Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2013:13593

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-10-2013
Datum publicatie
14-10-2013
Zaaknummer
767029-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een makelaar krijgt 18 maanden celstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, voor het hebben van hennepkwekerijen in Rotterdam en Den Haag. De rechtbank Den Haag veroordeelt hem ook voor valsheid in geschrifte met huurovereenkomsten.

De man bemiddelde als makelaar bij de verhuur van panden, waarin na verhuur de hennepkwekerijen werden aangetroffen. De rechtbank stelt vast dat de man in de periode van 1 mei 2012 tot en met 17 juni 2013 in Den Haag en Rotterdam samen met anderen in totaal meer dan drieduizend hennepplanten teelde in vijf verschillende panden.

De panden, die eigendom waren van particulieren, werden verhuurd op naam van spookhuurders. De makelaar heeft hiermee meermalen telkens opzettelijk gebruik gemaakt van valse geschriften.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/767029-13

Datum uitspraak: 14 oktober 2013

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1964 te [geboorteplaats],

adres: [adres]

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 30 augustus 2013 (pro forma) en 30 september 2013.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. H.G. de Koning en van hetgeen door de raadsman van verdachte

mr. E.J.W.F. Deen, advocaat te Den Haag, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2010 tot en met 23 juni 2013 te Den Haag en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad:

- ( in een pand aan de [adres] te Rotterdam) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 811 planten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, en/of

- ( in een pand aan de [adres] te Den Haag) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 816 planten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, en/of

- ( in een pand aan het [adres] te Den Haag) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 193 planten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, en/of

- ( in een pand aan de [adres] te Den Haag) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 442 planten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, en/of

- ( in een pand aan de [adres] te Den Haag) een groot aantal, althans een hoeveelheid hennepplanten en/of delen daarvan, en/of

- ( in een pand aan de [adres] te Den Haag) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 711 planten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, en/of

- ( in een pand aan de [adres] te Den Haag) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 125 planten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, en/of

- ( in een pand aan de [adres] te Den Haag) een hoeveelheid van in totaal ongeveer 560 planten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, en/of

- ( in een pand aan de [adres] te Den Haag) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 200 planten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan en/of

in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

terwijl hij, verdachte (telkens) in de uitoefening van beroep of bedrijf (zijn eigen makelaarskantoor) heeft gehandeld;

art 3 ahf/ond B Opiumwet

art 11 lid 2 Opiumwet

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2010 tot en met 17 juni 2013 te Den Haag en/of Rotterdam en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen, meermalen, althans een maal, geschriften te weten een of meer huurovereenkomst(en), te weten

a. a) een huurovereenkomst met dhr [betrokkene 1] en mw.[betrokkene 2], huurder(s), betreffende het pand [adres], te Den Haag gedateerd 1 februari 2013 ([adres])

b) een huuroverkomst met dhr [betrokkene 3], huurder, betreffende het pand [adres], te Rotterdam gedateerd 12 en/of 13 maart 2013 ([adres] p.65)

en/of/althans een of meer huurovereenkomst(en) en/of een/of meer geschrift(en), (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was of tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of vervalst en/of heeft/hebben laten opmaken en/of vervalsen,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen en daar (telkens) valselijk - immers opzettelijk in strijd met de waarheid -

a. a) in/op die huurovereenkomst [betrokkene 1] en/of[betrokkene 2] (, wonende [adres] te Den Haag) als huurder vermeld en/of laten/doen vermelden en/of (vervolgens) die huurovereenkomst (onder het woord 'Huurder') zelf ondertekend dan wel laten/doen ondertekenen door een ander dan die [betrokkene 1] en/of[betrokkene 2] en/of

b) in/op die huurovereenkomst [betrokkene 3] (, wonende [adres] te Den Haag) als huurder vermeld en/of laten/doen vermelden en/of (vervolgens) die huurovereenkomst (onder het woord 'Huurder') zelf ondertekend dan wel laten/doen ondertekenen door een ander dan die [betrokkene 3]

en/of

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2010 tot en met 17 juni 2013 te Den Haag en/of Rotterdam en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen, meermalen, althans een maal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft/hebben gemaakt van (een) valse en/of vervalste geschriften, te weten:

a. a) een huurovereenkomst met dhr [betrokkene 1] en mw.[betrokkene 2], huurder(s), betreffende het pand [adres], te Den Haag gedateerd 1 februari 2013 ([adres]) en/of

b) een huuroverkomst met dhr [betrokkene 3], huurder, betreffende het pand [adres], te Rotterdam gedateerd 12 en/of 13 maart 2013 ([adres] p.65)

en/of, althans, een/of meer huuroverkomst(en) en/of een of meer (andere) geschrift(en), zijnde (telkens) een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen,

bestaande die valsheid erin dat de perso(o)n(en) vermeld op de huurovereenkomst (als huurder) geen huurder is/zijn/waren en bestaande dat gebruik erin dat hij, verdachte, en/of zijn mededaders

- deze huurovereenkomst(en) heeft overlegd aan de verhuurder en/of de verhurend makelaar en/of

- deze huurovereenkomst(en) (valselijk en/of ten onrechte) als bewijs heeft/hebben gediend van het bestaan van een of meer huuroverkomst(en)

art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2013 tot en met 17 juni 2013 te 's-Gravenhage opzettelijk,

a. huurpenningen en/of borg t.w.v. 2.360,-, althans een geldbedrag (voor de [adres]) en/of

b. huurpenningen en/of borg t.w.v. 4.050,-, althans een geldbedrag (voor de [adres]) in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

a. [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 6] en/of

b.[betrokkene 7],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten als makelaar, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de informatie van de Criminele Inlichtingen Eenheid (hierna: CIE) – op grond waarvan een redelijk vermoeden van schuld was ontstaan maar waarvan de betrouwbaarheid niet kon worden bevestigd – ten tijde van het inzetten van opsporingsmiddelen tegen verdachte nader had moeten worden getoetst alvorens een grootscheeps onderzoek te starten en, na de aanhouding van verdachte, dit onderzoek doelbewust openbaar te maken. Door deze gang van zaken is sprake van een inbreuk op de beginselen van een goede procesorde en is het recht van verdachte op een eerlijke behandeling ernstig geschonden, met als gevolg niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie dan wel bewijsuitsluiting.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.

Uit het dossier blijkt dat de start van het onderzoek is gelegen in twee processen-verbaal van de CIE van 3 december 2012. In het eerste proces-verbaal is vermeld dat in de periode van mei 2010 tot en met juli 2011 bij de CIE-informatie is binnengekomen dat een makelaar [verdachte] uit de [adres] in Den Haag panden verhuurt aan personen, van wie hij weet dat deze personen in de betreffende panden hennepkwekerijen opzetten. [verdachte] deelt mee in de opbrengst van de hennepkweek.

In het tweede proces-verbaal is vermeld dat in november 2012 de navolgende informatie bij de CIE is binnengekomen. “Makelaar [verdachte] verhuurt panden aan met name Poolse huurders die bij het afsluiten van het huurcontract een borg betalen. Na korte tijd brengt [verdachte] extra kosten in rekening waarna vaak problemen met de huurders ontstaan. Na pesterijen en bedreigingen, onder andere uitgevoerd door [betrokkene 21] en [betrokkene 20], vertrekken de huurders meestal, waarbij zij dan hun borg niet terug krijgen. Op papier zijn die woningen dan nog steeds verhuurd. [betrokkene 19] en zijn zoons [betrokkene 20] en [betrokkene 21] zorgen dan, met medeweten van [verdachte], dat er hennepkwekerijen in deze panden worden opgezet. Indien deze kwekerijen dan door de politie worden ontdekt, krijgen de huurders, die er vaak niets mee te maken hebben en vaak onvindbaar zijn, problemen met de politie.”

