwoording voorligt, is of verdachte zich – kort gezegd – heeft schuldig gemaakt aan (het medeplegen van) oplichting en/of diefstal met een valse sleutel door onder een valse naam en met gebruikmaking van andermans creditcardgegevens goederen te bestellen op het internet en die thuis te laten bezorgen (feit 1 eerste en tweede cumulatief/alternatief).

De tweede vraag die thans aan de rechtbank ter beantwoording voorligt, is of verdachte zich – kort gezegd – heeft schuldig gemaakt aan (het medeplegen van) (gewoonte)witwassen van diverse door de creditcardfraude verkregen goederen. Deze vraag valt uiteen in drie categorieën goederen, te weten 1) de goederen die via het internet zijn (door)verkocht, 2) de goederen die bij de doorzoeking in de woning van verdachte in beslag zijn genomen en die door haarzelf zijn besteld (feit 2 eerste cumulatief/alternatief) en 3) de goederen die bij de doorzoeking in de woning van verdachte in beslag zijn genomen en die door de medeverdachte [medeverdachte 1] zijn besteld (feit 2 tweede cumulatief/alternatief).

Onderzoek Rollator – feiten 4 en 57

Bij CZ Zorgverzekeraar was geconstateerd dat aan een budgethouder van een persoonsgebonden budget (hierna: PGB) gelden waren uitgekeerd op een tijdstip dat de budgethouder al was overleden. Naar aanleiding daarvan werd door het Bureau Bijzonder Onderzoek van CZ Zorgverzekeraar een onderzoek ingesteld over het tijdvak tussen 1 januari 2009 en 1 augustus 2011. Hierbij bleek onder andere dat PGB’s waren aangevraagd door en verstrekt aan een aantal personen die een onderlinge relatie met elkaar hebben. Tevens bleek dat bij deze budgethouders zorg werd verleend door drie, steeds dezelfde personen (onder wie verdachte) die steeds, onder meer door hetzelfde adres, ook aan de budgethouders te relateren waren. Uit het ingestelde onderzoek is het vermoeden ontstaan dat bescheiden, zoals wijzigingsformulieren, verantwoordingsformulieren, kwitanties en bankafschriften valselijk waren ingevuld en ondertekend.8

De vraag die thans aan de rechtbank ter beantwoording voorligt, is of verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het (medeplegen van) deze PGB-fraude door – kort gezegd – met betrekking tot zes nader gespecificeerde budgethouders diverse formulieren valselijk op te maken (feit 4) en deze formulieren vervolgens te gebruiken door deze in te zenden naar CZ (feit 5).

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

Onderzoek Steeneik – feiten 1 en 2

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit en dat verdachte vrij zal worden gesproken van het onder 1 tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit.

Ten aanzien van het onder 2 eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit heeft de officier van justitie zich met betrekking tot de goederen, die via internet werden (door)verkocht, op het standpunt gesteld dat sprake is geweest van witwassen door verdachte, voor zover deze goederen door de medeverdachte [medeverdachte 2] werden (door)verkocht. Met betrekking tot de goederen die in de woning van verdachte in beslag zijn genomen en die door haarzelf waren besteld, heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is geweest van witwassen, omdat geen zogenoemde verhullende handelingen hebben plaatsgevonden.

Ten aanzien van het onder 2 tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen door het voorhanden hebben van de goederen die door [medeverdachte 1] waren besteld en op haar adres werden afgeleverd, omdat deze goederen niet door eigen misdrijf zijn verkregen. Met betrekking tot de goederen die door verdachte zelf waren besteld, heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is geweest van witwassen, omdat het voorhanden hebben van goederen die door eigen misdrijf zijn verkregen volgens jurisprudentie van de Hoge Raad geen witwassen oplevert.

Gelet op het patroon, de tijdsduur en de intensiteit is naar de mening van de officier van justitie bovendien sprake geweest van gewoontewitwassen.

