Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:14000

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21-10-2013
Datum publicatie
21-10-2013
Zaaknummer
C/09/450710 KG ZA 13-1054
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Jumbo verliest een kort geding tegen Ravensburger over WASGIJ-legpuzzels. De voorzieningenrechter oordeelt dat het spelformat niet auteursrechtelijk beschermd is. Dit zou een te grote rem zijn op de ontwikkeling van spellen door concurrenten.

Jumbo was van mening dat het idee achter het spel auteursrechtelijk beschermd zou moeten zijn, los van hoe de puzzel er zelf uitziet. De rechter volgt deze redenering niet. Bij de WASGIJ-puzzels is het spelconcept namelijk niet goed te scheiden van de vormgeving van de spelmaterialen. Het gaat daarbij om een legpuzzel waarbij de puzzelaar niet weet wat er op de legpuzzel is afgebeeld. Deze krijgt alleen een hint via een gerelateerde afbeelding op de doos.

Dat Ravensburger een licentieovereenkomst heeft met Jumbo voor dit spel, is volgens de rechter geen reden om wel uit te gaan van beschermde auteursrechten. De licentie is namelijk bedoeld voor reproductie van het gehele spel, inclusief het WASGIJ-merk en het door Jumbo aangeleverde artwork. Dit betekent niet dat Ravensburger geen vergelijkbare spellen mag maken. Verder is de overeenkomst bedoeld voor de Amerikaanse markt, terwijl het hier over Europees auteursrecht gaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel - voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: C/09/450710 KG ZA 13-1054

Vonnis in kort geding van 21 oktober 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Koninklijke Jumbo B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat: mr. D. Knottenbelt te Rotterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RAVENSBURGER B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

2. de rechtspersoon naar vreemd recht

RAVENSBURGER LIMITED,

gevestigd te Bicester, Oxfordshire, Verenigd Koninkrijk,

3. de vennootschap naar vreemd recht

RAVENSBURGER N.V.,

gevestigd te Brussel, België,

4. de vennootschap naar vreemd recht

RAVENSBURGER AG,

gevestigd te Ravensburg, Duitsland,

gedaagden,

advocaat: mr. G.J.T.M. van den Bergh te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Jumbo en (gedaagden gezamenlijk) Ravensburger genoemd worden. Waar nodig zullen de gedaagde partijen afzonderlijk worden aangeduid als Ravensburger B.V., Ravensburger Limited, Ravensburger N.V. en Ravensburger AG. Voor Jumbo zijn opgetreden mr. S.A. Klos en mr. J. Klopper, advocaten te Amsterdam. Voor Ravensburger is opgetreden haar hiervoor genoemde advocaat en mr. B. Brouwer, advocaat te Amsterdam.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 16 september 2013;

- de producties 1 tot en met 32 van Jumbo;

- de producties 1 tot en met 24 van Ravensburger;

- de kostenspecificaties van beide zijden;

- de mondelinge behandeling van 3 oktober 2013 en de daarbij door beide zijde overgelegde pleitnotities.

1.2.

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Jumbo houdt zich onder meer bezig met het produceren en verhandelen van (gezelschaps)spellen, waaronder legpuzzels.

2.2.

Ravensburger houdt zich onder meer bezig met het produceren en verhandelen van speelgoed, waaronder legpuzzels.

2.3. [

A], [B] en [C], gezamenlijk handelend onder de naam [D], hebben het concept van een legpuzzelspel genaamd WASGIJ bedacht (WASGIJ is het omgekeerde van het woord “jigsaw”, de Engelse term voor legpuzzel).

2.4.

Novus en Jumbo hebben in 1996 een licentieovereenkomst gesloten, waarin is bepaald dat Jumbo het wereldwijde recht is toegekend spellen naar het concept WASGIJ te ontwikkelen en te verhandelen, alsook dat Jumbo zelfstandig in rechte mag optreden tegen inbreuken. De licentieovereenkomst was van kracht tot 31 december 1999. Nadien hebben Novus en Jumbo ter zake een nieuwe licentieovereenkomst afgesloten onder vergelijkbare condities.

