Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:14160

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
15-10-2013
Datum publicatie
12-11-2013
Zaaknummer
452439
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De ouders van de minderjarige oefenen het gezag over hem uit. Er is in het onderhavige geval voorts sprake van een gezagsbeperkende maatregel in de vorm van een

ondertoezichtstelling. De ondertoezichtstelling brengt met zich mee dat de gezinsvoogd kan optreden in het geval van een strijd tussen de belangen van de ouders en de belangen van de minderjarige. Hierbij geldt als uitgangspunt voor de gezinsvoogd dat zij is aangesteld om de belangen van de minderjarig te behartigen.

De taken die mr. R.L. de la Parra ziet weggelegd voor de bijzondere curator worden reeds door de aangestelde gezinsvoogd uitgevoerd. Mevrouw A.A. Appels behartigt de belangen van de minderjarige, zij regelt de juiste hulp voor hem en zij speelt een bemiddelende rol in de contacten tussen de minderjarige en de ouders. Een bijzondere curator is daarvoor niet nodig.

Mr. R.L. de la Parra heeft nog aangevoerd dat de minderjarige het gevoel heeft dat hij zijn gezinsvoogd te weinig ziet en dat hij haar niet kan vertrouwen. Voor deze problemen behoeft geen bijzondere curator te worden benoemd. De wetgever heeft immers geregeld dat bij problemen in de werkrelatie tussen de gezinsvoogd en de ouders/minderjarige bij Bureau Jeugdzorg het verzoek kan worden ingediend om een andere gezinsvoogd te benoemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: JE RK 13-2584

Zaaknummer : C/09/452439

Datum beschikking: 15 oktober 2013

Afwijzing benoeming bijzondere curator ex artikel 1:250 BW

Beschikking op het op 27 augustus 2013 ingekomen verzoekschrift van:

mr. R.L. de la Parra, advocaat te Katwijk;

betreffende de onder toezicht gestelde minderjarige:

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats],

kind van:

[X],

de vader,

en

[Y],

de moeder,

beiden wonende te Leiden,

die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen,

belanghebbenden in deze procedure.

Tevens is als belanghebbende aangemerkt:

de Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland, vestiging Rijnland

(verder: Bureau Jeugdzorg).

Procedure

De kinderrechter heeft kennis genomen van:

  • -

    het verzoekschrift van mr. R.L. de la Parra;

  • -

    een faxbericht d.d. 25 september 2013 van mr. R.L. de la Parra;

  • -

    een verweerschrift d.d. 14 oktober 2013 van de zijde van Bureau Jeugdzorg;

- een faxbericht d.d. 15 oktober 2013 van mr. R.L de La Parra.

Op 15 oktober 2013 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank op locatie, te weten in de instelling voor gesloten jeugdzorg De Vaart te Sassenheim, met gesloten deuren behandeld. Hierbij zijn verschenen:

mr. R.L. de La Parra;

de moeder;

mevrouw [A] namens Bureau Jeugdzorg.

De minderjarige is - in bijzijn van mr. R.L. de la Parra - op 15 oktober 2013 in raadkamer gehoord.

Feiten

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 7 mei 2013 de minderjarige onder toezicht gesteld van Bureau Jeugdzorg van 7 mei 2013 tot 7 mei 2014.

De kinderrechter heeft bij beschikking d.d. 23 augustus 2013 aan Bureau Jeugdzorg een machtiging verleend de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg zoals bedoeld in artikel 29b, eerste lid, van de Wet op de Jeugdzorg van 23 augustus 2013 tot 23 februari 2014 en het verzoek voor het overige aangehouden tot een nader te bepalen terechtzitting. De raadsman welke door de rechtbank in deze procedure aan de minderjarige is toegevoegd is mr. R.L. de la Parra, advocaat te Katwijk.

Verzoek

Op 27 augustus 2013 heeft mr. R.L. de la Parra de kinderrechter verzocht hem

ambtshalve te benoemen tot bijzondere curator voor de minderjarige.