Onderzoek Rollator – feiten 4 en 5

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte (partieel) dient te worden vrijgesproken van de haar onder 4 en 5 ten laste gelegde feiten, voor zover het betreft de onderdelen die betrekking hebben op de budgethouder[pgb-ontvanger 1]. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte heeft ontkend zich schuldig te hebben gemaakt aan de PGB-fraude met betrekking tot deze budgethouder en dat de handschriften op de betreffende formulieren niet overeen lijken te komen met het handschrift van verdachte, zoals waar te nemen op de formulieren die zijn ingevuld in de zaken met betrekking tot de overige budgethouders.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de feiten 4 en 5 met betrekking tot de overige vijf budgethouders wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

4.3

Het standpunt van de verdediging

Onderzoek Steeneik – feiten 1 en 2

De raadsman heeft zich met betrekking tot het onder 1 eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Met betrekking tot het onder 1 tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat ontslag van alle rechtsvervolging dient te volgen, omdat dit feit niet voldoet aan de wettelijke delictsomschrijving van diefstal, aangezien het bestanddeel ‘wegnemen’ daarin niet is opgenomen.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het haar onder 2 eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit. Hij heeft daartoe met betrekking tot de via het internet bestelde en doorverkochte goederen aangevoerd dat dit door de medeverdachte [medeverdachte 1] is gedaan en dat verdachte daarmee niets van doen had. Met betrekking tot de bij verdachte in beslag genomen goederen heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte weliswaar heeft bekend dat een deel daarvan ‘niet eerlijk’ was verkregen, maar dat voor witwassen sprake moet zijn van een verbergen of verhullen van de werkelijke aard, herkomst, etc van deze goederen. Verdachte heeft de goederen zelf gebruikt en dat levert geen verbergen of verhullen op. Met betrekking tot de goederen, die verdachte op haar woonadres zou hebben aangenomen voor anderen dan wel voor zichzelf, heeft de raadsman aangevoerd dat zich in het dossier geen bewijs bevindt welk goederen voor wie bestemd was en of dit al dan niet ‘eerlijk’ was verkregen.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van het onder 2 tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit ontslag van alle rechtsvervolging dient te volgen, omdat kennelijk is gepoogd artikel 420bis lid 1 sub b van het Wetboek van Strafrecht ten laste te leggen, maar hetgeen ten laste is gelegd niet aan enige wettelijke delictsomschrijving voldoet en in ieder geval de periode en de pleegplaats ontbreken.

Onderzoek Rollator – feiten 4 en 5

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte (partieel) dient te worden vrijgesproken van de haar onder 4 en 5 ten laste gelegde feiten, voor zover het betreft de onderdelen die betrekking hebben op de budgethouder[pgb-ontvanger 1]. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte heeft ontkend één van deze formulieren te hebben opgemaakt en/of geld van het PGB van[pgb-ontvanger 1] te hebben ontvangen. Verdachte had in de betreffende periode, wegens haar persoonlijke problematiek, haar administratie en bankpas afgegeven aan haar ex-partner.

De raadsman heeft zich met betrekking tot de overige vijf budgethouders, zoals ten laste gelegd in de feiten 4 en 5, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.4

De beoordeling van de tenlastelegging

Onderzoek Steeneik – feiten 1 en 2

De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot de inhoud van het onder 1 eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit kan worden volstaan met een opgave van bewijsmiddelen, zoals genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend, zij nadien niet anders heeft verklaard en de raadsman van verdachte geen vrijspraak heeft bepleit.

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

 Playstation – Free Record Shop

  • -

    het proces-verbaal van aangifte door [aangever 1] d.d. 18 juli 2012 en de bijbehorende bijlage 1 (ZD ICS, p. 9-19) en

  • -

    de eigen verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 oktober 2013

 Kledingstukken - [bedrijf 1]

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 juli 2012 ([bedrijf 1], p. 7-8);

  • -

    de eigen verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 oktober 2013 en

  • -

    het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 13 september 2012 ([bedrijf 1], p. 49-50).

 Speelgoedartikelen – [bedrijf 2]

  • -

    het proces-verbaal van aangifte door [aangever 2] d.d. 6 juli 2012 [bedrijf 2], p. 21-25);

  • -

    de eigen verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 oktober 2013 en

  • -

    het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 30 juli 2012 [bedrijf 2], p. 51-52).

De rechtbank acht op grond van het vorenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de haar onder 1 eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde feiten, zoals hierna, onder 4.5, nader weergegeven.

De rechtbank zal verdachte ten aanzien van het onder 1 tweede cumulatief/alternatief evenwel ontslaan van alle rechtsvervolging, omdat hetgeen ten laste is gelegd niet aan enige wettelijke delictsomschrijving voldoet; meer in het bijzonder niet aan de delictsomschrijving van artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht, nu het bestanddeel ‘wegneemt’ ontbreekt.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het haar onder 2 ten laste gelegde feit.