2.5.

De WASGIJ-puzzels worden er onder meer door gekenmerkt dat de speler een legpuzzel moet leggen van een afbeelding die niet identiek is aan de afbeelding die staat afgebeeld op de doos waarin de legpuzzel is verpakt, maar daarmee wel een relatie heeft. De aard van de relatie tussen afbeelding op de doos en die van de legpuzzel wordt meegedeeld aan de speler van het spel. De afbeeldingen zijn steeds in cartoonstijl weergegeven en tonen steeds een aantal personages.

2.6.

Jumbo heeft haar WASGIJ-puzzels vanaf 1997 in verscheidene edities op de markt gebracht. De edities verschillen in de aard van de relatie tussen de afbeelding op de doos en de afbeelding op de legpuzzel.

2.6.1.

In de WASGIJ Original editie is de relatie tussen de afbeelding op de doos en de afbeelding op de legpuzzel een verschil in perspectief. Hierna volgt een voorbeeld van de in deze editie gebruikte afbeeldingen (afbeelding op doos links, afbeelding op de legpuzzel rechts):

2.6.2.

In de WASGIJ Mystery editie is de relatie tussen de afbeelding op de doos en de afbeelding op de legpuzzel temporeel, in die zin dat de afbeelding op de doos een situatie betreft die voorafgaat aan de situatie die wordt afgebeeld op de legpuzzel. Hierna volgt een voorbeeld van een in deze editie gebruikte afbeelding op de doos (de afbeelding op de legpuzzel is niet in het geding gebracht):

2.6.3.

In de WASGIJ Destiny editie is de relatie tussen de afbeelding op de doos en de afbeelding op de legpuzzel temporeel in die zin dat de afbeelding op de doos een tafereel uit het verleden betreft en de afbeelding op de doos een vergelijkbaar tafereel in het heden. Hierna volgt een voorbeeld van een in deze editie gebruikte afbeelding op de doos (de afbeelding op de legpuzzel is niet in het geding gebracht):

2.7.

De vennootschap naar vreemd recht Ravensburger USA (hierna: “Ravensburger USA”) maakt deel uit van het concern waarvan gedaagden ook deel uitmaken. Op 1 september 2008 hebben Jumbo en Ravensburger USA een licentieovereenkomst gesloten voor de periode 1 september 2008 tot en met 31 december 2011. Daarin is onder meer het volgende opgenomen:

“Property/Puzzle concept: WASGIJ including artwork form Licensor as specified from time to time

(…)

Product: puzzels using the Property/Game concept and Trademark

(…)

[Jumbo] grants to [Ravensburger USA] the sole and exclusive right and license to sell, market, promote and advertise the Products in the Territory in the Distribution channels”

2.8.

Op 1 januari 2012 hebben Jumbo en Ravensburger opnieuw een licentieovereenkomst afgesloten ter zake van WASGIJ voor de periode 1 januari 2012 tot en met 31 december 2013.

2.9.

Sinds januari 2013 verhandelt Ravensburger een spel onder de naam “What if” in Nederland, Engeland, België en Duitsland (hierna: de Ravensburger-legpuzzel). Bij de Ravensburger-legpuzzel moet de speler een legpuzzel leggen van een afbeelding die niet identiek is aan de afbeelding die op de doos staat afgebeeld, maar daarmee wel in verband staat. De afbeeldingen zijn in cartoonstijl weergegeven en tonen een aantal personages. Op de doos van de Ravensburger-legpuzzel staat steeds vermeld:

The picture on this box shows what [the character] would like to happen…

…the PUZZLE INSIDE THIS BOX SHOWS WHAT REALLY DID!”.

Een van de uitwerkingen van de afbeelding op de doos van de Ravensburger-legpuzzel ziet er als volgt uit (een afbeelding van de legpuzzel is niet in het geding gebracht):

2.10.

In augustus 2013 heeft Jumbo een nieuwe editie van WASGIJ genaamd “What if…?” op de markt gebracht.

3 Het geschil

3.1.