Uit onderzoek is gebleken dat met [verdachte] verdachte wordt bedoeld en dat hij eigenaar is van makelaarskantoor [bedrijf 2], gevestigd aan de [adres] te Den Haag, welk kantoor onder andere huizen te huur aanbiedt aan Polen die in Nederland woonruimte zoeken. Voorts is gebleken dat in 2012 in zes panden die [bedrijf 2] verhuurde, hennepkwekerijen zijn aangetroffen.

De verkregen CIE-informatie werd derhalve door feiten en omstandigheden bevestigd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de geverifieerde CIE-informatie een redelijk vermoeden van schuld opleverde en in combinatie met genoemde gegevens voldoende basis vormde voor het ingestelde strafrechtelijke onderzoek.

De rechtbank acht voorts niet voldoende onderbouwd dat de wijze waarop door, dan wel namens het Openbaar Ministerie de publiciteit is gezocht in de onderhavige zaak tot onevenredig nadeel voor verdachte heeft geleid. Zo heeft de verdediging niet aangegeven welke informatie in strijd met daarvoor geldende richtlijnen aan de media is verstrekt.

Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, heeft naar het oordeel van de rechtbank in het voorbereidend onderzoek geen vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering plaatsgevonden en komt de rechtbank niet toe aan de vraag of daaraan een sanctie zou moeten worden verbonden. De officier van justitie is dus ontvankelijk in haar vervolging.

4 Bewijsoverwegingen

4.1

De verdenkingen kort weergegeven

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich in de periode van 1 mei 2010 tot en met 23 juni 2013 tezamen en in vereniging met anderen schuldig heeft gemaakt aan het bedrijfsmatig telen van hennep in negen verschillende panden (feit 1).

Voorts wordt verdachte verweten dat hij zich in de periode van 1 mei 2010 tot en met 17 juni 2013 schuldig heeft gemaakt aan het valselijk op (laten) maken dan wel (laten) vervalsen van huurcontracten (feit 2, eerste cumulatief/alternatief) en/of het vervolgens gebruik maken van die valse huurcontracten als ware deze echt en onvervalst (feit 2, tweede cumulatief/alternatief).

Tot slot rust op verdachte de verdenking dat hij in de periode van 1 maart 2013 tot en met 17 juni 2013 huurpenningen en/of borg heeft verduisterd (feit 3).

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft – zoals verwoord in haar schriftelijk requisitoir1 – gevorderd dat wettig en overtuigend bewezen wordt verklaard dat verdachte zich tezamen en in vereniging schuldig heeft gemaakt aan het hem onder 1 ten laste gelegde feit, met uitzondering van de onderdelen betreffende de panden aan de [adres] en de [adres], waarvan zij partieel vrijspraak heeft gevorderd.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte van het hem onder feit 2, eerste cumulatief/alternatief, ten laste gelegde wordt vrijgesproken en dat het hem onder feit 2, tweede cumulatief/alternatief, ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen wordt verklaard.

De officier van justitie heeft tevens gevorderd dat wettig en overtuigend bewezen wordt verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem onder 3 ten laste gelegde feit, behoudens het onderdeel dat verdachte wordt verweten dat hij huurpenningen en/of borg voor de [adres], toebehorende aan[betrokkene 7] heeft verduisterd, waarvan zij partieel vrijspraak heeft gevorderd.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft - zoals verwoord in zijn pleitnotitie2 - bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van alle hem ten laste gelegde feiten, nu er naar zijn mening geen sprake was van strafrechtelijke betrokkenheid van verdachte.

4.4

De beoordeling van de tenlastelegging3

Zoals hierboven onder punt 3 besproken, kwam via processen-verbaal van de CIE, in december 2012 over verdachte belastende informatie binnen, welke werd bevestigd door het feit dat in diverse panden die verdachte als makelaar verhuurde hennepkwekerijen werden aangetroffen. Op 28 januari 2013 is vervolgens een opsporingsonderzoek tegen verdachte gestart. Er is toestemming verleend tot het opnemen van telecommunicatie van het mobiele telefoonnummer en het vaste werktelefoonnummer van verdachte en er zijn diverse observaties verricht.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2:

[adres]

Op 22 mei 2013 wordt in het pand aan de [adres] te Rotterdam een in werking zijnde hennepkwekerij met in totaal 811 hennepplanten aangetroffen.4 De planten waren bijna oogstrijp en er waren geen vermoedens van eerdere oogsten. Verder is zichtbaar dat een doorgang naar een naastgelegen pand was dichtgemetseld.5

Uit onderzoek is gebleken dat het leveringscontract voor elektra en gas ten behoeve van de [adres] vanaf 18 maart 2013 op naam staat van [betrokkene 3].6

Uit de weergave van een tapgesprek van 13 maart 2013 waarbij verdachte werd gebeld door [betrokkene 20], blijkt dat [betrokkene 20] tegen verdachte zegt dat ‘de jongens’ willen gaan stuken, maar dat er nog steeds geen stroom is en dat verdachte zegt dat hij het voor hem gaat regelen. Uit de weergave van een tapgesprek van 18 maart 2013 blijkt dat verdachte in dat gesprek met Stedin heeft gezegd dat hij een energieaanvraag heeft gedaan via Nuon, van een pand in Rotterdam, [adres], op naam van meneer [betrokkene 3] en een afspraak wil maken voor de aansluiting van energie. Er wordt een afspraak gemaakt voor de aansluiting op de 20ste maart tussen 10 en 12 uur. Enkele minuten later stuurt verdachte een sms naar [betrokkene 20] met de tekst “20 tussen 10 en 12”7

Op de huurovereenkomst voor de [adres] staat [betrokkene 8] als verhuurder en de heer [betrokkene 3] (hierna ook: [betrokkene 3]), wonende: [adres] te Den Haag, als huurder vermeld. Als datum van ondertekening door de huurder en de verhuurder is 12 maart 2013 respectievelijk 13 maart 2013 vermeld.8 Bij de huurovereenkomst zijn een uitdraai van een uittreksel van de Kamer van Koophandel (KvK), gedateerd 13 oktober 2010, op naam van [betrokkene 3]9 en een kopie van een identiteitsbewijs (nr. IRHH1CJ98) op naam van [betrokkene 3],10geldig tot en met 12 december 2012 gevoegd. Op de kopie van de identiteitskaart staan met de hand getallen bijgeschreven, namelijk: “850,- p.u.” en “1700,-”.11 Uit nader onderzoek bleek dat [betrokkene 3] in 2011 aangifte heeft gedaan van verlies c.q. diefstal van bovengenoemde identiteitskaart en dat op 23 november 2011 door de gemeente een nieuwe identiteitskaart op naam van [betrokkene 3] is afgegeven.12