Met betrekking tot de goederen die via het internet zouden zijn besteld en doorverkocht, overweegt de rechtbank dat, indien en voor zover al vast zou komen te staan dat deze goederen zijn doorverkocht, dit is gedaan door de medeverdachte [medeverdachte 1] en dat op grond van het dossier niet kan worden vastgesteld dat daarbij sprake is geweest van medeplegen door verdachte.

Met betrekking tot de goederen die bij verdachte in beslag zijn genomen, overweegt de rechtbank dat het volgens vaste jurisprudentie niet mogelijk is om goederen die afkomstig zijn uit een eigen misdrijf wit te wassen enkel door het voorhanden hebben daarvan (HR 26 oktober 2010, LJN: BM4440). Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is vast komen te staan dat de medeverdachte [medeverdachte 1] aan verdachte heeft geleerd hoe zij aan de valse creditcard-gegevens kon komen en daarmee vervolgens bestellingen kon plaatsen. Tevens staat vast dat [medeverdachte 1] verdachte wel eens hielp bij het afronden van bestellingen, indien haar dit zelf niet lukte. Ten slotte hebben verdachte en [medeverdachte 1] over en weer goederen op elkaars adres besteld, die aldaar door die ander werden aangenomen. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee sprake geweest van een dusdanig nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] dat sprake is geweest van medeplegen. Dit betekent dat niet alleen voor de door verdachte zelf bestelde goederen, maar ook voor de (mogelijkerwijs) door [medeverdachte 1] bestelde goederen, die in de woning van verdachte werden aangetroffen, heeft te gelden dat deze uit eigen misdrijf afkomstig waren.

Onderzoek Rollator – feiten 4 en 5

De rechtbank zal verdachte – conform de eis van de officier van de officier van justitie en het standpunt van de raadsman – (partieel) vrijspreken van de onder 4 en 5 ten laste gelegde feiten voor zover deze feiten betrekking hebben op de budgethouder[pgb-ontvanger 1], nu op grond van het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte degene is geweest die de in de tenlastelegging genoemde formulieren heeft opgemaakt en/of ondertekend.

De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot de overige inhoud van de onder 4 en 5 ten laste gelegde feiten kan worden volstaan met een opgave van bewijsmiddelen, zoals genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend, zij nadien niet anders heeft verklaard en de raadsman van verdachte geen vrijspraak heeft bepleit.

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

  • -

    het proces-verbaal van aangifte door [aangever 3] d.d. 27 maart 2012 (p. 33-36) en de bijbehorende rapportage (p. 37-91);

  • -

    de geschriften zoals genoemd in de bewezenverklaring en zoals weergegeven op de aldaar vermelde pagina´s;

  • -

    de eigen verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 oktober 2013 en

  • -

    de processen-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 21 augustus 2012 (p. 1010-1013), d.d. 22 augustus 2012 (p. 1014-1021), d.d. 22 augustus 2012 (p. 1022-1025) en d.d. 23 augustus 2012 (p. 1026-1028).

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat verdachte:

1.

in de periode van 21 juni 2011 tot 23 juli 2012 te ’s-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam (zoals [valse naam 1] en [valse naam 2] en [valse naam 3] en [valse naam 4]) en een valse hoedanigheid,

rechtspersonen (de [bedrijf 4] en [bedrijf 1] en [bedrijf 2]) heeft bewogen tot de afgifte van goederen:

- een PlayStation [[bedrijf 4]] en

- een aantal kledingstukken [[bedrijf 1], 18 juli 2011, 21 juli 2011 en 3 juli 2012] en

- een aantal speelgoedartikelen [[bedrijf 2], 3 en 4 juli 2012]

hebbende verdachte of haar mededader met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens in strijd met de waarheid

- zich voorgedaan als rechtmatige eigenaar van een creditcard door creditcardgegevens (personalia, nummers en/of codes) behorende bij creditcards van anderen dan haarzelf, te gebruiken bij het bestellen van goederen via internet en

- goederen laten bezorgen op naam van anderen dan haarzelf en

waardoor bovenomschreven rechtspersonen werden bewogen tot afgifte van de

bovenomschreven goederen

en

zij in de periode van 21 juni 2011 tot 23 juli 2012 te 's-Gravenhage meermalen, tezamen en in vereniging met een ander, ,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening via een internetsite een PlayStation en een aantal kledingstukken en aantal speelgoedartikelen

heeft besteld en laten afleveren, telkens toebehorende aan de leverancier van die goederen

waarbij verdachte zich de goederen heeft toegeëigend door middel van een valse sleutel, welke bestond uit het in strijd met de waarheid invullen van een gefingeerde naam en creditcardgegevens van anderen dan haarzelf op de bestelsites.