Jumbo vordert - samengevat - een verbod op inbreuk in de Europese Unie op de auteursrechten met betrekking tot het WASGIJ format en een bevel tot opgave van gegevens, met veroordeling van Ravensburger in de proceskosten in de zin van artikel 1019h van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

3.2.

Jumbo legt aan haar vorderingen ten grondslag dat zij de exclusieve exploitatierechten heeft op een auteursrechtelijk beschermd WASGIJ spelformat, dat samengevat de volgende elementen heeft:

(i) één of meerdere spelers;

(ii) spelmaterialen in de vorm van twee tweedimensionale grafische voorstellingen, één op de legpuzzel en een op de doos waarin de legpuzzel is verpakt;

(iii) een complete afbeelding van de beeltenis op de legpuzzel behoort niet tot de spelmaterialen;

(iv) de afbeeldingen zijn in cartoonstijl weergegeven en tonen een aantal personages;

(v) de afbeeldingen op de doos en de legpuzzel staan in logische relatie met elkaar;

(vi) deze logische relatie is ruimtelijk of temporeel van aard;

(vii) de aard van de relatie tussen de afbeeldingen wordt aan de speler(s) meegedeeld.

Volgens Jumbo vormen de Ravensburger-legpuzzels een inbreuk op het auteursrecht op het WASGIJ spelformat. Ravensbuger AG produceert de betreffende puzzels, en Ravensburger Limited, Ravensburger BV en Ravensburger NV bieden deze aan op de Engelse respectievelijk Nederlandse respectievelijk Belgische markt, aldus nog steeds Jumbo.

3.3.

Ravensburger voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

rechtsmacht

4.1.

De rechtsmacht van de Nederlandse rechter ten aanzien van Ravensburger BV bestaat op grond van artikel 2 van de Verordening (EG) nr. 44/2001 betreffende de rechtelijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-Vo). De rechtsmacht ten aanzien van deze partij is ook niet in geschil.

4.2.

De vraag of de Nederlandse rechter op grond van artikel 6 lid 1 EEX-Vo eveneens bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen jegens Ravensburger N.V., Ravensburger Limited en Ravensburger AG, beantwoordt de voorzieningenrechter voorlopig bevestigend. Naar zijn voorlopig oordeel hangen de verschillende vorderingen zodanig nauw samen dat bij afzonderlijke berechting gevaar bestaat voor onverenigbare beslissingen. De beweerde inbreuken zijn niet alleen feitelijk (vrijwel) identiek omdat het om dezelfde legpuzzels gaat, maar ook rechtens is sprake van dezelfde situatie. Uit de rechtspraak van het Hof van Justitie volgt immers dat het auteursrechtelijke werkbegrip en inbreukbegrip Europees geharmoniseerde begrippen zijn.1 Daarom zijn de verschillende nationale rechtsgrondslagen die van toepassing zijn op de handelingen van de verschillende gedaagden, in hoofdzaak identiek. Het Painer-arrest2 bevestigt dat aan toepassing van artikel 6 lid 1 EEX-Vo niet in de weg staat dat vorderingen tegen meerdere verweerders wegens inhoudelijk identieke inbreuken op het auteursrecht op per lidstaat verschillende nationale rechtsgrondslagen berusten. Bovendien hebben de gedaagden in deze zaak niet onafhankelijk van elkaar gehandeld, maar in concernverband. Ten slotte was het voor Ravensburger voorzienbaar dat zij konden worden opgeroepen in de lidstaat waar ten minste een van hen woonplaats had.3

spoedeisend belang

4.3.

Het spoedeisende belang bij het gevorderde verbod vloeit voort uit het gestelde voortdurende inbreukmakende handelen van Ravensburger en uit de onweersproken stelling van Jumbo dat “het hoogseizoen voor spellen” zoals WASGIJ nadert.

auteursrecht

4.4.