[betrokkene 3] heeft verklaard dat hij het pand aan de [adres] niet kent en dat hij het pand niet heeft gehuurd. Hij heeft verklaard dat de handtekening op de huurovereenkomst niet van hem is.13 Hij woont en staat ingeschreven in de [adres] te Den Haag.14 [betrokkene 3] heeft aangifte gedaan van het feit dat zonder zijn toestemming gebruik is gemaakt van zijn gegevens.15 Voorts heeft [betrokkene 3] verklaard dat hij in 2010 is gehoord in verband met een aangetroffen hennepkwekerij. Deze hennepkwekerij bevond zich in een pand aan de [adres] te Den Haag. Ook toen stond [betrokkene 3] als huurder op het huurcontract16 en waren een kopie van zijn identiteitskaart ([nummer]) met daarop de handgeschreven getallen “850,- p.u.” en “1700,-”17 en het KvK-uittreksel van 13 oktober 201018 bij de huurovereenkomst gevoegd. 19

De eigenaar van het pand, [betrokkene 8], heeft verklaard dat verdachte hem heeft benaderd en hem vertelde dat hij een huurder voor het pand aan de [adres] in Rotterdam wist. Verdachte heeft de gegevens van de huurder [betrokkene 3] op 11 maart 2013 aan hem verstrekt, waarop [betrokkene 8] het huurcontract aan de hand van kopieën van het identiteitsbewijs en het KvK-uittreksel heeft opgemaakt en dit aan verdachte heeft gegeven. Voorts heeft [betrokkene 8] verklaard dat hij het getekende huurcontract van verdachte heeft gekregen. Verdachte betaalde de huur de eerste keer contant en daarna vanaf de bankrekening van zijn kantoor. [betrokkene 8] heeft verklaard dat verdachte alles regelde en dat hij de huurder nooit heeft gezien.20

Verdachte heeft verklaard dat de hem bekende [betrokkene 9] het pand wilde huren maar het niet op naam kon nemen. Hij kreeg van [betrokkene 9] kopieën van het identiteitsbewijs en het KvK-uittreksel aangeleverd maar heeft de huurder [betrokkene 3] niet zelf ontmoet. Nadat het huurcontract was gemaakt, gaf hij dit aan [betrokkene 9] en ontving hij het getekend door [betrokkene 3] retour.21 In 2011 heeft verdachte als getuige, na het ontdekken van een hennepkwekerij in het pand aan de [adres] te Den Haag, verklaard dat [betrokkene 3] de huurder was, dat [betrokkene 3] naar zijn kantoor was gekomen met zijn legitimatiebewijs en daar op zijn kantoor toen kopieën van zijn gemaakt die bij het huurcontract voor de [adres] zijn gevoegd.22 Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij – ondanks het feit dat [betrokkene 3] eerder de Parallelweg huurde, daar een hennepkwekerij was aangetroffen en hij [betrokkene 3] toen ook voor 100% heeft herkend van zijn foto op de identiteitskaart – niet is aangeslagen op de naam [betrokkene 3] en dat hij heeft verzuimd [betrokkene 3] op zijn zwarte lijst van huurders te zetten. Voorts heeft verdachte verklaard dat hij de energie voor het pand heeft aangevraagd als service.23

De rechtbank stelt vast dat de kopieën van de identiteitskaart van [betrokkene 3] en van het KvK-uittreksel die aan de huurovereenkomsten voor de [adres] en de [adres] exact hetzelfde zijn. Uit verdachtes verklaring blijkt dat deze kopieën bij de verhuur van de [adres] op zijn kantoor zijn gemaakt. Nu verdachte niet kan verklaren hoe [betrokkene 9] drie jaar later aan deze kopieën kan zijn gekomen en deze [betrokkene 9] kennelijk zowel voor verdachte als voor de politie niet traceerbaar is, acht de rechtbank de verklaring van verdachte dat hij deze documenten van die [betrokkene 9] heeft gekregen niet aannemelijk geworden. Dat [betrokkene 3] daadwerkelijk betrokken is geweest bij de huur van dit pand acht de rechtbank, gelet op diens eigen verklaring en het feit dat gebruik is gemaakt van een legitimatiebewijs dat als vermist was opgegeven, evenmin aannemelijk geworden.

De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat voor het pand aan de [adres] door verdachte een “spookhuurder” is geregeld in de persoon van de heer [betrokkene 3]. De rechtbank stelt voorts vast dat, gelet op het relatief korte tijdsverloop van ruim twee maanden tussen het afsluiten van het huurcontract en het aantreffen van de hennepkwekerij het valse huurcontract is afgesloten met als enige doel een hennepkwekerij in het pand op te zetten. Deze omstandigheden kunnen tot geen andere conclusie leiden dan dat direct na het afsluiten van het huurcontract de hennepkwekerij is opgezet, ingericht en in werking gesteld. Uit die omstandigheden leidt de rechtbank het opzet van verdachte af.

[adres]

Op [geboortedag] 2013 werd in een pand aan de [adres] te Den Haag naar aanleiding van onverklaarbare wateroverlast in de kelderboxen een onderzoek ingesteld. In het pand werd een in werking zijnde hennepkwekerij met in totaal 816 hennepplanten24 aangetroffen.25

Op de huurovereenkomst staat [betrokkene 10] als verhuurder genoemd. De heer

[betrokkene 1] en mevrouw[betrokkene 2], wonende in de [adres] te Den Haag, staan als hurende partij vermeld. De overeenkomst is gedateerd 1 februari 2013. Bij de huurovereenkomst zijn verschillende kopieën van documenten, waaronder legitimatiebewijzen en salarisstroken, gevoegd.26

Eigenaar [betrokkene 10] heeft verklaard dat hij de woning via makelaarskantoor [makelaarskantoor] en via verdachte aan een Pools echtpaar dat hij nooit heeft gezien of gesproken heeft verhuurd en dat verdachte de huur betaalde. Voorts heeft [betrokkene 10] verklaard dat toen hij in januari 2013 in de woning was, er ineens meerdere Turks uitziende mannen binnenkwamen die verklaarden dat zij de woning kwamen bezichtigen en dat zij de sleutel van de makelaar hadden. [betrokkene 10] had dit met Verbeek besproken. Verbeek was furieus op verdachte, omdat verdachte van hem de sleutel zou hebben gekregen.27

[betrokkene 11] heeft verklaard dat de huurders op zijn verzoek door verdachte waren aangedragen en dat hij verdachte de sleutel van de woning heeft gegeven. Verdachte heeft de documenten die nodig waren voor het opstellen van het huurcontract aangeleverd. [betrokkene 11] heeft vervolgens het huurcontract opgesteld en ondertekend. [betrokkene 11] heeft verklaard dat hij de huurders nooit heeft gezien en dat hij er niet bij was toen zij het contract ondertekenden. De eerste keer zijn de huur en borg contant betaald door verdachte, daarna kwam dit via de bankrekening van verdachte.[betrokkene 2]28

[betrokkene 2] en [betrokkene 1] hebben verklaard dat het adres [adres] in Den Haag en de naam [betrokkene 11] hen niets zeggen, dat zij het huurcontract nooit hebben ondertekend en dat de handtekeningen vals zijn. Zij hebben verklaard dat zij in april/mei 2012 kopieën van onder andere hun paspoorten, jaaropgaven en arbeidscontracten op het kantoor van verdachte hebben achtergelaten, zodat hij hun krediethoogte ten behoeve van een hypotheekaanvraag kon bepalen. Zij hebben de documenten niet meer opgehaald en zij hebben verder geen gebruik gemaakt van de diensten van verdachte. Zij hebben nergens anders gelijksoortige documenten achtergelaten. Per 1 augustus 2012 stonden[betrokkene 2]

en [betrokkene 1] ingeschreven op het adres van hun koopwoning in de[adres] te Den Haag.29 [betrokkene 1] verklaarde bovendien dat hij op 1 februari 2013, de dagtekening van de huurovereenkomst, aan het werk was bij mevrouw [betrokkene 12]. Dit is door haar bevestigd.30[betrokkene 2] en [betrokkene 1] hebben aangifte gedaan van valsheid in geschrift.31