4.

op tijdstippen gelegen in de periode van 1 januari 2009 tot en met 4 maart 2011 te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, telkens opzettelijk wijzigingsformulieren en kwitanties en verantwoordingsformulieren en zorgovereenkomsten

waaronder

B. (betreffende PGB-houdster [pgb-ontvanger 2])

- een verantwoordingsformulier d.d. 21 februari 2010 (pag. 153) en

- zes kwitanties (pag. 149-150) en

C. (betreffende PGB-houdster [pgb-ontvanger 3])

- tien kwitanties (pag. 184-187) en

- vier verantwoordingsformulieren (pag. 188-195) en

D. (betreffende PGB-houdster [pgb-ontvanger 4])

- vier verantwoordingsformulieren (pag. 309-316) en

- vijfentwintig kwitanties (pag. 302-304) en

E. (betreffende PGB-houder [pgb-ontvanger 5])

- drie zorgovereenkomsten (pag. 241-254) en

- tweeëntwintig (kopieën) kwitanties (pag. 255-262) en

- vier (kopieën) verantwoordingsformulieren (pag. 269-276) en

F. (betreffende PGB-houdster [pgb-ontvanger 6])

- negen kwitanties (pag. 369-371) en

- twee verantwoordingsformulieren (pag. 372-375),

zijnde telkens geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

telkens valselijk heeft opgemaakt, althans valselijk heeft laten opmaken door (een) ander(en),

immers hebben zij, verdachte, en haar mededaders telkens valselijk in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven -

met betrekking tot de PGB-houdster [pgb-ontvanger 2]

- op voornoemd verantwoordingsformulier een geldbedrag van 11.251,30 euro als zijnde aan haar, verdachte, betaald voor verleende zorg, ingevuld en/of laten invullen terwijl voornoemd geldbedrag nimmer, althans niet in die omvang, aan haar, verdachte, was betaald en

-op voornoemde kwitanties telkens geldbedragen van in totaal 27.612,68 euro ingevuld en/of laten invullen, als zijnde aan [pgb-ontvanger 7] betaald, terwijl die [pgb-ontvanger 7] die geldbedragen nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen

en

met betrekking tot de PGB-houdster [pgb-ontvanger 3]

- op voornoemde kwitanties telkens geldbedragen van in totaal ongeveer16.189,97 euro ingevuld en/of laten invullen, als zijnde aan haar, verdachte, uitbetaald, terwijl zij, verdachte, die geldbedragen niet in die omvang, had ontvangen en

- op voornoemde verantwoordingsformulieren telkens geldbedragen in totaal 20.937,08 euro, ingevuld en/of laten invullen als zijnde aan haar, verdachte, uitbetaald, terwijl zij, verdachte, dat/die geldbedrag(en) nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen,

en

met betrekking tot de PGB-houdster [pgb-ontvanger 4]

- op voornoemde verantwoordingsformulieren telkens geldbedragen, in totaal 78.195,11 euro, ingevuld en/of laten invullen als zijnde aan haar, verdachte, en/of aan [pgb-ontvanger 8] uitbetaald, terwijl zij, verdachte, en/of die [pgb-ontvanger 8] die geldbedragen nimmer, althans niet in die omvang, had/hadden ontvangen en voornoemde verantwoordingsformulieren van een handtekening (laten) voorzien welke moest doorgaan voor de handtekening van die [pgb-ontvanger 4] en

- op voornoemde kwitanties telkens geldbedragen, in totaal 58.352,84 euro, ingevuld en/of laten invullen als zijnde aan haar, verdachte, en/of aan [pgb-ontvanger 8] uitbetaald, terwijl zij, verdachte, en/of die [pgb-ontvanger 8] die geldbedragen nimmer, althans niet in die omvang, had/hadden ontvangen en/of voornoemde kwitanties van een handtekening (laten) voorzien welke moest doorgaan voor de handtekening van die [pgb-ontvanger 4],

en

met betrekking tot de PGB-houder [pgb-ontvanger 5]