Hij heeft hiertoe gesteld dat er strijd is tussen de belangen van de ouders enerzijds en de belangen van de minderjarige anderzijds. De ouders zijn het eens met het verblijf van de minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg en de minderjarige is dat niet. Hij wil graag weer thuis wonen. Voorts heeft mr. R.L. de la Parra aangegeven dat de verzorging van de minderjarige door de ouders thuis te wensen overlaat en hij thuis ook niet de aandacht krijgt die hij nodig heeft. De vader laat de opvoeding aan de moeder over en zij kan het niet aan. In de thuissituatie blowt de minderjarige veelvuldig en drinkt hij veel alcohol. Deze middelen zijn thuis zonder beperking voor hem beschikbaar.

Er is ook sprake van een belangenstrijd tussen de minderjarige en Bureau Jeugdzorg.

De minderjarige ziet en spreekt zijn gezinsvoogd mw. [A] te weinig en hij heeft niet het gevoel dat hij haar kan vertrouwen.

Op grond van deze feiten is mr. R.L. de la Parra de mening toegedaan dat de minderjarige een bijzondere curator nodig heeft die zijn belangen behartigt, de juiste hulp voor hem regelt en een bemiddelende rol kan spelen in de contacten van de minderjarige met zijn ouders en ook in de contacten van de minderjarige met de gezinsvoogd.

Beoordeling

Ingevolge artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek kan de rechter, wanneer in aangelegenheden betreffende diens verzorging en opvoeding dan wel het vermogen van de minderjarige de belangen van de met het gezag belaste ouder(s) in strijd zijn met die van de minderjarige en indien de rechter dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht, op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve een bijzondere curator benoemen om de minderjarige te vertegenwoordigen.

In de onderhavige zaak wordt het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator gedaan door de advocaat die door deze rechtbank op 22 augustus 2013 is toegevoegd aan de minderjarige om hem bij te staan bij de behandeling van het verzoek van Bureau Jeugdzorg om de minderjarige te mogen plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg.

Mr. R.L. de la Parra is geen belanghebbende in de zin van de wet en derhalve

niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Nu Mr. R.L. de La Parra de rechter heeft verzocht om hem ambtshalve te benoemen tot bijzondere curator, zal de kinderrechter het verzoek evenwel beoordelen op inhoudelijke gronden.

De ouders van de minderjarige oefenen het gezag over hem uit. Er is in het onderhavige geval voorts sprake van een gezagsbeperkende maatregel in de vorm van een

ondertoezichtstelling. De ondertoezichtstelling brengt met zich mee dat de gezinsvoogd kan optreden in het geval van een strijd tussen de belangen van de ouders en de belangen van de minderjarige. Hierbij geldt als uitgangspunt voor de gezinsvoogd dat zij is aangesteld om de belangen van de minderjarig te behartigen.

De taken die mr. R.L. de la Parra ziet weggelegd voor de bijzondere curator worden reeds door de aangestelde gezinsvoogd uitgevoerd. Mevrouw [A] behartigt de belangen van de minderjarige, zij regelt de juiste hulp voor hem en zij speelt een bemiddelende rol in de contacten tussen de minderjarige en de ouders. Een bijzondere curator is daarvoor niet nodig.

Mr. R.L. de la Parra heeft nog aangevoerd dat de minderjarige het gevoel heeft dat hij zijn gezinsvoogd te weinig ziet en dat hij haar niet kan vertrouwen. Voor deze problemen behoeft geen bijzondere curator te worden benoemd. De wetgever heeft immers geregeld dat bij problemen in de werkrelatie tussen de gezinsvoogd en de ouders/minderjarige bij Bureau Jeugdzorg het verzoek kan worden ingediend om een andere gezinsvoogd te benoemen.

De kinderrechter zal derhalve beslissen als volgt.

Beslissing

De kinderrechter:

wijst af het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator voor de voornoemde minderjarige.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. van Loenhoud, bijgestaan door

mr. M.M. de Witte als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

15 oktober 2013.