Verdachte heeft verklaard dat hij het pand aan de [adres] via [betrokkene 13] heeft verhuurd en dat hij van hem de betaling had ontvangen. Voorts heeft verdachte verklaard dat hij van de huurders documenten heeft gekregen ten behoeve van een hypotheekaanvraag en dat het kan zijn dat hij die gegevens nog heeft.32

De rechtbank stelt vast dat tegenover de verklaring van verdachte dat hij het pand via [betrokkene 13] aan de familie [betrokkene 1] heeft verhuurd, de verklaringen van[betrokkene 2]

en [betrokkene 1] staan, inhoudende dat zij het pand in het geheel niet hebben gehuurd. Deze verklaringen worden ondersteund door objectieve gegevens, het feit dat zij ruim voor ingang van de huur reeds een ander huis hadden gekocht en het feit dat [betrokkene 1] op de dag van de ondertekening elders was. Bovendien hebben zowel eigenaar [betrokkene 10] als makelaar [betrokkene 11] de vermeende huurders nooit ontmoet en regelde verdachte alles met betrekking tot de huur. Daar komt bij dat Andrzejewska-[betrokkene 1] de door verdachte naar voren geschoven – en de tevens zowel voor de politie als voor verdachte kennelijk onvindbare – [betrokkene 13] niet kent.33

De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte ook voor dit pand een spookhuurder heeft geregeld. Voorts concludeert de rechtbank dat ook hier, gelet op de korte tijd die is verstreken tussen het opmaken van het (valse) huurcontract en het aantreffen van de hennepkwekerij, dit contract is afgesloten met het doel in het pand een hennepkwekerij op te zetten.

[adres]

Verdachte is op 17 juni 2013 aangehouden en in verzekering gesteld.34 Op 19 juni 2013 meldt makelaar [betrokkene 14] zich aan het politiebureau. Naar aanleiding van een krantenbericht over de aanhouding van verdachte, is hij gaan kijken in het pand aan de [adres] te Den Haag dat hij per 15 februari 2013 via verdachte aan[betrokkene 15] had verhuurd. [betrokkene 14] ontdekte een in werking zijnde hennepkwekerij in het pand.35 Door de politie werden in totaal 711 hennepplanten36 aangetroffen.37 Op de vloer in de hennepkwekerij lagen droge afvalbladeren en resten van hennepplanten, kennelijk afkomstig van een eerdere hennepoogst. De periode van één volledige hennepoogst bedraagt zeventig dagen. De aanwezige hennepplanten waren ongeveer zeven dagen oud.38

[betrokkene 14] heeft verklaard dat hij door verdachte is benaderd, omdat verdachte een huurder voor het pand aan de [adres] had. Hij heeft verklaard dat verdachte heeft gezorgd voor alle gegevens van de huurder en dat hij de huurder niet in persoon heeft gesproken of gezien. Op 15 februari 2013, op het moment van incheck, stond hij samen met verdachte op de huurder te wachten, toen na telefonisch contact bleek dat de huurder in de file stond en de afspraak niet haalde. [betrokkene 14] heeft het verder allemaal met verdachte afgehandeld. Voorts heeft [betrokkene 14] verklaard dat alle betalingen via de rekening van verdachte verliepen.39

Getuige [getuige 1] heeft op 25 juni 2013 verklaard dat zij sinds ongeveer een maand via een zekere [betrokkene 15] in de woning in de [adres]-236 verbleef. [betrokkene 15] had haar verteld dat hij bezig was met een wiethok en dat hij graag wilde dat er iemand woonde voor het zicht. Toen zij ergens in mei met [betrokkene 15] in de woning kwam, was de kwekerij al klaar.40

De relevante opgenomen telefoongesprekken, die verdachte in de periode februari 2013 in het Engels met huurder[betrokkene 15]41 voerde, zijn opgevraagd, beluisterd, vertaald en uitgewerkt. Uit de uitwerking komt het navolgende naar voren:42

14 februari 2013: (Verdachte belt [betrokkene 15])

(…)

Verdachte: “oke luister morgen om twee uur”

[betrokkene 15]: “wat?”

Verdachte: “we moeten eh, bel me ja? dat je het niet haalt oke”

[betrokkene 15]: “jij zult mij bellen om twee uur?”

Verdachte: “ik zal hen het telefoonnummer geven oke? Dat je mij hebt gegeven”

[betrokkene 15]: “oke, oke dit is een andere”

Verdachte: “ja, ja want zij zullen je waarschijnlijk bellen oke?”

[betrokkene 15]: “oke, oke”

Verdachte: “dus morgen om twee uur tekenen we en doen we zaken oke?

[betrokkene 15]: “oke, zeg me alleen wat ik hen moet vertellen wanneer zij mij bellen”

Verdachte: “ja natuurlijk, natuurlijk, je moet hen alleen vertellen dat je het niet haalt dat je het druk hebt, en dat ik alles regel oke?”

[betrokkene 15]: “oke dat alleen?

Verdachte: “ja”.43

(…)

15 februari 2013:

13.54

uur: Verdachte belt [betrokkene 15] om hem er aan te herinneren dat hij hem over tien minuten moet bellen.

Verdachte: “ja voor zaken dat je het niet haalt op tijd oke?” (…)

Verdachte: “nee dan zal ik de telefoon opnemen en zeggen dat ik op je wacht en dan zeg je dat je vast zit in het verkeer en dat je het niet haalt op tijd oke?” (…)

Verdachte: “luister jij belt me en je zegt me dat je te laat bent, dat je het niet haalt op tijd, dat je nog steeds in Rotterdam bent vanwege het verkeer, ja?”

[betrokkene 15] vraagt of hij alleen met verdachte zal praten. Verdachte: “ja maar je moet me bellen, ja dan ziet het er beter uit ja? dat is alles”.44

14.05

uur: [betrokkene 15] laat per voicemail weten dat hij in Rotterdam is en het niet haalt.

14.07

uur: Verdachte sms’t [betrokkene 15]: “5 min”

14.09

uur: [betrokkene 15] sms’t terug: “Jij hebt een voicemail bericht. Als het goed is.”

14.10

uur: Verdachte sms’t: “Bel me”.45

14.12

uur: Verdachte belt [betrokkene 15]. [betrokkene 15] zegt dat hij heeft geprobeerd te bellen en dat hij niet kan komen vanwege een verkeersopstopping. Hij vraagt of verdachte het zonder hem kan regelen.46

14.48

uur: Verdachte belt [betrokkene 15]. [betrokkene 15] blijft in Rotterdam en verdachte moet ook weg. Verdachte vraagt of [betrokkene 15] het aan de agent wil uitleggen. Dan komt [betrokkene 14] aan de telefoon. [betrokkene 15] excuseert zich en vraagt of verdachte dit voor hem kan regelen. [betrokkene 14] zegt dat hij het condition report moet tekenen.47

15.10

uur: Verdachte belt [betrokkene 15] en bedankt hem.

[betrokkene 15]: “geen probleem, he vroeg me iets om te tekenen, je kunt tegen hem zeggen dat ik eh langs kwam en dat toen tekende weet je”.