- op voornoemde zorgovereenkomsten handtekeningen geplaatst welke moesten doorgaan voor die van [pgb-ontvanger 8] en daarin tijdstippen ingevuld, terwijl op die tijdstippen geen, althans minder zorg was verleend en

- op voornoemde (kopieën) kwitanties telkens geldbedragen in totaal 34.578,70 euro, ingevuld en/of laten invullen als zijnde aan [pgb-ontvanger 8] uitbetaald, terwijl die [pgb-ontvanger 8] die geldbedragen nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen en

- op voornoemde (kopieën) verantwoordingsformulieren telkens geldbedragen in totaal 47.556,52 euro, ingevuld en/of laten invullen als zijnde aan [pgb-ontvanger 8] uitbetaald, terwijl die [pgb-ontvanger 8] die geldbedrag(en) nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen,

en

met betrekking tot de PGB-houdster [pgb-ontvanger 6]

- op voornoemde kwitanties telkens geldbedragen, in totaal 4.805,99 euro, ingevuld en/of laten invullen als zijnde aan haar, verdachte, uitbetaald, terwijl zij, verdachte, die geldbedrag(en) nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen en

- op voornoemde verantwoordingsformulieren telkens geldbedragen, in totaal 5.094,36 euro, ingevuld en/of laten invullen als zijnde aan haar, verdachte, uitbetaald, terwijl zij, verdachte, die geldbedragen nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen,

zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken en/of (door anderen) doen gebruiken;

5.

op tijdstippen gelegen in de periode van 1 januari 2009 tot en met 4 maart 2011 te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen telkens

opzettelijk gebruik heeft gemaakt, althans doen of laten maken van de hierna te noemen geschriften als waren die geschriften telkens echt en onvervalst, terwijl verdachte en verdachtes mededaders telkens wisten dat die geschriften bestemd waren voor gebruik als echt en onvervalst,

te weten

B. (betreffende PGB-houdster [pgb-ontvanger 2])

- een verantwoordingsformulier d.d. 21 februari 2010 (pag. 153) en

- zes kwitanties (pag. 149-150) en

C. (betreffende PGB-houdster [pgb-ontvanger 3])

- tien kwitanties (pag. 184-187) en

- vier verantwoordingsformulieren (pag. 188-195) en

D. (betreffende PGB-houdster [pgb-ontvanger 4])

- vier verantwoordingsformulieren (pag. 309-316) en

- vijfentwintig kwitanties (pag. 302-304) en

E. (betreffende PGB-houder [pgb-ontvanger 5])

- drie zorgovereenkomsten (pag. 241-254) en

- tweeëntwintig (kopieën) kwitanties (pag. 255-262) en

- vier (kopieën) verantwoordingsformulieren (pag. 269-276) en

F. (betreffende PGB-houdster [pgb-ontvanger 6])

- negen kwitanties (pag. 369-371) en

- twee verantwoordingsformulieren (pag. 372-375),

elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen,

bestaande die valsheid hierin dat zij, verdachte, en/of (een van) haar mededader(s) telkens valselijk

met betrekking tot de PGB-houdster [pgb-ontvanger 2]

- op voornoemd verantwoordingsformulier een geldbedrag van 11.251,30 euro en als zijnde aan haar, verdachte, betaald voor verleende zorg) heeft/hebben ingevuld en/of heeft/hebben laten invullen terwijl voornoemd geldbedrag nimmer, althans niet in die omvang, aan haar, verdachte, was betaald en

- op voornoemde kwitanties telkens geldbedragen, in totaal (ongeveer) 27.612,68 euro, heeft/hebben ingevuld en/of heeft/hebben laten invullen, als zijnde aan [pgb-ontvanger 7] betaald, terwijl die [pgb-ontvanger 7] die geldbedragen nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen

en

met betrekking tot de PGB-houdster [pgb-ontvanger 3]

- op voornoemde kwitanties telkens geldbedragen,in totaal (ongeveer) 16.189,97 euro, heeft/hebben ingevuld en/of heeft/hebben laten invullen, als zijnde aan haar, verdachte, uitbetaald, terwijl zij, verdachte, die geldbedragen nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen en

- op voornoemde verantwoordingsformulieren telkens geldbedragen,in totaal (ongeveer) 20.937,08 euro, heeft/hebben ingevuld en/of heeft/hebben laten invullen als zijnde aan haar, verdachte, uitbetaald, terwijl zij, verdachte, die geldbedragen nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen,

en

met betrekking tot de PGB-houdster [pgb-ontvanger 4]