Voorop staat dat Jumbo haar vorderingen niet heeft gebaseerd op een auteursrecht op een van haar legpuzzels. Als Jumbo dat wel zou hebben gedaan, zou dat ook niet hebben kunnen leiden tot toewijzing van haar vorderingen. Ravensburger heeft namelijk onbestreden aangevoerd dat haar legpuzzel niet kan worden aangemerkt als een verveelvoudiging van een van de legpuzzels van Jumbo. Daarvoor verschillen die puzzels teveel wat betreft het “artwork” van de afbeeldingen, de vormgeving van de doos, het afgebeelde scenario op de puzzel en de doos, de hints en de tekenstijl.

4.5.

In plaats van een auteursrecht op een van haar legpuzzels, claimt Jumbo in deze procedure een auteursrecht op een “spelformat”. Dat spelformat is als zodanig niet aan het publiek ter beschikking gesteld, althans dat heeft Jumbo niet aangevoerd. De voorzieningenrechter begrijpt dat Jumbo zich op het standpunt stelt dat Ravensburger het bedoelde spelformat wel heeft kunnen afleiden uit de serie WASGIJ-puzzels die Jumbo op de markt heeft gebracht. Naar voorlopig oordeel is het door Jumbo geformuleerde spelformat echter teveel geabstraheerd van die concrete spellen om in aanmerking te komen voor auteursrechtelijke bescherming. Auteursrechtelijke bescherming van dergelijke abstracties zou een te ver gaande beperking van de vrijheid van creatie van derden meebrengen en aldus een te grote rem vormen op de ontwikkeling van spellen door concurrenten zoals Ravensburger (vgl. HR 29 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8661, r.o. 3.5). Deze conclusie wordt ook ondersteund door de Duitse en Engelse rechtspraak, waarin auteursrechtelijke bescherming van formats wordt afgewezen (zie o.m. BGH 26 juni 2003, [2003] GRUR 876, 878, Sendeformat; en High Court 21 december 2004, [2004] EWHC 2985 (Ch), IPC Media – Highbury). Naar voorlopig oordeel is die buitenlandse jurisprudentie niet achterhaald door rechtspraak van het Hof van Justitie zoals het hiervoor aangehaalde Infopaq-arrest, alleen al omdat het Hof nog geen uitspraak heeft gedaan over de auteursrechtelijke bescherming van formats los van een concrete uitdrukkingsvorm.

4.6.

Het door Jumbo geclaimde spelformat is te abstract omdat de meeste elementen daarvan een aspect zijn van één en hetzelfde abstracte spelidee, te weten: een legpuzzel waarbij de puzzelaar niet weet wat er op de legpuzzel is afbeeld, maar alleen een hint krijgt via een gerelateerde afbeelding op de doos. Dat geldt naar voorlopig oordeel voor de volgende, door Jumbo in de dagvaarding gespecificeerde elementen van het spelformat:

- één of meerder spelers;

- spelmaterialen:

o twee tweedimensionale grafische voorstellingen;

o één van de twee tweedimensionale grafische voorstellingen is afgebeeld op de voorzijde van de doos waarin het spel is verpakt (het “doosbeeld);

o de andere van de twee tweedimensionale afbeelding is afgebeeld op een vlak dat is onderverdeeld in Jigsaw-puzzelstukjes (het “jigsaw-beeld”)

o een complete afbeelding van het beeld dat gevormd wordt door het aanleggen van de Jigsaw-stukjes (jigsaw-beeld) behoort niet tot de spelmaterialen

- doel van het spel: reconstrueren van het jigsawbeeld door de jigsaw-stukjes aaneen te leggen zonder daarbij gebruik te maken van een visuele vergelijking met een afbeelding van het volledige jigsaw-beeld;

- het doos-beeld heeft een specifieke, vooraf bepaalde logische relatie tot het jigsaw-beeld;

- de aard van de relatie tussen het doos-beeld en het jigsaw-beeld wordt meegedeeld aan de speler of spelers van het spel;

- de speler of spelers van het spel reconstrueren het jigsaw-beeld door het aaneenleggen van de jigsaw-stukjes op basis van de informatie die is verstrekt met betrekking tot de relatie tussen het doos-beeld en het jigsaw-beeld;

- het doos-beeld wordt aldus gereconstrueerd op basis van een proces van logische deductie gecombineerd met nauwkeurige visuele waarneming en het proces van “trial-and-error” benodigd voor het fysiek reconstrueren van het jigsaw-beeld.