Verdachte: “ja dat is oke, dat is geregeld maar je daar geen zorgen over”.

[betrokkene 15]: “oke”

Verdachte: “ik regel dat ja en alles is oke ik geef hem het telefoonnummer”

[betrokkene 15]: “ja maar niet deze”

Verdachte: “nee ik weet het, ik het die andere ja?

[betrokkene 15]: “oke”48

Verdachte heeft verklaard dat[betrokkene 15] een legitieme huurder was en dat hij niet wist dat hij een hennepkwekerij in het pand zou opzetten. Uit bovengenoemde tapgesprekken komt echter naar voren dat verdachte huurder [betrokkene 15] instrueert niet te verschijnen op de afspraak met makelaar [betrokkene 14]. De verklaring die verdachte daarvoor ter terechtzitting heeft gegeven, namelijk dat hij niet wilde dat [betrokkene 15] zou verschijnen uit angst voor zijn provisie, acht de rechtbank ongeloofwaardig, nu die angst immers niet verklaart waarom [betrokkene 14] in de waan moest worden gelaten dat [betrokkene 15] wel wilde komen.

Gelet op de verklaring van [getuige 1] gaat de rechtbank ervan uit dat [betrokkene 15] in dit geval de kwekerij heeft opgezet. Ook hier komt de leeftijd van de aangetroffen hennepplanten en de constatering dat eerder een oogst is geweest overeen met het tijdsverloop tussen de ingangsdatum van het huurcontract en het ontdekken van de hennepkwekerij. De rechtbank concludeert dan ook dat verdachte, ten tijde van het sluiten van deze overeenkomst, wist dat het de bedoeling van [betrokkene 15] was in het pand een kwekerij op te zetten. Tevens heeft hij ervoor gezorgd dat [betrokkene 15] buiten beeld bleef bij de verhuurder. Dit door te zorgen dat [betrokkene 15] de verhurende makelaar niet in persoon zou ontmoeten, een telefoonnummer dat kennelijk in gebruik was bij [betrokkene 15] op diens verzoek niet aan de verhuurder te geven en alle betalingen via zijn rekening te laten lopen.

[adres]

Op 19 oktober 2012 is naar aanleiding van een anonieme melding, een melding van henneplucht overlast en eigen waarneming een onderzoek ingesteld in een pand aan de [adres] te Den Haag. Er werd een in werking zijnde hennepkwekerij met in totaal 560 oogstrijpe hennepplanten49 aangetroffen.50 Uit de bevindingen is gebleken dat de hennepkwekerij al geruime tijd in het pand aanwezig moet zijn geweest: twee volledige hennepoogsten van 70 dagen en aanwezige planten van 68 dagen oud.51

De eigenaar van het pand,[betrokkene 16], heeft verklaard dat het pand was verhuurd via verdachte. Zij heeft verklaard dat de huur elke maand netjes werd betaald vanaf de rekening van verdachte. Toen zij op 2 november 2012 de huur niet had ontvangen, kreeg zij een vreemd gevoel, omdat verdachte allerlei smoesjes had. Zij is vervolgens naar de woning in de [adres] gegaan.[betrokkene 16] heeft verklaard dat er een briefje van de politie op de deur hing, waarop zij naar het politiebureau is gegaan. Daar kreeg zij te horen dat er een hennepkwekerij in haar woning was ontmanteld.52

De huurovereenkomst d.d. 3 mei 2012 stond op naam van [getuige 2].53 Bij de overeenkomst waren een salarisspecificatie, een werkgeversverklaring, een kopie van het paspoort en een arbeidsovereenkomst, allen op naam van deze [getuige 2], gevoegd.54 Volgens de documenten werkte [getuige 2] voor[bedrijf 1]. Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij zijn paspoort in 2009 op internet heeft gezet en dat het niet de eerste keer is dat hier misbruik van is gemaakt. Hij heeft verklaard dat de handtekeningen op de documenten niet van hem zijn. Hij heeft nooit makelaars in Den Haag benaderd en de naam van verdachte zegt hem totaal niets.55 Uit de politiesystemen is gebleken dat [getuige 2] vijf keer eerder is gehoord in verband met feiten waarbij gebruik werd gemaakt van een kopie van zijn paspoort.56

Getuige [getuige 3] van[bedrijf 1] heeft verklaard dat [getuige 2] nooit voor[bedrijf 1] heeft gewerkt. Hij heeft verklaard dat hij ongeveer vijf keer op verzoek van verdachte “setjes” met werkgeversverklaringen en salarisspecificaties heeft opgemaakt. Hij heeft verklaard dat hij dan een kopie van een paspoort of een naam met een Burger Service Nummer van verdachte kreeg. Het kan zijn dat dit ook het geval is geweest met [getuige 2].57

Verdachte heeft verklaard dat hij het pand aan de [adres] te Den Haag aan [getuige 2] heeft verhuurd. De rechtbank acht deze verklaring van verdachte, gelet op de verklaring van [getuige 2] en van [getuige 3], ongeloofwaardig. De rechtbank concludeert dan ook dat wederom sprake is van een niet bestaande huurder, in de periode van 3 mei 2012 tot en met 19 oktober 2012. Het gegeven dat een hennepkwekerij is aangetroffen die al geruime tijd in werking was, wijst erop dat ook hier deze valse huurovereenkomst is opgemaakt met het doel een hennepkwekerij in deze woning te kunnen opzetten.

[adres]

Naar aanleiding van de aanhouding van verdachte en de berichtgeving in de media hierover, heeft getuige [getuige 4] zich bij de politie gemeld. Hij verklaarde dat verdachte zijn pand aan de [adres] te Den Haag met ingang van 15 april 2013 voor hem heeft verhuurd aan de door verdachte aangedragen Poolse mevrouw [betrokkene 17]. Verdachte heeft het contract en de bijbehorende bescheiden verzorgd. Verdachte heeft de eerste huurbetaling contant voldaan. De tweede huurbetaling kwam van de bankrekening van het makelaarskantoor van verdachte. [getuige 4] heeft verklaard dat zijn zoon een briefje onder de deur van de woning had geschoven (op aanbellen werd niet gereageerd) met het verzoek hem te bellen. Hierop werd zijn zoon door een Marokkaanse man gebeld die zei op het adres te wonen, maar wegens familieomstandigheden in Marokko te verblijven. [getuige 4] heeft verklaard dat verdachte hem nooit op de hoogte had gesteld dat er iemand anders zou wonen dan de Poolse huurder.58

Op 28 juni 2013 werd op verzoek van eigenaar [getuige 4] een onderzoek in het pand ingesteld. Er werd een in werking zijnde hennepkwekerij met in totaal 200 hennepplanten59 van ongeveer 42 dagen oud60 aangetroffen.61

Getuige [betrokkene 17] heeft verklaard dat zij sinds januari 2011 in de [adres] woont en dat zij drie jaar geleden kopieën van haar paspoort heeft afgegeven bij een makelaar in de [adres]. Zij had daar een Poolse man als contactpersoon. Zij herkent de naam van verdachte als de naam van de eigenaar van het makelaarskantoor. Het adres [adres] zegt haar niets. [betrokkene 17] heeft verklaard dat zij het huurcontract voor het eerst ziet en dat de handtekening op het contract niet van haar is.62

De rechtbank stelt vast dat ook hier de hurende partij op de huurovereenkomst zegt de [adres] nooit te hebben gehuurd, maar wel kopieën van de bijgevoegde documenten op het kantoor van verdachte heeft achtergelaten. Verdachte heeft verklaard dat hij het pand in de [adres] heeft verhuurd via een Poolse zzp’er. De rechtbank acht deze verklaring niet geloofwaardig, nu de verhuurder [getuige 4] heeft verklaard met verdachte zelf zaken te hebben gedaan. Verdachte heeft ook bij dit contract alles rond het sluiten van het contract geregeld en vervolgens de betalingen verricht. De verhuurder heeft de huurster nooit ontmoet.