- op voornoemde verantwoordingsformulieren telkens geldbedragen (van in totaal (ongeveer) 78.195,11 euro) heeft/hebben ingevuld en/of heeft/hebben laten invullen als zijnde aan haar, verdachte, en/of aan [pgb-ontvanger 8] uitbetaald, terwijl zij, verdachte, en/of die [pgb-ontvanger 8] die geldbedragen nimmer, althans niet in die omvang, had/hadden ontvangen en voornoemde verantwoordingsformulieren van een handtekening (laten) voorzien welke moest doorgaan voor de handtekening van die [pgb-ontvanger 4] en

- op voornoemde kwitanties telkens geldbedragen (van in totaal (ongeveer) 58.352,84 euro) heeft/hebben ingevuld en/of heeft/hebben laten invullen als zijnde aan haar, verdachte, en/of aan [pgb-ontvanger 8] uitbetaald, terwijl zij, verdachte, en/of die [pgb-ontvanger 8] die geldbedragen nimmer, althans niet in die omvang, had/hadden ontvangen en voornoemde kwitanties van een handtekening (laten) voorzien welke moest doorgaan voor de handtekening van die [pgb-ontvanger 4],

en

met betrekking tot de PGB-houder [pgb-ontvanger 5]

- op voornoemde zorgovereenkomsten handtekeningen geplaatst welke moesten doorgaan voor die van [pgb-ontvanger 8] en/of daarin tijdstippen ingevuld, terwijl op die tijdstip(pen) geen, althans minder zorg was verleend en

- op voornoemde (kopieën) kwitanties telkens geldbedragen,in totaal (ongeveer) 34.578,70 euro, heeft/hebben ingevuld en/of heeft/hebben laten invullen als zijnde aan [pgb-ontvanger 8] uitbetaald, terwijl die [pgb-ontvanger 8] die geldbedragen nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen en

- op voornoemde (kopieën) verantwoordingsformulieren telkens geldbedragen, in totaal (ongeveer) 47.556,52 euro heeft/hebben ingevuld en/of heeft/hebben laten invullen als zijnde aan [pgb-ontvanger 8] uitbetaald, terwijl die [pgb-ontvanger 8] die geldbedragen nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen,

en

met betrekking tot de PGB-houdster [pgb-ontvanger 6]

- op voornoemde kwitanties telkens geldbedragen, in totaal (ongeveer) 4.805,99 euro, heeft/hebben ingevuld en/of heeft/hebben laten invullen als zijnde aan haar, verdachte, uitbetaald, terwijl zij, verdachte, die geldbedragen nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen en

- op voornoemde verantwoordingsformulieren telkens geldbedragen, in totaal (ongeveer) 5.094,36 euro, heeft/hebben ingevuld en/of heeft/hebben laten invullen als zijnde aan haar, verdachte, uitbetaald, terwijl zij, verdachte, die geldbedragen nimmer, althans niet in die omvang, had ontvangen,

en bestaande dat opzettelijk gebruikmaken, althans gebruik doen of laten maken, hieruit dat zij, verdachte, en/of haar

mededader(s) (telkens) opzettelijk voornoemde geschriften hebben

overhandigd en/of opgestuurd en/of ingezonden, althans laten overhandigen

en/of opsturen en/of inzenden aan CZ Zorgkantoor B.V.,

teneinde de aan de bovengenoemde PGB-houders toekomende PGB-uitkeringen te

ontvangen of de reeds aan die PGB-houders toegekende PGB-uitkeringen te

verantwoorden.

Zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad.

5 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

6 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten.