4.7.

De enige twee elementen waarmee Jumbo het abstracte spelidee heeft uitgewerkt in het geclaimde spelformat betreffen (i) de aard van de relatie tussen het doosbeeld en het jigsawbeeld, en (ii) de stijl van die afbeeldingen. Die uitwerking is echter nog steeds vrij abstract. Binnen het geclaimde spelformat mag de aard van de relatie ruimtelijk of temporeel zijn. Daarbij moet volgens Jumbo onder een temporele relatie ook worden begrepen: een jigsaw-beeld dat een werkelijke situatie weergeeft (bijvoorbeeld: hoe ziet het leven van Jim eruit nu hij zijn winnend lot heeft verloren) en een doos-beeld dat een door de hoofdpersoon gewenste situatie weergeeft (bijvoorbeeld: hoe zou het leven van Jim eruit zien als hij zijn winnende lot niet zou hebben verloren) zoals bij de Ravensburger-legpuzzel. Ook de omschrijving van de stijl van de afbeelding is vrij abstract. Het moet gaan om afbeelding van diverse personages en gebeurtenissen in een cartoonstijl.

4.8.

De door Jumbo aangehaalde Nederlandse rechtspraak waarin een spelconcept los van de spelmaterialen is aangemerkt als auteursrechtelijk beschermd werk, kan in dit geval niet worden gevolgd. Bij de WASGIJ-puzzels van Jumbo is het spelconcept namelijk niet goed te scheiden van de vormgeving van de spelmaterialen. Dat blijkt wel uit het feit dat Jumbo in de omschrijving van haar geclaimde spelformat ook elementen heeft opgenomen van de vormgeving van de spelmaterialen, te weten de cartoonstijl van de afbeeldingen op de doos en de legpuzzel.

4.9.

Ten slotte heeft Jumbo erop gewezen dat Jumbo en Ravensburger USA een licentieovereenkomst hebben gesloten ter zake van WASGIJ. Voor zover Jumbo daarmee heeft bedoeld te betogen dat daaruit volgt dat de ondernemingen van het Ravensburger-concern hebben erkend dat het geclaimde spelformat auteursrechtelijk is beschermd, moet dat betoog om de volgende redenen worden gepasseerd. Ten eerste blijkt uit de tekst van bedoelde licentieovereenkomst duidelijk dat de licentie juist ziet op reproductie van het gehele spel, inclusief het WASGIJ-merk en het door Jumbo aangeleverde artwork voor de gebruikte afbeeldingen. Ten tweede is het antwoord op de vraag of een spelformat auteursrechtelijk kan worden beschermd niet afhankelijk van de opvatting van partijen daarover. Ten derde heeft de licentie betrekking op Amerikaans auteursrecht, terwijl in deze procedure Europees auteursrecht aan de orde is.

proceskosten

4.10.

Jumbo zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Ravensburger vordert onder verwijzing naar artikel 1019h Rv een bedrag van in totaal € 37.536,47. Die vordering is onbestreden en zal daarom volledig worden toegewezen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt Jumbo in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Ravensburger begroot op € 37.536,47.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.H. Blok en bij zijn ontstentenis in het openbaar uitgesproken door mr. M.P.M. Loos in het bijzijn van de griffier mr. F.L.M. Munter op 21 oktober 2013.

1 Zie Infopaq (HvJ EG 16 juli 2009, NJ 2011, 288, m.nt. P.B. Hugenholtz.

2 HvJ EU 1 december 2011, C-145/10 (Eva-Maria Painer v. Standard Verlags GmbH c.s.) , LJN BU 7495; IER 2012, 16, m.nt. mrs. S.J. Schaafsma en P.G.F.A. Geerts.

3 In gelijke zin: Voorzieningenrechter Rechtbank Den Haag, 21 januari 2013, IEPT 20130121, bevestigd in Gerechtshof Den Haag 13 augustus 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:3356.