Mede gelet op de overeenkomstige werkwijze van verdachte bij de hiervoor besproken zaak aan de [adres], gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte ook hier een vals huurcontract met een spookhuurder heeft opgesteld.

Gelet op de korte tijd die is verstreken tussen het opmaken van het (valse) huurcontract en het aantreffen van de hennepkwekerij, is voorts aannemelijk dat dit contract is afgesloten met het doel in het pand een hennepkwekerij op te zetten.

Conclusies van de rechtbank

Op basis van hetgeen hierboven is weergegeven, staat vast dat in de genoemde panden hennepkwekerijen zijn aangetroffen. Voorts staat vast dat verdachte de (zogenaamde) huurders bij de eigenaren van die panden heeft aangedragen, de huurcontracten heeft (laten) opstellen en de benodigde documenten heeft verzorgd, in een zaak namens de spookhuurder de energiemaatschappij heeft benaderd en steeds de huur heeft betaald aan de eigenaren, die allen nooit een huurder hadden ontmoet.

De rechtbank stelt vast dat tegenover de in het dossier belastende onderdelen zich enkel de ontkennende verklaringen van verdachte bevinden. Het betoog van de verdediging is uitsluitend gebaseerd op de verklaringen van verdachte en op de aanname dat die juist zijn. Objectieve steun voor de lezing van verdachte dat misbruik van hem is gemaakt en dat hij geen wetenschap had van de hennepkwekerijen is in het dossier niet te vinden. Daar komt bij dat verdachte zeer wisselend en onvolledig heeft verklaard. De rechtbank concludeert dat de lezing van verdachte, die erop neerkomt dat er steeds misbruik van hem is gemaakt door niet traceerbare derden, niet aannemelijk is geworden.

Zoals hierboven bij de verschillende zaken overwogen leidt de rechtbank voorts uit de omstandigheid dat de hennepkwekerijen na een relatief kort tijdsverloop in de panden, waarvoor verdachte als beheerder dan wel bemiddelaar (valse) huurcontracten had opgesteld, werden aangetroffen, alsmede de ongeloofwaardige verklaringen van verdachte over de huurders, af dat verdachte wist dat de hennepkwekerijen in de panden werden opgezet en dat hij met dat doel (valse) huurovereenkomsten opstelde. De rechtbank acht dan ook de opzet bij verdachte aanwezig op de feiten zoals onder 1 en 2 ten laste gelegd.

De rechtbank leidt uit het vorenstaande tevens af dat tussen verdachte en zijn mededaders sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking ter uitvoering van een gezamenlijk plan om hennep te telen en hij daarbij – als wezenlijk onderdeel van dat gezamenlijke project – ruimtes aan henneptelers ter beschikking heeft gesteld. Door (valse) huurcontracten op te stellen en in vier gevallen door de identiteit van de telers verborgen te houden heeft hij bovendien de pakkans voor die telers aanmerkelijk verkleind. Daarmee is de bijdrage die verdachte met zijn werkzaamheden aan het opzetten van deze kwekerijen en daarmee aan de productie van hennep heeft geleverd als essentieel aan te merken. Derhalve is sprake van nauwe en bewuste samenwerking met de overige betrokkenen ten aanzien van grootschalige hennepteelt en is aan de voorwaarden van medeplegen voldaan.

Nu verdachte deze werkzaamheden heeft verricht vanuit zijn eigen makelaarspraktijk, is de rechtbank van oordeel dat het handelen van verdachte kan worden gekwalificeerd als hennepteelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.

De rechtbank zal derhalve wettig en overtuigend bewezen verklaren dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, voor zover deze feiten zien op de hiervoor genoemde panden.

[adres] en [adres]

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte ook bij de in deze panden aangetroffen hennepkwekerijen betrokken is geweest.

Ten aanzien van het [adres] geldt dat de kwekerij in dit pand in september 2012, ofwel bijna een jaar na de verhuur door verdachte is aangetroffen, terwijl de kwekerij volgens de medewerker van Stedin pas sinds mei 2012 in dit pand heeft gezeten. Daarnaast is er bij dit pand sprake geweest van een daadwerkelijke huurder in de persoon van de heer [betrokkene 18], die geruime tijd rechtstreeks aan de verhuurder heeft betaald en die sinds de zomer 2012 via verdachte een ander pand heeft gehuurd aan de [adres]. Hoewel het gedrag van verdachte over het informeren van de verhuurder op het moment dat de kwekerij was ontdekt de nodige vragen oproept, acht de rechtbank dat gedrag onvoldoende om wettig en overtuigend bewezen te verklaren dat hij wetenschap heeft gehad van het opzetten van die kwekerij.

Ten aanzien van de kwekerij aan de [adres] geldt dat de rechtbank de verklaring van [betrokkene 3], dat hij ook bij die kwekerij geen enkele rol heeft gespeeld onvoldoende overtuigend acht om verdachtes verklaring, dat hij dit pand aan [betrokkene 3] heeft verhuurd, te weerleggen. Hierbij acht de rechtbank van belang dat [betrokkene 3], anders dan de andere personen wiens persoonsgegevens door verdachte zijn misbruikt, geen concrete verifieerbare verklaring heeft gegeven over hoe verdachte destijds in het bezit van zijn identiteitsbewijs kan zijn gekomen en voorts dat [betrokkene 3] een bekende is van een persoon die in het onderzoek naar deze kwekerij is gehoord als verdachte.

Van het telen van hennep op deze twee locaties zal verdachte worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 3 sub a:

De rechtbank stelt ten aanzien van feit 3 sub a (de [adres] te Den Haag) vast dat tegenover de stellige ontkenning van verdachte dat hij zich huurpenningen heeft toegeëigend, nu hij deze later alsnog aan de eigenaars heeft betaald, zich in het dossier slechts een aangifte van de huurster bevindt die aangeeft van de eigenaars gehoord te hebben dat er geen huur is betaald. Nu verdere objectieve gegevens ter ondersteuning van de verklaring van aangeefster ontbreken, is het opzet van verdachte op wederrechtelijke toe-eigening onvoldoende gebleken. De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder feit 3 sub a is ten laste gelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

1.

hij in de periode van 1 mei 2012 tot en met 17 juni 2013 te Den Haag en Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen opzettelijk heeft geteeld:

- in een pand aan de [adres] te Rotterdam in totaal 811 hennepplanten en

- in een pand aan de [adres] te Den Haag in totaal 816 hennepplanten en

- in een pand aan de [adres] te Den Haag in totaal 711 hennepplanten en

- in een pand aan de [adres] te Den Haag in totaal 560 hennepplanten en

- in een pand aan de [adres] te Den Haag een hoeveelheid van in totaal 200 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II,

terwijl hij, verdachte telkens in de uitoefening van beroep of bedrijf (zijn eigen makelaarskantoor) heeft gehandeld;

2.