7 De strafoplegging

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De officier van justitie heeft daarbij aangegeven dat de hoogte van de gevangenisstraf mede is gebaseerd op het feit dat naar zijn mening ten aanzien van feit 1 het verzamelfeit eveneens bewezen kan worden verklaard.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat, mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, een (deels voorwaardelijke) werkstraf en daarnaast eventueel een voorwaardelijke gevangenisstraf een passende straf zou kunnen zijn.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan creditcardfraude door via het internet creditcardgegevens van derden te kopen en die gegevens vervolgens te gebruiken voor het doen van dure aankopen bij webwinkels. Het vertrouwen dat door de consument en de acceptant in het betaalnetwerk en in het gebruik van een creditcard moet kunnen worden gesteld, is van groot economisch en maatschappelijk belang. Door de bewezen verklaarde feiten is een ernstige inbreuk gemaakt op het vertrouwen van de consument in het betalingsverkeer. Wanneer dit vertrouwen niet meer aanwezig is, bestaat het risico van een ernstige ontwrichting van het maatschappelijk en economisch verkeer. Daarnaast heeft de handelwijze van verdachte geleid tot financiële schade voor de betrokken winkeliers en met name de creditcardmaatschappijen. De rechtbank heeft de straf betrokken op de drie in de tenlastelegging geconcretiseerde feiten, welke bewezen zijn verklaard. De rechtbank heeft er echter ook rekening mee gehouden dat het dossier voldoende aanknoping biedt om wat de strafmaat betreft uit te gaan van meer dan drie oplichtingen.

Verder heeft verdachte zich gedurende een lange periode, samen met anderen, schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift en het gebruik maken van valse geschriften. Zij heeft met betrekking tot vijf budgethouders onder meer verantwoordingsformulieren ingevuld en opgestuurd, waarmee zij voorschotten

- aan hen betaald in het kader van een PGB en bestemd voor de zorg - heeft verantwoord, terwijl de budgethouders niet of niet het volledige aantal uren zorg hebben ontvangen. Hiermee heeft zij bewerkstelligd dat de uitkerende instantie het betalen van die voorschotten voortzette en de reeds ten onrechte betaalde voorschotten niet terugvorderde. De ontvangen gelden werden in de meeste gevallen gelijkelijk verdeeld tussen verdachte en de betreffende budgethouder. Verdachte heeft op die manier een bedrag van ongeveer € 163.000 valselijk verantwoord en daarvan zelf ongeveer de helft ontvangen, zonder dat zij daar recht op had. De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat zij voor zo’n aanzienlijk bedrag misbruik heeft gemaakt van de sociale voorzieningen, specifiek bestemd voor hulp aan hen die deze nodig hebben.

Bij de strafoplegging zoekt de rechtbank aansluiting bij de oriëntatiepunten ter zake van fraude. Hieruit volgt dat bij een benadelingsbedrag van € 70.000,- tot € 125.000,- in de regel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf tot negen maanden wordt opgelegd.

De rechtbank ziet in het feit dat verdachte (blijkens het haar betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 16 september 2013) nooit eerder voor strafbare feiten is veroordeeld echter aanleiding een deel van deze gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen. Met het voorwaardelijke strafdeel beoogt de rechtbank ook dat verdachte daardoor zal worden weerhouden in de toekomst opnieuw (soortgelijke) feiten te plegen.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

47, 57, 225, 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank,

verklaart de dagvaarding (partieel) nietig ten aanzien van feit 1, voor zover dat feit ziet op andere zaken dan de drie zaken die in de tenlastelegging nader zijn geconcretiseerd;

verklaart de dagvaarding (integraal) nietig ten aanzien van feit 3;

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 eerste en tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het onder 1 tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit heeft begaan;

verklaart het bewezenverklaarde onder 1 tweede cumulatief/alternatief niet strafbaar en ontslaat verdachte ter dier zake van alle rechtsvervolging;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 eerste cumulatief/alternatief, 4 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 eerste cumulatief/alternatief:

oplichting, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 4:

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 5:

medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezenverklaarde en verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 8 (ACHT) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de haar opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 4 (VIER) MAANDEN, niet zal worden ten uitvoer gelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door

mr. V.J. de Haan, voorzitter,

mrs. Chr.A.J.F.M. Hensen en I.J.K. van der Meer, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R. van der Graaff, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 oktober 2013.

Mr. van der Meer is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1509/2011/2226410, van de regiopolitie Haaglanden, met bijlagen.

2 Proces-verbaal van relaas d.d. 15 oktober 2012, Algemeen Dossier, p. 6.

3 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 30 juli 2012, Persoonsdossier [verdachte], p. 75-76.

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 24 juli 2012, Persoonsdossier [medeverdachte 1], p. 29.

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 24 juli 2012, Persoonsdossier [medeverdachte 2], p. 363 en proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 25 juli 2012, 377.

6 Proces-verbaal van relaas d.d. 15 oktober 2012, Algemeen Dossier, p. 9.

7 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer 15J1/2012001996, van de regiopolitie Haaglanden, met bijlagen.

8 Proces-verbaal van relaas, d.d. 11 oktober 2012, p. 13-14.