hij op tijdstippen in de periode van 1 februari 2013 tot en met 17 juni 2013 te Den Haag en/of Rotterdam en/of elders in Nederland meermalen geschriften te weten huurovereenkomsten, te weten

a. a) een huurovereenkomst met dhr [betrokkene 1] en mw.[betrokkene 2], huurders, betreffende het pand [adres], te Den Haag gedateerd 1 februari 2013

b) een huuroverkomst met dhr [betrokkene 3], huurder, betreffende het pand [adres], te Rotterdam gedateerd 12 en 13 maart 2013

elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft laten opmaken,

immers heeft hij, verdachte, toen en daar telkens valselijk - immers opzettelijk in strijd met de waarheid -

a. a) in/op die huurovereenkomst [betrokkene 1] en[betrokkene 2] (wonende [adres] te Den Haag) als huurder vermeld en/of laten/doen vermelden en vervolgens die huurovereenkomst (onder het woord 'Huurder') zelf ondertekend dan wel laten/doen ondertekenen door een ander dan die [betrokkene 1] en[betrokkene 2] en

b) in/op die huurovereenkomst [betrokkene 3] (wonende [adres] te Den Haag) als huurder vermeld en/of laten/doen vermelden en vervolgens die huurovereenkomst (onder het woord 'Huurder') zelf ondertekend dan wel laten/doen ondertekenen door een ander dan die [betrokkene 3]

en

hij op tijdstippen in de periode van 1 februari 2013 tot en met 17 juni 2013 te Den Haag en/of Rotterdam en/of elders in Nederland meermalen telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse geschriften, te weten:

a. a) een huurovereenkomst met dhr [betrokkene 1] en mw.[betrokkene 2], huurders, betreffende het pand [adres], te Den Haag gedateerd 1 februari 2013 en

b) een huuroverkomst met dhr [betrokkene 3], huurder, betreffende het pand [adres], te Rotterdam gedateerd 12 en 13 maart 2013

zijnde telkens een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen,

bestaande die valsheid erin dat de perso(o)n(en) vermeld op de huurovereenkomst (als huurder) geen huurder is/zijn/waren en bestaande dat gebruik erin dat hij, verdachte,

- deze huurovereenkomsten heeft overgelegd aan de verhuurder en/of de verhurend makelaar, terwijl

- deze huurovereenkomsten (valselijk en ten onrechte) als bewijs hebben gediend van het bestaan van een of meer huuroverkomsten.

5 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7 De strafoplegging

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft bij bewezenverklaring verzocht de op te leggen straf, gelet op de start van het onderzoek en de onnodig beschadigende publiciteit, te matigen.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte is, gedurende een periode van ruim een jaar als medepleger betrokken geweest bij vijf hennepkwekerijen van aanzienlijke omvang. Gedurende deze periode was hij bij het opzetten van deze kwekerijen bovendien een cruciale schakel. Een ruimte is voor het telen van hennep immers alleen dan geschikt als die ruimte gebruikt kan worden zonder dat bij ontdekking van de kwekerij de personen achter de kwekerij eenvoudig zijn te traceren. Met het zoeken van “spookhuurders” en het (laten) opstellen van valse huurcontracten heeft verdachte daarvoor gezorgd. Het vertrouwen dat eigenaars in makelaars moeten kunnen stellen heeft hij daarmee ernstig beschadigd. Bovendien heeft hij de betrokken eigenaars met enorme, niet of nauwelijks te verhalen, schade aan hun pand opgezadeld. Daarnaast heeft hij de persoonsgegevens van niets vermoedende personen, die hetzij in goed vertrouwen documenten bij hem hebben achtergelaten hetzij in het geheel geen contact met hem hebben gehad, misbruikt. Doordat valse huurcontracten op hun naam stonden zijn ook deze personen geconfronteerd met de gevolgen van de kwekerij.

Gelet op de enorme hoeveelheden aangetroffen hennepplanten moet de geteelde hennep voorts bestemd zijn geweest voor de handel en daarmee de verdere verspreiding. Verdachte heeft aldus ook geen oog gehad voor de ongewenste maatschappelijke neveneffecten van de verspreiding van hennep en de overlast en het gevaar dat door kwekerijen wordt veroorzaakt. Tevens heeft hij een substantiële bijdrage geleverd aan de criminaliteit waarmee de markt van hennep steeds meer wordt omgeven.

Nu verdachte heeft ontkend zich aan de bewezenverklaarde feiten te hebben schuldig gemaakt heeft de rechtbank geen inzicht in de drijfveren die hem hiertoe hebben bewogen. Welk belang het ook is geweest, kennelijk heeft dit zwaarder gewogen dan de belangen van de gedupeerde huurders, verhuurders, omwonenden van de kwekerijen en de volksgezondheid van de maatschappij.

De rechtbank weegt in het nadeel van verdachte mee dat verdachte geen inzicht toont in het strafwaardige karakter van zijn handelen en blijft benadrukken dat hem slechts onrecht is aangedaan.

De rechtbank houdt rekening met de omstandigheid dat verdachte, blijkens een op zijn naam staand uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 1 augustus 2013 niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Gelet op al het voorgaande en op de LOVS-richtlijnen voor hennepteelt, acht de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend. Bij de vaststelling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank rekening gehouden met de hoeveelheid aangetroffen hennepkwekerijen en met de grote aantallen hennepplanten en de cruciale rol daarbij van verdachte. Verdachte heeft te kennen gegeven uit financiële overwegingen zijn vak als makelaar weer te hebben opgepakt. Teneinde hem ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen zal een gedeelte van de gevangenisstraf voorwaardelijk worden opgelegd.

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c, 47, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht;

- 3 en 11 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst II.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding onder 1, derde, vierde, vijfde en zevende gedachtenstreepje en het onder 3 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1, eerste, tweede, zesde, achtste en negende gedachtestreepje, 2 eerste cumulatief/alternatief en 2 tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit is gepleegd in de uitoefening van een beroep of bedrijf en het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2, eerste cumulatief/alternatief:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2, tweede cumulatief/alternatief:

opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 6 (zes) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H. Steenhuis, voorzitter,

mrs R. van Zeijst-Repelaer van Driel en S.L.M. Staals, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. F. Verkijk, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 oktober 2013.

1 Het schriftelijk requisitoir van de officier van justitie, dat aan de voorzitter is overgelegd en waarvan de inhoud aan het proces-verbaal van de terechtzitting d.d. 30 september 2013 zal worden gehecht.

2 De pleitnotitie van de raadsman van verdachte, die aan de voorzitter is overgelegd en waarvan de inhoud aan het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 30 september 2013 zal worden gehecht.

3 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer 1500/2013/030854, van de politie Eenheid Den Haag, met bijlagen, te weten: het proces-verbaal Algemeen dossier (doorgenummerd blz. 1 t/m 31), het proces-verbaal Persoonsdossier [verdachte] (doorgenummerd blz. 1 t/m 218), het proces-verbaal Beslagdossier (doorgenummerd blz. 1 t/m 422), het proces-verbaal Methodiekendossier (doorgenummerd blz. 1 t/m 363), het proces-verbaal Ambtshandelingen (doorgenummerd blz. 1 t/m 843), het proces-verbaal zaaksdossier [adres] (doorgenummerd blz. 1 t/m 156), het proces-verbaal zaaksdossier [adres] (doorgenummerd blz. 1 t/m 193) en het proces-verbaal aanvulling zaaksdossier [adres] (doorgenummerd blz. 194 t/m 199), het proces-verbaal zaaksdossier [adres] (doorgenummerd blz. 1 t/m 292), het proces-verbaal zaaksdossier [adres] (doorgenummerd blz. 1 t/m 186) en het proces-verbaal aanvulling zaaksdossier [adres] (doorgenummerd blz. 187 t/m 191), het proces-verbaal zaaksdossier [adres] (doorgenummerd blz. 1 t/m 131), het proces-verbaal zaaksdossier -236 (doorgenummerd blz. 1 t/m 185), het proces-verbaal zaaksdossier [adres] (doorgenummerd blz. 1 t/m 248), het proces-verbaal zaaksdossier [adres] (doorgenummerd blz. 1 t/m 117) en het proces-verbaal aanvulling zaaksdossier [adres] (doorgenummerd blz. 118 t/m 123), het proces-verbaal zaaksdossier [adres] (doorgenummerd blz. 1 t/m 119), het proces-verbaal zaaksdossier [adres] (doorgenummerd blz. 1 t/m 100), het proces-verbaal zaaksdossier [adres] (doorgenummerd blz. 1 t/m 95) en het proces-verbaal zaaksdossier [adres] (doorgenummerd blz. 1 t/m 101).

4 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal van bevindingen, p. 5. Ten aanzien van de inbeslaggenomen hennep is vastgesteld dat sprake is van vrouwelijke hennepplanten. De hennep is vermeld op lijst II van de Opiumwet en strafbaar gesteld in artikel 3 van de Opiumwet, zie: Zaaksdossier , het proces-verbaal van bevindingen, p. 16.

5 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal van bevindingen, p. 5-6.

6 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal van bevindingen gegevens Nuon [adres] te Rotterdam, p. 21 en de bijlage, p. 23.

7 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal van bevindingen, p. 1-3.

8 Zaaksdossier [adres], een geschrift, te weten een Huurovereenkomst Kantoorruimte, p. 65-69.

9 Zaaksdossier [adres], een geschrift, te weten een uitdraai van een uittreksel uit het handelsregister van de Kamers van Koophandel, p. 70.

10 Zaaksdossier [adres], een geschrift, te weten een kopie van een identiteitskaart van [betrokkene 3], p. 71.

11 Zaaksdossier [adres], een geschrift, te weten een kopie van een identiteitskaart van [betrokkene 3], p. 71.

12 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal, p. 35.

13 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 3], p. 91.

14 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 3], p. 88.

15 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 3], p. 91.

16 Zaaksdossier [adres], een geschrift, te weten een Huurovereenkomst Winkelruimte, p. 120-124.

17 Zaaksdossier [adres], een geschrift, te weten een kopie van een identiteitskaart van [betrokkene 3], p. 126.

18 Zaaksdossier [adres], een geschrift, te weten een uitdraai van een uittreksel uit het handelsregister van de Kamers van Koophandel, p. 125.

19 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 3], p. 90-91.

20 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal van bevindingen, p. 39 en het proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 8], p. 61-63.

21 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal van verhoor verdachte , p. 142.

22 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 57-58.

23 Proces-verbaal van de terechtzitting.

24 Ten aanzien van de inbeslaggenomen hennep is vastgesteld dat sprake is van vrouwelijke hennepplanten. De hennep is vermeld op lijst II van de Opiumwet en strafbaar gesteld in artikel 3 van de Opiumwet, zie: Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal, p. 20-21.

25 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal van bevindingen, p. 1.

26 Zaaksdossier [adres], een geschrift, te weten een Tijdelijke Huurovereenkomst Woonruimte, p. 142-145, met bijlagen, p. 146-192.

27 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal verhoor getuige [betrokkene 10], p. 28-29.

28 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal verhoor getuige [betrokkene 11], p. 35-36 en het proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 11], p. 39-40.

29 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal van verhoor getuige[betrokkene 2], p. 45-46 en het proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 1], p. 49-51.

30 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal van bevindingen betrokkene [betrokkene 12], p. 22.

31 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal van verhoor aangever[betrokkene 2], p. 52-54 en het proces-verbaal van verhoor aangever [betrokkene 1], p. 55-57.

32 Zaaksdossier[adres], het proces-verbaal verhoor verdachte, p. 102-104.

33 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal van bevindingen, p. 198

34 Proces-verbaal Persoonsdossier [verdachte], het proces-verbaal van aanhouding, p. 1-2, het proces-verbaal van inverzekeringstelling, p. 8, en het bevel tot inverzekeringstelling, p. 9-10.

35 Zaaksdossier [adres]-236, het proces-verbaal van bevindingen, p. 1, het proces-verbaal van verhoor getuige, p. 58-60, een geschrift, te weten de Tenancy Agreement forensische Residential Premises, p. 94-97.

36 Ten aanzien van de inbeslaggenomen hennep is vastgesteld dat sprake is van vrouwelijke hennepplanten. De hennep is vermeld op lijst II van de Opiumwet en strafbaar gesteld in artikel 3 van de Opiumwet, zie: Zaaksdossier [adres]-236, het proces-verbaal, p. 6.

37 Zaaksdossier [adres]-236, het proces-verbaal van bevindingen, p. 1.

38 Zaaksdossier [adres]-236, een geschrift, te weten een Rapportage diefstal energie, p. 33-34.

39 Zaaksdossier [adres]-236, het proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 14], p. 58-59.

40 Zaaksdossier [adres]-236, het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], p. 118.

41 Eigen verklaring verdachte, zoals gedaan ter terechtzitting van 30 september 2013.

42 Zaaksdossier [adres]-236, het proces-verbaal bevindingen tapgesprekken [adres]-236, p. 13-16.

43 Zaaksdossier [adres]-236, een geschrift, gespreksgegevens, p. 18.

44 Zaaksdossier [adres]-236, een geschrift, gespreksgegevens, p. 21.

45 Zaaksdossier [adres]-236, een geschrift, gespreksgegevens, p. 22, 23, 24, 25.

46 Zaaksdossier [adres]-236, een geschrift, gespreksgegevens, p. 26.

47 Zaaksdossier [adres]-236, een geschrift, gespreksgegevens, p. 27.

48 Zaaksdossier [adres]-236, een geschrift, gespreksgegevens, p. 28.

49 Ten aanzien van de inbeslaggenomen hennep is vastgesteld dat sprake is van vrouwelijke hennepplanten. De hennep is vermeld op lijst II van de Opiumwet en strafbaar gesteld in artikel 3 van de Opiumwet, zie: Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal, p. 37.

50 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal van bevindingen, p. 1-3.

51 Zaaksdossier [adres], een geschrift, te weten een Rapportage diefstal energie, p. 65-67.

52 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 16], p. 101.

53 Zaaksdossier [adres], een geschrift, te weten Huurovereenkomst zelfstandige woonruimte, p. 46-54.

54 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal van bevindingen met bijlagen, p. 38-43.

55 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], p. 108-110, en het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], p. 98-99.

56 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal van bevindingen, p. 97.

57 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 3], p. 120-124.

58 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4], p. 42-43.

59 Ten aanzien van de inbeslaggenomen hennep is vastgesteld dat sprake is van vrouwelijke hennepplanten. De hennep is vermeld op lijst II van de Opiumwet en strafbaar gesteld in artikel 3 van de Opiumwet, zie: Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal, p. 19.

60 Zaaksdossier [adres], te weten een Rapportage diefstal energie, p. 21.

61 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal van bevindingen, p. 1-2.

62 Zaaksdossier [adres], het proces-verbaal van verhoor getuige A. [betrokkene 17], p. 62-66.